Verslag België-Panama in De Morgen van dinsdag 19 juni 2018

Drie beauty’s volstaan niet

Alleen winst was goed genoeg. Wel, het werd winst met een strikje. Nooit was Panama een bedreiging voor de Rode Duivels, die wel enkele domme gele kaarten pakten en achterin weer kansen weggaven.

Tachtig minuten waren er gespeeld in het mooie Olympisch Stadion van Sotsji toen een Panamees zich nog eens op gang trok. Bovenin stonden de droge cijfers, maar de “Olé, olé, olé, Panama, Panama, Panama” weerklonk luider dan tevoren. België speelde officieel thuis, maar dit was een uitwedstrijd. Los Canaleros waren eindelijk op de worldcup en daarvoor had een deel van de natie veel geld over.

Ze waren met tien keer meer dan er Belgen de weg naar de Zwarte Zee hadden gevonden en een feestje zou het worden, tegengoals of niet. Die goals waren drie beauty’s, dat moet gezegd, maar ze vielen rijkelijk laat. Een team als Panama moet je van in de eerste helft bij de keel grijpen en doodknijpen, maar dat gebeurde niet. Er was een gelukkige maar tegelijk erg mooie volley van Dries Mertens nodig na slecht wegwerken om de ban te breken. Bondscoach Roberto Martínez zag wat iedereen zag: “De moed zakte de Panamezen in de schoenen, maar ik wil hen feliciteren met hun sterke eerste helft.”

Dat bevrijdende doelpunt viel heel kort na de rust en wat een opluchting moet dat zijn geweest voor de fans, want na 45 slappe minuten kon je de bui al zien hangen. Als het nog lang 0-0 zou blijven, zouden Panamezen zich dubbelplooien en voor je het wist, had je punten laten liggen tegen de zwakste ploeg van dit WK.

Weinig daadkracht

Er wáren kansen in de eerste helft – het tegendeel had pas verwonderd tegen Panama of all countries – maar de scherpte ontbrak. Lag het aan het weer? Echt tropisch was het nu ook niet bepaald, er was overal schaduw en het Zwarte Zee-windje was tot op het veld te voelen.

Dat veld wás niet goed, het gras te lang, dat kon je zien aan de vele passes die niet goed doorrolden waardoor de bestemmeling zich misrekende, maar afgezien daarvan waren de Rode Duivels niet tot buitensporig veel daadkracht te bewegen. Je kreeg de indruk dat ze eerst op spaarmodus probeerden, wetend dat er nog zwaardere opdrachten op de plank liggen. Alsof ze Martínez gelijk wilden geven: er zijn geen gemakkelijke overwinningen in de eerste ronde. “Die zijn er ook niet, dat is weer eens bewezen. Vooral als je niet scoort in de eerste minuten, weet je dat er moet worden gewerkt. In de eerste helft misten we een aantal laatste passes. Ik vond dat we het te mooi wilden doen.”

Dat klopt, maar de Panamezen vonden het statische spel van de Belgen wel best, ze waren nog fris en konden er hun stevige torso af en toe ingooien, pikten her en der een geel kaartje op en hadden ook geluk dat Carrasco, Mertens, Hazard en Lukaku doelrijpe kansen de nek omwrongen.

Vooral Eden Hazard kwam heel moeilijk in de wedstrijd omdat er in de 4-1-4-1 van de Panamezen weinig ruimte tussen de linies lag. De eerste tien minuten had hij één bal gezien. In minuut elf kreeg hij een tweede en kort daarop speelde Roman Torres te kort terug en stond Hazard in een schuine hoek oog in oog met de doelman. Het was allemaal zo weinig doortastend, zo vrijblijvend.

Waren veel Rode Duivels een beetje in hetzelfde bedje ziek, dan gold dat niet voor Kevin De Bruyne, die heel actief aanspeelbaar was en de meeste passes verstuurde waarop gevaar kon ontstaan, was de ploegmaat iets scherper geweest. Een tegenvaller in de eerste helft was dan weer Thomas Meunier, die zijn mindere oefenpartijen bevestigde met een zwakke eerste helft. De PSG-galáctico deed het godbetert op den duur in zijn broek van José Luis Rodriguez van KAA Gent, een jongen die twee kruisbandreconstructies achter de rug heeft en nog geen minuut heeft gespeeld in de Jupiler League.

Onzekere defensie

Die hele verdediging acteerde bij momenten toch erg onzeker. Met drie liet Yannick Carrasco een keertje zijn man lopen en die kwam alleen voor Thibaut Courtois. Maar ook met vier na de inbreng van Moussa Dembélé in plaats van Carrasco kwamen de Panamezen stevig opzetten. Voor Martínez was er weinig aan de hand: “Ik wil dat mijn team verschillende systemen speelt en we hebben getoond dat we flexibel zijn.”

Ter verschoning: het stond toen al 3-0 en de twee goals die na de volley van Mertens vielen, waren vintage Rode Duivels. Eén keer het koningskoppel Hazard-De Bruyne, waarop die laatste buitenkant voet het hoofd van Lukaku vond. Daarna De Bruyne die Hazard wegstuurde, die op zijn beurt Lukaku de bal meegaf en die stiftte hem voorbij Panama’s beste man, de doelman.

3-0 is natuurlijk stevig, de tweede grootste overwinning op dit WK na de 5-0 van de Russen tegen de Saudi’s, die dag weliswaar lam door de ramadan. Dat De Bruyne, Meunier en Vertonghen drie domme gele kaarten pakten, de ene al meer verdiend dan de andere, zal Martínez nog het meeste zorgen baren. Een andere bekommernis is Hazard fit houden. Martínez: “Hij krijgt veel trappen en ik ben bang dat we hem op die manier zullen kwijtspelen. Daar moeten we echt voor opletten.”

 

Verslag tegen Panama

België-Panama voorbeschouwing in De Morgen van maandag 18 juni 2018

Het kan en mag niet fout gaan

Het is België tegen Panama, dus ook nog eens thuis tegen die onderdeurtjes, om 17 uur in Sotsji. Nooit is een Belgisch voetbalelftal met meer ambitie naar een mondiaal toernooi vertrokken. Stop leven en werken, ga zitten. Let the beasts go.

Oké, België heeft zich op eerdere World Cups weleens verslikt in zogeheten zwakke tegenstanders die net iets sterker bleken dan verwacht, maar deze namiddag krijgen de Rode Duivels gewoon een extra oefenpartij cadeau van de FIFA.

Roberto Martínez en zijn videomannen zullen ongetwijfeld hebben gestudeerd op het examen Panama, maar dat was niet nodig. België heeft zo veel kwaliteiten, is eerder al zo sterk gebleken tegen een zwakkere tegenstander, dat het deze klus makkelijk moet klaren. De ploeg straalt rust uit, dat zei althans Dries Mertens, en er is geen reden om dat in twijfel te trekken. De bondscoach lijkt ook op zijn gemak en zelfs de media geloven dat het toernooi pas zaterdag echt begint.

Zelfs de latere wereldkampioen hoeft niet sterk te starten. Het mag, maar het is geen noodzaak. Elk team dat het tot de laatste vier wil schoppen – wat de ambitie van de Rode Duivels is – groeit in het toernooi. Meestal zit daar een mindere wedstrijd tussen, soms zelfs verlies, af en toe valt zelfs een sleutelpion uit, maar ook af en toe wordt een andere sterkhouder ontdekt en gaandeweg formeert zich een onverzettelijk blok. Eens dat er staat, heb je geluk nodig om het nog verder te schoppen. Of een superster.

Het is een raadsel hoever België is in dat proces. Daarvoor waren de oefenpartijtjes tegen Portugal, Egypte en Costa Rica geen goede graadmeter. Ook deze extra oefenpartij tegen Panama zal ons niks wijzer maken over de staat van paraatheid van de Rode Duivels tegen stugge en/of meer getalenteerde tegenstanders als Tunesië (zaterdag) en Engeland (donderdag 28 juni). Daarna begint het voor echt en dan zijn we al begin juli.

Of de driemansdefensie zonder Thomas Vermaelen en Vincent Kompany stevig genoeg is, daar hebben we bijvoorbeeld het raden naar. Of de balans op het middenveld goed zit, wie zal het zeggen? Of Romelu Lukaku spitsengeluk, dan wel -ongeluk over zich zal afroepen: nog zo’n open vraag.

Bange Panamezen

Verwacht vanavond alvast een furieus België dat al te lang opgesloten heeft gezeten in hun golfclub in het Moskouse voorgeborchte, afgewisseld met PlayStation, UNO-kaarten, wedstrijden kijken en saaie busritjes naar het trainingscentrum in het allesbehalve inspirerende Dedovsk. Verwacht bij 2-0 dat de boeken dichtgaan.

Dat hopen althans de Panamezen, want die doen het echt in de broek voor hun eerste World Cup-wedstrijd in de geschiedenis van het land. Zaterdag liep de Panamese tv een stukje mee op zoek naar het bijveldje naast het olympisch stadion waar de Belgen hun training hielden. “België is sterk, te sterk, maar wij gaan tot de laatste snik vechten. Of het zal volstaan? Dat hopen we, maar ik ben een beetje bang voor een afgang”, zei de Panamese Filip Joos.

Dat Panama zich plaatste dankzij een onwaarschijnlijk scenario – een doelpunt dat er geen was en ideale uitslagen in de andere wedstrijden – zegt niet alles. Op het WK van 2014 hadden ze er al bij moeten zijn, maar ze gaven toen in blessuretijd een 2-1- voorsprong tegen de VS uit handen, waardoor Mexico alsnog naar de World Cup kon gaan. Het kleine landje – twee keer groter in oppervlakte maar drie keer minder inwoners dan België – was niet te troosten. In oktober vorig jaar viel alles in de juiste plooi en dat het gehate/bewonderde VS niet naar de World Cup gaat, was een extra zoete triomf.

