Column Knuffels en Gejoel in De Morgen van maandag 20 december 2021

Knuffels en gejoel

Zwift is de beste uitvinding van deze eeuw. In nauw overleg dan wel met een slimme fietstrainer zoals de Tacx Neo 2T Smart, die ik overigens aan de volle prijs heb gekocht. Dat meld ik er ongevraagd bij omdat sportjournalisten de voorbije week geen te beste beurt hebben gemaakt. Na wat fysieke problemen en dito achterstand ben ik helemaal terug bij nul begonnen en zit ik in week vier van de opbouw van de functional treshold power, ook weleens afgekort als FTP.

Daar werk ik tegenwoordig aan terwijl ik werk, naar voetbal kijk. Wat een verschil met vroeger: in de zetel zitten, blikje halen of latteetje zetten en mini-Leootje verhapstukken heeft plaatsgemaakt voor een sessie foundation, ondersteund door een grote bidon isotone dorstlesser.

Het enige waar ik nog iets moet op vinden is nota kunnen nemen terwijl de ingevingen opborrelen. Ik had tussen blokjes twee en vijf enkele mooie hersenspinsels verzonnen, maar die ben ik na het douchen vergeten. Misschien toch maar voortaan de Wahoo Kickr- ventilator handmatig bedienen en de iPhone gebruiken als voicerecorder.

Gisterennamiddag had ik een foundation training, met 48 minuten zone 2, uithouding dus, ideaal om ondertussen voetbal te kijken. En als er geen voetbal is, een serie. Zoals die van Naomi Osaka, voor wie ik inmiddels iets meer begrip kan opbrengen als ze weer eens kraakt onder de immense druk. Die serie toont duidelijk aan waar het schoentje knelt bij die topsportende millennials of zoomers: te veel entourage, te veel randgedoe, meer afleiding dan focus.

Maar goed, gisteren dus even geen Osaka, wel voetbal. Om halftwee speelde Anderlecht in Brugge een vriendschappelijke partij voetbal tegen het plaatselijke Club. Vriendschappelijk, ja, die indruk had ik vanaf mijn fiets. De intensiteit was matig, er werd gelopen maar niet te veel en niet te hard, er werd gevoetbald maar niet te best en niet te fanatiek, er werd een keer een trap uitgedeeld maar niks gemeens.

Club beging twee keer meer overtredingen dan Anderlecht, maar de helft daarvan kwam op de rekening van Eder Balanta, die als hij basketbal zou spelen waar ze de fouten optellen geen halve helft op het veld zou staan. De Colombiaan Balanta heeft een carrière gemist. Als hij dertig jaar eerder was geboren, had Pablo Escobar hem ongetwijfeld ingelijfd. Balanta zou vervolgens het rijk van Escobar hebben bewaakt zoals hij het middenveld van Club bewaakt: gemeen, geniepig, nietsontziend – en Escobar zou vast nog in leven zijn.

Balanta was al van het veld toen na afloop de spelers elkaar begroetten alsof ze tot een uur voor de wedstrijd samen pinten hadden gedronken en daar achteraf zouden mee doorgaan. Vincent Kompany knuffelde samen met Hans Vanaken en de commentatoren deden een beetje meewarig over wat ze zagen: het acuut belang was nog ver weg, dat zou wel komen met de play-offs. Terwijl ik zoiets had van: dat voetbal ook op die manier kan, we gaan erop vooruit.

Uiteraard was er gejoel van de Brugse fans. Lior Refaelov, die het ook niet kon helpen dat Ivan Leko hem niet meer moest en via een Antwerps omwegje transfervrij in Anderlecht was beland, werd bij elk balcontact uitgefloten. Idem voor Benito Raman, die ooit een Gentse overwinning vierde met het weinig stichtende riedeltje ‘Alle boeren, zijn homo’s’, waarbij boeren staat voor FCB-supporters. Raman scoorde bijna met het hoofd, net zoals hij in mei 2015 in de eindfase van de competitie de beslissende 2-3 met het hoofd op het bord prikte en zo Gent op weg zette naar de titel. Qua symboliek had dat kunnen tellen.

Dus ja, alles bij elkaar een gezapig partijtje met een billijke uitslag. Tot Kompany ineens via Sporza op de iPad verscheen: “Het resultaat van de wedstrijd is niet belangrijk voor mij. Ik ga hier ontgoocheld en gedegouteerd naar huis. Heel de match werden ik en mijn staf uitgescholden voor bruine aap.”

Haast onmiddellijk verscheen een reactie van de thuisploeg, want die hebben ze zomaar te copy-pasten van eerdere incidenten. “Club Brugge, zijn supporters, staf, spelers, medewerkers en bestuur veroordelen ten strengste elke vorm van racisme. Deze enkelingen zijn niet representatief voor de waarden en normen van onze Club en hebben geen enkele plaats in Jan Breydel.”

De CEO is inzake dronken rijden een hardnekkige recidivist, CEO en voorzitter worden straks waarschijnlijk aangeklaagd voor witwas en de harde kern heeft de slechtste reputatie inzake supportersgeweld en racisme van heel België. Verder is er niks aan de hand met de normen en waarden van deze club.

Column Sportgala in De Morgen van zaterdag 17 december 2021

Sportgala

De voorbije twee weken mail gekregen uit de hoek van twee verschillende genomineerden voor de Sportman van het Jaar. Van de ene mail was het niet duidelijk wat precies de bedoeling was: mij voor hun zaak winnen of gewoon melden hoe geschikt hun kandidaat wel (niet) was om de trofee te krijgen. De andere mail liet er geen twijfel over bestaan: hun atleet moest het worden want daarom en daarom en daarom…

Beide mails kwamen rijkelijk laat. Ik denk niet dat de initiatiefnemers beseften dat op dat moment de stemming al was gebeurd. Dat heb ik dan ook gemeld: “Er is al gestemd. Afwachten dus.”

Zondagavond worden de laatste nationale sportprijzen uitgereikt. De Trofee voor Sportverdienste is al bekend: dat is Bashir Abdi. De Vlaamse Reus ging ook naar Abdi en naar Peter Genyn. Het Vlaams Sportjuweel was dan weer voor de Red Lions, de Belgische hockeyploeg. Een nationale ploeg met doorgaans de helft Franstaligen die de meest Vlaamse prijs krijgt, dat was heel opmerkelijk. Misschien komt het ooit nog goed met dit land.

