Column Remcooooh!!! in De Morgen van maandag 17 juni 2019

Remcooooooh!

Er komt een dag, een weekend kan ook, dat Evenepoel, Poels en Van der Poel alle drie ergens in de wereld een koers winnen. Wij maar lachen met die Koreanen die allemaal Park of Kim heten, maar de Aziatische wielerfreak trekt ook grote ogen: een laaglander die op een fiets zit, en wint, die heet Poel of iets wat daarop lijkt.

Varianten op familienamen met Poel lopen niet overdreven dik in de maatschappij en al helemaal niet in de koers. Ja, je had Poulidor, maar dat is geen etymologische verwantschap. Die fonetische overeenkomst is wel handig voor de Franse commentatoren die het af en toe nog weleens willen hebben over Poêls, Van der Poêle of Evenne-poêle, dat laatste powelle uitgesproken, wat fornuis betekent.

Er zitten nu drie Poel’en in het peloton en dat iedereen er maar gauw aan went. Twee wonnen afgelopen weekend: Remco Evenepoel de Ronde van België en Wout Poels de zware bergrit in de Dauphiné. Mathieu van der Poel – om het extra gecompliceerd te maken voor die Aziaat is die ook nog eens de kleinzoon van Poulidor – won niet. Daar was een goede reden voor: hij reed niet.

Poels is een topper, maar een meesterknecht en ook al 31. Van der Poel en Evenepoel zijn blijvers. Zij gaan elkaar de volgende seizoenen tegenkomen in wedstrijden als het kaf van het koren wordt gescheiden. Zij zijn het koren, daar kan geen twijfel meer over bestaan. Van der Poel (24) zette zichzelf dit voorjaar op de kaart. Evenepoel, 19 jaar oud, won de Ronde van België. Zoals hij zelf zei: “Oké, het is niet tegen de wereldtop, maar toch…”

Oké, het was maar de Ronde van België, tot nader order geen WorldTour en dat relativeringsvermogen siert hem, maar toch… Donderdag won hij de rit en zaterdag net niet, enkel en alleen omdat hij de laatste veertien kilometer als een razende op kop had gereden. Victor Campenaerts die hem klopte in de sprint, bleef zoals altijd heel nuchter en sprak profetische woorden: “Ik heb hier toch maar mooi de sprint gewonnen tegen een van de beste renners van deze generatie.”

Campenaerts was ervaringsdeskundig nadat hij donderdag in de Vlaamse Ardennen in opdracht van zijn ploeg mee was gesprongen met dé Remco en ternauwernood zijn wiel kon houden. Of niet, want in een bocht ging Campenaerts onderuit. Een beangstigend beeld zoals hij vervaarlijk naar die betonnen duiker schoof en net op tijd tot stilstand kwam. Wat is dat wielrennen toch een vreselijk gevaarlijke sport.

Achteraf sprak de geschaafde Campenaerts vol bewondering: “Zo rap dat de Remco reed, nog nooit meegemaakt.” Het meest memorabele moment kwam na de rit van donderdag in de tent waar de top drie even tot rust kwam, werd opgeblonken voor het podium en waar zich wat verslaggevers en een camera ophielden. Fabio Jakobsen, ook al zo’n talent en ook nog maar 22, gaf Evenepoel zijn vet omdat hij te vroeg was willen wegrijden. “Rustig blijven. Zo rij je mij ook de nek af.” Woorden die blijven resoneren en de jaaroverzichten zullen halen.

Met de junior Remco Evenepoel was het goed om een slag om de arm te houden. Maar na de Ronde van België zijn de nuchteren in deze wereld van tijdelijke trends, hyperbolische hypes en fenomenen van één dag ook overstag. Dit weekend is hij definitief toegetreden tot de selecte club van uitverkorenen die het grote Belgische verlangen naar een opvolger voor Eddy Merckx belichamen.

Dat is een zwaar kruis om te dragen, maar om de een of andere reden zie je dat met deze jongen wel goed komen. Zijn interviews na de wedstrijd zijn verhelderend. Duidelijke taal in keurig Nederlands met een Brabants accent; het is eens wat anders dan dat Kempens en West-Vlaams. Narcisme is hem vreemd, dus een vergelijking met die ene illustere voorganger slaat nergens op. Grootspraak is aan hem evenmin besteed. Doping zie ik bij hem niet gebeuren. Drugs evenmin. Dat eigen kledingmerk is erover, maar allee, als hij van de witte sportkarren met zwarte velgen kan wegblijven, komt het helemaal goed.

Remco Evenepoel kan niet alleen hard op kop rijden, hij kan ook koersen en dat doet hij met de generositeit van de nieuwe generatie. Negentien is hij, vijf jaar jonger dan Mathieu van der Poel met wie hij in één adem wordt genoemd. De grote vraag blijft die van toen hij junior was: waar gaat dit eindigen, waar kan dit eindigen?

Evenepoel heeft als voetballer al behoorlijk wat kilometers op de teller. Zijn persoonlijke jeugdtrainer – jawel, die had hij ook al – was van de harde, compromisloze weg. Het is lastig te voorspellen hoeveel rek er nog op zijn fysiologie zit, maar de klasse die Evenepoel nu al etaleert, vind je bij geen tien Belgen met een profcontract.

 

Remcooooh!!!

Column TT-fiets in De Morgen van zaterdag 15 juni 2019

De TT-fiets

De eerste reactie bij het bericht van het ongeval van Chris Froome was: ‘Gevallen tijdens de verkenning van de tijdrit? Oei, was dat met de gewone of met de tijdritfiets?’

Ooit heb ik een paar duizend kilometer getraind op zo’n TT-fiets. Het was geen high-end Pinarello. Hij had wel een aerodynamisch kader, de remmen zaten achter de vork bijvoorbeeld, de kabels waren weggewerkt. Ik had ook drie paar wielen: gewone trainingswielen met bandjes, dure wielen met drie spaken die lekker zoomden en een nog duurder vol achterwiel, de wedstrijdwielen voorzien van tubes, natuurlijk.

Ik heb ermee getraind en ik heb er wedstrijden mee gereden, triatlons dan, van kwartjes over een paar halve tot die ene hele waarin ik 180 kilometer lang in de beugels bleef liggen, met een goeie 30 gemiddeld in het bike park binnenreed en nadien als een halve kreupele aan mijn marathon begon en eindigde als een zombie. Daarna had ik het wel gehad op de TT.

