Column NBA All The Way in De Morgen van zaterdag 11 juni 2022

NBA all the way

Juni is een maand voor tennis. Juni is een maand voor voorbereidingswedstrijden op een grote wielerronde. Juni is geen maand voor voetbal, laat staan een onding als de Nations League. Juni is de maand van de Finals in de NBA en dat zou verplichte visiekost moeten zijn voor ieder die zich sportjournalist noemt. Zo zou je kunnen zien hoe een goede en snelle VAR werkt, hoe challenges deel van het spel worden, hoe spanning wordt opgebouwd, hoe play-offs bij elke competitie horen.

Afgelopen nacht is in de TD Garden in Boston wedstrijd vier gespeeld van de Finals van 2021-’22. Die gaan tussen Golden State Warriors, de kampioen van 2015, 2017 en 2018, en Boston Celtics. De Celtics hebben in hun geschiedenis zeventien titels veroverd, de laatste in 2008. Tegenstander was toen het gehate Los Angeles Lakers. Twee jaar later verloren de Celtics de finale, weer tegen de Lakers.

De stand in titels tussen de rivalen is 17-17. Wie daarover iets meer wil weten, kan zich bijspijkeren met de uitstekende serie op Streamz, Winning Time: The Rise of the Lakers Dynasty. Nagespeelde sport is vaak niet om aan te zien. De eerste keer dat zo’n probeersel toch passeerde en zelfs boeiend werd was met de film Borg vs McEnroe uit 2017, gespeeld door Sverrir Gudnason en Shia LaBeouf.

Winning Time gaat daar vlot over. Waar Gudnason en LaBeouf pas na een uurtje of zo Borg en McEnroe werden, is dat in Winning Time van de eerste minuten raak. Kareem Abdul-Jabbar, Magic Johnson, Jerry West, eigenaar Jerry Buss, zelfs Adrien Brody als de jonge Pat Riley, hun stand-ins passeren moeiteloos. In die tiendelige serie (seizoen twee is in april begonnen in de VS) wordt de rivaliteit tussen de boerenpummel Larry Bird en de flamboyante womanizer Earvin ‘Magic’ Johnson prachtig uitgewerkt door Sean Patrick Small and Quincy Isaiah. Zelfs de actiebeelden; hoe ze het hebben gedaan, geen idee, maar ze deden het en het kwam allemaal erg geloofwaardig over.

Magic Johnson heb ik alleen live zien spelen met het Dream Team in Barcelona op de Olympische Spelen in 1992. Vanaf 1993 werd de NBA een beetje mijn speeltuin, waar ik af en toe heen mocht van mijn Nederlandse bazen en mij ongehinderd kon uitleven. Michael Jordan? Tweeëndertig keer live zien spelen. In het oude Chicago Stadium, en daarna in het United Center, the place Mike built, waar zijn standbeeld voor de deur staat. En uiteraard ook in het toenmalige Delta Center in Salt Lake City, waar His Royal Airness in 1998 zijn zesde ring won met een onwaarschijnlijke laatste minuut waarin hij alles bepaalde tot en met de finale uitkomst.

Mijn laatste NBA-wedstrijd was in 2002 in Washington bij de Bullets, met Jordan uiteraard. Kort na mijn laatste bezoek zou hij stoppen, maar er is noch correlatie, noch causaliteit tussen de gebeurtenissen. Na Jordan en de Bulls kwam San Antonio Spurs en zijn fantastische coach Gregg Popovich, de meest welbespraakte Trump-hater ooit, zie daarvoor YouTube.

Donderdagochtend heb ik voor het eerst sinds lang weer een hele wedstrijd bekeken, opgenomen en doorgespoeld bij de vele time- outs en andere onderbrekingen uiteraard, maar verder elke minuut. Was het dan zo spannend? Neen, niet echt, maar het spektakel fascineerde als vanouds. Ex-speler en ex-coach Steve Ibens was de colour commentator: “Elke keer na verlies bouncen ze back.” Dat soort zinnen krijgen alleen basketbalcommentatoren over hun lippen.

De Celtics wonnen wedstrijd drie en stonden donderdag op 2-1. Staat het na afgelopen nacht 3-1 voor Boston, of hebben de Warriors het thuisvoordeel dat ze in de eerste wedstrijd al moesten afstaan heroverd?

Ik ben fan van de Warriors, hun illustere coach Steve Kerr en hun onwaarschijnlijke schutter Stephen Curry, zoon van Dell die ik nog heb weten spelen. Net zoals Gary Payton II de zoon is van Gary Payton I, destijds bij Seattle Supersonics (dat verhuisd is naar Oklahoma City als de Thunder) bijgenaamd The Glove.

Veel is veranderd, maar ik was nooit fan van de Celtics, omwille van de eerder vernoemde Bird, de nog eerdere algemeen manager Red(neck) Auerbach en het racistische imago van de achterban van dat team. Dat publiek in The Garden is nog geen haar veranderd, maar op het veld waren de tien starters van woensdagnacht zwart. Bij Golden State zat een zwarte assistent-coach en de Celtics hebben zowaar een zwarte coach en niet zomaar een. Ime Udoka kan de eerste Afrikaanse migrantenzoon worden die een prijs wint als coach in de Amerikaanse profsport. Only in the NBA.

Column Drama der Lage Landen in De Morgen van dinsdag 7 juni 2022

Drama der Lage landen

Er stond zaterdag een stukje in een krant en dat ging zo.

“Vier jaar geleden was het al dat de Rode Duivels nog eens met drie doelpunten verschil verloren. Ook toen in de Nations League. We verwijzen naar de beruchte 5-2-uitschuiver in Zwitserland (18 november 2018) die ons land dat jaar z’n plekje in de Final Four kostte. Voor een even grote nederlaag in eigen stadion moeten we al terug naar 2008 en het 1-4-verlies in een vriendschappelijke wedstrijd tegen Marokko, toen nog onder bondscoach René Vandereycken. Een historische nederlaag, was het dus.”

Die René Vandereycken is vandaag analist voor een andere krant. Hij verblijdde ons met zijn diepere inzichten over het drama der Lage Landen.

“De positie van De Bruyne en Lukaku was verrassend, maar ik vond het een goede zet… De Bruyne werd vaak opgepikt door De Jong, die was wat mij betreft de man van de match: hij hield De Bruyne uit de wedstrijd… De Nederlanders hadden ook door dat Boyata een zwakke schakel is… De Bruyne is de enige speler die heeft uitgesproken dat hij de Nations League geen belangrijke competitie vindt, bij de andere spelers was het te merken dat ze er ook zo over denken.”

