Column Gunfactor in De Morgen van maandag 4 mei 2026

Gunfactor

Deze column is om druktechnische redenen ingeleverd nog voor op Anderlecht de aftrap is gegeven van de klassieker tegen Club Brugge. Die uitslag doet er evenwel niet toe, of maar een heel klein beetje. Na vandaag zijn nog twaalf punten te verdienen en op speeldag acht staan de enige twee titelpretendenten nog eens tegenover elkaar.

Heeft Club gisteren gewonnen bij Anderlecht, dan staat het voor het eerst sinds lang aan de leiding na een volledig afgewerkte speeldag. Gelijk betekent de kloof op Union verminderen tot een punt en verliezen betekent even goed/slecht doen als de grote concurrent zaterdagavond.

Union verloor zaterdag bij Sint-Truiden met 2-1 na een terechte rode kaart voor Kevin Mac Allister en een terechte strafschop in de blessuretijd. Volgens Union, waar sarcasme zich meester heeft gemaakt van de kleedkamer, in de extra time van de extra time.

Opvallend hoe Christian Burgess na de wedstrijd uit de hoek kwam. De Brit meet zichzelf een aura van halve intellectueel en voetbalfilosoof aan, maar als puntje bij paaltje komt is hij een even slechte verliezer als alle anderen. Hoe Burgess de scheidsrechterij op de korrel nam, dat verdient minstens een nabeurt bij een of andere commissie.

“Wie weet wat er allemaal achter de schermen gebeurt, onze spelers met twee gele kaarten lijken allemaal geel te krijgen”, was een onverholen verwijzing naar een complot dat er zou voor moeten zorgen dat Union Saint-Gilloise niet voor de tweede keer op rij kampioen wordt.

Dat rood van Mac Allister was gewoon terecht. Het was geen aanslag, maar het blijft een extreem onsportieve daad (een soort judogreep zonder handen) op een speler die als hij kan doorgaan een open doelkans aan de voet heeft. Spelbederf in het kwadraat dat een doelkans verhindert: geen discussie mogelijk.

Als ze bij Union vinden dat ze worden benadeeld, dwalen ze. Union is volgens de statistieken niet de ‘vuilste’ ploeg in de Jupiler Pro League, dat klopt. Dat is OH Leuven. Maar vuil kun je hier evengoed kwalificeren als onhandig. Union is dan weer extreem handig in het randje foutief/niet-foutief afblokken van een aanval van de tegenstander zonder daarvoor een gele kaart te krijgen.

Neem nu die rode kaart van Mac Allister. Ergens stond een poll met de vraag ‘de Argentijn steekt zijn poep uit, is dit een rode kaart?’. Euh ja, want of het nu de poep dan wel de arm of de voet is, dat maakt niet uit. Als de refs rond dat min of meer subtiele spelbederf van Union nieuwe richtlijnen hebben gekregen voor de Champions’ play-offs, goed zo.

De situatie is dezelfde van die van vorig jaar en die van het jaar daarvoor en die van het seizoen 2021-’22. Het is Club Brugge tegen Union en de gunfactor ligt sinds juni 2022 bij de sympathieke club uit Brussel. Wat een club nu precies sympathiek maakt en een andere club niet, dat is voor discussie vatbaar.

Club Brugge heeft alvast twee nadelen. Het is behalve bij de fanatieke achterban die het bruto persoonlijk en familiaal geluk laat bepalen door de resultaten van FCB de meest gehate club voor fans van andere clubs. Tweede nadeel, dat het eerste versterkt: voorzitter Bart Verhaeghe is de – wederom bij andere clubs – meest uitgespuwde clubbestuurder.

Union heeft dat probleem niet. Zijn fans gedragen zich keurig, zingen alleen voor de eigen ploeg. Zijn bestuur probeert bewust onder de radar te blijven en stelt zich ook nooit horkerig en betweterig op.

Het beeld van het sympathieke Union en het antipathieke Club die elkaar voor de vierde keer in vijf jaar treffen in de strijd om de titel is een opgeklopte voorstelling van zaken. Puur sportief is Club dan weer de beter voetballende ploeg met altijd en overal een gezonde drang naar voren. Union durft al iets vaker naar resultaatvoetbal te grijpen.

