Column CCCP in De Morgen van zaterdag 12 maart 2022

CCCP

Nikolai Sjarsjoekov is Rus, maar in dienst van de Chinezen en in die hoedanigheid nog actief op de Paralympische Spelen in Peking en wijde omstreken. The New York Times profileerde hem als een potentieel toekomstig medaillewinnaar met grote kans op goud. Ik citeer: “Hij heeft van het zwalpende para-ijshockeyteam van China een medaillekandidaat gemaakt, geheel in de stijl van the old Soviet hockey powerhouses.”

Ho maar, New York Times, rustig aan. Ken je klassiekers. Ten eerste krijgt een coach geen medaille. Ten tweede is blasfemie nergens voor nodig. Aan de oude Sovjet-ploeg hou ik warme herinneringen over. Zo verdiepte ik mij destijds in de KLM-aanvalslijn van de Sovjets en – jeugdzonde – ik was fan. KLM stond voor Kroetov-Larionov-Makarov, de wonderbaarlijke aanvalslijn met een fenomenale schaatstechniek, een onverbiddelijke hardheid en een alles en iedereen uitputtende conditie. Achter die KLM-lijn stonden de Sovjets in hun sterkste opstelling met verdedigers als Kasanotov en Fetisov. De doelman was de legende Vladislav Tretjak.

Van de Sovjet-sport bleef al niet veel meer over en nu duwt een boycot hen helemaal terug naar de sportmiddeleeuwen. Het kan niet anders en het is niet anders, die cancelling van de Russen is onvermijdelijk, maar vroeg of laat zal ik heimwee hebben naar die stoïcijnen van de wereldsport.

In mijn sport, volleybal, waren dat het duo Aleksander Savin-Viatsjeslav Zaitsev, middenman en spelverdeler. Ergens in mijn kast liggen nog hun shirts. Geruild tijdens het EK volleybal in België in 1987, niet voor een van mijn shirts want die interesseerden hen niet, maar voor een paar flessen cognac. Kan ik die nog dragen? Zou iemand nog weten waar dat CCCP op de rug en dat écusson op de borst met hamer en sikkel voor staat? Die muts van Sotsji 2014 met daarop Russia hou ik voortaan voor werk in de tuin, de achtertuin.

Rusland – excuus, het Russisch Olympisch Comité, afgekort ROC – heeft op de voorbije Winterspelen in Peking 32 medailles gewonnen, het beste totaalaantal ooit. ROC was de zesde identiteit waaronder Russen zich sinds het begin van de moderne sport presenteerden. Tussen 1900 en 1912 namen Russische sporters deel aan de Spelen als atleten van l’Empire russe, het Russische keizerrijk.

Na de Oktoberrevolutie van 1917 grepen de communisten de macht en keerden na Wereldoorlog I niet terug in de internationale sport. Pas in 1952 in Helsinki waren ze weer van de partij en kaapten 71 medailles weg, net na de 76 van de Verenigde Staten. Van 1956 tot en met 1988 won de Sovjet-Unie de meeste medailles. Alleen Mexico 1968 in de achtertuin van de VS vormde daarop een uitzondering.

De 132 zomermedailles van Seoel 1988 zijn nog steeds een record voor één land op niet-geboycotte Olympische Spelen. Wie toen al naar sport keek, heeft ongetwijfeld herinneringen aan de ‘Hymne van de Sovjet-Unie’, dat meeslepende, licht bombastische volkslied dat tot 1977 zonder tekst werd gespeeld.

Vladimir Poetin stamt uit die tijd. Hij zag niet alleen het Oostblok en zijn land uit elkaar vallen, maar onderging als sportliefhebber ook de verschrompeling van de grootste sportmacht die de wereld ooit heeft gekend. De meest zichtbare veruitwendiging van de sterkte van de USSR voltrok zich juist in de wereldsport. Nationale trots bij sportsuccessen was een van de redenen dat Poetin in 2000 de oude nationale hymne van een nieuwe tekst liet voorzien.

Zo klinkt sinds begin deze eeuw bij elke sportsucces weer het op één na mooiste volkslied bij Russisch goud. Smaken verschillen, maar voor de prijs van het mooiste is dat van de DDR (‘Auferstanden aus Ruinen’) een stevige kanshebber. Dat horen we niet meer sinds 1990; wanneer en of de Russische hymne nog eens in een sportstadion wordt gespeeld, daar hebben we het raden naar.

Nooit eerder in de geschiedenis van de sport is zo’n groot sportland zo drastisch uitgesloten van de internationale sport. Er was Zuid- Afrika, maar dat stelde nauwelijks iets voor toen het bijna dertig jaar aan de kant moest omwille van zijn apartheid. China was nog geen sportland en bovendien verkoos het zelf om pas in 1980 (op die ene Chinese zwemmer in Helsinki 1952 na) voor het eerst aan Olympische Spelen deel te nemen.

Geen enkel ander sportland is ook zes keer van naam veranderd, al of niet gewild. Na L’Empire russe kwam de Sovjet-Unie, in 1992 gevolgd door het Gemenebest van Onafhankelijke Staten, om in 1996 als Rusland op te treden. Vanaf 2016 werden de Russen na hun dopingmisdrijven ondergebracht onder de noemer Olympic Athletes from Russia en sinds Tokio werd het Russian Olympic Committee Athletes. Erg benieuwd wanneer Russische sporters zich weer kunnen en durven vertonen op het internationale sporttoneel. En hoe? Russia of neutraal? Nederig, of trots? Ingetogen of vol haat?

Column Eddy Pogačar in De Morgen van maandag 7 maart 2022

Eddy Pogačar

Het wielerseizoen dat traditioneel begon met het eerste monument Milaan-Sanremo, begint voortaan in de glooiende plooien van Toscane. De Strade Bianche van 2021 was daarvan het beste bewijs. De final countdown vorig jaar op weg naar Siena was de natte droom van elke organisator: alle betere renners van het peloton reden en streden vooraan.

Mathieu van der Poel, Julian Alaphilippe, Egan Bernal, Wout van Aert, Tom Pidcock en Tadej Pogačar, daarmee kan je een heel seizoen lang vijf sterren uitdelen bij elke voorbeschouwing. Van eendagswedstrijden over klassiekers en meerdaagse rittenkoersen tot en met de grote rondes, al die namen komen daarvoor in aanmerking, alles hebben die gasten gewonnen. De allerbeste onder de besten die dag bleek Mathieu van der Poel en plots werd hij tot ‘beste renner van de wereld’ bevorderd.