Voor de voetbalschrijvelarij was dit een bijzonder belangrijke wedstrijd, althans afgemeten aan het aantal pagina’s en de vele commentaren. En de koppen logen er niet om. VERNEDERD in Het Nieuwsblad. UITLACHVOETBAL in Het Laatste Nieuws. Overdrijven we niet een beetje? Oké, thuis 1-4 klop krijgen is nooit plezant en had Michy Batshuayi helemaal aan het eind die 1 niet op het bord gekregen, dan was het ook al erg lang geleden geweest dat de Rode Duivels eens niet hadden gescoord.

1-4 past niet bij een team dat een recordaantal weken op één stond in de FIFA-ranking, maar dat is Spanje, Duitsland en Nederland ook wel al eens overkomen. Europees kampioen Italië? Die gaan niet eens naar de World Cup, voor de tweede keer op rij.

We overdrijven, net zoals we al tien jaar overdrijven in de andere richting. We staren ons blind op een zogezegd gouden generatie die nooit een prijs haalde en van wie de meesten al zijn gestopt of niet meer zonder 3x600mg ibuprofen tegen een bal kunnen trappen. Die halve finale in Rusland in 2018 was een vergiftigd geschenk. Die wedstrijd tegen Japan wordt nooit meer gewonnen en die tegen Brazilië hadden ze ook moeten verliezen. De kleine voetbalnatie België was nooit zo groot als ze zich waande. Die twee kwartfinales op de laatste twee EK’s zijn illustratief voor het intrinsieke niveau van de selectie van de laatste tien jaar. Meer kan, maar dan moet alles meezitten, zoals toen in Rusland.

De huidige selectie telt drie wereldtoppers: Thibaut Courtois, Kevin De Bruyne en Romelu Lukaku. De eerste had er vrijdag wel een paar uitgehaald, misschien wel allemaal. Mignolet is kampioen van België, Courtois van Europa. De Bruyne deed wat hij moest doen, komen en spelen, maar aanjagen was er niet bij na een slopend seizoen. En Lukaku is rijp voor therapie, en dan niet bij de fysiotherapeut.

De rest van de ploeg bestaat uit over het paard getilde middelmaat of spelers op hun retour. Een enkeling (of twee) heeft zelfs het eindstation al bereikt. Roberto Martínez heeft werk voor de boeg, maar weeral: niet overdrijven. Een World Cup na enkele maanden in het seizoen is een totaal nieuw gegeven en is voor die schaarse wereldklassespelers in de selectie alleen maar gunstig. De gretigheid zal er tegen het WK in Qatar wel zijn en dan wordt het een totaal ander verhaal.

De Belgische voetbalfan moet niet treuren, al zijn er wel een aantal voorwaarden om het in Qatar ver te schoppen. Zo moet die krakkemikkige defensie van ons vol worden ondersteund door het middenveld. De ruimte tussen middenveld en die arme Dedryck Boyata die nu alle shit over zijn kop krijgt, het leek op een oranje autosnelweg.

Toby Alderweireld zou beter een transfer naar Antwerp en de bijbehorende paycut overwegen als hij nog eens op een veld wil staan als international. Jan Vertonghen is al jaren te traag op zijn cruciale positie, maar is dan weer opbouwend erg sterk.

Alles begint bij de vraag: welk voetbal wil België spelen? Dat van De Bruyne (en Nederland) met druk naar voren? Of een voetbal op maat van de fysieke capaciteiten van de rest van de selectie: behoudend, achteruit leunend als blok, geen ruimte weggeven, de tegenstand frustreren en uitbreken zodra het kan, remember de 3-2 tegen Japan in 2018?

De voetbalschrijvers hadden het bij het rechte eind: we zijn met ons voetbal terug bij af, terug bij laf. Waarom ook niet? In 1986 leverde dat een halve finale op.

Column Poematin of Poetinike in De Morgen van zaterdag 4 juni 2022

Poematin of Poetinike

Van de zes Russische mannen en zeven Russische vrouwen op de hoofdtabel van Roland Garros hebben Andrej Roebljov en Darja Kasatkina het tot diep in de tweede week uitgezongen. Roebljov ging eruit in de kwartfinale en Kasatkina zong het uit tot eergisteren. Exit Russia, la Russie, zo uw wilt.

Tennis is zowat de enige sport waar je nog eens een Rus in actie ziet. Zelfs de International Cat Federation heeft een ban. Russische katten komen om het even welke kattencompetitie niet meer in. Het is ook nauwelijks nog bij te houden welke Rus wat mag in de sport en wie niet.

Doorgaans blijven de officials gespaard. Er zijn er een paar afgezet, en Vladimir Poetin is zijn olympische orde kwijt, maar het Internationaal Olympisch Comité heeft bijvoorbeeld Jelena Isinbajeva ondanks haar steunbetuigingen aan Poetin en het Russische leger niet geschorst als lid. Ook Sjamil Tarpitsjev, de voormalige tennisleraar van Boris Jeltsin, is nog steeds lid. Het IOC argumenteert dat de leden geen vertegenwoordigers zijn van hun land in de olympische beweging, maar omgekeerd vertegenwoordigers van de olympische beweging in hun land.

Dat is natuurlijk onzin, want die Russen zijn IOC-leden omdat ze Rus zijn en Rusland als voornaam sportland minstens twee leden moet hebben. Ooit hadden ze er zes, maar dat is al even geleden. Russen in de internationale sport zijn een curiosum geworden. In Parijs mocht het nog wel, maar straks mogen de Russische tennissers (m/v) op Wimbledon niet binnen.

Daar is in die wereld heel wat om te doen. Russische bonden en hun nationale ploegen uitsluiten is één ding, sportevents weghalen uit Rusland een ander. Beide zijn de logica zelf. Wie wil nu buitenlandse atleten naar Rusland sturen als je ziet dat die Amerikaanse Brittney Griner daar al maanden vastzit voor een flesje onschuldige cannabisolie? Dan maar geen kampioenschappen in Rusland.

Russische nationale teams uitsluiten, bijvoorbeeld van het WK voetbal, is al een stap verder en voor discussie vatbaar. Het zou alvast slim zijn om een onderscheid te maken tussen toernooien met nationale ploegen enerzijds, die duidelijk appelleren aan het natiegevoel, en toernooien met profploegen en individuele atleten anderzijds.

