Column Bressen in de dijk in De Morgen van maandag 20 april 2026

Bressen in de dijk

Kirsty Coventry, de voorzitter van het Internationaal Olympisch Comité, verbood tijdens de voorbije Winterspelen in Milaan en Cortina de Oekraïense skeletoni Vladyslav Heraskevytsj een helm te dragen met afbeeldingen van Oekraïense sporters die zijn omgekomen in de oorlog met Rusland. Toen hij toch wilde afdalen met die helm werd hij gediskwalificeerd. In weerwil van de algemene verontwaardiging viel daar wat voor te zeggen: de olympische regels hebben het over een apolitiek speelveld.

Coventry kwam het persoonlijk uitleggen. Niet in een bobotaaltje wars van elke emotie, maar met het hart op de tong vroeg ze om begrip voor die moeilijke beslissing. Tegelijk toonde ze begrip voor de strijd van Heraskevytsj. Het incident koelde zonder blazen.

Twee maanden later dringt zich de vraag op of die acte de présence van Coventry was ingegeven door het Olympisch Handvest, dan wel de weg moest plaveien voor een terugkeer van de Russische en Wit-Russische sporters op het internationale sporttoneel.

In een videoboodschap aan het Sportforum van de Europese Unie op Cyprus vorige donderdag heeft Coventry opnieuw herhaald dat sport geen forum is voor ruzie, maar een veilige plek voor inclusie en het bevorderen van vrede.

Voor de Winterspelen waarschuwde Coventry al voor toekomstige “ongemakkelijke gesprekken” over controversiële onderwerpen, zoals de terugkeer van verboden landen zoals Rusland en Wit-Rusland en het debat over de “verdediging van de vrouwencategorie”. Die laatste problematiek is aangepakt via exclusie, met haast unanieme tevredenheid als gevolg. De inclusie van de (Wit-)Russen verloopt wat lastiger.

“Atleten kunnen ons alleen inspireren als ze kunnen concurreren en de politiek de sport niet overneemt. Ik roep de EU en haar lidstaten op om zich aan deze principes te houden: de autonomie van de sport respecteren en de politieke neutraliteit van het IOC en de Olympische Spelen ondersteunen. Want alleen dan kan de kracht van sport spelen.”

Al bij al een opmerkelijke demarche die moet leiden tot deelname van (Wit-)Rusland onder eigen vlag, met eigen kleuren en volksliederen op de Olympische Spelen van 2028 in Los Angeles. Was de afbakening van de vrouwensport nog de biologische logica zelf, dan lijkt het er nu toch wel heel sterk op dat de deur openzetten voor Russen is geïnspireerd door de wens van Donald Trump. Die wil in het (hopelijk) laatste jaar van zijn presidentschap alle landen kunnen begroeten in Los Angeles en, wie weet, naast zijn vriend Vladimir op het erebordes pronken.

Ook zonder Coventry zijn in de sportieve dijk tegen de Russische en Wit-Russische agressors al her en der bresjes geslagen. Zo stond de internationale judofederatie in november (Wit-)Russische deelname toe. Op de Paralympische Spelen mochten de twee landen met eigen vlag, volkslied en kleuren pronken en recent heeft ook de internationale zwembond World Aquatics de deur opengegooid voor deelname volgend jaar aan het WK zwemmen.

Volgende grote bond in het rijtje zou volgens de internationale sportcoulissen World Gymnastics kunnen zijn. Merk op: allemaal bonden die niet worden geleid door Europeanen. De grootste olympische bond is World Athletics en die is tot augustus 2027 in handen van de Brit Sebastian Coe. Hij is vastbesloten de niet alleen oorlogszuchtige maar ook nog eens dopingcorrupte Russen voorlopig buiten te houden.

