Column over worldcup veldrijden in De Morgen van maandag 30 oktober 2019

Nieuwe worldcup

Wat had het crosswereldje dan gedacht? Dat ze op dezelfde chaotische wijze nog een paar jaar konden doorgaan? Ja dus, aan de reacties te zien op de plannen van de UCI om de crosskalender en vooral de worldcup een nieuw en beter leven in te blazen.

Dat er een wildgroei aan crossen is, tot daaraan toe. Wie er financieel niet uit geraakt zal wel afhaken. Dat er overal in Vlaanderen crossparkjes en parcours verschijnen, ook oké, zolang er maar wordt gesport.

Zaterdag was er cross op de mijnterril van Beringen. Schitterende locatie, ook voor mountainbike overigens, dus een cross waard. Alleen schiet je met een winnaar als Quinten Hermans niet veel op. De tweede was Toon Aerts, ook al geen publiekstrekker. Vervolgens finishten Tom Pidcock, Thomas Mein en Nicolas Cleppe. Conclusie: de Ethiascross van Beringen is een achterafcross. Het hele crossseizoen dreigt een achterafgebeuren te worden. Cross heeft na jaren van hoogconjunctuur een groot probleem.

Overigens, moet die Toon Aerts niet onderhand eens langs bij een sportpsycholoog? Vorig jaar haast altijd geklopt door de grote twee (afwezigen van dit seizoen). Dit jaar de koning van het veld, Belgisch kampioen ook, maar alleen op papier: nog geen cross gewonnen, tenzij op zijn verjaardag in Boom. Quinten Hermans van zijn team was tweede. Het begint een beetje heel erg op inteelt te gelijken.

Voorlopig is het de kleine Eli Iserbyt die zijn schoon lief dumpte (of was het omgekeerd?) en verving door een ander schoon lief en die ineens door zijn nieuwe verliefdheid vleugels heeft gekregen die hem in staat stellen om de hele zooi op afstand te rijden. Gisteren in Gavere opnieuw. De cross in Vlaanderen is een combinatie van Thuis en Familie, met een beetje Ketnet, maar dan in de modder/zand.

Cross is wellicht de enige discipline waarbij organisatoren, althans in Vlaanderen, een heel jaar kunnen teren op wat ze die ene zon-, zater- of feestdag ophalen bij de tv of de bezoeker. Dus wil iedereen een cross organiseren en dus vindt een kat haar jongen niet meer terug in de wildgroei aan klassementen. Dus heeft de UCI besloten daar paal en perk aan te stellen en in één moeite de internationale toer op te gaan. De wereldbeker telt vanaf volgend seizoen zestien wedstrijden en daarvan mag maximaal de helft in België worden georganiseerd. Voor de andere acht moeten ze naar zeven verschillende landen.

De UCI heeft vervolgens een tender uitgeschreven en daarvoor waren twee grote kandidaten: Golazo van Bob Verbeeck en Flanders Classics van Wouter Vandenhaute. Die laatste heeft het gehaald en dat is bepaald vervelend voor de onderlinge verstandhouding (het omgekeerde was dat ook geweest). Golazo en Flanders Classics hebben na een periode van koude oorlog elkaar gevonden in een samenwerking rond toertochten (de redelijk prijzige organisaties onder de noemer Peloton), het WK van 2021 en nog wel wat meer.

Toen deze week de data van de worldcup bekend raakten en alle zon- en feestdagen geclaimd werden door de worldcup werd moord en brand geschreeuwd. Het was vrij duidelijk dat de oppositie vanuit Paal-Beringen werd georchestreerd. Daar zagen ze de bui al hangen: de nieuwe worldcup zat bij de concurrent en die had al de Superprestige. Dat zou de Ethias-, DVV- en Rectavitcrossen – toevallig georganiseerd door Golazo – reduceren tot wat ze in werkelijkheid zijn: bric-à-brac.

Een beetje jammer en tegelijk een beetje hypocriet vond ik de tussenkomst van Sven Nys in dit hele debat. Nys is de baas van Telenet Baloise Lions dat blij zou moeten zijn met de hervormingen, als ze verder zouden kijken dan hun neus langs is. Met een andere pet aan is Nys ook salesmanager en pr-man van Golazo en met nog een andere pet vader van een aanstormend talent dat maar al te graag in het veld zijn boterham zou verdienen op de wijze dat pa dat ooit heeft gedaan – veel winnen en veel startgeld krijgen. Alleen al daarom is Sven Nys niet geloofwaardig en had hij beter gezwegen.

Een gebald veldritseizoen van twintig goede wedstrijden met een garantie op deelname van de beste atleten – lees: Mathieu van der Poel en Wout van Aert en anderen – die ook op de weg of op de mountainbike hun ding willen doen is de enige manier om de leefbaarheid van die discipline te bevorderen en de Vlaamse modder te overstijgen.

Vanaf oktober 2020 zullen er enerzijds 1A-crossen bestaan en daarnaast veel 1B-crossen, vooral dan in Vlaanderen. De 1B’s zullen het iets zwaarder krijgen om hun geldbakje in één dag gevuld te krijgen. De B-renners ook. De cross is al te lang het OCMW geweest van gebuisde wegrenners. Nu grote kampioenen interesse tonen is een nieuw format op zijn plaats.

 

20191028_De-Morgen_p-19-mail

Column KV (h)O(peloos) in De Morgen van zaterdag 28 oktober 2019

KV (h)Opeloos

 

Als de onderwerpen waarover je een mening hebt altijd weer terugkomen en je ook nog eens jouw grote gelijk bewezen ziet, is het comfortabel copy-pasten uit eerder werk.

Eind 2016…

“(citaat) Vorig jaar 4,5 miljoen euro verlies, nu 7 miljoen en volgend jaar komen daar nog eens de verbouwingskosten voor het stadion bij. Zonder de Couveuse Coucke is KV Oostende veroordeeld tot kansarmoede (einde citaat).”

Fast forward naar 17 maart 2017. De bekerfinale is zojuist beslist op strafschoppen en Zulte Waregem heeft het gehaald van KV Oostende. Ik tweet: “Gelukkig is niet alles te koop in het Belgisch voetbal.” Iets later reageert Marc Coucke himself: waarom die zure oprisping? Vervolgens gaat Vlaams viceminister-president en minister van Financiën, Begroting en Energie Bart Tommelein erover heen met de melding dat deze tweet een schande is en dat ik de hele KVO-community heb beledigd. Ik reply dat ik de Oostendse community gewoon met de neus op de economische realiteit heb gedrukt, wat hij als liberaal moet kunnen waarderen. Daarop ging de wasmachine van de sociale media onverbiddelijk aan het draaien en werden de randdebielen onder de rood-geel-groene aanhang gemobiliseerd.

In juni van 2017 keurde de Pro League de Financial Fair Play voor België goed, met als primaire bedoeling Marc Coucke (en de rest van het Belgisch profvoetbal) te behoeden voor zijn veel te diepe zakken.

Fast forward naar februari 2018. Ik zit op een skilift in La Plagne als het bericht binnenloopt dat Peter Callant KV Oostende heeft gekocht. We hebben veel kilometers samen, dus ik kan hem per sms voor gek verklaren. Hij antwoordt met “de deal van mijn leven”.

Fast forward naar kerstvakantie 2018: etentje samen met vrienden, onder wie Peter Callant. Ik voel dat hij zich zorgen maakt, maar we houden het gezellig en praten nauwelijks over voetbal. Enkele maanden later: Callant geeft de fakkel door aan Frank Dierckens, een behanger die rijk is geworden. Hoe rijk? Zeker niet rijk genoeg om de shit van Coucke op te kuisen. Hij denkt van wel, o hybris.

Fast forward naar deze week: KV Oostende heeft de noodklok geluid. Als het nú een licentie zou moeten aanvragen, krijgt het die niet. Dierckens heeft bij zijn aantreden al een kapitaalverhoging gedaan om de put te delgen, maar of zijn zakken zijn leeg of hij heeft geen zin meer.

Ook deze week: de club is gaan aankloppen bij de pas verkozen burgemeester Bart Tommelein en die maakt zich sterk dat hij Marc Coucke zal kunnen overtuigen (gisteren is men daarmee begonnen) om een deel van zijn vorderingen op KV Oostende – vooral de stadionhuur en nog enkele aflossingen – te laten vallen.

Het is niet duidelijk of Coucke de enige partij is in de stadionhuur. Zijn zakenpartner Bart Versluys, die de nieuwe tribune bouwde, is wel een belangrijke bouwheer in Oostende. Op de oostoever zet hij (onder meer met het geld van Coucke) het ene na het andere prestigieuze appartementenblok neer. Misschien dat een herbestemming van een stukje havengrond kan helpen.

Ander scenario dat steeds terugkeert, is de aankoop van de tribune, het stadion dus, door de stad en dat dan laten bespelen door KV Oostende tegen een gunstprijs. Ingrijpen van de overheid in een zelfbedruipende sector zou wel heel onliberaal zijn en bovendien volstaat dat niet voor KVO om schuldenvrij te zijn. Als de burgemeester van Oostende een consultant op de rekeningen zet, zal hij vaststellen dat die afkorting staat voor KV (h)Opeloos.

Profvoetbal aan de kust is niet leefbaar zonder sugardaddy en sugardaddy’s mogen niet meer. Dus beste burgemeester, uw eerste jaar van uw mandaat is het uitgelezen moment voor een sanering. U zou het voetbal daarmee een dienst bewijzen want dan zou u meteen ook de bal neerleggen in het kamp waar hij thuishoort, dat van Coucke. Die heeft een leefbare 1B-club financieel gedopeerd tot een subtopper in 1A en belast met schuldvorderingen en dure contracten. Vervolgens heeft hij die club laten vallen, waardoor die nu op crashen staat. Het ergste is: dit scenario is voorspeld, onder meer op deze plek.

