Interview Loena Hendrickx in De Morgen vn zaterdag 12 februari 2022

‘Wat die Russen kunnen, dat snap ik niet’

De sprongkracht van sommige tegenstanders maakt een olympische plak bijna onhaalbaar, maar voor artisticiteit en choreografie kan iedereen in de leer bij Loena Hendrickx (22). ‘Op het EK in Tallinn was mijn bagage zoek. Ik heb dan maar op sokken getraind.’

Op het afgelopen Europees Kampioenschap in januari in Tallinn werd Loena Hendrickx niet geheel onverwacht vierde. Niet geheel onverwacht, omdat ze op het WK van vorig jaar al als vijfde eindigde en in eerdere topcompetities net naast of net op het podium had gestaan.

In Estland bevestigde ‘ons Loena’ uit Arendonk haar talent met brio. Na de korte kür — verplichte sprongen, pirouettes en passencombinaties die samen maximaal 2 minuten en 40 seconden duren — stond ze zelfs even tweede, achter de ongenaakbare, amper 15-jarige Russin Kamila Valijeva. Twee dagen later, en na de lange kür, waren alle drie de Russinnen haar voorbij. Mits een foutloze oefening had ze misschien brons kunnen halen, want de Russen vielen vaker dan hen lief was.

Maar Loena Hendrickx viel ook. Niettemin glunderde ze. “Ben ik beter dan ooit? Misschien wel, ik vóél mij alvast beter dan ooit. Ik ben sterker en heb minder last van blessures. En ik ben maar een heel klein beetje zenuwachtig geworden toen in Tallinn mijn bagage zoek bleek. Ik heb dan maar op sokken getraind en een dag later was de koffer daar dan toch.”

En dat terwijl je aanvankelijk twijfels had bij je nieuwe küren.

“Veranderen om te veranderen is niet wat ik wil. Veranderen om te verbeteren, dan ben ik onmiddellijk mee. Mijn twijfels hebben niet zo lang geduurd. Mijn broer (Jorik, haar coach) en de choreograaf hebben mij kunnen overtuigen. De korte kür met die vaste verplichte elementen verschilt niet zo veel. Het was vooral de lange kür die mij wat zorgen baarde. Die was compleet uit mijn comfortzone, met bewegingen die ik helemaal niet gewend was.

“Het aanleren verliep ook totaal anders dan ik gewoon was. Normaal neem je zo’n oefening in één keer helemaal op en probeer je die meteen integraal zo goed mogelijk uit te voeren.

“Maar voor mijn nieuwe oefening moest ik echt eerst werken op alle nieuwe onderdelen en de details in de bewegingen krijgen, voor ik aan het totaalplaatje kon beginnen. Eigenlijk was het beginnen van nul.

“De mensen rond mij hadden er echter vertrouwen in en ik heb vertrouwen in hen, dus bleef ik er voor gaan. Het is een heel andere stijl dan ik gewend was, met die oriëntaalse muziek. De twijfels verdwenen helemaal toen ik vanaf het begin erg goede reacties kreeg, ook van de jury. Dat geeft moed om ermee door te gaan.”

Kon of wilde je nog iets veranderen tussen het EK en de Spelen?

“Neen, niks essentieels. Een kür heb je voor het hele seizoen en dat loopt van de herfst tot de lente. Ik train constant op allerlei sprongcombinaties, maar de kans is klein dat ik in de komende olympische wedstrijd iets anders zal proberen. Ik ben al zo blij dat ik dit aankan en dat mijn lichaam het uithoudt. Ik hoop dit seizoen vol te maken zonder nieuwe blessures en dan deze zomer hard te werken op een drievoudige axel (de moeilijkste triple, HV).

“Een quad (viervoudige sprong, HV) is voor mij en mijn lichaam niet weggelegd, daar ben ik mij van bewust. Mijn moeilijkste sprong is voorlopig de drievoudige Rittberger. En ook die heb ik in competitie nog niet zo vaak gedaan. Voor het EK heb ik hem er zelfs uitgehaald omdat ik mij niet zeker genoeg voelde. Op de Spelen wel? We zullen zien. Alleen als ik top ben.”

Je hebt je deel wel gehad met blessures.

(zucht) “Op een gegeven moment dacht ik: als dit niet stopt… Het begon in 2019; toen ben ik een jaar lang van de ene in de andere blessure gevallen. Ik heb mijn lichaam veel rust gegeven en corona heeft mij daarbij geholpen. Toen ik weer mocht beginnen, in 2020, was daar de lockdown. Enerzijds een tegenvaller omdat ik weer wilde schaatsen, maar het gaf mij wel de kans om in die vier maanden nog sterker te worden.”

“Corona is een van de oorzaken dat ik in seizoen 2021-2022 beter ben dan ooit. Het is nu niet dat ik niks meer voel, hoor. Tijdens of na een training roep ik nog weleens ‘ai’, maar de pijn tijdens het schaatsen is uit te houden. En met wat rust gaat hij ook weer weg. Er is een tijd geweest dat ik altijd pijn had, of ik nu op schaatsen stond of niet.”

Jullie zijn gymnasten op ijs, en dat betekent: heel veel belasting op heel jonge leeftijd.

“Zeg dat wel. Vandaar dat je deze sport na je dertigste niet meer kunt doen. Ik ben 22 en zit al over de gemiddelde leeftijd. Ik behoor echt tot de ouderen, zeker als je de Russinnen meetelt.”

Wat doe je nu anders om gezond te blijven?

“Vroeger zou ik alle uren op het ijs hebben doorgebracht en vooral hebben geschaatst, maar dat doe ik niet meer. Ik schat dat ik tegenwoordig meer naast dan op het ijs train. Dat gaat dan om krachttraining, lichaamsstabiliteit, blessurepreventie… alles wat helpt om sterker te worden. Ik heb met Jorik natuurlijk ook een trainer die mij erg goed kent. En mijn broer heeft zelf zijn deel gehad toen hij nog op hoog niveau schaatste; hij weet wat er nodig is om een completere atleet te worden. Bovendien ziet hij als eerste wanneer ik pijn krijg, en dan past hij meteen de training aan.

“Jorik is de ideale trainer. Ik heb iemand nodig die de baas speelt over mij. (lacht) Oké, laat ik het anders zeggen, want dat klinkt misschien wat raar: ik heb iemand nodig die mij zegt dat ik naar de kinesist moet, of naar de dokter en wat ik moet doen op training om gezond te blijven. Laatst had ik last aan mijn rug en zei hij: ‘We gaan een MRI laten nemen.’ Ik volg hem daar dan in.

“Wat er op die scan te zien was? Wat dacht je? Veel sleet, meer dan normaal bij iemand van mijn leeftijd. Ik heb al eens een stressfractuur op de wervels gehad en af en toe een stressreactie. Dat moet ik heel goed in de gaten houden.”

Het 25 jaar geleden verschenen boek Little Girls in Pretty Boxes gaat over fysieke overbevraging in de gymnastiek- en kunstschaatswereld. In de gymnastiek leerde men daar niet van. Hoe zit dat bij jullie?

“Ik heb wel gevolgd hoe het er in de gymnastiek aan toe is gegaan. Maar er is een verschil tussen kunstschaatsen en gymnastiek in België en er is nog een groter verschil tussen wat wij doen in België en wat er gedaan wordt in de grote landen die uit veel talent kunnen kiezen. Mijn broer en ik zijn ermee begonnen uit een soort eigen drive. Er was nooit een omkadering die ons snel heeft opgepikt en ons dwong dingen te doen die we niet wilden doen. We konden ook onze eigen begeleiding kiezen. Het nadeel was dat we die ook zelf moesten betalen, allee, mijn ouders dan.

“Ik kan mij inbeelden dat het systeem veel dwingender is in landen waar ze al in de lagere school talenten spotten. Maar hoe het daar nu aan toegaat, ik zou het niet weten. Als ik op de livestream naar het Russisch kampioenschap kijk, zie ik alleen dat ze daar ontzettend veel talent hebben. Ik mag blij zijn dat er maar drie Russinnen mogen deelnemen aan grote kampioenschappen. Tegen die drie maak ik sowieso geen kans. Niet normaal wat ze daar al op jonge leeftijd kunnen.”

Niet normaal, zeg je, maar er bestaat geen pilletje of spuitje dat een 15-jarige in staat stelt om een viervoudige sprong uit te voeren. Waar hebben ze hun voorsprong dan aan te danken? (Afgelopen donderdag bleek dat er een onderzoek gaande is naar een eventuele positieve dopingtest van Kamila Valijeva in december 2021. Het zou gaan om een middel dat de uithouding en doorbloeding zou bevorderen, red.).

“Ik zie alleen wat ik zie. Met wat ik nu kan, maakte ik acht jaar geleden kans op een olympische medaille, misschien zelfs nog in Pyeongchang vier jaar geleden. Nu ben ik kansloos. Zelfs al vallen ze een paar keer, ze zitten zo ver boven mijn niveau dat ik er altijd achter eindig, ook al rijd ik foutloos.

“Ik ben echt niet de enige die het bizar vindt, dat een 13-jarig Russisch meisje met die hele dunne beentjes van haar al een viervoudige sprong kon. Zo explosief, en zo klein en fijn, ik snap het niet. Het is toch opvallend dat zij de enige schaatssters zijn die die sprongen standaard aankunnen.

“In 2002 heeft een Japanse als eerste een quad gesprongen. Daarna duurde het tot 2018. Japanners, Chinezen, Amerikanen, die doen geen viervoudige sprongen. Alleen die piepjonge Russinnen kunnen ze aan. Niet één, niet twee, maar tegenwoordig zie je tot drie en vier van die quads in één routine, onwaarschijnlijk.”

Is de jurering niet meer aandacht gaan schenken aan het artistieke en minder aan de acrobatie?

“Het is van alles wat. België heeft het kunstschaatsen ontdekt door Kevin Van der Perren, een formidabele springer, maar hij was minder goed op artisticiteit, zoals pirouettes en al het andere tussen de sprongen. Toch haalde hij hoge scores, omdat uitblinken in één aspect destijds werd aanvaard. Vandaag zou hij het lastiger hebben om in de top te eindigen. Je moet alle aspecten beheersen.

“De jurering ligt minder onder vuur dan twintig jaar geleden. Ik heb eens een documentaire gezien over hoe een jurylid een bepaald land bevoordeelde, waardoor schaatsers van haar eigen land ook mooie punten kregen (het Salt Lake City-juryschandaal in het ijsdansen uit 2002, HV). Dat kan nu niet meer. Extreem hoge of lage scores worden geschrapt.

“Die juryleden kennen elkaar ook erg goed. Ik weet niet wat daar nog speelt en of die grote landen een voordeel hebben. Hoewel ik laatst toch grote ogen trok toen ik hoorde dat een Russisch jurylid al haar collega-juryleden had uitgenodigd op een verjaardagsfeestje. Dat vond ik raar. Ik denk dat de grote landen nog steeds een streepje voor hebben. Al hebben wij Belgen met Françoise de Rappard in Peking ook een gerenommeerd jurylid.