De Russisch-Oekraïense crisis zet een kwestie op scherp: hoe (on)politiek kan/moet de sport zijn? In het verlegde daarvan: is de actie van Wimbledon om de Russen te bannen gewettigd? Ja, dat is ze, want de All England Lawn Tennis Club mag uitnodigen wie ze willen. Maar is het ook correct? Of slim? Neen. Het is opvallend dat de meeste tennisspelers en -speelsters die zich over de kwestie hebben uitgesproken de kant van hun Russische collega’s kiezen.

Door individuele atleten uit te sluiten van sport drijf je hen juist in de armen van Poetin, terwijl de kans levensgroot is dat ze van deze man helemaal niks moeten hebben. Laten we hopen dat niemand het in zijn hoofd haalt om op de persconferentie te vragen: bent u tegen de speciale militaire operatie? Wat kan zo’n speler/speelster antwoorden? ‘Neen’ levert de toorn op van de hele wereld. ‘Ja’ brengt het thuisfront in gevaar.

Door individuele Russische atleten uit te sluiten politiseer je tot in het extreme en dat is precies hoe Poetin de sport ziet. Sport is voor hem niet de gesublimeerde en streng gereglementeerde vorm van een eerlijke strijd, maar een politiek wapen om de vermeende suprematie van een natie te benadrukken.

Een bijzonder neveneffect van de boycot is de schaarste in de Russische sportwinkels. Dat vertaalt zich ook in een tekort aan materiaal, kledij en schoenen voor de Russische topatleten. Adidas, Nike en Puma leveren niet meer aan Rusland. De Russische sportminister Oleg Matytsin heeft al aan de alarmbel getrokken en probeert Russische bedrijven te overhalen om zelf sportmateriaal te fabriceren. Stel je voor dat de Russen straks met een Russisch merk, Poematin of Poetinike, in de sportarena’s moeten. Zelf in het heetst van de Koude Oorlog is dat nooit gebeurd.

Alvast één sport zit met de handen in het (borstel)haar en dat is curling. Die stenen komen allemaal van dezelfde plekken in Schotland of Wales en zoals bekend is het Verenigd Koninkrijk erg streng in de leer als het op Rusland boycotten aankomt. Dus worden ook geen stenen meer gekeerd. Naar het schijnt zouden Chinese namaakstenen een alternatief kunnen zijn, maar daar willen de Russische curlers niet aan beginnen. Gelijk hebben ze.

Column de Velosoof in De Morgen van 30 mei 2022

Velosoof

Ik stam uit de tijd dat wielerjournalisten nauwelijks vraag-antwoordinterviews deden. Het is te zeggen, ze deden die wel, maar ze verzonnen de quotes van de renners. Dat ging toen zo.

(Domme) vraag: “Wat denk je voor zondag?”
Antwoord: “Bja, wie weet hein? ’t Zou kunnen, maar ook nie. ’t Zal der van afhangen.” Dat werd bij het tikken een ronkende volzin.

Dat was anders bij voetballers en ik prijs mij gelukkig dat ik in het begin vooral voetballers zag en mijn eerste koers als journalist pas heb gevolgd in 1989, de Driedaagse van West-Vlaanderen, gewonnen door Luc Colijn. Met voetballers als Franky Van der Elst, Jan Ceulemans, Patrick Goots, Morten Olsen, maar ook Paul Van Himst (de trainer, niet de voetballer, zo oud ben ik nu ook weer niet) kon je best een boompje opzetten en filosoferen over hun bestaan. Je had, met andere woorden, een bandje nodig om de nuances, aarzelingen en randbemerkingen in hun verhaal op te pikken en om dat achteraf goed uit te tikken.

Er is sprake van een omslagpunt toen voetballers wielrenners werden en omgekeerd. Wanneer is moeilijk precies aan te duiden. Wellicht is het iets van eind vorige, begin deze eeuw. Er ging een tijd over, maar gaandeweg verdwenen voetballers in hun gouden kooi en werden ze sporters zonder zinnige praat. Tegelijk kon je met steeds meer renners een goed gesprek voeren over hun twijfels, hun angsten, hun bestaan.

Er zijn zelfs renners die zelf die transformatie meemaakten: van zwijgzame zonderling tot uitgesproken babbelaar. Met de renner/hork Johan Museeuw viel het grootste deel van zijn carrière geen zinnig gesprek te voeren. Aan het eind en vooral na zijn carrière werd hij ondanks al zijn problemen een intelligente, gewaardeerde gesprekspartner.

Een tijd geleden kreeg ik een persbericht binnen:

“Op 24 mei zal Guillaume Martin het peloton van de Giro d’Italia op de flanken van de Mortirolo in de steek laten om als winnaar van de zestiende etappe over de streep te gaan en het eerste exemplaar van zijn boek Het peloton en ik, dat op dezelfde dag verschijnt, triomfantelijk in de lucht te steken.

Contacteer ons voor een drukproef of recensie-exemplaar van Het peloton en ik of een interview.”

24 mei, dat was vorige dinsdag. Dat is dus niet gebeurd, daar op die vreselijke Mortirolo. Martin eindigde 27ste op 19:08. Maar dat boek is er wel. Het is een vertaling van zijn in november vorig jaar verschenen La société du peloton: Philosophie de l’individu dans le groupe. Ik heb het gelezen en ik ben een beetje van slag.

Ik vraag mij af hoe deze man als vrije geest kan functioneren in zo’n hiërarchisch, conservatief milieu als het cyclisme. Martin is afgestudeerd als filosoof, moet u weten. Hij schreef al eerder een boek Socrates op de fiets, verschenen in 2019 toen hij zijn laatste jaar voor Wanty-Groupe Gobert reed.

Een bloemlezing:

“Als ik mijn benen werktuigelijk rond zie malen denk ik soms onwillekeurig: ben ik niet een malloot dat ik mezelf dit aandoe? Wat denk ik al trappend te bereiken? In plaats van wielrennen zou ik boeken kunnen schrijven. veel comfortabeler alvast.”

“Hoezo zou je zittend op een merkwaardige machine met twee wielen per se als eerste, vóór tweehonderd anderen, over een willekeurig getrokken lijntje willen komen? Hoezo zou je jezelf uitputten in de bergen of tegen de wind in? Het is allemaal zo triviaal. Maar dat weten we – en juist dat verleent de sport haar waarde.”