Toen zijn vlieger in Oostende niet meer opging, heeft Coucke de nummer één van het Belgisch voetbal gekocht en heeft de club in het eerste jaar met 27 miljoen euro schulden opgezadeld.

Marc Coucke was al vaak een gamechanger, maar nu is hij de meest ontwrichtende factor ooit in het Belgisch voetbal. Twee clubs in zwaar weer door zijn toedoen en de loonspiraal in het profvoetbal in zijn eentje met minstens 10 procent aangezwengeld, dat kan tellen als tussentijds rapport.

 

20191026_De-Morgen_p-19-2-mail

Column Afgaan op de Baan in De Morgen van maandag 21 oktober 2019

Afgaan op de baan

Neen, als generale repetitie voor de Olympische Spelen is het EK baanwielrennen niet bepaald geslaagd. Dat is geheel aan u voorbijgegaan, maar deze rubriek is speciaal in het leven geroepen om u bij de les te houden. Welaan dan maar. Waar België bij de vorige editie nog medailles won op dat EK, en de vrouwenachtervolging het kneusje was, zijn de rollen de voorbije week in Apeldoorn omgekeerd.

Niet dat de vrouwen op de achtervolging nu ineens in de medailles reden, dat nu ook weer niet, maar ze deden het meer dan behoorlijk met een vijfde plaats, een Belgisch record en een traject naar de Olympische Spelen dat nog wijd open ligt. Bij de mannen is dat een heel ander verhaal. De achtervolging ging eerder deze week behoorlijk de mist in. Ze bleven bijna een seconde boven het nationale record van oktober 2018 (3:57.037). De wereldtop doet dat tien seconden sneller, dus we hebben nog wel even te gaan in ons koerslandje.

Hoewel, er is afgelopen zomer sneller gereden door vier Belgen, maar dat waren beloften. Dat Belgisch record is 3:56.818 en is gereden op de trage baan in Gent, door het kwartet Robbe Ghys, Sasha Weemaes, Fabio Van den Bossche en Gerben Thijssen. Wat er met die jongens tussen juli en vandaag is gebeurd, het is mij een raadsel maar als ik de wielerbond was geweest, had ik na die prestatie op dat EK voor beloften resoluut voor die gasten gekozen als speerpuntploeg.

Dat is niet gebeurd. De Belgen reden in Apeldoorn met Kenny De Ketele, Robbe Ghys, Rune Herregodts en Sasha Weemaes. Ze kwamen niet in het stuk voor en misschien zijn daar goede redenen voor, zoals altijd om onbenutte kansen uit te leggen, maar het blijft verdomd jammer. Dit EK was afgaan op de baan, zonder één enkele medaille en met een vijfde plaats van de vrouwenachtervolging als beste resultaat.

Verzachtende omstandigheden? Die zijn er ook altijd. Jolien D’Hoore is nog herstellende van twee zware crashes dit seizoen. Robbe Ghys viel ziek net voor de ploegkoers en Fabio Van den Bossche moest invallen. Niet al te ver in de wedstrijd viel de invaller, maar dan letterlijk toen hij tegen het achterwiel van Morkov aantikte. Was hij onder de indruk van de val, deed het overal pijn, het zal wel een beetje van alles zijn. Fabio Van den Bossche is wel een groot talent en moet worden gekoesterd.

De vraag is dan of het verstandig is om hem aan een oude rot als Kenny De Ketele te koppelen, wetende dat de eerste bekommernis van De Ketele het redden van het eigen hachje is. Dat was destijds ook zijn beweegreden om bondscoach bij de jongeren te worden, maar gelukkig heeft iedereen op tijd en stond ingezien dat dit niet de juiste oplossing was. De Ketele is nog maar zelden de juiste oplossing gebleken als het er echt om gaat. Rewind naar de zomer van elf jaar geleden. Toen reed een Belg zijn ploeg naar de olympische medailles – goud kon toen als mijn geheugen mij niet in de steek laat – en nadat hij driekwart ronde voorsprong had genomen, loste hij af. Ze werden vierde omdat de man die hij in de baan bracht dat laatste kwartje niet kon volmaken. Zijn jonge leeftijd werd toen als excuus gebruikt voor zijn falen, want dat was het, falen. Sindsdien zijn Iljo Keisse (de man van de driekwart ronde) en Kenny De Ketele, toen toch al 23, niet de beste vrienden hoewel ze achteraf af en toe in een zesdaagse aan elkaar zijn gekoppeld en ook wonnen.

De Ketele heeft moeite om zich bij het meesterschap van Keisse in een zesdaagse neer te leggen. Daar waar alle andere koppels vorig jaar na een paar dagen in Gent wisten dat Keisse-Viviani de besten waren, waarna bij het rennersoverleg een mooi scenario voor de laatste zondag werd uitgedacht, was De Ketele de laatste om toe te geven.

De enige keer dat de Belgische selectie voor het EK baanwielrennen zich de voorbije week liet opmerken, was door Kenny De Ketele. Niet met prestaties op de fiets, wel omdat hij na de teleurstellende prestatie op de ploegenachtervolging en de verkeken olympische kansen had verwezen naar zwemmers die al naar de Spelen mogen als ze aan de overkant van het bad geraken. Hij is daarvoor uitgelachen/gekafferd, maar die observatie is zowel correct als oerdom.

In het kader van de olympische universaliteit mag een land dat niet aan de selectiecriteria voldoet omdat het geen topsporters heeft, toch zes atleten inschrijven in de Spelen. Dat gebeurt hoofdzakelijk in twee sporten, atletiek en zwemmen, en niet in gevaarlijke sporten als bijvoorbeeld wielrennen of boksen. Tegelijk was het ook oerdom, want Belgische zwemmers moeten wel degelijk aan hele strenge selectiecriteria voldoen, veel strenger dan die in het wielrennen. Voor iemand die zelf twee keer figurant was op de Spelen, is dat slecht opgelet.

 

Afgaan op de baan

Interview Emma Meesseman in De Morgen van zaterdag 19 oktober 2019

‘Mijn enige probleem: ik zie er niet agressief uit’

Op haar 21ste kende ze Moskou al als haar broekzak. Intussen werd ze kampioen in Rusland, Europa en net nog in Amerika. ‘Hesperolletjes’ zijn haar specialiteit, naast basketballen uiteraard. Maak kennis met Belgian Cat Emma Meesseman (26) uit Ieper.

De internationale basketbalwereld was niet verbaasd: die wist wat Emma Meesseman in haar mars had, lang voor ze die beslissende korf in de allerlaatste seconde scoorde op het WK van 2018 waardoor de Belgian Cats groepswinnaar werden. Daar op Tenerife leerde België frontvrouw Meesseman (1m93) en de Cats kennen: vierde van de wereld in een supermondiale sport, nooit gezien.

Op het EK dit jaar was een vijfde plaats weggelegd voor de Belgen en weer was de hoofdrol voor Emma Meesseman, wier Wikipediapagina in het Engels vijf keer langer is dan in het Nederlands. Ze kwam voor dat EK over vanuit de Amerikaanse profcompetitie WNBA, en keerde nadien terug. Nadat ze aan het eind van een lange Russische winter in de Oeral kampioen was geworden en de Euroleague had gewonnen met haar Russische ploeg UMMC Jekaterinenburg, pakte ze met de Washington Mystics begin deze maand ook nog eens de Amerikaanse titel. On top of that werd ze bekroond als beste speelster van de finales in de sterkste competitie ter wereld.

Een zot jaar, jazeker. Een druk jaar, reken maar. Woensdag is ze al even heen en weer gereden naar Charleroi omdat haar Russische ploeg daar Europees moest spelen en maandag reist ze hen achterna, waarna het weer allemaal van voren af aan begint, maar danin Rusland en Europa. Voor heel even, want in november komt ze terug voor kwalificatie-interlands met de Cats en in januari is er nog een ander kwalificatietoernooi, dat voor de Spelen in Tokio.

Emma Meesseman: “Van hot naar her, jawel, maar dit is mijn leven de laatste jaren. In de zomer van 2018 jaar heb ik de WNBA even laten schieten om mezelf wat meer rust te gunnen. Stress? Nee, het is gewoon druk, maar het is altijd druk als ik thuis ben en thuis kan ik dat goed aan.

“Het is allemaal zo rap gegaan. Die snelle opeenvolging van finalewedstrijden, dat had ik nog niet meegemaakt. Ineens zitten we hier. Gisteren was het nog nazomer in Washington en nu is het oktober, en als ik maandag land in Jekaterinenburg zal het zeker sneeuwen want dat doet het daar altijd als ik arriveer. Het zal wennen zijn.

“Ik ben een thuismens. Thuis is tussen de mensen die ik graag heb: mijn broer, mijn ma en mijn pa. Ik heb vanmiddag gekookt voor de werkers in het gezin. Toen die waren vertrokken, heb ik de afwas gedaan. Wat we hebben gegeten? Hesperolletjes in de kaassaus. Niet met puree, neen. Met patatjes, die kun je pureren in de kaassaus, toch? Dat is mijn lievelingsgerecht, ik heb dat ook een paar keer klaargemaakt in Washington.”

Ik zie je zo voor mij: de vaat doen. Erg down-to-earth. Toch moet het een mallemolen geweest zijn. Ik ben allicht de zoveelste in de rij en toch heb je toegezegd.