De Sportman en Sportvrouw van het Jaar is een prijs die namens onze beroepsbond voor sportjournalisten wordt georganiseerd door Golazo. De bulk aan stemmen komt van de sportjournalisten. Dat is in het verleden niet altijd een garantie geweest op heel doordachte eindresultaten. Zo is ooit een zwemster verkozen die al meer dan een jaar was gestopt, omdat concullega’s uit gewoonte altijd dezelfde naam op het blad zetten.

Ter verschoning, dat is wel al even geleden. Tijden zijn veranderd. Vandaag krijgen we van onze beroepsbond een shortlist met daarnaast de prestaties. Sportjournalisten zijn veel beter geïnformeerd en sommigen ook beter gekleed, al of niet betaald door makelaars.

Wilt u weten op wie ik heb gestemd? Ik zal het u verklappen en ook uitleggen waarom ik zo heb gestemd.

Sportman van het Jaar is voor mij Bashir Abdi. Ik schat zijn brons op de marathon hoger in dan het zilver van Wout van Aert in de wegrit. Wielrennen is internationaal een heel kleine sport die in het niets verzinkt bij de olympische marathon. Ik heb beide races gevolgd in de perszaal van Tokyo Big Sight. Het wielrennen op een groot scherm krijgen moest ik speciaal aanvragen. Na drie keer zeuren kwam een Japanner met de afstandsbediening. Haast niemand keek. De marathon stond op alle schermen. Iedereen keek, ook al is een marathon even spannend als gras zien groeien.

Abdi op één is zondigen tegen mijn eigen huisregel die de pure prestatie, ontdaan van alle franje, laat doorwegen. Voor Abdi wordt evenwel een extra dimensie in overweging genomen. Naast zijn fenomenale record in Rotterdam is er ook nog eens de symboliek van de asielzoeker die alle tegenslagen overwint en zich vervolgens perfect integreert via de sport en daarvan – en van veel meer – de perfecte ambassadeur wordt.

Ik heb Matthias Casse op twee, dus zijn brons schat ik ook hoger in dan het zilver van Van Aert. Dat was niet het geval geweest als de fenomenale atleet Van Aert goud had gewonnen, of wereldkampioen tijdrijden was geworden. De andere prestaties houden elkaar in evenwicht, maar opnieuw nummer één worden in de koningsklasse van het veel mondialere judo overtreft de tweede plaatsen en ook de overwinningen van Van Aert. Het overaanbod wielerjournalisten zou wel de balans in het voordeel van Van Aert kunnen doen overhellen.

Sportploeg van het Jaar, daar mag geen twijfel over bestaan: de hockeyers van de Red Lions. Sportcoach van het Jaar, idem: Shane McLeod. Dat had een spannende strijd kunnen zijn met het Franse echtpaar Yves Kieffer-Marjorie Heuls, maar die zijn om welbekende redenen allang blij dat ze nog salonfähig zijn om bij de laatste drie te worden genomineerd.

Nochtans heeft hun Nina Derwael algemeen de beste Belgische sportprestatie ooit neergezet. Haar goud lijkt op het eerst gezicht in balans te liggen met het goud van Nafi Thiam, maar dat is gezichtsbedrog. Olympisch kampioen worden op het meest spectaculaire toestel in zowat de zwaarste vrouwensport ooit tegen atleten uit de Chinese, Japanse, Amerikaanse, West-Europese en Russische sportsystemen, tegen de hele wereld zowat, nooit heeft een Belgische sporter of ploeg beter gedaan.

Het goud van Thiam is dan weer behaald in een olympisch nummer waarin de plaatsen één tot vier zijn bezet door atleten uit de Benelux. Dat maakt van de zevenkamp nog niet het veldrijden van de atletiek, maar het is wel stilaan een ondergeschoven kindje binnen die sport. Thiam heeft één voordeel dat haar misschien op één doet uitkomen: als communautair wordt gestemd, is zij het enige lichtpunt in de donkere tunnel van de Franstalige sport.

Column over F1 ‘Rare sport die F1’ in De Morgen van maandag 13 december 2021

Rare sport die F1

Gisteren formule 1 gekeken. Op de iPad reden – of wat daarvoor moest doorgaan – renners voor de verandering door witte modder, maar alle ogen waren gericht op het Yas Marina-circuit in Abu Dhabi.

Ik heb niets met de formule 1, dat geef ik meteen toe. Ik ben opgegroeid in een tijd dat er om de zoveel weken een van die gasten het leven liet. Niet zomaar. Meestal gingen ze dood in een horrorcrash waarna ze in verschillende stukken van het asfalt konden worden geschraapt of half verbrand uit hun gebarbecuede auto werden getild. Of eruit geraakten zoals Niki Lauda.

Later moest ik het wel een beetje volgen bij een zondagsdienst op de krant. Wij hadden echte F1-specialisten die ook naar heel wat races gingen, maar geen zo bedreven als Jo Bossuyt van Het Laatste Nieuws, die ook voor deze krant al twintig jaar of wat zijn licht laat schijnen op de huidige formule 1.

Bij deze spannende ontwikkeling was een beetje duiding welkom, helemaal omdat de F1 niet langer een sport is van rechtdoor, maar van reglement op reglement, bovenop op regeltjes en aannames of interpretaties van de race director en de stewards. De F1 is godbetert een jurysport op wielen, beter nog banden, geworden. Rijden zoals vroeger tot de laatste levende over de streep komt, dat was er ook over, maar elke sport is gebaat bij een beetje rechttoe, rechtaan.

Deze week heb ik Jo’s stukken verslonden, want na afgelopen zondag was ik even niet goed meer mee. Vergeef mij dit, maar Kris Wauters horen voorspellen “nu kan hij DRS’en” ergens ter hoogte van een bordje met daarop ‘DRS’, ik hoorde het van in Keulen tot in Riyadh donderen. Het was iets met een vleugel, omhoog of omlaag ben ik vergeten, waardoor ze sneller konden gaan.

Jo legde het deze week nog eens haarfijn uit en somde ook alle mogelijk scenario’s op. Waarvoor dank. Waarom Lewis Hamilton zou winnen. Waarom Max Verstappen zou winnen. Het was Hamilton of Verstappen en als geen van beiden zou finishen, zou het Verstappen zijn, want die had de meeste overwinningen behaald. Tenzij, dat kwamen we later deze week te weten, ze bij een uitgelokte crash bij de boosdoener punten zouden aftrekken.