Economisch geldt Club als de best geleide club van het land, al moet Union nauwelijks onderdoen. Union zoekt zijn gading in de goedkope supermarkt en verkoopt bij de minste meerwaarde. Club denkt dat het de goedkope supermarkt is ontgroeid en zoekt het in het hogere segment.

Beide clubs hebben hetzelfde USP, typisch voor het Belgische voetbal: spelers halen en doorverkopen met een meerwaarde. Resultaat: 232 miljoen euro marktwaarde voor de kern (28) van Club onder wie 16 buitenlanders, tegenover 122,5 miljoen euro voor Union dat 18 buitenlanders telt op 27 kernspelers.

Beider transferbalansen van het voorbije jaar zijn gelijk: plus 49 miljoen euro voor Club en plus 48,5 miljoen euro voor Union. Als Club Brugge voor de derde keer in vier jaar geen kampioen wordt, is dat een sportieve én een economische blamage.

Column Het is… de technologie in De Morgen van zaterdag 2 mei 2026

Het is de technologie

In 1990 kwam een iconische reclamespot uit. Spike Lee – in zijn rol als het typetje Mars Blackmon – die aan Michael Jordan vraagt waarom hij de beste basketbalspeler van het universum is. Zijn het de schoenen, de sokken, de baggy broeken, je haarsnit misschien? Jordan antwoordt op alles ‘neen’. Spike Lee, die een paar schoenen in zijn handen heeft – de Air Jordan V – schreeuwt het uit: “Man, it’s gotta be the shoes!”

Waarop Jordan zegt ‘No Mars’ en een tekstje verschijnt: de mening van de heer Jordan weerspiegelt niet die van Nike. Jordan had gelijk. Ook op Crocs – als die hadden bestaan – zou hij de beste speler aller tijden zijn geworden. De marathonlopers hebben ook gelijk. Niet alle vooruitgang van de laatste jaren ligt aan de schoen, maar toch heel wat. Laten we afkloppen op minstens de helft.

Om bij Nike te blijven, nog een anekdote uit die tijd. Toen Nike in de tweede helft van de jaren tachtig Reebok als wereldwijde nummer één had voorbijgestoken, en zich het aura van het meest innovatieve bedrijf aanmat, kwam het met een gedurfd statement: de meest geavanceerde technologie bij onze concurrenten is hun fotokopiemachine.

Dat grapje maken ze niet meer. Nike werd afgelopen zondag een neus gezet door Adidas, dat plots twee mannen onder de twee uur een marathon zag afhaspelen en een vrouw in 2:15:41. Twee keer een wereldrecord.

Als u denkt dat vrouwen al ooit sneller hebben gelopen op de marathon, dan heeft u ook gelijk. Die 2:15 is een women-only-wereldrecord. In 2024 liep de Keniaanse Ruth Chepng’etich (later op doping betrapt) in Chicago naar een eindtijd van 2:09:56 in een zogeheten mixed-sex-race, lange tijd door mannen gehaasd. In Londen was geen sprake van hazen.

Terug naar de schoenen. Precies tien jaar geleden kwam Nike in Rio op de Olympische Spelen met prototypes aandraven die in 2017 voor het brede publiek te koop waren: de Nike Vaporfly 4%. Die 4 procent sloeg op de winst in loopefficiëntie. De eigenlijke tijdswinst lag meer in de buurt van de 2 procent, een revolutie op zich.

In 2019 kwam Nike met de Nike Air Zoom Alphafly NEXT%, de schoen waarmee Eliud Kipchoge – gehaasd en gegangmaakt – voor het eerst 42,195 kilometer onder de twee uur volbracht. Het record werd niet erkend, maar zorgde voor paniek bij de andere schoenmerken.

Uiteindelijk werd die stoute taal van Nike van eind jaren tachtig wel een stukje bewaarheid: de concurrentie sneed meerdere paren Vaporfly’s en Alphafly’s aan stukken om te zien wat die schuimzool en vooral wat die carbonplaat in die zool juist inhield.

