Column Cultureel erfgoed in De Morgen van zaterdag 25 april 2026

Cultureel erfgoed

De Vlaamse kermiskoersen willen erkend worden als Vlaams immaterieel cultureel erfgoed. Dat raakte deze week bekend, met dank aan de VRT en Sporza-commentator Renaat Schotte die zich voor die kar liet spannen.

Het is voor discussie vatbaar of het de taak moet zijn van een journalist om iets te promoten. Als anderzijds het alternatief om op te vallen erin bestaat elke week met je gezicht (en een ander lief) op de cover van Dag Allemaal te staan, is de keuze snel gemaakt.

Er zijn nog negentien kermiskoersen in Vlaanderen, zo viel te lezen. Tiens, is niet elke koers in Vlaanderen een kermiskoers? Van Heusdenkoers (dit jaar op 11 augustus en ook bekend als het WK der kermiskoersen) tot en met de Ronde van Vlaanderen rijden ze allemaal plaatselijke rondjes langs biertenten, worstenkramen, desgevallend vipgalerijen.

Ook de nieuwelingen-, junioren- of beloftekoersen tot en met de koersjes van de zogeheten nevenbonden en de parochianenkoersen, steeds draait het om rondjes… draaien. Bocht, optrekken, bocht, optrekken, bocht optrekken, maal honderd, tot je er gek van wordt (of crasht).

Wie er ook gek van wordt is de niet zo koersminded Vlaming, die het ongeluk heeft dat het stenciltje ter waarschuwing van de tijdelijke overlast in de brievenbus verloren is gegaan, waardoor die onverhoeds tot de vaststelling komt dat het vandaag geen optie is om met de volle kar groen even tot bij het containerpark te geraken. Want het is koers, vijf categorieën, te beginnen vanaf elf en eindigend om vijf uur. Om u maar te zeggen: erfgoed kan soms op de zenuwen werken.

En toch, koers ís erfgoed. Ik zal wel niet de primeur hebben op die terminologie in verband met wielrennen, maar ik heb destijds als directeur van Wielerbond Vlaanderen (vandaag Cycling Vlaanderen) gepleit voor een erfgoedstatuut voor alvast een deeltje van het Vlaamse wielerlandschap.

Meer in het bijzonder om de staatssteun voor het toenmalige Topsport Vlaanderen-Baloise-team veilig te stellen. Ik heb toen (2013) letterlijk aan ieder die het wilde horen bij het team, Bloso (nu Sport Vlaanderen) en het ministerie uitgelegd dat Topsport Vlaanderen-Baloise geen topsportproject was zoals de overheid topsport definieerde in de topsportactieplannen maar een tewerkstellingsproject. En als ze die subsidie (voor salarissen en werkingskosten) toch niet in het gedrang wilden laten komen, ze maar beter werk konden maken van een erkenning als erfgoed.

Ik heb zelfs de piste aangegeven: ga pleiten bij de N-VA-politicus en toevallige buur van de baas van dat team, die zal daar oren naar hebben. Is nooit iets mee gedaan en en zie: aan het eind van dit jaar stopt de subsidiestroom naar (inmiddels) Sport Vlaanderen-Baloise.

De erkenning als erfgoed zal de kermiskoersen niet vooruit helpen, althans niet financieel. Dat soort volksvermaak valt niet te redden, net als kermissen zelf, rondtrekkende circussen met aftandse dieren en chaussées d’amour. Heimwee mag, maar serieus blijven. Het is niet omdat elk dorp vroeger een kermiskoers had dat je dit fenomeen terug tot leven moet wekken.

De erkenning van de kermiskoers als erfgoed zou de status van wielrennen als Vlaamse passie nog maar eens bevestigen. Hoe wenselijk dat is, het is ook een discussie waard. Wieleraficionado’s – op kop de journalisten die er hun status aan ontlenen – zullen nu steigeren, maar onze regionale fixatie op alles en iedereen die in lycra op twee wielen rijdt spoort niet met een gezonde, brede visie op wat topsport in een rijke regio als Vlaanderen zou moeten zijn.

Fixatie op één sport is iets van arme landen, Kenia en lopen bijvoorbeeld. In Vlaanderen wordt topsport herleid tot alles wat koers is, voetbal als de Rode Duivels het goed doen en vervolgens de occasionele uitschieters in andere sporten. Onze Vlaamse afgod heet Wout van Aert. Niet Remco Evenepoel, die veel meer heeft gewonnen (dat is een aparte column waard), en al helemaal niet Bart Swings, olympisch goud en zilver in een veel mondialere sport. Check voor dat laatste de uitslagen.

Een mooi voorbeeld van die fixatie op dat duopolie wielrennen-voetbal en onze enge kijk op topsport wordt belichaamd door schaatser Sandrine Tas. Die werd vierde op de recente Winterspelen op de 5.000 meter, tienden verwijderd van goud. Ze is 30 en kan nog twee Olympische Spelen mee.

Een echt topsportlandschap zou een niet te weigeren traject uittekenen om voor medailles te gaan in de olympische sport waarin ze de beste resultaten kan voorleggen. Neen dus, Tas is geswitcht naar wielrennen. Heel erg benieuwd of ze verder geraakt dan gelletjes en bidons ophalen voor de kopvrouw.