“Ik denk dat ik dit moet doen, al was het maar om het vrouwenbasketbal nog meer op de kaart te zetten. We kunnen niet aan de ene kant klagen dat we niet in de picture staan en aan de andere kant onszelf niet promoten. Al viel het mij vroeger zwaar om over mezelf te spreken. De laatste tijd kan ik dat beter. Ik hoop dat jonge meisjes dit lezen en daardoor geïnspireerd geraken.”

Je bent 26, draait jaar na jaar twee tot drie shifts. Welk onderdeel rammelt al?

“Wel, dat valt mee. Ik ben nu een beetje geblutst door de vele stampen en kloppen onder de ring, maar blauwe plekken gaan weer weg. Voor het overige heb ik een sterk gestel, sterker dan mijn mama die ook international was maar die veel blessures had. Wellicht heb ik dat van mijn vader. Hij is osteopaat dus bij hem kan ik ook altijd terecht. Jawel, ik ben de voorbije dagen al eens op zijn tafel gaan liggen, maar gewoon ter controle en preventie en om alles recht te zetten.”

Je loopt mooi rechtop, knap voor een vrouw van 1m93.

(lacht) “Dat heb ik te danken aan mijn vader. Als we aan tafel zaten en hij kwam binnen, dan gingen we automatisch wat rechter zitten met de schouders achteruit. Is mijn beste vriendin hier, die ook basketbal speelt, dan krijgt ze van papa een tikje op de schouder. Hij kan het niet laten.”

Is het wel verstandig om nog langer een heel jaar rond de wereld af te reizen en te basketballen?

“Ik doe het graag, dus waarom niet? Voor het geld doe ik het niet, want de WNBA betaalt veel minder dan de Russische competitie. Wat vreemd is, want de WNBA is echt wel de sterkste competitie ter wereld. Vorig jaar ben ik niet gegaan. Erg leuk vinden ze dat niet, maar soms kan het niet anders. In de VS kun je een jaartje uitzitten. De Mystics steunen mij in mijn keuze voor de nationale ploeg. Ze respecteren mij. Ik ben er inmiddels ook al het langst van iedereen. Maar je hebt een punt. Als ik dat in Europa zou doen – een jaartje ergens anders gaan spelen of niet spelen – mag ik het voor rechtbank komen uitleggen.”

Ik heb hier de samenstelling van UMMC Jekaterinenburg en jij staat daar niet bij.

(neemt de print en leest) “Dat is de selectie aangevuld met junioren. Ik ben niet de enige die er nog niet op staat – Jonquel Jones, tegen wie ik in de finale heb gespeeld, moet er ook nog bij.”

Is dat die lange zwarte die jou zo slecht verdedigde waardoor je al die driepunters binnen kon gooien?

(lacht lichtjes verontwaardigd) “Ja, die. Het probleem met die actie die ik samen met mijn medespeelster opzet (een ‘pick and pop’, voor de kenners, HV), is juist dat wij allebei driepunters kunnen gooien, dus weten de tegenstanders niet goed wie eerst te volgen. Als je dan vrij komt zoals ik, moeten de shots er ook nog ingaan. Dat liep goed deze Finals. Het voordeel van onze ploeg is dat iedereen naar de ring kan gaan en iedereen ook van een afstand kan scoren. Dat is heel moeilijk verdedigen voor de tegenstander.”

Het valt op hoe goed jij bent opgeleid. De fundamentals, de basistechnieken, zijn er wellicht ingeramd. Je lijkt wel de vrouwelijke Dirk Nowitzki, de iconische Duitser die bij Dallas speelt.

“Ik heb hier in Ieper drie hele goeie trainers gehad. Ann Dumortier, Ivan Decroix en later Philip Mestdagh die ook bondscoach is, zijn altijd blijven hameren op de juiste techniek.

“Daarna heb ik bij al mijn ploegen hard gewerkt om dat nog te verbeteren, ook mijn shot. Mooi compliment, mij vergelijken met Nowitzki; het was ook de eerste vergelijking die mijn Amerikaanse coach maakte. Maar ik denk niet dat ik het tot mijn veertigste volhoud zoals hij.”

Ben jij gepusht door je ouders? Je moeder – Sonja Tankrey – was tenslotte ook international.

“Neen, mama was mijn mama, niet mijn coach. Soms had ze wel iets op te merken en dan liet ik haar eventjes razen en was het voorbij. Ze had in haar topperiode een aanbieding om in Australië te gaan spelen, maar is daar nooit op ingegaan. Vergelijken is een beetje zinloos. Mijn mama heeft meer gewonnen dan ik, in België dan, maar ik was twee keer speelster van het jaar, zij één keer. Ik ben kampioen geworden in Europa, in Rusland en in de VS. Maar gepusht of druk? Nooit. De enige verplichting was: je moet een sport doen.”

Hoe groot is het verschil tussen basketballen in de VS en in Europa?

“Voor mij niet zo groot omdat onze Amerikaanse coach bij de Mystics houdt van het gestructureerde Europese basketbal. In Rusland heb ik een Spaanse coach en die benadrukt ook het rondpassen van de bal, niet het loop- en vliegwerk van individuen zoals je dat soms in de VS ziet.”

Financieel zit je het best in Europa. In de VS zou één salaris van LeBron James volstaan om het salaris van alle WNBA-speelster te verdrievoudigen, plus zakgeld.

“Dat is het enige wat niet juist is aan de WNBA. Het is de beste competitie, met de beste speelsters, de beste verzorging en alles erop en eraan, maar het maximumsalaris is 117.500 dollar (106.000 euro), en 70 dollar (63 euro) onkosten per dag dat je traint of speelt. Hoeveel ik verdien in Rusland zeg ik liever niet, maar ik word er beduidend beter betaald dan in de VS. Als ze elk NBA-team zouden verplichten om een vrouwensectie te steunen, zou dat al veel oplossen.”

En de zomer in het mooie Washington tegenover de winter in het metallurgiecentrum van de Oeral, speelt dat niet mee in de algehele perceptie van je bestaan?

“Washington is mijn favoriete stad, dat geef ik toe. Ik heb er zeven jaar geleden getekend en heb er zes van mijn laatste zomers doorgebracht. Ik wil nergens anders spelen. Ik woon dan ook nog eens in Navy Yard, een pas opgekalefaterde wijk aan de voormalige marinehaven. Het is wel een dure stad. De dichtstbijzijnde supermarkt is dan ook nog een superdure, Whole Foods.”

Oei, waar een appel een dollar kost!

“Zeg maar anderhalve dollar als het een bio-appel is. En als je een stukje Franse kaas wilt, betaal je je ook blauw. Ik heb het tijdens de finales toch eens niet kunnen laten, zo’n lekkere Franse kaas. En zeggen dat die straks nóg duurder wordt door die invoerheffingen van Trump.

“In Washington kun je bovendien goed wandelen. Er zijn mooie wijken zoals Georgetown en Alexandria en je hebt prachtige musea. Mijn favoriete museum gaat wel dicht. Newseum behandelt vrije meningsuiting, de First Amendment en eigenlijk alles wat met communicatie en journalistiek te maken heeft. Blijkbaar maken ze gigantisch veel verlies en in januari sluiten de deuren. Erg jammer.”

Jij wandelt constant. Is dat wel goed voor je?

“Het is gezonder dan de hele dag in je zetel naar Netflix kijken. Ik word niet moe van wandelen. In Rusland heb ik een auto met chauffeur ter beschikking. Geen limo, nee, een Hyundai geloof ik. Zelf rijden zou wel lukken, maar het sneeuwt daar zo vaak en dan is het erg glad. De chauffeur telkens bellen om mij te komen halen, ligt niet in mijn aard. Tegen het einde van het seizoen wandel ik zelfs na de training naar huis. Twintig minuutjes, best te doen.

“Jekaterinenburg is ook niet zo groot, een uur stappen en je komt overal. De stad heeft zo zijn charme. Als ik een vrije dag heb, trek ik er altijd op uit. We gaan met teamgenoten ook weleens sleetje rijden met husky’s of gek doen op een sneeuwmobiel. Een tijdje waren we fanatiek met escaperooms, maar dat hebben we een beetje gehad.”

Te makkelijk?

(lacht) “Neen, schrik opgedaan! Die escaperooms zijn daar levensecht met acteurs die je achterna zitten, in een kooi opsluiten en ontvoeren, of je echt hard vastpakken. Wij gingen steeds een level verder en dan kwamen ze je achterna met tasers en zo. Ik heb er zelfs een gehad die met een kettingzaag achter mij aan zat. Enfin, de ketting zat er niet op, maar het geluid was hetzelfde. We zijn een beetje bang geworden. Bovendien, als je zo hard je best moet doen om te ontsnappen dat je je broek scheurt en dat je vol staat met bloeduitstortingen, waarna je tegen de coach moet liegen dat het in de wedstrijd is gebeurd… ”

Netflix, vanaf nu.

 

“Ook, maar géén horror. We gaan samen uiteten, maar houden ook spelletjesavonden. Het valt wel mee met het sociaal leven van de gemiddelde basketbalster. Zowel in de VS als in Rusland komen we vaak samen. De Amerikanen staan erom bekend om overseas op zichzelf te zijn, maar bij ons komen ze toch vaak buiten en integreren zich. Een aantal spreekt zelfs al wat Russisch. Ik ken zelf al veel woordjes en kan gaan winkelen en bestellen op restaurant, maar nu ga ik les nemen. Die naamvallen zijn heel lastig, maar ik wil het nu wel eens leren.”

Ken je hét historisch feit waarvoor Jekaterinenburg bekend is?

“De moord op de Romanovs, bedoel je? Dat kennen wij maar al te goed. Mijn papa had al een fascinatie voor de Romanovs voor ik in Rusland ging spelen. De Kathedraal op het Bloed, gebouwd op de plek van het huis waar ze zijn vermoord, hebben we bezocht. De plek waar ze eerst zijn gedumpt, ook. Het huis waar ze hebben gewoond in Moskou heb ik gezien en we hebben in Sint-Petersburg hun begraafplaats bezocht. Dus de Romanovs hebben voor mij geen geheimen meer.”

