Column Olympische Vrede in De Morgen van zaterdag 5 februari 2022

Olympische vrede

The Olympic Truce is afgekondigd door sportpaus Thomas Bach. Het is mij niet duidelijk hoeveel geloof hij daar aan hecht, maar zijn voorganger Jacques Rogge wilde er in besloten kring weleens over meesmuilen. Waarmee hij bedoelde dat het niet aan het Internationaal Olympisch Comité was om de wereldvrede af te kondigen en zelfs niet te bepleiten. En dat het niet aan de sport was om de wereldproblemen uit de weg te helpen.

Olympische vrede of Ekecheiria is een concept dat stamt uit de antieke Spelen. Het was oorspronkelijk een akkoord tussen Iphitos van Elis, Cleosthenes van Pisa en Lycurgus van Sparta. Toen die Spelen nog op Olympia plaatsvonden – Olympia moet u ooit hebben gezien, dit even terzijde – diende die vrede om de doorgang van atleten op weg naar de Spelen te vrijwaren. Dat werd zelden nageleefd. Er zijn verhalen opgetekend van atleten die er juist werden uitgepikt omdat ze atleet waren en door de agresserende stadstaat voor de keuze werden gesteld: of voor hun nieuwe stad deelnemen – in die tijd tegen betaling van vooral olijfolie – of gewoon vastgehouden worden voor de tijd dat de Spelen duurden.

Olympisch stamvader De Coubertin heeft van La Paix Olympique nooit een strijdpunt gemaakt. Juan Antonio Samaranch, die in 1980 voorzitter werd, blies in de jaren negentig het antieke concept nieuw leven in. Zijn eerste bekommernis mag dan wel vrede voor de hele wereld zijn geweest, een minstens even grote achterliggende gedachte was zijn eigen aura als mondiale Mitspieler en zijn ambitie om de Nobelprijs voor de Vrede te krijgen.

Zijn oproep werd brutaal genegeerd toen op 6 februari 1994, minder dan een week voor de opening van de Winterspelen in Lillehammer, een mortieraanval op de Markalemarkt in Sarajevo het leven kostte aan 68 Bosniërs. Twee weken later stonden de Serviërs wel toe dat Samaranch en zijn gevolg Sarajevo (olympische stad van 1986) heel even konden bezoeken. Het staakt-het-vuren duurde een halve dag, waarna de belegering en beschieting weer begon. Toppunt van cynisme: de olympische bobbaan boven de stad was door de Serviërs omgebouwd tot lanceerplatform van waaruit de dodelijkste mortieren werden afgeschoten.

Olympische vrede heeft nooit bestaan. De kans dat Rusland iets onderneemt in Oekraïne is niet groter of kleiner geworden omdat het toevallig Olympische Winterspelen zijn. Op 8 augustus 2008 viel Rusland Georgië aan en kwam de afvallige Zuid-Ossetiërs te hulp. Dat was de dag van de openingsceremonie in Peking. Russisch eerste minister Poetin (Medvedev was toen president) woonde die bij. In 2014 hield Poetin het rustig, maar zijn eigen wintereditie in Sotsji was nog maar net voorbij of hij lijfde de Krim in.

China zal zich ook niks aantrekken van die olympische vrede. Als er een onverlaat in Tibet, Hongkong of Ürümqi het in zijn hoofd haalt tussen vandaag en zondag over veertien dagen van zijn/haar neus te maken, dan krijgt die het apparaat onverbiddelijk op de nek. En ook na 20 februari, ongetwijfeld. Volgens mensenrechtenorganisaties is dat ongehoord. Zij hebben voor een boycot gepleit. Nu die er niet komt en het protest beperkt blijft tot een symbolisch diplomatiek wegblijven – wat gezien hun virushysterie de Chinezen bijzonder goed uitkomt – hebben tegenstanders het over de andere boeg gegooid. Deze week kwam vanuit de hoek van de Oeigoeren een oproep om zo weinig mogelijk naar deze Spelen te kijken en dat verzoek ook even door te geven aan de lezers. Bij deze.

Zelf ga ik alles proberen bekijken wat ze mij op de verschillende zenders aanbieden. Ik ga voor de sport en ik huldig de stelling van het IOC: sport dient niet om de wereld te verbeteren. Wie vindt dat het IOC met hun olympisch circus niet voor China had mogen kiezen – uit arren moede nadat Oslo had afgehaakt -, wat stellen die voor als alternatief?Juist, niks. Winterspelen zijn nog nooit geboycot, waarom nu wel? De gehele wereld mag handel drijven met China (en af en toe discussiëren over invoerheffingen maar de handel blijft), en de internationale sportwereld moet heiliger zijn dan de paus?

Bovendien is het tijd dat men de realiteit onder ogen ziet en het zou het IOC sieren als ze die ook zou communiceren. De Olympische Spelen zijn er niet om de vrede tussen volkeren te bevorderen, maar zijn in de eerste plaats een commercieel concept en een gigantische moneymaker voor de sporten. Zonder die inkomsten gaat tweederde van de kleinere sportbonden failliet. Zonder Spelen worden ook atleten van over de hele wereld beroofd van het enige platform waarop ze kunnen uitblinken. 78 procent dan de atleten maakt maar één keer Olympische Spelen mee. Dat is nog het beste argument om hen dat gloriemoment niet te ontzeggen.

Achtergrondverhaal over de Winterspelen in De Morgen van zaterdag 5 februari 2022

Alles op alles voor het prestigefeestje van Xi

Er ligt sneeuw, het is koud en er zijn atleten, zélfs uit de VS. Ondanks een diplomatieke boycot en de Chinese virushysterie zullen de Winterspelen een feest zijn. Beijing 2022 wordt de extravaganza van Beijing 2008 plús de megalomanie van Sotsji 2014. Vandaag op de agenda: de openingsceremonie.

Op 31 juli 2015 wordt in Kuala Lumpur Peking als gaststad voor de Winterspelen van 2022 gekozen. Althans, zo luidt de officiële versie van het Internationaal Olympisch Comité (IOC). Sommige olympische insiders herinneren zich nog het moment: “De angst voor een foute uitkomst stond op de gezichten van de IOC-top te lezen.”

De Wikipedia-pagina ‘Bids for the 2022 Winter Olympics’ vermeldt hoe Peking het haalde met een meerderheid van 44 stemmen tegen 40 van Almaty, een stad in Kazachstan. Nergens leest men dat de stemming twee keer heeft plaatsgevonden. Een eerste keer digitaal, op tablets, een primeur voor de IOC-sessie. Een tweede keer zoals in de goede oude tijd, op haastig uitgedeelde stembiljetten. “Enkele tablets hadden het laten afweten. We hebben de integriteit van de stemming gevrijwaard”, luidde de communicatie.

Dreigde Almaty te winnen in die eerste ronde? Dat gezichtsverlies had China nooit kunnen slikken. Voor de goede orde: alle grote zenders die een grondige hekel hebben aan het IOC – het Duitse ARD en de Britse BBC op kop – hebben hun eigen onderzoek gevoerd. Hun finaal oordeel: de olympische familie koos uit arren moede nipt voor Peking en is op die 31ste juli aan erger ontsnapt.

Dat Peking de minst slechte optie was, staat nog steeds als een huis: een maand geleden was Almaty het epicentrum van hevige rellen die met harde hand werden neergeslagen. 160 doden zouden er zijn gevallen. Stel je voor dat het olympisch circus zich daar rond die tijd aan het optuigen was. Dan waren we terug bij Mexico 1968, toen aan de vooravond van de opening van de Spelen een studenten- en arbeidersprotest vanuit helikopters met scherp werd beschoten en er een onbekend aantal doden viel. Toen gingen de Spelen gewoon van start, vandaag zouden die worden opgeschort.

Toen waren ze nog met twee…

Peking is de eerste olympische zomerstad die ook de winterversie over de vloer krijgt. Vier jaar te vroeg, want deze kandidatuur diende om warm te lopen voor de editie van 2026. In 2018 was Azië al aan de beurt met het Koreaanse PyeongChang, no way dat het IOC twee keer op rij voor hetzelfde continent zou kiezen. Bovendien was er meer dan één Europese frontrunner.