Speltheorie, opwarming van de aarde, egocentrisme, het gevaar van wielrennen, het duale van de individuele sport in ploeg beoefend, het passeert allemaal de revue in Martins tweede worp. Soms wordt hij moeilijk, meer filosoof dan renner.

“De moderne sport behelst een cultus van het individu en verheerlijkt tegelijkertijd het collectief. Deze eenheid van tegendelen is eigenlijk geen eenheid.” (Mijn favoriete quote.)

“Ik heb zelf ingestemd met hinderlijke regels en omstandigheden. Ik besef maar al te goed dat dit nodig is om mij mijn sport vrijelijk, eerlijk en op hoog niveau te laten beoefenen. En vergis je niet: zelf ben ik dol op deze continue jacht op prestatieverbetering, deze wedloop om de finetuning van de laatste kleine details. Het stimuleert me. En tegelijkertijd jaagt het me angst aan. Als we aan alle kanten omringd worden door instrumenten die onze performance moeten optimaliseren door haar in cijfers te vertalen, dreigen we de essentie van sport uit het oog te verliezen.”

Guillaume Martin is te laat geboren, of ik te vroeg. Ik had met hem weleens een babbel willen hebben.

Column Vincent Kompany in De Morgen van zaterdag 28 mei 2022

Vincent Kompany

Hij is weg. In overleg. Vincent Kompany heeft Anderlecht geholpen. Anderlecht heeft Vincent Kompany geholpen. Nu scheiden de wegen. In overleg. Fierheid overheerst. Bij hem en bij de club. Jaja, het zal wel.

Over de trainer/coach Vincent Kompany waren al langer twijfels. Was hij na al die jaren in het walhalla wel de juiste man op de juiste plaats in het vagevuur van het Belgisch voetbal, die variant van eerst vechten en dan voetballen, van meer sweat dan glory? De recente nederlaag in de bekerfinale – nu ja, niet echt verloren tenzij op strafschoppen, maar vooral niet gewonnen – heeft de clubleiding nog meer doen twijfelen.

Toen een dag of tien later paars-wit wel met het mes tussen de tanden tegen Club Brugge op het veld kwam en had moeten winnen, was er nog wat hoop. “Eindelijk. Hij heeft het begrepen”, luidde het commentaar. “Had hij die bekerfinale zo maar aangepakt.” En zie. Bij Antwerp demonstreerde Anderlecht, met de genereuze hulp van de thuisploeg. Er zweefde plots een paars-witte wolk van hoop door het zwerk. Kampioen worden kon niet meer, maar die tweede plaats was nog haalbaar en dat was de weg naar de voorronde van de Champions League en eens daar aanbeland kun je beginnen dromen. We Are Anderlecht. Toch?

Vervolgens kwam Union simpel winnen (0-2). Vintage Union, dodelijk efficiënt en de ploeg van ’t stad. De gezichten in de eretribune na die wedstrijd waren inwisselbaar met die van na de bekerfinale. Ongeloof. Bezorgd. Neen, dit zou niet goed komen, de tweede plaats was gaan vliegen, ingepikt door een (op papier) minder getalenteerde spelersgroep, maar wel beter geprepareerd en gemotiveerd.

“De wegen scheiden met wederzijds respect en dankbaarheid voor wat samen werd bereikt.”

Bereikt? Wat dan? Toch niet dat Europees voorrondeticket? Of play-off 1 gehaald? Of jongeren gebracht? Als je de insiders van de club mag geloven, stroomden vroeger de jongeren makkelijker door. Het enige wat RSCA heeft bereikt, is niet bepaald de verdienste van wie dan ook in Anderlecht en al helemaal niet Kompany. Met dank aan corona zijn de Financial Fair Play-regels zo versoepeld – en de facto dode letter – dat Marc Coucke er zijn miljoenen in kon dumpen zonder te worden gestraft.

Kompany is gehaald als speler/technisch directeur in de late lente van 2019. Hij zou nog wat voetballen en de lijnen binnen de club uitzetten. Wat toen is voorspeld – de kortste weg naar blessures met dat gestel – kwam ook uit. Een jaar later zat hij op de bank weg te kwijnen en besloot het bestuur Frank Vercauteren als zittende coach te dumpen. Twee seizoenen later staat Anderlecht nog even ver als toen.

De vragen die toen zijn gesteld, gelden vandaag nog steeds. Is deze trainer/coach wel genoeg teacher om een onervaren ploeg te smeden van enerzijds jongeren uit eigen kweek en anderzijds huurlingen? Zijn speelstijl was alvast te hoog gegrepen. De grootste fout die een beginnend trainer kan maken, is een spel spelen dat zijn spelers niet aankunnen.

Kompany is trainer geworden zonder theoretische bagage, zonder praktijkervaring, zonder didactische achtergrond. Soms lukt dat, meestal mislukt dat. Zijn grote voorbeeld Pep Guardiola was bijvoorbeeld eerst coach van Barcelona B toen hij de A-ploeg overnam.

Kompany had nul ervaring. Hij had het Guardiola-systeem in de vingers en in het hoofd en hij had de tactische oefeningen de laatste seizoenen meticuleus genoteerd. En voor wat hij was vergeten, kon hij Pep nog weleens bellen als dat moest. Voor Anderlecht en al zijn problemen woog deze Kompany te licht. De meest ongemakkelijke waarheid moet voor Coucke toch de vaststelling zijn dat hij op langere termijn uiteindelijk beter af was geweest met die vervelende betweter Hein Vanhaezebrouck en die al even grote betweter Emilio Ferrera.

Het is te makkelijk om nu te concluderen dat Kompany is mislukt als trainer/coach want dat is hij helemaal niet. Hij is een intelligente ex-speler met een goede babbel. Hij weet wat voetbal is, hoe het moet worden gespeeld, kent alle systemen van alle topclubs en voor zijn aura kwam menig speler naar Anderlecht. Maar training geven en een groep coachen en ook nog eens jongeren tools aanreiken waardoor ze beter worden, is een vak apart waarin je geen stappen kunt overslaan.

Als Kompany nu naar Burnley gaat als coach is dat de tweede stommiteit in zijn jonge trainerscarrière. Het kan dan wel zijn dat Carla K. het heerlijk vindt om terug in Manchester te wonen, maar voor de Championship – een soort vechtvoetbal van de Jupiler Pro League maar met veel meer geld – is haar echtgenoot nog minder geschikt.