Straks komen de Belgian Cats weer in beeld. Zin in?

“Jazeker. Ik denk dat we een sterke ploeg kunnen opstellen. Ik hoop dat Kyara Linskens stappen zet bij Krasnojarsk in Siberië. Ik ken haar coach en die zal goed zijn voor haar. Ze scoorde vorige week achttien punten en pakte tien rebounds.

“Ons grote doel is de Spelen halen. We moeten enkele kwalificatietoernooien spelen waarin je derde moet worden in een poule van vier. Dat lijkt makkelijk, maar het zijn wel de sterkste ploegen ter wereld, dus een beetje geluk bij de loting hebben we wel nodig. Ik heb gehoord dat België zou proberen om zo’n poule te organiseren. Dat zou fantastisch zijn.”

Jullie beschikken niet over de sterkst mogelijke selectie.

“Je doelt op Hind Ben Abdelkader? Ja, die heeft een conflict met de bond en ik ken daar het fijne niet van. Niet alleen met de bond, ook met een andere speelster, dat klopt. Als je met twaalf vrouwen speelt, is het moeilijk om met iedereen perfect overeen te komen. Blijkbaar zijn vrouwen daar toch anders in dan mannen. Wij vergeten niet. Als twee speelsters (Ben Abdelkader en Marjorie Carpréaux, HV) het niet kunnen uitpraten, dan is het beter dat ze niet samen in een ploeg zitten.

“En dan is er ook nog Celeste Trahan-Davis, een Amerikaanse die bij Castors Braine speelt en wacht op haar naturalisatie. Zij is ook een center en zou goed van pas komen voor de ploeg.”

Moet jij zelf niet wat agressiever worden?

“Ik krijg genoeg stampen onder de ringen en ik deel er ook genoeg uit. Als je met mijn coaches praat, zullen zij ‘ja’ antwoorden. Ik zie er niet agressief uit, zelfs als ik hard aan het spelen ben. Dat is mijn probleem. Als mijn Amerikaanse coach zegt dat ik agressiever moet zijn en meer moet schieten omdat een slecht shot van mij beter is dan een goed shot van een ander – hij zegt dat letterlijk – ben ik het daar niet mee eens. Ik wil dat elk shot raak is en loopt het niet te best, dan geef ik liever de bal aan iemand die beter staat.”

Je bent hardhorig en draagt een hoorapparaat. Ben je daar ooit mee gepest, op school of op het basketbalveld?

“Nooit. Echt niet. Voor mij was het altijd de normaalste zaak van de wereld. Ik denk zelfs dat het een voordeel is op het veld. As ik mensen niet zie, hoor ik niet wat ze zeggen. Ik moet dus altijd goed kijken naar welke play we zullen spelen. Wellicht overcompenseert het ene zintuig – het oog – het andere – het oor.”

Tot slot: jij hebt gezegd dat je graag samen met Nafi Thiam en Nina Derwael ex aequo Sportvrouw van het Jaar zou willen worden. Met alle respect, maar dat is toch nonsens?

“Meen je dat nu? Ik hou niet van dat soort verkiezingen met individuen tegen elkaar. Doe mij dan maar géén sportvrouw en laat de Cats volgend jaar Ploeg van het Jaar worden.”

 

EmmaMeesseman

 

Column Barmhartigheid in De Morgen van 19 oktober 2019

Barmhartigheid

Peter Maes, de vermeende begunstigde van de financiële trucs van Dejan Veljkovic, is trainer geworden van Lommel SK. Waarom verbaast dit niet? Eén: omdat het voetbal is. Twee: omdat Lommel diep zit en alle middelen goed zijn om dat om te keren. Drie: omdat iedereen onschuldig is tot het tegendeel is bewezen. Als Mogi Bayat al meteen weer aan de slag is, als ongeveer iedereen al weer zaken doet zoals voorheen, waarom zou Peter Maes dan niet een clubje mogen trainen in afwachting van zijn straf?

Hij kan het geld misschien gebruiken, want er hangt hem een flinke boete boven het hoofd. Vanuit die optiek is de aanstelling van Maes een proactieve reïntegratie in de maatschappij, nadat hij – eigen woorden – erg diep heeft gezeten. Een man op de rand van de depressie, die straks wellicht wordt veroordeeld, nu al een handje toesteken, wat een daad van barmhartigheid van Lommel.

Die hele Operatie Zero, toch maar eens afwachten wat daar het eindresultaat zal van zijn. Wie of wat zal worden gestraft? Er is natuurlijk die enorme stok achter de deur en die heet de witwaswet. Als ze daaraan inbreuken kunnen toewijzen, zijn de beschuldigden nog niet thuis. Met de nadruk op áls. Insiders weten nu al dat er in het onderzoek fouten zijn gemaakt die tot seponering zullen leiden.

Over een paar jaar krijgen we een afgerond onderzoek dat is gevoerd door een politie-inspecteur of meer dan één, met achter hen een onderzoeksrechter of meer dan één. Dat zijn zelden specialisten is alvast de indruk uit eerdere cases. Dat onderzoek zal de juridische toets op een aantal punten niet doorstaan, dat geef ik u op een blaadje. Met als gevolg processen waar tegenover de Belgische staat een ongeziene batterij zakenadvocaten zal optreden, gewapend met juridische spitstechnologie.

Als u door de bomen het bos niet meer ziet in deze affaire die nu al een jaar en een week duurt en nog een paar jaar zal aanslepen, dat is normaal. Operatie Zero, om de verwarring compleet te maken ook weleens Propere Handen genoemd, valt eigenlijk uiteen in twee luiken. In den beginne was er onderzoek naar vreemde transacties door voetbalmakelaar Dejan Veljkovic. Dat was een financieel luik, waar al snel een geur van belastingontduiking of minimaal belastingontwijking aanhing. Als dat via het buitenland gebeurt, kom je zo uit bij de witwaswet.

Uit dat onderzoek, dat resulteerde in telefoontaps, kwam een tweede afgeleid onderzoek dat tot op vandaag de media meer begeestert dan het originele. Uit de taps bleek dat Veljkovic een erg actieve rol speelde in het regelen van de wedstrijd Waasland-Beveren tegen KV Mechelen, waarbij KV Mechelen moest winnen. Wat ook gebeurde. Jammer dat 250 kilometer verder de rechtstreekse concurrent ook won, na een heel verdacht scoreverloop. Tot vandaag is die poging tot matchfixing met alle aandacht gaan lopen.

Het luik-witwas is veel gewichtiger omdat het een uitwas is van een ziek voetbalsysteem dat jaarlijks 130 miljoen euro gunsten krijgt en zich onder meer daardoor boven de wet verheven acht. De geldstromen richting achteraflandjes en terug in cash worden nu uitgelegd als een gevolg van de discriminatie van trainers ten opzichte van spelers. Op een spelerscontract betalen de speler en de club minimale sociale lasten en bedrijfsvoorheffing (lees: belastingen) vergeleken met een gewone werknemer. Een trainer wordt dan weer beschouwd als een gewone bediende en daarvoor wordt de volle pot betaald. De buitenlandpiste is in de ogen van de betrokkenen niks meer dan creatief boekhouden, veroorzaakt door een overheid die discrimineert.

Dat is ongeloofwaardig, want dezelfde constructies werden opgezet om spelers van een zwarte zakcent te voorzien. Het is te hopen dat de nieuwe regeringen hun ogen goed openhouden en niet in de val lopen van 35 jaar geleden. Op de affaire-Bellemans, ook een zwartgeldcircuit compleet met matchfixing als blikvanger, volgde toen de installatie van een schandalig gunstige regeling voor groepsverzekeringen voor voetballers.

Dit zoveelste schandaal geeft aan dat de tijd rijp is om de andere richting in te slaan. Tot een bepaald bedrag zouden profsportersen -trainers hun gedeeltelijke vrijstelling kunnen behouden. Vanaf 100.000 euro (grensbedrag voorwerp van debat) zouden ze worden belast zoals elke andere werknemer in dit land. Op inkomens van meer dan 250.000 euro zou boven op de normale lasten en belastingen een luxetaks moeten worden geheven. Die kan worden aangewend om jeugdsport te bevorderen.

 

Barmhartigheid

Verhaal over marathon onder de twee uur in De Morgen van maandag 14 oktober 2019

Marathonrecord: straffe maar geen zuivere koffie

Twee uur lang leverde een Keniaan in een wit shirt en witte schoenen, te midden van zeven mannen in het zwart met roze schoenen, een van de saaiste en tegelijk meest fascinerende sportprestaties aller tijden. Hij vertrok om 8.15 uur aan 21 kilometer per uur achter een elektrische auto en hield dat 1 uur, 59 minuten en 40 seconden vol. Maar daar zaten zijn hazen en zijn schoenen ook voor veel tussen.

Geen mens is begrensd, luidde de tagline achter de Ineos 1:59 Challenge, het project van de chemiegigant om met de snelste marathonloper ter wereld de 42,195 kilometer onder de twee uur af te leggen. De mens is wel degelijk begrensd, maar er zit meer rek op technologie en het creëren van ideale omstandigheden een rol kunnen spelen. Dat is precies waar het vandaag over ging.

Een eerdere poging daartoe – toen Sub2Hr geheten – was mislukt in de lente van 2017 op het autocircuit van Monza. De bochten waren flauw, maar het waren er toch te veel, en toeschouwers waren er te weinig. In Wenen vandaag stonden ze hier en daar rijen dik langs het lijnrechte parcours op de Praterallee waar Eliud Kipchoge en zijn ‘hazen’ – de hulplopers – vier rondjes en een half liepen. Iets voorbij kwart over tien werd geschiedenis geschreven: zaterdag liep de mens een marathon voor het eerst onder de twee uur.