Tot het ondenkbare gebeurde: de ene na de andere Europese stad haakte af. München was de eerste, meteen een Duits oplawaai voor de pas verkozen nieuwe IOC-voorzitter Thomas Bach. Stockholm volgde, net als in Zuid-Duitsland wilde de bevolking niks te maken hebben met dat ‘geldverslindend olympisch circus’.

Drie steden bleven over om bezocht te worden door de expertencommissie: favoriet Oslo scoorde op alle cruciale punten beter dan Peking, dat drie vijfjes liet optekenen, onder meer voor het essentiële ‘concept en competitieplaatsen’. Almaty kwam zelfs op negen van de veertien criteria niet boven de helft uit. Dat ene vijfje van Oslo voor ‘steun van de bevolking/regering’ zou hen uiteindelijk zuur opbreken. In oktober 2014 trok de grootste regeringspartij de steun aan het project in. En toen waren ze nog met twee steden en werd het voor de tweede keer in vier jaar een onvermijdelijke gang naar het oosten.

Almaty deed het met de hulp van westerse lobbykantoren al bij al niet slecht en had ook de sympathie van heel wat westerse IOC- leden, die zich nog levendig de dominantie van de Chinese organisatoren in 2008 konden herinneren. De Kazakken zetten in op authenticiteit. ‘Keeping it real’, was hun slogan. Waarmee ze bedoelden: wij hebben sneeuw, wij zijn een echt wintersportland, zij niet. Dat klopt. Almaty, ooit de hoofdstad Alma Ata, heeft skipistes dichtbij en was lange tijd ook het mekka van het langebaanschaatsen. De Medeubaan, op 1.700 meter hoogte in de Centraal-Aziatische bergen, gold in de jaren 60 en 70 als de recordbaan, en zou voor deze Spelen als landmark in eer worden hersteld.

Peking had geen authenticiteit, had nauwelijks geschikte bergen, en had al helemaal geen sneeuw. Alleen koude, toch één meevaller. Voor al het andere moest een oplossing worden verzonnen. Zo werden de granieten bergen rond Yanqing een beetje aangepast — opgehoogd en uitgehold — om aan een piste met 900 meter hoogteverschil te komen en zo aan de vereisten voor een olympische afdaling te kunnen voldoen. De pistes in Yanqing (spreek uit: jentsin) liggen 25 kilometer ten noorden van Badaling, het toeristische deel van de Chinese Muur. Dat zal vanaf straks mooie plaatjes opleveren.

Voor sneeuw doet de organisatie zowel in Yanqing als voor snowboard en langlauf/ biathlon in het verder afgelegen Zhangjiakou (in de provincie Hebei) een beroep op sneeuw- kanonnen. Tot grote ergernis van ecologisten, maar tot grote opluchting van skiërs, snowboarders en andere outdoorglijsporters. Kunstsneeuw garandeert betere en eerlijkere topsportomstandigheden.

Minibus als lift

Peking 2022 vindt zijn oorsprong in het fanatisme van een Maleisische Chinees. Lim Chee Wah, de erfgenaam van een vastgoedfamilie, was gek op skiën, een sport die hij had leren kennen toen hij in de VS studeerde. Toen hij meer dan twintig jaar geleden naar Peking verhuisde, zocht hij een skipiste.

Hij vond die, maar er was geen lift. Er stond een houten barak en er was een klein hotel, maar hoe moest hij steeds weer boven op die berg geraken? Met de minibus, luidde het antwoord. Die reed constant af en aan. Dat was nog wat anders dan wat Lim Chee Wah gewend was van zijn favoriete oord Vail in Colorado. De vastgoedman in de skifanaat zag businessopportuniteiten, ging onderhandelen met de lokale autoriteiten en kreeg honderd vierkante kilometer ter beschikking om te ontwikkelen. Vandaag zijn er in Chongli in de regio Zhangjiakou zes skiresorts. Lim Chee Wahs ontwikkeling is één van de clusters geworden in de Winterspelen van Peking.

Een tweede aanjaageffect kwam er met de Zomerspelen in 2008. Toeval wil dat 2007 het jaar was van de grote doorbraak van ene mijnheer Xi in de hoogste cenakels van de Chinese communistische partij. In 2008 werd hij ondervoorzitter en meteen belast met het overzien van de Olympische Spelen, een lakmoesproef voor zijn leiderschap. Hij slaagde met glans. Het was Xi Jinping himself die de touwtjes strak in handen hield en er niet voor terugdeinsde om het IOC waar mogelijk buitenspel te zetten. In 2013 werd hij president van de Volksrepubliek en geldt sindsdien als de sterkste leider sinds Mao Zedong.

Toen op 25 januari sportpaus Thomas Bach in Peking landde, werd hij door Xi ontvangen als een staatshoofd. Een buste van hem werd bijgezet in het olympisch park, naast die van zijn voorgangers Rogge en Samaranch. Dat heeft weinig te betekenen. De oude doctrine ‘wat China zelf doet, zal het beter doen’ is levendiger dan ooit na het eclatante succes van 2008. Jacques Rogge zou aan het eind van zijn dertienjarige termijn als sportpaus met gemengde gevoelens terugdenken aan Beijing 2008: “Die Chinezen deden gewoon hun goesting. Toegegeven, het waren de beste Spelen ooit.”

Dat Xi zelf in de Maleisische hoofdstad in 2015 kwam pleiten voor zijn kandidatuur met de belofte “Wij worden een wintersportland en tegen 2022 moeten 300 miljoen Chinezen hebben kennisgemaakt met wintersporten”, heeft de doorslag gegeven. Tussen 2015 en vandaag heeft hij persoonlijk het hele dossier gecoördineerd en elke olympische site minstens vijf keer bezocht.

De kritiek dat de bergen er groen en bruin zullen uitzien met witte strepen is achterhaald. Wonderbaarlijk, het is de laatste weken gaan sneeuwen. Of dat toeval is, dan wel het klimaat gemanipuleerd werd, daar is geen uitsluitsel over. Voor de zomerspelen van Peking hebben de Chinese meteorologen van het Beijing Weather Modification Office (lokale tak van een Chinees staatsinstituut dat 37.000 mensen tewerkstelt) gezorgd voor een openingsceremonie zonder regen. Dat deden ze door de wolken te laten bestrooien met zilverjodide, waardoor die uitvielen nog voor ze het Vogelneststadion konden bereiken. Het zou geenszins verbazen als later blijkt dat de neerslag in de twee wintercentra ook is uitgelokt.

Dromen van een supernatie

Beijing 2008 kostte destijds 40 miljoen euro, een schatting, want officiële cijfers zijn nooit vrijgegeven. De zomerspelen van 2008 moesten de kroon op het werk zijn van een filosofie die in de hoogste partijrangen werd omschreven als ‘qiang guo meng’ of dromen van een supernatie. Missie geslaagd: Peking 2008 was de perfectie ver voorbij, de internetcensuur en de sporadisch afgevoerde moedige betogers waren details.

Succes mag wat kosten of zoals Christopher Dubi, sportdirecteur van het IOC, zei: “Het is comfortabel als de organisatoren aan alle eisen kunnen beantwoorden. Deze Spelen waren makkelijk te organiseren.” Hij had het voor alle duidelijkheid over de Spelen die vandaag beginnen. Het grootste discussiepunt betrof de covidbubbel waarin de geaccrediteerden zich moeten onderwerpen aan dagelijkse testing en permanente quarantaine. In Peking en omstreken is een olympische staat binnen de staat gecreëerd. Gevangenis is ook een omschrijving die steek houdt. Tussen China en die olympische bubbel wordt niet gereisd en elke Chinees die de olympiërs zien, draagt een ruimtepak.

Sotsji 2014, het feestje van Vladimir Poetin, kostte (ook geschat) 50 miljoen euro, maar daar zat de ontwikkeling van een nieuw wintersportcentrum in verrekend. Daarom wordt Peking 2022 wel eens de optelsom van Peking 2008 en Sotsji 2014 genoemd. Ook hier is sprake van een erfenis. Aan de mensenrechten in China zal misschien niet veel veranderen, maar hé, de Chinezen hebben nu wel nieuwe wintersportcentra.