“Ik heb een goeie band met de juryleden. Maar om nu te zeggen dat ik de chouchou ben van de jury, dat nu ook weer niet. Ik denk dat ze appreciëren wat ik in deze sport doe, hoe ik mijn oefening opbouw en wat ik erin steek. Ik probeer het zo mooi en gracieus mogelijk te brengen.”

Je geeft blijk van een opmerkelijk mentaal evenwicht in een mentaal erg zware sport. Je bent als kind door zwaar weer gegaan. Heeft dat je gesterkt?

“Ik ben in de lagere school gepest, ja. Niet dat ze mij pijn deden of zo, of lastigvielen, ze negeerden mij gewoon. Ik werd buitengesloten omdat ik zogezegd voordelen genoot en anders wilde zijn. Dat had rechtstreeks te maken met het schaatsen. Ik trainde veel, kwam soms niet naar de les, naar verjaardagsfeestjes gaan zat er vaak niet in omdat ik altijd wel een competitie had of moest trainen.

“Zelf gaven we ook geen feestjes. Al het geld ging naar het schaatsen en mijn ouders hadden het toen niet erg breed. Die hebben zich voor ons het vuur uit de sloffen gelopen. Mijn broer en ik schaatsten, maar we hebben nog twee andere broers die ook aandacht verdienden.

“Toch heeft dat alles mij nooit tegengehouden. Ik ben altijd verliefd geweest op deze sport en wist wat ik wilde bereiken. Het werd pas echt vervelend toen ik veranderde van school en naar het middelbaar ging. Bijna een heel schooljaar ging het goed, tot het opnieuw begon, door meisjes die bevriend waren met die pesters van de lagere school. Weer dat geroddel over ‘ze is er nooit’ en ‘ze mag meer’…”

Je bent dan naar Nederland gegaan.

“Toen we vrij hadden op een of andere pedagogische studiedag zijn Jorik en ik gaan trainen in Nederland. Ik zei toen zonder echte bijbedoelingen dat ik dat elke dag wel zou willen. Jorik heeft dat onthouden en is gaan zoeken naar een topsportschool in België, tot bleek dat er een was in Eindhoven. Wij wonen in Arendonk, dus dat is bijna om de hoek.

“Op slag veranderde alles. Als ik twee weken op trainingskamp was geweest en terugkwam op school, dan werd daar niet over geroddeld, maar werd ik juist met open armen ontvangen door de medeleerlingen en door de leraars. Daar is alles veranderd voor mij en kon ik zijn wie ik wilde zijn.”

Je connecteert goed met het publiek. De ‘Belgische Katarina Witt’ bijna, maar die ken jij niet. Schande. (lacht)

“Neen. Ik beloof dat ik haar zal googelen.”

Witt won goud in Sarajevo ’84 en Calgary ’88. En ze bracht in 1994 in Lillehammer een fenomenaal eerbetoon aan het belegerde Sarajevo.

“Ik zoek het op, beloofd!

“Mijn connectie met het publiek ligt trouwens niet zo voor de hand, want ik ben eigenlijk best verlegen. Dat merk je nu niet omdat ik over iets praat waar ik verstand van heb. Maar vraag mij iets waar ik niks van weet, of niks van denk te weten, en ik ben bang om fouten te maken.

“Maar op het ijs zal ik niet snel dichtklappen. Daar word ik iemand anders. Die piste is mijn comfortzone.” Korte kür, dinsdag 15 februari, 11 uur Vrije kür, donderdag 17 februari, 11 uur

Over de zaak Valijeva in De Morgen van vrijdag 11 feb 2022 (deels achterhaald)

Zeg niet te vlug: het is weer een Rus

1 Wat zou Kamila Valijeva hebben genomen?

Trimetazidine of TMZ, een middel dat in Europa en meer nog in Oost-Europa vaak wordt gebruikt tegen angina pectoris of hartbeklemming. Daar zal zij op haar leeftijd en haar conditie geen last van hebben en als ze het daadwerkelijk heeft genomen, was het te doen om de positieve effecten op de bloedcirculatie. Trimetazidine zou de uithouding bevorderen. Met de nadruk op zou. Er zijn ook studies die aantonen dat het bij gezonde mensen niks doet. In de praktijk levert de bestraffing ook nooit vier jaar op.

2 Waarom is er een maand na het EK geen duidelijkheid over deze zaak?

Misschien omdat het labo zelf traag was met rapporteren. Misschien omdat het labo zelf twijfelt aan wat ze hebben gevonden. Misschien omdat de bond heeft getalmd uit schrik voor dure processen en de hele affaire al door advocaten is geclaimd. Het is nog niet bekend waar en wanneer Valijeva positief testte. Zeker is dat haar naam nooit echt openbaar zal worden gemaakt, tenzij de Russen dat zelf doen. Atleten jonger dan zestien genieten speciale bescherming in het kader van de dopingwetgeving.

3 Wat weten we over TMZ in de sport?

Niet veel. Het is bijvoorbeeld niet goedgekeurd voor gebruik in de Verenigde Staten en vooral een middel dat in Oost-Europese landen wordt gebruikt en daar onterecht wordt afgedaan als een soort voedingssupplement. Het werd door het Wereld Antidopingagentschap WADA in 2014 op de lijst met verboden middelen gezet. De Chinese zwemmer Sun Yang kreeg er ooit drie maanden schorsing voor en de Russische bobsleester Nadezhda Sergejeva werd erop betrapt in PyeongChang in 2018; zij kreeg een schorsing van amper acht maanden en is in Peking weer aanwezig. De Amerikaanse zwemster Madelyn Cox kreeg eerst twee jaar en in beroep zes maanden toen ze kon bewijzen dat de TMZ bij haar van een besmette vitamine kwam.

4 Wat zijn de uitwegen voor Valijeva en de Russen?

Vooral de Russen moeten hopen op een gunstige uitkomst want zij staan onder curatele en mogen tot 2023 niet als land op de olympische competities aantreden. Eerste mogelijkheid: de aanwezigheid van TMZ kan erg miniem zijn geweest, wat kan wijzen op een vervuild supplement. Tweede uitweg: TMZ kan ook worden gevonden als afbraakproduct van Lomerizine, een middel tegen migraine dat is toegestaan. Op 21 december 2020 stuurde het WADA daarvoor een technical letter waarbij werd verordonneerd om bij het vinden van TMZ ook te checken of Lomerizine wordt gedetecteerd. Derde en minder gunstig scenario: Kamila Valijeva heeft het middel gekregen en geslikt zonder zelf te beseffen dat ze iets fout deed. In dat geval wordt ze licht gestraft en zal ook het team rond haar worden onderzocht.

5 Hoe moet het nu verder?

De complexiteit van deze affaire zit hem in de timing. Wellicht is de test afgenomen onder auspiciën van de International Skating Union (ISU) en behoort dit niet tot de pre-olympisch dopingprotocol, wat het dus een ISU-zaak maakt. Of er komt snel klaarheid en dan weten we of Kamila Valijeva aanstaande dinsdag en woensdag schaatst en al of niet de topfavoriete is voor olympisch goud. Of er komt geen duidelijkheid, omdat de zaak te complex en te juridisch is geworden en de competitie gaat door onder voorbehoud.

Inmiddels zijn de medailles van het nieuwe event kunstschaatsen voor teams wel nog niet uitgereikt. Doordat die uitreiking was uitgesteld, is de affaire aan het licht gekomen. Die competitie werd, onder meer met de bijdrage van Valijeva gewonnen door het Russisch Olympisch Comité. Het is ook onzeker of de medailles van het kunstschaatsen bij de vrouwen worden uitgereikt. Verwacht wordt dat de Russen alles uit de kast zullen halen om hun ster en de reputatie van het sportland Rusland te vrijwaren van een nieuw schandaal.

Column Winterspelen in De Morgen van maandag 7 februari 2022

Winterspelen

Ik citeer even uit eerder werk: voetbal is McDonald’s, de Olympische Spelen zijn de betere wereldkeuken.

Ja toch? Van Azerbeidzjan tot Zimbabwe weet je wat je van een Big Mac mag verwachten, in de olympische wereldkeuken ontdek je steeds weer iets nieuws. Winterspelen zijn een exotische foodmarket, een mix van de medina van Fez en de yatai (eetkraampjes) op het eiland Nakasu in Fukuoka. (Ja, een sportjournalist komt wel eens ergens.)

Eergisteren was het veldrijden op tv, of frieten gebakken in oud frietvet om in culinaire metaforen te blijven. De Parkcross in Maldegem houdt in dat een mooi park verkloot wordt om een stel C-coureurs (te) veel geld te laten verdienen. Een achterafcross, dus te zien op VTM, en daar zit nu Michel Wuyts. Hij had niet Paul Herygers maar Niels Albert aan zijn zijde. Ze deden hun best om er topsport van te maken. Dat was het niet.

Veldrijden zonder Mathieu, Wout of Tom is de frituur net voor sluitingsuur: niet alleen hebben ze niet meer wat je wil, maar je krijgt ook iets binnen waarvan je niet zeker bent dat het eten is. Een sausje van Pauwels won en een ander sausje van Pauwels werd tweede. Overigens ben ik nog altijd door het dolle dat Pauwels Sauzen niét op de wereldkampioenentrui staat. De wereldkampioen had in Maldegem zijn mooie regenboogtrui kunnen showen, maar dat mocht niet van zijn bazen. Cross is nooit meer een bijnummer geweest dan anno 2022.

Op NPO 1 zonden ze rond die tijd gelukkig de Winterspelen uit. Correctie: op NPO 1 gaat het de hele dag door – van 2u in de ochtend tot laat in de avond – over Peking 2022. Gisterenochtend was het de 5.000m in het langebaanschaatsen. De Nederlanders wonnen niet, Bart Swings werd zevende. Dat is na vierde in Sotsji en zesde in Pyeongchang zijn minste resultaat op die afstand op de drie Spelen, en toch is er geen reden tot paniek.

Ik leerde van de deskundige Nederlandse analisten dat het laaglandijs in Peking zacht is en dat het een beetje anders breekt, wat het dus zwaar ijs maakt. Nu wil het toeval dat zwaar ijs iets is wat Swings geen goed doet op de afstanden, maar wat hij wel op prijs stelt op de massastart en zijn concurrenten niet.

Voor ik aan dit stukje begon, heb ik slopestyle bij de vrouwen gekeken. Het ging daar om de medailles. Wij hadden Evy Poppe op dat nummer en zij werd veertiende. Dat had iets beter gekund om alle kritiek rond haar selectie te laten verstommen. Poppe heeft nog de Big Air om op te (in de taal van de sport) shinen.