Enfin, beide rijders begonnen met een gelijk aantal punten aan die laatste race. Het kon echt alle kanten uit, maar het scenario van gisteren had echt niemand kunnen voorspellen. De allerlaatste beslissing, het allerlaatste inhaalmanoeuvre viel in een soort ultieme sprint in de allerlaatste ronde. Het was een soort zesdaagsefinish, met dien verstande dat we in Gent al dagen op voorhand weten wie zal winnen.

In het Kuipke van Abu Dhabi was het voor echt. Vooraf had ik het eerder voor Lewis Hamilton. Zwart, geen rijke ouders, zeven keer wereldkampioen met brio, normale gast op het eerste gezicht. Niet voor Max Verstappen, wel van rijke ouders, fils à papa, en afwisselend een arrogant baasje of een Calimerootje. Wij omarmen die in België zo graag als een halve Belg en dat belachelijk gedoe speelde ook mee.

Al in de eerste bocht ging ik overstag. Hamilton deed daar iets wat niet mocht en werd daar niet voor bestraft. Regelrechte schande. Het dient gezegd, Hamilton was op mindere banden toch sneller weg dan Verstappen, dus hij had wel een voordeeltje. En hij reed ook ronde na ronde sneller. Die voorsprong bouwde hij netjes uit tot de ploegmaat van Verstappen in de weg kwam rijden en hij vijf seconden verloor. Dat mocht allemaal. Rare sport die F1.

Daarna begon het spel met de banden. Pitstop wel, niet pitstop, soft, medium of hard tyres (banden dus), het flitste over het scherm en inmiddels had Hamilton tegen het eind van de race weliswaar op redelijk uitgewoonde banden een veilige voorsprong op zijn Red Bull- rivaal. Race gereden denk je dan, maar neen hoor. Op een ronde of vijf van het einde besloot ene Latifi, een Canadees, zijn auto tegen een muur te parkeren.

Er kwam een safety car aan te pas, een echte deze keer, nadat we op het circuit ook al eens een virtuele hadden gezien (of niet want hij was virtueel). Nu zal het niet helpen dat ik meer beslagen ben in echte sporten waarin nog ten minste naar een schijn van eerlijkheid wordt gestreefd, maar ik verbaasde mij geen klein beetje dat Hamilton plots al zijn voorsprong verloor. Niet alleen had zijn concurrent bij die virtuele safety car van banden kunnen wisselen, maar bij deze nieuwe crash moest Hamilton ook gewoon die elf seconden voorsprong inleveren voor een simpele eerste plaats. Ineens hijgde in zijn nek, op anderhalve meter, Max Verstappen op nieuwe banden. En toen wonnen de banden.

Column ‘Puntje van Kritiek’ over de rel in volleyballand (speelsters/bondscoach) in De Morgen van zaterdag 11 dec 2021

Puntje van kritiek

Kinderen van de Collaboratie, daarna Kinderen van het Verzet, gevolgd door Kinderen van de Holocaust: interessante tv. Ook Kinderen van de kolonie en van de migratie: relevant. Kinderen van de topsport is van dezelfde programmamakers maar heet dan weer De prijs van de winnaar. Vreemd, maar nog vreemder en totaal onbegrijpelijk is dat dit programma het scherm haalde.

Aflevering één van De prijs van de winnaar was een herhaling van zetten: nog eens die eetstoornissen, nog eens de dwangarbeid in de gymzaal, nog eens de druk van de trainers, nog eens die moeite om blij op de carrière terug te blikken (dat komt wel, over een paar jaar). Er passeerden ook een paar nieuwe namen de revue. Toevallig of niet mannen want anders denken we nog dat alleen vrouwen kunnen zeuren. Zoals de immer bereidwillige Bashir Abdi, die kwam zeggen dat topsport hard is. Van een openbaring gesproken.

In deel twee doken basketbalspelers Tomas Van Den Spiegel en Retin Obasohan op, en hun quotes pasten als een tang op een varken. Was deel één overbodig, dan was het al bij al onschuldig. Deel twee daarentegen was journalistiek oneerlijk en Canvas- onwaardig. Vilein was het. Naar het schijnt was bij de VRT en Sporza het kot te klein toen men hoorde/zag welke richting de tweede aflevering uitging. De Canvas-bazen verdedigden zich met “dit programma doet niet aan journalistiek, het laat de mensen verhalen vertellen”. Puntje van kritiek waard toch, deze aanpak.

Soms dringt een journalistieke benadering zich op. Met Kinderen van de Holocaust is het makkelijk. Je laat de geïnterviewden hun verhaal doen en behalve een handvol negationisten weet iedereen dat de Jodenvervolging echt is gebeurd. Er is met andere woorden geen behoefte aan een tegenwoord van een nazi die zich excuseert voor of contextualiseert wat er in de concentratiekampen is gebeurd.

In deel twee van De prijs van de winnaar was tegengewicht wel op zijn plaats, al was het maar omdat het programma een regelrechte karaktermoord pleegde op iemand van wie de naam niet eens werd genoemd. Nuance en tegenwoord ontbraken totaal. Dit was een georchestreerde aanval, een zelden geziene beschadigingsoperatie. Alles netjes inblikken en net voor de aflevering op antenne gaat de belaagde de beelden tonen en om een reactie vragen, dat doe je hooguit met Steve Bakelmans. Niet met een bondscoach die altijd voor- en tegenstanders zal hebben en tegen wie in deze problematiek (soms familiale) agenda’s spelen.

In tijden van media die elkaar achternalopen, om vervolgens allemaal als konijnen naar een lichtbak te staren, beperkte de perversiteit zich niet tot de uitzending. Die liet eerst de volleybalspeelsters unisono inhakken op de bondscoach, waarna de site Sporza de smeuïgste passages selecteerde. De uitzending had al bijna geen context en die was nu helemaal weg.

Pas op, het was niet allemaal slecht. Eén speelster vond hem wel een heel erg goede coach, de op één na beste zelfs. Haar beslissing om te stoppen had ze al maanden geleden genomen, en dat had ze de coach toen ook meegedeeld. Ze hadden dat uitgepraat, maar haar exit maakte ze nu pas wereldkundig. Toevallig in harmonie met het salvo van het vuurpeloton. Klein detail: als er een andere bondscoach komt, zou ze misschien wel overwegen om terug te keren. Hallo zeg.

Vervolgens gingen ook de andere media erop door. Experts die van ‘grensoverschrijdend gedrag’ hun core hebben gemaakt en professoren sportpedagogiek zonder de minste millimeter in topsport mochten hun mening geven. Frituristen die het over de keuken van Peter Goossens hebben, zo klonk het.