Sinds de Spelen van Tokio (2021) hebben alle merken hun eigen superschoen ontwikkeld en die lijkt verdacht veel op die schoen die Nike in elkaar geknutseld had, maar waar ze niet meer verder aan ontwikkelden. Adidas deed dat wel en kwam in Londen met een schoen die de bevallige naam Adizero Adios Pro Evo 3 kreeg. De naam is minder belangrijk dan het gewicht: 97 gram, 30 procent lichter dan zijn voorganger.

De lopers – ook die twee Belgen van ons – minimaliseren graag het belang van de schoenen, maar dat is niet eerlijk. De evolutie van de marathontijden strookt niet met wat je zou moeten zien: er is geen sprake van een afplattende curve, synoniem voor records die met steeds minder marge worden verbeterd. In de marathon gaat die curve de laatste jaren weer steiler.

Bovendien zie je geen marathontoppers meer die als halve kreupelen de finish halen en dagen niet meer kunnen stappen. Het is geen toeval dat dit alles samenvalt met de komst van de superschoenen.

Curves die niet het normale patroon vertonen kunnen het resultaat zijn van één buitenbeentje (Usain Bolt op de sprint), maar er spelen externe factoren als de hele wereldtop plots minuten sneller begint te lopen en records verbetert. Twintig jaar geleden hadden we spontaan gedacht aan doping. Vandaag is het de technologie.

Er is een opvallende parallel met wielrennen. Ook daar is de technologie – de fietsen – verantwoordelijk voor de hogere snelheden. Maar ook daar spelen nog andere factoren. Beide sporten profiteren van de nieuwe inzichten in koolhydraatinname tijdens wedstrijden waardoor de atleten langer hard blijven rijden en lopen.

Voeg daar nog eens de verbeterde trainingen aan toe die voor een breder en competitiever topsegment hebben gezorgd en je hebt de perfecte storm. Ten slotte – voor de non-believers – in tegenstelling tot eerdere tijdperken doen er geen geruchten de ronde over welk dopingproduct dan ook. Disclaimer: met Kenianen zijn we door hun status als grootste dopingland ter wereld verplicht een slag om de arm te houden.

Column Het nieuwe godenkind in De Morgen van maandag 27 april 2026

Het Nieuwe Godenkind

Als de voetbalwedstrijden op zondag voortaan uit het vaarwater willen blijven van de grote klassiekers, trappen ze best om 12 uur af. Gisteren was AA Gent-Club Brugge nog niet afgelopen en Luik-Bastenaken-Luik was al beslist.

De wedstrijd leverde een nieuw snelheidsrecord op, nog maar eens. Deze keer lag het niet aan de winnaar, maar aan zijn grote uitdager Remco Evenepoel die zo nodig 150 kilometer op kop moest gaan rijden, waardoor de wedstrijd geen moment van kruissnelheid kende.

Tadej Pogacar moest in het slot zijn tenen uitkuisen – althans naar zijn normen – om af te geraken van zijn metgezel, die met hem La Redoute naar boven was gestormd. Die heette niet meer Remco Evenepoel, maar Paul Seixas.

Het godenkind van negentien uit Lyon is voortaan de tweede beste renner van de wereld in de heuvelklassiekers en een geschenk uit de wielerhemel. Hij kon de Sloveense veelvraat – vijf koersen gereden en vier gewonnen – volgen tot kilometer veertien van de eindstreep, dat is al vier kilometer verder dan Mathieu van der Poel in de Ronde van Vlaanderen drie weken geleden.

De tweede plek van Seixas was uitermate verdiend, maar laat die euforie nog even achterwege. In het verlengde: of het zo’n goed idee is om hem nu al meteen naar de Tour mee te nemen, daar denken ze bij Decathlon-CMA CGM best ook nog eens over na.

Remco Evenepoel zelf zal inmiddels beseffen dat hij zijn handjes mag kussen dat hij al twee keer Luik-Bastenaken-Luik heeft kunnen winnen, nadat Tadej Pogacar in 2022 was gevallen en in 2023 rouwend thuisbleef. Zolang Seixas en Pogacar op dat niveau blijven presteren, zal hij de beste zijn van de rest.