De wedstrijd was alleen te volgen op de Ineos-livestream en de commentaar was daardoor niet bepaald het meest journalistieke of neutrale ooit. De prestatie van Kipchoge werd in een bui van overdrijving in één adem vernoemd met Sir Edmund Hillary, die als eerste de Mount Everest had bedwongen, en met Neil Armstrong, die in 1969 als eerste een voet op de maan had gezet. Ook de vier minuten-barrière op de mijl van Roger Bannister in 1954 kwam even ter sprake, maar dat was dan weer te veel eer voor Bannister.

Geen officieel record

De superlatieven waren twee uur lang te horen, en dat voor een prestatie die niet verder zal geraken dan het Guinness Book of Records. In een officiële recordtabel of een recordboek zal Eliud Kipchoge niet te vinden zijn, althans niet de 1u59.40 maar wel zijn 2u01.39 van september 2018 in Berlijn, het echte wereldrecord. De tijd van vandaag onder de twee uur blijft de snelste marathonafstand lopend afgelegd.

Dat laatste is geen diskwalificatie. Er is weinig mis met wat Ineos en Kipchoge vandaag hebben neergezet, maar de prestatie verdient enige contextualisering. Neem nu de hazen. Ook het echte marathonrecord kwam tot stand met lopers die het tempo aangaven, maar die worden in echte marathons wel geacht aan de wedstrijd te starten en het zo lang mogelijk vol te houden. Daar wringt het schoentje. Soms lopen ze tot kilometer 25 aan mooie recordtempo’s, tot de hazen wegvallen omdat die geen dertig of meer kilometer tegen 2’50 aankunnen, waarna de recordloper in zijn eentje de klus niet kan klaren.

In Wenen kreeg Kipchoge elke vijf kilometer zeven nieuwe hazen, stuk voor stuk wereldtoppers. Na testen in de windtunnel bij de Belgisch professor Bert Blocken bleek dit de ideale formatie: vijf liepen in een perfecte V-formatie voor hem en twee achter hem, wellicht om de luchtweerstand achter hem te verminderen en om hem op te rapen als hij zou struikelen. Voor de gelegenheid was het asfalt van de Praterallee – 4,8 kilometer – heraangelegd. Onderweg kreeg Kipchoge ook zijn eten aangereikt, waar hij in officiële wedstrijden langs een tafel moet passeren. Er reed ook een auto voor die het tempo aangaf met een laserstraal.

Nog een geluk dat deze prestatie is geleverd door de marathonloper die ook het officiële record op zijn naam heeft, maar dat zal niet beletten dat naar de schoenen zal worden verwezen. Terecht. De parallel met de zwempakken die tien jaar geleden een tsunami aan records veroorzaakten, is niet veraf. De vijf snelste officiële tijden op de marathon zijn allemaal gelopen in 2018 (één) en 2019 (vier) en allemaal op de Nike Vaporfly. Alle andere lopers, inclusief Kipchoge vandaag, liepen op de Vaporfly Next%. Die Next% bewijst dat er nog een procentje loopeconomie werd gewonnen.

Geen enkele atleet wil toegeven dat de schoenen voor die opmerkelijke verbetering hebben gezorgd. Kipchoge zelf deed vorig jaar in Berlijn ruim één minuut af van het marathonrecord, de grootste progressie in meer dan vijftig jaar. Ook onze Belgen Koen Naert en Bashir Abdi lopen op die schoenen en ook zij geven niet graag toe dat de schoen met carbonzool bij hun spectaculaire verbeteringen een rol heeft gespeeld.

De Vaporfly verbetert de loopeconomie. Bij een test aan de University of Colorado lieten zestien lopers tussen 1,59 procent en 6,26 procent verbetering optekenen. Het gemiddelde was die vier procent in de naam van de schoen en dat is niet hetzelfde als vier procent sneller lopen. Kipchoge liep dan nog op een verbeterd prototype van de Vaporfly Next%.

Nogmaals, dit alles – al of niet verboden ideale condities, hazen, auto, laser pacing, asfalt, parcours en de niet verboden schoenen – doet niets af van de fenomenale prestatie van Eliud Kipchoge. Dat op de Nederlandstalige Wikipedia-pagina van de Keniaan het marathonrecord al is vervangen door de 1u59, is evenwel niet terecht. De Engelse deed beter. Daar stond de tijd in cursief met daarbij de correcte vermelding: een experimentele loop over de marathonafstand.

 

 

Marathonrecord-mail

Column ‘Emma of Nina Help!’ in De Morgen van maandag 14 oktober 2019

Emma of Nina? Help!

Dat wordt een lastige, straks als de mail arriveert om te stemmen voor Sportman, Sportvrouw, Trainer en Sportploeg van het Jaar. Sportman, dat lukt nog wel, die zijn niet zo dik gezaaid. Ik denk nu spontaan, zonder lijsten te raadplegen, aan die Matthias Casse, vicewereldkampioen op zijn 22ste in een van de sterkst bezette judocategorieën. Sportploeg? Doe maar de 4×400 mannen zeker na hun eerste WK-medaille? Trainer, dat houden we nog in beraad.

Maar dan, Sportvrouw, help. Emma Meesseman won de titel in de WNBA, dat de Amerikanen met hun gekende bescheidenheid tot het WK voor clubteams hebben omgedoopt. Ze zitten er niet helemaal naast, al wil ik weleens zien wat zo’n Jekaterinenburg, waar Meesseman een halfjaar speelt, zou kunnen inbrengen tegen een Washington Mystics, waar ze het andere halfjaar speelt.

Meesseman had in die titel een cruciale rol. Ze werd niet voor niets most valuable player van de finales. Even terzijde, een kleine correctie: in nogal wat media werd gemakshalve getoeterd dat ze MVP was geworden. Neen, de MVP van de competitie was Elena Delle Donne, haar ploegmaat, en die prijs was al even bekend. Meesseman was MVP van de WNBA Finals, de minireeks van dit jaar vijf wedstrijden om de kampioen aan te duiden.

Geen 48 uur later: gymnaste Nina Derwael stond onder druk van een Engelse die 15 punten had gescoord. Ze kon zich geen misstap veroorloven. Goed dat ze aan die brug met ongelijke leggers niet moet stappen, juist, maar ze moest er na al dat gezwaai en gezwier wel nog van springen en ze heeft een zere voet. Een stapje te veel bij de landing kon haar 0,3 punten kosten en ze had een oefening die 15,2 waard is in normale omstandigheden.

Als laatste van acht was ze aan de beurt. De tegenstand had stappen gezet, dat wist ze, maar zij had er ook gezet. Ze was consistenter geworden, de moeilijkste oefening ter wereld zat in haar systeem ingeslepen. Wat kon fout gaan? Van alles. Ze wist nergens van, niet wat Simone Biles had gedaan, ook niet wat Rebecca Downie had gescoord. En toen turnde ze de perfecte oefening. Gracieus als altijd, met een verbluffend gemak, in een waanzinnig tempo zwierde ze het door het zwerk en de afsprong, daarbij verzette ze geen teen. 15,233 en wereldkampioene voor het tweede opeenvolgende jaar.

Kunnen we prestaties in twee zo totaal verschillende sporten, van twee zo totaal verschillende sporters vergelijken? In de ene sport eindigt het bij 1,70 meter, de lengte van Nina Derwael. In de andere begint het bij 1,70 meter en Emma Meesseman is 1,93 meter. Vergelijken is onmogelijk, maar die ene keer voor de Sportvrouw van het Jaar en al die andere prijzen zal het toch moeten.

Zowel basketbal als gymnastiek is een wereldsport. Van alle continenten komen ze om prijzen te winnen, al heeft basketbal in tegenstelling tot gymnastiek ook Afrikaanse inbreng, waar gymnastiek dan weer een sterker Aziatisch contingent tegenover zet. Meesseman speelt een ploegsport en is deel van een geheel, maar die titel van MVP en haar statistieken zijn een individuele prestatie waard. Zonder haar had haar team niet gewonnen.

Her en der zullen stemmen opgaan om twee prijzen toe te kennen. Tegen dat kleindenken moeten we ons te allen prijze verzetten. Een sportland moet leren omgaan met luxe en zal moeten trancheren: Derwael die zichzelf opvolgt als Sportvrouw, of toch Meesseman.

In betere sportlanden is ooit nog wel een ander criterium gehanteerd toen ze er niet uit geraakten. De sportvrouw van 2000 in Nederland werd wielrenster Leontien van Moorsel, die drie keer goud had gewonnen op de Spelen van Sydney. Geen discussie mogelijk met drie keer goud? Toch wel. Inge de Bruijn, de zwemster, had ook drie keer goud gewonnen en zwemmen was en is een veel mondialere sport dan vrouwenwielrennen. Toch kreeg Van Moorsel de prijs. In Nederland zijn het de atleten die kiezen en die vonden Van Moorsel bijna zonder uitzondering sympathieker dan De Bruijn. Ik heb hen allebei gekend en voor die keuze viel wat te zeggen.

Ik heb Derwael één keer ontmoet, vier jaar geleden. Aardige meid, heel voorkomend, niks op aan te merken. Idem voor Meesseman, die ik nooit heb ontmoet maar van wie alle medespeelsters vol zijn. Ook dat criterium biedt geen soelaas.

Mijn stem zal het verschil niet maken en daarom ga ik voor Meesseman op één en Derwael op twee. Dat is geen waardeoordeel maar puur subjectief: mijn verste herinnering van sport was toen ik als kind meeging met mijn basketballende moeder. Een stem als een eerbetoon aan mijn mooie jeugd, mag dat?