Belgiës beste volleybalspeelster aller tijden was heel snel opgestaan ter verdediging van de bondscoach. Die tegenstem verzoop in de beschuldigingen. Ook de huidige hoofdaanvalster (voorlopig de nummer drie, maar hard op weg op de tweede beste Belgische aanvalster ooit te worden) kwam hem spontaan verdedigen. De huidige nummer twee viel hem af, dat klopt, maar die is dan ook uit de nationale ploeg gezet.

Er zijn minnen, maar er zijn ook plussen in deze affaire. Precies dat had Canvas en de andere media moeten aanzetten tot meer voorzichtigheid. Hoe zwaar de minnen nog zullen wegen na het onderzoek en of de plussen de minnen uitstrepen, dat wordt nu uitgezocht door een magistraat aangesteld door de minister van Sport. Afgezien van de vaststelling dat wij ongeveer het enige land ter wereld zijn waar de minister van Sport tussenkomt als de bondscoach hommeles heeft met zijn (ex-)internationals (en rechters zich bemoeien met veldloopselecties) is een onderzoek naar de totstandkoming van dit programma en de kwaliteitscontrole bij Canvas evenzeer op zijn plaats.

Column Fancultuur in De Morgen van maandag 6 december 2021

Fancultuur

Je hoort weleens, ook hier in België, dat de voetbalsupporter inspraak moet krijgen in zijn club omdat de club in de eerste plaats van de supporters is en niet van een binnenlandse of buitenlandse rijkaard. Oké, over welke supporter hebben we het dan? Over een supporter als Michael Ott, de advocaat die vorige week de ledenvergadering van Bayern München op zijn kop zette omdat hij de sponsordeal met Qatar Airways wilde laten stopzetten?

Die Ott mag dan wel naïef zijn – denken dat er echt inspraak is, waar haalt hij het? – hij is wel iemand met het hart op de juiste plaats en een moreel kompas dat goed staat afgesteld. Zijn betoog tegen het hoofdbestuur van Bayern was duidelijk: “Jullie zeuren altijd over PSG en Manchester City die groot zijn geworden met dank aan de olie- en gasdollars, maar wij zijn geen haar beter want wij worden ook gesponsord door Qatar.”

Waarop Ott de voorzitter vroeg om een motie te laten stemmen waarbij de ledenvergadering zou beslissen over het al of niet voortzetten van die Qatar-deal. Die motie kwam er niet, de stemming dus ook niet, Ott werd de mond gesnoerd en de romantici van het voetbal zaten terug bij af. De 50+1-regel in het Duitse voetbal, die stipuleert dat de ledenvergadering altijd de meerderheid moet bezitten van het Verein, is pure windowdressing.

Gelukkig is die Duitse fancultuur zo bijzonder dat dit niet meer weggaat. Bij die vergadering was het al te horen: “Wij zijn Bayern, niet jullie.” Een wedstrijd later hielden de fans een reuzegrote banner op: ‘Voor geld wassen wij alles rein.’ Het beeld was duidelijk: Bayern- CEO Oliver Kahn en clubvoorzitter Herbert Hainer die bebloede kledij in een wasmachine stoppen en rond hen dwarrelen de dollars. Dit blijft leven en bij de volgende algemene ledenvergadering zal het er weer bovenarms op zitten. Het bestuur heeft dat eindelijk ingezien en gaat met Ott en co. aan tafel zitten.

België heeft geen fancultuur zoals Duitsland. Jammer, want er lopen hier ook wel een paar Otts rond. Hoewel her en der goedbedoelde initiatieven worden genomen, zijn de bezoekers van de Belgische voetbalstadions doorgaans niet geëngageerd, ook niet geïnteresseerd in een breder project en al helemaal niet in de maatschappelijke rol die hun club zou kunnen spelen.

Bezoekers van Belgische voetbalstadions kun je ruwweg opdelen in twee categorieën: keurig en minder keurig. Minder keurig behelst een heel spectrum, van gewoon minder keurig tot barbaars. Een prominent lid van die laatste categorie kwam gisteren in beeld, of beter gezegd niet in beeld. De rechtenhouder vond het maar niks en daarom vertikte de regisseur het om die ene Beerschot-fan te tonen toen die naar het Antwerp-vak spurtte om daar een vuurpijl in te gooien. Het was omdat Tom Boudeweel op Radio 1 zich er zo over opwond dat het uiteindelijk een item is geworden. Nadien doken amateurbeelden op die het incident bevestigden.

In dat geviseerde Antwerp-vak was de concentratie barbaren ongetwijfeld ook erg hoog, en sommige clubbestuurders zijn al zover mee in de normvervaging dat ze het niet erg vinden als de harde kernen elkaar de hersens in slaan. Maar dit, elkaar in brand steken, was een station verder dan klappen uitdelen. Dit was ongezien voor België.

Wat die Beerschot-fan uitvrat was een regelrechte poging tot doodslag. Neen, een gegooide vuurpijl zal niemand direct doden, maar de kans op ernstige verwondingen is groot. Onrechtstreeks kan zo’n vuurpijl in een vol vak wel een reactie veroorzaken waarvan je het resultaat niet kunt inschatten. Voor je het weet worden er beneden een paar vertrappeld omdat ze boven of halfweg op hol slaan.

Wat bezielt iemand om op een natte zondagnamiddag thuis een hele donkere jas en een hele donkere broek aan te trekken, een bivakmuts op zak te steken en in de bilspleet of hoger een vuurpijl te verstoppen? Hoe erg moet je jeugd zijn geweest als je vervolgens tijdens een heftige partij voetbal besluit dat ding boven te halen, aan te steken om er uiteindelijk mee naar het Antwerp-vak te lopen?

Wat is allemaal fout gegaan in je leven dat je dit überhaupt probeert, heel goed wetend dat dit je misschien gevangenisstraf zal opleveren, al zeker een boete en heel zeker een lang stadionverbod? Een upgrade bij FC De Barbaren? Ik kan niks anders verzinnen. Na de wedstrijd zou een hele horde paars-witte Hunnen het veld bestormen.

Jammer genoeg is het in België dat soort fan dat medezeggenschap eist, dat na twee of meer verlieswedstrijden op rij eerst de trainer, dan de spelers en uiteindelijk het bestuur tot de orde roept. Het argument dat het incident van gisteren een actie was van één fan houdt geen steek. Kijk, hoor en huiver: als de vuurpijl in dat Antwerp-vak belandt, juicht de Beerschot-tribune.