Eén wedstrijd herinner ik mij nog beter: een halve ergens in het westen van Nederland. Het stormde die dag en de organisatie raadde het af om met hoge velgen te rijden. Koppig als ik was, stak ik zelfs het vol wiel, maar vooraan het trainingswiel met lage velgen. Tip: het voorwiel bepaalt waar je fiets heengaat. Ik bleef makkelijk overeind, maar dat mijn achterwiel geen kant uitkon, had minder te maken met mijn rijkunsten, dan wel met mijn (over)gewicht, zeg ik er maar snel zelf even bij.

Ik herinner mij van die halve vooral dat ene moment dat ik op een smalle weg langs een sloot in de buurt van Leiden een concurrent wilde inhalen. Probleem: hij reed nogal erg in het midden, omwille van die wind. Ik had al een keer geroepen, maar hij hoorde mij
niet door die wind. Meter per meter kroop ik naar hem toe en met nog 20 meter te gaan verdween het probleem vanzelf, door de felle rukwind met fiets en al in de sloot geblazen. Een ondiepe sloot gelukkig en hij klauterde al meteen weer tegen het gras op, waardoor ik met een gerust gevoel kon doorrijden.

Wat hier voorstaat, had ik in één zin kunnen afdoen. Zoals: de tijdritfiets is gevaarlijk en daarom is Chris Froome gevallen. Was het niet dat ik u bij deze onopgemerkt kond hebben kunnen doen van mijn heldendaden als triatleet – deelnemer aan triatlons is correcter – en we ook al een halve column onderweg zijn, wat wel eens gepermitteerd is in een sportweek waarin weinig te beleven valt.

Ik herhaal de centrale stelling van dit betoog: de tijdritfiets is gevaarlijk, nóg gevaarlijker dan de racefiets en dat wil wat zeggen. Ik ben nooit gevallen, maar geen meter heb ik echt gerust gezeten. Ten eerste: je hebt in de beugels geen goed zicht op wat 10, 20, 30 meter voor jou gebeurt. Ten tweede: dat ding is alleen al door zijn constructie met die rechte steile voorvork zo onstabiel als maar kan. Ten derde: dat rare stuur met enerzijds die beugels waar je als het ware in ligt met je neus boven je voorwielas en anderzijds het gewone stuur met platte handgrepen waarvoor je dan weer rechtop moet gaan zitten. In mijn geval zaten daar de remmen, dus af en toe moest ik wel wisselen. Van de ene houding naar de andere, dat was altijd weer tricky en dat deed je nooit bij zijwind. Nog een tip: bij veel zijwind blijven liggen en ook blijven trappen zodat de wind geen vat krijgt op je benen.

Chris Froome is nooit een goede chauffeur geweest. Google maar eens op ‘Top 3 worst time trials’ en ‘Froome’. De eerste die je ziet vertrekken en rechtdoor op een suppoost knalt, is Chris Froome, toen nog als Keniaan maar daar lag het niet aan. Met de tijd leek hij zijn fiets beter onder controle te houden en een paar Touren geleden won hij zelfs ritten na een crazy afdaling.

Woensdag zat hij ook in een afdaling. Als de berichten kloppen kwam hij uit de beugels, wilde zijn neus snuiten of niezen of allebei, veranderde dus in een paar seconden twee keer het frontaal vlak van zijn lichaam, haalde daardoor ook nog eens de druk van zijn voorwiel en toen pakten lichaam, fiets en voorwiel vol de wind. Wat een windstoot met een mens op een tijdritfiets kan doen, daar kan Julian Alaphilippe alles over mee vertellen nadat hij in de Tour van 2016 zomaar tegen de rotswand werd geblazen (ook dat is te googelen).

Froome is slachtoffer geworden van een moment van concentratieverlies in combinatie met een windvlaag, een foute lijn, een rampzalig muurtje en een gebrek aan overgewicht. Pech dus, veel pech. En nu ga ik even de nieuwe eigenaar van mijn TT-fiets sms’en dat hij extra moet oppassen. Dat is namelijk mijn zoon.

 

De TT-fiets

Column World Athletics in De Morgen van dinsdag 11 juni 2019

World Athletics

Dit weekend twee communiqués gekregen van de IAAF, de internationale atletiekbond. Eén met heuglijk nieuws, of wat daarvoor moet doorgaan, en één met ogenschijnlijk minder heuglijk nieuws.

Eerst het goede nieuws. De IAAF heeft een nieuwe naam en een nieuw logo. Het bestaat, aldus de uitleg – waarvoor dank want ik zie het niet – uit drie elementen: de W van World, een winnaar die zijn/haar armen in de lucht steekt en de A van atletiek. Het geheel stelt de focus voor van de atleet die zich voorbereidt op de af te leggen weg en de boog over dat alles is het symbool van de verenigde atletiekfamilie, of wat daarvoor moet doorgaan.

Pas op, het logo zegt nog meer volgens de ontwerpers: de banen in de boog lopen omhoog, symbool voor de ambitie om steeds de limieten te verleggen. Ten slotte zit in het hele logo de energie vervat die aanwezig is in de vier atletiekdisciplines: lopen, springen, gooien en wandelen.

Het logo is voorgesteld op de 217de IAAF Council Meeting in Monaco. Het belangrijkste houden we voor het laatste: de IAAF verandert van naam en wordt voortaan World Athletics. In navolging van World Archery, World Rowing, World Rugby, World Sailing en World Taekwondo. En ook daar was een hele wollige uitleg voor, maar die besparen we u.

De IAAF heeft veel uit te leggen. Bijvoorbeeld waarom het Rusland koppig blijft weigeren als land. Daar ging het tweede communiqué over: er moet nog een en ander gebeuren vooraleer het land zijn status kan terugkrijgen die het verloor in november 2015. Bijvoorbeeld kosten ten belope van 3,2 miljoen dollar terugbetalen. Nog: de IAAF – sorry World Athletics – wil inzage in de data die het Wereld Antidopingagentschap uit het lab in Moskou heeft gehaald. En ten slotte moet er ook opheldering komen over die trainer en dokter die geschorst waren maar die nog steeds actief zouden zijn.

