Column de Sportparia in De Morgen van zaterdag 22 oktober 2022

De sportparia

Ik doceer nu ongeveer twintig jaar het vak geopolitiek van de sport aan een universiteit en een hogeschool. Ik wil dat even kwijt om de heel simpele reden dat dit vak vroeger ‘sport en internationale ontwikkelingen’ heette en er lang twijfels waren om het de welluidende naam te geven waaronder het nu gebukt gaat.

De cursus bestaat uit slides, waarvan de helft elk jaar moet worden aangepast. Ik was daar deze week achttien uur zoet mee. Voor zes uurtjes les, maandag aanstaande, zal ik er 180 slides door jagen. Afhankelijk van de respons kan het zijn dat ik niet alles kan afwerken en het laatste deel (de nieuwe financial fair play in het voetbal) is nog wel het meest interessante en acute en verdient geen gejaag.

Wat zegt u? Zes uur lesgeven in één dag? Jawel, met een uurtje middagpauze en twee breaks. En neen, nu u het vraagt, ik kom niet uit de kosten, al zijn de uren lesgeven goed vergoed. Ik doe het om jonge mensen te zien en om mijn opgebouwde kennis niet verloren te laten gaan. Wat baat het om te weten hoe de Champions League het geld nu herverdeelt (of doet alsof) als je niet weet hoe het er vanaf 2024 zal aan toegaan? Nog oneerlijker, nog meer geld naar de al zo rijke voetbalmarkten.

Door die slides en die steeds veranderende inhoud en uitleg ben ik een docent van de oude stempel. You reach, I teach, om Michael Jordan te parafraseren. Wie niet oplet of noteert wat erbij wordt verteld, die heeft een probleem. Hoewel ik in alle examens zoek naar een middel om minstens een tien te geven, is elk jaar minimaal een derde het haasje. Eén keer was de helft gebuisd en toen heeft een directie mij daarop aangesproken. Ik heb voorgesteld dat ze het vak zelf mochten geven. Nooit meer klachten gehad.

Geopolitiek van de sport is niet te veel eer voor een verzameling spelletjes, ook niet nu, in tijden van oorlog. Wie de uitstekende docu Gold War in de serie Bad Sport op Netflix heeft gezien, kan dat beamen. Die zal dan hopelijk ook Icarus hebben bekeken en twee keer de kop van Vladimir Poetin hebben zien opduiken.

Poetin op oorlogspad, daar heeft de sport al langer mee te maken. Via de sport wilde hij zijn land de eer en glorie van weleer geven, desnoods met ongeoorloofde middelen. 132 medailles in Seoel in 1988, nooit deed een land het beter op Olympische Spelen. In 1996 waren er daar voor de uitgeklede Sovjet-Unie nog 63 van overgebleven. In 2008 zakten ze tot het dieptepunt: 60 stuks.

De frustratie van Poetin over de teloorgang van zijn Sovjet-Unie is begonnen door de sport en ook het meest zichtbaar in de sport. Door zijn Krim-avonturen (na Sotsji 2014), de inval in Oekraïne (na Peking 2022) en het dopingschandaal in Sotsji en in de Russische sport in het algemeen is de Russische Federatie een sportparia.

Deze week verzamelt de sportbobowereld toevallig in Seoel voor de algemene vergadering van de nationale olympische comités (ANOC). De Britten hebben geweigerd de zaal te betreden omdat de olympische comités van Rusland en Wit-Rusland aanwezig zijn. Heel wat andere westerse landen hebben zich bij dat protest aangesloten.

Een Belgisch standpunt hebben we niet gehoord. Wellicht volgen die gezagsgetrouw de koers van sportpaus Thomas Bach, voorzitter van het Internationaal Olympisch Comité (IOC). Die brak een lans voor het opnieuw toelaten van Russische en Wit-Russische atleten in alle sportcompetities. “Sancties zouden alleen mogen gelden voor wie verantwoordelijk is. Atleten zijn onschuldig.” Hoe naïef. Het zal ook niet gebeuren.

Sport is politiek en sportpolitiek is meestal geopolitiek en ook heel vaak economie. Herinner u nog de rel die de NBA had met China, nadat een baas van Houston Rockets zijn steun had toegezegd aan de protesten in Hongkong. Prompt ging het NBA-licht uit in China. Waarop ze op Fifth Avenue in een kramp schoten: ho maar, mensenrechten zijn oké, maar die Chinezen betalen wel 1,5 miljard dollar aan tv-rechten voor vijf jaar NBA. Het Houston-mannetje krabbelde snel terug.

De voorbeelden van sport als geopolitiek middel zijn schering en inslag. Neem Abu Dhabi, dat eigenaar is van City Football Group, dus Manchester City, waar de Chinese overheid ook aandeelhouder is. Of de Chinese stadionbouw in Afrika, die dan weer te maken heeft met de lokale grondstoffen, maar ook met de ambitie om de World Cup van 2030 te organiseren.

Qatar wil op de World Cup van over een maand dan weer een onberispelijk rapport van de buitenwereld. De nieuwste ambities kunnen dan uit de koelkast: Olympische Spelen in Qatar en Saudi-Arabië bijvoorbeeld. Bijvoorbeeld in 2036, maar daar heeft ook alweer een andere grootmacht een oogje op: Rusland. Veertien jaar na het pariaschap, dat moet kunnen.