Verder worden heel wat bestaande infrastructuren van 2008 hergebruikt. Het enige nieuw gebouwde sportstadion in Peking wordt de schaatsbaan waar Bart Swings vanaf zondag zijn kunsten zal vertonen. Het Vogelneststadion dient voor de opening en sluiting en het mythische zwemstadion Water Cube wordt nu een Ice Cube wordt. In de basketbalhal en turnhal van 2008 wordt ijshockey gespeeld.

Ook het Capital Indoor Stadium wordt hergebruikt, nu voor shorttrack. De hal gebouwd in 1968 is een landmark voor de geopolitiek van de sport. Hier in het westen van de miljoenenstad Peking werd in 1971 de befaamde tafeltenniswedstrijd tussen China en de VS gespeeld.

Een toevallige ontmoeting lag aan basis van wat zou culmineren in de pingpongdiplomatie. Het begon allemaal met de Amerikaanse speler Glenn Cowan die op het WK tafeltennis in Japan zijn eigen spelersbus had gemist en dan maar meereed met de Chinese ploeg. De Chinese sterspeler Zhuang Zedong gaf hem tijdens die rit een zijden sjaal. Cowan bedankte met ook een cadeau.

De grote Chinese leider Mao hoorde van het voorval en besloot de Amerikanen uit te nodigen. Met de toestemming van het thuisfront gingen ze in op de invitatie. De trip sloot aan op het WK en duurde een week, geheel op kosten van de Chinezen. Terloops lieten ze de Amerikanen wel alle kanten van de hal lieten zien in hun sport. Een jaar later zou Nixon als eerste Amerikaanse president communistisch China bezoeken.

Poetin komt wel

Vandaag is er geen sprake van skidiplomatie, ijshockeydiplomatie of welke diplomatie ook. Wel van een diplomatieke boycot, uitgesproken door de VS begin december van vorig jaar en kort daarna bekrachtigd door Groot-Brittannië, Australië en Canada. Hun atleten mogen wel komen.

Redenen genoeg om geen politici te sturen naar de openings- en slotceremonie: bij de Chinese onderdrukking van Tibet en de agressie tegen Taiwan kwamen de laatste jaren nog de hardhandige onderwerping van Hongkong en de problematiek met de Oeigoeren in de provincie Xinjiang bij. Ten slotte was er ook nog het trieste lot van tennisspeelster Peng Shuai, die een lid van de partijtop beschuldigde van seksuele agressie, en tijdelijk van de radar verdween.

Telkens werd het IOC mee in het bad getrokken maar die bleven volhouden dat het niet aan hen was om politieke druk uit te oefenen. Ook niet aan de atleten, die worden verzocht geen politieke standpunten in te nemen. De rimpel Peng Shuai zal worden gladgestreken tijdens de Spelen als IOC-voorzitter Thomas Bach haar een etentje aanbiedt. Een photo op die ongetwijfeld mooi verpakt in de media zal komen.

Wat de Oeigoeren en Xinjiang betreft, hebben die nog te klagen? Zoek even op YouTube naar ‘Globalink’, ‘Xinjiang’ en ‘Winter sports boom’ en geniet van een mooi filmpje dat uitlegt ‘hoe volkeren van alle etnieën in Xinjiang van wintersport genieten’. Gemaakt door de Chinese staat, uiteraard.

Wie wel aanwezig hoopt te zijn, tenzij andere besognes — hij heeft wat opties in Oekraïne — is Vladimir Poetin. De Russische president is een groot liefhebber van wintersporten en met name van ijshockey. In die sport hopen de Russen het goud van PyeongChang te herhalen. Dat zit er dik in, want door allerhande covidrestricties zijn Canada en de VS niet met hun beste NHL- spelers in Peking.

In 2018 traden de Russen aan onder de vlag Olympic Athletes from Russia, een gevolg van de onthullingen over dopingfraude tijdens de Spelen in Sotsji. In 2019 werd het hardleerse Rusland dan nog eens een vierjarige ban opgelegd, zodat ze ook op deze Spelen niet als Rusland kunnen aantreden. Deze keer komen ze onder de benaming ROC of Russian Olympic Committee en wordt hun hymne bij goud net als in Tokio de wereldberoemde opening van Tsjaikovski’s eerste pianoconcerto.

Slechtste grote sportland

Geen buitenlanders toegelaten, tenzij met een olympische accreditatie. Deze Winterspelen worden een exclusief Chinees feestje. Zo exclusief dat zelfs geen tickets worden verkocht maar dat de organisatoren selecte groepen zullen uitnodigen om te komen supporteren voor de atleten.

China leeft sportief met een gerust hart toe naar deze Olympische Spelen die meer een showcase zijn van hun organisatorische dan van hun sportieve talent. Noorwegen, Rusland en Duitsland zullen volgens de prognoses onder elkaar uitmaken wie de eerste drie plaatsen bezet, met Noorwegen als kleinste grote sportland groot favoriet om op één te eindigen. Canada, de VS, Zwitserland, Nederland, Frankrijk, Zweden en Japan hangen allemaal rond de twintig medailles in de voorspellingen. Voor China geldt: alles beter dan het record van elf medailles van Vancouver 2010 is mooi meegenomen.

Winterspelen zijn nochtans het toneel dat China in 1980 uitkoos om terug aan te sluiten bij de grote olympische familie. Sinds Lake Placid 1980, niet toevallig een jaar na een historisch Chinees-Amerikaans akkoord tussen sterke man Deng Xiaoping en Jimmy Carter, zijn ze er telkens bij. Bij de eerste drie Spelen werd niks gewonnen, daarna een bescheiden drie medailles, tot in Nagano 1998 de stap werd gezet naar acht medailles.

De reden dat China tot 1980 wegbleef van het olympisch toneel is terug te voeren op de houding van het Westen tegenover de Volksrepubliek China. Dat kwam als overwinnaar uit de strijd in de burgeroorlog van 1949 maar het Westen erkende de Nationalisten die naar het eiland Taiwan waren gevlucht. Ook het Internationaal Olympisch Comité gaf de naam China aan Taiwan.

De Volksrepubliek zou daarop de Spelen van Melbourne in 1956 boycotten en 24 jaar lang aan de zijlijn blijven, tot ze onder impuls van de VS en president Carter de plaats van Taiwan kregen in de VN en de Veiligheidsraad. Het IOC volgde. China mocht op het internationale sporttoneel optreden als China, met de sportieve afkorting CHN en Taiwan werd Chinese Taipeh (TPE).

Onder Mao en de Culturele Revolutie was topsport een uitwas van het kapitalisme, maar na diens dood in 1976 werd die piste verlaten. Vanaf 1984, met het succes in Los Angeles (32 medailles) werd topsport een speerpunt in de Chinese politiek. Het grootste succes werd voorlopig behaald op de eigen Olympische Spelen in 2008 toen op 100 medailles een onwaarschijnlijke 48 gouden plakken werden behaald. Dat ze drie gouden medailles moesten inleveren na dopinhertesting, kon de pret niet bederven. Een herhaling van deze stunt op deze editie is niet onmogelijk. China heeft zich de laatste twee jaar afgesloten van de wereld. Dat had nadelen, maar ongetwijfeld ook voordelen, al was het maar dat dopingcontroleurs veel moeilijker of geen toegang kregen.

Hoeveel medailles China ook wint, met hun anderhalf miljard inwoners blijven ze achterophinken. China is het slechtste grote sportland. In alle klasseringen waarbij sportresultaten worden gekoppeld aan bbp en bevolking eindigen ze onderin. Bovendien blijkt uit alle studies dat de vijver topsporters waaruit China kan vissen steeds kleiner wordt. In geen enkel land is de sportieve fitheid van de bevolking zo achteruitgegaan als in China. Maar de rijkere Chinees kan nu wel gaan skiën, en dat mocht wat kosten.

Column Union Champion! in De Morgen van maandag 31 januari 2022

Union champion!

Zeven op negen na drie van de vier toppers in wat de maand van de waarheid moest worden voor Royale Union Saint-Gilloise en bij uitbreiding de Jupiler Pro League: Union champion, zo ziet het er nu toch naar uit. Als Nielsen én Teuma én Lapoussin én Undav niet allemaal tegelijk een appelflauwte krijgen in de resterende wedstrijden van de reguliere competitie eindigt Union met genoeg punten in de plus om ook na de halvering in de play-offs overeind te blijven.