Window dressing noemen ze dat. De honderd jaar oude ongemakkelijke waarheid blijft: atletiek is met afstand de nummer één dopingsport en niets of niemand die daar iets aan kan veranderen. In 2018 voerde atletiek met 98 dopinggevallen de stand aan, vóór honkbal (83) en gewichtheffen (74). In 2017 was honkbal eerste met 96 positieve gevallen, gevolgd door atletiek (90) en gewichtheffen (52). In 2016 scoorde atletiek nog 53 doping cases en stond daarmee derde na de Amerikaanse sporten honkbal (108) en American football (62). In 2015 stond atletiek ook al op nummer één met 62 gevallen. Gewichtheffen (55) en honkbal (30) vervolledigden het podium. Idem in 2014: atletiek eerste met 95 gevallen op een podium met honkbal (62) en gewichtheffen (28).

Opvallend: in 2014 en 2015 was wielrennen, de eerste dopingsport in de perceptie van het publiek en de media, nog vierde met 21 gevallen om in 2018 te zijn gezakt naar de tiende plaats met zeventien cases, waarvan twee in de World Tour.

Slimmeriken merken nu op dat atleten vaker worden betrapt omdat ze met meer zijn en/of omdat er meer wordt gecontroleerd. Niet dus. Atletiek controleerde in 2017 31.483 keer, wielrennen 23.757. In 2014 was dat nog 25.830 voor atletiek en 22.471 voor wielrennen. Atleten zijn wereldwijd met veel meer dan wielrenners en worden dus minder vaak gecontroleerd. Omgekeerd moeten de meest gecontroleerde sporters ongetwijfeld de gewichtheffers zijn met 10.000 controles per jaar.

Meer controleren en geen millimeter vooruitgang boeken, zelfs afgetekend de eerste dopingsport worden, dat moet steken. Daarom moet Rusland nu al voor de elfde keer op de strafbank blijven zitten bij de IAAF terwijl het Internationaal Olympisch Comité dat land wel al terug heeft verwelkomd. Sebastian Coe trekt zich van het IOC niks aan en omgekeerd, want de Engelse lord staat volgende week net zoals in 2017 niet op de nominatie om IOC-lid te worden, een primeur voor een voorzitter van de IAAF of World Athletics. (Overigens is ook Gianni Infantino van de FIFA nog steeds geen lid, en dat komt ook aan.)

Rusland op de strafbank houden en stigmatiseren als de enige boosdoener in het grote huis van de atletiek, is complete nonsens. Het komt Coe goed uit om te laten zien hoe ferm hij is, maar als hij het echt goed voorheeft met zijn sport, moet hij in de eerste plaats Kenia schorsen, waar de ene na de andere topper en medaillewinnaar tegen de lamp loopt. Alleen zou dat zowat zelfmoord zijn, voor Coe en voor zijn sport, en daarom zit alleen Rusland op de strafbank.

 

20190611_De-Morgen_p-21-mail

Column Politieke beïnvloeding in De Morgen van zaterdag 8 juni 2019

Politieke beïnvloeding

Ooit waren eind mei en juni-juli vooral de maanden van het jaar waarin je van dat voetbal kon afkicken. Switchen tussen tennis en wielrennen, of een andere exotische nichesport, Eurosport als behang, de tabel van Roland Garros en later Wimbledon erbij, het parcours van de Giro, de Dauphiné, Zwitserland of de Midi Libre. Die laatste vond ik nog de mooiste koers, ook om zelf te volgen. Heerlijk weer dan al in het zuiden, niet te warm niet te koud, restaurants met altijd plaats, goeie hotels en niet duur.

Dan vandaag, anno 2019. Vanavond spelen de Rode Duivels thuis tegen Kazachstan en dinsdag ook thuis tegen Schotland. Dat zijn wedstrijd voor de kwalificatie van het EK volgend jaar. Donderdagavond was er al Nederland-Engeland. Er was ook België-Servië
in het vrouwenvolleybal, maar bon, er was voetbal op tv. Dus Nederland-Engeland, met een heerlijke tweede helft en nog heerlijker verlengingen, vooral omdat die Engelsen er finaal uitgingen. Dat was voor de UEFA Nations League, een nieuw misbaksel van een competitie met zondag de finale tussen Portugal en Nederland.

De Rode Duivels hadden daar kunnen staan, maar nadat ze met 0-2 waren voor gekomen in en tegen Zwitserland realiseerden ze zich plots dat ze alle onheil over zichzelf aan het afroepen waren. Na een WK-zomer een zwaar seizoen draaien bij de club en in Europa en dan aan het eind, als alle collega’s al lang op het strand liggen, nóg eens vier wedstrijden (twee in de Nations League en twee voor de EK-kwalificatie) vol aan de bak en een week minder congé, dat was er te veel aan. En ineens werd het 5-2.

We waren gisteren 7 juni. Op het brede sportprogramma stond een clash der titanen geannonceerd met Federer-Nadal op la terre battue van Roland Garros, maar deze krant opende met de komst van de messias in Madrid, Hazard dus. HLN had het bij uitbreiding over de huidige generatie Belgen die samen meer dan 1 miljard waard is, het begin van zes pagina’s voetbal. HNB had het over Vermaelen en Chadli die naar Anderlecht gaan. Sorry, niet goed gelezen, die níét naar Anderlecht gaan. Met wat niet gebeurt, kun je veel pagina’s vullen. Dat non-nieuws werd gevolgd door vijf pagina’s voetbal. De Standaard: voetbal op de eerste sportpagina, voetbal op de tweede en dan tennis.

Voetbal is altijd en overal, het hele jaar door. Het gaat nooit meer weg tot de eerste week en het tweede weekend van juli als de Tour de France het tijdelijk overneemt. Het meest belangwekkende voetbalnieuws van de week was evenwel het rapport dat Deloitte in opdracht van de Pro League had opgeschreven. Het essentiële deel van die zin is de tussenbemerking ‘in opdracht van’. Het ene Deloitte (dat in België) is blijkbaar het andere Deloitte (dat in Engeland) niet, want het andere Deloitte heeft geen boodschap aan het rapport dat het ene Deloitte schrijft. Hoe is het anders te verklaren dat in het gezaghebbende jaarlijkse rapport ‘Annual Review of Football Finance’ van het Engelse Deloitte van de Belgische cijfers geen spoor is?

Ik heb de vraag gesteld en de antwoorden varieerden van non reliable (niet te vertrouwen) tot non compatible (niet in overeenstemming). Dat is bepaald vreemd want Rusland, Turkije, Nederland, Portugal, Schotland, Denemarken, Oostenrijk, Noorwegen, Zweden en Polen staan er wel in, met mooie cijfers variërend tussen 813 miljoen euro voor Rusland tot 124 miljoen euro voor Polen. België zou met zijn gerapporteerde omzet van 300 miljoen voor 1A precies de tiende voetbaleconomie zijn.