Column Voetbalreformatie in De Morgen van 23 mei 2022

Voetbalreformatie

Wat een prachtige en spannende voetbalcompetitie hebben wij toch, geef nu toe: de laatste speeldag in de nationale voetbalcompetitie was de enige die er niet meer toe deed. Alles is al geweten: wie kampioen speelt, wie degradeert, wie waar een Europees ticket heeft gepakt. Nog twee dingetjes moesten we uitklaren: werd KV Mechelen 200.000 euro rijker door de zevende plek te pakken (neen) en was Club Brugge ook zonder halvering van de punten kampioen geworden?

Op de tweede vraag zal de jury het antwoord in beraad moeten houden. De laatste speeldag ging nergens meer over en de uitslagen stellen niets voor. We zullen het nooit weten, maar ga er maar van uit dat de halvering van de punten – van zes naar drie punten voorsprong – bij Union tussen de oren is gaan zitten. En ook bij Club Brugge, in positieve zin dan.

Zo spectaculair als in 2013-14 toen Standard een tienpuntenvoorsprong zag gehalveerd en na tien play-offwedstrijden omgezet in twee punten achterstand op Anderlecht, neen, zo ging het er deze jaargang niet aan toe. Aantijgingen over omkoping zoals toen vallen ook niet te verwachten.

Club heeft nu één keer een titel verloren na de reguliere competitie als eerste te zijn geëindigd – in 2014-15 toen AA Gent in de eindronde nog over hen wipte – en dit jaar heeft het een titel gewonnen toen het tweede was na 34 speeldagen. Over die halvering van de punten moet bij de aanstaande competitiehervorming niet meer worden gezeurd. Dit is sport in zijn puurste vorm, voetbal als toevalssport in zijn essentie: you win some, you lose some.

Jawel, competitiehervorming, in het voetbal, had u dat niet meegekregen? Of kan het u niet meer schelen na vijftien voorstellen in vijftien jaar? Of we nu met zestien en zes in de play-offs, dan wel achttien en vier in de play-offs voetballen?

Op tafel woensdag bij de besprekingen lag de meest ingrijpende hervorming ooit. Nog twee seizoenen met achttien ploegen in 1A, daarna naar zestien ploegen, dus minstens drie zakkers in 2024-25, en in 2025-26 nog eens drie zakkers om te komen tot een 1A van twaalf ploegen. Uiteindelijk wil men landen bij drie reeksen van twaalf ploegen. Drie, u leest het goed, dus 36 ploegen die ambitie mogen koesteren om ooit bij die eerste twaalf te komen.

Drie keer twaalf ploegen lijkt de klassieke vergissing die de politiek vaak maakt: het compromis opzoeken om het compromis. Er is dan ook een politicus CEO van de Profliga geworden. In België is plaats voor twaalf volwaardige profploegen met voldoende budget, gegarandeerde omzet en bijpassende huisvesting om een amusementsproduct aan te bieden dat de naam profvoetbal verdient. Dat zal niet overal even goed lukken, maar daarvoor dient dan de solidariteit onder de clubs.

Een 1B van nog eens twaalf ploegen is op zich nog te verantwoorden, maar waar die 1C met nog eens twaalf ploegen vandaan komt, het is een groot mysterie. Of misschien niet helemaal, want men zou 1B en 1C aanvullen met de U23-ploegen van de grote clubs. Voor dat voorstel heeft Twenty First Group een factuur mogen sturen.

Groundbreaking Sports Intelligence…Driving sporting success and unlocking commercial value…Shaping the future of sport, zo staat op de website van de in Londen gevestigde firma. Een veel goedkoper en logischer voorstel, dat er min of meer op lijkt, maar afklopt bij twee keer twaalf ploegen, komt gratis van Kris Verbert. Die kent u vast niet, of misschien wel als u al heeft gehoord over die zaalvoetbalcompetitie waarin zonder scheidsrechters wordt gespeeld en waarin de ploegen elkaar na elke wedstrijd quoteren op sportiviteit.

Verbert is de oprichter ervan. Zijn bond heeft 907 aangesloten clubs en bijna veertienduizend leden en hij heeft bij wijze van service aan het voetbal gratis nagedacht over het format. Twee keer twaalf ploegen en de belofteteams in de lagere reeksen, zonder kans op promotie naar 1B. En ook: 1A en 1B heten straks weer gewoon eerste en tweede klasse. Niet te ingewikkeld maken, is de mantra van Verbert en hij heeft nog gelijk ook.

Net zoals de echte Reformatie zal ook deze voetbalreformatie niet zonder slag of stoot verlopen. De kleine clubs die vrezen niet bij de beste twaalf te kunnen eindigen zullen de voorstellen proberen blokkeren en zullen daarmee de toorn van de grote clubs opwekken. Die hebben maar één pasmunt om hun slag thuis te halen: een eerlijkere herverdeling van de tv-gelden. Elke verhoging van het Belgische televisiecontract deze eeuw is grotendeels in de zakken van de vijf grote clubs beland. Het Belgische profvoetbal heeft daarmee samen met Nederland zowat de minst solidaire verdeelsleutel van heel West-Europa. Alleen als de grote clubs ook de kleintjes willen laten meedelen, maakt welke hervorming dan ook een kans.

Column Voetbalhomo’s in De Morgen van 21 mei 2022

Voetbalhomo’s

L’embarassante affaire Gueye. Dat was de kop vorige week boven een artikel in de Franse sportkrant L’Équipe. Voor het tweede jaar op rij heeft Idrissa Gueye, Senegalese krijger op het middenveld van PSG als hij tenminste wordt opgesteld, verstek gegeven voor de dag tegen homofobie. In de Ligue 1 bestaat die actie uit het dragen van shirts met rugnummers in de regenboogkleuren.

Niks theater, gewoon een mooi veelkleurig rugnummer dragen, en dat wilde Gueye niet. En vorig jaar ook al niet. Toen gaf de club nog als reden op dat hij last had van une gastro-entérite. Zijn darmen speelden op. Dit jaar gooide de club het over een andere boeg. Het waren des raisons personnelles touchant aux convictions religieuses.

Eigenlijk werd bedoeld: hij is moslim en volgens zijn geloof zijn homo’s gelijke rechten niet waard. Dat bevestigde de president van Senegal met niet zoveel woorden. Ik weet niet of dat klopt, ben geen Koran-kenner en dat is ook de kwestie niet. Zijn coach Mauricio Pochettino, wel al aanbeland in de 21ste eeuw, zei het heel duidelijk: Gueye is he-le-maal niet geblesseerd. Gueye was not amused en verweet club en trainer hem te hebben geout, als homofoob dan.

