Column Vriezen of dooien in De Morgen van zaterdag 19 november 2022

Vriezen of dooien

En toen vroegen ze ineens – dat was vorige zondag in De zevende dag – en wat denkt u, wat wordt het met dat WK voetbal en de Rode Duivels? De vraag overviel mij een beetje, want ik zat daar niet voor het sportieve, wel om de slimme uit te hangen over de wenselijkheid (of niet) om naar Qatar te gaan, of naar Sharm-el-Sheikh voor de klimaatconferentie.

Van klimaatconferenties weet ik (ook) niks, maar persoonlijk zou ik Sharm-el-Sheikh wel zien zitten. Alvast liever dan een maand in Qatar met een stel voetbaljournalisten. Ik heb het EK van 2016 en het WK van 2018 op die manier ter plekke gevolgd. Nooit meer. Ronduit geestdodend. Nog liever drie maanden in een jeugdherberg in een olympische stad, al wordt het wennen als in 2024 in Parijs dat vervelende publiek er weer zal tussen lopen.

Bovendien weegt de journalistieke meerwaarde van ter plekke zijn niet op tegen de nadelen, zoals elke dag een persbabbel met een Rode Duivel van dienst die nietszeggende quotes debiteert, waarna Roberto Martínez geheel zichzelf is en ook weinig of niks zegt. Of nog, tijdens de wedstrijden met twee collega’s op een halve vierkante meter in een bloedhete tribune met de benen in de nek geplooid naar één schermpje staren. De actie bestuderend die zich zopas beneden op het groene gras heeft afgespeeld, maar waarvan je niet meteen alles hebt meegekregen. Was dat nu de paal, of toch de hand van Thibaut?

Thibaut, jawel, zoals in Thibaut Courtois. Ook dat is een neveneffect: proxy bias, op den duur word je geacht een deel te zijn van het grotere geheel en ook het grotere doel te dienen. Wij winnen, wij verliezen, wij doen het goed of niet goed, en familienamen worden voornamen. We worden allemaal tv.

Ik kon niet meteen een antwoord verzinnen op de vraag wat het zou worden. Dus zei ik: “Het kan vriezen of het kan dooien.” Waarop de ad-rempresentatoren in koor: alvast niet in Qatar. Daar stond ik dan met een mond vol tanden.

Weet ik veel wat het wordt. Dit is een raar toernooi. Op een raar tijdstip in het jaar gespeeld. En in een raar land, en dan heeft dat laatste niks te maken met rechten van het werkvolk aldaar of van de queergemeenschap die “geestelijk ziek als ze is” (een plaatselijk citaat) wellicht gewoon beter wegblijft.

De voetbalspelers moet je met dat onrecht ook niet lastigvallen. De meesten behoren tenslotte tot de menselijke soort die redeneert dat als zij het beter hebben dan de rest, en dat weten ze inmiddels, er dan onvermijdelijk een aantal op deze planeet het minder goed moeten hebben.

Rond grote toernooien worden fans scherper dan ooit en gaan ze zich ook sneller ergeren. Schampere opmerkingen worden meteen als fundamentele kritiek ervaren. Dat overkwam mij op de Olympische Spelen vorig jaar toen ik de Belgische tijdrijders, die het vooraf over één en twee eindigen hadden gehad, maar geen van beiden in de buurt van het podium kwam, als een afknapper bestempelde.

Welwelwel, dat werd me een rel. De nevenschade van grote sportmomenten zit hem ook in de plek die media vrijhouden voor iedereen die een mening heeft en denkt dat hij/zij kan schrijven. Vooral met de Tour duiken die overal op, niet gehinderd door al te veel
kennis. Ze krijgen een column en worden meteen fan. Wie niet voor ons is, of wie een ironisch grapje maakt, wordt door die ad-hoc- supporters-met-laptop gebanbliksemd.

Vorige week tweette ik naar aanleiding van het nieuws dat er een yogameester mee was met de Rode Duivels: “De yogameester (uit Dubai natuurlijk) van Eden Hazard bij Chelsea is mee met de Rode Duivels. Hij heeft Eden zich leren ontspannen. Dat is heel goed gelukt. Nu nog een meester die Eden zich leert inspannen.”

Welwelwel, die reacties… Gebrek aan respect… Amper twee jaar minder gepresteerd en nu zo afgemaakt… Alsof Eden zich nooit heeft ingespannen… En dat noemt zich journalist…

Dat ben ik ook, maar dat was nu eens opgeschreven in de hoedanigheid van columnist.

Heel in het begin van Twitter zou ik hebben gereageerd als Louis van Gaal: ben jij nou zo dom, of ik? Nu glimlach ik hoogstens. Ik weet sedert 2014 hoe ontzettend lang de tenen zijn, dat elke ironie, elk sarcasme, elke hyperbool kan worden opgevat als een aanslag op de waardigheid.

Daarom deze voorspelling: België kan heel ver geraken, maar ook niet. Afrikaanse landen zullen er weer allemaal uitgaan ten laatste in de kwartfinales, of voor de eerste keer wel de halve finale halen. Brazilië wordt wereldkampioen, maar doe mij toch maar liever Argentinië. Zolang Nederland het maar goed doet, kan de rest me aan mijn reet roesten.

Column Herfststop in De Morgen van maandag 14 november 2022

Herfststop

Sportjournalisten zijn gewoontedieren. Elke verandering wordt als een aanslag op het zijn en wezen ervaren. Te veel wissels in een ploeg, bestuurlijke verschuivingen, de persparking die verandert van locatie, het is altijd weer flink wennen.

Het allerergste is als ze gaan klooien met de kalender. Je hele hebben en houden is daarop afgesteld en ook je sociaal leven, voor zover een sportjournalist daarover beschikt. Je weet dat het dán begint en dán eindigt, je kan lang op voorhand een huisje huren met snel internet, of een reis boeken, of een skivakantie tussendoor als het in jouw land even tot stilstand komt.

Op voetbal kon je decennialang een klok juist zetten. Er werd gespeeld op zondag om 15 uur, en als het donker werd om 14.30 uur. Avondvoetbal kenden we al op woensdag van de Europabekers en soms een interland; avondvoetbal in het weekend was iets van begin de jaren tachtig, als ik het mij goed herinner.

Anno 2022 is er geen verschil meer tussen voetbal en volleybal of basketbal of atletiek of wat dan ook. Voetbal kan op alle uren van de dag, alle dagen van de week, alle weken van de maand en alle maanden van het jaar. Althans in Europa. In de VS wordt al jaar en dag gebasketbald en ge(ijs)hockeyd tussen oktober en half juni, gehonkbald tussen eind maart en eind oktober of begin november. American football begint in september en is klaar het tweede weekend van februari.