Niemand krijgt bij Union een voet tussen de deur, niet uit en niet thuis. Felice Mazzu heeft zijn geliefkoosde voetbal van bij Charleroi destijds niet geperfectioneerd met Union, zoals weleens wordt beweerd. Zijn filosofie is nog steeds dezelfde: niks weggeven achterin, alles uit het spel halen in het midden, de tegenstander ongemerkt slopen en hopen op een flits voorin. Alleen heeft hij nu betere spelers, voorin, in het midden en achterin. Zijn doelmannen bij Charleroi en Union zijn elkaars gelijke; niemand die ooit kon vermoeden dat ze zoveel moeilijke ballen zouden pakken. Op die vrije trap die Anthony Moris gisteren uit zijn winkelhaak ging halen blijven de meeste keepers in België aan de grond genageld staan.

Puristen van het voetbalspel zullen Union geen aanwinst vinden voor het Belgische voetbal en daarin hebben ze overschot van gelijk. Union is niet de ploeg die massa’s op de been zal brengen in de bezoekende stadions waar ze hun kunsten komen vertonen. Die kunsten zijn gebaseerd op een enorm loopvermogen, een groot hart in de duels en voetbal zonder veel franjes. Voor spektakel moet je niet bij Union zijn. Hou je daarentegen van de voetbalversie van Ultimate Fighting, dan zijn die elf uit het Dudenpark je ploeg.

Union is de meest linke ploeg uit de eerste klasse, maar stel je voor dat dit stelletje dravers volgend jaar – afgeroomd uiteraard, want die Denis Undav is nu al weg – de Belgische eer in de Champions League moet hoog houden. Vergeet maar al die Belgische coëfficiënt en het bijbehorende rechtstreeks ticket voor het kampioenenbal.

Dit gezegd zijnde, waar gisteren een gelijkspel ook had gekund, werd Union met eenzelfde gelijkspel eerder deze week bij Club Brugge erg slecht beloond voor wat het toonde. In die wedstrijd was Union duidelijk de betere. In andere wedstrijden kreeg het dan weer te veel, zoals in Gent waar het werd weggespeeld maar Gent niks afmaakte terwijl Union uit anderhalve kans twee goals puurde. Dat is een kunst in een lagescoresport als voetbal. Mazzu heeft dat erg goed begrepen en al zijn ploegen pikken dat snel op.

De statistieken van Union spreken boekdelen. Club verstuurt de helft meer passes in het aanvallende derde van het veld dan Union, maar allebei schieten ze gemiddeld zes keer per wedstrijd in het kader. Net als Gent, dat uit dat overwicht 1,6 punten per wedstrijd haalt, tegenover 2,2 voor Union. Het interesseert Union niet om de bal te hebben. Gisteren kwamen ze met moeite aan een derde balbezit, maar schoten wel vijf keer tussen de palen tegenover drie voor Anderlecht.

Ze staan onderin voor balbezit, kamperen in de tweede kolom voor nauwkeurige passes, maar zijn superefficiënt, zowel voorin als achterin. Verdedigend staan ze samen met Gent het minste aantal schoten op doel toe (3,6 per wedstrijd), alleen heeft Mazzu vijf wedstrijden meer gewonnen dan Hein Vanhaezebrouck. Dit kan alleen in voetbal.

Het beste aan Union zijn de fans. Gisteren kregen de Anderlecht-spelers die het veld moesten verlaten zelfs een applausje. Het is dus bijzonder jammer voor de sympathieke fans van deze sympathieke club dat een eventuele titel voor Union niet wenselijk is. Het Belgische voetbal schiet geen meter op met een koloniale buitenpost van een meeloper uit de Engelse Premier League die kampioen wordt. Union champion is het failliet van het Belgische voetbalmodel.

Union zal de eerste Belgische landskampioen zijn met een buitenlandse eigenaar. Of hoe een hoogtepunt in de rijke geschiedenis van de traditieclub tegelijk een dieptepunt is in de geschiedenis van het Belgische voetbal. Dat mogen de grote clubs zich aanrekenen.
In hun ijver om een vrijhandelszone voor voor niet-EU-transfers te vrijwaren hebben zij het kader gecreëerd voor die invasie van buitenlandse eigenaars. Tony Bloom en zijn kompanen en alle anderen toeteren dan wel dat ze de belangen van hun sympathieke Belgische filialen ter harte nemen, het enige wat hen interesseert is garen spinnen uit ongelimiteerde mensenhandel. Beloofd: als Union daadwerkelijk een nieuw stadion krijgt van zijn eigenaars volgt een bedevaart met boetedoening.

Column Fien & E;i in De Morgen van zaterdag 29 januari 2022

FIEN & ELI

Ik ben niet meer bij de les zoals dat hoort bij mijn vak, ik mis essentiële dingen. Waar en wanneer in godsnaam is al die cruciale informatie aan mij voorbijgegaan?

Neem nu gisteren. Al bij mijn eerste caffè latte viel ik van mijn stoel: bekende crosser (bc) Eli Iserbyt is samen met ene Fien Maddens en niet langer met zijn leuk uitziende Nederlandse collega, die mij deed denken aan mijn grootouders die een hond hadden die Puck heette. Maar Fien Maddens, echt nooit van gehoord, compleet gemist.

Rammend op dat toetsenbord wist ik dat het geen goed idee was om dat interview met Fien te lezen. Of het überhaupt een goed idee is om een rennersvrouw paginagroot te interviewen laat ik aan het oordeel van de deskundige collega’s over. Mij hebben ze alvast nooit zover gekregen en daar prijs ik mij zeer gelukkig voor.

Pas op, prima stuk hoor. Die eerste zin in de inleiding alleen al: één etentje en één keer blijven slapen en het was geklonken. Daar wilde de verdrongen pervert in mij meer over weten. Welnu, dat was zo gegaan… Fien had een keer iets gekookt en had dat gerechtje op Instagram gezet. Vrouwen/meisjes die gerechten delen, daar was ik in mijn prime (en ook vandaag nog) op afgehaakt, maar Eli reageerde met “Mmm, lekker”. Dat was gedurfd. Stel je voor dat Fien naar het Instituut voor Gelijkheid van uweetwel was gestapt. Leg het dan maar uit, als bc. Niet Fien. Die vroeg raad aan haar pa en – geen grap – die zei “Antwoord maar”. Over de schouder meekijkende ouders had een tweede reden kunnen zijn om af te haken, maar neen, ze kwamen direct goed overeen, Fien en Eli.

Om een lang verhaal kort te maken, hij vroeg om samen iets te gaan eten. Oké, maar zij wilde liever bij hem thuis zelf koken. Eli vond het lekker (het gerecht, veronderstel ik). En Fien verbaasde zich erover dat hij alles in huis had. In het interview somt ze op: een schuimspaan, verschillende vergieten, allerlei kruiden, een pureestamper. (Of dat metaforen zijn voor ander gerief is niet duidelijk.) Haar conclusie: die heeft zijn leven op een rijtje.

Maar dan. Na het hoeveelste bezoek ze de eerste keer bleef slapen, liet ze onvermeld, maar op een keer bleef ze dus slapen en toen maakte ze ook indruk. Beste lezer van deze rubriek, ga nu even zitten en haal diep adem. Eli had haar na die nacht gezegd dat hij het toen wist: “Dat is echt een goeie.” Wat was er gebeurd? Niet dat ze bij het ochtendgloren nog eens onder het dekbed was verdwenen om het laatste restje twijfel weg te nemen. Neen. Toen hij wakker werd, stond zij de lamellen te kuisen. En toen viel Eli helemaal voor haar. Weeral, ik hoop dat die lamellen metaforen zijn, maar ik denk het niet.

We zijn nog niet klaar met de bloemlezing. Fien had wel één grote eis toen ze bij hem introk: ze wilde een eigen tafeltje voor haar make-up. Waarop Eli haar zijn kaart gaf met de genereuze melding: “Ga maar naar de Ikea met je vriendin en koop wat je graag wilt zodat je je hier thuis voelt.” Naar de Ikea, dat zou normaal het einde moeten zijn, maar neen. Ze liep er met de kaart van Eli in de hand de kantjes af: ze kocht niet alleen een tafeltje maar ook een stoel. En later nog wat dingetjes voor het interieur. Op de foto staat ze met twee identieke honden, wellicht ook gekocht. Tot slot had Fien nog een dienstmededeling. “Ik zou graag trouwen. Maar dat hangt van Eli af. Hij moet het vragen.”

