
Het Nieuwe Godenkind
Als de voetbalwedstrijden op zondag voortaan uit het vaarwater willen blijven van de grote klassiekers, trappen ze best om 12 uur af. Gisteren was AA Gent-Club Brugge nog niet afgelopen en Luik-Bastenaken-Luik was al beslist.
De wedstrijd leverde een nieuw snelheidsrecord op, nog maar eens. Deze keer lag het niet aan de winnaar, maar aan zijn grote uitdager Remco Evenepoel die zo nodig 150 kilometer op kop moest gaan rijden, waardoor de wedstrijd geen moment van kruissnelheid kende.
Tadej Pogacar moest in het slot zijn tenen uitkuisen – althans naar zijn normen – om af te geraken van zijn metgezel, die met hem La Redoute naar boven was gestormd. Die heette niet meer Remco Evenepoel, maar Paul Seixas.
Het godenkind van negentien uit Lyon is voortaan de tweede beste renner van de wereld in de heuvelklassiekers en een geschenk uit de wielerhemel. Hij kon de Sloveense veelvraat – vijf koersen gereden en vier gewonnen – volgen tot kilometer veertien van de eindstreep, dat is al vier kilometer verder dan Mathieu van der Poel in de Ronde van Vlaanderen drie weken geleden.
De tweede plek van Seixas was uitermate verdiend, maar laat die euforie nog even achterwege. In het verlengde: of het zo’n goed idee is om hem nu al meteen naar de Tour mee te nemen, daar denken ze bij Decathlon-CMA CGM best ook nog eens over na.
Remco Evenepoel zelf zal inmiddels beseffen dat hij zijn handjes mag kussen dat hij al twee keer Luik-Bastenaken-Luik heeft kunnen winnen, nadat Tadej Pogacar in 2022 was gevallen en in 2023 rouwend thuisbleef. Zolang Seixas en Pogacar op dat niveau blijven presteren, zal hij de beste zijn van de rest.
Maar is dat onttroonde godenkind van Schepdaal nu een domme renner? Of een ADHD’er op twee wielen? Heeft hij niemand met hersenen in die ploegauto zitten? Of is het een combinatie van dat alles en zat er niet meer in? Iemand moet hem in de nabespreking toch eens voor de voeten gooien dat het niet erg slim is om van in het begin weg te rijden met een grote groep en regelrecht dom om geregeld kopbeurten voor zijn rekening te nemen.
Luik-Bastenaken-Luik is in de eerste plaats een oefening in energie aanwenden op het juiste moment en de juiste helling. Het is ook een oefening in de juiste beslissingen nemen en geloven in wat je doet. Misschien moeten ze naast de ploegleider in die auto van Red Bull-Bora-Hansgrohe een sportpsycholoog zetten.
Die zou hem via het oortje citaten kunnen voorlezen uit Endure, het uitstekende boek van Alex Hutchinson. Dat heeft als ondertitel: geest, lichaam en de vreemde elastische limieten van het menselijke presteren. Dat moeten ze Evenepoel toch eens inprenten: als je denkt dat het op is, dan zit dat tussen je oren, en dan is het nog niet echt op. Het lichaam kan meer aan dan de geest je wil laten geloven.
Hoe hij zich weer op La Redoute liet wegzetten van bij het begin, meteen een gat liet en zich zonder enig weerwerk naar de slachtbank liet leiden, dat was vintage Remco Evenepoel. Ook hoe hij daarna de achtervolgende groep op sleeptouw nam en het gat op Mattias Skjelmose dichtreed. Door ena de sprint voor de derde plek te winnen, leverde hij het bewijs van de theorie die in Endure uit de doeken wordt gedaan.
Een autoriteit uit het peloton, iemand met kennis van zaken die al veertig jaar tussen de renners leeft, heeft een andere uitleg over Remco Evenepoel en hoe die steeds snel moet lossen als anderen hem de indruk geven beter bergop te rijden.
Hij had dat vaker gezien, jonge renners die binnenkwamen met de grote trom als klimmers, waarna hun intrinsieke klimcapaciteiten gaandeweg begonnen af te botten als gevolg van de training die van hen completere renners moet maken. Misschien is dat ook Evenepoel de laatste jaren overkomen en was de 22-jarige Evenepoel van zijn eerste Luik-Bastenaken-Luik wie weet wel in staat geweest om Pogacar te volgen.
Misschien is dat ook wat Paul Seixas straks zal overkomen: een completere renner worden, maar een minder scherpe klimmer. In zijn verbetertraject gericht op winst in de Tour de France – een verplicht nummer voor een Fransman – zal Seixas anders en meer moeten gaan trainen. Dat hij als 19-jarige nog veel groeimarge heeft, is een al te makkelijke veronderstelling. In moderne trainingstijden waarbij junioren trainen als profs mag je daar niet meer automatisch van uitgaan.
Conclusie na dit bijzonder mooie wielervoorjaar: voorlopig kent het wielrennen één echte alien, Tadej Pogacar superstar, en studeert een nieuw godenkind voor ruimtemannetje, en dat is Paul Seixas. Remco Evenepoel is terug op aarde.