Emma of Nina? Help

Verhaal over Nike, rebels en niet omkijken in De Morgen van zaterdag 12 oktober 2019

Nike: rebels en nooit omkijken

Discutabele records of pogingen daartoe, zoals dit weekend. Racisme. #MeToo. Discriminatie. Te lage lonen. Atleten op het slechte pad. Technologische en gewone doping – al of niet vermeend. Niks kan marktleider Nike raken. Controverse verkoopt. 

Als de weersvoorspellingen uitkomen, doet Eliud Kipchoge vandaag zaterdag in Wenen een nieuwe poging om de marathon te lopen onder de twee uur.

Op het autocircuit Monza had hij in 2017 26 seconden te veel nodig. Op de Weense Praterallee die hij na een aanloopstrook van 1,2 kilometer bereikt, zal hij vier rondjes van telkens 8,6 kilometer lopen, draaien aan de twee rotondes en dan nog een vijfde rondje niet helemaal afmaken. Totaal: 42,195 kilometer. De Ineos Challenge 1.59, heet het project.

Kipchoge wordt gemend door 41 hazen, van de bes-te lopers in de geschiedenis die zich ten dienste stellen van de stunt. Hij draagt voor de gelegenheid ook gloednieuwe hoogtechnologische schoenen met een carbonzool, de Vaporfly Next%, een upgrade van de Vaporfly 4% waarmee hij in Monza liep. Hij zou er een volle procent aan loopeconomie door winnen en Kipchoge heeft maar 0,35 procent verbetering nodig.

Als het record wórdt gebroken, zal iedereen wijzen, of de beschuldigende vinger uitsteken, níét naar Ineos, ook niet naar Kipchoge zelf, maar naar Nike. Het commentaar zal variëren van bewondering tot bedrog, maar de consensus zal zijn: een marathon onder de twee uur, dat moeten de schoenen zijn. 35 jaar na de iconische eerste Mars Blackmon-commercial van Spike Lee met hoogvlieger Michael Jordan – ‘It múst be the shoes’ (zie YouTube) – zullen ze bij Nike glimlachen: de cirkel is rond.

Ook toen was er van alles te doen over de schoenen van de (ook zwarte) man die namens Nike marktleider Reebok zou verdringen. De NBA wilde de rood-zwarte schoenen zelfs verbieden, want niet in lijn met de kledingregels van de NBA, maar ook toen trok Nike zich niks aan van de heisa. Wel integendeel, 35 jaar geleden werd controverse de brandstof voor een nooit geziene dominantie van de wereldmarkt van sportgoederen.

De primeur was voor 1987, toen Nike bij Yoko Ono de rechten kocht op de song ‘Revolution’ van John Lennon. In een van de weinige interviews die oprichter Phil Knight ooit gaf, aan de Harvard Business Review in 1992, gaf hij toe dat marketing de sleutel was voor het succes van Nike. “We hebben altijd geloofd dat je de consument wakker moest schudden. Niemand zal hetzelfde kopen als ze steeds hetzelfde verhaaltje horen.”

Nike capteerde de tijdgeest van de Amerikaanse popcultuur en bracht die in de sport. De Nike-commercials zijn een eigen leven gaan leiden en werden een subcultuur. Ze kwamen uit de koker van jonge creatives van het toen nog exclusief Portlandse agentschap Wieden&Kennedy, inmiddels een wereldwijde speler. Daarin zat ook al de filosofie verscholen van ‘gewoon dóén en vooral niet omkijken’.

Basketbalster Charles Barkley bijvoorbeeld, die in 1993 in een filmpje zegt “Ik ben betaald om tegenstanders te slopen op basketbalvelden en niet om (tegen de ouders) jullie kinderen op te voeden.” Schande, want dat ging in tegen de heersende Amerikaanse cultuur van rolmodellen. In 1995 kwam Nike dan weer met een iconische campagne If You Let Me Play, opgebouwd rond jonge vrouwen die de kans moesten krijgen om aan sport te doen. In bijna alle recente reclamecampagnes en spotjes figureren minderheden en is diversiteit een thema, zonder dat het drammerig wordt.

In 1988 portretteerde Nike een tachtigjarige recreant-loper in een campagne. Een jaar later was het de beurt aan de eerste zichtbare paralympiër om in primetime zijn verhaal te doen. In 1995 volgde een hiv-positieve loper. Meer recent was er de campagne voor meer gelijkheid in de maatschappij, in navolging van de gelijkheid in de sport, en in datzelfde jaar volgde een reclame met vijf moslimvrouwen met als tagline ‘What will they say about you?’

1988 was een cruciaal jaar. Nike was in 1980 al eens marktleider geworden ten koste van Adidas en bouwde die voorsprong later uit met Michael Jordan, maar ineens boomde de fitnessrage en werd Reebok twee jaar lang het eerste sportmerk in de VS.

Pas drie jaar later was Nike weer on top of the world. In 1988 volgde dan die opmerkelijke advertorial op de Golden Gate-brug in San Francisco met de tachtigjarige jogger Jim Stack die zeventien miles per dag liep en waarin hij ongevraagd meldt dat hij zijn valse tanden thuis laat liggen als hij loopt. Het contrast met superatleet Michael Jordan kon niet groter zijn. Aan het eind verschenen dezelfde drie woorden: Just Do It.

Die hadden een speciale lading, want ze waren een variant op ‘Let’s do it’, wat een ter dood veroordeelde wel eens pleegt te zeggen op weg naar zijn executie. Phil Knight had bij de eerste presentatie van Just Do It gezegd: “I don’t need this shit.” De reclamejongens vroegen om hen te vertrouwen en de rest is geschiedenis.

Hoe groot en machtig Nike wel is? De waarde wordt geschat op 128 miljard dollar. Het stelt wereldwijd 40.000 mensen te werk. Oprichter en aandeelhouder Phil Knight bezit 32 miljard euro en is nummer zestien op de lijst van rijkste Amerikanen.Met 34,35 miljard dollar voor het laatste fiscale omzetjaar, en stevige winst, is Nike even groot als de eerste vier achtervolgers opgeteld, zijnde Adidas, Under Armour, New Balance en Puma. De naakte omzetstijging van 11 procent is de grootste deze eeuw.

Daarmee zet Nike de analisten een neus. Die hadden gevreesd dat de versie 2018 van Just Do It in hun gezicht zou ontploffen. Die ronduit activistische campagne had als hoofdrolspeler Colin Kaepernick, de American footballspeler die knielde tijdens het volkslied uit protest tegen het politiegeweld op zwarten in de VS. Kaep werd daarvoor gevild op Twitter door Trump en de helft van de Amerikanen vonden zijn protest maar niks, maar Nike gaf uitgerekend hem een hoofdrol en vooral een stem. De tagline van de campagne was ‘Believe in something, even if it means sacrificing everything’. Geloven in zijn zaak, dat deed Kaepernick, en hij gaf ook alles op, want hij kreeg geen nieuw contract meer in de NFL.

“Vraag je niet af of je dromen gek zijn. Vraag je af of ze gek genóég zijn. Ze zijn gek tot je ze doet. Just do it”, zo eindigt Kaep – compleet met afrokapsel – zijn commercial. De reacties waren nochtans furieus. De hashtags #JustBurnIt en #BoycottNike deden het erg goed op de sociale media. Trump triomfeerde en voorspelde een neergang voor Nike. Goed bekeken van Nike, vonden marketeers in de VS. Bij de jonge bevolking bedroeg de steun voor Kaepernick tussen de 80 en 90 procent.

De polarisering rond Nike was heftig en is dat nog steeds. Nike-schoenen werden in het openbaar verbrand en het logo gebannen. De voorzitster van de Amerikaanse gymnastiekbond Mary Bono tweette een fotootje van haar golfschoenen waar ze het Nike-logo met zwarte stift had overschilderd. Dat was buiten de zwarte topgymnaste Simone Biles gerekend. “*Mouth drop*”, reageerde de (door Nike gesponsorde) gymnaste sarcastisch. “Neen hoor, we hebben geen slimmere voorzitter nodig en ook geen sponsors of zo.” De Republikeinse Bono trad daardoor na vier dagen CEO-schap al terug.

Vandaag is Nike een hoofdrolspeler in de Amerikaanse cultuuroorlog en verkoopt en passant voor miljarden dollars rebellie aan vooral millennials in de vorm van schoenen en kledij voorzien van een merksymbool dat stamt uit de Griekse oudheid. Het Griekse niké, vandaar naaikie uitgesproken, betekent overwinning. De swoosh is de vleugel van Athena Nike, godin van de overwinning, zoals zij op de Akropolis in marmer is vereeuwigd.

Vandaag mag Nike dragen dan een statement zijn, ooit stond Het Product centraal: betere, lichtere, schokdempende schoenen voor lopers. Nike-oprichter Phil Knight begon als schoenenverkoper van een ander merk, Tiger, vandaag beter bekend als Asics. Vanuit de laadruimte van zijn pick up leverde hij schoenen op loopwedstrijden die begin de jaren 70 in de VS als paddenstoelen uit de grond schoten.

Samen met zijn coach Bill Bowerman zocht de ex-atleet naar schokdemping voor de harde ondergrond waarop ze moesten trainen. Bowerman, die het begrip jogging introduceerde in de VS in een handleiding over recreatief lopen, goot rubber in een wafelijzer en het prototype van de wafelzool was geboren. Hun bedrijfje Blue Ribbon Sports werd de voorloper van het huidige Nike. Bowerman is al overleden. Knight is 81. “Het maakt niet uit hoeveel mensen je merk haten, zolang er meer zijn die van jou houden”, is een bekende uitspraak van Phil Knight. Na de dood van een van zijn zoons in een duikaccident, trad hij nog maar zelden op de voorgrond.