Even is Gueye een affaire geworden, maar die is nogal snel gaan liggen nadat Valérie Pécresse om een sanctie vroeg. L’Équipe voegde eraan toe, voor de Fransen die dat niet zouden hebben geweten: Pécresse, candidate LR (les Républicains) à la présidentielle, en dan tussen haakjes maar niet minder dodelijk 4,78%. Of haar kiesresultaat. Affaire classée. Voorlopig, want verwacht wordt dat PSG hem gaat lozen.

Over het Kanaal was de kwestie homo’s in het voetbal ook the talk of the week. Jake Daniels heeft er zich geout. Daniels speelt bij Blackpool FC in de tweede divisie, The Championship. Om precies te zijn: bij de jeugd van Blackpool FC en hij heeft bij de U18 dertig goals gescoord. Hij is dus zeventien.

Aan zijn outing ging iets wat leek op een communicatiestrategie vooraf: er zou zich een voetballer outen en met zijn allen zaten we te wachten wie dat was. Bleek het een zeventienjarige onbekende te zijn. Niet minder waardevol en een uiterst moedige stap op díé leeftijd in dát milieu, maar het was toch een beetje op de honger blijven zitten.

Uiteraard werd in de duiding achteraf meteen verwezen naar het trieste lot van Justin Fashanu, die in 1990 uit de kast kwam, zoals dat toen nog heette, en in 1998 zelfmoord pleegde. Het voetbal had hem nooit aanvaard. Fashanu heeft zich in 1990 tegen een flinke som geld als homo laten neerzetten door boulevardkrant The Sun. Hij was dan al geen prof meer en zat aan de grond. En toen hij zelfmoord pleegde, had hij een klacht voor verkrachting aan zijn broek. De waarheid heeft zijn nuances.

Dat geldt ook voor homoseksualiteit in de topsport, een beladen onderwerp. In de eerste plaats voor de holebi’s die niets met sport hebben, maar menen te weten dat al hun gelijkgeaarden door die vreselijke macho’s en macha’s van hetero’s verplicht worden
in de kast te blijven. Zo werd het ook deze week weer gesteld: waar zitten al die homo’s in het voetbal en bij uitbreiding andere contactsporten?

Goeie vraag. Fashanu heeft destijds niet voor een dijkbreuk gezorgd, later die ene basketballer in de VS ook niet en Daniels zal ook een fait divers blijven, al zou het wel mooi zijn als hij zou doorbreken op het hoogste niveau. De praktijk leert dat homoseksualiteit doorgaans minder voorkomt in de sport dan in de rest van de maatschappij, maar ook heel af en toe méér. Zo is er dat opvallende verschil: er zijn meer lesbiennes dan homo’s in de topsport. En in de ene sport komt homoseksualiteit vaker voor dan in de andere.

Het is een foute veronderstelling dat onderdrukking dé reden zou zijn waarom de concentratie homoseksuele sporters bij de mannen lager is dan bij de vrouwen. Die concentratie is bij de mannen omgekeerd evenredig met de viriliteit en het machismo van een sport – en de meeste sporten zijn nu eenmaal viriel – en bij de vrouwen rechtevenredig.

Wie dat allemaal maar onzin vindt, uitgebraakt door een oudere hetero zonder recht van spreken, mag een antwoord verzinnen op volgende vraag: als homo’s in het voetbal massaal veilig onder de radar blijven tijdens hun carrière, waarom outen zij zich dan niet na hun carrière? Waarom heeft nog geen enkele topvoetballer zich één, vijf, tien, twintig jaar later als homo geout? Het antwoord zou weleens kunnen zijn dat er gewoon minder of (haast) geen homo’s zijn in het topvoetbal, omdat ze zich nooit aangetrokken hebben gevoeld tot die sport.

Column ‘Dank, Club Brugge’ in De Morgen van 16 mei 2022

Dank, Club Brugge

Club Brugge had met 2-0 in het krijt kunnen en moeten staan in de allesbeslissende wedstrijd van de play-offs, maar dat gebeurde niet. In minuut 66 van een wedstrijd waarin ze continu onderlagen en de meeste duels verloren, maar wel het kopje erbij hielden – niet onbelangrijk en dat moet worden benadrukt – ging Club alsnog onweerstaanbaar over Antwerp.

Eerst een woordje over die would be-topclub aan de Schelde. Zo zal het nooit lukken, jongens. Met die instelling van ‘over mijn lijk en ik zaag je middendoor als je mij passeert’, krijg je geheid kaarten en strafschoppen tegen en dat is precies wat gebeurde met Seck toen hij Noa Lang torpedeerde. Twintig jaar geleden was dat nooit strafschop en in Engeland gebeurt het nog wel dat de scheids er niet voor fluit, “want de bal was weg”, maar wie in het moderne voetbal dat soort overtredingen maakt, hoort niet op een veld thuis.

Tot dan was er niets aan de hand voor de thuisclub, en ook niet voor het sympathieke Union dat nog een kans maakte op de titel. De Bruggelingen lagen onder en waren nauwelijks in de buurt van Jean Butez gekomen. Omgekeerd toverde Simon Mignolet redding na redding uit zijn handschoenen en hield Antwerp van een verdiende tweede goal.

En toen gebeurde wat het voorbije seizoen van Club Brugge zo kenmerkt: de maturiteit kwam boven, sommigen noemen het zakelijkheid. Dat is het niet. Het is niets anders dan slimheid, verpakt in wedstrijdmentaliteit, gekruid met individuele klasse. Veel klasse, in de breedte dan.

Wat met Mats Rits is gebeurd, mag bekend zijn. Out tot ver in de herfst ofzo. Dennis Odoi, uitblinker in de laatste wedstrijden, stond niet in het veld. Skov Olsen dan weer wel. Sargis Adamyan ook. Eder Balanta was de voorspelbare golfbreker. Ging die Clinton Mata door zijn benen en moest hij naar de kant, kwam daar ineens Jack Hendry opdraven. Even werd wat geschoven en iets later knikte Hendry een schitterend aangesneden hoekschop binnen. Die bal kwam van Eduard Sobol, die ze in Brugge maar niets vinden, maar die moest spelen bij gebrek aan beter.