Vier van de zes waren er zaterdag niet bij. Bernal telt nog zijn breuken, Van der Poel zijn versleten tussenwervelschijven en ex-winnaar Van Aert – “de nieuwe beste renner van de wereld”, aldus Vlaanderen – let op zijn batterijniveau met het oog op het nog grotere werk. Een dag voor de wedstrijd kreeg Tom Pidcock – “de beste offroadrenner van de wereld” – het aan zijn maag. In de wedstrijd zelf vielen nummer vijf en reservegetal Tiesj Benoot weg. De val van Julian Alaphilippe was prachtig in beeld gebracht. Spectaculair, net als de windstoot die verdacht veel leek op die van een ventilator die plots op volle kracht wordt aangezet. Of van een helikopter die overvliegt.

Is het dan verwonderlijk dat Tadej Pogačar als enige van die supergeneratie overblijft en alleen vooraan rijdt in de eerlijkste koers van het hele jaar, op voorwaarde dat er niet te veel lek wordt gereden? Niet echt. Is het dan terecht om hem het etiket – daar gaan we weer – “beste renner van de wereld” op te kleven? Helemaal. Honderd procent. Dat zat er al aan te komen de dag dat hij zijn eerste Ronde van Frankrijk won in die memorabele klimtijdrit op La Planche des Belles Filles. En dat heeft hij bevestigd met zijn fenomenaal 2021.

Nog maar 23 jaar en al zo goed. Zo compleet. Hij kan klimmen, hij kan tijdrijden, hij kan sturen, hij kan koersen, hij kan sprinten als het moet en het onderweg wat lastig is geweest. Hij wint na één dag en na 21 dagen. Merckxiaans is al vaak gebruikt om wielerexploten te duiden, soms terecht, soms onterecht. Een carrière met het epitheton Merckxiaans, aan die blasfemie heeft nog geen wielerkenner zich gewaagd. Tadej Pogačar komt na Bernard Hinault het dichtst in de buurt van Eddy Merckx. Hij heeft ook dat engelachtige. Zelfs als hij uitlegt dat hij ook maar doet waar hij goed in is, heeft hij iets van de jonge Merckx.

Inner Ring, een wielersite, had een mooie beschrijving. “Tadej Pogačar, plukjes haar in de wind, heeft nog alles van een cherubijnse junior. Als hij naar de ploegauto komt rijden, verwacht je dat hij een Kinder Bueno krijgt, eerder dan een gel. But the whole chase group behind looks beaten.”

Twee keer Ronde van Frankrijk, Luik-Bastenaken-Luik, Ronde van Lombardije, Strade Bianche, Tirreno-Adriatico, Ronde van Californië, twee keer UAE Tour, dat kan tellen. Gisteren viel ook op dat Poga#ar in vergelijking met de Tour van 2020 nog meer atleet is geworden. Hij leek een beetje hoekig op weg naar Siena, een laat gevolg van die valpartij, maar dat was een momentopname. Hij is geen bonkige sprinter. Hij is ook geen klimmend geraamte zoals Chris Froome. Hij is één en al body, voorzien van flinke benen. Hij zit overal tussenin. Niet te lang, niet te klein, niet te dun, niet te dik. En binnenin een flinke motor.

Een dag na het exploot heeft van de vermogenspolitie alleen de onvermijdelijke Antoine Vayer al iets gepost over de 450 watt die Pogastrong (begrijpt u hem?) trapte na vijf uur koers. Hij noemt hem een mutant. De rest zwijgt wijs.

De enige tijdsvergelijking die er toe deed in die wedstrijd was de kloof tussen hem en zijn achtervolgers. Die steeg maximaal naar anderhalve minuut, om dan onder de minuut te blijven hangen. Over de laatste klim naar de Piazza del Campo deden Annemiek van Vleuten en Lotte Kopecky 88 seconden. Tadej Poga#ar had zeven seconden meer nodig. Hij wist dat de buit binnen was en een late kramp riskeren na die solo van vijftig kilometer was nergens voor nodig.

Tadej Pogačar is geen mutant, het is ook geen nieuwe Merckx omdat vergelijkingen met een halve eeuw geleden nergens op slaan. Tadej Poga#ar is gewoon een steengoede, complete renner en jawel, al een jaar de beste van de wereld.

Column Blyat (godverdomme) in De Morgen van zaterdag 5 maart 2022

Blyat (godverdomme)

Stel, je heet Alexander Andropov of Alexandra Andropova (x hebben ze daar nog niet) en na je benen te hebben verloren in de Krim heb je je op sport voor andersvaliden gestort. Eerst in het militaire herstelcentrum en later thuis bij de liefhebbende familie, die nog steeds de dag vervloekt dat je werd opgeroepen naar Rostov-aan-de-Don om van daaruit met je divisie de Krim binnen te vallen. Waar het mis ging.

Stel, je bent zo goed geworden in je sport dat je deel bent gaan uitmaken van het Russische paralympisch team, excuseer, van het team van het Russische paralympisch comité. Waarom die semantiek, daar ben je nog niet achter. Het had iets te maken met de manipulatie van Russische dopingdata en een straf, zo ging rond in de atletencommunity, maar het fijne weet je daar niet van. Bovendien, wat maakt het uit? Wit/blauw/rood blijft wit/blauw/rood en er staat ‘Russian’ op de rug.

Stel, je bent naar Peking afgereisd voor de Paralympische Spelen, ruim op voorhand zoals het playbook dat voorschreef, kwestie van die Chinese virushysterie ter wille te zijn. Je familie en naasten hebben in de aanloop naar het grote moment bijeengelegd voor een nieuw racekarretje en ook dat is zonder blutsen in Peking aangekomen.

Stel, je zit in quarantaine. Je hebt internet, beter en sneller dan thuis en niet eens zo gecensureerd, en dan komt het binnen. Je land, je leger is nog maar eens Oekraïne binnengevallen. Om wat te doen? Dat weet je niet. Ja, weer iets met Russen beschermen, maar dat verhaaltje geloof je niet meer.

Stilaan gaat het dagen… De ene na de andere dominosteen valt, de ene na de andere Rus of Russische organisatie wordt gecanceld. Annulirovaniye, annulering, het woord valt voor het eerst. Niet de Spelen, die gaan door, maar wat met ons? Gelukkig wordt het Internationaal Paralympisch Comité geleid door een wereldvreemde onnozelaar die Andrew Parsons heet en die meent dat hij en zijn bond boven alle wereldgedruis verheven zijn. Witte en andere Russen zijn welkom, maar onder neutrale vlag.

Of toch niet. Die bom valt een dag later. Oké, een spreekwoordelijke versie, niet te vergelijken met wat op Oekraïne valt, maar toch. Drie jaar de pleuris getraind, drie jaar geschraapt en gespaard, borsjtfestijnen georganiseerd, ingelegde augurken verkocht, de lokale maffiabaas aangesproken en dan zit je eindelijk in Peking, lig je op medaillekoers en moet je, blyat, terug naar huis.