Die verschillen in geopolitieke perceptie – Coventry is een Afrikaanse en woont in ‘neutraal’ Zwitserland – van dat gruwelijke Europees conflict in Oekraïne zou weleens de voorbode kunnen zijn van een nieuw schisma in de internationale sport. De uitsluiting van de Russen wordt nu gekoppeld aan de oorlog, maar dat klopt niet helemaal. In het Olympisch Handvest staat niks expliciets over de wenselijkheid van oorlogvoerende landen in de sport.

Het IOC heeft het Russische olympisch comité (ROC) in 2023 niet uitgesloten omwille van de oorlog, maar omdat het de territoriale integriteit van het Oekraïense olympisch comité had aangetast door in de geannexeerde gebieden ook de olympische regionale raden te russificeren. Het ROC kwam daar recent op terug.

Reken maar dat de boodschap van Coventry is aangekomen. Of de Europese Unie er oren zal naar hebben? Wellicht niet. Of de Europese Unie er oren moet naar hebben? Neen. Europa is het sterkste olympisch sportcontinent en moet nu op zijn strepen staan: geen Russen zolang die terreur in Oekraïne duurt. In de laatste veertig jaar is de dreiging van een boycot in de internationale sport nooit groter geweest. Als dat het recept is om ons Europees gelijk te halen, welaan dan maar.

Column Frau Trainerin in De Morgen van zaterdag 18 april 2026

Frau Trainerin

Marie-Louise Bagehorn was deze week hét gespreksonderwerp bij de oosterburen die Duits spreken. Als u de sportactua een beetje hebt gevolgd, kent u haar wellicht als Marie-Louise Eta. Tien jaar geleden nam ze bij haar huwelijk de naam over van haar man, Benjamin Eta, vandaar. Niet vermeld maar niettemin niet onbelangrijk voor de storm waarin ze terechtkwam: Benjamin Eta is een Duitser met een kleurtje.

Bagehorn-Eta was een Duits international die heel vroeg zwaar geblesseerd raakte en zich daarna toelegde op het trainersvak. Ze is de eerste vrouw die in de hoogste reeks van een G5-voetballand (Engeland, Spanje, Duitsland, Italië en Frankrijk) formeel is aangesteld als hoofdcoach bij een mannenploeg.

Enkele maanden voor ze de vrouwenploeg van Union Berlin onder haar hoede krijgt, promoveert ze intern van de U19 naar de hoofdmacht. Haar opdracht is simpel: de club in de Bundesliga houden.

Dat moet lukken. Union Berlin verloor op de 29ste speeldag met 3-1 van de kansloze laatste Heidenheim en zakte daardoor naar de elfde plaats in het Bundesliga-klassement met 32 punten. Met nog vijf wedstrijden te gaan staan ze zeven punten boven de degradatiezone, acuut gevaar is nog wat anders.

De 34-jarige Marie-Louise Eta was al eens interim-assistent-trainer tijdens het turbulente seizoen 2023-’24, toen Union Berlin in crisis verkeerde na het vertrek van Urs Fischer. Union Berlin moet een belletje doen rinkelen. De club wordt door haar unieke cultuur, sterke band met supporters en historische achtergrond in Oost-Berlijn beschouwd als een echte Kultverein.

De club staat bekend om haar gepassioneerde aanhang, het “Eisern Union”-spreekkoor en tradities zoals het jaarlijkse kerstzingen. Stadion An der Alten Försterei, in een mooi groen deel van Berlijn, werd grotendeels door fans zelf gebouwd.

Union Berlin behoort tot de progressieve clubs in het Duitse voetbal. Een vrouw, getrouwd met een gekleurde man, die trainer wordt in een progressieve club, u ziet de bui al hangen.

Ze stond al op de trollenradar. Toen Eta voor het eerst overnam in het seizoen 2023-’24 werd de vraag gesteld of ze de kleedkamer wel kon binnengaan. Ze zou ongewild een onderdeel van een man kunnen zien, stel je voor. De vraag lijkt niet of de vrouwen klaar zijn voor het mannenvoetbal, maar eerder of dat mannenvoetbal en het voetbalpubliek klaar zijn voor een vrouw.