Ligt het misschien hieraan? Het Belgische rapport heet niet ‘Annual Review of Belgian Football Finance’ maar ‘Socio-economische impactstudie van de Pro League op de Belgische economie’. De rapportage dient met andere woorden niet de financiële transparantie van een overgesubsidieerde sector maar de beïnvloeding van de politiek.

Als een politicus ooit zou durven denken aan inperking van de voordelen op sociale lasten en bedrijfsvoorheffing (samen meer dan 120 miljoen euro), dan moet hij/zij het rapport lezen: die arme bloedjes van voetballers die gemiddeld maar 210.000 euro verdienen, moet je daar ook nog eens aan raken en die arme clubs die hun mensenhandel zien verschrompelen, laat die toch met rust. Met andere woorden: laat ons onze voordelen en wij doen niet moeilijk.

Toch even de politiek waarschuwen: die cijfers kloppen van geen kanten. De laatste keer dat Belgium wel in het Deloitte-rapport stond, was met het seizoen 2014-2015 en toen haalde 1A al een omzet van 304 miljoen euro. En dat zou in vier seizoenen niet zijn gestegen? De Pro League is de boel aan het belazeren, met andere woorden.

 

20190608_De-Morgen_p-19-mail

Column Dulle Delphine in De Morgen van maandag 3 juni 2019

Dulle Delfine

Boksen, dat is zoals de blinds in de Voice van Vlaanderen. Dan hoor je iemand zingen en denk je: goed hoor, die kan er wat van. Om vervolgens vast te stellen dat geen enkele van de coaches heeft omgedraaid, waarna die ook nog eens in vijf woorden uitleggen waarom het bagger was.

Boksen dan. Je ziet slagen vliegen, ogen opzwellen, neuzen bloeden, oren ter plekke bloemkolenpuree worden, en je denkt: die ene is duidelijk beter dan de andere. Om vervolgens vast te stellen dat de specialisten een totaal andere mening er op na houden.

Veel sporten zijn moeilijk om juist te interpreteren, maar boksen is specialistenwerk. Niet elke slag die aankomt, is een slag die echt aankomt, prentte de Louis mij ooit in. De Louis was wijlen Louis Ceulemans, basketbal-, tennis- en boksjournalist van Het Nieuwsblad, en zelf voormalig bokser. Samen met Louis heb ik ooit een bokswedstrijd bekeken, tijdens het ECC-tennistoernooi en dus al lang geleden. Ik zou niet meer weten wie tegen wie. Alles wat ik zag, stelde niks voor en telkens ik oei of ai zei, schudde Louis meewarig zijn hoofd. Hij zag de slagen die landden en niet landden, hij voorspelde ronde na ronde wat er zou gebeuren. Sinds die dag hoed ik mij voor commentaar bij boksen, curling en nog een handvol andere sporten.

Toen op de sites van de kranten verscheen dat Delfine Persoon was bestolen daar in New York, hield ik een flinke slag om de arm. Helemaal toen zelfs de grote bokskenner Bjorn Soenens ineens zijn oordeel klaar had en nog meer nadat een presentator die was opgebleven exact wist welke ronden Delfine Persoon zeker had gewonnen. Ik dacht: even afwachten toch.

Radio 1 had de geniale ingeving iemand aan het woord te laten die niemand kent, maar ik wel: Alain Van Driessche. Dat is de zoon van Jef, boks- en atletiektrainer geweest en af en toe gastcommentator bij de VRT. Alain kent boksen, zoals zijn vader. Hij had het niet over bedrog of bestolen, maar ‘ze had moeten winnen’ en ook nog ‘dat kan je verwachten in een sport als boksen’. Oké, als Alain het zegt. I rest my case: Delfine Persoon is bestolen in New York.

En nu hoe dat komt. De hoofdreden eerst: omdat boksen wellicht voetbal nog overtreft in de hitparade van immorele en amorele sporten. Daarvan afgeleid: professioneel boksen is een jurysport. Vaak doorslaggevend: aan welke bokser (m/v) kunnen de promotoren het meeste geld verdienen. Ten slotte: wie controleert de promotoren in de VS? De maffia. De Italiaanse of in dit geval wellicht ook de Ierse.

Delfine Persoon die traint in een achterafzaaltje in Lichtervelde heeft de beste vrouwelijke bokster ter wereld aan het wankelen gebracht. Correctie: volgens ongeveer alle kenners – inclusief het grote ex-zwaargewicht David Haye die bij de BBC co-commentator was – had ze moeten winnen. Dat zal een tijdje slecht nieuws zijn voor de frustratiemeter die bij dulle Delfine al snel oploopt, maar op termijn goed voor haar eigenwaarde, al zal de (wilde) boerendochter in haar terecht opmerken ze daar geen boterhammen of huisraad voor koopt.

Anderzijds moet de Persoon-clan nu niet doen of hun neus bloedt, geen bedoelde woordspeling. Ze hadden het zelf toch voorspeld? Als het op punten aankomt, kan ze nooit winnen, ze zal Katie Taylor KO moeten slaan. Dat heeft ze geprobeerd en zoals voorspeld heeft zij de tweede helft van de kamp gedomineerd. “Taylor viel niet en dan weet je: dit loopt slecht af,” aldus oud-De Morgen-collega Roland Lebuf, die ook veel van boksen kent.

Katie Taylor had de overwinning ook niet verwacht. Onbeslist, daar hoopte ze op, maar ze wist: ik kan hier verliezen. Taylor komt uit het olympisch boksen en het slagen tellen, uitgedeeld en geïncasseerd, dat zit in haar systeem en daarom alleen al was ze er niet gerust in. Het werd 2-1 voor Taylor, maar het had andersom moeten zijn, aldus de echte kenners waaronder zowat alle ex-boksers.

Profboksen is een jurysport en de wegen van de juryleden zijn minder ondoorgrondelijk dan je zou denken. De jury in het profboksen heeft niet liever dan dat er één KO gaat, dan hoeft er niet meer te worden geoordeeld. Als de kamp close is, kiezen ze zelden voor
de bokser die het beste was, maar altijd voor wie commercieel het meeste opbrengt. Het jurylid dat tegen die logica ingaat, is daarna jurylid af. Maffia, promotoren en jury, het is de Bermuda-driehoek van het profboksen, met afstand de meest corrupte van alle sporten.