Ik heb met je te doen, maar het is niet anders, Alexander of Alexandra. De nevenschade van de oorlog is duizenden malen erger dan een Russische paralympiër die zijn/haar ding niet zal kunnen doen in Peking en omstreken.

Eén grote sport duldt voorlopig nog Russen op kampioenschappen maar dan als neutrale atleet en dat is het zwemmen. Nu ja, als één bestuur van een wereldbond met één been in de alzheimerkliniek zit, dan wel die zwemclub van de FINA. Vladimir Poetin is zijn zwemorde kwijt en alle zwemtoernooien in Rusland worden gecanceld, maar de zwemmende Rus(sin) is nog welkom in Boedapest in juni op het WK?

Dat zal niet gebeuren. Net als met de Paralympics zullen atleten uit andere landen eisen dat de Russen – toch al niet de meest geliefde en betrouwbare na erg wisselende resultaten – worden gebannen. Is het hypocriet om Rusland en de Russische atleten zo zwaar te straffen, terwijl andere autocratische regimes ongemoeid worden gelaten? In één adem worden dan regimes uit het Midden-Oosten en Azië (lees: China) genoemd. Die hebben ook boter op hun hoofd, toch? Juist, maar die zijn niet zo sportgek als de Russen en hun Poetin.

Bovendien zijn de meeste andere problemen interne aangelegenheden. In het geval van China paste de onderdrukking van de Oeigoeren aanvankelijk zelfs in de internationale strijd tegen moslimterrorisme. Wellicht/allicht zijn de Chinezen nadien doorgeschoten. Dat kunnen wij heel erg verkeerd vinden, maar zoals een voorzitter van zo’n wereldsportbond mij ooit toefluisterde, misschien niet toevallig in Peking: onze westerse democratie is niet de enige staatsvorm en dat wij die samen met onze waarden aan de wereld willen opdringen, vinden veel van die andere landen uiterst arrogant.

Rusland is vele stappen verder gegaan. Het is een naburig land binnengevallen, wil een democratisch verkozen regering omverwerpen en zaait dood en vernieling onder de burgerbevolking. Dat is in Europa ongezien sinds Adolf Hitler en co. Het is niet te vergelijken met wat de Serviërs in de jaren negentig hebben uitgevreten en ook die zijn een tijdje van het sporttoneel verbannen. De dag dat China Taiwan binnenvalt, dan pas zullen we weten of we selectief verontwaardigd zijn. Laten we daar maar niet op hopen.

Column Oorlog en Vrede in De Morgen van maandag 28 februari 2022

Oorlog en vrede

Zaterdagochtend, koers, en met toeschouwers. In het Kuipke in Gent is nog maar eens een VRT-journalist opzettelijk zijn perskaart thuis vergeten en presenteert met kennelijk genoegen de opening van het koersseizoen in opdracht van de commerciële entiteit Flanders Classics. Iedereen mee in de polonaise, maar dat wisten we al dat de sportjournalistiek naar de kloten gaat.

Erger en nieuw: nu is ook de wereld aan de beurt. Wat kan die koers ons schelen? Zopas is bekend geraakt dat de Belgische ambassade in Kiev bij de Fransen gaat schuilen. Polen heeft beslist dat het onder geen beding – waar dan ook ter wereld – tegen Rusland zal voetballen voor die openstaande plek in de World Cup. In Oekraïne vechten mensen voor hun land. De koers is al vertrokken als Oekraïens president Volodymyr Zelensky denkt dat de situatie onder controle is. Voorlopig toch.

Als Wout van Aert in de aanloop naar de Bosberg de rest met zijn surplus aan vermogen kennis laat maken, probeert Vladimir Poetin hetzelfde tweeduizend kilometer naar het oosten. Het schiet niet op zoals verwacht. Inmiddels is hele wereld tegen Rusland en tegen Poetin.

Van Aert ook, althans dat vermoeden bestaat. Hij heeft overtuigend gewonnen en aan het eind van het interview, waarin hij uitlegt dat hij eigenlijk nog beter zou moeten kunnen als het echte werk er straks aankomt, verwijst hij naar de oorlog in Oekraïne. Een oprecht en mooi gebaar. Overal in de wereld vragen sporters – zelfs Russen – dat de waanzin ophoudt. De gek in het Kremlin geeft geen krimp.

Zondagochtend. Weer is het koers. Nu rijden ze van Kuurne richting Brussel en dan terug naar Kuurne, of toch ongeveer. Dit is het openingsweekend van het wegseizoen in België en dan weten we van geen ophouden en rijden we twee dagen na elkaar. Er valt niet aan te ontkomen: België is nu eenmaal het epicentrum van de wereldsport die wegwielrennen niet is en nooit zal zijn.

Een sport waarin België voor de bulk aan werkgelegenheid zorgt heeft een probleem en dus heeft wielrennen een probleem. Honderdvierentwintig Belgen denken dat ze hun boterham gaan verdienen met koersen. In Nederland zijn er dat bijvoorbeeld 57, maar ook Spanje en Italië hebben met respectievelijk ruim vier en vijf keer meer inwoners minder profrenners (114) dan wij.

Ergens in het oosten is Kiev nog niet in handen gevallen van het Russische leger. Er is spectaculair nieuws van het sanctiefront: de Russen worden uit het internationale betalingssysteem Swift gegooid. Elon Musk zal voor internet zorgen. De man heeft satellieten hangen boven Oekraïne. Kunnen die niet een beetje naar het noorden opschuiven en wat substantieels droppen op dat fort naast het Rode Plein…

Wie zal straks winnen in Kuurne? Een baroudeur? Of toch een sprinter? Voor de lieve vrede en rust in België-koersland hopelijk eentje van QuickStep-Alpha Vinyl, de ploeg die een dag eerder is weggereden door Jumbo-Visma.

Als met nog vijftig kilometer te rijden duidelijk wordt dat er een hergroepering zit aan te komen en een peloton met sprinters naar de aankomst rijdt, laat Poetin weten dat hij de eenheden met nucleaire wapens in de hoogste staat van paraatheid heeft laten brengen. Karl Vannieuwkerke en zijn sidekick José De Cauwer hebben alle smalltalk gehad en dus begint KVN maar in het West-Vlaams te zingen, een lied van Johny Turbo. Nog liever Poetin? Neen, dat nu ook weer niet, maar dat heeft Michel Wuyts ons nooit aangedaan.

Ondertussen worden steeds meer betogers in Rusland opgepakt. Vierhonderdduizend Oekraïners zijn gevlucht, melden de agentschappen als Fabio Jakobsen zich onweerstaanbaar losrukt uit een chaotische laatste rechte lijn. Hij houdt Caleb Ewan nog net af. Patrick Lefevere zal tevreden zijn en de Angelsaksische pers kan nu even ophouden met hun gestook om Mark Cavendish in plaats van Jakobsen naar de Tour te sturen. Een snelle switch naar BBC World News leert dat er vredesgesprekken zijn opgestart tussen Rusland en Oekraïne. Ergens in de buurt van Tsjernobyl.