Eli Iserbyt kan wereldkampioen worden morgenmiddag (morgenavond bij ons) in Fayetteville in de VS. Willen we dat wel? Met mijn bekrompen wereldbeeld van balsporter zie ik liever een beetje rijzig atleet op het podium. Eén of twee Mathieu van der Poel of Wout van Aert en pas op drie zo’n crossertje, dan heb ik vrede met veldrijden. Maar goed, het is wat het is: Van der Poel doet niet mee omdat hij het aan de rug heeft en Van Aert heeft geen zin om drie weken kwaliteitstraining in te boeten om voor de vierde keer een stel tweederangsrenners op te rollen.

Het wordt een strijd tussen Tom Pidcock en Eli Iserbyt en als ik Sven Nys mag geloven zal één lange helling het verschil maken.
Op papier zou olympisch kampioen mountainbiken Pidcock in het voordeel moeten zijn. Waarmee hij meteen de overbodigheid van veldrijden zou bewijzen. Laat die wereldkampioenentrui volgend jaar maar bij voorkeur om de schouders hangen van iemand die boven de gemiddelde crosser uitsteekt. Pidcock en Ineos dan maar. Geef toe: welke sport die zichzelf een beetje ernstig neemt heeft een wereldkampioenentrui met daarop Pauwels Sauzen?

Column de saga Smans-Poppe in De Morgen van maandag 24 januari 2022

DE SAGA SMANS-POPPE

November 2017. Ik ben in het Stubaidal voor een repo met de snowboarders/slopestylers van de Belgische olympische ploeg op weg naar de Spelen van 2018 in Pyeongchang. Ik wilde meer te weten komen over slopestyle. Ooit had ik in een column bij wijze van boutade gevraagd of je gaat slopestylen omdat je op je hoofd bent gevallen, of je op je hoofd valt omdat je bent gaan slopestylen. Dat was niet serieus bedoeld, maar dat hadden de slopestylers en hun bond zo niet begrepen.

Slopestyle, moet u weten, is dingen doen met een snowboard die een normaal mens niet in zijn hoofd zou halen. Van relingen glijden, springen flirtend met de grens van leven en dood, you name it, zij doen het. Dan is er ook nog big air, nog erger. Dat is heel snel van een helling afkomen richting een soort reuzenschans, in de lucht gekatapulteerd worden en daarna allerlei bewegingen uitvoeren.

Ik keek mijn ogen uit daar boven in dat funpark. Van over de hele wereld waren ze gekomen. De bondscoach wees mij alle Belgen aan en hij eindigde bij een meisje dat heel eenvoudige sprongetjes deed, alsof ze nog veel moest leren. “Die daar is Loranne, ons grootste talent”, zei hij. “Zij had ook op de Spelen kunnen staan, maar ze heeft wat pech gehad.” Van een understatement gesproken.

Het begon met een val in 2016, waarbij ze op haar hoofd terechtkwam en bewusteloos met de helikopter werd afgevoerd. Bij de check- up bleek ook de schouder gebroken en had ze bloedingen in haar hersenen. Maar Loranne Smans was een natural. Haar herstel ging zo snel dat ze van de neurochirurg al in december geen beperkingen meer kreeg.

Te vroeg herbegonnen, wie zal het zeggen? In Québec ging ze in de opwarming door haar knie en scheurde haar voorste kruisband af. Gevolg: operatie en maanden revalidatie. Pas eind 2017 toen ik haar in Stubaital zag, kon ze weer die eenvoudige sprongen uitvoeren. Zo gingen haar eerste Spelen de mist in. Slechte timing, in de herfst van datzelfde jaar sprong ze, opnieuw in Québec, op de big air naar een derde plaats.

Loranne Smans, met haar looks en stijl van een ideale schoondochter, sindsdien lette ik elke winter op wat ze presteerde. Een grote maand geleden zaten we samen in Snow Valley in Peer. Dat had te maken met de aankomende Winterspelen waarvoor zij een certitude was. Ze vertelde honderduit over haar sport, inmiddels haar vak. Ze had zin in haar eerste Olympische Spelen, die al haar tweede hadden moeten zijn.

Ze begon over haar signature trick, de frontside rodeo 720, iets wat heel weinig mannen en nog minder vrouwen doen. Die trick, als ik dat toen goed heb begrepen, komt er op neer dat ze onorthodox vertrekt vanop haar tenen. En dat ze twee keer rond haar as draaide, vandaar die 720.

Vrijdag is de wereld van de nog maar 24-jarige Loranne Smans ingestort. Donderdag was al bekendgeraakt dat niet zij, maar de zeventienjarige Evy Poppe zou worden uitgestuurd. Poppe was de keuze van de Sneeuwsportfederatie; en het Belgisch Olympisch en Interfederaal Comité volgde de bond. Een dag later stond Smans in kortgeding voor de rechter en dat verloor ze. Het wordt Poppe in Peking.

Over een ingewikkelde jurysport als slopestyle ga ik mij niet uitspreken. Ongetwijfeld zijn het capabele kenners die in deze materie in eer en geweten hebben geoordeeld, maar had dit niet anders gekund? Smans heeft de quotaplaats voor België op de World Cups uit de brand gesleept, ze staat als hoogste Belgische op de ranking, dan lijkt haar selectie de logica en verdient de niet-selectie een duidelijke, transparante uitleg.

Evy Poppe werd nipt voorgetrokken op Loranne Smans op basis van ‘nationale criteria die de beste atlete moeten selecteren.’ Dat is vaag, maar daarom is het nog niet onterecht. Alleen moet er dan wel een verklaring komen waarom resultaten op olympische kwalificatietoernooien ineens niet meer tellen als graadmeter. Poppe stond 34ste op de olympische ranking en miste Peking 2022. Smans klokte af op 13de, waardoor België überhaupt een atleet mag sturen.

Hebben ze nadien dan Poppe en Smans tegenover elkaar gezet in een geheime snow-off? Kan Poppe – wereldkampioen bij de junioren en goud op de Youth Olympics – meer en moeilijker tricks dan Smans en heeft haar grotere groeimarge de doorslag gegeven? Leg uit Sneeuwsport Vlaanderen: wanneer werd de quotaplaats een kloteplaats?

Ik heb te doen met de gesloopte slopestylster Loranne Smans. En ik heb ook te doen met de jonge Evy Poppe, die onder immense druk staat om in Peking te presteren. Sportief is haar selectie misschien terecht, en het is te hopen voor haar dat die wordt bevestigd met een knalprestatie in Peking. Menselijk is dit een drama dat had kunnen worden vermeden.

Column de Redders van het Voetbal in De morgen van zaterdag 22 jan 2022

DE REDDERS VAN HET VOETBAL

Het stond er een beetje raar, in de berichten eerder deze week over de ontwikkelingen bij de Pro League: Bruno Venanzi en Michel Louwagie zetten een stap terug omdat ze genoemd worden in het ontwerp van vordering in Operatie Zero. In een volgende zin stond dan weer: Wouter Vandenhaute en Vincent Mannaert gaan de Pro League leiden.

Bij nader inzien is de stap terug van Venanzi en Louwagie een detail. Ze zijn niet langer de vertegenwoordigers van de Pro League in het bestuur van de KBVB, de grote administratieve entiteit boven het voetbal. In de Pro League, de belangenvereniging van de profclubs, blijven ze gewoon zitten.

Bovendien moet nog blijken wat van Operatie Zero uiteindelijk overblijft als de verdediging haar zegje heeft gedaan. Een groot deel van het dossier is gebaseerd op vermoedens van gesjoemel. Het mag vreemd klinken, maar zelfs in het immorele/amorele voetbal is niet alles fout wat op het eerste gezicht fout lijkt, of waar te veel geld mee gemoeid is.