De enige houvast die je tot voor kort had in het voetbal was die zomerperiode. Juni was zowat een voetbalvrije maand, in juli begonnen de trainingen en het seizoen begon eind juli of in augustus. De voetbalvrije junimaand ging eraan door de UEFA, die met een onzintoernooi als de Nations League de kalender wilde dichtmetselen voor de wereldvoetbalbond FIFA, die ook plannen had voor een WK voor clubs.

Sommige landen hadden dan weer een winterstop en dat was een tweede kapstok om sociaal leven aan op te hangen. Je kon
eens een keertje iemand thuis zien, zonder dat je om de haverklap de voetbaluitslagen moest controleren, de tv op de achtergrond speelde of een van de vele redactiebaasjes je nog wat wilde laten doen. De Engelsen zijn een uitzondering: die hebben al jaren geen winterstop, maar daarom zijn het ook Engelsen.

Dat fundament genaamd winterstop is nu volledig van onder onze voeten weggeslagen. De winterstop bestaat dit jaar niet. Voor een journalist is dat hetzelfde als de zon die een maand niet zou opkomen. In de plaats is een herfststop gekomen, althans voor onze landelijke competitie.

Gisterenavond om elf uur waren ze klaar in Kortrijk met KAA Gent dat daar op bezoek was. Uitslag onbekend bij het ter perse gaan. Iets eerder die dag speelden Club en Antwerp 2-2 gelijk. De Nederlandse aanvallers Noa Lang (met een deviatie) en Vincent Janssen scoorden elke voor hun club. Zij worden vandaag in Zeist verwacht bij de Nederlandse ploeg, die vervolgens afreist naar Qatar. De herfststop is dus geen herfststop, maar een gigantische interlandbreak. Het is de langste die we ooit hebben gehad en er worden 64 wedstrijden in gespeeld.

De herfststop die geen stop is eindigt op zondag 18 december als in het Lusail-stadion twee finalisten om de FIFA wereldbeker voetballen. Drie dagen later staan bij ons de achtste finales van de Beker van België op de agenda en nog eens twee dagen later wordt in het kerstweekend de terugronde van de Jupiler Pro League op gang getrapt. Sta mij toe een WK-finale die de kerstweek inluidt gewoonweg dystopisch te vinden.

Wie moet nu blij zijn met deze break van zes weken? Onbetwiste leider Genk niet. Het elan is nu misschien gebroken. Club Brugge en Antwerp, die veel internationals zien vertrekken van wie ze niet weten hoe ze zullen terugkeren, evenmin. Union misschien, en naaste achtervolgers Gent en Standard, die kunnen zich misschien herbronnen.

Elke tegenslag is ook een opportuniteit. Deze rare voetbalkalender zou weleens voor gevolg kunnen hebben dat voetbal gaat nadenken over het beste tijdstip van het jaar om voetbal te spelen. Ongetwijfeld zijn dat de lente-, zomer- en herfstmaanden van het noordelijke halfrond en niet de herfst-, winter- en lentemaanden waarin vandaag wordt gevoetbald. Voetbal is een zomersport.

Nogal wat nieuwe voetballanden vinden al langer dat die West-Europese kalender voor herziening vatbaar is. Zomervoetbal is een feest, spaart energie, spaart de spelers en je kan een WK laten doorgaan in de landen waar het normaal te heet is om te voetballen. Dan zouden we nu al de kampioen kennen van het seizoen 2022, drie weken kunnen trainen en dan naar Qatar afreizen. Het is te overwegen.

Column Selectieheer in De Morgen van zaterdag 12 november 2022

Selectieheer

Selectieheer: zo heette ooit de bondscoach in het voetbal. Zijn opdracht was spelers oproepen die in het weekend een interland zouden spelen. Hoe dat samen spelen dan wel moest, dat was bijzaak. Constant Vanden Stock is bijvoorbeeld selectieheer geweest, vooraleer hij zich om Anderlecht ging bekommeren.

Donderdag was onze Roberto Martínez even selectieheer en hem (een beetje) kennende is dat niet de favoriete invulling van zijn inmiddels omvangrijke taakomschrijving. Martínez is een beetje een te goede vent om jonge gasten vol ambitie teleur te stellen met de melding dat ze niet meegaan.

Zo verging het Dedryck Boyata. En ook Jason Denayer. Zij zijn er niet bij, tenzij een andere verdediger voortijdig uitvalt, maar omdat dat WK al over een week begint, is de kans op late ongelukjes een stuk kleiner. Beide hadden nog wel hun clubniveau een beetje bijgesteld in de hoop de Word Cup te halen, maar daar is de selectieheer niet in gelopen.

“Ik ben afgegaan op de vorm van het moment”, legde hij uit. Boyata liet vorige week tegen Gent niet één, maar twee keer een man in zijn rug lopen/duiken en stond daarna te zwaaien met zijn armen alsof hij wilde zeggen “wiens schuld het is, ik zou het niet weten, maar zeker niet die van mij”. Daar knapt elke medespeler en zeker elke coach op af.

Wat Jason Denayer dan weer in de zandbak Shabab Al Ahli in het rovers- en trafikantennest Dubai uitvreet, dat kan geen mens hier volgen, maar het moet afgaande op Martínez’ beslissing alvast niet erg overtuigend zijn.

Roberto Martínez werd in het verleden een gebrek aan moed aangewreven. Het verwijt luidde: hij durft niet door te selecteren. Waarbij doorselecteren staat voor bij de minste hapering versneld afscheid nemen van gevestigde waarden en jonge opkomende talenten meenemen en desgevallend in de ploeg droppen, in de hoop dat nieuw bloed voor nieuwe impulsen zorgt.

Onzin natuurlijk: hij liet voor het WK van 2018 Radja Nainggolan thuis en kreeg daarvoor heel wat shit naar zijn kop van de analisten. Die slimmerds hoor je niet meer, nu ze ook hebben gemerkt dat met die klojo geen land te bezeilen valt en dat Martínez het toen goed had gezien.

Met deze al bij al evenwichtige selectie heeft Martínez bewezen dat hij lak heeft aan alle meningen. Hij heeft niet voor de eeuwige certitudes gekozen, of misschien een heel klein beetje. Reken maar dat als het een beetje tegen slaat, de selectie van Dries Mertens in vraag zal worden gesteld.