Maar, dé vraag nu: kunnen ze voetballen, die Panamezen. En in het verlengde daarvan: kunnen ze een bedreiging vormen? Vorig jaar nog kregen ze een 4-0 om de oren in en tegen de VS, vooraleer met 2-1 te winnen van een al gekwalificeerd Costa Rica met die gelijkmaker van Gabriel Torres die niet over de lijn was.

“Voetballen kunnen we”, gaf bondscoach Hernan ‘Bolillo’ Gomez al aan. “Maar fysiek zullen we tekortschieten tegen grote ploegen als Engeland en België.” Bolillo betekent matrak en dat moet letterlijk worden genomen: de laatste zes maanden heeft de coach die WK-ervaring heeft met Colombia in 1998 en Ecuador in 2002 – telkens eruit na de eerste ronde – zijn selectie vooral fysiek voorbereid. Sterkhouder Erick Davis die bij DAC 1904 Dunajská Streda in Slovakije zijn boterham verdient, weet wat de valkuilen zijn: “Kleine teams als wij kunnen voor verrassingen zorgen, maar evengoed kunnen we een onwaarschijnlijk pak slaag krijgen. Tegen België moeten we oppassen.”

Panama zal het in een 4-4-2 willen oplossen, nadat een driemansdefensie in maart in en tegen Zwitserland op een hoopje werd gespeeld (4-0-verlies). Als het even moet, is een 5-4-1 ook een optie, om in eerste instantie de nul te houden en als dat niet lukt, niet af te gaan als een gieter. Blas Pérez moet voorin voor de zeldzame tegenprikken zorgen, maar de man is al 37.

Heel goed mogelijk dat de Rode Duivels een monsterscore laten optekenen tegen Los Canaleros. En daar moeten we dan geen grote conclusies uit trekken. Ook mogelijk dat het een magere overwinning wordt en dat de Panamezen zelfs een keertje gevaarlijk dicht bij Courtois zijn geweest. Ook daar best geen conclusies uit trekken.

Een nederlaag of een gelijkspel daarentegen, moet absoluut worden vermeden. Alles kan in voetbal, en op deze – zoals op elke andere – World Cup is er altijd wel een dwerg die bovenmaats presteert, maar niet in groep G, niet Panama. Van Panama Moet Altijd Worden Gewonnen.

 

Voor België-Panama

Column Iceland Go Home in De Morgen van maandag 18 juni 2018

Iceland, go home

Eerst mij geërgerd aan dat verhaal in de zaterdagkrant over sporthaters. Het ging vooral over vrouwen maar er werden een paar mannen met de haren bij gesleurd. Vervolgens hard moeten lachen. Ten slotte overviel mij medelijden. Niet van voetbal houden is één ding, maar het getuigt van bekrompenheid om je niet te interesseren voor iets waar de hele wereld storm voor loopt. Sport haten, is hetzelfde als politiek haten of boeken haten. Dom.

Ik ben ook geen honderd procent voetbalman. Ik bedoel: ik ben een sportjournalist, in dit land de laatste in zijn soort misschien. Daar snel even bij tikkend: de laatste is geen kwalificatie, hooguit een vaststelling dat de media tegenwoordig zo gespecialiseerd zijn dat je geen mening mag hebben over wielrennen en voetbal en tennis en de NBA. Ik heb die wel, want ik volg alles (en ik doe thuis ook hard mijn best).

Zo’n World Cup kan ik wel smaken. Als de Jupiler Pro League een daguitstap is met de frigobox naar Blankenberge en de Champions League een citytrip met gids, is de World Cup voetbaltoerisme weg van de platgetreden paden. Als je naar de Champions League kijkt, weet je wat je kunt verwachten. Analist en commentator hebben al na tien minuten gezien dat Otamendi van Man City tegen PSG tien meter meer naar rechts speelt dan tegen Hull vorige week.

Niet op de World Cup. Otamendi is hier ook en hij speelt bij Argentinië, maar ik heb het niet over dat land. Wel over de exotiek van andere landen. Neem nu Panama, waar de Rode Duivels tegen moeten. Frank Raes zal vanavond vast van alles vertellen over Panama. Over de drugsoorlogen, de geschiedenis, de voetbalprestaties, de volksaard en wat al niet meer. Maar natuurlijk ook dat dat hele Panama er geen hout van kan; het blijft tenslotte voetbal.

De World Cup is reizen in een heel ver land, een restaurant binnenstappen en een menukaart krijgen in het cyrillisch zoals hier in Rusland, wat nog een beetje lukt, of in die Aziatische krabbels waar je helemaal niks van kunt maken. Je wijst, je ontcijfert, je gaat zitten, bestelt en je hoopt op het beste. Op zo’n World Cup gaan mijn voorkeuren uit naar Zuid-Amerikaanse en Afrikaanse exoten. Die willen nog weleens verrassen in positieve zin, iets opvoeren waar je blij van wordt, waar je mond van openvalt.

Peru vond ik dit weekend heel mooi voetbal brengen en die waren mij al gesignaleerd vanuit Zuid-Amerika. Jammer genoeg geraakten ze niet voorbij die ellendig saaie Denen. Wat hebben die hun mooie voetbalcultuur van weleer verkracht.

Aziatische en Oceanische teams verrassen ook zelden: gedrilde machines waar weinig frivools aan zit. Exotische Europese teams zijn er ook niet meer. De laatste die ons verrasten, waren de IJslanders. Wat vonden we die met zijn allen plezant op het EK van 2016. Een verademing, een horde Vikingen die de plaatselijke horeca gouden tijden bezorgden en ook nog eens hun manieren hielden.

Ze waren met dertigduizend naar Frankrijk gereisd om hun team aan te moedigen. Dertigduizend IJslanders, dat is een tiende van de bevolking daar. Alsof 1 miljoen Belgen hier in Sotsji zouden opduiken om even de Belgian Clap te doen. Niet echt, er zouden vandaag niet meer dan duizend Belgen bij de wedstrijd tegen Panama zijn. Maar de IJslanders: dit weekend waren ze weer massaal bij de wedstrijd tegen Argentinië en weer deden ze de Iceland Clap.

Lange tijd wilde het verhaal dat de clap van de Vikingen zou stammen, een oude oorlogskreet zou zijn, maar daar klopt niks van. Het zijn IJslandse voetbalfans die iets gelijkaardigs hebben gehoord en gezien toen ze bij Motherwell in Schotland gingen voetballen, die de clap in IJsland hebben geïmporteerd.

Zaterdag hadden ze 28 procent balbezit tegen Argentinië, lagen ze met negen voor hun eigen kooi, gooiden ze zich voor alles wat richting hun doel wilde, probeerden ze Messi in mootjes te hakken en liepen ze bij balbezit heel hard naar voren. Dat kunnen ze heel goed en doen ze heel rap. Wat ze nog goed kunnen, is ver ingooien. Dat hebben ze dan weer vanuit hun opleiding. Alle IJslanders zijn gezond, want alle IJslanders sporten, en alle IJslanders spelen vroeg of laat handbal. Vandaar die ingooi.

Het werd 1-1, en mede daarom heb ik het wel gehad met die IJslanders. Kleine landjes die de grootte van hun bevolking als argument gebruiken om niet te willen aanvallen, mogen van mijn part allemaal na de eerste ronde terug naar huis. Er is niks exotisch meer aan IJslands voetbal, al helemaal niet het spel. Het zijn dan wel mooie atleten, maar hun voetbal is niet om aan te zien. Iceland go home, die Iceland Clap zullen we zelf wel doen.

 

Iceland Go Home

Verhaal over de Belgische teamsportcultuur of het gebrek aan… in De Morgen van zaterdag 16 juni 2018

Waarom Belgische teams de wereld niet veroveren

De Rode Duivels, wereldkampioen… Vijftig jaar na  Eddy Merckx weer on top of the world… Het zou mooi zijn, het kan, alles kan. Maar de geschiedenis leert dat individueel geploeter ons beter ligt. Reden: een gebrek aan veroveringsdrang, volgens Johan Cruijff.

De Nederlanders zijn er niet bij en in tegenstelling tot de meeste edities zonder Belgen toen bij ons jaloezie jegens Oranje de boventoon voerde, staan de Nederlanders nu in volle bewondering.

Zo schreef de sportkrant Algemeen Dagblad vorige week: ‘… De kracht zit in de ongekende individuele klasse waarover de Rode Duivels de afgelopen jaren beschikken. In elke linie staan spelers uit de Europese top en met jongens als Courtois, De Bruyne en Hazard loopt er zelfs pure wereldklasse tussen. Ook als het een keer niet loopt, kunnen de Belgen blijven hopen op een moment van individuele klasse…’

In Der Spiegel wordt België dan weer niet bij de zes favorieten (Frankrijk, Spanje, Duitsland, Engeland, Brazilië en Argentinië) gerekend, hoewel de gemiddelde leeftijd van de Rode Duivels (27,5) ideaal is en ze met 48,2 topwedstrijden per speler en met 33,2 miljoen gemiddelde marktwaarde tot de top vijf behoren. Van alle favorieten en schaduwfavorieten heeft geen enkel land na 2014 zo weinig tegen toplanden gespeeld als België, vond Der Spiegel. Van die vier topwedstrijden werd ook maar één keer gewonnen.

Ach, wat zegt het allemaal in de spelsport met de hoogste toevalsfactor? Wat zegt dat over de vorm van de dag, van de week, van de maand, de bal buitenkant of binnenkant paal? Wat zegt de FIFA-ranking die België in 2015 en 2016 een tijdje aanvoerde en waar ze nog steeds op een mooie derde plek staan, na Duitsland en Brazilië? Ook weinig tot niks, maar er zijn met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid aannames mogelijk. Bijvoorbeeld: Panama zal geen wereldkampioen worden. Wie daar op inzet, krijgt zijn geld in duizendvoud terug. België staat twaalf tegen één genoteerd.