Sinds bekend raakte dat Eta het glazen plafond doorbrak, zagen de internettrollen hun kans schoon om helemaal los te gaan. Zo schreef ene Rustem Ramarsch: “Welke man, laat staan voetballer, neemt een vrouw serieus als ze je iets over tactiek of voetbal wil vertellen?” En verder: “Wat als ze een seksuele voorkeur heeft voor sommige spelers en hen daarom altijd laat spelen?” Scrollend in zijn tweets krijg je het hele beeld van de trol. “Vrouwen doen het echt met iedereen, behalve met mij.”

In al zijn achterlijkheid maakt hij ongewild wel een punt. Geen paniek: neen, er is geen hormonale, fysieke, intellectuele of welke reden dan ook waarom een vrouw geen mannenploeg zou kunnen leiden.

Een voetbaltrainer wordt beoordeeld op opstelling, tactische richtlijnen, coaching vooraf, tijdens en na de wedstrijd en op wissels. Vrouwen kunnen dat evengoed als mannen. Voor beiden geldt de voorwaarde dat ze zich in het meest universele en toegankelijke spel hebben bekwaamd. Steeds meer vrouwen hebben tot en met de hoogste diploma’s behaald, niet zelden met onderscheiding of meer.

De aanvaarding van een trainer (m en v) is een lastige affaire. Trainers worden onderverdeeld in twee categorieën: zij die het spelletje nooit hebben gespeeld maar zich hebben aangeleerd en zij die het spelletje van in de tenen tot de hersenen hebben zitten. Die laatsten worden dan nog eens onderverdeeld in trainers die nooit de top hebben gehaald en trainers die zelf op het hoogste niveau hebben gespeeld.

Een vrouw heeft per definitie nooit mannenvoetbal gespeeld. Dat maakt haar niet meer maar ook niet minder kwetsbaar dan zelfopgeleide mannelijke coaches. Die laatsten worden bij de minste tegenslag al snel als laptopcoaches weggezet.

Het probleem van een vrouw als voetbaltrainer bij mannen is de kleedkamer. Als die klaar is om een theoretisch gevormde voetbaltrainer te geloven, man of vrouw, zal ze ook de coaching aanvaarden. Als je hoort wat sommige voetballers uitkramen, waar ze zich om bekommeren en welke ideeën ze uitdragen, lijkt die acceptatie nog niet voor morgen. Het is te hopen dat Union met Frau Eta alle wedstrijden wint en Union naar een andere trainer voor de vrouwenploeg op zoek moet.

Column Lange wielertenen in De Morgen van maandag 13 april 2026

Lange wielertenen

Van diepere en lucide inzichten over hoe het is uitgedraaid op dat slagveld tussen Compiègne en Roubaix blijft u deze keer gespaard. Maar we gaan het wel over wielrennen hebben.

Die UCI heeft in de aanloop naar Parijs-Roubaix, en al voorafgaand aan de Ronde van Vlaanderen, een verbod uitgevaardigd op het bandendruksysteem waarmee Visma-Lease a Bike wilde rijden. Dat heet Gravaa en is al sinds 2024 aanwezig in het peloton.

Visma-Lease a Bike probeerde het onder meer uit bij (de wielset van) Marianne Vos op het WK gravel in Leuven in dat jaar. Door het systeem kon ze eerst een leegloper opvangen en ook nog eens in de ultieme sprint Lotte Kopecky te grazen nemen met banden met meer spanning.

Prima systeem, duur systeem dat wel, en bij de Nederlandse ploeg van onder meer Van Aert waren ze helemaal mee. Tot het, drie maanden ver in het seizoen 2026, plots niet meer mag van de UCI. De officiële (drog)reden luidt dat het systeem niet beschikbaar is op de markt door het faillissement van de Noord-Brabantse uitvinders/producenten.