Brave en stoute atleten

Adidas was het eerste sportmerk om te zweren bij ‘endorsements’, commerciële contracten met atleten die materiaal (en vaak ook geld, soms heel veel geld) krijgen om de boodschap uit te dragen. Nike heeft er een kunst van gemaakt om atleten aan zich te binden en dat heeft hen geen windeieren gelegd. Neem nu de basketbalspeler Michael Jordan, die ze in 1984 meteen vastlegden en voor wie ze een paar maanden later de eerste versie van de Air Jordan op de markt brachten. (Later deze maand doet versie 34 haar intrede.)

Inmiddels heeft de grootste sporter aller tijden zijn eigen sub brand binnen Nike. Omzet voor producten – schoenen, maar ook kleding – met daarop het bekende Jordan-logo, de dunkende hoogvlieger met de benen wijd open: 3 miljard dollar. Royalty’s voor Jordan in 2019: 130 miljoen euro, drie keer meer dan de bestbetaalde atleet in de Nike-stal.

Met Jordan nooit problemen, vandaar. Dat was niet het geval met de andere sub brand, gedreven door de ooit beste golfer ter wereld Tiger Woods. Toen die in 2009 door ontrouw en huiselijk geweld in opspraak kwam, moesten ze bij Nike even slikken. Phil Knight kwam met de mededeling “this is part of the game”. “Als je met atleten contracten aangaat, kan dit gebeuren.”

Kobe Bryant tekende in 2003 een vijfjarige overeenkomst ter waarde van veertig miljoen dollar. Enkele dagen later werd hij gearresteerd voor verkrachting. Daar gingen de plannen voor een Bryant-merk naast dat van Jordan. Later werd de klacht geseponeerd en was er sprake van seks met wederzijdse toestemming. Het Bryant-label kwam er nooit.

Bryant, Woods en vele anderen bleven aan boord, maar af en toe moest Nike ook een contract verscheuren. De atleet-sprinter Justin Gatlin, olympisch goud op de 100 meter in Athene 2004, was de eerste bij wie de ‘misconduct clause’, of slechtgedragclausule, werd geactiveerd toen hij werd betrapt op doping. Marion Jones, een andere atlete, vloog in de gevangenis in het laatste jaar van haar contract. Dat werd niet hernieuwd.

In 2007 werd de American footballspeler Michael Vick veroordeeld tot gevangenisstraf voor het organiseren van illegale hondengevechten. Nike verbrak meteen het contract. Toen een vrijgekomen Vick in 2011 opnieuw de pannen van het dak speelde, haalde Nike hem weer aan boord. “Michael geeft zijn fout toe. Iedereen verdient een tweede kans”, was de reactie op het protest van vooral hondenliefhebbers.

Het meeste verdriet van een stopgezet partnership had Nike in 2012 met de ‘klaarblijkelijk onoverkomelijke bewijslast’ tegen Lance Armstrong. Hun steun aan de door Armstrong opgerichte foundation Livestrong ter bevordering van kankeronderzoek bleef echter overeind en vandaag verkopen ze nog steeds 98 producten met de gele signatuur van Livestrong.

Nike had ten slotte geluk dat blade runner Oscar Pistorius, hoewel wereldberoemd, maar een Zuid-Afrikaan zonder onderbenen was en geen valide Amerikaan. De laatste Nike-campagne rond de snelle man op zijn veren had als tagline ‘Ik ben de kogel in de kamer’. Bepaald vervelend, wetende dat Oscar P. kort daarna zijn vriendin Reeva Steenkamp doodschoot. Nike was snel om de campagne terug te trekken. “Dit is een zaak van de politie. Wij geven verder geen commentaar.”

CEO in de problemen

Ze mogen dan al jaren heel ‘diverse’ campagnes maken, ook Nike kreeg al het verwijt dat het racistisch was, of althans ongevoelig voor racisme. En de kritiek kwam van Colin Kaepernick, een van hun gezichten. Dat was afgelopen zomer, toen voor 4 juli, de nationale feestdag in de VS, Nike een Air Max-versie had gemaakt met daarop de Amerikaanse zogeheten Betsy Ross-vlag. Dat is dezelfde Stars and Stripes als van vandaag maar met dertien sterren die dateert uit de Amerikaanse revolutie (tegen Engeland) en wordt net als de confederale vlag uit het zuiden misbruikt in uiterst rechtse blanke sferen.

Kaepernick wees op het gevaar en Nike trok zijn staart in en de schoenen terug. Republikeinen uitten daarop hun woede op alle mogelijke manieren, tot en met het intrekken van staatssteun voor een nieuw Nike-distributiecentrum in Arizona. Ook in linkse kringen krijgt Nike kritiek. “Dat is het lot van de marktleider”, antwoordde Phil Knight daar steevast op. Nike verkoopt rebellie in het noorden met producten gemaakt in het zuiden, waar naaisters – vaak zijn het vrouwen – in slechte werkomstandigheden schoenen en kledij assembleren. Nike greep in bij de eerste klachten en verdubbelde de salarissen tot ze ver boven het landelijk gemiddelde lagen.

De laatste jaren zijn de klachten minder geworden, maar plots kwam Nike vorig jaar in het oog van een andere storm terecht. #MeToo had de weg naar Beaverton, voorstad in de bossen rond Portland, Oregon, gevonden. Daar ligt de hypermoderne Nike-campus en
op die campus werden vrouwen in het verleden lastiggevallen en onheus bejegend of gediscrimineerd. Nog een andere discriminatie werd aangeklaagd door vrouwelijke atleten: in hun contract was een clausule opgenomen dat het Nike-sponsorcontract kon worden stopgezet bij zwangerschap. In The New York Times zei sprintster Allyson Felix dat Nike haar na haar zwagerschap 70 procent minder wilde betalen. CEO Mark Parker tackelde het probleem door een stel toplui de deur te wijzen en de zwangerschapsclausule te laten schrappen.

Dat werd gepercipieerd als een staaltje van doortastend leiderschap, het soort dat een bedrijf nodig heeft als het elk jaar een groei tussen 5 en 10 procent wil halen. Parker haalde zijn targets en bleef mede daardoor altijd buiten schot, tot vorige week.

Normaal was het incident gekoeld zonder blazen – ook omdat het een kleine sport betreft – maar ‘het geval Alberto Salazar’ en het Nike Oregon Project, opgezet om in het langeafstandslopen te scoren met een basiskamp op de Nike-terreinen, dreigt een zware dobber te worden.

Nike heeft geen traditie van een harde aanpak van betrapte atleten, zeker niet als er wat twijfel is rond de schuldvraag. Zo bleef het merk achter Maria Sjarapova staan, ook toen die werd geschorst voor zelf gemeld gebruik van meldonium, een product dat plots in de dopinglijst was opgenomen. Nike geloofde de Russin en bleef haar uitbetalen.

Dat, en ook de late beslissing van Nike om Armstrong te dumpen, heeft destijds kwaad bloed gezet bij de bazen van het Amerikaans dopingagentschap USADA. Toen die in hun vijfjarige onderzoek naar malversaties bij het Nike Oregon Project op mails stuitten van de trainer en de endocrinoloog naar de CEO van Nike, was hun aandacht gewekt.

Nog meer toen bleek dat die mails ook gingen over experimenten met testosterongel die Salazar had opgezet bij zijn zoons en L- carnitine bij een trainer-wetenschapper in hun groep.

Officieel zijn Nike en zijn CEO zich van geen kwaad bewust – “Salazar heeft niks intentioneels fout gedaan”. Hoewel de kans bestaat dat alles te goeder trouw gebeurde, blijft het onhandig van Parker om per mail in discussie te gaan over de minimale hoeveelheid van een verboden middel die nodig is om niet positief te zijn. Voor Nike is er geen vuiltje aan de lucht en de atleten uit de groep kregen vorig jaar al een mail dat er een batterij topadvocaten voorzien was bij problemen en dat de factuur voor Nike was. Slim, nog maar eens.

 

Nike rebels

Column de NBA en de Chinese Muur in De Morgen van zaterdag 12 oktober 2019

Chinese Muur

Van alle Amerikaanse profcompetities zijn de basketballeagues NBA (mannen) en WNBA (vrouwen) de meest libertijnse. Vrije meningsuiting, homohuwelijken (althans in de W-versie), Trump-bashing, Black Lives Matter… You name it, they do it. In het basketbal kan het allemaal, of alvast meer dan in andere Amerikaanse sporten. Maar niet altijd en vooral niet overal. Vrije meningsuiting heeft zijn geopolitieke grenzen, ook in de sport.

Vijftig jaar geleden al waren Bill Russell van de Celtics en Lew Alcindor van UCLA (later beter bekend als Kareem Abdul-Jabbar van de Lakers) bij de bekendste activisten voor gelijke rechten voor zwarten in en buiten de sport. Onder andere daardoor was basketbal tot halfweg de jaren 80 de minst populaire van alle Amerikaanse profsporten. Geen tien jaar later was het een geldmachine zonder concurrentie en dat is het gebleven tot vandaag.

De trigger destijds was de verschijning van de goddelijke Michael Jordan. Hij redde (samen met David Stern) de NBA van de ondergang en zette en passant ook Nike op de kaart als marktleider in de sportgoederenbusiness. De eerste expansiegolf van de NBA dateert van het begin van de jaren 90 toen Dream Team I neerdaalde in Barcelona en met de toenmalige heilige drievuldigheid van het basketbal (Michael Jordan, Magic Johnson en Larry Bird) olympisch goud won.