De spoeling is (niet) dun

Na de World Cup 2014 en het EK 2016 is dit het derde grote toernooi op rij waarin de Rode Duivels worden getipt als outsider, schaduwfavoriet of (door een deel van het eigen volk) ronduit favoriet. Analisten die zich laten leiden door de realiteit gaan meteen op de rem staan. Analisten die zich laten leiden door emoties – en daar ook voor uitkomen – zien het anders.

Neem nu Jan Mulder. Hij is een believer en heeft nog één groot mysterie te ontrafelen: “Welke microbe is het die ervoor zorgt dat de Rode Duivels niet presteren op zo’n kampioenschap?” Je zou de vraag anders kunnen stellen: welke microbe, of is het misschien een virus, zorgt ervoor dat sommige Belgen ineens denken dat de wereldtitel voor het grijpen ligt?

Is dat dan niet realistisch? Neen dat is niet realistisch en wel om verschillende redenen. Oké, België heeft goede voetballers en die spelen in topcompetities in toplanden. Thibaut Courtois, Eden Hazard en Kevin De Bruyne zijn wereldtop, maar ze komen uit de loodzware Premier League. Hoeveel rek zit er nog op? Vincent Kompany is ook wereldtop, als hij fit is, maar hij is nog zelden fit en dat geldt ook voor Thomas Vermaelen, die bij FC Barcelona goed meekan, als hij fit is.

Romelu Lukaku is een vreemd geval. Hij is de beste garantie op doelpunten in de Belgische spits, maar scoorde in Engeland zelden tegen een topploeg. Axel Witsel is ook een vreemd geval: onmisbaar, maar heeft zichzelf wel verbannen naar China. Al kan dat ook een troef zijn, want die heeft nog goesting te koop, net als die andere Chinees Yannick Carrasco. Nogal wat andere spelers zaten een groot deel van het seizoen om diverse redenen op de bank. Ook dat kan evengoed een voordeel, dan wel een nadeel zijn.

Slotsom: de spoeling is niet dun, maar als één of meerdere sterkhouders het laten afweten, hebben de Rode Duivels een probleem.

Dat België een wereldelftal heeft en alleen nog even die prijs moet gaan ophalen, is een vergissing. Andere landen hebben ook wereldspelers en zelfs meer dan België, maar dit plotsklaps omhooggevallen voetballand rekent zich rijk omdat het contrast met de armoede van vroeger zo groot is.

Er zit ook een fout kantje aan die hunkering naar Belgisch voetbalsucces: jaloezie. Het heeft altijd gestoken hoe Nederland wereldwijd bewondering oogstte met hun veroveringsvoetbal. Nu Nederland er niet bij is na al drie kansen op een wereldtitel, is het de beurt aan België. Beter doen dan die Hollanders is de wens van velen.

Twee olympische teammedailles

Dit is geen poging tot pessimisme. Niet elk land kan wereldkampioen worden, maar België wel. Alleen, België heeft geen traditie in succes in teamsporten. We springen al een gat in de lucht als om het even welke nationale ploeg zich kwalificeert voor een continentaal of wereldkampioenschap. De bronzen Europese medaille van de volleybalvrouwen werd gevierd als een exploot. In het hockey, waar de mannen sinds 2013 een abonnement hebben op zilver (vier stuks) en de vrouwen vorig jaar ook voor het eerst op het Europese podium stonden, is nu wel sprake van gewenning.

Dé referentie voor ploegsporten zijn de Olympische Spelen. Sinds 1988 heeft België twee olympische teammedailles behaald, met de hockeymannen die de finale verloren in Rio 2016 en in het atletiek in Peking met de zilveren 4×100, die jaren later van goud bleek te zijn. Behalve hockey (vier deelnames) kon nog maar één keer een Belgisch team uit een andere sport zich voor de Spelen kwalificeren: de voetballers, de basis van de huidige ploeg, verloren in 2008 in Peking de kleine finale met 3-0 van Brazilië.

Nederland, een vergelijkbaar land met weliswaar 60 procent meer inwoners, heeft op de Olympische Spelen sinds 1988 36 teammedailles behaald, waarvan 10 gouden. Hockey is de slokop, maar zelfs als je die 12 stuks weghaalt, blijven nog 24 medailles over in allerhande sporten en disciplines, gaande van waterpolo, over zwemestafettes, achtboten in het roeien, beachvolleybal, dressuur, jumping en vooral het zilver en goud van de volleybalmannen. In Rio was Nederland wat minder op dreef met ‘maar’ drie teammedailles. Ze stonden er wel met hun handbal- en volleybalvrouwen die twee keer vierde werden.

Voetbal op de World Cup dan. Wij zijn er in Rusland wel bij, Nederland niet. Zowel Nederland als België konden zich voor acht van de laatste twaalf WK’s plaatsen. België werd één keer vierde (1986) en haalde in 2016 de kwartfinale. Oranje speelde drie finales (1974, 1978, 2010) en twee halve finales (1998, 2014). In alle drie de finales had Nederland met wat meer geluk kunnen winnen. Dat was een unicum geweest, want in de moderne geschiedenis van het voetbal wonnen alleen grote klassieke voetballanden wereldtitels. Voor we het vergeten: Nederland is wel Europees kampioen voetbal geworden in 1988, waar België de verloren finale van 1980 tegenover kan zetten.

Waarom zijn wij geen land van teamsport en waarom is Nederland vaak wel goed in teamsport? Sportpsycholoog Paul Wylleman van de VUB is in dienst bij het Nederlands olympisch team, als prestatiemanager. Hij heeft zeer snel gezien waar Nederland voorloopt op België: “Schiet mij zo te binnen: samenwerking, innovatie, en de permanente wil tot verbetering. Nederlandse coaches werken samen, over de sporten heen, en ik zie een betere en voortdurende coachopleiding, een meer doordachte doorstroming van talent uit de jeugdteams en een beleid dat gericht is op vernieuwing, ook in mijn vak.”

Waterbeheersing

Als Nederland zelf op zoek gaat naar oorzaken voor hun succes, dat ze niet altijd als dusdanig percipiëren, komen ze uit bij inspirerende bondscoaches die het belang van het team konden laten prevaleren op dat van het individu (het olympisch succes in het volleybal), tot dieper liggende cultuurhistorische redenen, minder vergezocht dan men misschien wel denkt.

Zo is Nederland van oudsher een land dat zich in isolement tegen vreemde mogendheden heeft verzet, tegelijk een strijd voerde tegen het water en ook nog eens de wereldzeeën bevoer. Dat laatste was volgens professor voetbaldokter Johan Cruijff de enige echte reden waarom Nederland zo graag aanvallend voetbal speelde. En ook de reden waarom de Belgen laf voetbal speelden (althans in zijn tijd), omdat België doorheen de geschiedenis nooit veroverde maar altijd onder de voet is gelopen. Aldus Cruijff.

Het gemak waarmee Nederlanders zich ten dienste stellen van het collectief, kan worden gezocht in de geschiedenis, met name in de waterbeheersing. Nederlanders konden niet zonder elkaar om de dijken, sluizen, grachten en polders te beheren. Als er één zijn werk niet deed, stond de hele polder (waterschap in Nederland) onder water, inclusief de woningen. In Nederland ligt nu nog steeds 26 procent van het land onder de zeespiegel, soms zelfs dichtbevolkte gebieden.

Maar België is toch ook een collectivistisch land? Wel als het herverdelen ons van hogerhand wordt opgelegd, niet als we dat kunnen omzeilen. Denk aan onze belastingontwijking, de vrijstaandehuizenobsessie, de ruimtelijke wanorde, het egoïsme in het verkeer en vergelijk met Nederland. De Belg maakt dan wel deel uit van een solidaire verzorgingsstaat, hij is toch eerst de solitair die voor zichzelf zal zorgen.

Geen België-gevoel

Ook ons politiek systeem werkt averechts. België bestaat uit twee landen. Paul Rowe, directeur topsport bij Sport Vlaanderen: “Er zijn twee dingen waarvoor een land ten oorlog wil trekken: religie en nationaal gevoel. Een sportcompetitie is te vergelijken met een oorlog. Van religie hebben wij geen last in de sport, maar een nationaal gevoel hebben we evenmin.

“Herinner u hoe goed Joegoslavië was in teamsport. Nadat het land uit elkaar is gevallen in allemaal republieken met minder inwoners dan België, zijn al die nationale teams apart nog beter gaan presteren. In de Balkan omarmen ze de cultuur van de teamsport en het winnen én ze worden gedreven door een nationaal gevoel. Soms te sterk ontwikkeld bij hen, maar onbestaande bij ons. Het is misschien geen toeval dat wij vooral sterk zijn in het individuele ploeterwerk, zoals wielrennen, en nog meer in de modder, zoals veldrijden, vroeger veldlopen en motorcross.”

Het Oranjegevoel zal niet alle Nederlandse succes verklaren, maar het tricolore Jupiler-partysfeertje is niet hetzelfde als een Belgiëgevoel.

In het verlengde daarvan ligt een gebrek aan fierheid. De sense of belonging, een begrip uit de teambuilding, is het gevoel deel uit te maken van een groter en sterker geheel. Dat is aan Belgen zelden besteed. Wij zijn of Vlamingen, of Brusselaars, of Walen, of Oostkantonners. Of we spreken Nederlands, of we spreken Frans, want wij zijn een nieuw samengesteld land. Sterke teams drijven op sterke banden en die hebben wij niet.

De Rode Duivels zijn een joint venture van verschillende culturen, aangevoerd door twee patrons: een Waal, Eden Hazard, en een Vlaming, Kevin De Bruyne. De eerste een nonchalante dribbelaar en bon vivant, de tweede een noeste werker, een Permeke op noppen. U merkt het, de stereotypes zijn niet van de lucht.

Kampioen eervol verliezen

Elk realisme dat de verwachtingen van de natie tempert, staat haaks op de hype, het opbod rond de Rode Duivels. De populaire media doen hun uiterste best om iedereen achter de ploeg te krijgen en wakkeren zo de irrationele hunker van de sportwoestijn België naar voetbalsucces aan.