Fabio Jakobsen is als Oekraïne: je gunt hem al de voorspoed van de wereld. Genoemd naar Fabio Casartelli, die in 1995 in de Tour ten val kwam en overleed, crashte hij zelf anderhalf jaar geleden in de laatste rechte lijn van een etappe in de Ronde van Polen. De verwondingen waren vreselijk en zijn leven hing aan een zijden draad. De Poolse urgentiearts die per helikopter arriveerde heeft volgens insiders zijn leven gered.

Jakobsen wint Kuurne-Brussel-Kuurne. Hij is blij en geeft een heldere uitleg over wie hij is, wat hij deed, hoe hij heeft gewonnen en eindigt met wat hem en een heel deel van de wereld bezwaart: de oorlog. Van alle sporters zijn wielrenners het meest van de wereld.

Column Seks zonder condoom in De Morgen van zaterdag 26 februari 2022

Seks zonder condoom

Sport is sinds gisteren een wapen tegen de oorlog. Wat heet wapen? Eerder een waterpistool. Deze week schreef een journaliste op Twitter dat Rusland sportief in de (olympische) ban moest, net als Zuid-Afrika destijds met de apartheid. “Die boycot was toen ook succesvol.”

O ja? In 1962 werd door de algemene vergadering van de Verenigde Naties verordonneerd dat Zuid-Afrika niet welkom was op de Spelen van 1964. Apartheid is afgeschaft in 1990, bijna dertig jaar na de sportieve ban. Zuid-Afrika keerde pas in 1992 terug op de olympische scene.

Sport heeft met politieke ommekeer weinig of niks te maken, maar dat kan nooit een reden zijn om Rusland sportief niet uit te sluiten. Alstublieft. Zo snel als maar kan, zo hard als maar kan en ook zo lang als maar kan. Tot die gek uit het Kremlin is verdreven. Daarna valt weer te praten. Misschien.

Haal alle kampioenschappen weg uit Rusland. Sluit Russische atleten en teams voor onbepaalde tijd uit van de sport. Verbied sponsoring door Russische bedrijven en verbied sponsoring door westerse bedrijven in Rusland. Schors alle Russen in de besturen van de continentale en wereldsportbonden. En dreig met uitsluiting van landen die zich niet aan die sancties houden en toch internationale contacten aanknopen.

Als de UEFA daardoor in de problemen komt omdat het Gazprom als sponsor heeft, omdat het Sint-Petersburg als speelplaats voor de Champions League-finale heeft/had gekozen, omdat het de Gazprom-baas een zitje heeft gegeven in het hoofdbestuur, omdat Rusland straks tegen Polen (en later misschien tegen de winnaar van Tsjechië-Zweden) moet voor een plaats in de World Cup van Qatar, jammer maar helaas.

Rusland-Polen op 24 maart, die wedstrijd kun je als UEFA of FIFA toch niet laten doorgaan? De drie mogelijke tegenstanders van de Russen hebben al laten weten dat ze er niet aan denken om daar te voetballen. Maar is voetballen tegen de nationale ploeg van een agressor dan wel normaal?

Gisteren kreeg het Internationaal Olympisch Comité terecht het verwijt dat het wel erg laat was met zijn veroordeling van de inval in Oekraïne en Ruslands derde (!) schending van ‘de olympische vrede’ die nog tot 20 maart moest duren. Maar wat dan te denken van de FIFA? Oor-ver-do-vend stil bleef het in Zürich. En de UEFA? Die haalde de Champions League-finale weg uit Sint-Petersburg en gaf ze aan Parijs. En ook: interlands van Rusland en Oekraïne moeten op neutraal terrein worden gespeeld. Neutraal? Neutraal is laf.

De vrijage van het voetbalbestel (bonden en clubs) met twijfelachtige regimes, weze het via hun investerings- of genationaliseerde maatschappijen, is altijd al met argusorgen bekeken. Toen de UEFA na Schalke 04 in 2012 in zee ging met Gazprom voor de Champions League was de verwondering totaal. Gazprom verkoopt niks, tenzij aan regeringen, waarom wilden die op shirts of op boarding staan?

In 2007 catalogeerde het erg kritische Duitse fanzine 11Freunde de Schalke-Gazprom-deal als seks zonder condoom. Verleidelijk, maar minstens even gevaarlijk. Vijftien jaar later hebben ze gelijk gekregen. Gazprom verdwijnt nu van de Duitse velden, net als Aeroflot (sponsor van Manchester United) van de Engelse.

In de hoop dat de horror in Oekraïne snel stopt is het nu al uitkijken naar de eerstvolgende hate game tussen Oekraïne en Rusland. Hun onderlinge voetbalconfrontaties beperken zich tot twee wedstrijden in de voorronde van Euro 2000. De Russen speelden thuis gelijk en in Kiev verloren ze met 2-1. Van animo was toen geen sprake. Vladimir Poetin werd ook pas in 1999 eerste minister.

De sportgeschiedenis kent wel wat hate games met Russen in een hoofdrol. De eerste was de waterpolowedstrijd tussen Hongarije en de USSR op de Olympische Spelen van Melbourne. Die kwam net na de invasie van Boedapest in 1956 door Russische tanks. De volledige hal jouwde de Russen uit en Hongarije won met 4-0. Tegen het einde van de wedstrijd braken gevechten uit tussen de spelers. De helft van de Hongaren vroeg politiek asiel.

De hate games aller hate games waren evenwel de twee wedstrijden op het WK ijshockey van 1969 in Stockholm tussen de CSSR of Tsjechoslowakije en de USSR, die in 1968 Praag was binnengevallen. De Tsjechoslowaken wonnen twee keer, wat in Praag aanleiding gaf tot straatprotesten tegen de Russische bezetter, die daarna extra hard terugsloeg.

Geen sport kan een oorlog stoppen, jammer genoeg, en in deze acute fase moet Oekraïne in de eerste plaats veel sterkte en moed worden toegewenst. Ooit wordt het weer beter. Via de sport je gram halen weegt misschien niet op tegen de ellende en de ravage, maar het is de mooist denkbare van alle revanches.

Column Wintersport(centrum) in De Morgen van maandag 21 februari 2022

Wintersport(centrum)

page1image37826752

De Morgen – 21 Feb. 2022 Pagina 19

HANS VANDEWEGHE sportjournalist @hansvdw

En zo zijn de zestien dagen van heerlijke Winterspelen in een wip voorbij. Opstaan en ontbijten met op de achtergrond gekras van ski’s op de sneeuw of schaatsen op ijs. Waarna de Spelen stopten bij de VRT, maar gelukkig had je nog de NOS, want die gingen de hele dag door.