Slopestyle en ondergetekende, dat is dubbel. Toen ik nog voor andere krant werkte, heb ik ooit een column geschreven en de vraag gesteld: ga je slopestylen omdat je op je hoofd bent gevallen, of is het andersom? Dat was satire en ik was vergeten dat satire geen bekend en dus geen aanvaard concept is bij de millennials en jonger.

De slopestylers waren er het hart van in en bij wijze van wiedergutmachung ben ik een keertje helemaal naar de gletsjer aan het eind van het Stubaital gereden om hen daar op training aan het werk te zien. Ik was nog niets wijzer over dat hele slopestyle, maar mijn interesse was wel gewekt. Slopestyle is dat ene exotische gerechtje op die food market waar je eerst niet durfde aan beginnen, maar dat bij nader inzien blijkt te smaken.

Gisterenochtend was het de finale bij de vrouwen en dat werd al meteen een eerste topmomentje in Peking 2022. Zoi Sadowski- Synnott uit Nieuw-Zeeland behaalde goud, het eerste goud ooit voor een Kiwi. Zoi was al dubbel wereldkampioene en heeft ook de meest recente X-Games gewonnen. De X-Games dat zijn een soort Olympische Spelen voor alles wat in de buurt komt van waaghalzerij voor verwende adolescenten.

Die Zoi dus had na de kwalificaties al de beste run laten optekenen, en na run één in de finale stond ze daar nog steeds. Maar toen sprong de Amerikaanse Julia Marino over haar in de tweede run. In run drie moest het dan gaan gebeuren en ze deed het: twee keer een double cork 1080 (drie maal om twee verschillende assen draaien) en een gigantische finalesprong leverde een recordscore van 92.88 op.

De taferelen na haar landing zorgden voor emotionele verwarring. Nog voor Zoi goed en wel haar board kon uitdoen – en omhoog houden, goed voor de sponsor – en nog voor het verdict van de jury was verschenen, werd ze al besprongen door haar naaste concurrentes en het podium rolde oprecht blij door de sneeuw. “Ja”, zei de Nederlandse commentator, “in het slopestyle gunnen ze elkaar wat.” Een deel van mij vloekte “softies, hoe wil je ooit de beste worden zonder de ander te haten?” Een ander, steeds groter deel, kreeg de tranen in de ogen van zoveel oprechte goedheid en sportiviteit.

Interview Bart Swings in De Morgen van zaterdag 5 februari 2022

‘Het móét goed zijn. Dit zijn de Spelen’

Primeur voor onze sportgeschiedenis: een Belg is favoriet voor een gouden plak op de Winterspelen. Schaatser Bart Swings, onlangs nog Europees kampioen op de massastart en winnaar van olympisch zilver in 2018, heeft na jaren zoeken de juiste flow weer te pakken.

Geen topsporter die de hardwerkende Vlaming meer waar biedt voor zijn belastinggeld. Als alles meezit, krijg je de komende zestien dagen bij de ontbijttelevisie vijf keer ‘Swings in Peking’ voor de prijs van één, te beginnen met de 5.000 meter op zondag, de 1.500 op dinsdag en dan nog de 10.000 op vrijdag 11 februari. Een dag later wordt hij 31, maar zijn verjaardag is meteen het begin van de ultieme voorbereiding op de massastart.

De laatste zaterdagochtend van de Spelen, op 19 februari, schaatst hij op zijn persoonlijk koningsnummer eerst de halve finales en aansluitend bij leven en welzijn anderhalf uur later de finale. In het Zuid-Koreaanse Pyeongchang vier jaar geleden pakte hij de tweede plaats en het bijbehorend zilver. Opvallend was het beeld toen hij over de finish kwam na de Koreaan: de opluchting om het zilver won het amper van de ontgoocheling om het gemiste goud.

Bart Swings: “Eerst denk je: eindelijk, een medaille. Maar dan dringt het tot je door: dit was een gemiste kans. Ik kwam aan het eind terug op de Koreaan en dat was mij nog nooit gelukt. Het voelde een beetje als in Sotsji vier jaar eerder, toen ik eerst blij was met een vierde plaats en op de luchthaven dacht: verdorie, dit was net niet, nu gaan we vier jaar hard werken.”

Je hebt nu acht jaar hard gewerkt. Is dit je beste schaatswinter ooit?

“Ik heb wel al andere goede jaren gehad, maar schaatstechnisch heb ik het goed voor elkaar en fysiek loopt het ook goed, wat te merken is aan mijn tijden. Ik heb mijn Belgisch record op de 5 kilometer verbeterd. Dus ja, het loopt wel. Maar beter zo: dit is een olympisch jaar, dus het moet goed zijn. Met dank aan schaatshal Thialf in Heerenveen, waar ik nu twee jaar woon. Het is een omgeving die ideaal is om te trainen en waar ik tot rust kom. In het verleden deed ik heel veel trainingskampen en keerde dan na een paar weken terug naar huis.

“Let wel, dat is ook leuk: weer je vrienden en familie zien, maar het was dubbel. Ik wilde tegelijk ook op het ijs staan om aan mijn techniek te werken en dat is lastig in Leuven. Het was soms frustrerend.

“Neen, ik word niet herkend in de supermarkt. Het stikt in Heerenveen van de schaatsers, en de Nederlandse schaatslegendes doen hier ook hun inkopen in de Jumbo. Ik heb een flat waar mijn vriendin vaak is. In de eerste lockdown was ze hier permanent, maar nu moet ze af en toe terug naar het werk. Ze is burgerlijk ingenieur, zoals ik, maar ik in elektrotechnieken en zij in bouwkunde. Energiezuinigheid en duurzaamheid van gebouwen berekenen is haar werk – een sector met toekomst.”

Je was een tijdje alleen op pad en trainde ook een jaar met de Noren, maar nu zit je bij Team IKO, een van de professionele Nederlandse schaatsteams.

“En dat is het tweede element wat mij heel erg heeft geholpen om naar mijn beste vorm toe te groeien. In het verleden wist ik soms niet met wie ik op het ijs zou staan om te trainen. Schaatsen is een eenzame sport, maar voor een training op het ijs zijn vaste partners toch aangewezen. Nu, om eerlijk te zijn: de beste langeafstandsschaatser van het moment is een Zweed met een Nederlandse naam en Nederlandse grootouders – Nils van der Poel – en die staat altijd helemaal alleen op het ijs. Zo kan het dus ook, maar niet in de Nederlandse cultuur, waar ze met veel goede schaatsers zijn.”

IKO kennen wij van het veldrijden, waarmee de onzin ‘schaatsen is het Nederlandse veldrijden’ nog maar eens bevestigd kan worden.

“IKO-Crelan, precies. Van Sanne Cant. En ik dacht dat IKO ook nog ergens op het shirt van Alpecin-Fenix en dus ook op dat van Mathieu van der Poel staat. Wij zijn de kleinste van de vier professionele A-ploegen. We hebben ook maar twee atleten op de Spelen straks, ikzelf en Marten Liiv, een Est. De Nederlanders in ons team, Jorien ter Mors, Esmee Visser, Letitia de Jong en Jan Blokhuijsen – drie van de vier zijn olympisch kampioen – hebben zich niet kunnen plaatsen. Ik was hier niet toen de Nederlanders hun olympisch kwalificatietoernooi reden, maar een dag later wel. De stemming op training was erg bedrukt.

“Ik denk niet dat het team in gevaar is door die tegenvaller. De sponsor heeft al aangegeven dat hij tot de volgende Spelen wil doorgaan, maar ons probleem is de aanvoer van talent. Elke jonge schaatser wil naar Jumbo-Visma of Team Reggeborgh, terwijl ik vind dat wij het bij ons qua begeleiding echt prima voor elkaar hebben en dat er bij IKO ook groeimogelijkheden zijn voor talent.”

Een van je eerdere trainers zei ooit: Bart moet nog meer vlieguren maken.

(denkt na) “Ik denk dat ik nu minder schaats dan toen. Dat was Rutger Tijssen, niet? Hij heeft veel aan mijn schaatstechniek gewerkt, maar dat is niet gelukt. De switch was te groot, waardoor ik het op een gegeven ogenblik kwijt was. Vroeger gebeurde het weleens dat ik twee keer per dag op het ijs stond of elke dag gedurende veertien dagen. Nu schaats ik vier keer per week, anderhalf uur. Ik ben niet krachtiger geworden, dat is perceptie. Ik ben efficiënter geworden in mijn techniek.”

Zes uur schaatsen, dat lijkt op voetbal…

“…maar we trainen wel twee keer per dag. Bovendien maken we veel meer uren op de fiets dan op het ijs én doen daarnaast aan krachttraining. Deze ochtend heb ik bijvoorbeeld drie uur buiten gefietst. Jawel, buiten. Als het niet regent of vriest, verkies ik buiten trainen boven de rollen indoor. We doen alle soorten training. Vandaag was het ‘duur’: drie uur tegen 200 à 250 watt.

“De meeste trainingen zijn rond of vaak boven het omslagpunt (ofwel de anaerobe drempel, de zone waarin het lichaam meer lactaat aanmaakt dan het kan verwerken, waardoor het een inspanning minder lang kan volhouden, HV). Bij schaatsen zitten wij er altijd boven. Onze trainingen lijken wel op die bij wielrennen, dat klopt, maar het is veel minder duurtraining. Lactaattolerantie, zo heet dat in het jargon, daar streven wij naar. Onze langste wedstrijd duurt maximaal dertien minuten. Tenminste, dat hopen we toch. (lacht)

“Schaatsen is techniek. Alles wat je doet op schaatsen moet op kwaliteit gericht zijn, vandaar dat we maar zes uur op het ijs staan. Schaatsen tegen 25 per uur, dat slaat nergens op voor ons. Die beweging, die moeten wij trainen tegen 50 per uur. Die techniek moet optimaal blijven, ook met compleet vermoeide benen.”

Is je transformatie van skeeleraar naar schaatser nu compleet?

“Ik blijf een schaatser die uit het skeeleren komt en daar is niks mis mee. Ik ben in het skeeleren gerold omdat mijn ouders mij op mijn achtste skeelers cadeau deden voor sinterklaas. Ik ben nooit de beste geweest in de jeugd, stap voor stap is dat moeten groeien. Tot ik naar een wereldkampioenschap mocht en meteen won.

“Toen al keek ik ’s winters naar het schaatsen en daar zag ik bijvoorbeeld een tegenstander uit het skeeleren zoals Koen Verweij vijfde worden op het Nederlands kampioenschap allround. Ik was beter in het skeeleren dan hij. Een jaar later stond ik ook op het ijs. Dat liep meteen als een trein: in Salt Lake City verbeterde ik het Belgisch record. Ik ging naar het WK en na twee jaar won ik mijn eerste medaille op een World Cup. Op de Spelen in Sotsji werd ik vierde en vijfde en daarna liep het ineens minder.”

Dat viel op. Was je de juiste weg kwijt?