Het Laatste Nieuws pakte een maand geleden al uit met een serie over de effecten van een wereldtitel voor België, op onder meer de economie, de sport en de maatschappij. Het Nieuwsblad adverteert met ‘Voetbal is oorlog, maar wij hebben een tank in de spits’. Want: ‘Koop de krant voor 5 euro voor een maand en word believer, want dit jaar is het aan ons, supporteren alleen is niet genoeg, we moeten met zijn allen in de ploeg geloven.’

Andere baseline in de advertenties: ‘Wij leggen de lat hoog, dat scoort makkelijk’. Makkelijk? Het moeilijkste aan topsport is precies het installeren van de cultuur van winnen. Het makkelijkste in topsport is jezelf wentelen in de attitude van het eervol verlies en daar zijn Belgische teams historisch erg goed in.

Internationaal onderzoek heeft uitgewezen dat rijkdom, grootte van een land en interesse in voetbal voor de helft verantwoordelijk zijn voor succes. De andere helft kan worden aangeleerd en is samen te vatten in voetbalcultuur, of breder: topsportcultuur.

En toch hoeft dit niet te betekenen dat de Rode Duivels totaal kansloos zijn. Het kan snel gaan met zo’n team. Hoewel van een andere grootte-orde, hebben de hockeyploegen bewezen dat een snelle cultuurshift kan. Misschien was het geen toeval dat daar Nederlanders aan het roer stonden.

Een ander voordeel is onze bondscoach. Wij hebben een Catalaanse Spanjaard aan het roer en die weet ook als geen ander dat zelfs een compleet verdeeld land kan winnen, zolang het team maar doordrongen is van de cultuur van het presteren.

DM-Belgische teams veroveren de wereld (niet)-mail

WK-Column Ontmoeting met L. te M. van zaterdag 16 juni 2018

Ontmoeting met L. te M.

L. is een oude kennis. Hij zou met pensioen kunnen, maar werkt nog steeds als journalist en ik ken hem van het Europees kampioenschap volleybal in België in 1987 toen hij mij hielp shirtjes te wisselen met Savin en Zaitsev, twee van de beste Russische volleybalspelers die deze planeet ooit heeft gekend.

L. was toen al een ritselaar – voor een fles Martell-cognac had hij alles gedaan – en is dat gebleven, ook na de glasnost. L. is Moskoviet en wil zijn naam niet voluit in de krant. “Dat is nergens voor nodig. Hier zeggen we: de afkortingen zijn veranderd, het systeem niet. Ik heb je toch al eens uitgelegd dat ik maar al te goed weet hoe het hier werkt?”

Jawel, enkele jaren geleden in een bui van openheid toen ik hem op de Olympische Spelen in Beijing tegen het lijf liep en we samen sloten Chinese caffè latte’s tot ons namen, die ik allemaal heb betaald. Ineens floepte hij het eruit: “Je weet toch dat ik in die tijd informant van de KGB was? Hoe had ik anders elke keer naar het buitenland gemogen?”

L. spreekt behalve vlot Russisch – denk ik – ook vlot Engels en Frans, met een heerlijk Zuid-Frans accent omdat zijn lerares destijds een Française was uit Marseille. Hij was echt journalist en hij kende sport, maar hij was ook informant, gerekruteerd na “une bêtise avec une fille”. “Mijn collega’s wisten dat ik alleen de ongevaarlijke dingen zou klikken, zoals die is bij de hoeren geweest, die was dronken daar en daar. Soms deden de collega’s expres iets doms, dan had ik iets om te melden. We waren een hechte bende, weet je nog die keer in jouw stad Gent? Olala, quelle fête!

“Dat klikken stelde allemaal niet zoveel voor, maar ik moest mijn verbindingsman blij houden en hij moest zijn baas weer blij houden. Het verschil met nu is dat je niet weet wie over jou klikt. Maar ik moet ook eerlijk zijn: ik ben niet zo’n Poetin-mannetje, maar hij heeft het land wel weer wat aanzien gegeven, en dat is toch al heel wat. Meer zeg ik er niet over.”

L. heeft een bescheiden datsja in de bossen ten westen van Moskou en is mij gisteren komen ophalen voor een late lunch in hartje Moskou en een ritje langs enkele interessante plekken. Kaarsrecht stapte hij op mij af, haren zwart, ogen pikzwart, stevige handdruk en dan een omhelzing. “Mon grand ami belge, comment vas-tu?”

Gisteren, dat was daags na de 5-0 van Rusland tegen Saudi-Arabië. De openingswedstrijd waar Rossiya zo bang voor was, bleek een gezondheidswandeling. “Ja, we waren bang omdat we niet wilden afgaan. We zijn in dit land de laatste decennia wel vaker bang. Russen willen niet afgaan en in deze groep, met ook nog Egypte en Uruguay, konden we niets anders dan ons belachelijk maken.”

Dat is niet gebeurd en als we via Prospekt Vernadskogo en het Gagarinsky-district, genaamd naar de Russische kosmonaut, via het Loezjniki-stadion de stad binnenrijden, wijst hij op de uitgelaten sfeer op straat. Ik kijk en eerlijk: ik merk er niets van. “Allez mon ami, je ziet de mensen toch lachen. De opluchting druipt eraf. We willen de tweede ronde halen, meer niet, en dat zit er nu dik in.”

Zonder gps, zonder Google Maps op de telefoon, laat staan Waze, baant L. zich een weg door hartje Moskou. Als hij eraan komt in zijn Toyota – “het merk mag je wel vermelden want er rijden er honderdduizenden van in Rusland” – springen alle verkeerslichten op groen, hebben we nergens files en parkeert hij hooguit op tien meter van het terras waar we de street life willen gadeslaan. De afspraak is dat hij rijdt en praat en ik de versnaperingen betaal. L. stopt aan zowat het op één na duurste terras van Moskou en heeft zin in een Belgisch trappistje van 15 euro. Zo ken ik L..

Er is geen street life, toch niks dat op de World Cup wijst. In de verte wapperen vlaggen aan een hotel. De fans die eergisteren in de straat liepen, gehuld in vlaggen van hun respectievelijke landen, zijn nergens te bespeuren. Vandaag moet Argentinië tegen IJsland in het Spartak-stadion en morgen Mexico tegen Duitsland in Loezjniki. Geen blauw-wit, geen vikings, geen Mexicanen die er eergisteren wel waren en ook geen Duitsers, al lijken die misschien te veel op Russen.

Jammer, zegt L., die familie bij de politie heeft en die weet hoe die werden gebrieft. “Alles moeten ze toelaten, behalve te dronken over straat lopen. Helpen in plaats van schofferen en vooral de matrak niet bovenhalen, want dat doen ze hier graag, tikken uitdelen aan mensen die in de weg staan. Mijn neefje is politie en hoopt dat de World Cup snel voorbij is, dan kan hij weer blaffen.”

We doen nog vier stops en ik kijk rond en ik zie geen uitgelaten mensen. Ik zie druk verkeer, gehaaste Moskovieten die niet lachen, taxichauffeurs die niet iedereen willen meenemen. Ik zie een stad die niet onder de indruk is van die World Cup, een land zo groot als een continent dat niet wakker ligt van het bezoek van 32 voetbalploegen en hun cohorte aan fans.

Twaalf van de vierenzestig wedstrijden worden in Moskou gespeeld, in het Loezjniki- en in het Spartak-stadion, waar volgende week de Rode Duivels hun kapitale wedstrijd tegen Tunesië hebben. L. komt kijken. “Pour te faire plaisir.” Hij heeft nog geen accreditatie, maar dat regelt hij wel. “Wat zeg je, België schaduwfavoriet voor dit WK? Dat heb ik nog nergens gelezen. Ik ben al vijftig jaar sportjournalist en ik heb nog nooit geweten dat België in iets van sport de beste van de wereld was, dus dat gaat niet gebeuren.” En hij bestelde nog een trappist.

Column Ontmoeting met L. te M.-mail

Column WK 15 juni 2018

Ten westen van Moskou, in de bossen…

Soms maak ik een grapje op deze plaats, zoals nu: niks beter dan een politiestaat – nóg beter, een echte dictatuur – om een groot kampioenschap te organiseren. Alles loopt op wieltjes, het verkeer wordt omgeleid voor je comfort, je bent heer en meester met zo’n plastic kaart op je buik, je verplaatst je ongehinderd en of je nu de metaaldetector laat afgaan of niet – altijd met iPhone, laptop en iPad – geen mens die er iets van zegt. Zolang je er maar niet uitziet als een Tsjetsjeen. Eén journalist die er niet al te Kaukasisch uitzag

en die de Metropol in wilde, moest wel even in zijn rugzak laten kijken. Wij liepen gewoon door. Is het dat wat ze bedoelen met racial profiling? I love it.

Maar wat hiervoor staat, is een grapje. Bovendien klopt het niet helemaal. Het klopte niet in Rio voor de Olympische Spelen, het klopt ook hier in Moskou niet. Hoe dat in Sotsji en Kaliningrad gaat, daar hoort u nog over, maar heel Moskou lijkt een beetje op de Antwerpse ring op een zware avondspits, maar dan twee keer breder. Er is soms geen doorkomen aan en er is geen sprake van een preferentiële behandeling.

Daarom is de organisatie die ons in goede banen probeert te leiden, extra voorzichtig en vertrokken we bijvoorbeeld gisteren net niet in het holst van de nacht, tweeëneenhalf uur op voorhand, voor de 35 kilometer tot aan Hotel Metropol in hartje Moskou. Uiteraard waren we daar een uur te vroeg, uiteraard werd de tijd overbrugd met een latteetje en uiteraard betaalde je daar flink voor: 7 euro en de roebel schijnt ongeveer op zijn laagst te staan.