Maar is dat onttroonde godenkind van Schepdaal nu een domme renner? Of een ADHD’er op twee wielen? Heeft hij niemand met hersenen in die ploegauto zitten? Of is het een combinatie van dat alles en zat er niet meer in? Iemand moet hem in de nabespreking toch eens voor de voeten gooien dat het niet erg slim is om van in het begin weg te rijden met een grote groep en regelrecht dom om geregeld kopbeurten voor zijn rekening te nemen.

Luik-Bastenaken-Luik is in de eerste plaats een oefening in energie aanwenden op het juiste moment en de juiste helling. Het is ook een oefening in de juiste beslissingen nemen en geloven in wat je doet. Misschien moeten ze naast de ploegleider in die auto van Red Bull-Bora-Hansgrohe een sportpsycholoog zetten.

Die zou hem via het oortje citaten kunnen voorlezen uit Endure, het uitstekende boek van Alex Hutchinson. Dat heeft als ondertitel: geest, lichaam en de vreemde elastische limieten van het menselijke presteren. Dat moeten ze Evenepoel toch eens inprenten: als je denkt dat het op is, dan zit dat tussen je oren, en dan is het nog niet echt op. Het lichaam kan meer aan dan de geest je wil laten geloven.

Hoe hij zich weer op La Redoute liet wegzetten van bij het begin, meteen een gat liet en zich zonder enig weerwerk naar de slachtbank liet leiden, dat was vintage Remco Evenepoel. Ook hoe hij daarna de achtervolgende groep op sleeptouw nam en het gat op Mattias Skjelmose dichtreed. Door ena de sprint voor de derde plek te winnen, leverde hij het bewijs van de theorie die in Endure uit de doeken wordt gedaan.

Een autoriteit uit het peloton, iemand met kennis van zaken die al veertig jaar tussen de renners leeft, heeft een andere uitleg over Remco Evenepoel en hoe die steeds snel moet lossen als anderen hem de indruk geven beter bergop te rijden.

Hij had dat vaker gezien, jonge renners die binnenkwamen met de grote trom als klimmers, waarna hun intrinsieke klimcapaciteiten gaandeweg begonnen af te botten als gevolg van de training die van hen completere renners moet maken. Misschien is dat ook Evenepoel de laatste jaren overkomen en was de 22-jarige Evenepoel van zijn eerste Luik-Bastenaken-Luik wie weet wel in staat geweest om Pogacar te volgen.

Misschien is dat ook wat Paul Seixas straks zal overkomen: een completere renner worden, maar een minder scherpe klimmer. In zijn verbetertraject gericht op winst in de Tour de France – een verplicht nummer voor een Fransman – zal Seixas anders en meer moeten gaan trainen. Dat hij als 19-jarige nog veel groeimarge heeft, is een al te makkelijke veronderstelling. In moderne trainingstijden waarbij junioren trainen als profs mag je daar niet meer automatisch van uitgaan.

Conclusie na dit bijzonder mooie wielervoorjaar: voorlopig kent het wielrennen één echte alien, Tadej Pogacar superstar, en studeert een nieuw godenkind voor ruimtemannetje, en dat is Paul Seixas. Remco Evenepoel is terug op aarde.

Column Cultureel erfgoed in De Morgen van zaterdag 25 april 2026

Cultureel erfgoed

De Vlaamse kermiskoersen willen erkend worden als Vlaams immaterieel cultureel erfgoed. Dat raakte deze week bekend, met dank aan de VRT en Sporza-commentator Renaat Schotte die zich voor die kar liet spannen.

Het is voor discussie vatbaar of het de taak moet zijn van een journalist om iets te promoten. Als anderzijds het alternatief om op te vallen erin bestaat elke week met je gezicht (en een ander lief) op de cover van Dag Allemaal te staan, is de keuze snel gemaakt.

Er zijn nog negentien kermiskoersen in Vlaanderen, zo viel te lezen. Tiens, is niet elke koers in Vlaanderen een kermiskoers? Van Heusdenkoers (dit jaar op 11 augustus en ook bekend als het WK der kermiskoersen) tot en met de Ronde van Vlaanderen rijden ze allemaal plaatselijke rondjes langs biertenten, worstenkramen, desgevallend vipgalerijen.