Terug naar de essentie: Vandenhaute en Mannaert gaan alle problemen van de Pro League oplossen. Wouter en Vincent worden de witte redders van het voetbal. Misschien is wit iets te veel eer. Beide heren hebben een rist veroordelingen voor dronken rijden op hun kerfstok, maar zijn inmiddels zo opgestoten in de vaart der volkeren dat ze zich bij rijverbod een chauffeur kunnen permitteren. Wie weet gaan ze wel taxidelen.

Neen, samen zeven veroordelingen voor dronken achter het stuur kruipen (en betrapt zijn, wat dus met die andere keren?) behoort niet tot de privésfeer. Net zoals Ilombe Mboyo’s losse handjes. Het voetbal heeft een voorbeeldfunctie als ‘positieve verbindende kracht in de maatschappij’ (niet mijn woorden). Recidives van dronken rijden en slagen en verwondingen horen minstens even streng te worden aangepakt als vermeende of nog niet bewezen financiële malversaties. Mannaert, die terloops nog eens voor een paar miljoen van witwas wordt verdacht in de Veljkovic-boekhouding, was zo slim om al heel snel de voorgrond aan Vandenhaute te laten.

De deus ex machina in Vandenhaute kon zijn geluk niet op. Eindelijk heeft hij iets te doen. Wie denkt dat hij als voorzitter van Anderlecht meer zou zijn dan een protocollair figuur dwaalt. Marc Coucke mag het dan inmiddels hebben verteerd dat hij niet langer president wordt genoemd, er zijn grenzen aan zijn egorealisme. Hij heeft geen 120 miljoen euro of meer in de club gepompt om de beslissingsmacht uit handen te geven. Via zijn afgevaardigd Alychlo-vertrouweling Ben Jansen heeft hij zijn greep op de club nog verstevigd.

Zo, en wat gaat Vandenhaute nu allemaal oplossen?
1. Onderhandelen met de politiek over de (para)fiscale voordelen
2. Het vertrouwen in het voetbal en het maatschappelijk draagvlak herstellen
3. De veiligheid in de stadions verbeteren
4. Racisme bestrijden
5. Een CEO zoeken voor de Pro League
Oh ja, en 6. En passant een geschikt competitieformat vinden. En dat in vijf maanden.

In alle lovende verhalen deze week wordt Vandenhautes trackrecord in het wielrennen aangehaald om aan te geven dat het hem in het voetbal ook kan lukken. Over welk trackrecord hebben ze het? Hij had in 2008 een mooi plan (Cycling 2020) dat het niet heeft gehaald. Daarop heeft hij het wielervoorjaar in Vlaanderen hervormd, dat klopt, maar zijn grootste en enige tastbare verwezenlijking is een circuit in de finale van de Ronde van Vlaanderen, een door anderen geopperde en voor de hand liggende ingreep.

Die hervormingen hebben alvast niet geleid tot een nieuw soort wielrennen en ondanks een nooit eerder boomende interesse is de sport er niet wezenlijk op vooruitgegaan: niet inzake grote sponsors, niet inzake budgetten, niet inzake salarissen, wel integendeel. Laten we wel wezen, dat is niet de schuld van Flanders Classics, maar ook veldrijden is erop achteruitgegaan en daar is Flanders Classics wel de dominante speler: minder volk, minder interesse, lagere kijkcijfers, minder geld, minder toppers aan de start.

Het grootste probleem van Vandenhaute is zijn geloofwaardigheid. Hij is bij lange niet die boven alle voetbalcontroverses verheven figuur. Tot voor enkele maanden was hij nog makelaar bij Let’s Play. Zijn eerste grote slag was de overgang van Vadis Odjidja van Olympiakos naar KAA Gent. Volgens insiders is hij de duurste makelaar ooit die voor een inkomende transfer langs de Gentse kassa passeerde. Vervolgens zette hij druk op commentatoren om Odjidja in de nationale ploeg te praten en geen jaar later probeerde

hij hem al bij Anderlecht te stallen. De pas aangestelde Vincent Kompany stak daar een stokje voor. Dat was balen. En nu is Vandenhaute voorzitter van Kompany, of hoe het in het leven toch verdomd raar kan lopen.

Column Arnaud Mogi Bayat in De Morgen van maandag 17 januari 2022

Arnaud ‘Mogi’Bayat

KV Mechelen is zaterdag niet komen opdagen op het veld van OH Leuven. Niet uit schroom, want dat had natuurlijk ook gekund, daags na de publicatie van het ontwerp van strafvordering in Operatie Zero. Als club verantwoordelijk zijn voor een derde van de misdrijven – en meer dan de helft van de direct bewijsbare – je zou voor minder even niet gezien willen worden.

Maar met de affaire-Veljkovic had het dus niks te maken. Het is al langer bekend dat cognitieve dissonantie in Mechelen tot kunst is verheven. Dit is een ander bestuur, luidt het riedeltje. Alsof Mechelen niet staat waar het nu staat, veilig in eerste klasse, alsof Mechelen niet betere spelers heeft kunnen betalen die het anders niet had kunnen betalen, precies door al dat gesjoemel.

Neen, KV Mechelen is niet naar Leuven gebust omdat KV Mechelen het niet eens is met de afspraken rond covidbesmettingen. Een normale procedure had kunnen zijn: de wedstrijd spelen onder voorbehoud en dan naar de bevoegde juridische instanties trekken met een klacht, en als ze daar hun zin niet kregen ten slotte naar het Arbitragehof voor de Sport, altijd prijs daar. KVM bleef gewoon thuis. De chaos in het Belgische voetbal is nog nooit zo compleet geweest. Als dat geen forfaitnederlaag wordt, is het hek van de dam.

Inmiddels ligt het ontwerp van strafvordering in Operatie Zero komende van de federale magistraat, 77 pagina’s lang, op straat. Enerzijds zijn er de quasi-binnenkoppers, haast allemaal met Dejan Veljkovic als betrokken partij: onrealistisch hoge facturen voor niet- geleverde diensten. Daartegenover staat de zwarte boekhouding van Veljkovic, waarin wordt uitgelegd voor wie dat geld moest dienen.

Dit zijn quasi-binnenkoppers, met de nadruk op quasi, want alle beschuldigden zullen enerzijds ontkennen dat ze witgewassen geld hebben gekregen en anderzijds argumenteren dat die diensten wel degelijk zijn geleverd en dat het niet verboden is handel te drijven met – weze het tien én dan nog schimmige – bedrijfjes. Ten slotte spreekt in het nadeel van de beschuldigden dat er nog een derde partij heeft bekend: Luc Anthonissen, de Belfius-kantoorhouder die er geen graten in zag om wekelijks gigantische sommen cash aan Veljkovic te overhandigen. Er zijn bewezen transacties, er zijn stukken aan beide zijden ter staving, er zijn verklaringen door ontvangers van het zwart geld en er zijn de hoge sommen.

Een tweede luik, minder omvangrijk dan het eerste – minder groot moet nog blijken – draait rond Arnaud Bayat, bij ons beter bekend als Mogi, de makelaar die in België in geen tijd de nummer één werd. Laten we wel wezen, de man ís een onmogelijke kruising tussen een koala en een dodelijke gifspin. Hij zou beter uit ons voetbal verdwijnen en zijn broer Mehdi meenemen, maar de aanklachten tegen zijn persoon worden heel lastig om te bewijzen. Tenzij…

In de meeste verdachte transacties van Bayat wordt de term ‘minstens deels fictieve bemiddelingsovereenkomst’ gehanteerd. Dat impliceert dat het gerecht moet bewijzen dat de factuur voor een deel correct is en voor een ander deel niet. Begin maar te bewijzen dat 700.000 euro te veel is betaald, in een wereld waarin een makelaar makkelijk 10 procent en meer factureert als hij voor het juiste bedrag een speler op het juiste moment bij een andere club kan stallen.

Overigens gaat het in het geval van Bayat haast altijd om een commissie op de verkoop van een speler. Nooit draait het om een waanzinnige 1,5 miljoen euro voor scouting bij een inkomende transfer zoals Club Brugge met Dejan Veljkovic (onder de valse naam Uros Jankovic). Bayat factureerde overigens met zijn Belgische bvba Creative & Management Group, netjes gevestigd op zijn woonadres in Lasne.