“Je wilt beter worden en die laatste stap zetten. Het werd een zoektocht om te komen waar ik nu sta. Ik zal nooit die consistente performer worden zoals de schaatsers die al van jongs af aan zijn begonnen, maar ik heb mij wel verbeterd tot een niveau waarop ik kan meedoen voor de prijzen. Ik ben nu vierde geworden op het EK op de 5.000 meter in een tijd waarmee Sven Kramer (Nederlandse schaatslegende die naar zijn vijfde Spelen gaat, HV) ooit wereldkampioen is geworden. Dat zegt ook veel over het niveau van het schaatsen dat in de breedte enorm is toegenomen.

“Het materiaal heeft ook een hele weg afgelegd. Viking is hét schaatsmerk en die zijn na de vorige Olympische Spelen met nieuwe ijzers gekomen, zowel voor de lange afstand als voor de sprint. Ik schat dat haast alle toppers daar nu op rijden. Ikzelf heb twee soorten ijzers: één voor als ik alleen in de baan sta in de gewone wedstrijden en één voor de massastart. Die laatste hebben net iets meer kromming, wat handig is om in de ultieme bochten harder te kunnen gaan voor de eindsprint.”

Wie traint jou nu?

“De drie van Team IKO – Erwin en Martin ten Hove en Erik Bouwman – voor het schaatsen. En Jelle Spruyt voor de algemene coördinatie en het fysieke deel. Hij houdt vooral de belasting in het oog. Ik heb nood aan een hoog volume training en soms wil dat er wel eens bij inschieten. Jelle stuurt dan bij.”

Wat verwacht je van de omstandigheden in Peking? De shorttrackers waren alvast erg te spreken over het ijs.

“Ik zit meer met die coronamaatregelen in mijn maag dan met het ijs. Het nieuwste PlayBook met al onze regels die we moeten volgen heb ik nog niet bekeken, maar ik weet ongeveer wel wat er zal mogen: niks. De enige Chinezen die wij te zien krijgen, zullen in een soort ruimtepak zitten. Al goed dat er publiek is. Ik hou wel van een beetje sfeer. Tijdens de wedstrijd maakt het mij niet uit, maar voor- en achteraf mag het wel. Dat lege Thialf tijdens het EK… onwezenlijk.

“Van mij mag het ijs er zwaar bij liggen, zowel voor de 1.500 meter als voor de massastart. De topsnelheid ligt dan net iets lager. De Amerikaan Joey Mantia en de Zuid-Koreaan Lee Seung-hoon hebben intrinsiek een hogere sprintsnelheid dan ik, maar niet als het een erg zware wedstrijd is.”

Heb je gepraat met de Nederlanders om de wedstrijd samen zwaar te maken?

“Jorrit Bergsma moet sowieso alleen finishen om te winnen. Als hij het zwaar maakt, is dat in mijn voordeel. Maar voor we aan de finale en de medailles zijn op die massastart, moeten er wel eerst nog halve finales gereden worden. Heel af en toe spookt het in zo’n halve finale en worden er toppers uitgeschakeld. Gelukkig is het systeem wat veranderd sinds de vorige Spelen. Toen was je in de halve finale met winst in een tussensprint al verzekerd van je finaleplaats. Dat is nu niet meer. Ook in de finale zijn voor een sprint punten te winnen, maar die zullen nooit bepalen wie waar op het podium staat, gelukkig maar.”

Is de massastart een nummer voor handige schaatsers, zoals jij er een bent met je skeelerverleden?

“Skeeleren is ook altijd rijden in peloton. Olympisch schaatsen was dat nooit. Tot de massastart olympisch werd, had je alleen marathonwedstrijden die in peloton gereden werden. Van de 500 tot de 10.000 meter schaats je tegen één tegenstander waar je alleen bij de baanwissel als je elkaar kruist voordeel of last kunt hebben van de ander. Verder zijn het eigenlijk tijdritten.

“De massastart is een heel korte wedstrijd in een peloton met zestien schaatsers die zestien rondjes van 400 meter of goed zes kilometer rijden en proberen eerst aan te komen. Dat vereist handigheid, het is ook een andere fysiologische inspanning, meer interval. Je moet reageren op ontsnappingen, je moet inhouden, versnellen, sprinten onderweg en proberen te recupereren om aan het eind nog wat over te houden.”

Is het een mentaal spel, zo voor de start?

“Ja en nee, maar wel het omgekeerde van wat jij bedoelt. Voor de massastart is iedereen poeslief tegen elkaar. Het is alsof iedereen probeert de eigen gunfactor zo groot mogelijk te krijgen. Wat dat betreft is het een beetje wielrennen. Als je de eikel uithangt in een wielerpeloton, gunt niemand je de overwinning en wie niet mag winnen, zal meestal ook niet winnen.”

Wat is de aangewezen tactiek voor jou?

“Slim rijden, niet te veel energie verspillen, meegaan met de juiste ontsnapping en genoeg overhouden om aan het eind nog te kunnen sprinten. Ik heb geen ploegmaat, dus niemand rijdt het gat voor mij dicht. Zelf ontsnappen? Dat zeggen er wel meer, maar dan zit je in een finale als die van de Ronde van Vlaanderen en je bent met zes weg met nog drie kilometer te gaan. “Als je dan gaat, moet het bingo zijn, anders ben je gezien. Ik mik toch liever op een goede positionering in de laatste vijf ronden en van daaruit zo snel mogelijk die laatste bochten doorkomen.”

Toen jij overtuigend Europees kampioen werd, ging het er op de Nederlandse tv een hele tijd over dat er een rondje te weinig was gereden.

(lacht) “Grappig dat alleen de thuisrijder (Bergsma, red.) blijkbaar niet wist dat we in de laatste ronde zaten. Hij had de bel niet gehoord. Ik ook niet, maar meestal hoor je de bel toch niet in Thialf. Iedereen wist dat het de laatste ronde was en we hebben echt wel zestien ronden gereden.”

Nederland is het een beetje kwijt. In 2014 in Sotsji wonnen ze 23 van de 36 medailles. In PyeongChang nog steeds 16 van de 42. Dat lijkt nu niet te gaan lukken. Wat is er aan de hand?

“Ik weet niet of er iets aan de hand is en of het meer de verbreding van de top en een mondialisering is. Vier jaar geleden wonnen elf verschillende landen medailles. Daar is Azië bij, met grote landen als China en Japan, naast uiteraard Europa en Rusland en ten slotte Noord-Amerika. Schaatsen is klein, maar erg internationaal, al helemaal op die massastart.

“Nederland maakt zich wat zorgen omdat de resultaten in de World Cups tegenvielen, maar zij mikken in olympische jaren vooral op hun eigen kwalificatietoernooi en wat ik daar heb gezien, doet toch vermoeden dat ze er in Peking echt wel zullen staan.”

En wij in België hebben niks gedaan met jouw successen. We spreken nu al acht jaar over een lange baan en die is er nog steeds niet.

“Neen, klopt, en zonder zullen we het altijd lastig hebben. Wat ook niet heeft geholpen, is corona. Persoonlijk had ik daar geen last van, misschien was die lockdown voor mij soms een voordeel. Voor het project dat onze schaatsbond had opgezet met een heel team in een poging om nog iemand naast mij op de massastart te krijgen, was dat virus nefast. Er kon niet meer worden gereisd, er waren haast geen wedstrijden. We hadden op het laatste WK voor de epidemie een jongen als eerste reserve. Had hij die de stap kunnen zetten, dan waren er twee Belgen op de massastart. Dat had voor mij een verschil kunnen maken.”

Dan zou je denken: Swings, hou je een beetje in daar in Peking, en rij nu niet alle afstanden waarvoor je bent gekwalificeerd.

“Tuurlijk rij ik die allemaal. Waarom ook niet? We beginnen met de 5.000, altijd een goeie graadmeter voor mij. Twee dagen later de 1.500, ideaal om mijn snelheid nog eens te testen en een week voor de massastart heb ik nog een een zware 10.000 waarvan ik perfect kan recupereren. Ik heb dat in Pyeongchang ook zo gedaan en dat beviel mij uitermate.

“Stel je voor dat ik alleen de massastart zou rijden, dan zit ik drie weken te kniezen op hoe ik het op dat ene nummer voor elkaar moet krijgen. Bovendien kan ik op die andere nummers ook uit de voeten. Ik ben al vierde, vijfde en zesde geworden, van de 1.500 tot de 10.000. Op een goeie dag rij ik voor de medailles. Ik zal trouwens meestal in de laatste twee ritten moeten starten. Dat betekent dat ik met de mannen van het podium en misschien zelfs de winnaar op het ijs kom. De opdracht is dan simpel: volgen.”

De Duitse schaatster Claudia Pechstein wordt een dag na de Spelen 50 en ze gaat voor de achtste keer. Je hebt nog vier Olympische Spelen te goed.

“Vier Spelen? Dat niet meer. Vier jaren extra, dat misschien wel. Dat is afhankelijk van wat er op mijn pad komt, maar als ik de motivatie nog heb en ik ben gezond, waarom zou ik er dan Milaan in 2026 niet bijnemen? De arbeidsmarkt, dat zie ik daarna wel hoe ik daar in terechtkom.

“In Sotsji in 2014 heb ik vooral genoten, maar wist ik na afloop wat ik wilde in Pyeongchang: een medaille. Die heb ik gehaald. In Pyeongchang heb ik mij voorgenomen om nog eens vier jaar alles te geven en beter te doen dan het zilver. Dat geeft druk, jawel, maar die heb ik nodig. Druk tilt mij naar een hoger niveau.”

Column Olympische Vrede in De Morgen van zaterdag 5 februari 2022

Olympische vrede

The Olympic Truce is afgekondigd door sportpaus Thomas Bach. Het is mij niet duidelijk hoeveel geloof hij daar aan hecht, maar zijn voorganger Jacques Rogge wilde er in besloten kring weleens over meesmuilen. Waarmee hij bedoelde dat het niet aan het Internationaal Olympisch Comité was om de wereldvrede af te kondigen en zelfs niet te bepleiten. En dat het niet aan de sport was om de wereldproblemen uit de weg te helpen.

Olympische vrede of Ekecheiria is een concept dat stamt uit de antieke Spelen. Het was oorspronkelijk een akkoord tussen Iphitos van Elis, Cleosthenes van Pisa en Lycurgus van Sparta. Toen die Spelen nog op Olympia plaatsvonden – Olympia moet u ooit hebben gezien, dit even terzijde – diende die vrede om de doorgang van atleten op weg naar de Spelen te vrijwaren. Dat werd zelden nageleefd. Er zijn verhalen opgetekend van atleten die er juist werden uitgepikt omdat ze atleet waren en door de agresserende stadstaat voor de keuze werden gesteld: of voor hun nieuwe stad deelnemen – in die tijd tegen betaling van vooral olijfolie – of gewoon vastgehouden worden voor de tijd dat de Spelen duurden.