Column Dossier Veljkovic in De Morgen van zaterdag 4 december 2021

Dossier Veljkovic

Het arrest van de kamer van inbeschuldigingstelling (KI) van het hof van beroep in Antwerpen in het dossier tegen makelaar Dejan Veljkovic leest als een jongensboek. Misschien eerst even recapituleren hoe de methode-Veljkovic in elkaar stak. U weet ongetwijfeld dat het voetbal de sector is die veruit de laagste belastingen en minimale sociale lasten betaalt. Om nóg minder belastingen en sociale lasten te betalen werd door Veljkovic een constructie met valse facturen via het buitenland opgezet.

De hoofdbrok van het arrest betreft spelers. De makelaar factureerde vanuit verschillende Balkan-landen voor een fictieve opdracht, de club betaalde die facturen, de makelaar betaalde daar ter plekke minimale belasting op en roomde zijn commissie af (10 procent zegt men), waarna het geld cash terugkwam via een Belfius-bankfiliaal in Genk.

Wie waren die clubs en om hoeveel deals ging het? Club Brugge (vier en niet van de minste), Racing Genk (vijf), Standard (twee), Anderlecht (vier), OH Leuven (drie), Sporting Lokeren (vier), KV Oostende (één), KV Kortrijk (twee), Waasland-Beveren (één) en uiteraard KV Mechelen, de kampioen in dit dossier, met twintig deals die door het parket als witwas werden gekwalificeerd.

De eerste publicatie over dit dossier begon met een opsomming van wie allemaal geld zou hebben gekregen, in het zwart, in plastic zakken of in enveloppes. Dat is het einde van de witwasketen en is net het lastigste om te bewijzen. Veljkovic, een gangster en laat daar geen twijfel over bestaan, kan dan wel zeggen dat hij her en der cash geld heeft betaald aan deze en gene, als die beweren dat ze nooit iets hebben gekregen en dat ze van die constructies niet afwisten, wordt het woord tegen woord.

Het fijne van elk dossier zullen we nooit kennen omdat een aantal betrokkenen ongetwijfeld al een minnelijke schikking hebben afgesproken. Bovendien is het niet zeker of het Openbaar Ministerie in alle gevallen de vervolging zal eisen, maar gezien de publiciteit die Operatie Zero kreeg, wordt verwacht dat er verschillende processen zullen volgen.

Het goede nieuws is ook, aldus een mens met kennis van zaken, dat de strafrechter de bewijslast mag wegen en andere elementen mee mag nemen in zijn beoordeling van fout of niet fout. De kans op veroordelingen is dus bijzonder groot.

Helemaal een gewonnen veldslag is de beschuldiging van witwas in hoofde van de clubs. Nemen we het voorbeeld van Belgische trots Club Brugge en meer in het bijzonder paragrafen 160 en 161 in de aanklacht, die gaan over de transfer van Karlo Letica die voor 3 miljoen euro verhuisde van Hajduk Split naar Club. Op 17 augustus 2018 ondertekenden CEO Vincent Mannaert en voorzitter Bart Verhaeghe een overeenkomst met Beneyug Sport in Cyprus met ene Goran Veljkovic (dat is Dejan die met de naam van een familielid tekent) voor een bedrag van 1 miljoen euro, en ook nog eens een scoutingsovereenkomst met Magnum Doo in Montenegro voor 500.000 euro.

Dat zijn maar twee van de elf (!) bedrijven die Veljkovic in zijn constructies gebruikte. Het doet overigens niks ter zake dat die betalingen nooit zijn gebeurd omdat hij enkele maanden later werd opgepakt en er overal huiszoekingen volgden. In het arrest van de KI staat onomwonden: deze overeenkomsten dienden om officieuze betalingen (lees: zwart geld) te verrichten buiten het officieel contract tussen Club Brugge en Karlo Letica. Dat is witwas.

Club reageert verbolgen op de aantijging met “we hebben prestaties in de vorm van scoutingsverslagen ontvangen en zullen die te gepasten tijde voorleggen”. Anderhalf miljoen en nog eens 500.000 euro voor scouting? Voor een reservedoelman die sindsdien nauwelijks een wedstrijd in een basis heeft gespeeld? Een Balkan-scout die vast in dienst is bij een club kost geen 100.000 euro – 50.000 is al duur betaald – en daar werkt hij een heel jaar voor.

Die valse facturen zijn, om in voetbaltermen te blijven, owngoals die de clubs hebben gescoord want die zitten zowel in de boekhouding van de clubs als in die van Veljkovic. Overigens heeft Club ook zo’n deal afgesloten voor Mats Rits, die ineens bij zijn overgang van KV Mechelen van makelaar veranderde. Ook voor Ivan Trickovski werd die piste bewandeld en de eerste keer dat die techniek in Brugge werd toegepast was bij het ontslag van Georges Leekens in 2013.

Een veroordeling voor witwas is niet alleen een dure affaire want daar staan geldboetes op, en gevangenisstraffen, al of niet met uitstel. De vraag is ook wat er met de straks veroordeelde actieve bestuurders moet gebeuren. Als het Belgisch profvoetbal het meent met de grote schoonmaak is royeren de enige mogelijkheid.

Column De Voorzijde van de medaille in De Morgen van maandag 29 november 2021

De voorzijde van de medaille

De prijs van de winnaar is een driedelige docu die vanavond begint op Canvas, net voor Extra Time. De trailer gaf mij een ongemakkelijk gevoel. De prijs van de winnaar gaat duidelijk niet over wat topsporters met hun prestaties verdienen. Niet dat ze van een driekamerflat naar een vrijstaande woning kunnen verhuizen. Evenmin dat ze zich in plaats van Ikea ineens Linea kunnen permitteren. De docuserie gaat over wat zo mooi heet ‘de keerzijde van de medaille’. En die hoort dan lelijk te zijn of althans minder mooi dan de voorzijde.

Trouwe lezers van deze kolommen zullen niet opschrikken – de anderen moeten nu hun ogen afwenden – als ik hier herhaal dat ik het een beetje heb gehad met dat achterafgeklaag van al of niet vermeende topsporters en alle miserie die de sport en de entourage in die sport hen heeft aangedaan.

Bon, toegegeven, dat laatste is een al te grove veralgemening. Laten we hopen dat De prijs van de winnaar iets meer nuance aanbrengt en dat de trailer vooral bedoeld was om het programma onder de aandacht brengen. Ik heb ook nogal vertrouwen in Ann Simons die aan de docu heeft meegewerkt. Ann was keihard voor zichzelf en heeft als topsporter zo’n beetje alles meegemaakt wat in de topsport fout kan gaan: eetstoornissen, blessures, verbale agressie, fysieke agressie, noem maar op. Ze is daar behoorlijk ok uitgeraakt.