Oké, misschien is deze titel er wel een van de zakelijkheid, maar dan minder de wijze waarop die is behaald, dan wel de manier waarop deze club zich heeft losgerukt uit het Belgische voetbalmoeras en met een goed zakelijk beleid op een voorsprong staat die tot voorheen alleen sporadisch Anderlecht had kunnen verwerven. Zelfs het Club van Ernst Happel dat eerder in de jaren zeventig drie keer op rij kampioen speelde, was nooit zo dominant.

De concurrentie heeft het laten afweten, dat ook. Dat Anderlecht, ondanks dat ze nog voor die tweede plek meedoen, is nog niet uit het moeras waar het vorige bewind met de ogen open is ingelopen. Antwerp is nog te wispelturig. Te veel gekte in het veld en in de bestuurskamer. Standard zit diep in het moeras, dieper dan ooit. Gent en Genk hebben ondanks titels en de bijbehorende miljoen van de Champions League hun upgrade compleet gemist. Ze wijten dat aan hun eigenaarsstructuur, als honderd procent zelfbedruipende club. Dat klopt niet. Club Brugge hééft een kapitaalsverhoging kunnen doen met de hulp van Amerikaanse investeerders, maar de demarrage waarmee ze iedereen in België uit het wiel reden, dateert van vóór de Amerikanen.

De 1-2 was het vijftiende doelpunt van Club op hoekschop en kort daarna volgde het zestiende. Hoe dat komt? Omdat Club nu eenmaal de filosofie hanteert dat een strakke inswinger de meeste kans op succes biedt. Bij andere clubs zie je dwarrelballen naar de tweede paal mislukken, doorkoppers, maar vooral missers aan de eerste en ingenieuze afleggers die de mist ingaan. Niet bij Club.

Jammer voor Union? Dat sympathieke Union? Misschien een beetje jammer, met de nadruk op een beetje. Sportief valt er geen speld tussen te krijgen. Club is twee keer gaan winnen bij Union in de reguliere competitie en in de play-offs. Thuis speelde het een keer gelijk en won het ook in de play-offs. Union lag nooit onder, maar kon in een heel seizoen niet scoren tegen Club, dat zegt alles.

Sympathie mag niet meespelen. Natuurlijk is Union als underdog sympathieker dan de dynastie Club. Zelfs Tony Bloom zal sympathieker zijn dan Bart Verhaeghe, maar ie-de-reen in het Belgische voetbal is sympathieker dan Bartje met het BV-petje. Als de sympathy vote de norm zou zijn, dan speelde Club – de club met de grootste aanhang maar tegelijk de meest gehate club in Vlaanderen – in het cafévoetbal.

Union had de eerste Belgische kampioen kunnen zijn die volledig in buitenlandse handen is. We moeten met zijn allen Club dankbaar zijn dat dit niet is gebeurd, laat dat even doordringen.

Column Gokreclame in De Morgen va zaterdag 14 mei 2022

Gokreclame

Dat was een onliberale zet, van een liberale minister nog wel, dat voorstel om gokreclame af te schaffen. De liberale premier gaf hem nadien rugdekking. Moeten die liberalen niet te allen tijde tegen betutteling zijn? En dan toch het gokken – of althans de reclame voor gokken – aan banden willen leggen?

Laten we wel wezen, liberaal of niet, Franstalig of Nederlandstalig, meerderheid of oppositie: er is geen enkele goede reden om gokreclame niet te verbieden. Niet in het straatbeeld, niet op de bus, op de tram, op de tv, of in de sport. Gokken is het nieuwe roken, een pest. Het verspreidt zich als een virus en tast het maatschappelijk weefsel aan omdat de nevenschade van gokverslaving generaties lang doorwerkt.

Ik heb nog nooit op de Lotto gespeeld, maar de Lotto of een kraslot kopen is iets compleet anders, leerde de baas van de Nationale Loterij ons. Ben ook nooit in een casino binnengestapt. Wel één keer balletje-balletje gespeeld in Manhattan, en natuurlijk eerst 20 dollar gewonnen, goesting gekregen, en daarna 100 verloren. Finaal 80 dollar in de min.

Ik wist dus niet wat gokken was, tot die ene dag op de pers- tribune van Club Brugge toen ik haast niks van de wedstrijd heb gezien. Kort na de aftrap was mijn oog gevallen op het scherm van de collega een rijtje lager. Ik zag veel kleurtjes, allemaal cijfertjes en andere data passeren en ik dacht: zo, die moet ik even aanschieten want die heeft onlinedata over de aan de gang zijnde wedstrijd en die wil ik ook.

Even later slaakte hij een gilletje: oui, gagné. Zijn collega naast hem klopte hem op de schouder. Supèr, 100 euro. En toen zag ik het pas: hij gokte online op de volgende gele kaart, op de volgende corner, op de uitslag, op om het even wat, in Brugge, maar ook op andere velden. Meer dan twintig keer zag ik hem op de knop drukken waarmee hij geld inzette op wat er volgens hem zou gebeuren.

Het alarm bij de politiek is voor het eerst afgegaan in de lange hete zomer van de World Cup van 2018, toen bleek dat de helft van de geregistreerde spelers in België voor het eerst gokte en dat het grootste deel van die nieuwe gokkers bestond uit jongeren. Allemaal samen zouden die voor meer dan 330 miljoen euro hebben ingezet. In de play-offs van 2019 werden 140.000 nieuwe accounts geopend en werd dagelijks voor 4,2 miljoen euro ingezet. Dat was het uitgesteld effect van een tsunami aan gokbedrijven vermomd als voetbalsponsors.

Jaar na jaar wordt meer gegokt en door steeds meer jongeren. Niet alleen op voetbal, naar het schijnt ook op paardenwedrennen, wie weet zelfs op de duiven. Er is geen enkel objectief argument om geen paal en perk aan gokken te stellen. Het voetbal argumenteert dat 12 procent van zijn sponsoring van sponsoring van gokbedrijven komt. Het wielrennen schat dat het meer is, maar zoals steeds is het wielrennen niet bereid om bedragen te noemen.

Het voetbal heeft wel gelijk als het zegt dat het een keer mag ophouden hoe zij worden geviseerd. Of beter: het moet niet ophouden, wat scheef is gegroeid moet recht worden getrokken. Maar het voetbal heeft wel gelijk dat door die aankondigingspolitiek een stuk financiële grond en dus bedrijfszekerheid wordt weggeslagen. Dat moet anders. Eerst was er corona, daarbovenop kwamen de vermeerderde sociale lasten, en misschien gaan straks ook nog de belastingvoordelen op de schop en en passant wil men nu ook nog eens de gokreclame bannen.