Achterin heeft Martínez wel gekozen voor jong talent en voor alvast genoeg verdedigers. Niet zoals Marc Wilmots die een lichtgeblesseerde Nicolas Lombaerts op het Europees Kampioenschap van 2016 voortijdig naar huis stuurde om tegen dat het er echt om ging (in Lille tegen Wales in de kwartfinale) tot de vaststelling te komen dat hij ervaren centrale verdedigers tekortkwam.

Volgens de KU Leuven heeft België zes procent kans om wereldkampioen te worden. Ten eerste gaat het over voetbal (toevalsport nr 1) en ten tweede gaat zo’n model uit van resultaten in het verleden. In sport – helemaal in voetbal – is het zoals op de beurs: resultaten uit het verleden zijn geen garantie voor de toekomst.

Voor het EK van vorig jaar hadden de Belgen volgens de KU Leuven 29 procent kans om Europees kampioen te worden. U weet wat van die 29 procent is overgebleven. Frankrijk en Spanje hadden 14 procent kans en Italië en Portugal maar negen procent. Engeland bleef steken op zeven. De finale? Italië-Engeland, gewonnen door de Italianen.

Donald Trump zei deze week in een interview dat als de Republikeinen zouden winnen, het zijn verdienste zou zijn. Maar als ze zouden verliezen, dan zou het nooit zijn schuld zijn. Voor Roberto Martínez en bij uitbreiding alle bondscoaches op dit WK geldt: als ze winnen, is het niet hun verdienste, en als ze verliezen, is het niet hun schuld.

Nochtans is dat wat Roberto Martínez boven het hoofd hangt: met alle zonden worden overladen als het mis zou gaan. Zijn achilleshiel heet Eden Hazard. Die heeft hij blijkbaar opgegeten en dus zal Hazard starten tegen Canada. Vanuit het oogpunt van de coach valt daar iets voor te zeggen. Hazard is geen pinch hitter (zoals Mertens) die een laatste half uur de boel in vuur en vlam kan zetten.

Hazard zal starten en Leandro Trossard zal invallen, hoezeer die ook zijn zaak bepleit in de kranten – daar houdt de bondscoach niet van. Bij de rust als Hazard er niets van bakt, of na een uur, als Hazard moe wordt. Voor het overige is zijn bedoeling zo klaar als een klontje: bouwen op bestaande connecties tussen spelers die tientallen wedstrijden samen hebben gespeeld, in de hoop dat de Rode Duivels meer ploeg zijn dan hun tegenstanders. Dat is perfect verdedigbaar.

Column De Valkenier in De Morgen van 7 november 2022

De valkenier

De emir van Qatar (voluit Zijne Hoogheid Emir Sjeik Tamim bin Hamad al-Thani) heeft recentelijk van zich laten horen. Hij is verontwaardigd, randje boos zelfs.

Zijn speech voor de ministerraad van Qatar ging als volgt: “Sinds wij de eer kregen om de World Cup te organiseren is Qatar voorwerp geweest van een ongezien negatieve campagne. Aanvankelijk hebben we alle kritiek ter harte genomen. Al snel werd het duidelijk dat de campagne een graad van wreedheid bereikte, waarbij je je moet afvragen wat de motieven hierachter zijn.”

Ik ben Al-Thani weleens tegen het lijf gelopen met rond mijn nek een van die speciale OFH-accreditaties, waarbij OFH stond voor Olympic Family Hospitality. Daar waren er maar een stuk of dertig van, uitgeschreven door de persdienst van het Internationaal Olympisch Comité; ze dienden voor een vlotte toegang tot het IOC-hotel. Dat leidde steeds tot verwarring op de competitieplaatsen, zelfs bij de Chinezen in Peking in 2008. Wat mij dan weer in staat stelde om in de Olympic Family-lounge te gaan verpozen met mijn goede kennis wijlen Hein Verbruggen.

Verbruggen was IOC-lid, en ook nog eens de olympische burgemeester van Peking 2008, en Al-Thani was op zijn 32ste de jongste van alle IOC-leden geworden. Verbruggen stelde mij bij het BMX aan Al-Thani voor. Erg geïnteresseerd in sport leek de toen nog gewone (nou ja) sjeik niet. Op zijn olympisch cv bij beoefende sporten: voetbal, tennis, zwemmen en valkenieren, het stond er echt.

Hij gaf niet de indruk dat hij een machtig man was, maar ik kende mijn olympische pappenheimers: hij was wel degelijk machtig. We schudden handen en ik zei “it’s an honour, your highness”. Vervolgens wilde ik bij zo’n groen theetje wel van Hein weten hoe zo’n Qatarees in godsnaam IOC-lid was kunnen worden. Bovendien nog wel als voorzitter van een olympisch comité van een land dat ocharme in meer dan honderd jaar Olympische Spelen twee bronsjes had gewonnen, met een getransformeerde Somaliër en Bulgaar. Later zou hoogspringer Mutaz Essa Barshim drie medailles winnen, met goud in Tokio als ultieme bekroning, maar die is dan weer van Soedanese afkomst. Qatar was nooit een sportland en is dat nog steeds niet.

Hein zat een beetje gewrongen. “Ja nou ja Hans, je weet toch dat Jacques de Arabieren nodig had om die gekke Koreaan Kim af te houden in Azië. Anders was het echt niet gelukt. Voor wat, hoort wat.” Jacques, ook al wijlen Jacques Rogge, werd in 2001 voorzitter van het IOC, inderdaad met de steun van een deel van Azië. Hoewel Rogge had gezworen om vooral sportkennis binnen te halen, was het eerste lid dat hij een jaar later liet coöpteren de valkenier Al-Thani. In 2013 volgde de sjeik, die in 2010 de World Cup-bid succesvol afrondde, zijn vader als emir op.

Wat zijn tirade betreft, de emir heeft een beetje gelijk. De World Cup in Qatar wordt geframed als het meest schandalige sportkampioenschap ooit, georganiseerd op de meest onaantrekkelijke plek, in een daartoe compleet ongeschikt land. Die campagne wordt gestuurd van de Angelsaksische (lees: Britse) pers. En wij kopiëren, vaak zonder nuance.

Ja, het land heeft veel migranten en had met kafala een systeem van lijfeigenschap. Na de toewijzing van het WK heeft het onder druk van mensenrechtenorganisaties kafala afgeschaft en is er een minimumsalaris ingevoerd waarvoor Nepalezen, Indiërs, Pakistani, Bengali, Sri Lankanen en andere onderbedeelde Aziaten op hun blote knieën naar Qatar willen komen.