Het triumviraat van de KBVB

De Metropol is geen gewoon hotel, het is het hoofdkwartier van de UEFA en daar logeert het triumviraat van de KBVB. Het eerste triumviraat bestond uit Julius Caesar, Gnaeus Pompeius Magnus en Marcus Licinius Crassus en die wantrouwden elkaar. Het heeft toch tien jaar geduurd. Hoe dat tussen de heren Gerard Linard, Bart Verhaeghe en Mehdi Bayat zit, en wie van de drie de Rubicon zal oversteken, is niet helemaal duidelijk. Maar ik heb wel een idee.

Linard is bondsvoorzitter bij de gratie van Verhaeghe, die als clubvoorzitter en -eigenaar zelf geen voorzitter kan zijn, maar in deze constellatie gewoon de baas is. Hij heeft nu al twee keer een CEO laten aanstellen met Club Brugse connecties, maar hij houdt zich ver van elke beïnvloeding. Zegt hij zelf.

Wat de drie bobo’s aan de pers kwamen vertellen, was hun plan om de bond te professionaliseren. Een beetje vreemd wel dat het helemaal werd uitgelegd door een gepensioneerde, eentalige man van 75 die daar volgens de statuten niet meer had mogen zitten, maar al bij al is deze Gerard Linard een aardige vent. En Bayat is ook charmant, al zou ik er niks van durven kopen. Zelfs Verhaeghe kan aardig zijn en als hij de bond de weg laat bewandelen van zijn club, dan zijn ze bij de KBVB nog zo slecht niet af.

Overigens heeft deze World Cup allesbehalve de stad ingenomen, al heeft dat ook te maken met de tegenstander in de openingswedstrijd. Ik heb in het halfuurtje dat ik blokje rond liep onder meer langs het Bolsjoi welgeteld één Arabier gezien en die had een bodyguard bij. De Russen lieten zich niet zien en terwijl ik dit tik is het 5-0 geworden.

Van downtown Moskou ging het in één ruk – nu ja, anderhalf uur rijden over 35 kilometer Antwerpse ring – naar Dedovsk, ergens in de Moskouse bossen. Om u wat te oriënteren, ten westen van Moskou is heel veel bos. Ten zuiden van Moskou ook. En ten oosten en ten noorden, maar wij zitten dus met het pershotel en het trainingscentrum ten westen van Moskou. Daar in die bossen ligt het dorp Dedovsk en daar was gisteren in het ten behoeve van de Rode Duivels onlangs opgekalefaterde Goetsjkovo-sportcomplex een open training, ten behoeve van het lokale publiek.

Vierhonderd of wat locals woonden de training bij. Minimaal honderd politieagenten en ander veiligheidspersoneel, plus de onvermijdelijke vrijwilligers die geen woord over de Russische grens spraken, leidden het event van het jaar in Dedovsk in goede banen. De vrijwilligers zijn best wel oké, ondanks de taalbarrière. Ze doen hun best, ze zijn jong en ze willen dat we ons welkom voelen.

Na de open training volgende de allesbehalve open persconferentie van de Belgen. De interessante dingen, daar hebben we nog tijd voor en die leest u – als ze heel erg interessant zijn – elders op deze pagina’s. De oninteressante, daar zullen we u niet mee lastigvallen. De absurde daarentegen, die mogen we u niet onthouden.

Thorgan Hazard verscheen gisteren aan de pers en dat ging zo. U herinnert zich vast nog matrasgate, het wereldschokkende verhaal dat bepaalde matrassen van bepaalde spelers niet naar Rusland waren gestuurd? Matrasgate bleek matrasscheet, maar gisteren ging het in een andere context weer over de matrassen.

Vraag: “Goed geslapen, Thorgan, op je gepersonaliseerde matras?”

Thorgan: “Zeer goed. Ik moet de matrassenmensen bedanken. Dat hebben ze goed gedaan. Thuis slaap ik anders ook wel goed. Dat is dan wel niet op dezelfde matras.”

Niks verzonnen, zo ging het eraan toe.

De kleine broer van Eden had namens hemzelf, zijn broer en wat andere slachtoffers dan wel één klacht. “We hebben een probleem met de wifi. Soms spelen we met te veel samen Playstation en dan hapert de wifi. Des fois, ça bloque.” Aan alles hebben ze gedacht in die uitgebreide staf, maar niet aan een sportpsycholoog om voetballers van hun existentiële angsten als een te laag debiet van het internet af te helpen. Verhaeghe heeft gelijk: hoog tijd dat de bond professionaliseert.

Column 15 juni

Column WK 14 juni 2018

Rusland en de ramadan

Dat is er dan één minder om te kloppen: Spanje heeft zichzelf geklopt. De technische staf de wacht aanzeggen een dag voor de openingswedstrijd, dat is alleen nog maar in een Afrikaans land vertoond. Vroeger noemden we dat dan een bananenrepubliek, maar dat mag nu niet meer. Bovendien zie je dat ook een westers land de pedalen kan verliezen als zo’n bondsvoorzitter zijn ego niet meer de baas kan. Als ze ooit wereldkampioen worden is hiermee een oud adagium bevestigd: het nut van de trainers houdt op nadat ze hebben gemeld tegen wie ze moeten.

We zijn gearriveerd in Moskou, dus het voetbalfeest kan beginnen. Ik tik dit stuk vanop de parking van het Loezjniki-stadion, dat is het olympisch stadion van de Spelen van 1980, met aan de voorkant nog dat mooie standbeeld van Vladimir Iljitsj Oeljanov, ook wel bekend als Lenin. Vanavond wordt de eenentwintigste World Cup daar geopend.

Het is de Russen gegund, een opener tegen Saudi-Arabië. En het is ook te hopen dat ze die winnen en dat ze dan doorgaan naar de volgende ronde. Een thuisland hoort er minimaal drie weken in te blijven. In Brazilië vier jaar geleden was dat ook en toen gingen ze er met een grote knal uit: 1-7, dat had wel iets. Ook dat gun ik de Russen, afgemaakt worden voor de ogen van een verbijsterd thuispubliek. En Poetin.

Trucjes

Maar goed, Rusland-Saudi-Arabië, kom mij niet vertellen dat hier de speling van het lot in het spel is. Onzin. Net als de hele samenstelling van de groep: Rusland treft twee islamitische landen die uitgerekend vandaag aan hun laatste dag van de ramadan toe zijn en wij moeten geloven dat dit toeval is? Michel Platini heeft het een paar weken geleden nog bevestigd: het organiserend land heeft altijd wel enkele trucjes – ‘des magouilles’ noemde hij dat – om de loting te beïnvloeden.

De ramadan is een issue, ongetwijfeld. Vier jaar geleden begon die midden in de World Cup, maar de moslims die dan nog actief waren, lapten de ramadan aan hun laars of begonnen later. Technisch mag dat niet, maar niet eten is nog grotere nonsens. Dit is de eerste World Cup sinds lang die net na de vasten valt.

Bij de Saudi’s hebben ze die nauwgezet gevolgd. Dat ging dan zo: lichte training na het ochtendgloren, vervolgens een hele dag slapen, licht beginnen te trainen net voor de zon onderging, en dan eten en dan nog eens trainen en weer eten.

Rond topsport en ramadan is nogal wat onderzoek gedaan en de uitkomst daarvan is simpel: voor westerse wetenschappers staat de ramadan haaks op topsport, is hij gevaarlijk voor blessures en wordt hij best niet gevolgd. Ze begrijpen niet waarom de moslims geen uitzondering maken. Die is trouwens toegelaten: wie reist en wie zware arbeid verricht, hoeft niet te vasten.

Studies uitgevoerd in moslimlanden focussen op het spirituele. De Aspire Academy van Qatar heeft een en ander gepubliceerd en meandert tussen religie en voedingsleer: neen, het is niet goed om te vasten en dan te willen sporten; ja, het is beter dat je je koolhydraten geregeld aanvult, maar… moslims halen juist veel kracht uit hun geloof en hun vasten. Bewijzen dragen ze niet aan.

Rusland en Saudi-Arabië zijn op papier de zwakste landen van dit WK, zij kunnen uitmaken wie het kneusje is. Als de Saudi’s de kracht vinden om de Russen te kloppen, dan zijn er twee mogelijkheden: of we moeten allemaal aan de ramadan, of ze hebben gedaan alsof. Dat laatste zou mij ook niet verwonderen.

Vliegen met de Belgen

De traditie wil dat u via deze rubriek ook op de hoogte wordt gehouden van ons persoonlijke wel en wee. Welnu, een charter, speciaal voor de Rode Duivels en wij mochten mee, dat leek een goed idee. Lekker comfortabel, geen gedoe met lange wachttijden: hop on, hop off. Hoewel het geen groot vliegtuig was, konden we de Rode Duivels alleen maar van ver UNO zien spelen. Hoewel, Eden Hazard heb ik van dicht gezien, bijna kunnen aanraken toen hij achteraan kwam plassen. Thomas Vermaelen kwam even in de gedemilitariseerde zone, maar waagde zich niet verder.

Dat kwam zo. Toen wij het vliegtuig opstapten, stond het flinkst uit de kluiten gewassen lid van de delegatie ter hoogte van rij 22. Geen doorkomen aan. Rijen hoger dan 22 waren voor de media. Alles onder de 22 was voor de Rode Duivels. Inclusief alle overhead bins. En daar werd streng op toegekeken. Ondertussen werden door de bagage-afhandelaars zeven extra kisten materiaal van de Rode Duivels ingeladen. Dat was een probleem, want zeven extra kisten betekende dat de bagage van zeven journalisten uit het ruim werd gehaald. Mijn koffers kwamen om 15 uur Belgische tijd netjes van de band gerold.

De trip is voorspoedig begonnen, maar volgende keer wordt het een lijnvlucht.

Column WK 14 juni-mail

Verhaal over Poetin en de sport op donderdag 14 juni 2018

Vladimir Poetin, ongekroonde koning van de sport

Als man van het ruwe ijshockey heeft hij weinig met futbol, maar Vladimir Vladimirovitsj Poetin wil meetellen in de sportwereld. En dus zal/moet de World Cup in Rusland af zijn. 