Ook de nieuwelingen-, junioren- of beloftekoersen tot en met de koersjes van de zogeheten nevenbonden en de parochianenkoersen, steeds draait het om rondjes… draaien. Bocht, optrekken, bocht, optrekken, bocht optrekken, maal honderd, tot je er gek van wordt (of crasht).

Wie er ook gek van wordt is de niet zo koersminded Vlaming, die het ongeluk heeft dat het stenciltje ter waarschuwing van de tijdelijke overlast in de brievenbus verloren is gegaan, waardoor die onverhoeds tot de vaststelling komt dat het vandaag geen optie is om met de volle kar groen even tot bij het containerpark te geraken. Want het is koers, vijf categorieën, te beginnen vanaf elf en eindigend om vijf uur. Om u maar te zeggen: erfgoed kan soms op de zenuwen werken.

En toch, koers ís erfgoed. Ik zal wel niet de primeur hebben op die terminologie in verband met wielrennen, maar ik heb destijds als directeur van Wielerbond Vlaanderen (vandaag Cycling Vlaanderen) gepleit voor een erfgoedstatuut voor alvast een deeltje van het Vlaamse wielerlandschap.

Meer in het bijzonder om de staatssteun voor het toenmalige Topsport Vlaanderen-Baloise-team veilig te stellen. Ik heb toen (2013) letterlijk aan ieder die het wilde horen bij het team, Bloso (nu Sport Vlaanderen) en het ministerie uitgelegd dat Topsport Vlaanderen-Baloise geen topsportproject was zoals de overheid topsport definieerde in de topsportactieplannen maar een tewerkstellingsproject. En als ze die subsidie (voor salarissen en werkingskosten) toch niet in het gedrang wilden laten komen, ze maar beter werk konden maken van een erkenning als erfgoed.

Ik heb zelfs de piste aangegeven: ga pleiten bij de N-VA-politicus en toevallige buur van de baas van dat team, die zal daar oren naar hebben. Is nooit iets mee gedaan en en zie: aan het eind van dit jaar stopt de subsidiestroom naar (inmiddels) Sport Vlaanderen-Baloise.

De erkenning als erfgoed zal de kermiskoersen niet vooruit helpen, althans niet financieel. Dat soort volksvermaak valt niet te redden, net als kermissen zelf, rondtrekkende circussen met aftandse dieren en chaussées d’amour. Heimwee mag, maar serieus blijven. Het is niet omdat elk dorp vroeger een kermiskoers had dat je dit fenomeen terug tot leven moet wekken.

De erkenning van de kermiskoers als erfgoed zou de status van wielrennen als Vlaamse passie nog maar eens bevestigen. Hoe wenselijk dat is, het is ook een discussie waard. Wieleraficionado’s – op kop de journalisten die er hun status aan ontlenen – zullen nu steigeren, maar onze regionale fixatie op alles en iedereen die in lycra op twee wielen rijdt spoort niet met een gezonde, brede visie op wat topsport in een rijke regio als Vlaanderen zou moeten zijn.

Fixatie op één sport is iets van arme landen, Kenia en lopen bijvoorbeeld. In Vlaanderen wordt topsport herleid tot alles wat koers is, voetbal als de Rode Duivels het goed doen en vervolgens de occasionele uitschieters in andere sporten. Onze Vlaamse afgod heet Wout van Aert. Niet Remco Evenepoel, die veel meer heeft gewonnen (dat is een aparte column waard), en al helemaal niet Bart Swings, olympisch goud en zilver in een veel mondialere sport. Check voor dat laatste de uitslagen.

Een mooi voorbeeld van die fixatie op dat duopolie wielrennen-voetbal en onze enge kijk op topsport wordt belichaamd door schaatser Sandrine Tas. Die werd vierde op de recente Winterspelen op de 5.000 meter, tienden verwijderd van goud. Ze is 30 en kan nog twee Olympische Spelen mee.

Een echt topsportlandschap zou een niet te weigeren traject uittekenen om voor medailles te gaan in de olympische sport waarin ze de beste resultaten kan voorleggen. Neen dus, Tas is geswitcht naar wielrennen. Heel erg benieuwd of ze verder geraakt dan gelletjes en bidons ophalen voor de kopvrouw.