Er wonnen 29 landen een medaille, België staat op de eenentwintigste plaats. Overigens heeft Rusland, excuseer het Russisch Olympisch Comité, met 32 het beste medailletotaal ooit gerealiseerd. Jammer dat maar zes keer goud werd gewonnen en helemaal dramatisch was het verlies in de ijshockeyfinale, van Finland nog wel. Misschien een ideetje voor Vladimir? Ooit was Finland ook van Rusland.

België heeft de unieke buit – historisch zou wat aanmatigend zijn – van godwelaannogtoe twee medailles voor de op een na grootste winterdelegatie die ons land heeft afgevaardigd. Zonder het goud van Bart Swings op de massastart zou het brons van Hanne Desmet op de shorttrack maar bleekjes uitvallen. De medaille van Desmet wordt deels overschaduwd door Swings en zijn goud, behaald ten koste van haar lief. Sport kan soms wreed zijn, maar zonder vervelend te willen doen, kwam het gouden Swings niet toe die vlag te dragen bij de sluitingsceremonie?

Negentien atleten vaardigde ons land af. Die presteerden niet allemaal naar behoren of naar wat we konden verwachten. Soms was daar brute pech mee gemoeid. Neem nu de vals positieve Kim Meylemans, al die ellende, al die tranen, dat schiet niet op. Haar achttiende plek is absoluut niet relevant voor haar intrinsieke talent. De alpineskiërs bakten er dan weer niets van en hadden nauwelijks excuses: vier DNF’s op vijf starts is beschamend.

Tijdens de Spelen viel wel eens te beluisteren dat België beter minder atleten zou uitsturen. Niet doen. Selecties voor Olympische Spelen wijzen zichzelf uit. Het komt niet de Belgische bonden, niet de overheden en al helemaal niet het Belgisch Olympisch
en Interfederaal Comité toe om te beslissen wie naar de Spelen mag. Daarvoor bestaan internationale quota en wie zo’n plaats bemachtigt, mag de toegang tot het grootste sporttoneel niet worden ontzegd.

Doe je dat wel, dan is dat beroepsverbod. Nationale criteria, strenger dan de internationale, houden geen steek, want als elk land alleen maar kanshebbers zou selecteren, heb je na de top een heel groot gat en vervolgens een handvol toeristen. Zo kwam Nederland (zeventien medailles waarvan acht goud) ook met een zeventienjarige kunstschaatsster naar de Spelen. Die kwam niet aan de enkels van ‘ons Loena’ maar werd wel bejubeld omwille van haar achttiende plaats.

Zelfs de Dienst van Toerisme van de Hoge Venen, een rist buitenlanders met een verdwaalde Belg ingeschreven als de Belgische biatlonploeg, hoorde op de Spelen thuis. Als de internationale bond vindt dat België aan biatlon doet, dus biatleten heeft en die bond heeft gecheckt dat die van ons geen gevaar vormen voor de anderen – er wordt wel geschoten hoor – dan mogen die voor mijn part naar de Spelen.

Oké, het mocht iets meer zijn. Het beste resultaat werd geschoten en gelopen door Lotte Lie, een halve Noorse: 45ste en 64ste. De mannen klasseerden zich telkens weer tussen de exoten, met als uitschieters (wellicht misschieters) enkele plaatsen in de negentig. Geen idee dat zoveel biatleten toegelaten waren op de Spelen.

Waarvoor wel criteria op hun plaats zijn, is voor de subsidiekranen. Meelopers verdienen niet de ondersteuning van atleten die echt kans maken op een plaats in de top of op een goede dag in de buurt van de medailles komen. Geen flauw benul wat die biatlonploeg heeft gekost, maar overheidsgeld moet daar niet aan worden gespendeerd, ook niet als het overheidsgeld van Franstalig België is. Niet het minst omdat het hoofdzakelijk om buitenlanders gaat die een Belgisch paspoort hebben genomen omdat ze in eigen land niet meer aan de bak komen.

Laat deze succesvolle Spelen het begin zijn van een bescheiden maar ambitieuze topsportcultuur in wintersport. En kies waar je voor gaat. Dat bobsleeën… België heeft meer bobs dan vrouwen en nul mannen om er in te springen. Topsport is niet gebaat bij dat soort hobbyisme. Wat zou kunnen helpen om mee te beginnen, is een topsportcentrum voor ijssport. De gouden medaille van Bart Swings is een mooie aanleiding om een ijshal met een vierhonderdmeterbaan te bouwen. Lange baan, shorttrack, curling, kunstschaatsen, allemaal op één locatie. Het is niet uit te leggen dat al je medailles onder Nederlandse paraplu zijn behaald en dat je beste Belgische mannelijke olympiër aller tijden in eigen land niet terecht kan voor zijn sport.

Verhaal over goud van Bart Swings in De Morgen van maandag 21 februari 2022

Bart Swings is baas, boven alles en iedereen

page1image38215184

De Morgen – 21 Feb. 2022 Pagina 18

Eén cartouche weg en dan een tweede en een derde in achtervolging op de Nederlanders. Waarna hij een vierde keer aan de bak moest en ook een vijfde pijl verschoot. Geen paniek, België. Dit was waarvoor hij had getraind, dit was skeeleren op ijs, dit was zijn moment. Met de streep in zicht was hij niet meer te houden. Goud, zoveel mooier dan dat zilver van vier jaar geleden.

Na zijn drie olympische starts in de afstandsraces, met eerder bescheiden uitslagen, heeft Bart Swings gedaan wat hij had beloofd. Na zilver in Pyeongchang ging hij vol voor het olympisch goud in Peking. Vijftien rondjes lang controleerde hij het hele veld. Nooit was hij uit de eerste drie, twee derde van de gaten reed hij dicht. In de sprint klopte hij twee Koreanen, onder wie de man die hem vier jaar eerder te snel af was.

Nooit eerder heeft een Belgische sporter zo’n meesterschap aan de dag gelegd en dat in een mondiaal veld. Swings hoopte na afloop dat zijn adoptieland Nederland het hem zou vergeven dat hij hun onderdanen had teruggehaald. En of. Op de Nederlandse tv kreeg hij een staande ovatie van het publiek in het omkaderend programma.