De NBA werd de eerste Amerikaanse competitie die buiten de landsgrenzen aandacht kreeg. First we take Europe, then the world, was hun devies. Al heel snel viel hun oog op China. Een slimmerik had namelijk uitgevlooid dat voor elke Amerikaan tien sportschoenen in omloop waren. Voor elke Chinees was dat 0,1 sportschoen, dus één paar per tien Chinezen of honderd keer minder. Shirts en andere merchandising: idem. Dat kon beter.

De Houston Rockets gingen in China de beste Chinees Yao Ming (2,29 meter) halen, met de steun van alle andere teameigenaars want wat goed was voor één team, was in de extreem herverdelende NBA goed voor alle teams. De Rockets hadden in 1995 hun historische rode shirt gewisseld voor toen moderne streepjes en keerden snel terug naar het rood, kwestie van de Chinezen extra op te vrijen. Rood en Yao Ming bleken een voltreffer. Elk jaar werd de groei van de NBA in China in dubbele cijfers geschreven.

De Engelse Premier League kan maar dromen van wekelijks 800 miljoen Chinezen die de competitie kijken op smartphone, digitale media of gewoon op tv. De deal met Tencent (internet) en CCTV (Chinese staats-tv) loopt in de miljoenen. Tencent zag in de laatste vier jaar zijn abonnees voor de NBA verdrievoudigen en CCTV tekende meteen voor dertig jaar.

En nu dreigt aan al dat moois een abrupt einde te komen. Door één luttel, vrijwel onmiddellijk verwijderd tweetje van ene Daryl Morey. “Fight for freedom, stand with Hong Kong”, had die geschreven. Tot zijn dollar/ yuan viel en ook die van de NBA, en de Rockets en de NBA over elkaar heen vielen in hun excuses richting China.

Toppunt van dat alles: die Morey is algemeen manager van de Houston Rockets, nota bene het ex-team van Ming en die is dan weer voorzitter van de China Basketbal Association en zag zich verplicht heftig te reageren tegen zijn Rockets. Het Chinese consulaat in Houston was woedend, Chinese bedrijven zegden hun partnership op. De anchor van CCTV kwam met een statement: we houden meer van het Chinese rood dan van het Rockets rood.

De snelle knieval van de NBA werd dan weer op felle kritiek onthaald door zowel de Republikeinen als de Democraten in de VS, waarop de grote NBA-baas Adam Silver moest kiezen: de Chinezen blijven zalven of zijn thuismarkt geruststellen dat hij niet had gecapituleerd voor China. Hij koos voor het laatste: “We zullen de vrije meningsuiting van onze mensen blijven verdedigen.” Voor de tweede keer reed de NBA zich te pletter tegen de Chinese Muur.

De timing voor deze rel kon niet slechter zijn. Niet alleen is er Donald Trump die de Chinezen pest met zijn invoerrechten, net deze week plande de NBA twee oefenwedstrijden in China. Niet met de Rockets, nog een geluk, maar met de Lakers en LeBron James en de Brooklyn Nets en Kyrie Irving. De eerste wedstrijd is donderdag netjes doorgegaan, maar de rechtstreekse uitzending, alle verwijzingen in de straten van Sjanghai, alle speciale festiviteiten, persconferenties en dergelijke meer werden door de autoriteiten afgelast. Spelen, bek houden en opkrassen. Vandaag staat de tweede wedstrijd op het programma. Morgen zal het NBA-circus ervanonder muizen in de hoop dat tegen de start van het seizoen begin november de gemoederen zijn bedaard, thuis, in Hongkong en in Peking.

 

Chinese Muur

Verhaal over Emma Meesseman in De Morgen van dinsdag 8 oktober 2019

Belgische topper ‘met ijs in de aderen’

Vannacht kan een Belgische voor de tweede keer de titel in het Amerikaanse basketbal winnen. Emma Meesseman uit de Westhoek is pas 26 en nu al een van de toppers in de meest mondiale vrouwenploegsport.

‘Playoff Emma is having some fun’, titelde de huiskrant The Washington Post na de halve finales. Daarin speelde Emma Meesseman uit Ieper haast in haar eentje de Las Vegas Aces naar huis. De beelden gingen de wereld rond en na haar dertiger in wedstrijd twee van die halve finale kwamen de tweets uit onverdachte hoek. Kyle Kuzma van de LA Lakers postte, inclusief de schrijffout: ‘Messeman is cash flames.’ Waarop zijn ploegmaat LeBron James replyde: ‘FACTS!!!!!’ en vijf vlammetjes.

De Women’s National Basketball Association (WNBA) mag dan financieel het ondergeschoven kindje van de Amerikaanse profsport zijn – met één salaris van LeBron (32 miljoen euro) kunnen alle WNBA-speelsters drie keer worden betaald en dan hebben ze nog zakgeld over – rise to the occasion weten Amerikanen te waarderen.

Emma Meesseman is op een punt aanbeland waar haar illustere voorgangster Ann Wauters is afgehaakt. Na acht seizoenen in de WNBA en een paar keer heel dicht langs de kampioenschapsring te zijn gepasseerd, kon de toen 36-jarige Wauters met de Los Angeles Sparks eindelijk de titel pakken, na Frankrijk, Rusland, Zuid-Korea en Spanje het vijfde land waarvan ze kampioen werd. Ze speelde door slijtage in haar laatste Amerikaanse seizoen minder dan ooit, maar leverde een niet-onbelangrijke bijdrage op cruciale momenten. Voor Meesseman zou het na Frankrijk (Villeneuve d’Ascq) en Rusland (Jekaterinenburg) de derde competitie zijn waarin ze schittert.

Wauters en Meesseman zijn alleen in lengte te vergelijken. Wauters is 1,95 meter, Meesseman is 1,92 meter. Wauters kende haar gloriejaren als center, onder de borden waar slagen en ellebogen worden uitgedeeld, Meesseman blijft het liefst uit de duels weg. Wauters is handig aan de bal, Meesseman is nóg handiger. Wauters gooide heel af en toe een driepunter, Meesseman scoort deze play-offs de threes tegen meer dan 40 procent. Wauters kreeg nooit de erkenning die ze verdiende, wordt Meesseman de Sportvrouw van 2019?

Ze lijkt daardoor meer en meer op de vrouwelijke versie van Dirk Nowitzki. De levende legende van de Dallas Mavericks is ook zo’n Europeaan op wie niemand een etiket kon plakken. Lang en toch geen center, een shooter die zowel met het gezicht naar de ring als fadeaway (jumpshot terwijl je achteruit springt) kon scoren en de balbehandeling van een spelverdeler.

Schitterend hoe Meesseman zondag eerst met drives scoorde en toen de boulevards werden gedicht haar boomlange verdedigster naar de driepuntlijn meenam. Daar zette ze een actie op (pick and pop voor de kenners), waarna ze vrij kwam en de ene na de andere driepunter zoefde door het net. Die derde finalewedstrijd waarin moest gewonnen worden in Connecticut jaste ze in het vierde kwart dertien punten binnen. Haar ploegmaat Elena Delle Donne zei het eerder al deze play-offs: “Meesseman heeft ijs in haar aderen.”

Haar coach bij de Belgische nationale ploeg, de Belgian Cats, is Philip Mestdagh. Hij coachte haar ook in haar jonge jaren, tot ze als jonge Europese speelster van het jaar werd gekozen en een lucratief Russisch contract tekende. “Ik schrik er niet van dat ze zo’n allesbepalende rol speelt in de zwaarste competitie ter wereld. Ze speelt met vertrouwen en coach Mike Thibault (ooit assistent bij de Bulls toen Michael Jordan daar belandde, HVDW) speelt haar uit op haar beste positie. Meesseman houdt er niet van om het gevecht aan te gaan met de boomlange en harde centers. Laat haar maar naar openingen zoeken. De Mystics zijn het ideale team voor haar.”

Wie Meesseman in de WNBA onverstoord aan het werk ziet, kan niet anders dan vergelijken met de nationale ploeg op het Europees kampioenschap van juli. Daar verloren de Belgian Cats in overtime met vier punten hun kwartfinale tegen Frankrijk. Op het EK scoorde Meesseman ook net geen twintig punten per wedstrijd, maar in die kwartfinale leek het alsof ze aan banden werd gelegd door soms een drievoudige verdediging, waarna ze de vrije speelster niet kon vinden.

Haar bondscoach springt in de bres: “Je mag de Cats niet vergelijken met de Mystics, met allemaal speelsters aan wie ze de bal kwijt kan. Bij ons was alleen Kim Mestdagh goed bij shot dat EK.” De statistieken geven Mestdagh gelijk. In die kwartfinale scoorde ze ook 24 punten.

Nog maar 26 en al aan haar zesde seizoen toe bij de Mystics, die haar in 2013 uitkozen als negentiende, in de tweede (kneusjes)ronde. In het tempo waarmee ze zich nu onmisbaar maakt, zou ze de meest ervaren Europese speelster ooit kunnen worden in de VS. Alleen is year round basketball, zoals de Amerikanen dat noemen, zwaar, erg zwaar. In 2018 bleef ze al eens weg uit de VS na jaren een viervoudig programma te hebben gedraaid: de nationale competitie in Rusland, de EuroLeague, tussendoor of erna de Belgian Cats en in de zomer nog eens de WNBA. Geen enkele ploeg die haar wil missen.

Mestdagh: “Een haantje de voorste wordt ze nooit. Ze leidt een team door haar prestaties en staat nog maar aan het begin van haar evolutie.”

Begin november komen de Belgian Cats weer samen voor EK-kwalificatiewedstrijden en in februari nemen ze deel aan het olympisch kwalificatietoernooi.

 

Emma Meesseman