Column Winterspelen in De Morgen van maandag 7 februari 2022

Winterspelen

Ik citeer even uit eerder werk: voetbal is McDonald’s, de Olympische Spelen zijn de betere wereldkeuken.

Ja toch? Van Azerbeidzjan tot Zimbabwe weet je wat je van een Big Mac mag verwachten, in de olympische wereldkeuken ontdek je steeds weer iets nieuws. Winterspelen zijn een exotische foodmarket, een mix van de medina van Fez en de yatai (eetkraampjes) op het eiland Nakasu in Fukuoka. (Ja, een sportjournalist komt wel eens ergens.)

Eergisteren was het veldrijden op tv, of frieten gebakken in oud frietvet om in culinaire metaforen te blijven. De Parkcross in Maldegem houdt in dat een mooi park verkloot wordt om een stel C-coureurs (te) veel geld te laten verdienen. Een achterafcross, dus te zien op VTM, en daar zit nu Michel Wuyts. Hij had niet Paul Herygers maar Niels Albert aan zijn zijde. Ze deden hun best om er topsport van te maken. Dat was het niet.

Veldrijden zonder Mathieu, Wout of Tom is de frituur net voor sluitingsuur: niet alleen hebben ze niet meer wat je wil, maar je krijgt ook iets binnen waarvan je niet zeker bent dat het eten is. Een sausje van Pauwels won en een ander sausje van Pauwels werd tweede. Overigens ben ik nog altijd door het dolle dat Pauwels Sauzen niét op de wereldkampioenentrui staat. De wereldkampioen had in Maldegem zijn mooie regenboogtrui kunnen showen, maar dat mocht niet van zijn bazen. Cross is nooit meer een bijnummer geweest dan anno 2022.

Op NPO 1 zonden ze rond die tijd gelukkig de Winterspelen uit. Correctie: op NPO 1 gaat het de hele dag door – van 2u in de ochtend tot laat in de avond – over Peking 2022. Gisterenochtend was het de 5.000m in het langebaanschaatsen. De Nederlanders wonnen niet, Bart Swings werd zevende. Dat is na vierde in Sotsji en zesde in Pyeongchang zijn minste resultaat op die afstand op de drie Spelen, en toch is er geen reden tot paniek.

Ik leerde van de deskundige Nederlandse analisten dat het laaglandijs in Peking zacht is en dat het een beetje anders breekt, wat het dus zwaar ijs maakt. Nu wil het toeval dat zwaar ijs iets is wat Swings geen goed doet op de afstanden, maar wat hij wel op prijs stelt op de massastart en zijn concurrenten niet.

Voor ik aan dit stukje begon, heb ik slopestyle bij de vrouwen gekeken. Het ging daar om de medailles. Wij hadden Evy Poppe op dat nummer en zij werd veertiende. Dat had iets beter gekund om alle kritiek rond haar selectie te laten verstommen. Poppe heeft nog de Big Air om op te (in de taal van de sport) shinen.

Slopestyle en ondergetekende, dat is dubbel. Toen ik nog voor andere krant werkte, heb ik ooit een column geschreven en de vraag gesteld: ga je slopestylen omdat je op je hoofd bent gevallen, of is het andersom? Dat was satire en ik was vergeten dat satire geen bekend en dus geen aanvaard concept is bij de millennials en jonger.

De slopestylers waren er het hart van in en bij wijze van wiedergutmachung ben ik een keertje helemaal naar de gletsjer aan het eind van het Stubaital gereden om hen daar op training aan het werk te zien. Ik was nog niets wijzer over dat hele slopestyle, maar mijn interesse was wel gewekt. Slopestyle is dat ene exotische gerechtje op die food market waar je eerst niet durfde aan beginnen, maar dat bij nader inzien blijkt te smaken.

Gisterenochtend was het de finale bij de vrouwen en dat werd al meteen een eerste topmomentje in Peking 2022. Zoi Sadowski- Synnott uit Nieuw-Zeeland behaalde goud, het eerste goud ooit voor een Kiwi. Zoi was al dubbel wereldkampioene en heeft ook de meest recente X-Games gewonnen. De X-Games dat zijn een soort Olympische Spelen voor alles wat in de buurt komt van waaghalzerij voor verwende adolescenten.

Die Zoi dus had na de kwalificaties al de beste run laten optekenen, en na run één in de finale stond ze daar nog steeds. Maar toen sprong de Amerikaanse Julia Marino over haar in de tweede run. In run drie moest het dan gaan gebeuren en ze deed het: twee keer een double cork 1080 (drie maal om twee verschillende assen draaien) en een gigantische finalesprong leverde een recordscore van 92.88 op.

De taferelen na haar landing zorgden voor emotionele verwarring. Nog voor Zoi goed en wel haar board kon uitdoen – en omhoog houden, goed voor de sponsor – en nog voor het verdict van de jury was verschenen, werd ze al besprongen door haar naaste concurrentes en het podium rolde oprecht blij door de sneeuw. “Ja”, zei de Nederlandse commentator, “in het slopestyle gunnen ze elkaar wat.” Een deel van mij vloekte “softies, hoe wil je ooit de beste worden zonder de ander te haten?” Een ander, steeds groter deel, kreeg de tranen in de ogen van zoveel oprechte goedheid en sportiviteit.