Nederlanders weten schaatsprestaties te waarderen en van Swings, wonend in Heerenveen en schaatsend voor het Nederlandse professionele Team IKO, hebben ze al langer een hoge pet op. Voormalig olympisch kampioen Mark Tuitert, die Swings van het skeeleren kent, en zijn collega’s spaarden hun lof niet. “Meesterlijk. Verbluffend vakmanschap. Gedurfd geracet en gewonnen. Als er één verdiende te winnen…”

Het predikaat onbelgisch viel niet, maar was op zijn plaats geweest: nooit eerder heeft een Belg zo overtuigend aangekondigd goud gewonnen. Alle ogen waren gericht op Swings, laatste Belgisch ijzer in het vuur van Peking 2022. Op het brons dat uit de lucht kwam vallen voor shorttrackster Hanne Desmet na, waren de resultaten middelmatig geweest. Soms met terechte excuses, meestal niet. Onder de middelmaat was de algemene conclusie en met die wetenschap in gedachten moest Swings de baan op.

In een interview dat eerder in deze krant verscheen was dit zijn laatste quote: “In Sotsji in 2014 heb ik vooral genoten, maar wist ik na afloop wat ik wilde in Pyeongchang: een medaille. Die heb ik gehaald. In Pyeongchang heb ik mij voorgenomen om nog eens vier jaar alles te geven en beter te doen dan zilver. Dat geeft druk, maar die heb ik nodig. Druk tilt mij naar een hoger niveau.”

Die was nog toegenomen na zijn overtuigende winst op het EK, maar daar werd een wedstrijdverloop geschreven alsof alleen hij mocht winnen. Nooit kwam hij op kop, nooit reed hij zelf een gat dicht, altijd zat hij vooraan uit de wind, tot hij in de laatste halve ronde fris als een hoentje het hele veld oprolde. In Peking zou het andere koek zijn, dat wist hij.

Dat bleek meteen na de eerste ronde. Ontsnapping na ontsnapping probeerde iemand weg te geraken. En het was telkens Swings die het gat dichtreed. “Doe nou eens een keertje niet Swings”, aldus de Nederlandse analisten, in de hoop dat een Nederlander weg zou geraken, maar oprecht bekommerd omdat hij met zijn krachten woekerde. Was een vlieg hem gepasseerd, hij was er nog achteraan gegaan, zo hitsig stond de minzame Leuvenaar.

Tegenstanders uit het skeeleren kennen die twee gezichten. Een heel aardige man die je alles gunt buiten de wedstrijd, een meedogenloze killer als het startschot is gegaan. Laat de massastart nu net skeeleren op ijs zijn, laat hem nu ook de fysiologische capaciteiten hebben die hij van jongs af aan heeft ontwikkeld: rustig rijden, versnellen, inhouden, weer rustig, knallen als het moet en naarmate de wedstrijd vordert de pees erop en aan het eind overhouden voor de sprint.

Hij had zoveel over, deze Bart Swings. De Koreanen dachten allicht dat ze die genereuze Belg die voor hen het hele veld had samengehouden, even konden oprollen. Niet dus. Eén Bart Swings. Twee Jae-Won Chung. Drie Seung-Hoon Lee. Nummer vier werd Joey Mantia, eerder deze week geout als het lief van Hanne Desmet. Ook hem zagen we de hele wedstrijd niet. Allen ondergingen ze de wet van Swings. “Ik voelde mij zo sterk vandaag dat ik niets zou weggeven.”

Skeeleren als geheim

De formule van Swings is dat hij anders traint dan de andere schaatsers. Hij maakt deel uit van een schaatsteam dat gefixeerd is op de afstanden, zeg maar tijdritten, en hij rijdt die ook zelf. In dat team heeft hij schaatstrainers, die aan zijn techniek hebben gewerkt. Zijn fysieke voorbereiding en algemene belasting worden gemonitord door Jelle Spruyt, die hem begeleidt van toen hij als tiener begon met skeeleren.

Spruyt en Swings kennen hun sport als geen ander en weten dat interval – korte inspanningen afgewisseld met rustige recuperatiestukken – het geheim is van een goede massastart op ijs, zoals dat ook het geheim is van skeeleren. Zelfs de veelbesproken sprint in de massastart is niet echt een sprint zoals in het wielrennen, maar een all out intervalinspanning van vijftien seconden.

Zo traint Swings ook op de fiets, waar hij meer uren op slijt dan op het ijs: duurtraining voor de basis uiteraard, maar ook heel veel zogeheten blokken, korte en langere hevige inspanningen afgewisseld met recuperatie.

Met dank aan die training, die hem fysiologisch op het lijf is geschreven, heeft hij het hele veld in Peking gedomineerd. Hij was heel even die renner die in een selecte kopgroep in de laatste vijf kilometer van een topklassieker op alles reageert wat beweegt, er zijn hoofd bijhoudt en het dan onweerstaanbaar zelf afmaakt in de sprint.

Zoals Swings reed, dat heet suprematie. Belgiës beste mannelijke naoorlogse olympiër – goud en zilver – is zowaar een wintersporter en zijn naam is Bart Swings uit Herent bij Leuven, burgerlijk ingenieur van studie, snelschaatser van professie en meester van zijn eigen universum.

Column over Valijeva in De Morgen van zaterdag 19 februari 2022

De val van Valijeva

Of dit niks voor mij zou zijn? Zo stond het vorige week in een mail met een doorgestuurd bericht van het wereldantidopingagentschap WADA. Die zochten voor een kortlopend project een ombudspersoon tussen de atleten en de organisatie. Desgevallend kon een goed woordje voor mij worden gedaan.

Ik heb heel even gedacht om mij te gooien. Met de nadruk op heel even, een seconde of tien. Bij nader inzien: niks voor mij. Ik heb steeds vaker te doen met atleten die aan de schandpaal staan en voor ik het zou beseffen zou ik in conflict komen met mijn ‘organisatie’, nog maar eens.

Doping is wellicht de meest complexe randmaterie in de topsport. Naast de klassieke ‘wie, wat, waar en hoe’-vragen speelt ook nog ‘hoeveel en wanneer’ en ‘wat is de context’. Het moet zwart of wit zijn, vond cocommentator Kevin Van der Perren toen hij het ijsschaatsen van deskundig commentaar voorzag en de zaak rond Kamila Valijeva ter sprake kwam. Neen, doping heeft veel tinten grijs.

Beginnen we met het product, de wat-vraag. Trimetazidine, het klinkt als een middel waar atleten bij bosjes van dood vallen, maar de realiteit is anders. Het kwam pas in 2013 op de lijst van het WADA en dan nog alleen omdat het vooral in Oost-Europese landen populair is als supplement voor sporters.

Was TMZ Amerikaans, aldus een dopingexpert, dan had het nooit op de lijst gestaan. Dat het er samen met meldonium (de Sjarapova- case) is op gekomen was dus, volgens die insider, “om de Russen te kloten”. Beste bewijs: het is als zogeheten specified substance al een paar keer geherclassificeerd en staat nu geparkeerd bij de metabole modulatoren. Dat klinkt heftig, maar de schaarse straffen die voor het gebruik zijn uitgesproken, zijn nooit langer dan acht maanden. Straffen zijn overigens het unieke voorrecht van de ‘betrapte’ Oost-Europeanen. Die ene Amerikaanse die ooit TMZ plaste werd vrijgesproken.