Olympisch stamvader De Coubertin heeft van La Paix Olympique nooit een strijdpunt gemaakt. Juan Antonio Samaranch, die in 1980 voorzitter werd, blies in de jaren negentig het antieke concept nieuw leven in. Zijn eerste bekommernis mag dan wel vrede voor de hele wereld zijn geweest, een minstens even grote achterliggende gedachte was zijn eigen aura als mondiale Mitspieler en zijn ambitie om de Nobelprijs voor de Vrede te krijgen.

Zijn oproep werd brutaal genegeerd toen op 6 februari 1994, minder dan een week voor de opening van de Winterspelen in Lillehammer, een mortieraanval op de Markalemarkt in Sarajevo het leven kostte aan 68 Bosniërs. Twee weken later stonden de Serviërs wel toe dat Samaranch en zijn gevolg Sarajevo (olympische stad van 1986) heel even konden bezoeken. Het staakt-het-vuren duurde een halve dag, waarna de belegering en beschieting weer begon. Toppunt van cynisme: de olympische bobbaan boven de stad was door de Serviërs omgebouwd tot lanceerplatform van waaruit de dodelijkste mortieren werden afgeschoten.

Olympische vrede heeft nooit bestaan. De kans dat Rusland iets onderneemt in Oekraïne is niet groter of kleiner geworden omdat het toevallig Olympische Winterspelen zijn. Op 8 augustus 2008 viel Rusland Georgië aan en kwam de afvallige Zuid-Ossetiërs te hulp. Dat was de dag van de openingsceremonie in Peking. Russisch eerste minister Poetin (Medvedev was toen president) woonde die bij. In 2014 hield Poetin het rustig, maar zijn eigen wintereditie in Sotsji was nog maar net voorbij of hij lijfde de Krim in.

China zal zich ook niks aantrekken van die olympische vrede. Als er een onverlaat in Tibet, Hongkong of Ürümqi het in zijn hoofd haalt tussen vandaag en zondag over veertien dagen van zijn/haar neus te maken, dan krijgt die het apparaat onverbiddelijk op de nek. En ook na 20 februari, ongetwijfeld. Volgens mensenrechtenorganisaties is dat ongehoord. Zij hebben voor een boycot gepleit. Nu die er niet komt en het protest beperkt blijft tot een symbolisch diplomatiek wegblijven – wat gezien hun virushysterie de Chinezen bijzonder goed uitkomt – hebben tegenstanders het over de andere boeg gegooid. Deze week kwam vanuit de hoek van de Oeigoeren een oproep om zo weinig mogelijk naar deze Spelen te kijken en dat verzoek ook even door te geven aan de lezers. Bij deze.

Zelf ga ik alles proberen bekijken wat ze mij op de verschillende zenders aanbieden. Ik ga voor de sport en ik huldig de stelling van het IOC: sport dient niet om de wereld te verbeteren. Wie vindt dat het IOC met hun olympisch circus niet voor China had mogen kiezen – uit arren moede nadat Oslo had afgehaakt -, wat stellen die voor als alternatief?Juist, niks. Winterspelen zijn nog nooit geboycot, waarom nu wel? De gehele wereld mag handel drijven met China (en af en toe discussiëren over invoerheffingen maar de handel blijft), en de internationale sportwereld moet heiliger zijn dan de paus?

Bovendien is het tijd dat men de realiteit onder ogen ziet en het zou het IOC sieren als ze die ook zou communiceren. De Olympische Spelen zijn er niet om de vrede tussen volkeren te bevorderen, maar zijn in de eerste plaats een commercieel concept en een gigantische moneymaker voor de sporten. Zonder die inkomsten gaat tweederde van de kleinere sportbonden failliet. Zonder Spelen worden ook atleten van over de hele wereld beroofd van het enige platform waarop ze kunnen uitblinken. 78 procent dan de atleten maakt maar één keer Olympische Spelen mee. Dat is nog het beste argument om hen dat gloriemoment niet te ontzeggen.

Achtergrondverhaal over de Winterspelen in De Morgen van zaterdag 5 februari 2022

Alles op alles voor het prestigefeestje van Xi

Er ligt sneeuw, het is koud en er zijn atleten, zélfs uit de VS. Ondanks een diplomatieke boycot en de Chinese virushysterie zullen de Winterspelen een feest zijn. Beijing 2022 wordt de extravaganza van Beijing 2008 plús de megalomanie van Sotsji 2014. Vandaag op de agenda: de openingsceremonie.

Op 31 juli 2015 wordt in Kuala Lumpur Peking als gaststad voor de Winterspelen van 2022 gekozen. Althans, zo luidt de officiële versie van het Internationaal Olympisch Comité (IOC). Sommige olympische insiders herinneren zich nog het moment: “De angst voor een foute uitkomst stond op de gezichten van de IOC-top te lezen.”

De Wikipedia-pagina ‘Bids for the 2022 Winter Olympics’ vermeldt hoe Peking het haalde met een meerderheid van 44 stemmen tegen 40 van Almaty, een stad in Kazachstan. Nergens leest men dat de stemming twee keer heeft plaatsgevonden. Een eerste keer digitaal, op tablets, een primeur voor de IOC-sessie. Een tweede keer zoals in de goede oude tijd, op haastig uitgedeelde stembiljetten. “Enkele tablets hadden het laten afweten. We hebben de integriteit van de stemming gevrijwaard”, luidde de communicatie.

Dreigde Almaty te winnen in die eerste ronde? Dat gezichtsverlies had China nooit kunnen slikken. Voor de goede orde: alle grote zenders die een grondige hekel hebben aan het IOC – het Duitse ARD en de Britse BBC op kop – hebben hun eigen onderzoek gevoerd. Hun finaal oordeel: de olympische familie koos uit arren moede nipt voor Peking en is op die 31ste juli aan erger ontsnapt.

Dat Peking de minst slechte optie was, staat nog steeds als een huis: een maand geleden was Almaty het epicentrum van hevige rellen die met harde hand werden neergeslagen. 160 doden zouden er zijn gevallen. Stel je voor dat het olympisch circus zich daar rond die tijd aan het optuigen was. Dan waren we terug bij Mexico 1968, toen aan de vooravond van de opening van de Spelen een studenten- en arbeidersprotest vanuit helikopters met scherp werd beschoten en er een onbekend aantal doden viel. Toen gingen de Spelen gewoon van start, vandaag zouden die worden opgeschort.

Toen waren ze nog met twee…

Peking is de eerste olympische zomerstad die ook de winterversie over de vloer krijgt. Vier jaar te vroeg, want deze kandidatuur diende om warm te lopen voor de editie van 2026. In 2018 was Azië al aan de beurt met het Koreaanse PyeongChang, no way dat het IOC twee keer op rij voor hetzelfde continent zou kiezen. Bovendien was er meer dan één Europese frontrunner.

Tot het ondenkbare gebeurde: de ene na de andere Europese stad haakte af. München was de eerste, meteen een Duits oplawaai voor de pas verkozen nieuwe IOC-voorzitter Thomas Bach. Stockholm volgde, net als in Zuid-Duitsland wilde de bevolking niks te maken hebben met dat ‘geldverslindend olympisch circus’.

Drie steden bleven over om bezocht te worden door de expertencommissie: favoriet Oslo scoorde op alle cruciale punten beter dan Peking, dat drie vijfjes liet optekenen, onder meer voor het essentiële ‘concept en competitieplaatsen’. Almaty kwam zelfs op negen van de veertien criteria niet boven de helft uit. Dat ene vijfje van Oslo voor ‘steun van de bevolking/regering’ zou hen uiteindelijk zuur opbreken. In oktober 2014 trok de grootste regeringspartij de steun aan het project in. En toen waren ze nog met twee steden en werd het voor de tweede keer in vier jaar een onvermijdelijke gang naar het oosten.

Almaty deed het met de hulp van westerse lobbykantoren al bij al niet slecht en had ook de sympathie van heel wat westerse IOC- leden, die zich nog levendig de dominantie van de Chinese organisatoren in 2008 konden herinneren. De Kazakken zetten in op authenticiteit. ‘Keeping it real’, was hun slogan. Waarmee ze bedoelden: wij hebben sneeuw, wij zijn een echt wintersportland, zij niet. Dat klopt. Almaty, ooit de hoofdstad Alma Ata, heeft skipistes dichtbij en was lange tijd ook het mekka van het langebaanschaatsen. De Medeubaan, op 1.700 meter hoogte in de Centraal-Aziatische bergen, gold in de jaren 60 en 70 als de recordbaan, en zou voor deze Spelen als landmark in eer worden hersteld.

Peking had geen authenticiteit, had nauwelijks geschikte bergen, en had al helemaal geen sneeuw. Alleen koude, toch één meevaller. Voor al het andere moest een oplossing worden verzonnen. Zo werden de granieten bergen rond Yanqing een beetje aangepast — opgehoogd en uitgehold — om aan een piste met 900 meter hoogteverschil te komen en zo aan de vereisten voor een olympische afdaling te kunnen voldoen. De pistes in Yanqing (spreek uit: jentsin) liggen 25 kilometer ten noorden van Badaling, het toeristische deel van de Chinese Muur. Dat zal vanaf straks mooie plaatjes opleveren.

Voor sneeuw doet de organisatie zowel in Yanqing als voor snowboard en langlauf/ biathlon in het verder afgelegen Zhangjiakou (in de provincie Hebei) een beroep op sneeuw- kanonnen. Tot grote ergernis van ecologisten, maar tot grote opluchting van skiërs, snowboarders en andere outdoorglijsporters. Kunstsneeuw garandeert betere en eerlijkere topsportomstandigheden.

Minibus als lift

Peking 2022 vindt zijn oorsprong in het fanatisme van een Maleisische Chinees. Lim Chee Wah, de erfgenaam van een vastgoedfamilie, was gek op skiën, een sport die hij had leren kennen toen hij in de VS studeerde. Toen hij meer dan twintig jaar geleden naar Peking verhuisde, zocht hij een skipiste.

Hij vond die, maar er was geen lift. Er stond een houten barak en er was een klein hotel, maar hoe moest hij steeds weer boven op die berg geraken? Met de minibus, luidde het antwoord. Die reed constant af en aan. Dat was nog wat anders dan wat Lim Chee Wah gewend was van zijn favoriete oord Vail in Colorado. De vastgoedman in de skifanaat zag businessopportuniteiten, ging onderhandelen met de lokale autoriteiten en kreeg honderd vierkante kilometer ter beschikking om te ontwikkelen. Vandaag zijn er in Chongli in de regio Zhangjiakou zes skiresorts. Lim Chee Wahs ontwikkeling is één van de clusters geworden in de Winterspelen van Peking.