Taylor-Persoon heette promotie te zijn voor het vrouwenboksen. Het is hoe je het bekijkt, maar twee vrouwen die elkaar tot bloedens toe gaten in hun gezicht slaan waarna de beste niet mag winnen, dat zou je evengoed antireclame kunnen noemen.

 

Column over ‘Ik ben God niet’ in De Morgen van zaterdag 1 juni 2019

Ik ben God niet

Maandagavond wordt de zevende en laatste aflevering uitgezonden van Ik ben God niet, een televisieserie naar het gelijknamig boek. Het boek uit 2008 ging over leven en werken van de renner Frank Vandenbroucke. De serie, dik tien jaar later, gaat over leven en werken, opkomst en verval, en ten slotte zijn dood in oktober 2009.

Voor wie alleen geïnteresseerd is in het verval, u bent zes maandagen te laat want dat zat er al aan te komen van bij het prille begin. Autodestructie als systeemfout. Voor het finale einde, de dood, bent u net op tijd want die komt maandag aan bod. Maar geen nood: de hele serie is te zien op VRT NU.

Zeven keer 50 minuten, dat is 350 minuten primetime televisie. Dat is nogal wat voor een renner die één monument heeft gewonnen. Eén: Luik-Bastenaken-Luik. Verder nog B-klassiekers als Gent-Wevelgem en Omloop Het Volk (nu Het Nieuwsblad) en een keer tweede in de Ronde van Vlaanderen. Vijf grote rondes gereden, drie keer opgegeven, hoogste eindklassering twaalfde in een Vuelta waarin hij twee ritten won en de liefde van zijn leven vond.

Ik ben God niet is al uitgebreid geloofd, onder meer door columnisten die daar beter niet over zouden schrijven, omdat ze het onderwerp niet kennen en/of omdat ze persoonlijke belangen hebben bij het succes van de serie.

Vooral de verpakking is mooi, maar na het zoveelste shot boven het maïsveld had ik veel goesting om eigenhandig die drone naar beneden te halen. Het trucje met VDB die zelf vertelt, is een miskleun. Voor wie alle West-Vlaams West-Vlaams is, zal het niet
storen, maar de rapper Brihang die VDB speelt, dat is alsof een Kempenaar iemand van de Seefhoek imiteert of een Eeklonaar een Gentenaar. Het lijkt op elkaar, maar meer ook niet. Tussen het Knokke van Brihang en het Ploegsteert van VDB zitten zestig kilometer in vogelvlucht en dat hoor je.

Ik ben God niet lijkt goede televisie, maar wie wat van dichterbij bekijkt, een beetje inzit met historische juistheid en tien jaar na datum op zoek is naar duiding blijft op zijn honger zitten. Op cruciale momenten wordt zelfs een loopje genomen met de feiten.

Dat VDB aan de drugs zat, dat kom je al snel te weten. Dat hij ook al snel – sommige bevoorrechte getuigen zeggen van in het laatste jaar junior – aan de doping zat, en welke rol die speelde in zijn wisselvallige carrière, daar wordt zedelijk over gezwegen. Dat hij zijn eerste vrouw Clotilde opzij zette voor een passionele liefde, je zou hem de zegen geven zoals het in de serie bijna wordt vergoelijkt. Maar geen woord over hoe hij Clotilde ronduit slecht behandelde en soms tot op het bot vernederde – ook daar zijn getuigen van. De naïeve (is er een andere?) kijker krijgt daardoor een verkeerd beeld van de jammerlijk gevallen held.

Ik heb VDB gekend en ik vond hem ook sympathiek. Ik bewonder ook de mensen die hem op het rechte pad hebben gehouden. En toen VDB in 1999 op La Redoute naast Michele Bartoli kwam rijden, hem in de ogen keek en vervolgens eraf reed om hem dan te laten terugkomen, zat ik ook op het puntje van mijn stoel. Mét kippenvel.

Charisma te koop. Branie bij hopen. Talent zat. En een goeie gast, op wie je niet kwaad kon zijn ondanks zijn misstappen en nare kantjes. Hadden ze zich in zijn entourage en zijn familie wat vaker kwaad gemaakt, in plaats van hem op te hemelen, dan was het misschien beter afgelopen. Van mensen die hem veel beter hebben gekend en vandaag met recul terugblikken, hoorde ik omschrijvingen als narcist, manipulator en psychopaat.

Aflevering zes, die van maandag laatstleden, spande de kroon inzake onjuistheden. In het voorjaar van 2002 wordt VDB opgepakt na een huiszoeking. “En dat voor drie verlopen producten”, zegt zijn teammanager. “Frank sleepte een doos met zich mee telkens als hij verhuisde en daar zat die oude doping in en voor die prullen hebben ze hem gehandboeid opgepakt. Dat heeft hem gekraakt”, aldus zijn manager/vriend.

Die handboeien waren overkill, dat klopt, maar het ging niet om drie verlopen producten. Bij VDB thuis zijn twaalf producten gevonden waarvan tien verboden, naast alle andere hulpmiddelen om bloedwaarden te manipuleren. Daar is in oktober van dat jaar uitgebreid over bericht in de media.

Bij die huiszoeking is bijvoorbeeld ook Aranesp gevonden, toen nog geen jaar op de markt en dus helemaal niet verlopen. Bovendien heeft VDB aan de onderzoeksrechter verklaard hoe en wanneer hij dat alles had gebruikt. Dat alles was bekend. Hij is toen niet zwaar aangepakt, wel integendeel, hij is toen weer eens de dans ontsprongen. Tv-makers die niet de moeite doen de juiste bronnen te raadplegen omdat die niet passen in hun framing zijn Canvas onwaardig.

 

Ik ben God niet

FC Casino, verhaal over het geld in het topvoetbal in De Morgen van zaterdag 1 juni 2019

FC Casino tegen de Billionaire Rangers

Nooit eerder was in de populairste sport ter wereld succes zo voorspelbaar. Het zijn altijd dezelfde clubs en hun eigenaars die telkens weer winnen, meer winst maken en steeds machtiger worden. Dat geldt ook voor de Champions League-finalisten van vanavond: Liverpool en Tottenham.