Neen, ik ben niet blind voor wat fout kan gaan in de sport. Ik heb zelf lang genoeg op een niveau gespeeld waar winnen voor sommige van mijn ploegmaats hun inkomen en hun goed- of slechtbevinden voor een hele week bepaalde. Zelf had ik daar minder last van. Eén mindere nacht na een slechte wedstrijd en dat was het.

Schelden op wie zijn taak vergat, de tegenstander kleineren, de scheidsrechter met zijn dikke buik schofferen, een deel daarvan heb ik eerst zelf ondergaan en uiteindelijk heb ik mij daar ook zelf aan bezondigd als agressor. De vraag is nu – en neen, het is geen trauma
– of ik een soort kindermisbruiker was die zelf ooit is misbruikt, dan wel gewoon te fanatiek in het spelletje (volleybal in mijn geval) opging.

Kort nadat ik was gestopt, werd ik perschef van het Belgian Olympic Team. Wij hadden toen Heidi Rakels in de selectie van Barcelona. Die vocht in de toenmalige klasse tot 72 kilogram, maar daar koos de bondscoach voor het grote talent Ulla Werbrouck en dus moest Heidi Rakels, die al moest afvallen om de 72 te halen, nog meer afvallen om onder die 66 te geraken. Daar zijn mijn ogen deels open gegaan.

Zo fel vermageren tegen alle adviezen van trainers en artsen in, was er ver over. Iemand had haar toen moeten stoppen. Niet zeker of dat vandaag niet opnieuw zou kunnen. Gelukkig is het helemaal goed gekomen met Heidi, burgerlijk ingenieur, IT-Woman of the Year en nu al aan het rentenieren.

Ze zit niet in de serie, maar is daar ongetwijfeld voor gevraagd, dat kan niet anders. Ze heeft dit achter zich gelaten, althans dat hoop ik. Wie er wel in zit, is Frank Boeckx, ex-doelman, en met diens optreden heb ik bij voorbaat al iets meer moeite. Hij zal getuigen over boulimia nervosa. Met andere woorden: compulsief eetgedrag ten gevolge van stress en in zijn geval te veel eten. Dat was er voor ons media ook altijd aan te zien, die keren dat hij in het doel mocht staan: Boeckx was gewoon niet fit, te dik met andere woorden.

Als het de bedoeling is van de serie om in deel twee aan te geven dat wij als media een sporter niet meer mogen wijzen op een gebrek aan fitheid ten gevolge van een te hoog vetpercentage (zie Eden Hazard, Kim Clijsters), omdat de sporters daar stress van krijgen, dan geef ik niet thuis. Een aangepast gewicht en fysiek hoort bij topsport. Als het de bedoeling van de docuserie om aan te geven dat het ok is als sporter om grenzen te stellen, dat het niet ok is om in een eetstoornis te vervallen, ook niet dat de trainer je continu uitscheldt of kleineert, of – nog erger – aan je zit, dan is ze erg op haar plaats.

Wat daar wel moet bij worden vermeld is dat topsport bij uitstek niét inclusief is, niet voor iedereen is weggelegd. Topsport is tot het gaatje gaan, de grens opzoeken en verleggen en dat vereist juist onbalans, maar dan wel goed georkestreerd en begeleid. Wie daar niet tegen is bestand, is niet geschikt voor topsport. Topsport discrimineert, elimineert, selecteert, doet soms pijn, is soms ongezond – doe aan topsport, anders blijf je gezond – maar geeft ook heel veel terug. De voorzijde van de medaille is vaak mooier dan de keerzijde. Topsporters die hun tijd als topsporter vervloeken, zijn op één hand te tellen.

Column No sweat, No glory in De Morgen van zaterdag 27 november 2021

No sweat, no glorypage1image58979952

De Morgen – 27 Nov. 2021 Pagina 19

HANS VANDEWEGHE sportjournalist @hansvdw

Geen cartoonist kan de sportactualiteit zo vatten als Marc De Cloedt. Hij tekent dagelijks onder Marec in Het Nieuwsblad. Dat is een concurrerende krant uit die andere grote mediagroep, maar als ‘de vijand’ goed is moet je dat durven toe te geven. En heel af en toe bewieroken.

Marec is een Cercle-fan en deze week had hij een hele kluif aan de dramatische nederlaag van Club in de Champions League. In
de donderdagkrant deed hij nog snel-snel iets met Philippe Clement die aan de glühwein zat en daar een kater aan overhield, maar gisteren was hij ronduit geniaal. Opdat u die krant niet zou moeten kopen – zo gek zijn we nu ook weer niet – volgt nu een beschrijving van zijn tekening.

De ene muur is zwart, de andere blauw. In de hoek een kalende man. Gestraft, zo lijkt het wel. Hij staat licht gebogen, handen in
de zakken, trekt een pruillip, alles klopt aan die cartoon. Hij mijmert, dat lezen we in een tekstballon: ‘Erkend als spijtoptant’. Als ik Clement was, ik bestelde een uitvergroting van die cartoon en hing hem in mijn kantoor op het trainingscentrum. Als een opgestoken vinger, maar subtieler.

Zal niet gebeuren, hoewel Clement over een uitzonderlijk EQ beschikt, zoveel is wel duidelijk geworden na die afgang. “Dit neem ik op mij”, zei hij onmiddellijk. Dat was niet van harte maar zijn EQ fluisterde hem in dat dit een strijd was die hij op dat eigenste moment niet kon winnen, dus paste hij het adagium van crisiscommunicatie toe: benoem het probleem. Geen olifanten in de kamer toelaten, er zelf over beginnen en meteen toegeven, dat werkt altijd.

Zo kan de interviewer zijn volgende drie vragen meteen schrappen, waarna een lullig opvolgvraagje komt om te kunnen nadenken over een volgende interessante insteek. Gilles De Bilde van VTM heeft daar geen last van. Die stelt gewoon drie keer dezelfde vraag, wat soms vervelend tijdverlies is in een programma waarin de reclameblokken een veelvoud duren van de analyse.