Die 6.500 doden onder die 2,65 miljoen migranten (op een totaal van 3 miljoen inwoners) uit het The Guardian-artikel, dat te pas en te onpas wordt geciteerd, zijn niet verzonnen. Weer enige nuance wel: dat zijn mensen die zijn doodgegaan in die bevolkingsgroep en niet altijd omdat ze hard moesten werken (maar minder hard dan in hun thuisland). In datzelfde artikel stond dat 37 doden kunnen worden gelinkt aan de stadionbouw.

Dat zijn er 37 te veel. Nooit meer Qatar, helemaal mee eens, maar stop met die voetballers een geweten te willen schoppen en hen zoals de Australiërs in onnozele filmpjes te laten opdraven. De kritiek moet zich toespitsen op de wereldvoetbalbond FIFA die een compleet irrelevant sport/voetballand, via corrupte verkiezingen, het op één na grootste sportevent van de wereld in de schoot heeft geworpen. Vorige week bestond Gianni Infantino, de voorzitter van de FIFA, het om op te roepen voetbal niet te misbruiken voor politieke spelletjes. De grapjas woont al meer dan een jaar in Doha. Om het helemaal ingewikkeld te maken: Infantino treft geen schuld, want hij was nog niet bij de FIFA toen die voor Qatar koos.

Column Voetbalstatistiek in De Morgen van zaterdag 5 november 2022

Voetbalstatistiek

AA Gent overwintert nog maar eens in Europa. Volgens Hein Vanhaezebrouck niet meer dan normaal. Hij haalde er voor de cruciale wedstrijd de statistieken bij om zijn gelijk te bewijzen. Van de vier deelnemers in groep F in de Conference League had AA Gent over alle wedstrijden het meeste balbezit, de meeste doelpogingen, de meeste doelpogingen on target, de minste doelpogingen tegen, de minste doelpogingen on target tegen. Zelf kreeg Gent de minste passes in zijn verdedigende derde tegen en leverde het de meeste passes in het aanvallende derde af.

Toch moest Gent donderdag nog vol aan de bak om de tweede plaats en het overleven in de Europese kneusjescup te verzekeren, maar ook daar had hij een verklaring voor. “Alleen de doelpunten hebben we niet gemaakt en we hebben er te veel tegen gekregen.” Zes doelpunten gescoord in vijf wedstrijden is niet veel, erg weinig zelfs. Zes doelpunten tegen is alvast niet meer dan de andere ploegen, maar die hebben meer gescoord.

Heerlijk, een voetbaltrainer die over statistieken begint. Ook interessant zijn het aantal gewonnen duels, gelopen kilometers, hoog intensieve sprints. Die leren veel over de intensiteit waarmee een ploeg in het veld staat. Van AA Gent jaargang 2022-2023 hebben de meeste neutrale waarnemers de indruk dat die intensiteit soms ontbreekt. Die stats werden door de trainer van Gent niet vermeld.

Het statistiekenbetoog van Vanhaezebrouck werd deze week op de korrel genomen op de radio en vergezeld van het commentaar ‘met cijfers kan je alles bewijzen’. Dat is goedkope kritiek. Leg dan uit waarom Vanhaezebrouck een beetje naast de kwestie argumenteerde, dan maak je de luisteraar ook nog wijzer.

Statistieken in de sport zijn erg waardevol, maar worden er te pas en te onpas bij gesleurd. Al te lang zijn ook foute statistieken gehanteerd om prestaties te beoordelen. Helemaal als het teamprestaties betreft. Dan beter geen statistiek.

Het meest opvallende voorbeeld van fout gebruik is honkbal. Daar verkeek men zich al een eeuw lang op de prestaties van slagmannen omdat men op de verkeerde data focuste. Tot ene Billy Beane zich met de zaak bemoeide en compleet andere cijfers vroeg om spelers te beoordelen.

Hij baseerde zich op sabermetrics, een wiskundig model dat door heel slimme fans was ontwikkeld. Beane won met zijn Oakland Athletics nooit de World Series, maar eindigde traditioneel altijd hoger dan zijn payroll liet uitschijnen. In de Amerikaanse profsport heet dat ‘goed bezig’. Het verhaal is verfilmd in Moneyball, met Brad Pitt als Billy Beane.

Cijfers bewijzen veel, maar niet alles, niet altijd, en vooral niet in alle sport. Balbezit in voetbal is zo’n statistiek. Dat is een erfenis van Johan Cruijff. “Als wij de bal hebben, kunnen hun niet scoren.” Balbezit in voetbal is als op kop rijden in het wielrennen. Was het aantal kilometers op kop een maatstaf, dan hadden Thomas De Gendt en Tim Declercq (voor beiden doe ik mijn hoed af, daar niet van) onder hun beiden alle klassiekers gewonnen.

Statistieken zijn pas relevant als er genoeg acties zijn, liefst nog repetitief van aard. Iemand zou Hein Vanhaezebrouck en al die andere coaches in het voetbalspel er moeten op wijzen dat ze niet met volleybal, basketbal, honkbal of handbal bezig zijn. Een volleybalploeg die meer aanvalt dan de andere zal meestal de winnende partij zijn. Een basketbalploeg die twintig shots meer neemt, idem, al zal het uiteindelijke resultaat afhangen van het slaagpercentage.

Voetbal is een heel apart spel en dat heeft niets van doen met de fysieke prestatie, want die is bijvoorbeeld minder dan in hockey. Evenmin met tactiek, want basketbal, volleybal en vooral ijshockey zijn oneindig veel complexer. Voetbal is een buitenbeentje in de spelsporten door de lage score.

Op deze plaats in de krant moet het bij tijd en stond worden herhaald: voetbal en toeval verschillen één letter, de b, van bal. In geen sport wordt zo weinig gescoord als in voetbal. Bijgevolg is voetbal de meest oneerlijke sport ter wereld.

Een ploeg kan met 20 procent balbezit en zonder één open doelkans een wedstrijd winnen van een ploeg die hen tegen het doel drukt en twintig shots on target heeft. Daarom wordt in voetbal zoveel belang gehecht aan efficiëntie, daarom zijn spelers die makkelijk creëren, vlot afwerken of van een halve kans een hele maken, zo duur in de aanschaf.

Baseballlegende Billy Beane is overigens vorig jaar aandeelhouder geworden van AZ Alkmaar, een kleine ploeg die altijd innovatief te werk moest gaan om geregeld een prijs te pakken. Benieuwd of ze daar nu met andere statistieken werken.