Wat dan weer niet klopt, want het failliete bedrijf is inmiddels overgenomen en het systeem is weer beschikbaar. De reden voor deze plotse beslissing is een combinatie van onwil en onkunde, versterkt door de perverse inborst van wereldsportbonden om zonder inspraak over hun sport te regeren.

Het probleem met deze beslissing is dat een oekaze vanuit Aigle niet kan worden aangevochten, zoals ook een oekaze vanuit Zürich door de FIFA niet kan worden aangevochten.

Die FIFA is met afstand de meest corrupte en minst ethische van alle grote sportbonden, maar de UCI is met afstand de slechtst geleide. Geen sport wordt slechter beheerd dan wielrennen, in die mate dat de beheerders van die sport stilaan een gevaar zijn gaan vormen voor de beoefenaars.

Een wereldsportbond heeft één grote taak: de sport reguleren zodat het speelveld duidelijk, overzichtelijk en zo gelijk mogelijk is. Althans niet te veel beïnvloed door niet-sportieve contexten. Voor wielrennen als meest dodelijke sport is prioriteit nummer één de veiligheid.

Controle op parcoursen, finish, aantal deelnemers in functie van het parcours, veiligheidsmaatregelen, aantal motoren, auto’s… bij elke World Tour-wedstrijd zou hetzelfde strenge draaiboek moeten gelden. In de praktijk is daar geen sprake van. Elke week weer voltrekken zich hele of halve voorspelde drama’s of worden die op het nippertje vermeden.

In Vlaanderen kunnen we dan wel denken dat het een seizoen is zonder veel valpartijen omdat crashes zoals in Dwars door Vlaanderen 2024 zijn uitgebleven, 2026 is nu al een seizoen met opvallend veel uitvallers. Daar hoor je de UCI niet over.

Liever een innoverend bandendruksysteem verbieden of boetes uitschrijven voor een open shirt, dan een stukje van die 25 miljoen euro uit de vierjaarlijkse olympische roompot investeren in innovatie rond veiligheid.

Onkunde is des mensen. Gelieve daar alleen niet mee te overdrijven, zoals domme dingen doen of dingen niet doen die beter worden gedaan. En bovenal: niet verontwaardigd zijn als buitenstaanders kritiek hebben.

Begin deze maand werd bij een bekende Belgische wielerpodcaster een brief bezorgd van de UCI. Reden: beledigende commentaren op sociale media. Onrechtstreeks dreigement: mag niet volgens Zwitsers recht en hou daarmee op of we spannen een proces aan. De podcaster heeft daarop klacht neergelegd bij de ethische commissie van de UCI.

De brief is op X te lezen, maar de naam van de ondertekenende senior member van de UCI is zwart gemaakt. Ik hoop maar dat het Peter Van den Abeele niet is, de Directeur Sports van de UCI. Die heeft destijds het postgraduaat Sportmanagement gevolgd waarin ik een luik had van drie uur “hoe omgaan met de media”.

Get into the discussion, address the issue, control the narrative: dat stond allemaal netjes op mijn slide. Nergens staat dat het oké is om journalisten te bedreigen, ook niet zelfvoldane podcasters. Zeker nooit een dreigbrief sturen, want je weet wat de ontvanger ermee zal doen. Zo geschiedde, en terecht.

Die lange tenen, het is een dingetje geworden in dat wielrennen en dat geldt niet alleen voor de UCI. Morgen moet onderzoeksjournalist Jan Antonissen van Humo voor de Raad voor de Journalistiek verschijnen na een klacht van Golazo. Die tillen zwaar aan een intens geresearcht verhaal over de belangen en vreemde kronkels van de UCI en medeorganisator Golazo bij het wereldkampioenschap van 2025 in Rwanda. Golazo vindt dat de schrijver moet worden gestraft. Laten we hopen dat die arrogante afzetters van Golazo worden afgestraft.

Column Fenomenologie in De Morgen van zaterdag 11 april 2026

Fenomenologie

Toen ik met dit vak begon, was het niet de gewoonte dat trainers persconferenties gaven. Het was zelfs niet de gewoonte dat trainers interviews gaven. Daar had je de spelers voor, de werkmensen van het voetbal.