Philippe Clement schijnt een dag later ook door het stof te zijn gegaan voor zijn spelersgroep, of althans zijn fout te hebben toegegeven. Zo staat het in de krant, maar uit ervaring weet ik dat niet alles wat in een krant verschijnt helemaal strookt met de waarheid. Erger nog, in de schaarse gevallen waar ik wel de waarheid ken zitten de media er soms compleet naast. Jammer dat Gert Verheyen ergens op een boot zit. Ik had hem weleens willen horen en lezen over deze deconfiture. Het is makkelijk om de omzetting van 4-3-3 naar 3-4-3, of was het nu weer een 3-5-2, als oorzaak te zien voor wat een ontwrichting van de Brugse speelstijl heette en resulteerde in een afgang.

Dat een nota bene minder hoog spelende Hans Vanaken 21 keer balverlies leed, meer dan het dubbele van een normale wedstrijd, wat heeft Clement daarmee te maken? Dat Ignace Van der Brempt, een groot talent maar woensdag even niet, bij twee goals nul druk zet, wat heeft dat te maken met de veldbezetting? Als een speler in je zone komt, dan val je die aan. Club had 54 procent van de tijd de bal. Dat was over de hele wedstrijd. De eerste helft, waarin alles gebeurde en alles fout ging wat kon fout gaan, was dat 50 procent.

Clement had een plan en dat is mislukt. Of het plan dan slecht was, is een andere kwestie. Dat geven de cijfers alvast niet aan. Club gaf 75 passes meer dan Leipzig. Dat liep dan weer 2 kilometer meer en die 2 kilometer stond al na een halfuur in de statistieken. Die Duitsers zijn als leeuwen aan de wedstrijd begonnen en na dat eerste halfuur stond het 0-3. Club had ook 13 corners tegenover 3 voor de Duitsers. Daartegenover staat dan weer dat Leipzig 22 keer tackelde tegenover 9 keer bij Club. Maar Club won in totaal 124 duels, Leipzig 114.

En toch, de Duitsers waren doelgerichter: Leipzig schoot 23 keer op doel, met 13 ballen binnen het kader. Club schoot 13 keer op doel en 3 keer binnen het kader. Het werd die voorspelde open wedstrijd met twee aanvallend ingestelde ploegen, maar het grote verschil was de intensiteit, door Clement meteen na de wedstrijd aangegeven als “we moesten het afleggen in duelkracht”. Dat ging verloren in het gedruis rond zijn mea culpa. Hij sprak ook nog over ‘overpowerd’ en ook dat raakte ondergesneeuwd door de obsessie dat zijn tactische keuzes de schuld van alles waren.

Minstens evenveel schuld, indien niet meer, ligt bij de spelers, die woensdag hun poot niet hebben gezet. Het was ‘No sweat, no glory’ maar dan letterlijk. Konden ze niet of wilden ze niet, dat is nu de vraag. Alleen in het tweede geval heeft Clement een levensgroot probleem.

Column Moreel kompas in De Morgen van maandag 22 november 2021

Moreel kompas

1-2 Nanxincang Guoji Dasha, 22A Dongsishitiao, Dongcheng district, Beijing 100007. Daar bevindt zich Pekings restaurant van het jaar 2014: Da Dong Roast Duck, genaamd naar de chef Da Dong. Een aanrader is de overheerlijke pekingeend die ze daar zelf klaarmaken, van kelen over pluimen tot roasten. Je eet er overigens ook fantastische andere gerechten zoals wagyusteak. Vier dollartekentjes op TripAdvisor. Het kost dus een cent, maar de koers is gunstig.

Da Dong was mijn kantine toen ik in 2008 meer dan een maand in hotel Poly Plaza verbleef op de oostelijke tweede ring van Peking, meer in het bijzonder op Dongsishitiao, waar je rechts naar het Worker’s Stadium en aanverwanten gaat. Daar zit trouwens ook het Belgisch restaurant Morel’s. Daar kun je dan weer mosselen of stoofvlees met frieten eten. Allemaal gedaan in 2008, heerlijke tijd gehad, beste Olympische Spelen ooit.

Ben ik jaloers op de collega’s die straks de Winterspelen in Peking zullen verslaan? Een heel klein beetje, met de nadruk op heel klein. Ik voorzie veel ellende. De Japanners hadden al een heilige schrik voor Covid-19 maar de Chinezen, die zijn pas echt panisch of hysterisch, of alles gecombineerd. In Tokio slaagde ik erin om de verboden te interpreteren of te negeren, zoals die ene keer dat ik op een late avond gewoon tussen de Japanners de metro nam – vier dagen te vroeg – en niemand die er iets van zei. Dat was een overwinning op de staat Japan en op mijzelf.

Dat zou ik in Peking niet durven. Daar komt nog bij dat het Winterspelen zijn, wat het bewegingsgemak serieus beperkt. En alsof Covid-19 en de winter niet volstaan is er nu ook een politieke dimensie opgedoken die voorlopig niet weggaat. Die tennisspeelster van het zevende knoopsgat van wie niemand al had gehoord, dat wordt een lastig dossiertje, niet het minst voor het Internationaal Olympisch Comité (IOC) en die hadden al zoveel aan hun hoofd.

Ik hoor het de moraalridders al zeggen: dan hadden ze maar niet naar Peking moeten gaan met hun Winterspelen want China is een dictatuur. Jaja, maar daartegenover staat dat dit soort mondiale events baat heeft bij dictaturen. Wat nodig is om het evenement in de beste omstandigheden doorgang te laten vinden, dat gebeurt ook in die landen. Cynisme ten top? Natuurlijk, maar het is niet anders. Peng Shuai, vandaag een household name, is morgen vergeten, wordt overmorgen gecanceld door haar Volksrepubliek en geen haan of pekingeend die er zal naar kraaien.

Het moreel kompas van de wereldsport, de topsport, de commerciële sport, is niet meer geheel op orde, voor zover het ooit op orde is geweest. Rare regimes hebben baat bij sport om zich te manifesteren, dat weten we sinds Berlijn 1936, en de sportbonden hebben soms baat bij rare regimes om in alle rust te kunnen organiseren. Het IOC was maar wat blij dat ze naar het oude vertrouwde Peking konden.

Niet vergeten dat Oslo toen de algemene favoriet was, maar een verrassende beslissing van het Noors parlement om de kandidatuur niet langer te steunen herleidde de kandidaten tot nog twee: Almaty in Kazakstan en Peking. Die laatste haalde het met amper vier stemmen.

Het wordt me het sportjaartje 2022: in februari naar Peking met de Spelen en in november naar Qatar met de World Cup. Als het IOC en de olympische sportbonden cynisch pragmatisme kan worden verweten, wat dan te denken van de voetbalwereld en haar houding tegenover Qatar 2022?