Je bent eigenaar van een voetbalploeg die het goed heeft gedaan in Europa en naar de grote finale mag en je beschikt over een boot van 222 voet of een goeie 67 meter, de Aviva III, en dan houden ze die UEFA Champions League-finale ergens midden op het vasteland. In Madrid godbetert, en dan nog niet eens in het van traditie doordrenkte Bernabéu, maar in die betonnen bunker buiten de stad, genoemd naar de Chinese mediagigant Wanda.

Enige meevaller voor Joe Lewis, eigenaar van Tottenham Hotspur: de luchthaven is dichtbij en dat is handig voor zijn privéjet. Hij is overgevlogen uit het belastingparadijs de Bahama’s, waar hij woont nadat hij zijn eerste grote financiële slag sloeg. In september 1992 katapulteerde hij zichzelf bij de superrijken door samen met George Soros op Black Wednesday te speculeren tegen het pond (dat tijdelijk uit het Europees wisselkoersmechanisme stapte) en werd zo miljardair. Waarna hij met zijn beursgenoteerde beleggingsmaatschappij ENIC voetbalteams begon op te kopen.

De Engelsman Joe Lewis is op plaats 388 een meeloper in de categorie van de multimiljardairs. Maar wat dan te denken van de Amerikaan John W. Henry, pas 838ste en amper een schamele 2,7 miljard dollar waard? Die armoezaaier bezit naast de Boston Red Sox uit het honkbal zowaar het al even mythische Liverpool FC, de tegenstander van Tottenham vanavond in de Champions League finale.

Nóg beter in de slappe was zit Roman Abramovitsj. Hij bezit Chelsea FC dat woensdag de Europa League won van Arsenal. De als Rus geboren Abramovitsj, sinds 2018 ook Israëlisch staatsburger, is 12,4 miljard dollar waard. Hij haalde het woensdag van Stanley Kroenke, de Amerikaan die de Los Angeles Rams (American football), Denver Nuggets (NBA basketbal), Colorado Avalanche (NHL ijshockey) en de Colorado Rapids (MLS voetbal in de VS) bezit, en ook het Londens kroonjuweel Arsenal FC. Abramovitsj valt net buiten de top 100 van allerrijkste wereldburgers, maar staat vijfde onder de sportmiljardairs. Kroenke, die 8,7 miljard dollar bezit, volgt op de tiende plaats (167ste miljardair overall).

Dit is de keiharde realiteit van het topvoetbal: wie heeft de grootste, de dikste, wie springt het verst. En hoe maken we een onvoorspelbaar spel zo voorspelbaar mogelijk en maken we tegelijk winst. Voetbal als casinospel, met een gegarandeerde/ gearrangeerde uitkomst.

Trend of toeval

In de sportindustrie draait alles om winst. Winst maken valt te verkiezen boven wedstrijden winnen en de Forbes-lijst met meest waardevolle sportteams is daar het exponent van. Op één staan al sinds de eerste editie Dallas Cowboys (waarde 4,3 miljard euro), een team dat de voorbije kwarteeuw geen enkele prijs heeft gewonnen. Nummer twee in 2018 was Manchester United met een waarde van 3,7 miljard euro. Ook die komen er de laatste jaren niet aan te pas in hun competitie. Van de tien meest waardevolle teams in de sportindustrie zijn er twee kampioen geworden dit seizoen: FC Barcelona en de England Patriots uit het American football. Misschien komen daar nog de Golden State Warriors bij als die de NBA Finals winnen van de Toronto Raptors.

Je hoeft geen kampioen te worden om je businessmodel te doen kloppen, zolang je van de partij bent op het bal van het grote geld.
De Champions League is daar het beste voorbeeld van: de rijke ploegen weten zich haast op voorhand verzekerd van hun ticket en aan dat ticket hangt ook op voorhand een flinke som geld vast. De allerrijkste ploegen zoals Manchester United hebben die Champions League niet eens nodig om winst te maken, al wordt het wel tijd voor de Amerikaanse eigenaarsfamilie Glazer dat ze met hun Man U nog eens Europees scoren. Hybris wil tenslotte op tijd en stond worden gevoed.

Wie stonden er nu weer in de Europese finales die afgelopen woensdag en dit weekend worden betwist? Een Rus haalde het woensdag van een Amerikaan in de Europa League en voor de UEFA Champions League gaat het tussen een Amerikaan en een Engelsman die op de Bahama’s belastingen ontwijkt. Voor het eerst in de geschiedenis van het Europees voetbal worden de twee belangrijkste finales gespeeld door vier teams uit dezelfde competitie. Trend of toeval, de toekomst zal het uitwijzen.

Soft power

Dat de Henry’s, Kroenkes, Abramovitsjen en Lewis’ die allemaal twintig jaar of langer in het voetbal zitten, maar genieten van hun succes, want dat zou wel eens tijdelijk kunnen zijn. Zij zijn kleine garnalen tegenover de grote spelers die het laatste decennium in het voetbal zijn gestapt. Topvoetbal is meer en meer een vehikel geworden voor grote consortia of investeringsmaatschappijen, aangestuurd door overheden zoals Abu Dhabi bij Manchester City of Qatar bij Paris St-Germain (PSG).

Simon Chadwick, Professor of Sports Enterprise aan de Salford Business School in Manchester en een kenner van het Oosten en Midden-Oosten, heeft de term ‘soft power’ ooit gelanceerd. “Soft power betekent niet dat het spel niet hard wordt gespeeld”, zegt Chadwick. “Het is een indirecte en soms meer directe manier om invloed te verwerven in een industrie waarmee geld te verdienen valt en waar geen nare kantjes aan zitten. Het staat beter dan investeren in de wapenindustrie. Hoe Qatar zich in geen tien jaar heeft ingekocht en ingewerkt in de wereldsport, is het beste voorbeeld van soft power.”

In de 2030 National Vision van Qatar (NVQ), aangekondigd in 2008, wordt sport expliciet vermeld als vehikel. Het hoofddoel van de NVQ is Qatar transformeren naar een vooruitstrevende maatschappij die drijft op duurzaam ondernemen. Dat is heel ambitieus vooreen land van parelvissers die rijk werden door de ontginning van olie en gas. De Qatar Investment Authority zit op 1.000 miljard dollar en heeft wel wat te besteden.

Chadwick: “Het merk Qatar moet zijn toppunt bereiken met het organiseren van de World Cup in 2022. De soft power die daaruit voortvloeit, opent weer andere deuren voor Qatar.”