Die schoot je aan na een training waar je onaangekondigd naartoe ging en, afhankelijk van het weer, vroeg of laat aankwam. Je kende de weg naar het spelershome, vaak niet meer dan wat oude zitbanken, frigo, tv en een biljartafel – een tapbiljart, later werd dat een snookertafel. Daar ging je wachten op de speler die je graag te woord stond.

Trainers kwamen weleens langs om een gemeenplaatsje te verkopen. Zoals: ‘niet op alles antwoorden’ of ‘geloof niet alles wat hij zegt’. Trainers, daar was vanuit het lezerspubliek niet zoveel vraag naar. Voetballers, die wilden ze lezen.

De eerste trainer die ik tot enkele woorden kon verleiden, moet Ernst Happel zijn geweest. Hij een zestiger, ik een prille twintiger, groen achter de oren. Hij antwoordde, maar wat en of het ergens op sloeg, dat weet ik niet meer.

De tweede was Paul Van Himst bij RWDM, meer technisch directeur of manager naar Engels model dan trainer. In herinner mij nog dat ene memorabele moment, hangend op de balustrade kijkend naar een trainingspartijtje, geleid door zijn veldtrainer. Die heette Hugo Broos.

Het was april en het zonnetje scheen. De altijd minzame Van Himst leek moe, ongeïnteresseerd. Of hij in dit lentezonnetje niet liever op de fiets zou zitten met de Merckx-vrienden, vroeg ik. Plots liep Van Himst leeg: dat hij het zo niet meer zag zitten, dat het zijn keel uithing, ‘de foebal’. Hij zei: “Schrijf het maar op gelijk dat ik het heb gezegd.” Enkele weken later was hij weg.

Mijn professionele interesse voor trainers overstijgt die voor spelers. Die laatste beroepsgroep is er, op enkele uitzonderingen na, gemiddeld niet slimmer op geworden. In tegenstelling tot pakweg de wielrenners. Die kon je in de tijd van Roger en Eddy en lange tijd daarna tot weinig meer verleiden dan euh…, ahbaja…, ken goe gerejen. Vandaag is het een feest om met wielrenners te praten.

Voetbaltrainers daarentegen zijn geëvolueerd van kegeltjeszetters en gelegenheidsfluiteniers bij wedstrijdjes tot voetbalfilosofen, halve goeroes en waarzeggers. Ik wens de collega’s die nog met hun beide voeten in het werkveld staan veel succes als ze volgend jaar in SK Beveren de hoofdtrainer gaan interviewen.

Die heet Marink Reedijk, een Nederlander. Hij was trainer bij onder meer de jeugd van Ajax en West Brom, zat in de trainersstaf in Arnhem en Roeselare, maar in België is hij bekend van zijn werk met de futures van Anderlecht, dat zijn de U23. En nu komt het: de in het trainersvak gepokt en gemazelde Reedijk is 34. Hij was al bondscoach van de U10 in Nederland toen hij zelf 18 was

Niet alleen dat: Reedijk is doctor of philosophy – I kid you not – en schreef zijn doctoraat over coaching. De titel: Teach me how to dance with you – A phenomenological exploration to improve my own (football) coaching. Fenomenologie is een filosofische stroming en onderzoeksmethode, gesticht door Edmund Husserl, die zich richt op de studie van de directe, geleefde ervaring van verschijnselen. Het doel is de werkelijkheid te begrijpen zoals die zich aan ons bewustzijn voordoet, zonder vooroordelen, theorieën of oordelen, vaak samengevat als “terug naar de dingen zelf”.

De thesis is te downloaden, maar of dat zo’n goed idee is, laten we dat in het midden houden. In zijn abstract wordt het al erg… abstract.