Australië, Zuid-Korea, Japan en de Verenigde Staten waren ook kandidaat. Stuk voor stuk democratieën met dossiers die ingingen tegen verspilling. Toch won een dossier dat op technisch vlak het minst had gescoord, dat de traditionele voetbalkalender overhoop haalt, dat acht stadions van minsten 40.000 plaatsen of meer bouwt in een straal van 35 kilometer, dat wil voetballen bij 35 graden en meer, en in open stadions airco wil voorzien. En niemand die op dat moment aan de alarmbel trok, of het waren een paar Australiërs die als gefrustreerd werden weggezet. Nu er her en der wat veel doden zijn gevallen onder de migranten-arbeiders weerklinkt een beetje protest. Maar we moeten vooral zelf eerst komen kijken voor we oordelen, vindt Mini Toby (Alderweireld).

Ach wat, Qatar had in 2010 nooit de World Cup mogen krijgen en bij de eerste serieuze aanwijzing van onregelmatigheden had de FIFA het dossier moeten terughalen. Dat is allemaal niet gebeurd. Met nog een jaar te gaan tot het eigenlijke WK komt elk protest rijkelijk laat. Over een jaar wordt de openingswedstrijd gespeeld en dan gaan we tenten bouwen en vlaggetjes kopen en hopen en afhankelijk van hoe de Rode Duivels presteren wordt het een goed of slecht WK. Al het andere? Bijzaak.

Column Opleiding in De Morgen van zaterdag 20 november 2021

Opleiding

Het staat de politici vrij de feiten aan het eind van deze column zonder bronvermelding te gebruiken in hun lastige discussie met de sector van de profsport.

Dat de voetballers en meer in het bijzonder de voetbalclubs het niet zien zitten om ineens sociale lasten te betalen op het volle salaris berekend, is bekend. Dat is trouwens ook een legitieme eis. Ten eerste moet er een overgangsperiode komen en ten tweede kan het niet dat het volle salaris in aanmerking komt voor de berekening.

Is er een goede reden om profsporters niet het statuut van zelfstandige te geven? Dan betalen ze maximaal 4.300 euro sociale lasten op een geplafonneerd bedrag van net geen 90.000 euro, zelfs al verdienen ze 900.000 euro. Jawel, met zelfstandigen werkt dat ook zo. De sociale bescherming is evenwel navenant, je krijgt dan bijvoorbeeld geen werklozenuitkering.

Dat profsporters onder leiding werken en dus statutair geen zelfstandige kunnen zijn, daar kan de wetgever een mouw aanpassen. De facto is elke profsporter zelfstandige, en al helemaal de voetballer die zich gedraagt als een bv of nv Die leiding – van een trainer of een bestuurder – wordt maar aanvaard als de eigen business er wel bij vaart. Elke wedstrijd kijkt de profsporter-zelfstandige met welke andere bv’s of nv’s hij een joint venture moet aangaan. De voornaamste drijfveer van de profsporter is eigenbelang, meer eenmanszaak kan je niet zijn. Dit zal niet gebeuren, maar het had een mooie uitweg kunnen zijn.

Wat de belastingen (bedrijfsvoorheffing) betreft, dat is een ander paar mouwen. Vincent Van Peteghem (CD&V), onze minister
van Financiën, wil zowel de sociale-lastenvermindering als het niet doorstorten van de bedrijfsvoorheffing conform de Europese regelgeving maken. Het huidig systeem staat gelijk met verdoken staatssteun en kan nooit de Europese toets doorstaan. Daar moet iets aan veranderen.

U zal begrijpen dat de arm van het voetbalbestel lang is en dat er meerdere armen zijn, want dat voetbalbestel lijkt in alles op een octopus. Als u La Piovra — De Octopus — ooit hebt gezien, dan weet u waar dit over gaat, voetbal is in veel opzichten een maffiose organisatie. Momenteel wordt dus gepraat, bedisseld, gedreigd, beïnvloed langs alle kanten. Met succes soms. Enkele politieke partijen hebben al duidelijk aangegeven dat ze voor het voetbal rijden.

Het wielrennen reageert ook bezorgd, maar die hebben door hun internationaal karakter al een aantal uitwegen geëxploreerd waardoor ze denken de dans deels te kunnen ontspringen. Wordt interessant om volgen. Deze week reageerden basketbal en volleybal. De hypocrisie uit het voetbal — de breedste schouders dragen de lichtste lasten en omgekeerd — heeft nu ook die sporten aangestoken. ‘We willen niet dat de maatregelen voor het voetbal worden doorgetrokken worden naar onze sport, want wij zijn geen grootverdieners.’

Het klopt dat de salarissen in de zaalsporten vergeleken met tien jaar geleden zowat gehalveerd zijn, terwijl die in het voetbal meer dan verdubbelden. Ondanks alle (para)fiscale voordelen was er blijkbaar al nood aan een economische correctie. Een afbouw van die voordelen zouden basketbal en volleybal niet overleven, klonk het unisono bij Filou Oostende en Knack Roeselare. Hoezo dan?

De nieuwe CEO van BC Oostende begaf zich op nog gladder ijs: “In het basketbal, hockey en volleybal hebben we geïnvesteerd in een professioneel kader met onder meer een jeugdopleiding. Nu dreigen we terug te vallen op een semiprofessioneel kader.”

Vreemd. De aanwezigheid van geld aan de top en de mogelijkheid profs uit andere landen aan te trekken is juist nefast voor jeugdwerking. In het Belgisch hockey, waar geen halve zolen uit de VS of voormalig Joegoslavië rondlopen, wordt maar een heel klein beetje betaald of helemaal niet en toch zijn ze de beste van de wereld.

Nog voorbeelden? Het Nederlands basketbal betaalde altijd al een fractie van de Belgische lonen in hun basketbalcompetitie. Rik Smits, Francisco Elson (won een NBA-titel), Dan Gadzuric en Geert Hammink haalden de laatste decennia de NBA. In het België brak alleen DJ Mbenga door, na drie jaar ‘opleiding’. Idem voor het vrouwenbasketbal. In België krijg je peanuts betaald, toch haalden ze bijna de halve finales van de Olympische Spelen.

Het meest flagrante voorbeeld vind je in het volleybal. Toen na de Italiaanse en Duitse in de Belgische volleybalcompetitie de grootste fortuinen werden betaald, werkte Nederland vanuit een semiprofessionele competitie aan een opleidingsmodel. Dat heeft vijf olympische deelnames op rij opgeleverd: een vijfde plaats, zilver, goud, nog eens vijfde en negende.