Column Het verdeelde Brazilië in De Morgen van 31 oktober 2022

Het verdeelde Brazilië

Toen ik in augustus 2015 voor het eerst in Rio de Janeiro arriveerde, voor de klassieke verkenning een jaartje voor de eigenlijke Olympische Spelen, had ik een B&B genomen op Copacabana. Niet met zicht op de oceaan, dat was toen al onbetaalbaar, maar in een redelijk goor parallelstraatje op schietafstand van een favela.

Diezelfde avond zou in mijn straatje nog iemand vermoord worden, al duurde het een uurtje en drie takes voor ik vanaf mijn veilig balkonnetje door had dat deze moord was gespeeld ten behoeve van een telenovella.

Een dag later was het zondag en Copacabana was afgesloten voor het gemotoriseerd verkeer. Ik verbaasde mij over de vele personal trainers die in het zand hun cliënten aan crossfit onderwierpen. Op de weg waar anders auto’s raasden, liepen nu joggers heen en weer. Minstens een kwart van de Brazilianen droeg het kenmerkende shirt van de Seleçao: verde e amarelo, groen en geel, zoals
de Braziliaanse vlag.Bij een barretje had ik afgesproken met mijn verhuurders, een koppel academici van wie de vrouw als chemisch analyticus een jaar later zou ingeschakeld worden in het dopinglab. Ze woonden niet op Copacabana, maar in Botafogo, dicht bij haar universiteit. Beiden spraken uitstekend Engels. Ik had maar een vraag te stellen of er volgde een uitgebreid antwoord.

Na de lunch werd het ineens drukker en kwamen veel meer mensen op straat. “A political rally”, zei de vrouw redelijk misprijzend. “Zie je gele shirts van de nationale ploeg? Dat heeft niets te maken met sympathie voor het voetbal, maar alles met fout nationalisme. Dat shirt is gekaapt door rechts. En de rally van deze middag is tegen Dilma Roussef. Zij is ook niet mijn favoriete president, maar alvast beter dan het alternatief.”

Tien dagen na het einde van de Olympische Spelen werd Roussef afgezet, het alternatief en haar vice Michel Temer volgde haar op. Hij effende de weg voor Jair Bolsonaro drie jaar later. Nooit hebben meer Brazilianen het geelgroene shirt gedragen en toevallig is 99 procent van de dragers niet donker van kleur.

Bolsonaro eigende zich het shirt ook meteen toe, tot grote ergernis van een groot deel van de Brazilianen en niet het minst van Nike. Te pas en te onpas schonk Bolsonaro een shirt aan zijn politieke vrienden. Zo kreeg Donald Trump er ook één, wellicht het enige shirt van het door hem zo gehate Nike.

Tottenham-spits Richarlison de Andrade is de eerste van de nationale selectie die zich heeft uitgesproken tegen de kaping van het mythische shirt door de aanhangers van Bolsonaro. “Ik zou willen dat het shirt een natie verenigt en niet verdeelt.”

Schoon gezegd, maar Brazilië is hopeloos verdeeld. Bij het tikken van dit stukje is het niet duidelijk met welke president het morgen wakker wordt: Lula of Bolsonaro. Als het van Neymar afhangt, wordt het Bolsonaro. De aanvaller van PSG lapte het dwingend verzoek van de Braziliaanse voetbalbond en afspraken onder internationals om zich afzijdig te houden in de presidentsverkiezingen aan zijn laars.Hij promootte voor de eerste ronde openlijk Bolsonaro. De kritiek was niet mals: Neymar zou van een herkozen Bolsonaro amnestie kunnen krijgen voor de belastingontduiking waarvoor hij terecht staat. Lula heeft al laten weten dat alle schatrijken van Brazilië hun belastingen zullen betalen, voetbalster of niet.

Neymar speelt het hard. Vorige week nog deed hij een live met zijn favoriete presidentskandidaat en beloofde zijn eerste doelpunt op de World Cup in Qatar aan hem op te dragen door het teken 22 (Bolsonaro’s verkiezingsnummer) te tonen bij de viering.

De Braziliaanse voetbalbond CBF ging eerder al ten rade ging bij kledingsponsor Nike om de extreemrechtse kaping van het shirt af te blokken. In 2019 voor de Copa Amerika ontwierp Nike samen met de CBF het iconische witte shirt waarmee de eerste grote successen in het internationale voetbal werden behaald.

Nike ging voor deze World Cup nog verder en haalde alles uit de kast om een nieuw mooi uit-shirt te ontwikkelen, blauw, paramount blue om precies te zijn. Op de mouwen staat een panterprint, het geel (dynamic yellow) en groen (green spark) is minimaal aanwezig. Het shirt is gepromoot door de voetballer Richarlison en de rapper Djonga, een heftige tegenstander van Bolsonaro.

Dat is handig voor straks in de tribunes, of nog beter in de barretjes als de Seleçao speelt. In het gele shirt, in de rechterhoek, hoofdzakelijk witte Brazilianen. In het blauwe shirt, in de linkerhoek, hoofdzakelijk donkere Brazilianen. Benieuwd of de segregatie integratie wordt. Bij een zesde wereldtitel wel, maar daarna?

Column Going to the Match in De Morgen van zaterdag 29 okt 2022

Going to the Match

Het schilderij met die naam blijft hangen in het Lowry Museum in Manchester. Dat stond in een artikel op pagina twee van deze krant van woensdag, naast een standpunt met #MeToo in de titel, dus het kan zijn dat u deze pagina heeft overgeslagen. Dat is jammer voor het standpunt, maar ook voor het artikel.

Going to the Match is een voetbalschilderij, ‘iconisch’, zo stond het in de kop. Nooit van gehoord. Het schilderij van ene Laurence Stephen Lowry beeldt het publiek uit dat naar een stadion stapt. Het is 1953. In gespreide slagorde haasten ze zich licht voorovergebogen richting de toegangspoorten van Burnden Park, het oude stadion van de Bolton Wanderers. De stad Bolton ligt ten noordwesten van Manchester, midden in het antieke epicentrum van het (Engels) voetbal.

Je ziet behalve mensen die naar het stadion wandelen zonder elkaar de hersens in te slaan, al weet je natuurlijk nooit welke pyrotechnics ze in hun tweedjassen en onder hun maandverbanden hebben verstopt, ook een houten tribune waar al wat volk op zit. In de achtergrond roken de katoenfabrieken de lucht Engels grauw. Die zullen in de volgende decennia allemaal sluiten, net als bij ons.