Een tweede aanjaageffect kwam er met de Zomerspelen in 2008. Toeval wil dat 2007 het jaar was van de grote doorbraak van ene mijnheer Xi in de hoogste cenakels van de Chinese communistische partij. In 2008 werd hij ondervoorzitter en meteen belast met het overzien van de Olympische Spelen, een lakmoesproef voor zijn leiderschap. Hij slaagde met glans. Het was Xi Jinping himself die de touwtjes strak in handen hield en er niet voor terugdeinsde om het IOC waar mogelijk buitenspel te zetten. In 2013 werd hij president van de Volksrepubliek en geldt sindsdien als de sterkste leider sinds Mao Zedong.

Toen op 25 januari sportpaus Thomas Bach in Peking landde, werd hij door Xi ontvangen als een staatshoofd. Een buste van hem werd bijgezet in het olympisch park, naast die van zijn voorgangers Rogge en Samaranch. Dat heeft weinig te betekenen. De oude doctrine ‘wat China zelf doet, zal het beter doen’ is levendiger dan ooit na het eclatante succes van 2008. Jacques Rogge zou aan het eind van zijn dertienjarige termijn als sportpaus met gemengde gevoelens terugdenken aan Beijing 2008: “Die Chinezen deden gewoon hun goesting. Toegegeven, het waren de beste Spelen ooit.”

Dat Xi zelf in de Maleisische hoofdstad in 2015 kwam pleiten voor zijn kandidatuur met de belofte “Wij worden een wintersportland en tegen 2022 moeten 300 miljoen Chinezen hebben kennisgemaakt met wintersporten”, heeft de doorslag gegeven. Tussen 2015 en vandaag heeft hij persoonlijk het hele dossier gecoördineerd en elke olympische site minstens vijf keer bezocht.

De kritiek dat de bergen er groen en bruin zullen uitzien met witte strepen is achterhaald. Wonderbaarlijk, het is de laatste weken gaan sneeuwen. Of dat toeval is, dan wel het klimaat gemanipuleerd werd, daar is geen uitsluitsel over. Voor de zomerspelen van Peking hebben de Chinese meteorologen van het Beijing Weather Modification Office (lokale tak van een Chinees staatsinstituut dat 37.000 mensen tewerkstelt) gezorgd voor een openingsceremonie zonder regen. Dat deden ze door de wolken te laten bestrooien met zilverjodide, waardoor die uitvielen nog voor ze het Vogelneststadion konden bereiken. Het zou geenszins verbazen als later blijkt dat de neerslag in de twee wintercentra ook is uitgelokt.

Dromen van een supernatie

Beijing 2008 kostte destijds 40 miljoen euro, een schatting, want officiële cijfers zijn nooit vrijgegeven. De zomerspelen van 2008 moesten de kroon op het werk zijn van een filosofie die in de hoogste partijrangen werd omschreven als ‘qiang guo meng’ of dromen van een supernatie. Missie geslaagd: Peking 2008 was de perfectie ver voorbij, de internetcensuur en de sporadisch afgevoerde moedige betogers waren details.

Succes mag wat kosten of zoals Christopher Dubi, sportdirecteur van het IOC, zei: “Het is comfortabel als de organisatoren aan alle eisen kunnen beantwoorden. Deze Spelen waren makkelijk te organiseren.” Hij had het voor alle duidelijkheid over de Spelen die vandaag beginnen. Het grootste discussiepunt betrof de covidbubbel waarin de geaccrediteerden zich moeten onderwerpen aan dagelijkse testing en permanente quarantaine. In Peking en omstreken is een olympische staat binnen de staat gecreëerd. Gevangenis is ook een omschrijving die steek houdt. Tussen China en die olympische bubbel wordt niet gereisd en elke Chinees die de olympiërs zien, draagt een ruimtepak.

Sotsji 2014, het feestje van Vladimir Poetin, kostte (ook geschat) 50 miljoen euro, maar daar zat de ontwikkeling van een nieuw wintersportcentrum in verrekend. Daarom wordt Peking 2022 wel eens de optelsom van Peking 2008 en Sotsji 2014 genoemd. Ook hier is sprake van een erfenis. Aan de mensenrechten in China zal misschien niet veel veranderen, maar hé, de Chinezen hebben nu wel nieuwe wintersportcentra.

Verder worden heel wat bestaande infrastructuren van 2008 hergebruikt. Het enige nieuw gebouwde sportstadion in Peking wordt de schaatsbaan waar Bart Swings vanaf zondag zijn kunsten zal vertonen. Het Vogelneststadion dient voor de opening en sluiting en het mythische zwemstadion Water Cube wordt nu een Ice Cube wordt. In de basketbalhal en turnhal van 2008 wordt ijshockey gespeeld.

Ook het Capital Indoor Stadium wordt hergebruikt, nu voor shorttrack. De hal gebouwd in 1968 is een landmark voor de geopolitiek van de sport. Hier in het westen van de miljoenenstad Peking werd in 1971 de befaamde tafeltenniswedstrijd tussen China en de VS gespeeld.

Een toevallige ontmoeting lag aan basis van wat zou culmineren in de pingpongdiplomatie. Het begon allemaal met de Amerikaanse speler Glenn Cowan die op het WK tafeltennis in Japan zijn eigen spelersbus had gemist en dan maar meereed met de Chinese ploeg. De Chinese sterspeler Zhuang Zedong gaf hem tijdens die rit een zijden sjaal. Cowan bedankte met ook een cadeau.

De grote Chinese leider Mao hoorde van het voorval en besloot de Amerikanen uit te nodigen. Met de toestemming van het thuisfront gingen ze in op de invitatie. De trip sloot aan op het WK en duurde een week, geheel op kosten van de Chinezen. Terloops lieten ze de Amerikanen wel alle kanten van de hal lieten zien in hun sport. Een jaar later zou Nixon als eerste Amerikaanse president communistisch China bezoeken.

Poetin komt wel

Vandaag is er geen sprake van skidiplomatie, ijshockeydiplomatie of welke diplomatie ook. Wel van een diplomatieke boycot, uitgesproken door de VS begin december van vorig jaar en kort daarna bekrachtigd door Groot-Brittannië, Australië en Canada. Hun atleten mogen wel komen.

Redenen genoeg om geen politici te sturen naar de openings- en slotceremonie: bij de Chinese onderdrukking van Tibet en de agressie tegen Taiwan kwamen de laatste jaren nog de hardhandige onderwerping van Hongkong en de problematiek met de Oeigoeren in de provincie Xinjiang bij. Ten slotte was er ook nog het trieste lot van tennisspeelster Peng Shuai, die een lid van de partijtop beschuldigde van seksuele agressie, en tijdelijk van de radar verdween.

Telkens werd het IOC mee in het bad getrokken maar die bleven volhouden dat het niet aan hen was om politieke druk uit te oefenen. Ook niet aan de atleten, die worden verzocht geen politieke standpunten in te nemen. De rimpel Peng Shuai zal worden gladgestreken tijdens de Spelen als IOC-voorzitter Thomas Bach haar een etentje aanbiedt. Een photo op die ongetwijfeld mooi verpakt in de media zal komen.

Wat de Oeigoeren en Xinjiang betreft, hebben die nog te klagen? Zoek even op YouTube naar ‘Globalink’, ‘Xinjiang’ en ‘Winter sports boom’ en geniet van een mooi filmpje dat uitlegt ‘hoe volkeren van alle etnieën in Xinjiang van wintersport genieten’. Gemaakt door de Chinese staat, uiteraard.

Wie wel aanwezig hoopt te zijn, tenzij andere besognes — hij heeft wat opties in Oekraïne — is Vladimir Poetin. De Russische president is een groot liefhebber van wintersporten en met name van ijshockey. In die sport hopen de Russen het goud van PyeongChang te herhalen. Dat zit er dik in, want door allerhande covidrestricties zijn Canada en de VS niet met hun beste NHL- spelers in Peking.

In 2018 traden de Russen aan onder de vlag Olympic Athletes from Russia, een gevolg van de onthullingen over dopingfraude tijdens de Spelen in Sotsji. In 2019 werd het hardleerse Rusland dan nog eens een vierjarige ban opgelegd, zodat ze ook op deze Spelen niet als Rusland kunnen aantreden. Deze keer komen ze onder de benaming ROC of Russian Olympic Committee en wordt hun hymne bij goud net als in Tokio de wereldberoemde opening van Tsjaikovski’s eerste pianoconcerto.

Slechtste grote sportland

Geen buitenlanders toegelaten, tenzij met een olympische accreditatie. Deze Winterspelen worden een exclusief Chinees feestje. Zo exclusief dat zelfs geen tickets worden verkocht maar dat de organisatoren selecte groepen zullen uitnodigen om te komen supporteren voor de atleten.

China leeft sportief met een gerust hart toe naar deze Olympische Spelen die meer een showcase zijn van hun organisatorische dan van hun sportieve talent. Noorwegen, Rusland en Duitsland zullen volgens de prognoses onder elkaar uitmaken wie de eerste drie plaatsen bezet, met Noorwegen als kleinste grote sportland groot favoriet om op één te eindigen. Canada, de VS, Zwitserland, Nederland, Frankrijk, Zweden en Japan hangen allemaal rond de twintig medailles in de voorspellingen. Voor China geldt: alles beter dan het record van elf medailles van Vancouver 2010 is mooi meegenomen.

Winterspelen zijn nochtans het toneel dat China in 1980 uitkoos om terug aan te sluiten bij de grote olympische familie. Sinds Lake Placid 1980, niet toevallig een jaar na een historisch Chinees-Amerikaans akkoord tussen sterke man Deng Xiaoping en Jimmy Carter, zijn ze er telkens bij. Bij de eerste drie Spelen werd niks gewonnen, daarna een bescheiden drie medailles, tot in Nagano 1998 de stap werd gezet naar acht medailles.

De reden dat China tot 1980 wegbleef van het olympisch toneel is terug te voeren op de houding van het Westen tegenover de Volksrepubliek China. Dat kwam als overwinnaar uit de strijd in de burgeroorlog van 1949 maar het Westen erkende de Nationalisten die naar het eiland Taiwan waren gevlucht. Ook het Internationaal Olympisch Comité gaf de naam China aan Taiwan.

De Volksrepubliek zou daarop de Spelen van Melbourne in 1956 boycotten en 24 jaar lang aan de zijlijn blijven, tot ze onder impuls van de VS en president Carter de plaats van Taiwan kregen in de VN en de Veiligheidsraad. Het IOC volgde. China mocht op het internationale sporttoneel optreden als China, met de sportieve afkorting CHN en Taiwan werd Chinese Taipeh (TPE).