“Geleid door Heideggers perspectief was het doel om mijn eigen coaching fenomenologisch te verkennen; om te onderzoeken waar ‘coaching’ werkelijk om draait. Het werk wordt uitgevoerd via een eerstepersoons fenomenologische benadering (Van Manen, 1990), waarbij mijn fenomenologische bewustwording met betrekking tot mijn coachingspraktijk wordt gevolgd en gedeconstrueerd. De ‘bevindingen’ worden vervolgens gepresenteerd in vignetten die tot stand zijn gekomen via het proces van creatieve (non-)fictie. Elk vignette richt zich op de geformuleerde projectdoelstellingen, vervat in de onderzoeksvragen: ‘Hoe kan ik onderscheiden wat ik zie?’ ‘Wat zijn de voorafnames die aan mijn praktijk ten grondslag liggen?’ en ‘Wat zijn de verbanden tussen wat ik zie en wat ik doe?'”

Zoals gezegd, succes gewenst aan de collega’s in de media, aan de spelers in geel-blauw, maar ook aan Marink Reedijk Phd. himself. Als hij volgend seizoen vier keer op rij verliest, ligt ook hij buiten. Voetbaltrainer zijn is simpel: je moet af en toe winnen.

Column Vijf sterren plus in De Morgen van dinsdag 7 april 2026

446 watt

Het rondreizende theatergezelschap Remco & Red Bull speelt zondag een extra voorstelling in de Vlaamse Ardennen. De verbazing over de late aankondiging is terecht, maar misschien geldt dat nog meer voor de reacties daarop. Die liepen uiteen van ‘hoera’ over ‘we zullen zien wat dat wordt’ tot en met ‘een schande, zo liegen’.

Die laatste oprisping kwam dan vooral vanuit de hoek van de media, die maar bleven signalen krijgen dat er echt wel iets te gebeuren stond. Om niemand op de lange tenen te trappen, werd het gerucht telkens netjes gecheckt, waarna evenveel keer een nul op het rekest volgde. Dat heeft Red Bull-Bora-Hansgrohe slecht ingeschat: wielrennen is hier een staatszaak en je liegt niet over staatszaken.

Wielrennen is in de eerste plaats een fysiologische afrekening, maar het psychologische aspect is even belangrijk. Evenepoel heeft het verrassingseffect aan zijn kant. Of hij op de Kwaremont alleen wegrijdt, dan wel hulpeloos wordt achtergelaten, dat zien we zondag.

Van psychologie gesproken. Mathieu van der Poel, die in de E3 Classic vorige week wegreed en werd ingehaald maar toch nog won, postte achteraf zijn geleverde vermogen gedurende het anderhalf uur dat hij alleen op pad was: 446 watt. Waarom, vroeg ik aan iemand in de ploeg, want Van der Poel en de ploeg staan erom bekend heel weinig tot geen prestatiegegevens te delen.

De reactie was: omdat hij er trots op is. Trots is menselijk, maar tegelijk een beetje naïef. Het doet denken aan Tim Wellens die vorig jaar tijdens de Tour in de korte rit (95 kilometer) naar La Plagne een hele tijd voor Tadej Pogacar op kop reed en de kopgroep decimeerde. Achteraf postte hij zijn geleverde vermogens: over 20 minuten 484 watt, over 60 minuten 444 watt en 90 minuten 402 watt. “Haters will say it’s fake”, gaf hij zelf mee als commentaar.

Je hoeft echt geen hater te zijn – niemand haat Wellens – om je vragen te stellen bij de juistheid. De kans dat het overschatte en dus ongeloofwaardige data zijn ligt meer voor de hand. Dat geldt ook voor wat de trotse Van der Poel postte.

446 watt gedurende 90 minuten is redelijk ongezien. Nogal wat lieden met kennis van trainingsleer in het wielrennen achten die waarde onwaarschijnlijk en dachten meteen aan een niet-gekalibreerde of manke vermogensmeter.

Rekent u even mee: 446 watt gedurende anderhalf uur, als je dat terugrekent naar de 60 minutenwaarde of wat dan in het jargon de functional treshold power (FTP) heet, kom je uit rond 500 watt.