In het artikel stond dat het schilderij ter veiling was aangeboden door de Engelse spelersvakbond, de Professional Footballers’ Association (PFA), want die had financiële problemen. Dat móét je vreemd vinden. Het gemiddelde salaris van een Premier League- voetballer, die allemaal lid zijn, bedraagt 50.000 pond (57.000 euro nu het pond zo laag staat). Vijftigduizend pond en voor alle duidelijkheid: pér wéék.

Als er één vakbond financieel uit de kosten moet komen, dan deze. The Guardian had meer details. De PFA had zijn goededoelenorganisatie Players Foundation (PF) moeten afsplitsen op last van de Engelse fiscus. De PF en niet de PFA had geldzorgen. Maar dan nog. Bon, eind goed al goed, het schilderij blijft in het museum waar het hing en dat heeft het gekocht voor 9 miljoen euro met dank aan een donateur. Goed gedaan Players Foundation. Het werk werd in 1999 gekocht voor 2,2 miljoen.

Het publiek in het schilderij is divers. Niet qua kleur, het is 1953. Wel inzake afkomst, dat zie je aan de (bol)hoeden, petten en klakken van de mannen. Het beeld doet denken aan de uitstekende Netflix-serie The English Game. De storyline op IMDb (7,6 rating) is “Het verhaal van de uitvinding van het voetbal en hoe het in sneltempo ’s werelds populairste spel werd door de klassen te overstijgen”.

Ergens naar het einde toe van de zesdelige reeks die begint in 1879 en historisch zeer accuraat is, gaat het mis. Tijdens een voetbalwedstrijd tussen de Old Etonians – een team van rijken en adel, amateurs dus – en Blackburn – een fabrieksploeg met arbeiders betaald om te voetballen, profs dus – gaat het talrijk opgekomen publiek met elkaar op de vuist.

Toen ik zondag de rellen zag tijdens Standard-Anderlecht en daarna de beeldverslagen van de oorlogstoestanden bij de bussen naast het stadion, was mijn reactie: wat als voetbal nooit de klassen was overstegen en een elitesport was gebleven? Of wat als voetbal de weg van de moedersport rugby was opgegaan? Een ruwe sport voor harde bolsters met blanke pitten, een sport waar fans van twee ploegen door elkaar kunnen zitten, een sport waar een geoute homo de nummeréénref kon zijn? Wat als?

Voetbal is al in de negentiende eeuw een verkeerde weg ingeslagen. De weg van bedrog, schwalbes, matennaaaierij en omkoping. De weg van mensenhandel, randje slavernij soms, zoals de betaalde transfer. De weg van het geld, astronomische salarissen en transfersommen. De weg van geweld op het veld, met ruwe, gemene overtredingen. De weg van geweld in en buiten de tribunes, later noemde men dat hooliganisme.

Dat hooliganisme is nooit weggeweest, hooguit af en toe verdrongen. Het houdt maar niet op en hier in België wordt het zelfs steeds erger. Het argument dat voetbal slachtoffer is als katalysator van de problemen waarmee de brede maatschappij te kampen heeft, is nonsens. Voetbal is lang niet overal in de wereld de eerste sport, maar ook in een land waar het de tweede, derde of zelfs vierde sport is, trekt het geweld aan.

De cultuur rond dat spel is het probleem en die cultuur zal je nooit meer veranderen. De oplossingen liggen nochtans voor de hand: video-opnames van de supportersvakken, zeer strenge geldstraffen, stadionverboden van minimaal vijf jaar, wedstrijden zonder publiek, gezichtsherkenning in het vak en bij de ingang, en dat alles betaald door de profliga en de clubs. Het zou met voetbal moeten zijn zoals met het milieu: de vervuiler betaalt.

Column Voetbalfinanciën in De Morgen van maandag 24 oktober 2022

Voetbalfinanciën

Dat het voetbal overal in de wereld de weg kwijt is, zou inmiddels tot de algemene kennis moeten behoren. Dat in die sport het Belgische voetbal helemaal van het padje af is, zou inmiddels ook bekend moeten zijn. Decennialang is dat in ons land verbloemd door allerlei lapwerk en politieke hand- en spandiensten.

Denk in dat verband alleen al aan de groepsverzekering voor voetballers. Die regeling was het gevolg van een één-tweetje tussen de toenmalige bonds- en Club Brugge-voorzitter Michel D’Hooghe en minister van Sociale Zaken Jean-Luc Dehaene. Die gunst kwam uitgerekend na het grootste schandaal dat het Belgische voetbal ooit heeft gekend. De Bellemans-affaire in 1984, genoemd naar de onderzoeksrechter, was een combinatie van een gigantische zwarte voetbaleconomie en omkoping.

De groepsverzekering voor voetballers (later uitgebreid naar alle profsporters) voorzag erin dat die beroepscategorie sinds 1986
veel meer van het brutosalaris kon wegstorten op een soort pensioenspaarrekening dan om het even welke andere werknemer. Het gespaarde geld konden ze ook veel vroeger opnemen, bovendien tegen een zeer gunstig tarief. Daar komt nu een eind aan. Het wordt zoals iedereen wachten tot 65 voor ze dat geld te zien krijgen, of zich blauw betalen aan belastingen, zoals elke andere burger.

Dehaene liet in een tandem met Joseph-Emile Vandenbosch, voormalig topman van de Nationale Loterij, het nieuwste verzekeringsproduct door één verzekeraar ontwikkelen, waardoor die tijdelijk een monopolie had. Vervolgens werd die verzekeraar (Assubel) shirtsponsor van de club van D’Hooghe en Dehaene. Zoiets passeerde toen gewoon, hooguit werd een keer gemonkeld.

Vandaag passeert nog maar weinig. Het voetbal krijgt de ene na de andere draai om de oren. De spelers en clubs betalen nu
meer sociale lasten dan ooit tevoren, maar nog niet evenveel als een normale werknemer/gever, en de clubs betalen iets meer bedrijfsvoorheffing, maar lang niet als een ander normaal bedrijf. Het hek is wel van de dam. Die 43 miljoen euro aan voordelen die het voetbal inlevert is nog maar het begin.