Wat nog aan misstanden overblijft, is de import-export van niet-EU-spelers die nauwelijks onderworpen zijn aan een instapsalaris. Weeral, geen weldenkend burger die verder kijkt dan zijn voetbalneus lang is die niet wil dat scheefgetrokken toestanden recht worden. Ook in het voetbal zijn ze daar stilaan van overtuigd, maar dan wel met een plan. Geef het voetbal de tijd om zich aan te passen, geef het perspectief, kom met een objectief waar je als maatschappij en voetbalcompetitie over drie tot vijf jaar wil landen.

Ten derde maal: er is geen objectieve reden om het niet te doen, maar pas wel op dat je de doos van Pandora niet opent door de Nationale Loterij verschillend te behandelen voor het gokken. Dat wordt gegarandeerd een gang naar de Raad van State, een Europese klacht bij medediging en desnoods een lange procedure bij het Europees Hof.

Hou ten slotte ook rekening met de rest van de Belgische/Vlaamse sport. Het voetbal zal het wegvallen van gokreclame wel overleven, zoals ooit het wegvallen van de sigarettenreclame. Veel andere sportstructuren en veel minder fortuinlijke en meestal olympische sporten kunnen niet zonder de gelden van de Nationale Loterij.

Column Grande Assurdità over de Giro in De Morgen van maandag 9 mei 2022

Grande Assurdità

De Giro heeft drie non-ritten achter de rug en ze zijn al toe aan een rustdag. Vandaag verhuist het hele circus van Boedapest naar Italië. Niet naar Milaan (959 kilometer), Verona (811 kilometer) of Venetië (700 kilometer). Neen, dat was logistiek te makkelijk geweest. In 24 uur wordt verwacht dat het hele hebben en houden een rit van 2.000 kilometer afhaspelt naar Avola.

Avola, jawel, bekend van de nerodruif en de wijn die past bij een barbecue met het betere vlees. Zoek het maar op, het ligt op Sicilië, veel dieper dan Avola kun je niet geraken in Italië. Renners vliegen uiteraard, maar de autokaravaan niet en die moet ook nog eens een veerboot nemen.

Een grande partenza in Boedapest, de commerciële logica erachter is duidelijk, maar hebben die renners en die teams dan geen inspraak? Er zou door Hongarije vele miljoenen zijn betaald aan RCS om het Italiaanse wielercircus naar daar te halen. Vele miljoenen zijn altijd welkom voor een ondergefinancierde en logistiek erg dure sport als wielrennen, maar wat als je beslist dat Sicilië de volgende stop is? Wat als dat ten koste gaat van de acteurs en vooral van hun entourage? Wat als zo’n chauffeur die gisteravond in Balatonfüred in zijn camion/bus/camionette/auto is gestapt en 2.000 kilometer verder uitgewoond meteen aan de slag moet, wat als daar ongelukken van komen onderweg?

De grande partenza is de grande assurdità, de grote absurditeit. Let wel, dat geldt evengoed voor de grand départ van de Tour deze zomer in Kopenhagen en de gran salida van de Vuelta in Utrecht. Alleen vertrekt de Tour na Denemarken niet uit Nice maar in het noorden van Frankrijk, en de Vuelta niet in Malaga maar in de buurt van Bilbao. Zo’n buitenlandse stad wil natuurlijk waar voor haar geld, waardoor de Giro drie dagen in Hongarije fietst, de Tour drie dagen in Denemarken en de Vuelta zowaar begint met Utrecht- Utrecht, Den Bosch-Utrecht en Breda-Breda. Hoe verzinnen ze het?

Mathieu van der Poel heeft op dag één de roze trui van leider in het algemeen klassement gepakt. De aankomst was op zijn lijf geschreven. Dat hij een dag later ook bijna de korte tijdrit won, was minder verwacht. Hij is de elfde renner die in zijn debuutronde zowel het geel van de Tour als het roze van de Giro heeft gedragen. We moeten dat met zijn allen heel bijzonder vinden.

Die obsessie van eerste te staan in een klassement waarvan je weet dat het er op dat moment helemaal niet toe doet, en dat als de eindprijzen worden uitgedeeld je er niet aan te pas zal komen, dat is iets van de laatste jaren. In de vorige eeuw telde maar één trui, dat was die gele, roze of rode trui. En dan niet de exemplaren van dag 1 tot en met dag 20, maar wel degelijk dag 21. Ook de groene, witte, blauwe of welke kleur dan ook, en doe daar nog bolletjestrui en andere bergtruien bij: spielereien, niet de moeite om je druk over te maken.

Zelfde verhaal voor een rit winnen onderweg in een grote ronde. Dat heeft de laatste jaren dezelfde waarde als een klassieker winnen. Vreemd, want nergens zijn minder kandidaten voor winst dan in een rit in een grote ronde.

Helpers moeten in de eerste plaats helpen en dat gaat al op voor drie vierde van het peloton. Vervolgens heb je kandidaten voor de top tien die bezig zijn met hun eindklassering en energie sparen. Daarnaast zijn er nog de overlevers die na halfweg alleen maar denken en hopen het einde te halen. Wat overblijft pikt er de ritten uit als krenten uit de pap, maar de sprinters laten de bergetappes schieten en klimmers de vlakke etappes.

Daarom is het ook bij de haren getrokken om op basis van zijn ritwinst over de dubbele Ventoux Wout van Aert kansen toe te dichten om de Tour de France te winnen. Die rit spreekt misschien het meest tot de verbeelding, maar de sprintwinst op de Champs-Elysées en de tijdrit in de Bordeaux-streek waren hoger in te schatten omdat hij daar alle specialisten klopte.

Bij Jumbo-Visma zijn ze slim genoeg om te weten hoe sterk het elastiek van Van Aert is en welke rek er nog op zit. Voor alle andere waarnemers, co- en andere commentatoren, geldt het advies: kijk niet te ver terug in het verleden. Baseer u op de laatste tien, hooguit vijftien jaar als u de typologie van de groterondewinnaar wilt kennen. Iedereen die tussen 1990 en 2005 op de laatste dag het geel, roze of rood aantrok, deed dat wellicht met de hulp van epo of transfusies. Wie Van Aert durft te vergelijken met Miguel Indurain, omdat ze beiden tachtig kilogram wogen/wegen, is helemaal van het padje af en moet dringend terug naar school.