Een ander verwijt aan het adres van Bayat is dat hij voor valse Afrikaanse attesten zou hebben gezorgd om transfers van spelers te vergemakkelijken. Ook dat wordt een hele lastige om te bewijzen, althans het aandeel schuld van de clubs hierin. Idem voor betwiste contracten voor scouting in Frankrijk met de International Sports and Football Management SA in Martelange, een Luxemburgs bedrijf op naam van Bayat.

Dat Mogi Bayat zal bloeden in deze affaire is duidelijk. Hoe groot de schade zal zijn – van een tik op de vingers over een dading met de fiscus en een boete tot een echte veroordeling en gevangenisstraf – is niet duidelijk. De andere partijen (clubs) waarmee hij die contracten heeft afgesloten lijken vooralsnog gerust in de zaak. Tenzij Bayat na een maand in de gevangenis toch is beginnen te spreken. En dan luidt dé vraag: wie heeft hij meegenomen in zijn val?

Column Illegale Import in De Morgen van zaterdag 15 januari 2022

Illegale import

Novak Djokovic moet bij ons in de pintjesliga komen voetballen. Ze zouden er vast wat op vinden om hem ongevaccineerd en/of besmet op het veld te krijgen. Precies zoals ze in hun onmetelijke wijsheid deze week oordeelden dat voetballers die een boosterprik hebben gekregen niet meer hoeven getest te worden. Zij kunnen dus gewoon besmet hun matchke spelen en ongehinderd anderen besmetten. Waarlijk geen enkele kans laten de onverlaten van het voetbal liggen om zichzelf bij de federale regering en de publieke opinie onmogelijk te maken.

Novak Djokovic, daar begon dit stukje mee. Wat een soap, wat een vaudeville, wat een antireclame. Of zou het kunnen dat dit hele vervolgverhaal de Australian Open goed uitkwam, dat ze die extra publiciteit konden gebruiken? Het is niet van vandaag, de afkalving van het tenniscircuit en het gebrek aan interesse van de rest van de wereld voor het eerste grote grandslamtoernooi van het jaar.

Dat geweeklaag van de nieuwe generatie tennissers (m/v) over te warm, te vochtig, te droog, té in welke vorm of verschijning dan ook, het is al een tijdje aan de gang. Waar is de tijd dat spelers en speelsters zich begin januari fris en herboren aandienden, de ene met een kilo te veel, de andere prima in vorm, en vervolgens gewoon veertien dagen balletjes tikten zodat er dat laatste weekend een winnares bij de vrouwen en een winnaar bij de mannen uit de bus kwam? Waar is de tijd dat we voor de Australian Open langer opbleven of vroeger opstonden?

Hoe simpel was tennis toen niet? Zo simpel als een covidprotocol vandaag kan zijn. Besmet? Niet spelen. Besmet geweest? Doet niks ter zake. Gevaccineerd? Wel spelen. Niet gevaccineerd? Opzouten. We hebben het tenslotte over Australië, waar ze heel streng zijn op alles en iedereen die bij hen naar binnen wil. Wie ooit in Australië is geland en moest wachten op de bagage zal ze hebben gezien, de beambten in uniform met een schattige beagle aan de leiband.

Dat beest komt dan aan je bagage en daarna aan je been snuffelen, en dat is niet altijd even plezant. Ik herinner me mijn eerste vlucht down-under. Dat was met Alitalia op oudejaarsavond. In Rome kreeg ik op mijn rij het gezelschap van zes Kroatische besjes die hun gemigreerde kinderen gingen opzoeken. De hele godsammese weg, inclusief tussenstop in Bangkok, kwetterden ze tegen elkaar. Elf uur en nog eens tien uur vliegen en geen oog deden ze dicht, en ik ook niet. Als het vervolgens in Melbourne een beetje duurt voordat die bagage komt, en het slaaptekort zet zich door, en zo’n beagle komt aan je been snuffelen, onderdruk dan maar eens de geheel natuurlijke reflex om dat beest een zet te geven.

Dat duurt tot je ziet wat er aan de andere kant van de leiband hangt: een uniform, strepen op de mouwen. Dan vraag je quasi- verwonderd: “Is dit een drugshond?” “Ook,” is het antwoord dat je krijgt, “maar ze – it’s a she – haalt er evengoed de illegaal geïmporteerde voedingswaren uit.”

Illegale import, dat is Novak Djokovic, althans op het moment dat dit stukje wordt ingeblikt, gisterenochtend. Het verdict is inmiddels voor de tweede keer gevallen: zijn visum wordt geweigerd. Deze keer door de minister van Immigratie die in deze materie beschikt over godlike powers, zoals dat in Australië zo mooi heet. Dat is dan de ene god tegen de andere. Nadat Australië 1-0 had gescoord, stond het heel even 1-2 voor de god uit Servië. In geen tijd is het 3-2 geworden voor die uit Australië. 6-0 kan ook nog. 0-6 wordt lastig.

Djokovic heeft nu een tweede – ook zo’n mooi angelsaksisch begrip – hail mary court case nodig om toch op het eiland- continent te kunnen blijven. De toevoeging hail mary in het Engels wijst op wanhoopspoging. Fans van Djokovic konden hun geluk niet op toen hij een eerste keer door de rechter werd bevrijd uit zijn opsluiting in het quarantainehotel. Wat toen niet helemaal doordrong, was dat de rechter zich nooit uitsprak uit over het visum, wel over de gevolgde procedure.

De zaak-Djokovic is eenvoudig. Wellicht had hij zonder liegen zijn visum kunnen behouden, maar in deze zaak heeft hij getoond wie
hij denkt te zijn: een tennisgod boven alle wetten verheven. “Wat had mijnheer Djokovic meer kunnen doen?” Dat pleitte zijn advocaat in eerste instantie met succes. Veel meer. In quarantaine gaan bijvoorbeeld en niet naar Marbella vliegen. En ook geen journalisten zien. (Stel je het omgekeerde voor, een journalist die bewust besmet naar een interview gaat.) En zijn paperassen juist invullen. Of zich laten vaccineren. En ten slotte: niet liegen.

Column Afrika Cup in De Morgen van maandag 10 januari 2022

Afrika Cup

Michel Ngadeu van AA Gent heeft al 39 officiële wedstrijden in dit lopend seizoen. Hij staat samen met nog vijf anderen boven aan het lijstje. Hij is wel enige van boven de dertig. In zijn voordeel speelt dan weer dat hij van die zes de enige centrale verdediger is in een driemansverdediging.

Het grootste verschil met al die 39’ers is dat Ngadeu de enige is die op de Afrika Cup in actie komt. In Kameroen, spelend vóór Kameroen, krijgt hij in de poulefase zo maar drie wedstrijden voorsprong op de concurrentie. Die eerste ronde zal het thuisland ongetwijfeld overleven en dan krijgt hij er nog eens minimaal één bij of vier als hij de finale haalt en alle wedstrijden speelt. Met Gent komen er nog eens maximaal 24 bij, ervan uitgaande dat Gent Europees maar één ronde speelt en hij zelf snel weer thuis is. Dat brengt zijn maximaal totaal op 70. 

Bruno Fernandes van Manchester United speelde vorig jaar 72 wedstrijden en dat is een aanvallende middenvelder. Door medici en sportfysiologen is al berekend dat een voetbalspeler per jaar niet meer dan zestig keer in actie zou mogen komen. Tussen de vijftig en zestig is het aangewezen maximum.

Als ik CEO zou zijn van een grote Europese voetbalclub, zou ik blank zijn en boven de vijftig en ongetwijfeld een (nog) slecht(er) karakter hebben. Ik zou zo weinig mogelijk Afrikaanse spelers contracteren en als er zich dan toch een niet te missen talent aandient, zou ik die de arm omwringen met een geheim contract waarin wordt overeengekomen dat de speler in kwestie zich niet langer beschikbaar stelt voor het nationaal team. Uiteraard tegen betaling van een extra premie, over de grootte moeten nog wat gesprekken worden gevoerd. Extra clausule: als hij moslim is, mag hij ook niet meedoen aan de ramadan in volle competitie of in de voorbereiding, maar moet hij die vastenweken desgevallend inhalen in zijn vakantie.