Als ombudspersoon had ik geadviseerd om de zaak onder de radar uit te klaren, wat misschien is geprobeerd, maar een naarstige ziel heeft nog voor de zaak juridisch kon worden aangepakt het afwijkende analyseresultaat (wat nog iets anders is dan een positieve dopingplas) kenbaar gemaakt. Waarop het IOC en de internationale schaatsbond in een kramp schoten en de (verkeerde) beslissing namen om de medailleceremonie van het gemengd kunstschaatsen niet te laten doorgaan. Het hek was van de dam en de framing kon beginnen.

Ja, het ging om een Russinnetje, inwoner van een land met een uiterst bedenkelijke reputatie. Evengoed ging het om een product waarvan de meeste dopingbestrijders zich afvragen wat dat op die lijst staat te doen, wetende dat TMZ (haast) niks doet bij gezonde mensen en de meeste TMZ-innames het gevolg zijn van besmette supplementen. Ja, het werkt op het hart en de doorbloeding, maar zo zijn er wel meer producten. Cafeïne bijvoorbeeld of sildenafil (Viagra), geen van beide verboden.

De framing was niet meer tegen te houden. The New York Times kwam met het bericht dat bij Valijeva nog twee middelen zijn aangetroffen die worden gebruikt bij hartproblemen: Hypoxen en L-carnitine. Hoezo, aangetroffen, en dan? Geen van beide is verboden. En controleren ze in Stockholm nu ook al op L-carnitine? Neen dus. Valijeva (of haar begeleiders) hebben, zoals het hoort, op haar dopingformulier die twee producten ingevuld bij de lijst van middelen die ze had ingenomen. Zo schreef The New York Times het ook op, maar onze afschrijfmedia lieten het voorkomen alsof de producten toevallig waren ontdekt in haar urine.

De tafelspringer Travis Tygart van het Amerikaanse antidopingagentschap – een jurist zelden gehinderd door al te veel kennis – was er als de kippen bij om te melden dat de combinatie van de drie middelen kon leiden tot verbeterde prestaties. Welja, dat is wat sommige supplementen beweren te doen, en als je dertig uur per week traint kun je wel wat suppletie gebruiken. (Die extreme belasting op vijftien jaar is fout, maar dat is een andere discussie). Tot nader order zijn L-carnitine (werkzaamheid bewezen, met name in de vetverbranding) en Hypoxen gewoon supplementen. Dat laatste (Russisch) middel heeft een naam die doet denken aan epo, maar is een simpele antioxidant en ik wil de atleten van Peking 2022 niet te eten geven die antioxidanten slikken.

Overigens, het was allesbehalve plezant wat Valijeva eergisteren overkwam, dat vallen en vallen en nog eens vallen en dan die lage punten. Maar géén medaille was nog de beste uitkomst voor haar. Of ze bij die heks van een trainster moet blijven, dat moet ze zelf maar uitmaken. Hoe dan ook, Valijeva overleeft dit wel. Ooit springt en glijdt ze naar de sterren.

Column Historisch in De Morgen van maandag 14 februari 2022

Historisch

Kim Meylemans, altijd goed voor een top zes en dus een outsider die haar zinnen had gezet op een medaille, is maar achttiende geworden in het skeleton. Toen ze na haar vierde run van haar slee kwam, was ze liefst in het ijs en langs een onderaardse gang meteen naar de andere kant van de wereld verdwenen. Beschaamd, beledigd, ontroostbaar, de acute depressie nabij.

Ik sprak met haar in de laatste dagen van 2021 (DM 10/02). Dat was in de universitaire topsporthal in Leuven. Er was een camera, er lag een bandrecorder en tegenover haar stonden drie mensen die ze van haar noch pluimen kende. IJs breken hoefde niet. Op de eerste vraag volgde meteen een hele uitleg, klaar en duidelijk. Gevolgd door een glimlach. Op de tweede vraag ook, de derde idem, en dat ging zo maar door, inclusief de glimlach.

Zelden heb ik iemand tegenover mij gehad die zo open, zo professioneel, zo intelligent en zo interessant over haar/zijn sport kon praten. Het was een masterclass antwoorden. Na een uur was het afgelopen en ik zei iets meligs als “wow, dat ik dit nog mag meemaken na veertig jaar in dit vak, bedankt”.

De pech die Meylemans te beurt is gevallen, zo zei ze zelf, die was te veel voor een mens alleen. Niet te overzien en ook niet voorzien, al had iets meer voorzichtigheid en afzondering in de aanloop naar die Spelen misschien geloond. Dan was ze misschien niet besmet geraakt, wie weet. Wel zeker is dat zij én het BOIC het Playbook niet grondig genoeg hebben gelezen. Alles wat de Chinezen haar hebben aangedaan, was netjes vooraf opgelijst. De emoties die daarmee gepaard gingen, hebben uiteindelijk wellicht die hamstringblessure veroorzaakt. Misschien had dat anders, beter gekund, misschien ook niet, het is al te makkelijk om van 8.000 kilometer ver te oordelen. Laten we hopen dat ze de steun krijgt die ze verdient en nog vier jaar doorgaat.

Die steun is nu wel verzekerd voor het shorttrackproject van Pieter Gysel na de bronzen medaille op de 1.000 meter. Hanne Desmet is de antipode van Kim Meylemans: gereserveerd, introvert, erg op haar hoede. Na de val van de nummer drie en vier wist ze heel goed dat zij als derde over streep kwam en brons had, maar hebt u gezien hoelang het duurde vooraleer er een glimlach verscheen? Wat zal het zijn geweest? Minstens een minuut voor de glimlach en een paar minuten voor de eerste knuffel, maar geen euforie en ook een dag later niet.

Desmet had haar brons liever anders gewonnen, zo steekt zij nu eenmaal in elkaar. Dat wil ze woensdag de wereld laten zien op de 1.500 meter, haar favoriete afstand.

Het was een heel knappe race waarin ze vanuit die vervelende vijfde positie meteen probeerde in te halen maar daarbij zo’n cartouche verschoot en bijna een bocht miste dat ze een paar ronden moest bekomen. Of ze in die allerlaatste ronde nog een move in huis had, dat weet alleen zij, maar daar leek het niet op.

Met alle respect, dit was ook geen Steven Bradbury revisited. Die Australiër kwam in Salt Lake in 2002 toevallig in de halve finale terecht omdat een Canadees werd gediskwalificeerd. In die halve finale reed hij kansloos laatste op meters, maar werd eerste omdat ze voor hem allemaal vielen. Idem in de finale: kansloos laatste op nog meer meters, maar voor hem vielen ze met drie in de laatste bocht en hij pakte goud.