Inmiddels is uitgebreid aangetoond dat de meest begunstigde economische minisector van het land zich ook na Bellemans continu schuldig heeft gemaakt aan financiële wanpraktijken, zoals fraude en witwasserij. In de affaire-Veljkovic, ook bekend als Operatie Zero, staan straks 57 personen terecht. De enen hebben al meer boter op het hoofd dan de anderen, wellicht zijn er ook onschuldigen, en misschien houdt dat spijtoptantenstatuut van Dejan Veljkovic niet eens stand, maar inmiddels is de fiscus wel begonnen met geld terugvorderen.

Net geen 70 miljoen euro is behoorlijk veel geld en het rechtstreekse gevolg van een aantal transacties via schimmige vennootschappen, overduidelijk bedoeld om belastingen en andere lasten te omzeilen. Naar aloude gewoonte worden die aanslagen betwist, waarom denkt u dat in ongeveer elke raad van bestuur van een voetbalclub topadvocaten zitten?

De FOD Financiën is evenwel van plan het voetbal als een normale bedrijfssector te behandelen. AA Gent kreeg al eerder het dwingende advies om de cvba met sociaal oogmerk (cvba-so) om te vormen in een gewone cvba of, nog beter, een nv. De club is daarmee bezig. Racing Genk is dan weer een vzw. Die willen daar niet van af en zijn zelfs bij monde van hun voorzitter Peter Croonen trots op dat statuut.

Je kan je iets indenken bij een vzw om een jeugdafdeling te runnen, maar niet voor een profsectie waar het hoofddoel juist het maken van winst is. En hoe? Winst halen uit mensenhandel, voor een cvba met sociaal oogmerk of een vereniging zonder winstoogmerk staat dat als een tang op een varken.

Boven de hoofden van de Belgische clubs is binnen de UEFA ook beslist dat clubs straks maar 70 procent van hun voetbalgerelateerd inkomen mogen besteden aan salarissen, tekengeld, andere boni en fees voor makelaars. Op de keper beschouwd hoeft de Belgische profliga dat niet te volgen. De regel geldt alleen voor wie Europees wil spelen – dat wil iedereen – en wie salariskosten heeft van meer dan 30 miljoen euro – maar dat zullen er niet veel meer dan drie zijn in onze competitie.

De belangrijkste regel is het streven van de Pro League naar een positief eigen vermogen bij de clubs in plaats van een negatief, zoals bij 15 van de 26 profclubs het geval is.

Kanttekening bij dit alles: de overgangsperiode waarmee alles wordt ingevoerd, komend boven op de twee covidjaren; dat zijn vijf seizoenen waarin niet of nauwelijks werd gecontroleerd.

Column de Sportparia in De Morgen van zaterdag 22 oktober 2022

De sportparia

Ik doceer nu ongeveer twintig jaar het vak geopolitiek van de sport aan een universiteit en een hogeschool. Ik wil dat even kwijt om de heel simpele reden dat dit vak vroeger ‘sport en internationale ontwikkelingen’ heette en er lang twijfels waren om het de welluidende naam te geven waaronder het nu gebukt gaat.

De cursus bestaat uit slides, waarvan de helft elk jaar moet worden aangepast. Ik was daar deze week achttien uur zoet mee. Voor zes uurtjes les, maandag aanstaande, zal ik er 180 slides door jagen. Afhankelijk van de respons kan het zijn dat ik niet alles kan afwerken en het laatste deel (de nieuwe financial fair play in het voetbal) is nog wel het meest interessante en acute en verdient geen gejaag.

Wat zegt u? Zes uur lesgeven in één dag? Jawel, met een uurtje middagpauze en twee breaks. En neen, nu u het vraagt, ik kom niet uit de kosten, al zijn de uren lesgeven goed vergoed. Ik doe het om jonge mensen te zien en om mijn opgebouwde kennis niet verloren te laten gaan. Wat baat het om te weten hoe de Champions League het geld nu herverdeelt (of doet alsof) als je niet weet hoe het er vanaf 2024 zal aan toegaan? Nog oneerlijker, nog meer geld naar de al zo rijke voetbalmarkten.

Door die slides en die steeds veranderende inhoud en uitleg ben ik een docent van de oude stempel. You reach, I teach, om Michael Jordan te parafraseren. Wie niet oplet of noteert wat erbij wordt verteld, die heeft een probleem. Hoewel ik in alle examens zoek naar een middel om minstens een tien te geven, is elk jaar minimaal een derde het haasje. Eén keer was de helft gebuisd en toen heeft een directie mij daarop aangesproken. Ik heb voorgesteld dat ze het vak zelf mochten geven. Nooit meer klachten gehad.

Geopolitiek van de sport is niet te veel eer voor een verzameling spelletjes, ook niet nu, in tijden van oorlog. Wie de uitstekende docu Gold War in de serie Bad Sport op Netflix heeft gezien, kan dat beamen. Die zal dan hopelijk ook Icarus hebben bekeken en twee keer de kop van Vladimir Poetin hebben zien opduiken.

Poetin op oorlogspad, daar heeft de sport al langer mee te maken. Via de sport wilde hij zijn land de eer en glorie van weleer geven, desnoods met ongeoorloofde middelen. 132 medailles in Seoel in 1988, nooit deed een land het beter op Olympische Spelen. In 1996 waren er daar voor de uitgeklede Sovjet-Unie nog 63 van overgebleven. In 2008 zakten ze tot het dieptepunt: 60 stuks.

De frustratie van Poetin over de teloorgang van zijn Sovjet-Unie is begonnen door de sport en ook het meest zichtbaar in de sport. Door zijn Krim-avonturen (na Sotsji 2014), de inval in Oekraïne (na Peking 2022) en het dopingschandaal in Sotsji en in de Russische sport in het algemeen is de Russische Federatie een sportparia.

Deze week verzamelt de sportbobowereld toevallig in Seoel voor de algemene vergadering van de nationale olympische comités (ANOC). De Britten hebben geweigerd de zaal te betreden omdat de olympische comités van Rusland en Wit-Rusland aanwezig zijn. Heel wat andere westerse landen hebben zich bij dat protest aangesloten.

Een Belgisch standpunt hebben we niet gehoord. Wellicht volgen die gezagsgetrouw de koers van sportpaus Thomas Bach, voorzitter van het Internationaal Olympisch Comité (IOC). Die brak een lans voor het opnieuw toelaten van Russische en Wit-Russische atleten in alle sportcompetities. “Sancties zouden alleen mogen gelden voor wie verantwoordelijk is. Atleten zijn onschuldig.” Hoe naïef. Het zal ook niet gebeuren.