Eerder dan een overwogen businessdeal, leek de verwerving van het voetbalteam Paris St-Germain in 2011 een folietje van een rijke kroonprins, Tamim bin Hamad Al-Thani, die twee jaar later emir zou worden. Het eerste seizoen ging nog de mist in maar in de daaropvolgende acht jaar werd PSG zeven keer kampioen.

Het allerhoogste is evenwel de Champions League winnen en hoewel dat maar niet wil lukken, groeien de Qatarese tentakels almaar verder. Via PSG is zetbaas Nasser bin Ghanim Al-Khelaifi, een Qatarese zakenman, opgeklommen tot de hoogste voetbalregionen. Dit jaar werd hij door European Club Association afgevaardigd in het executief comité van de Europese voetbalbond UEFA. Altijd handig, zo’n uitkijktoren, vooral als je ook nog eens voorzitter bent van beIN Media Group, actief aankoper van tv-rechten (onder meer van de UEFA). Daarnaast is Al-Khelaifi ook voorzitter van Qatar Sports Investment, Paris Saint-Germain, en de Qatarese tennisbond.

Qatar is niet de enige overheid die aan soft power doet. Azerbeidzjan dat in Bakoe de Europa League finale organiseerde nadat ze al tig sportevenementen over de vloer kregen, is ook een verhaal van soft power. Dat ze daar de mensenrechten schenden? Aleksander #eferin, voorzitter van de UEFA in Der Spiegel: “Dat gebeurt in wel meer landen. Moeten we daarvoor de burgers van Bakoe het recht ontzeggen om een voetbalmatch op hoog niveau live te kunnen bijwonen?”

Azerbeidzjan is een van de grote spelers achter de schermen in de sport. Ook Russische en Chinese bedrijven kopen zich in bij organisaties, clubs en competities. De meest recente overheid die verwoede pogingen doet om overal een voet tussen de deur te krijgen – en om Qatar te pesten – is Saudi-Arabië.

The Guardian had eerder dit seizoen een interessante bespiegeling over de achtste finales van de Champions League.

‘…PSG is eigendom van Qatar, dat ook sponsor is van Bayern München en AS Roma en een foundation project heeft lopen met Real Madrid. Die club is dan weer gesponsord door Emirates, de luchtvaartmaatschappij van de Verenigde Arabische Emiraten, waarvan een ander emiraat, Abu Dhabi, eigenaar is van Manchester City en hun luchtvaartmaatschappij Etihad ook sponsort. City moet tegen Schalke 04, gesponsord door het Russische staatsbedrijf Gazprom, sponsor van de Champions League en de World Cup. Rusland en Qatar moeten elkaar niet, want in Syrië staan ze tegenover elkaar en Qatar wordt dan weer uitgesloten door Dubai, dat een financiële partner is van Manchester United die tegen PSG moeten, dat… eigendom is van Qatar. De cirkel is rond…’

Football is broken

Aan de toegenomen invloed van superrijke eigenaars in het voetbal zit ook sportief een raar kantje: het competitief evenwicht is in onbalans. In de Amerikaanse sport zit competitive balance ingebakken via een systeem van herverdeling van inkomsten en talent, een salarisplafond, beperkte spelerskernen en een verbod op betaalde transfers. De diehard kapitalist vindt herverdeling en te veel regels niet tof en trekt daarom naar Europa.

Het beste voorbeeld van competitief evenwicht is de NFL, voorlopig de rijkste sportcompetitie ter wereld met een omzet van 15 miljard dollar of bijna drie keer meer dan de Premier League. De laatste twintig jaar zijn dertien verschillende ploegen kampioen geworden en zeven verschillende ploegen wonnen titels in dit decennium. Vergelijk dat met het Europees voetbal waar geen correcties bestaan en rijk ongehinderd rijker, en sterk ongehinderd sterker kan worden: PSG werd zes keer kampioen sedert 2010, Barcelona zeven keer, Bayern en Juventus acht keer op tien edities.

Alle kersverse kampioenen in de grote vijf voetballanden (Engeland, Spanje, Duitsland, Italië en Frankrijk) hebben zichzelf opgevolgd. Nog afgelopen week berekende het Zwitsers onderzoeksbureau CIES dat kampioenen in de grote vijf voetbalcompetities in Europa tussen 1999 en 2004 70 procent van de punten wonnen. De laatste vijf seizoenen is dat gestegen naar 80 procent. Manchester City behaalde in het voorbije seizoen 86 procent van de punten.

Onder meer die vaststelling en 6-0 overwinning van Manchester City in de FA Cup Final tegen Watford twee weekends geleden, zette Jonathan Wilson aan tot schrijven. Hij is de auteur van het onvolprezen Inverting the Pyramid, een standaardwerk over voetbaltactiek. Zijn conclusie was zonneklaar: “Football is broken, het systeem is kapot, de dominantie van de grote clubs en hun machtige eigenaars, al of niet geruggensteund door rijke staten of consortia, wordt te groot.”

Vooral Manchester City is nu kop van Jut. Dat team is sinds 2008 eigendom van Abu Dhabi United Group dat met sjeik Mansour
een lid van de koninklijke familie als eigenaar heeft. Daarnaast is er nog een eigenaar: sinds 2015 zijn 13 procent van de Man City- aandelen in handen van China Media Capital en CITIC Capital, twee investeringsmaatschappijen van de Chinese overheid. Sinds de overname in 2008 is voor ongeveer 1,5 miljard euro uitgegeven aan spelers, meer dan Madrid en Barcelona opgeteld en de helft meer dan hun dichtste rivaal, Paris Saint-Germain, dat zijn middelen kreeg van de Qatar Investment Authority.

Als Wilson en anderen nog wat hoop koesteren, dan heeft dat te maken met de Financial Fair Play. Dat is de enige, al bij al kleine correctie op het ongebreidelde Europees voetbalkapitalisme. Die bepaling van de Europese voetbalbond UEFA stelt dat een club
over drie seizoenen opgeteld niet meer dan 30 miljoen euro verlies mag maken en dat de uitgaven gedekt moeten worden door reële inkomsten. City kwam deze lente nog in het nieuws toen uitlekte dat hun sponsoringcontracten met Etihad (de luchtvaartmaatschappij van Abu Dhabi) en enkele andere staatsbedrijven van dat land fel overgewaardeerd waren en de facto moesten worden beschouwd als een verboden private sponsoring van hun sjeik-eigenaar. Het hoofd van de onderzoekskamer van de Financial Fair Play, onze oud- premier Yves Leterme, stuurde het dossier door naar de zogenoemde adjudicatory chamber, die kan vonnissen over welke straf de club moet worden opgelegd. In het geval van City, dat al jaren de financiële grenzen opzoekt en overschrijdt, wordt gevraagd om hen een jaar uit te sluiten van de Champions League. Mínstens een jaar.