In mei 2005 ontving Vladimir Poetin CSKA Moskou, de voormalige ploeg van het Rode Leger, in zijn residentie na de winst in een Europese finale. Het werd een van zijn gênantste momenten als president van de Russische federatie. Hij had zich altijd ver van het voetbal gehouden, maar omdat de eerste internationale triomf van een Russische voetbalclub ook op hem zou afstralen, was hij wel te vinden voor een uitzondering, ook al was die club het populaire CSKA, en was hij als ex-KGB’er toch meer een Dynamo-man. Wat ook hielp: zijn vriend Roman Abramovitsj (van Chelsea) was met zijn Sibneft sponsor van die ploeg.

Nadat hij de gehandtekende wedstrijdbal in ontvangst had genomen, begon hij ermee te dribbelen als was het een basketbal. Waarop de Braziliaanse spits Vagner Love – die van het derde doelpunt van de 1-3 in en tegen Sporting Lissabon – hem toonde dat voetbal eigenlijk met de voeten moet. Poetin probeerde, maar hield de bal nauwelijks anderhalve keer hoog. Tot zijn voorspelbare ergernis. De Braziliaan zou later hebben gezegd: “Mijn neefje van vier kan dat beter.”

Uber-Rus

Dat was niet de zelfverzekerde machistische Poetin die we in de sport kennen, de kraste onder de wereldleiders. 65 is hij, de über-Rus met het lichaam van een veertiger. Sport behoorde tot zijn opleiding als spion. Zijn topjaren bracht hij in een topsportland door: zes jaar lang was hij luitenant-kolonel van de KGB in de DDR, het kleine landje dat zijn eigen USSR in de jaren 80 met succes sportief naar de kroon stak en zijn trots ontleende aan opvallende sportprestaties.

Bij zijn terugkeer in Rusland in 1989 na de val van de Muur werkte Poetin in Sint-Petersburg. In juli 1998 werd hij hoofd van de FSB, de opvolger van de KGB. In augustus 1999 werd hij eerste minister onder Boris Jeltsin, met de bedoeling diens opvolger te worden na zijn aftreden aan het eind van dat jaar. In die chaotische jaren 90 kreeg de Russische sport de zwaarste klappen. Niet alleen werd de ene na de andere satellietstaat zelfstandig, ook heel wat Russische toppers vertrokken naar het buitenland en veranderden van paspoort toen elke staatssteun voor de georganiseerde sport wegviel.

Jeltsin richtte het Sportfonds op en liet een wet goedkeuren waardoor dat Sportfonds belastingvrij handel kon voeren in geestrijke dranken. Met die opbrengst moest de sport worden gefinancierd. Hij liet het Sportfonds controleren door zijn persoonlijke tennisleraar Sjamil Tarpitsjev, die hij minister van Sport had gemaakt en die vandaag nog steeds IOC-lid is.

Het afgeleide effect van dat Sportfonds was, behalve het creëren van een geldstroom voor de sport, de maffia de wind uit de zeilen halen. Waarop die maffia de beheerders van het Sportfonds begon te belagen en de ene na de andere sportbestuurder werd afgeknald. Vooral het bestuur van Spartak Moskou verloor heel wat prominente figuren.

Toen Vladimir Poetin eind 1999 tot president werd verkozen, zag hij de sport als bindmiddel en als gezondheidskuur voor de ontwrichte Russische maatschappij. Hij zette een tweesporenbeleid uit: de wereld moest naar Rusland komen om te sporten in mondiale en continentale toernooien, en Rusland zou naar de wereld gaan om die onbevreesd tegemoet te treden.

De referentie was 1988, het laatste gloriejaar van de grote sportnatie USSR. Toen speelde de nationale ploeg – de sbornaja – de finale van het EK voetbal, die ze verloor van een groots Nederland met Ruud Gullit en Marco van Basten. Enkele maanden later haalde de Russische olympische ploeg het hoogste aantal medailles ooit op de Olympische Spelen: 132. Ze klopte de collega’s van achter het IJzeren Gordijn, de DDR (104). De VS (94) werden weggeblazen.

Dat waren nog eens tijden. En hoewel die waren vervlogen en het topsportweefsel haast onherstelbare schade had opgelopen, werkte Poetin onverdroten aan de revival van de Russische sportbeer. Daarnaast zag hij ook opportuniteiten in de sportpolitiek, de zogeheten soft power van de wereldpolitiek.

De invloedssfeer vergroten bij de sportbonden was iets waar grote concurrent Amerika erg in tekortschoot en -schiet. Tussen 2001 en vandaag heeft geen enkel ander land zo veel grote mondiale en continentale kampioenschappen georganiseerd als Rusland. De Duitse onderzoeksjournalist Jens Weinreich zet Rusland op één in zijn Olympic Power Index. “Geen land is zo machtig als het om de combinatie van sportpolitieke macht, de organisatie van grote evenementen, medailles en financiële inbreng gaat. Vladimir Poetin is de ongekroonde nummer een van de wereldsport.”

Transparantie

In 2007 vloog Poetin naar Guatemala om op een IOC-congres in het Engels en in het Frans de IOC-leden ervan te overtuigen voor Sotsji te stemmen als olympische winterstad van 2014. Dat leverde de cruciale vier stemmen op waarmee de Koreanen van Pyeongchang werden geklopt.

De verkiezing van Rusland als gastland voor de World Cup van 2018 of 2022 vond plaats eind 2010. Poetin was tussen 2008 en 2012 weer eerste minister na een één-tweetje met Dmitri Medvedev, die toen president werd en nu weer eerste minister is. Met een duidelijke overwinning kreeg Rusland de organisatie van 2018 ten koste van Spanje en Portugal. Engeland vloog er al in de eerste ronde uit, nog voor België en Nederland als gezamenlijke gastlanden moesten afhaken.

Het grote lobbywerk achter de schermen was al in 2006 begonnen, toen Poetin de toenmalige grote FIFA-manitoe in zijn datsja buiten Moskou inviteerde, waarna Sepp Blatter de leden van het uitvoerend comité (exco) bewerkte ten voordele van de Russische kandidatuur. Dat deden de Russen ook, en zo kwam onze landgenoot dr. Michel baron D’Hooghe, toen lid van het FIFA-exco, even in opspraak omdat hij een schilderij had aanvaard van een Russische lobbyist die hem in Brugge was komen opzoeken.

Rusland was anders wel een logische keuze als zesde voetbaleconomie van de planeet, maar dat er corruptie aan te pas is gekomen, is ook duidelijk. Het tegendeel had verwondering gewekt met de FIFA van toen. Al in 2009 namen de Britten contact op met een voormalige MI6-spion, ooit gestationeerd in Moskou, om die corruptie bloot te leggen. Toen Christopher Steele (die later ook het rapport over Trump en de Russen schreef) klaar was met zijn onderzoek, kon hij haarfijn aantonen dat de FIFA-exco-leden corrupt waren (zie De Morgen van gisteren). In de VS leidde dat tot aanklachten en uiteindelijk ook tot veroordelingen. In Europa keek men de andere kant op.

Een andere compagnon de route van Poetin in het een-tweetje met Qatar, dat voor 2022 als gastland werd gekozen, heette sjeik Ahmad Al-Fahad Al-Sabah, een Koeweiti die voorzitter is van ANOC, de koepelbond van alle nationale olympische comités. De Sjeik, zoals hij in de sportcoulissen heet, was met instemming van Poetin ook kingmaker bij de verkiezing van Thomas Bach als olympische president, en bij die van Gianni Infantino als opvolger van Blatter bij de FIFA. De Sjeik moest vorig jaar als lid van de FIFA Council zelf opstappen na klachten van corruptie.

De World Cup in Rusland is een dure affaire geworden, maar dat waren de Olympische Winterspelen nog meer. Sotsji 2014 zou om en nabij 41 miljard euro hebben gekost. De World Cup zou 10 miljard euro kosten. De helft ervan wordt betaald door de overheid, de andere helft door bedrijven, waarvan het merendeel in handen is van de staat. Telkens met de nadruk op ‘zou’, want erg veel financiële transparantie is men in de Russische federatie niet gewend.

Er wordt gespeeld in elf van de grootste steden, waar de stadions nieuw zijn gebouwd of een facelift hebben ondergaan. Om alles klaar te krijgen, werden zelfs Noord-Koreaanse arbeiders geïmporteerd.

De grote weldoener van beide organisaties was en is Gazprom, een bedrijf dat voor net iets meer dan de helft in handen is van de Russische staat en dat in 2014 voor ongeveer 70 miljoen euro FIFA Partner werd. Eenzelfde bedrag telde het neer voor de sponsoring van de Champions League. Daarnaast staat het op de shirts van Schalke 04 en heeft het een contract met het Chelsea van Roman Abramovitsj. Ten slotte is Gazprom de eigenaar van Zenit Sint-Petersburg.

Berlijn 1936 en Hitler

Ook andere investeerders-oligarchen als Dimitri Ribolovlev (van AS Monaco, Cercle Brugge en de pas ontdekte Da Vinci), Alisher Oesmanov (Arsenal), Suleiman Kerimov (Anzi Machatsjkala), Jevgeni Giner (CSKA Moskou) en Leonid Fedoen (Spartak Moskou) kwamen aan boord, allemaal onder zachte dwang van vadertje Rusland en Vladimir Vladimirovitsj.

De aanloop naar Sotsji verliep rustig. Die naar de World Cup minder. Enkele weken na het vertrek van de laatste olympiër uit de stad waar volgende week maandag de Belgen hun WK openen tegen Panama, hielpen de Russen een militair handje in Oost- Oekraïne. Na de annexatie van de Krim volgde het neerschieten van vlucht MH17, en in 2016 de beïnvloeding van de Amerikaanse presidentsverkiezingen.