Onder Mao en de Culturele Revolutie was topsport een uitwas van het kapitalisme, maar na diens dood in 1976 werd die piste verlaten. Vanaf 1984, met het succes in Los Angeles (32 medailles) werd topsport een speerpunt in de Chinese politiek. Het grootste succes werd voorlopig behaald op de eigen Olympische Spelen in 2008 toen op 100 medailles een onwaarschijnlijke 48 gouden plakken werden behaald. Dat ze drie gouden medailles moesten inleveren na dopinhertesting, kon de pret niet bederven. Een herhaling van deze stunt op deze editie is niet onmogelijk. China heeft zich de laatste twee jaar afgesloten van de wereld. Dat had nadelen, maar ongetwijfeld ook voordelen, al was het maar dat dopingcontroleurs veel moeilijker of geen toegang kregen.

Hoeveel medailles China ook wint, met hun anderhalf miljard inwoners blijven ze achterophinken. China is het slechtste grote sportland. In alle klasseringen waarbij sportresultaten worden gekoppeld aan bbp en bevolking eindigen ze onderin. Bovendien blijkt uit alle studies dat de vijver topsporters waaruit China kan vissen steeds kleiner wordt. In geen enkel land is de sportieve fitheid van de bevolking zo achteruitgegaan als in China. Maar de rijkere Chinees kan nu wel gaan skiën, en dat mocht wat kosten.

Column Union Champion! in De Morgen van maandag 31 januari 2022

Union champion!

Zeven op negen na drie van de vier toppers in wat de maand van de waarheid moest worden voor Royale Union Saint-Gilloise en bij uitbreiding de Jupiler Pro League: Union champion, zo ziet het er nu toch naar uit. Als Nielsen én Teuma én Lapoussin én Undav niet allemaal tegelijk een appelflauwte krijgen in de resterende wedstrijden van de reguliere competitie eindigt Union met genoeg punten in de plus om ook na de halvering in de play-offs overeind te blijven.

Niemand krijgt bij Union een voet tussen de deur, niet uit en niet thuis. Felice Mazzu heeft zijn geliefkoosde voetbal van bij Charleroi destijds niet geperfectioneerd met Union, zoals weleens wordt beweerd. Zijn filosofie is nog steeds dezelfde: niks weggeven achterin, alles uit het spel halen in het midden, de tegenstander ongemerkt slopen en hopen op een flits voorin. Alleen heeft hij nu betere spelers, voorin, in het midden en achterin. Zijn doelmannen bij Charleroi en Union zijn elkaars gelijke; niemand die ooit kon vermoeden dat ze zoveel moeilijke ballen zouden pakken. Op die vrije trap die Anthony Moris gisteren uit zijn winkelhaak ging halen blijven de meeste keepers in België aan de grond genageld staan.

Puristen van het voetbalspel zullen Union geen aanwinst vinden voor het Belgische voetbal en daarin hebben ze overschot van gelijk. Union is niet de ploeg die massa’s op de been zal brengen in de bezoekende stadions waar ze hun kunsten komen vertonen. Die kunsten zijn gebaseerd op een enorm loopvermogen, een groot hart in de duels en voetbal zonder veel franjes. Voor spektakel moet je niet bij Union zijn. Hou je daarentegen van de voetbalversie van Ultimate Fighting, dan zijn die elf uit het Dudenpark je ploeg.

Union is de meest linke ploeg uit de eerste klasse, maar stel je voor dat dit stelletje dravers volgend jaar – afgeroomd uiteraard, want die Denis Undav is nu al weg – de Belgische eer in de Champions League moet hoog houden. Vergeet maar al die Belgische coëfficiënt en het bijbehorende rechtstreeks ticket voor het kampioenenbal.

Dit gezegd zijnde, waar gisteren een gelijkspel ook had gekund, werd Union met eenzelfde gelijkspel eerder deze week bij Club Brugge erg slecht beloond voor wat het toonde. In die wedstrijd was Union duidelijk de betere. In andere wedstrijden kreeg het dan weer te veel, zoals in Gent waar het werd weggespeeld maar Gent niks afmaakte terwijl Union uit anderhalve kans twee goals puurde. Dat is een kunst in een lagescoresport als voetbal. Mazzu heeft dat erg goed begrepen en al zijn ploegen pikken dat snel op.

De statistieken van Union spreken boekdelen. Club verstuurt de helft meer passes in het aanvallende derde van het veld dan Union, maar allebei schieten ze gemiddeld zes keer per wedstrijd in het kader. Net als Gent, dat uit dat overwicht 1,6 punten per wedstrijd haalt, tegenover 2,2 voor Union. Het interesseert Union niet om de bal te hebben. Gisteren kwamen ze met moeite aan een derde balbezit, maar schoten wel vijf keer tussen de palen tegenover drie voor Anderlecht.

Ze staan onderin voor balbezit, kamperen in de tweede kolom voor nauwkeurige passes, maar zijn superefficiënt, zowel voorin als achterin. Verdedigend staan ze samen met Gent het minste aantal schoten op doel toe (3,6 per wedstrijd), alleen heeft Mazzu vijf wedstrijden meer gewonnen dan Hein Vanhaezebrouck. Dit kan alleen in voetbal.

Het beste aan Union zijn de fans. Gisteren kregen de Anderlecht-spelers die het veld moesten verlaten zelfs een applausje. Het is dus bijzonder jammer voor de sympathieke fans van deze sympathieke club dat een eventuele titel voor Union niet wenselijk is. Het Belgische voetbal schiet geen meter op met een koloniale buitenpost van een meeloper uit de Engelse Premier League die kampioen wordt. Union champion is het failliet van het Belgische voetbalmodel.

Union zal de eerste Belgische landskampioen zijn met een buitenlandse eigenaar. Of hoe een hoogtepunt in de rijke geschiedenis van de traditieclub tegelijk een dieptepunt is in de geschiedenis van het Belgische voetbal. Dat mogen de grote clubs zich aanrekenen.
In hun ijver om een vrijhandelszone voor voor niet-EU-transfers te vrijwaren hebben zij het kader gecreëerd voor die invasie van buitenlandse eigenaars. Tony Bloom en zijn kompanen en alle anderen toeteren dan wel dat ze de belangen van hun sympathieke Belgische filialen ter harte nemen, het enige wat hen interesseert is garen spinnen uit ongelimiteerde mensenhandel. Beloofd: als Union daadwerkelijk een nieuw stadion krijgt van zijn eigenaars volgt een bedevaart met boetedoening.

Column Fien & E;i in De Morgen van zaterdag 29 januari 2022

FIEN & ELI

Ik ben niet meer bij de les zoals dat hoort bij mijn vak, ik mis essentiële dingen. Waar en wanneer in godsnaam is al die cruciale informatie aan mij voorbijgegaan?

Neem nu gisteren. Al bij mijn eerste caffè latte viel ik van mijn stoel: bekende crosser (bc) Eli Iserbyt is samen met ene Fien Maddens en niet langer met zijn leuk uitziende Nederlandse collega, die mij deed denken aan mijn grootouders die een hond hadden die Puck heette. Maar Fien Maddens, echt nooit van gehoord, compleet gemist.

Rammend op dat toetsenbord wist ik dat het geen goed idee was om dat interview met Fien te lezen. Of het überhaupt een goed idee is om een rennersvrouw paginagroot te interviewen laat ik aan het oordeel van de deskundige collega’s over. Mij hebben ze alvast nooit zover gekregen en daar prijs ik mij zeer gelukkig voor.

Pas op, prima stuk hoor. Die eerste zin in de inleiding alleen al: één etentje en één keer blijven slapen en het was geklonken. Daar wilde de verdrongen pervert in mij meer over weten. Welnu, dat was zo gegaan… Fien had een keer iets gekookt en had dat gerechtje op Instagram gezet. Vrouwen/meisjes die gerechten delen, daar was ik in mijn prime (en ook vandaag nog) op afgehaakt, maar Eli reageerde met “Mmm, lekker”. Dat was gedurfd. Stel je voor dat Fien naar het Instituut voor Gelijkheid van uweetwel was gestapt. Leg het dan maar uit, als bc. Niet Fien. Die vroeg raad aan haar pa en – geen grap – die zei “Antwoord maar”. Over de schouder meekijkende ouders had een tweede reden kunnen zijn om af te haken, maar neen, ze kwamen direct goed overeen, Fien en Eli.

Om een lang verhaal kort te maken, hij vroeg om samen iets te gaan eten. Oké, maar zij wilde liever bij hem thuis zelf koken. Eli vond het lekker (het gerecht, veronderstel ik). En Fien verbaasde zich erover dat hij alles in huis had. In het interview somt ze op: een schuimspaan, verschillende vergieten, allerlei kruiden, een pureestamper. (Of dat metaforen zijn voor ander gerief is niet duidelijk.) Haar conclusie: die heeft zijn leven op een rijtje.

Maar dan. Na het hoeveelste bezoek ze de eerste keer bleef slapen, liet ze onvermeld, maar op een keer bleef ze dus slapen en toen maakte ze ook indruk. Beste lezer van deze rubriek, ga nu even zitten en haal diep adem. Eli had haar na die nacht gezegd dat hij het toen wist: “Dat is echt een goeie.” Wat was er gebeurd? Niet dat ze bij het ochtendgloren nog eens onder het dekbed was verdwenen om het laatste restje twijfel weg te nemen. Neen. Toen hij wakker werd, stond zij de lamellen te kuisen. En toen viel Eli helemaal voor haar. Weeral, ik hoop dat die lamellen metaforen zijn, maar ik denk het niet.

We zijn nog niet klaar met de bloemlezing. Fien had wel één grote eis toen ze bij hem introk: ze wilde een eigen tafeltje voor haar make-up. Waarop Eli haar zijn kaart gaf met de genereuze melding: “Ga maar naar de Ikea met je vriendin en koop wat je graag wilt zodat je je hier thuis voelt.” Naar de Ikea, dat zou normaal het einde moeten zijn, maar neen. Ze liep er met de kaart van Eli in de hand de kantjes af: ze kocht niet alleen een tafeltje maar ook een stoel. En later nog wat dingetjes voor het interieur. Op de foto staat ze met twee identieke honden, wellicht ook gekocht. Tot slot had Fien nog een dienstmededeling. “Ik zou graag trouwen. Maar dat hangt van Eli af. Hij moet het vragen.”

Eli Iserbyt kan wereldkampioen worden morgenmiddag (morgenavond bij ons) in Fayetteville in de VS. Willen we dat wel? Met mijn bekrompen wereldbeeld van balsporter zie ik liever een beetje rijzig atleet op het podium. Eén of twee Mathieu van der Poel of Wout van Aert en pas op drie zo’n crossertje, dan heb ik vrede met veldrijden. Maar goed, het is wat het is: Van der Poel doet niet mee omdat hij het aan de rug heeft en Van Aert heeft geen zin om drie weken kwaliteitstraining in te boeten om voor de vierde keer een stel tweederangsrenners op te rollen.