Je kan dat als eurocentrisme en neokolonialisme verketteren, of begrip opbrengen voor de CEO die hier probeert de businessbelangen van zijn Europese club te beschermen. De logica daarachter is de volgende: de belangen van de werkgever primeren op die van het toevallig geboorteland. Voor de goede orde: als het al zou kunnen – quod non – zou ik zou nooit manager willen worden van een voetbalteam, onder meer om die spagaat te vermijden.

Ooit is dit geprobeerd, maar het lijkt er niet op dat dit vandaag nog gebeurt, al helemaal niet aan de top van de voetbalvoedselketen. Liverpool, eigendom van een Amerikaan nog wel, ziet in een cruciale fase van de Premier League gewoon drie van zijn beste spelers een maand vertrekken: Mohamed Salah met Egypte, Naby Keita met Guinea en Sadio Mane met Senegal riskeren minimaal achtste finale te halen. 

In België moet AA Gent zijn sterkhouder achterin (Ngadeu) en voorin (Tissoudali) missen. Club Brugge is niemand kwijt en dat is wellicht ook het resultaat van een transferpolitiek die erin bestaat zo min mogelijk Afrikanen met een Afrikaans paspoort aan te trekken. Dat is slim.

Die hele Afrika Cup staat als een tang op een varken. In tegenstelling tot selecties voor de World Cup en de Euro-toernooien, krijgen de werkgevers-clubs geen compensatie van de Afrikaanse voetbalbond als ze hun spelers voor de Afrika Cup moeten afstaan. Waar zou de Afrikaanse voetbalbond dat geld ook moeten halen? Geen hond buiten Afrika is geïnteresseerd in de televisierechten en in Afrika zelf hebben ze geen geld om ervoor te betalen. Belgen die wedstrijden willen zien, moeten straks uitwijken naar de BBC, die ocharme ook maar de rechten voor tien wedstrijden hebben gekocht.

De African Cup of Nations, zo heet dat toernooi, draait op een omzet van 45 miljoen euro en hoopt break even te draaien. Euro 2016 in Frankrijk kwam op 1,9 miljard euro uit, winst. Niks klopt aan de Afrika Cup. Niet de timing, midden in het Europese voetbalseizoen, niet het aantal deelnemers, 24, en niet de frequentie, om de twee jaar. Een Europees kampioenschap voetbal wordt bijvoorbeeld om de vier jaar gespeeld, netjes geschrankt met de World Cup, die ook om de vier jaar wordt georganiseerd. Althans voorlopig nog.

In welk seizoen, welke vorm en op welk continent dan ook, interlandvoetbal wordt sowieso stilaan een anachronisme. Naarmate de financiële belangen van de (Europese) competities groter worden, zal net als in de grote Amerikaanse profsporten spelen voor het nationaal team en strijden om een mooie medaille iets worden wat je een keer moeten hebben meegemaakt, en dan nooit meer. Dat je je daarna als Afrikaan beter niet te veel meer vertoont in je geboorteland, zal je er na een blik op de beleggingen en bankrekeningen graag bijnemen.

Column Blinde Gok in De Morgen van zaterdag 8 januari 2022

Blinde gok

AS Monaco staat zesde, op vier punten van de tweede plaats die recht geeft op Champions League-deelname, en naar het schijnt is dat het minimum minimorum voor eigenaar Dmitry Rybolovlev. Tussen de 5 en 6 miljard euro waard zijn volgend Forbes en je toch moeten onderwerpen aan de onvoorspelbaarheden van een toevalsport als voetbal, dat moet verdomd lastig zijn.

Rybolovlev nam de club over in december 2011, iets meer dan tien jaar geleden dus. Monaco speelde toen in de tweede klasse en hing daar onderaan in de rangschikking. Dat was niet naar de zin van het plaatselijke vorstenhuis(je), de Grimaldi’s. Bij het minste dat die schatrijke, pas ingeweken Rus interesse toonde, was een deal snel beklonken. Voor 1 euro kreeg hij iets meer dan twee derde van de aandelen in handen, 33 procent bleef eigendom van prins Albert en zijn familie. Detail: ‘Rybo’ moest wel beloven 100 miljoen te investeren.

Wat leverde dat op? Altijd tweede en derde plaatsen, op 2019 en 2020 na, maar ook een titel in 2017 en een halve finale in de Champions League. Nadien werd het weer harken, hoewel ze vorig seizoen ook weer derde werden. Op 13 oktober 2018 werd Thierry Henry bij de Rode Duivels weggehaald om er hoofdcoach te worden tot 2021. Hij bleef twintig wedstrijden en de eerder ontslagen coach werd teruggehaald. Die bleef ook maar een jaartje en nadien zijn nog twee trainers gepasseerd.

Je kunt je derhalve de vraag stellen of Philippe Clement zich wel genoeg heeft ingelezen in de rijke geschiedenis van de club waar hij nu een vorstelijk en hopelijk gegarandeerd salaris heeft onderhandeld. Misschien heeft hij zich wel verkeken op die ene statistiek: dat geen enkele club in de wereld de voorbije tien jaar meer heeft opgehaald uit transfergelden dan AS Monaco (tot en met afgelopen zomermercato was dat 1,096 miljard euro). En die andere statistiek over het hoofd gezien: daar hebben ze wel eerst 1,023 miljard voor moeten betalen.

De marges zijn dus klein bij AS Monaco, businesswise maar ook sportief.

“Als een trein passeert moet je erop springen”, dat zei Clement in zijn eerste persconferentie op Franse bodem en dat werd gretig overgenomen door onze nationale sportpers. Ook L’Equipe schreef dat op. Die zetten Clement één keer op de voorpagina, toen ze als eerste in Frankrijk het nieuws van zijn komst dachten te hebben, maar verbanden hem en zijn clubje vervolgens naar de binnenpagina’s.

Zou Clement wel weten dat AS Monaco in de hexagoon wordt beschouwd als het lelijke, rijke eendje van het Franse voetbal? Dat de club opererend vanuit haar belastingparadijs wordt uitgespuwd door haar concurrenten, omwille van het financiële voordeel dat ze heeft op de andere clubs? Dat AS Monaco nergens fans meeneemt omdat het simpelweg niet eens fans heeft, ook niet in het eigen stadion? Dat de club eigenaar is van Cercle Brugge, de gehate buur die de schuld krijgt van het uitstel van het nieuwe Brugse stadion, dat zal hij wel hebben geweten. Het kon hem blijkbaar allemaal aan zijn reet roesten.

De trein passeerde en Clement sprong, net zoals hij eerder halfweg het goede seizoen van Waasland-Beveren naar Genk vertrok en na die titel even makkelijk in Genk de deur dichtgooide en terugkeerde naar Club. Twee seizoenen en zes maanden was Clement in dienst bij zijn FCB, de club van zijn hart. Hij leek er gebeiteld te zitten na zijn drie (twee met FCB) titels op rij. Tilden we niet allemaal te zwaar aan het moeizame einde van vorig seizoen? Dat was de wet van de remmende voorsprong in de praktijk gebracht.

En toch blijft het een klein mysterie wat zich daar binnenskamers in Westkapelle heeft afgespeeld. Van CEO Vincent Mannaert is bekend dat hij denkt het allemaal beter te weten en dat hij een hekel heeft aan trainers die zijn suggesties niet oppikken. Club had op het veld anderzijds niet meer het overwicht van het eerste anderhalf seizoen onder Clement, dat viel op, maar lag dat aan Club of aan de andere clubs die Club beter konden bespelen?

Of lag het toch aan Clement, geen toonbeeld van charisma, die zijn groep kwijt was? AS Monaco is een blinde gok voor Clement, ongetwijfeld een vakman, maar met een discours dat niet direct inspireert, en al helemaal niet in het Frans en Engels. De kwestie is simpel: wordt Philippe Clement een blijver in la principauté, of staat hij binnen de kortste keren als een nieuwe Thierry Henry bij het oud vuil?

Paniek is nergens voor nodig, en dan nog. Scheiden van Rybolovlev kan voordelig zijn, maar wel op je tellen letten. Hoe het zijn trainers verging is niet altijd bekend, maar vrouw Elena kreeg eerst 4,5 miljard euro toegewezen. In beroep moest ze het stellen met een schamele 600 miljoen.