Tussendoor speelt Rusland als verdediger van Assad volgens het Westen al jaren stoorzender in Syrië. Ten slotte was er in maart van dit jaar de mislukte vergiftiging van Sergej Skripal en zijn dochter, waardoor ook de gelukte vergiftiging van Alexander Litvinenko met polonium uit 2006 in herinnering werd gebracht. De Russen ontkenden alles.

In die letterlijk en figuurlijk vergiftigde sfeer gaat vandaag bij de paria van de internationale politiek de 21ste World Cup van start. De felste kritiek komt uit het door Russische voetbalhooligans gehate Engeland. Minister van Buitenlandse Zaken Boris Johnson vergeleek het afreizen naar de World Cup in Rusland met deelnemen aan de Olympische Spelen van 1936 in het Berlijn onder Hitler. Dat hakte er aardig in bij de Russen, die van alle landen het zwaarst hebben geleden onder het nazisme. Een Russische twitteraar had al snel een antwoord klaar: de foto van de Britse voetbalploeg die de Hitlergroet brengt voor een olympische wedstrijd in Berlijn in 1936, waar de communistische USSR niet was.

First things first. En first is voetbal, zeker als de wereld samenkomt voor de World Cup. Voor de Russen zelf zou het al heel wat zijn als de sbornaja de eerste ronde kan overleven.

In 2008 raakten ze op het EK nog tot in de halve finale, maar op alle andere toernooien – als ze al van de partij waren – gingen ze compleet de mist in. Dat is geheel naar het evenbeeld van de totale Russische sport. De Russen zijn het winnen in de sport verleerd. Poetin mag dan de machtigste politicus in de mondiale sport zijn, in de sportarena is Rusland een meeloper onder de grote landen, en op dit WK zelfs de nationale ploeg met de laagste ranking (65ste) van alle deelnemers.

 

Poetin en de sport

 

Verhaal over de corrupte FIFA in De Morgen van woensdag 13 juni 2018

FIFA met de F van FOUT

De wereldvoetbalbond schrijft al veertig jaar geschiedenis met schandalen maar maakte het de laatste jaren wel erg bont. Terwijl de oude FIFA geroyeerd is of gevangen zit, probeert de nieuwe FIFA de meubelen te redden. Is er aan de vooravond van de World Cup wel iets veranderd?

Op 20 juli 2015 wist een Britse komiek zich naar binnen te praten in de persconferentie van ontslagnemend FIFA-voorzitter Sepp Blatter. Toen die hemel en aarde bewoog om de media ervan te overtuigen hoe vreselijk hij het wel vond wat er allemaal rond hem gebeurde en hoe weinig hij daarvan wist, gooide de Engelsman 600 eendollarbriefjes over het hoofd van Blatter. De foto’s gingen de wereld rond: Blatter showered by money, luidden de onderschriften.

Op deze pagina’s staat een tijdslijn, die teruggaat tot de jaren 70. Doe u de moeite om de 24 etappes te doorworstelen. De rode draad is een dikke rode kabel: corruptie, cum laude, beide met hoofdletter C. Nooit heeft een sportbond meer boter op het hoofd gehad dan de Fédération Internationale de Football Associations, gesticht in 1904.

Het begin van alle ellende is de verrassende verkiezing in 1974 van de Braziliaan João Havelange op de voorzittersstoel van de FIFA ten nadele van de Britse kandidaat Sir Stanley Rous. De start van een moeilijke relatie tussen de Britten en de FIFA.

Ook het begin van wat men de machtsgreep van de latino’s zal noemen: een Braziliaan op het voetbal, een Mexicaan (Acosta) op het volleybal, een Italiaan (Nebiolo) op atletiek en een Spanjaard (Samaranch) als godfather op de olympische beweging. Met uitzondering van Samaranch zijn al die creaturen omgeven met een waas van nepotisme, machtsmisbruik en corruptie.

Dat ze stuk voor stuk decennia aan de macht zijn kunnen blijven, is niet onlogisch. In sportbonden hebben alle landen even veel macht. One country, one vote, wordt als pseudo-democratie misbruikt; zwakke landen verenigden zich tegen grote landen door niet altijd voor de beste kandidaat te stemmen maar voor hij (altijd een man) die het meeste beloofde.

Ziende blind of corrupt

Die voorzitters – en al helemaal Havelange en zijn opvolger Blatter – konden daar makkelijk mee wegkomen: onder het mom van de expansie van The Beautiful Game, speelden ze Sinterklaas in alle regio’s van de wereld. Zo verzamelden ze stemmen bij bosjes. Europa en Oceanië kozen consequent tegen Blatter, telkens weer, maar uit Zuid-Amerika, Azië, Afrika en Midden- en Noord-Amerika puurde die genoeg stemmen om zich vier keer te laten herverkiezen. Met de tijd zouden sinterklaasgeschenkjes niet volstaan en werd met miljoenen gegoocheld.

Er had de voetballende goegemeente iets duidelijk moeten worden toen secretaris-generaal Sepp Blatter in 1998 zijn voorzitter wilde opvolgen. Het is nooit een goed teken als de nummer één van de administratie zich aanbiedt voor een verkiesbare positie, want dat wijst op een-tweetjes waarbij beiden veel weten van elkaar. Een continuering van het beleid is in beider belang en in het belang van hun acolieten die ze met de jaren rondom hen hebben verzameld. Bij de FIFA waren dat de leden van het executief comité en de leiders van de verschillende continentale bonden.

Met Blatter aan de macht gingen de vetpotten helemaal open. Aanvankelijk kregen de leden zitpenningen per vergadering. Blatter voerde een vaste vergoeding in die begon bij 50.000 dollar. Toen hij achttien jaar later opstapte kon een lid van het executief comité met welomlijnde taken rekenen op 300.000 dollar per jaar.

Voor wat, hoort wat. Uiteindelijk bleek ongeveer de helft van het vroeger exco (het uitvoerend comité) corrupt en werd verplicht ontslag te nemen. Een op drie vloog een of meerdere dagen achter de tralies. De rest was ziende blind of keek de andere kant op, zoals de Belg Michel D’Hooghe, die nooit op feitelijke corruptie werd betrapt, al kreeg hij wel een schilderij van de Russen in de aanloop naar de verkiezing van 2010.

Waardevol, zei de Engelse pers, die het feit bovenspitte. Een prul, repliceerde D’Hooghe, maar hij gaf het schilderij na de onthulling wel aan bij de FIFA omdat het geschenk toch net iets te veel waarde had om binnen de regels te passen. Wellicht was het ook toeval dat de zoon van D’Hooghe kort na de toewijzing van de World Cup 2022 aan Qatar, uitgerekend in Doha in een staatsinstelling voor topsport een dikbetaalde baan als chirurg kreeg. In veel andere milieus of zelfs sportbonden zou dat op of over het randje zijn van het welvoegelijke, binnen de supercorrupte FIFA geldt D’Hooghe – ook op deze World Cup nog steeds voorzitter van de medische commissie – als onkreukbaar.

Spion en verrader

Een tweede sleutelmoment in de deconfiture van de FIFA is het faillissement in 2001 van ISL, het sportmarketingbedrijf dat ooit werd opgericht uit de schoot van adidas, maar dat in de jaren 90 veel van zijn pluimen en van zijn klanten verloor. Uiteindelijk bleef van alle grote bonden alleen nog de FIFA over.

ISL had zich voor de World Cups van 2002 en 2006 voor twee miljard dollar tv-rechten garant gesteld tegenover de FIFA en om
ook die bond niet kwijt te spelen, zette ISL een heel systeem op van steekpenningen richting Zuid-, Midden- en Noord-Amerika en Afrika. In totaal zou zo meer dan 130 miljoen euro van eigenaar veranderen. De spin in het web was Sepp Blatter, die het geld niet gebruikte voor persoonlijk verrijking. Lang werd aangenomen dat hij alleen anderen aan zijn kant wilde krijgen. Die theorie kon op het schop nadat was aangetoond dat Blatter, Havelange en secretaris-generaal Jérome Valcke zelf mee hadden geprofiteerd van dikke bonussen. Blatters salaris op het laatst was 3,6 miljoen dollar, zonder boni.

 

De finale collaps van de oude FIFA, een lang proces tussen 2010 en 2015, is te danken aan de Britten. Die hadden een vermoeden van ongeregeldheden bij de toewijzing van de World Cups van 2018 en 2022, waarvoor ze zelf kandidaat waren. Ze zochten in 2009 hun heil bij Orbis Intelligence, een bedrijf gespecialiseerd in internationale bedrijfsspionage met goede contacten in Rusland. Mede- eigenaar was Christopher Steele, een voormalige MI6-agent die ooit in Moskou was gestationeerd.

Die Steele is ook de centrale figuur in een nog veel belangwekkender dossier. Tijdens zijn onderzoeken in Rusland stootte hij op de inmenging van de Russen in de Amerikaanse presidentsverkiezingen en ook dat dossier kwam net als dat van de FIFA bij de FBI terecht.

Konijn uit hoed

De bewijzen van malversaties door het Russisch bid-comité waren kinderspel vergeleken bij wat Qatar 2022 had uitgevreten,
maar Steele vond sporen die leidden naar corrupte FIFA-bestuurders. Op basis van dat dossier en van het boek Foul! van onderzoeksjournalist Andrew Jennings opende de Amerikaanse FBI in 2015 in het geheim een onderzoek tegen alle FIFA-bestuurders die zakelijke of andere banden hadden met de VS of er soms bij een tussenlanding voet aan de grond zetten.