Het wordt een strijd tussen Tom Pidcock en Eli Iserbyt en als ik Sven Nys mag geloven zal één lange helling het verschil maken.
Op papier zou olympisch kampioen mountainbiken Pidcock in het voordeel moeten zijn. Waarmee hij meteen de overbodigheid van veldrijden zou bewijzen. Laat die wereldkampioenentrui volgend jaar maar bij voorkeur om de schouders hangen van iemand die boven de gemiddelde crosser uitsteekt. Pidcock en Ineos dan maar. Geef toe: welke sport die zichzelf een beetje ernstig neemt heeft een wereldkampioenentrui met daarop Pauwels Sauzen?

Column de saga Smans-Poppe in De Morgen van maandag 24 januari 2022

DE SAGA SMANS-POPPE

November 2017. Ik ben in het Stubaidal voor een repo met de snowboarders/slopestylers van de Belgische olympische ploeg op weg naar de Spelen van 2018 in Pyeongchang. Ik wilde meer te weten komen over slopestyle. Ooit had ik in een column bij wijze van boutade gevraagd of je gaat slopestylen omdat je op je hoofd bent gevallen, of je op je hoofd valt omdat je bent gaan slopestylen. Dat was niet serieus bedoeld, maar dat hadden de slopestylers en hun bond zo niet begrepen.

Slopestyle, moet u weten, is dingen doen met een snowboard die een normaal mens niet in zijn hoofd zou halen. Van relingen glijden, springen flirtend met de grens van leven en dood, you name it, zij doen het. Dan is er ook nog big air, nog erger. Dat is heel snel van een helling afkomen richting een soort reuzenschans, in de lucht gekatapulteerd worden en daarna allerlei bewegingen uitvoeren.

Ik keek mijn ogen uit daar boven in dat funpark. Van over de hele wereld waren ze gekomen. De bondscoach wees mij alle Belgen aan en hij eindigde bij een meisje dat heel eenvoudige sprongetjes deed, alsof ze nog veel moest leren. “Die daar is Loranne, ons grootste talent”, zei hij. “Zij had ook op de Spelen kunnen staan, maar ze heeft wat pech gehad.” Van een understatement gesproken.

Het begon met een val in 2016, waarbij ze op haar hoofd terechtkwam en bewusteloos met de helikopter werd afgevoerd. Bij de check- up bleek ook de schouder gebroken en had ze bloedingen in haar hersenen. Maar Loranne Smans was een natural. Haar herstel ging zo snel dat ze van de neurochirurg al in december geen beperkingen meer kreeg.

Te vroeg herbegonnen, wie zal het zeggen? In Québec ging ze in de opwarming door haar knie en scheurde haar voorste kruisband af. Gevolg: operatie en maanden revalidatie. Pas eind 2017 toen ik haar in Stubaital zag, kon ze weer die eenvoudige sprongen uitvoeren. Zo gingen haar eerste Spelen de mist in. Slechte timing, in de herfst van datzelfde jaar sprong ze, opnieuw in Québec, op de big air naar een derde plaats.

Loranne Smans, met haar looks en stijl van een ideale schoondochter, sindsdien lette ik elke winter op wat ze presteerde. Een grote maand geleden zaten we samen in Snow Valley in Peer. Dat had te maken met de aankomende Winterspelen waarvoor zij een certitude was. Ze vertelde honderduit over haar sport, inmiddels haar vak. Ze had zin in haar eerste Olympische Spelen, die al haar tweede hadden moeten zijn.

Ze begon over haar signature trick, de frontside rodeo 720, iets wat heel weinig mannen en nog minder vrouwen doen. Die trick, als ik dat toen goed heb begrepen, komt er op neer dat ze onorthodox vertrekt vanop haar tenen. En dat ze twee keer rond haar as draaide, vandaar die 720.

Vrijdag is de wereld van de nog maar 24-jarige Loranne Smans ingestort. Donderdag was al bekendgeraakt dat niet zij, maar de zeventienjarige Evy Poppe zou worden uitgestuurd. Poppe was de keuze van de Sneeuwsportfederatie; en het Belgisch Olympisch en Interfederaal Comité volgde de bond. Een dag later stond Smans in kortgeding voor de rechter en dat verloor ze. Het wordt Poppe in Peking.

Over een ingewikkelde jurysport als slopestyle ga ik mij niet uitspreken. Ongetwijfeld zijn het capabele kenners die in deze materie in eer en geweten hebben geoordeeld, maar had dit niet anders gekund? Smans heeft de quotaplaats voor België op de World Cups uit de brand gesleept, ze staat als hoogste Belgische op de ranking, dan lijkt haar selectie de logica en verdient de niet-selectie een duidelijke, transparante uitleg.

Evy Poppe werd nipt voorgetrokken op Loranne Smans op basis van ‘nationale criteria die de beste atlete moeten selecteren.’ Dat is vaag, maar daarom is het nog niet onterecht. Alleen moet er dan wel een verklaring komen waarom resultaten op olympische kwalificatietoernooien ineens niet meer tellen als graadmeter. Poppe stond 34ste op de olympische ranking en miste Peking 2022. Smans klokte af op 13de, waardoor België überhaupt een atleet mag sturen.

Hebben ze nadien dan Poppe en Smans tegenover elkaar gezet in een geheime snow-off? Kan Poppe – wereldkampioen bij de junioren en goud op de Youth Olympics – meer en moeilijker tricks dan Smans en heeft haar grotere groeimarge de doorslag gegeven? Leg uit Sneeuwsport Vlaanderen: wanneer werd de quotaplaats een kloteplaats?

Ik heb te doen met de gesloopte slopestylster Loranne Smans. En ik heb ook te doen met de jonge Evy Poppe, die onder immense druk staat om in Peking te presteren. Sportief is haar selectie misschien terecht, en het is te hopen voor haar dat die wordt bevestigd met een knalprestatie in Peking. Menselijk is dit een drama dat had kunnen worden vermeden.

Column de Redders van het Voetbal in De morgen van zaterdag 22 jan 2022

DE REDDERS VAN HET VOETBAL

Het stond er een beetje raar, in de berichten eerder deze week over de ontwikkelingen bij de Pro League: Bruno Venanzi en Michel Louwagie zetten een stap terug omdat ze genoemd worden in het ontwerp van vordering in Operatie Zero. In een volgende zin stond dan weer: Wouter Vandenhaute en Vincent Mannaert gaan de Pro League leiden.

Bij nader inzien is de stap terug van Venanzi en Louwagie een detail. Ze zijn niet langer de vertegenwoordigers van de Pro League in het bestuur van de KBVB, de grote administratieve entiteit boven het voetbal. In de Pro League, de belangenvereniging van de profclubs, blijven ze gewoon zitten.

Bovendien moet nog blijken wat van Operatie Zero uiteindelijk overblijft als de verdediging haar zegje heeft gedaan. Een groot deel van het dossier is gebaseerd op vermoedens van gesjoemel. Het mag vreemd klinken, maar zelfs in het immorele/amorele voetbal is niet alles fout wat op het eerste gezicht fout lijkt, of waar te veel geld mee gemoeid is.

Terug naar de essentie: Vandenhaute en Mannaert gaan alle problemen van de Pro League oplossen. Wouter en Vincent worden de witte redders van het voetbal. Misschien is wit iets te veel eer. Beide heren hebben een rist veroordelingen voor dronken rijden op hun kerfstok, maar zijn inmiddels zo opgestoten in de vaart der volkeren dat ze zich bij rijverbod een chauffeur kunnen permitteren. Wie weet gaan ze wel taxidelen.

Neen, samen zeven veroordelingen voor dronken achter het stuur kruipen (en betrapt zijn, wat dus met die andere keren?) behoort niet tot de privésfeer. Net zoals Ilombe Mboyo’s losse handjes. Het voetbal heeft een voorbeeldfunctie als ‘positieve verbindende kracht in de maatschappij’ (niet mijn woorden). Recidives van dronken rijden en slagen en verwondingen horen minstens even streng te worden aangepakt als vermeende of nog niet bewezen financiële malversaties. Mannaert, die terloops nog eens voor een paar miljoen van witwas wordt verdacht in de Veljkovic-boekhouding, was zo slim om al heel snel de voorgrond aan Vandenhaute te laten.

De deus ex machina in Vandenhaute kon zijn geluk niet op. Eindelijk heeft hij iets te doen. Wie denkt dat hij als voorzitter van Anderlecht meer zou zijn dan een protocollair figuur dwaalt. Marc Coucke mag het dan inmiddels hebben verteerd dat hij niet langer president wordt genoemd, er zijn grenzen aan zijn egorealisme. Hij heeft geen 120 miljoen euro of meer in de club gepompt om de beslissingsmacht uit handen te geven. Via zijn afgevaardigd Alychlo-vertrouweling Ben Jansen heeft hij zijn greep op de club nog verstevigd.

Zo, en wat gaat Vandenhaute nu allemaal oplossen?
1. Onderhandelen met de politiek over de (para)fiscale voordelen
2. Het vertrouwen in het voetbal en het maatschappelijk draagvlak herstellen
3. De veiligheid in de stadions verbeteren
4. Racisme bestrijden
5. Een CEO zoeken voor de Pro League
Oh ja, en 6. En passant een geschikt competitieformat vinden. En dat in vijf maanden.

In alle lovende verhalen deze week wordt Vandenhautes trackrecord in het wielrennen aangehaald om aan te geven dat het hem in het voetbal ook kan lukken. Over welk trackrecord hebben ze het? Hij had in 2008 een mooi plan (Cycling 2020) dat het niet heeft gehaald. Daarop heeft hij het wielervoorjaar in Vlaanderen hervormd, dat klopt, maar zijn grootste en enige tastbare verwezenlijking is een circuit in de finale van de Ronde van Vlaanderen, een door anderen geopperde en voor de hand liggende ingreep.

Die hervormingen hebben alvast niet geleid tot een nieuw soort wielrennen en ondanks een nooit eerder boomende interesse is de sport er niet wezenlijk op vooruitgegaan: niet inzake grote sponsors, niet inzake budgetten, niet inzake salarissen, wel integendeel. Laten we wel wezen, dat is niet de schuld van Flanders Classics, maar ook veldrijden is erop achteruitgegaan en daar is Flanders Classics wel de dominante speler: minder volk, minder interesse, lagere kijkcijfers, minder geld, minder toppers aan de start.

Het grootste probleem van Vandenhaute is zijn geloofwaardigheid. Hij is bij lange niet die boven alle voetbalcontroverses verheven figuur. Tot voor enkele maanden was hij nog makelaar bij Let’s Play. Zijn eerste grote slag was de overgang van Vadis Odjidja van Olympiakos naar KAA Gent. Volgens insiders is hij de duurste makelaar ooit die voor een inkomende transfer langs de Gentse kassa passeerde. Vervolgens zette hij druk op commentatoren om Odjidja in de nationale ploeg te praten en geen jaar later probeerde

hij hem al bij Anderlecht te stallen. De pas aangestelde Vincent Kompany stak daar een stokje voor. Dat was balen. En nu is Vandenhaute voorzitter van Kompany, of hoe het in het leven toch verdomd raar kan lopen.