Dat zou betekenen dat Van der Poel een uur lang 500 watt vermogen zou kunnen leveren. Met zijn gewicht (78 kilogram) komt hij dan uit bij 6,4 watt per kilogram lichaamsgewicht. Daarmee kan hij de Tour winnen, op voorwaarde dat hij dag na dag zou recupereren.

Vergelijken met Pogacar is lastig door het gebrek aan referentiedata. In 2024 zijn evenwel de instellingen van de Wahoo-fietscomputer van de Sloveen gelekt. Daaruit bleek dat zijn FTP-waarde op 415 was ingesteld. Drie mogelijkheden: het is de correcte waarde, of ze is opzettelijk onderschat, of ze is sinds 2024 verbeterd.

Delen we de 415 watt door het gewicht van Pogacar, dan komen we uit bij 6,3 watt per kilogram gedurende een uur. Dat ligt in lijn met wat wetenschapper Ole Kristian Berg in een artikel van november 2025 in het Journal of Science and Cycling publiceerde over zes beklimmingen in de voorbije twee Tours: Pogacar leverde toen gemiddeld 442 watt gedurende 40 minuten.

6,3 is buitenaards. En daar zou Van der Poel nog boven zitten? Een wereldcoureur, die Van der Poel, daar niet van, maar hij moest lossen op de Poggio terwijl Tom Pidcock eraan bleef hangen. Dat Van der Poel met zijn slechtere aerodynamica een hoger vermogen kan leveren dan Pogacar en zeker een hoger maximaal wattage haalt in de sprint is wel geloofwaardig. Maar een 85 watt hogere FTP dan de beste renner ter wereld, daar horen vraagtekens bij.

Gelukkig komt het in het wielrennen niet alleen aan op vermogens. De Ronde van Vlaanderen is geen tijdrit en ook geen Ardennen-klassieker, dat zal Evenepoel wel ondervinden. Vanaf kilometer 100 wordt het wegdek steeds slechter, worden de wegen steeds smaller en de vele collega’s rondom steeds nerveuzer.

Dat vreet energie en wie het best met die hectiek omgaat, de laatste 50 kilometer nog het meest in de tank heeft zitten en klaar kijkt, heeft een goeie kans op winst. In het zichzelf in een kansrijke positie manoeuvreren, zijn grote motor aanzetten als het moet en zelfs de kleinste kans op winst maximaliseren, daarin is Van der Poel beter dan wie ook in het wielerpeloton.

Column 446 watt in De Morgen van zaterdag 4 april 2026

446 watt

Het rondreizende theatergezelschap Remco & Red Bull speelt zondag een extra voorstelling in de Vlaamse Ardennen. De verbazing over de late aankondiging is terecht, maar misschien geldt dat nog meer voor de reacties daarop. Die liepen uiteen van ‘hoera’ over ‘we zullen zien wat dat wordt’ tot en met ‘een schande, zo liegen’.

Die laatste oprisping kwam dan vooral vanuit de hoek van de media, die maar bleven signalen krijgen dat er echt wel iets te gebeuren stond. Om niemand op de lange tenen te trappen, werd het gerucht telkens netjes gecheckt, waarna evenveel keer een nul op het rekest volgde. Dat heeft Red Bull-Bora-Hansgrohe slecht ingeschat: wielrennen is hier een staatszaak en je liegt niet over staatszaken.

Wielrennen is in de eerste plaats een fysiologische afrekening, maar het psychologische aspect is even belangrijk. Evenepoel heeft het verrassingseffect aan zijn kant. Of hij op de Kwaremont alleen wegrijdt, dan wel hulpeloos wordt achtergelaten, dat zien we zondag.

