Column over WK veldrijden in De Morgen van zaterdag 30 januari 2021

België-Nederland

Het zand zal beslissen. Ik weet wat het is om in het zand te rijden. Correcter: ik weet wat het is om níét in het zand te kúnnen rijden. Trap ik te klein, te groot, leg ik mijn gewicht te veel naar achteren of toch weer naar voren, of rij ik gewoon te traag? Het zal van alles wel wat zijn.

Zandrijden is techniek, dat geldt zowel voor de fietser als voor het materiaal. Is die 1,2 bar in mijn banden te weinig? Of nog te veel? Minder vertrouw ik niet, met mijn gewicht. En ik rij dan nog op mountainbikebanden van 2,75 inch, dat is bijna 7 centimeter breed. Met een te grof profiel, ook dat nog.

Donderdag zag ik op Twitter twee filmpjes passeren. Eén kwam van de Real Federación Española de Ciclismo: ‘Meer beelden van de spectaculaire training van de leden van de Spaanse selectie voor de Mundial de Ostend21.’ Je ziet rood-gele mannetjes langs palmbomen rijden op een strand waarin een spoor is getrokken. Correctie: de eerste rijdt, zou dat Felipe Orts zijn? De tweede gaat al wat minder hard en de derde zou ik kunnen zijn. Hij moet al na een paar meter van de fiets als hij uit het brede spoor sukkelt.

Dan het tweede filmpje, gepost door Alpecin-Fenix: de oranje broers Van der Poel die het zand van Oostende testen, komend van de Koninklijke Gaanderijen. Mathieu rijdt er als een speer doorheen, David doet het wat rustiger aan.

Het is vrijdagochtend, dit stukje moet binnen en ik heb nog geen Van Aert-filmpje gezien.

Goh, wat wordt het spannend. Collega Thijs Zonneveld had gelijk toen hij het WK veldrijden maandag in De tribune als het leukste uurtje van de hele winter betitelde. Er sneuvelen kijkcijferrecords, ga daar maar van uit. Publiek is niet toegelaten en maar goed ook, want dit is een ouderwetse België-Nederland om de wereldtitel, in België. De laatste keer, in Zolder in 2016, werd het randje naar. Mathieu van der Poel werd uitgejouwd en haalde niet eens het podium. Hij is dat niet vergeten.

De laatste keer België-Nederland in het zand voor de wereldtitel was in Koksijde. Paul Herygers haalde Richard Groenendaal in, tikte hem even op de schouder en kwam later solo over de streep. Het verschil tussen toen en nu is immens. In 1994 waren veldrijders nog gebuisde wegrenners die hun boterham uit de modder moesten halen. Vandaag zijn ze cycling’s finest crop zoals een internationale wielersite Van der Poel en Van Aert laatst omschreef. Voor het eerst kijkt de hele wielerwereld mee naar wat morgen in Oostende in de op één na kleinste wielerdiscipline te gebeuren staat.

De stand in gewonnen WK’s vóór dit duel-aan-zee is 3-3. Bart Wellens en Sven Nys geven Wout van Aert als favoriet. Ze verwijzen naar zijn grote motor en zijn onverzettelijkheid als het gaat om lange tijd hoge vermogens te trappen. Dat vermogen van Van Aert is ongetwijfeld fenomenaal, maar ik heb ook al waarden van Van der Poel gezien die flirten met de wetenschappelijke grenzen.

In een uur een hoog vermogen leveren, zullen ze elkaar niet veel ontlopen. Maar vergelijkingen met de ploetercross van Dendermonde, waar continu hoge vermogens vereist waren, zijn naast de kwestie. Het zwaarste stuk in Oostende is het stuk vanaf het strand bergop. Dat gaat tegen 10 per uur door stroef zand en dan komt die brug van 55 meter aan 21 procent. Dat ploeterstuk is in totaal 150 meter lang. Daar rijden ze minimaal 2 (7,2 km/u) tot 3 meter (10,8 km/u) per seconde. Resultaat: tussen 50 en 75 seconden stoempen. Het andere zware stuk, van het harde zand van de waterrand naar de dijk, zal minder dan een halve minuut duren. Oostende wordt een intervalcross. Dat vereist ook vermogen, maar anders.

De banden? Met 33 millimeter zal ik er niet ver af zijn. En de druk? Insiders denken tussen 1,05 en 1,2 bar. Het profiel hangt dan weer af van de techniciteit van de chauffeur en van het weer en van de staat van het parcours. Nogmaals, het zand zal beslissen. Het losse zand van de duinen van Koksijde is niet het zand van het strand van Oostende, waar sporen makkelijker blijven liggen, maar dat tegelijk stroever loopt omdat het natter is. Met andere woorden: de winnaar is hij die met het meest gunstige zandprofiel kan/durft rijden, onderweg de minste energie verbruikt én recht kan blijven op het vettige stuk in de hippodroom.

Ik sprak onze bondscoach Sven Vanthourenhout voor dit WK (zie Zeno) en hij praat rechtuit: inzake crosstechniek is Van der Poel superieur, waardoor hij op beslissende momenten net iets frisser is. Lukt het hem niet om snel weg te rijden van Van Aert, dan krijgt die het mentale overwicht. Gelukkig is de aankomstzone breed en lang genoeg om er een Ronde van Vlaanderen-sprint van te maken, deze keer op sintels.

Het kamp-Van der Poel is alvast redelijk gerust: “De kansen? Tachtig-twintig, voor Mathieu.”