De eerste die op de radar van de FBI verscheen, was de Amerikaanse FIFA-bestuurder Chuck Blazer. De man bezat twee appartementen in Manhattan en twee in Miami maar gaf nauwelijks inkomsten aan. Hij werd in 2011 op straat in Manhattan opgepakt en verraadde vrijwel meteen alles en iedereen. In ruil voor strafvermindering legde hij het hele netwerk bloot. Hij droeg jarenlang afluisterapparatuur bij verschillende meetings met voetbalbobo’s en met die informatie kwam de Zwitserse politie op vraag van de
FBI in mei 2015, daags voor de herverkiezing van Blatter, zeven FIFA-bonzen oppakken in het poepchique Hotel Baur au Lac. De werkelijkheid overtrof de fantasie: sommige officials kregen geld onder een codenaam. Zo werd 640.000 euro betaald aan ‘Benz’, alias Rafael Esquivel, voorzitter van Venezuela en lid van de Zuid-Amerikaanse bond. Er was ook een VW, een Toyota en zelfs een KIA. Die kregen minder dan Benz.

In februari 2016 kwam Gianni Infantino als een wit konijn uit de hoge hoed gesprongen als opvolger van Blatter. Een jaar later schreef Der Spiegel een portret met als titel ‘FIFA-voorzitter Infantino Donald Blatter’. Op het FIFA-congres in Bahrein had Infantino het over hoe de FIFA was beschadigd door fake news. Dat kwam bovenop het nieuws dat hij zijn salaris van 1,3 miljoen euro te laag vond. De man die de som had voorgesteld, werd afgezet.

Uitzweten en vergeten

De nieuwe FIFA leek verdacht veel op de oude. Ook in de dopingaffaire rond de Russische voetballers, een fall-out van de onthullingen van de gevluchte dopinglabo-directeur Grigori Rodsjenkov, ging de FIFA onder Infantino lang niet tot het gaatje. Dat bewijst het ontslag in december van vorig jaar van de hoofdarts van de FIFA, de Tsjech Jiri Dvorak. Die was op eigen houtje begonnen met het onderzoek naar de voetballers in de Russische dopingfraude en had de Russische bond vervelende vragen gesteld. Ineens werd hij na 22 jaar dienst ontslagen.

Ook de Zwitserse aanklager Cornel Borbély mocht vertrekken bij de FIFA, toevallig nadat hij had voorgesteld om Moetko aan te klagen. Eerder al, in mei van 2017, was de voorzitter van de FIFA-commissie Goed Bestuur, de Portugese advocaat Miguel Maduro, na één jaar in het ambt de wacht aangezegd. Zijn onafhankelijke commissie had de herverkiezing van Vitali Moetko als lid van de FIFA Council op ethische gronden verhinderd en Maduro weigerde die beslissing terug te draaien.

De World Cup komt geen moment te vroeg. Uit alles blijkt dat het gevaarte commercieel moeilijk terug op gang komt. FIFA verloor sinds Brazilië 2016 Emirates, Castrol, Continental, Johnson & Johnson en Sony als partners of sponsors. Samen 369 miljoen dollar.

In 2010 had de FIFA bij de World Cup in Zuid-Afrika veertien internationale partners en sponsors, naast zes nationale sponsors. Voor deze World Cup zijn dat nog twaalf partners/sponsors en maar vier nationale sponsors.

Een van de grote partners is de Russische staat met Gazprom en een andere is de staat Qatar via Qatar Airways. En dan zijn er nog die drie Chinese bedrijven, ook deels de staat: Wanda, HiSense en Mengniu. Gegokt wordt dat Wanda namens China een strategische positie wil bezetten om de World Cup van 2026 of 2030 naar China te halen. HiSense is elektronica maar is slechts voor achttien maanden aan boord. Mengniu is een zuivelfabrikant en die hebben goeie ijsjes naar het schijnt.

Dat de FIFA überhaupt nog functioneert, is een wonder. Welk bedrijf dan ook in elke andere sector had opgehouden te bestaan of was failliet gegaan. Voor de FIFA komt het aan op uitzweten en vergeten en een beetje minder geld uitdelen. Dat mag niet te lang duren, want in 2020 komt er een herverkiezing aan voor Infantino. Tegen die tijd wil hij weer Sinterklaas kunnen spelen.

 

FIFA WK-mail

Column ‘En het WK 2026…’ in De Morgen van maandag 11 juni 2018

En het WK 2026 gaat naar… VS, Canada en Mexico. Toch?

De Rode Duivels hebben gelijkgespeeld tegen Portugal, gewonnen van Egypte en spelen vanavond hun laatste oefenpartij. Tegen Costa Rica, dat vorige week nog verloor bij Engeland, kan het vriezen maar ook dooien, helemaal zeker zijn we niet.

Heelder pagina’s zijn gevuld met twee/drie compleet onbelangrijke wedstrijden. Conclusies werden getrokken, spelers kregen punten en vlogen een bank vooruit of achteruit, de bondscoach werd op de vingers gekeken en de slotsom was: niet buitengewoon goed, maar ook niet slecht.

Er was een lichtpunt: Het Team maakt progressie want tegen Egypte was het al een stuk beter dan tegen Portugal. Dat Egypte
een stuk slechter is dan Portugal en ook nog eens in volle ramadan aan de slag moest, werd voor het gemak even vergeten in de beschouwingen. Zolang de natie maar gerustgesteld wordt en de marketinginspanningen van de mediabazen niet in de kiem worden gesmoord door rampverhalen.

Zoals Peter Vandenbempt zaterdag in deze krant al zei, het opgestoken waarschuwend vingertje wordt al snel als negativisme weggezet. In sport vergeet men vaak dat het nooit zo goed is als men wel beweert, maar evenmin dat het zelden ook zo slecht is als men beweert. Een doordenker, alstublieft.

De grote onbekende

Voor rampverhalen was overigens geen enkele aanleiding: het waren tenslotte compleet onbelangrijke wedstrijden, waarin wat dingen zijn uitgeprobeerd. Soms werkten die, soms werkten die niet. Die probeersels zullen dan voor de eerste twee wedstrijden geweest zijn, nemen we aan, want spelen tegen Panama en Tunesië is erg verschillend van spelen tegen Engeland.

Dat wordt de grote onbekende en vanaf Kaliningrad wordt het steeds zwaarder. Op 28 juni om 20 uur onze tijd tot 22 uur zo ongeveer, en ook niet eerder, zullen we weten waar we aan toe zijn met deze Rode Duivels. Tegen sterke landen spelen wij niet zo vaak en dat is jammer.

Meestal komen we die tegen als het er echt om gaat spannen en dan schrikken we ons een bult, zoals tegen Argentinië op de World Cup 2014 en tegen Italië op het EK twee jaar geleden. Maar dat was onder Marc Wilmots en nu is Roberto Martínez aan zet, van wie zaterdag te lezen viel dat er maar weinig spelers in de nationale ploeg hem een blok aan het been zullen vinden. Dat zou volgende week al helemaal anders kunnen zijn.

WK met 48 landen

Kunnen we het dan even hebben over wat echt belangrijk is en misschien iets waarover zal worden beslist nog voor de eerste stamp op de bal wordt gegeven? Bijvoorbeeld de toewijzing van de World Cup van 2026 aan de Verenigde Staten, Canada en Mexico. Of dacht u dat Marokko het zou halen? Neen toch.

Met de FIFA weet je natuurlijk nooit, maar als ze echt hun superbond naar de kl… willen, dan moeten ze naar Marokko gaan en vooral met 48 landen. U weet toch ook dat het plan bestaat om in plaats van 32 deelnemende landen er 48 uit te nodigen? Dat is een stijging van 64 wedstrijden naar 80 en dat is nog wel te behappen, maar hier gaat het erom wie belang heeft om één op de vier voetballanden uit te nodigen op een eindronde.

Ook dat zullen we u verklappen: dat is FIFA-voorzitter Gianni Infantino, die volgend jaar alweer wil herkozen worden en daartoe de stemmen nodig heeft van de werelddelen die nu al geilen bij de gedachte dat ze meer landen naar de World Cup zullen mogen sturen. En die in één moeite Gianni I zullen prolongeren.

Marokko kan geen 48 deelnemende landen aan. Daarvoor zijn minimaal acht stadions nodig van 40.000 man, die elk twee groepen van drie onderdak geven, wat neerkomt op zes wedstrijden per stadion. De laatste van elk van de zestien poules van drie zal afvallen en van dan af wordt het knock-outsysteem gehanteerd. Er komt dus een knock-out ronde bij, na de eerste twee poulewedstrijden.

Zo’n format kan alleen een groot land aan en dat is Marokko niet. De VS alleen al zijn al tien keer groter en hebben genoeg stadions om alle tachtig wedstrijden op een verschillende locatie te spelen. Komt daar nog eens bij dat ze samen met Mexico en Canada kandidaat zijn. En daarbovenop de vaststelling dat na Brazilië, Rusland en Qatar het hoog tijd wordt dat de grote voetbalfamilie zich in een minder labiel decor vestigt, kwestie van sponsoren en andere partners een beetje zekerheid te gunnen.

Trump waarschuwt

Het enige wat roet in het Amerikaanse eten zou kunnen gooien, is de arrogantie van Donald Trump. Die heeft nog maar twee weken geleden gewaarschuwd dat hij niet zal dulden dat zijn zogeheten bondgenoten hem in dit dossier niet steunen. Zoals in de Verenigde Naties, twitterde hij er voor de slechte verstaanders bij.

Dat is koren op de molen van de oude krokodillen van de FIFA, die niet vergeten zijn dat de speeltijd voorbij was toen de Amerikaanse justitie zich vanaf 2015 actief ging bemoeien met de corruptie binnen de wereldvoetbalbond. In het oude regime werd gestemd door de 24 leden van het executief comité. Dat is nu vervangen door een vernieuwde FIFA Council van 36 man, en hadden die mogen stemmen, dan was het een eitje geweest voor de Amerikanen.

Vanaf nu wordt gestemd door de algemene vergadering van 207 landen, met daarin nogal wat oude krokodillen die zich schuilhouden, klaar om te bijten. Woensdag aanstaande zoekt één kandidatuur – Marokko of de VS, Canada en Mexico – naar een simpele meerderheid van 104 landen.

WK 2026….