Van psychologie gesproken. Mathieu van der Poel, die in de E3 Classic vorige week wegreed en werd ingehaald maar toch nog won, postte achteraf zijn geleverde vermogen gedurende het anderhalf uur dat hij alleen op pad was: 446 watt. Waarom, vroeg ik aan iemand in de ploeg, want Van der Poel en de ploeg staan erom bekend heel weinig tot geen prestatiegegevens te delen.

De reactie was: omdat hij er trots op is. Trots is menselijk, maar tegelijk een beetje naïef. Het doet denken aan Tim Wellens die vorig jaar tijdens de Tour in de korte rit (95 kilometer) naar La Plagne een hele tijd voor Tadej Pogacar op kop reed en de kopgroep decimeerde. Achteraf postte hij zijn geleverde vermogens: over 20 minuten 484 watt, over 60 minuten 444 watt en 90 minuten 402 watt. “Haters will say it’s fake”, gaf hij zelf mee als commentaar.

Je hoeft echt geen hater te zijn – niemand haat Wellens – om je vragen te stellen bij de juistheid. De kans dat het overschatte en dus ongeloofwaardige data zijn ligt meer voor de hand. Dat geldt ook voor wat de trotse Van der Poel postte.

446 watt gedurende 90 minuten is redelijk ongezien. Nogal wat lieden met kennis van trainingsleer in het wielrennen achten die waarde onwaarschijnlijk en dachten meteen aan een niet-gekalibreerde of manke vermogensmeter.

Rekent u even mee: 446 watt gedurende anderhalf uur, als je dat terugrekent naar de 60 minutenwaarde of wat dan in het jargon de functional treshold power (FTP) heet, kom je uit rond 500 watt.

Dat zou betekenen dat Van der Poel een uur lang 500 watt vermogen zou kunnen leveren. Met zijn gewicht (78 kilogram) komt hij dan uit bij 6,4 watt per kilogram lichaamsgewicht. Daarmee kan hij de Tour winnen, op voorwaarde dat hij dag na dag zou recupereren.

Vergelijken met Pogacar is lastig door het gebrek aan referentiedata. In 2024 zijn evenwel de instellingen van de Wahoo-fietscomputer van de Sloveen gelekt. Daaruit bleek dat zijn FTP-waarde op 415 was ingesteld. Drie mogelijkheden: het is de correcte waarde, of ze is opzettelijk onderschat, of ze is sinds 2024 verbeterd.

Delen we de 415 watt door het gewicht van Pogacar, dan komen we uit bij 6,3 watt per kilogram gedurende een uur. Dat ligt in lijn met wat wetenschapper Ole Kristian Berg in een artikel van november 2025 in het Journal of Science and Cycling publiceerde over zes beklimmingen in de voorbije twee Tours: Pogacar leverde toen gemiddeld 442 watt gedurende 40 minuten.

6,3 is buitenaards. En daar zou Van der Poel nog boven zitten? Een wereldcoureur, die Van der Poel, daar niet van, maar hij moest lossen op de Poggio terwijl Tom Pidcock eraan bleef hangen. Dat Van der Poel met zijn slechtere aerodynamica een hoger vermogen kan leveren dan Pogacar en zeker een hoger maximaal wattage haalt in de sprint is wel geloofwaardig. Maar een 85 watt hogere FTP dan de beste renner ter wereld, daar horen vraagtekens bij.

Gelukkig komt het in het wielrennen niet alleen aan op vermogens. De Ronde van Vlaanderen is geen tijdrit en ook geen Ardennen-klassieker, dat zal Evenepoel wel ondervinden. Vanaf kilometer 100 wordt het wegdek steeds slechter, worden de wegen steeds smaller en de vele collega’s rondom steeds nerveuzer.

Dat vreet energie en wie het best met die hectiek omgaat, de laatste 50 kilometer nog het meest in de tank heeft zitten en klaar kijkt, heeft een goeie kans op winst. In het zichzelf in een kansrijke positie manoeuvreren, zijn grote motor aanzetten als het moet en zelfs de kleinste kans op winst maximaliseren, daarin is Van der Poel beter dan wie ook in het wielerpeloton.