Desmet pakte brons met een gelukje, een verdienste in een sport waarin de eerste vereiste is dat je heelhuids de aankomst haalt. Verdiend ook gezien haar intrinsieke talent, en verdiend gezien de pech die Desmet heeft gekend. Eind vorig jaar in Heerenveen zat ze nog aan de andere kant van de tafel met dichtgeknepen oogjes een beetje ineengedoken, de sporen van een val eerder dat jaar. Te veel licht kon ze niet aan, van te veel geluid en te veel indrukken werd ze snel moe, de hoofdpijn was maanden na die val nog niet weg, als dat maar goed kwam tegen Peking. Het kwam goed, net op tijd.

Haar prestatie is historisch genoemd door de Belgische media, die nooit verlegen zitten om een overdrijving en doorgaans weinig last hebben van historisch besef. Als decennialang ondermaats sportland eindelijk een beetje beginnen te presteren, is niet historisch maar normaal.

Hoe we ons dan verliezen in de euforie was te merken aan de freudiaanse fout op de één van een sportkrant. Daar stond in grote letters: eerste individueel goud ooit voor een Belgische. Het was geen goud, het was brons, mooi brons, zelfs heel mooi brons. Historisch houdt iets in van een eindpunt. Neen, dit brons moet een opstap zijn naar meer en beter.

Column Icelobbygate in De Morgen van zaterdag 12 februari 2022

Icelobbygate

Heerlijk die Winterspelen, om nooit genoeg van te krijgen. Al dat gedoe, al die toestanden, al dat geneuzel over levensbelangrijke, minder levensbelangrijke en totaal onbelangrijke zaken. Het begon nog voor de Spelen met de onthulling dat er kunstsneeuw ligt in de heuvels rond Peking. Alsof dit de eerste Spelen zijn die worden geskied op kunstsneeuw. Alsof er in de Alpen geen kunstsneeuw wordt gespoten.

Het ging door met de ‘mensonwaardige behandeling’ van onze skeletoni Kim Meylemans, die in afzondering moest nadat ze in isolatie had gezeten. Behalve dat er tijdelijk geen plek was in het olympisch dorp voor die afzondering, was er weinig aan de hand, want die afzondering stond wel in het playbook.

En toen begon de sport. Een van de eerste mooie story’s was die Canadese winnaar op de slopestyle, Max Parrot. Donderdag verscheen op een site een kop, niet geheel subtiel in elkaar geflanst… Smet op olympisch goud van kankeroverlever Max Parrot? “Als we het gezien hadden, zou hij een andere score gekregen hebben…”

Dan heb je lymfeklierkanker overleefd, dan heb je twaalf chemo’s doorstaan, dan sta je op de Spelen, dan pak je goud, gaat ineens je hele community aan jou twijfelen. En waarom? Omdat een dubbele knee grab te hoog is gewaardeerd. Gedoe.

Of nog, die Kamila Valijeva, kunstschaatster. Kunstspringster is een juistere omschrijving gezien ze de helft van de tijd van haar küren in de lucht hangt. Loena Hendrickx, die een beetje verderop in de krant in Zeno staat, twijfelt aan de Russinnen. Zo jong, zo hoog springen en zo veel keer draaien, tot vier keer. Ik zei haar dat er geen pilletje bestond om vier keer om je as te kunnen draaien, dat het mij eerder een verhaal van detectie, selectie en training leek.

Maar zie, in de urine van Kamila is wellicht een middel gevonden dat op de dopinglijst staat. Vorige zin is niet hetzelfde als: ze heeft zich gedopeerd en is betrapt. Zelfs niet als het om een Russin(netje) gaat. Gedoe. Mysterie. Wat is hier aan de hand? Hoe komen we hier uit? Mag Kamila dinsdag meedoen? En wint ze?

Maar niks van wat hierboven staat en al het andere dat zich in Peking afspeelt, kan tippen aan Icegate. Het was Nils van der Poel die de kat de bel aan bond. Eerst even deze toelichting. Nils is geen familie van Mathieu, meer zelfs, hij is niet eens een landgenoot van Mathieu. Dat heb je met schaatsen: zelfs als de Nederlanders op hun favoriete afstand van de 10.000 meter slaag krijgen van buitenlanders, dan hebben die nog een Nederlandse naam. Ted-Jan Bloemen won in 2018 en hij is Canadees. Nils van der Poel won al de vijf kilometer en was gisteren ook de beste op de tien kilometer, hij is een Zweed.

Die Van der Poel had na zijn eerste goud een verhaal gelezen op schaatsen.nl waarin werd uitgelegd hoe de Nederlandse equipe iemand in Peking had om op wetenschappelijke wijze het ijs te beoordelen. En werd daar fijntjes bij vermeld: en om te gaan lobbyen ten faveure van de Nederlandse schaatsers bij de ijsmeester.

Daar zit een redenering achter. Nederlanders, zo moet u weten, beschikken doorgaans over een zeer gave techniek en willen hard ijs. Nils van der Poel, vinden de Nederlanders, tart veel (Nederlandse) schaatswetten en doet maar wat op dat ijs. Is hij dan gebaat bij zacht, zogeheten werkijs? Het maakt hem weinig uit: hij schaatste een olympisch en een wereldrecord.

De olympische ijsmeester is geen Nederlander, maar een Canadees, met als thuisbasis de wereldwijd geroemde ijshal in Calgary. In Canada hebben ze haast van nature nog net iets meer met ijs dan in Nederland. Van der Poel noemde die bemoeienis van de Nederlanders corruptie en een groter schandaal dan doping. Dat laatste zou ik nog zo niet weten en als ik daar in Peking was geweest, dan had ik Van der Poel Wittgenstein aangeraden. Slecht vertaald: waarover men niet kan spreken (niks afweet), moet men zwijgen. De realiteit wil dat er vanaf de jaren negentig tot begin deze eeuw haast geen gouden medailles gewonnen zijn in het schaatsen zonder dat er epo in het spel was.

Maar goed, het spel zat op de wagen en donderdag en gisteren ging het er de hele tijd over. Nils van de Poel wilde provoceren, was de conclusie aan de Jaap Edenbaan in Amsterdam, waar de Nederlandse omkadering wordt ingeblikt. De Zweed met Nederlandse opa – vandaar die naam – nam alvast niks terug. Hij had zijn dubbel goud binnen en die Nederlanders die altijd iets te zeggen hebben over zijn rare techniek en die denken dat ze het schaatsen hebben uitgevonden, kunnen zijn rug op. Bovendien heeft hij al laten uitschijnen dat hij die ene keer schitteren op de Spelen wel genoeg vindt, dat hij eigenlijk voortaan liever gaat ultralopen.