Sport is politiek en sportpolitiek is meestal geopolitiek en ook heel vaak economie. Herinner u nog de rel die de NBA had met China, nadat een baas van Houston Rockets zijn steun had toegezegd aan de protesten in Hongkong. Prompt ging het NBA-licht uit in China. Waarop ze op Fifth Avenue in een kramp schoten: ho maar, mensenrechten zijn oké, maar die Chinezen betalen wel 1,5 miljard dollar aan tv-rechten voor vijf jaar NBA. Het Houston-mannetje krabbelde snel terug.

De voorbeelden van sport als geopolitiek middel zijn schering en inslag. Neem Abu Dhabi, dat eigenaar is van City Football Group, dus Manchester City, waar de Chinese overheid ook aandeelhouder is. Of de Chinese stadionbouw in Afrika, die dan weer te maken heeft met de lokale grondstoffen, maar ook met de ambitie om de World Cup van 2030 te organiseren.

Qatar wil op de World Cup van over een maand dan weer een onberispelijk rapport van de buitenwereld. De nieuwste ambities kunnen dan uit de koelkast: Olympische Spelen in Qatar en Saudi-Arabië bijvoorbeeld. Bijvoorbeeld in 2036, maar daar heeft ook alweer een andere grootmacht een oogje op: Rusland. Veertien jaar na het pariaschap, dat moet kunnen.

Column over Nafi Thiam in De Morgen van maandag 17 oktober 2022

Wedergeboorte

Nafi Thiam breekt met Roger Lespagnard, haar trainer van veertien jaar.
Eerste reactie: eindelijk, geen moment te vroeg.
Tweede reactie: zo, zit er dan toch nog wat in die tank van haar en wil ze er alles uithalen?

Het bericht van de breuk kwam via de sociale media en misschien ook van haar managementbureau, maar aangezien dat in elkaar overloopt, weet je nooit hoe dat precies is gegaan. Een impulsieve beslissing was het in elk geval niet. De communicatie errond evenmin, die was gestuurd.

De meeting om het seizoen 2023 door te nemen, dat leek Nafi Thiam het juiste moment om haar trainer de wacht aan te zeggen. Die vond plaats afgelopen dinsdag, een beetje laat volgens Lespagnard, maar na zo’n seizoen met een Europese en een wereldtitel, gunde hij haar graag wat extra rust. Vakantie, dacht hij. Mis gedacht, ze wilde tijd winnen, alles goed doornemen, om te komen tot knopen doorhakken.

De laatste, moeilijkste knoop, was voor dinsdag. Hoe ze het precies meedeelde, ooit komen we dat misschien te weten, maar het zal iets geweest zijn in de trant van “sorry Roger, ik moet een andere omgeving opzoeken, anders trek ik het niet meer en het zal voortaan zonder jou zijn”. De aimabele Roger Lespagnard was abasourdi, dat klinkt mooier dan het Nederlandse verbijsterd.

En zo kon Lespagnard al snel na het begin van de meeting zijn A4’tjes weer in het mapje stoppen, haar nog eens bedanken voor alles (wellicht, dat weten we niet zeker) en was hij vlugger terug thuis in Fléron dan gedacht. Dinsdagavond viel de beslissing, woensdag was een dagje om te bezinnen en donderdag werd het nieuws dan de wereld in gestuurd.

Vrijdag stond Nafi in de kranten, zaterdag was het de beurt aan Roger om zijn verhaal te doen. Zijn kop in alle media was ongeveer dezelfde: “Nafi huilde toen ze mij haar beslissing meedeelde”. Als Lespagnard daar troost heeft uitgehaald weze die hem gegund, maar de brave man moet na die veertien jaar inmiddels ook weten dat de traantjes bij Nafi Thiam nogal makkelijk komen.

Dat het haar niet makkelijk zal hebben gevallen, ook daar mag niet aan worden getwijfeld, maar er zit wel enige logica in deze
move. Niets mis met mensen van 76 jaar – sneller dan ooit vermoed, zijn we daar naar onderweg – maar trainers van 76 jaar in de absolute topsport, dat is een lastige. Coaches tot daar aan toe, het stikt ervan in de Amerikaanse college- en profsport, maar die hebben dan een batterij veldtrainers ter beschikking. In een uitgesproken technische discipline die dan ook nog eens bestaat uit zeven verschillende specialismes, is het niet meer van deze tijd.

Er vervolgens prat op gaan weinig te veranderen, onder het motto “wat goed werkt, zal blijvend werken”, geen of haast geen extern specialistisch advies dulden, het is een wonder hoe lang Thiam er over heeft gedaan om Lespagnard te bedanken voor bewezen diensten. Het is derhalve een nog groter wonder hoe ze al die jaren aan de top is gebleven.

Dat heeft ze in de eerste plaats te danken aan haar immense talent, maar in niet onaanzienlijke mate ook aan de ontstellende bloedarmoede in de meerkamp, een discipline verlaten door grote sterren en grote sportlanden. Desondanks behoort Nafi Thiam met haar twee olympische titels, twee wereldtitels, twee Europese titels, en al het indoorgedoe laten we hierbij buiten beschouwing, tot de grootste olympiërs aller tijden, in haar land én in haar sport.

Neen, deze beslissing komt geen moment te vroeg. Wellicht komt ze zelfs te laat. Thiam is 28, heeft heel veel kilometers op de teller, is blessuregevoelig, maar is vooral mentaal af en toe de weg kwijt. Haar huilbui na haar olympische titel in Tokio vorig jaar sprak boekdelen. Haar breekbaarheid siert haar (soms), maar is geen gunstig voorteken voor de wedergeboorte waar ze naar op zoek is.

Ze lopen een risico, maar Thiam en haar entourage hebben wel de juiste conclusie getrokken: stilstaan is achteruitgaan, het is nu of nooit. Haar persoonlijk record dateert van toen ze nog maar 23 was, abnormaal voor een meerkampster. Echte progressie was er nauwelijks nog, behalve dan op de 800 meter, maar zelfs die moet nog sneller kunnen.

Het Europees record van Carolina Kluft, 7032 punten en een eitje van inmiddels vijftien jaar oud, daar komt ze niet meer bij in de buurt. Dat record moet het eerste doel zijn, naast uiteraard gezond blijven en een basis leggen voor een derde olympisch goud op rij. De volgende gestuurde communicatie zal er één zijn met de nieuwe trainer. Als het even kan niet Bob Kersee. Dat die überhaupt in beeld is, is niet te begrijpen. Iemand zou La Nafi eens de geschiedenis van de doping in haar sport uit de doeken moeten doen.