Inmiddels wordt in andere landen hard gesupporterd voor Leterme en co. In Spanje bijvoorbeeld laat de baas van de Primera Division nooit na zwaar uit te halen naar wat hij de Arabische olie- en gasmaffia noemt en dan bedoelt hij Manchester City en Abu Dhabi en PSG en Qatar. City denkt inmiddels dat het zich uit de benarde situatie zal kunnen praten. En die vervelende Spanjaard, zo vinden de Arabieren, dat is gewoon een racist.

 

 

FC Casino

Column Mafiastijl over Operatie Zero in De Morgen van maandag 27 mei 2019

Maffiastijl

Antwerp mag Europa in. De voorrondes althans. Even in gedachten houden: die lopen niet altijd goed af voor Belgische ploegen.

Spelen dus vanaf augustus Europees: Racing Genk (pas vanaf september in de Champions League), Club Brugge in de voorronde van de Champions League en kunnen ze zich niet plaatsen voor de lucratieve poules, dan mogen ze bij wijze van troostprijs naar de groepsfase van de Europa League. Standard komt daar ook in terecht, maar de voorronde kan ook nog als KV Mechelen niet wordt gestraft in de matchfixingzaak Operatie Zero. Een onwaarschijnlijkheid, waarover verder meer, maar alles kan in voetbal.

KV Mechelen heeft de beker gewonnen. Als zij niet worden gestraft voor matchfixing en als de UEFA niet extra moeilijk doet, twee serieuze als-en, gaan zij rechtstreeks naar de groepsfase.

Antwerp moet/mag de voorrondes van de Europa League in en dat geldt ook voor AA Gent, áls – weeral – KV Mechelen wordt bestraft.

Wordt KV Mechelen gestraft? Wie het dossier kent, of althans het deel dat bij de voetbalbond is beland en wordt gebruikt om de zaak voor de Geschillencommissie te voeren en dat ongeveer elke journalist en elke voetbalinsider nu in zijn bezit heeft, weet dat kopstukken van KV Mechelen de boel hebben willen omkopen. Niet zomaar een ballonnetje hebben opgelaten, neen, effectief lijntjes gelegd, voorstellen gedaan en op alle mogelijke manieren hebben geprobeerd om Waasland-Beveren te overhalen hen te laten winnen.

Er zijn geen bewijzen dat geld is betaald, maar dat hoeft ook niet: de intentie om een wedstrijd te regelen is hetzelfde als die wedstrijd regelen en over die intentie bestaat geen enkele twijfel. Daarom is het ook goed dat de 157 pagina’s tellende disciplinaire vervolging van het bondsparket zo wijdverspreid is geraakt. De Mechelse aanhang krijgt het op de heupen van alle details die in de kranten stonden en richt dan maar zijn pijlen op de boodschappers. Dat is dom, de echte boosdoeners zijn hun clubeigenaars en bestuursleden. Ga voor die hun holen keffen, beste Kakkers.

Het pleidooi van bondsprocureur Kris Wagner loog er niet om: een poging tot matchfixing in maffiastijl en als dit niet wordt bestraft, is het einde zoek. De man heeft gelijk: bij lezing ga je al te makkelijk voorbij aan een aantal onwezenlijkheden, zoals het verwisselen van telefoonnummers en het spreken in codetaal. Die vaststelling boven op de niets verhullende gesprekken en de zaak is duidelijk: KV Mechelen hééft geprobeerd de boel te belazeren en heeft daartoe heel wat mensen mee in het bad getrokken.

Dat KV Mechelen daardoor Waasland-Beveren in een moeilijk parket heeft gemaneuvreerd, dat klopt en dat mag voor een deel in mindering worden gebracht. Idem voor het dilemma waar de makelaars voor stonden toen ze werden aangezocht om hun spelers bij Waasland-Beveren te behoeden voor al te grootse daden. Wagner zwaait met de meldingsplicht en, o jawel, die bestaat, maar in de microkosmos van het Belgisch voetbal zitten te veel systeemfouten om het op eerlijkheid en eerbaarheid te gooien.

Van de week pleiten de belanghebbende partijen. Dat zijn de clubs die er belang bij hebben dat de twee clubs worden gestraft. Heeft veel weg van lijken pikken, geen wonder dat Meester Walter in dit theater optreedt. Vervolgens mag elke advocaat nog zijn zegje doen en dan zou het afgelopen moeten zijn en zou er tegen het einde van de week al een vonnis kunnen liggen. Zou, want er staat zoveel grof geschut in stelling met zoveel goede kanonniers aan de knoppen dat een laatste juridische supermove nog tot de mogelijkheden behoort.

Er zijn in dit dossier twee grote schuldigen en die kunnen niet hard genoeg worden gestraft: Dejan Veljkovic en KV Mechelen, de club jawel. Ook Somers, Steemans, Vanroy en Timmermans ten persoonlijken titel, maar in de eerste plaats als bestuurders van hun club.

Het argument dat de club – men bedoelt de fans – niet mag worden bestraft voor de daden van enkele bestuurders is je reinste onzin. In dat geval kun je elk seizoen als de nood hoog is een paar bestuurders in de wei sturen met de opdracht de boel om te kopen.
Als het bekend raakt, worden die geroyeerd, betalen een boete van 125.000 euro – of geen boete zoals in het geval van de niet- aangeslotene Thierry Steemans – en de club wordt verder ongemoeid gelaten. Een club is in de eerste plaats een bedrijf, gericht op succes verwerven en geld verdienen. Het is voor het wel en wee van het bedrijf dat men heeft gesjoemeld. Daarom moet de bedrijfsentiteit KV Mechelen worden aangepakt.

 

DM-COL-Mafiastijl

Column over transfers en Philippe Clement naar FCB in De Morgen van zaterdag 25 mei 2019

Waar het gras groener lijkt

Dit wordt de grootste Belgische transferzomer ooit, op en naast het veld, uitgaand en inkomend. Wesley Moraes weg bij Club, misschien ook Stefano Denswil weg bij Club, voor respectievelijk 20 miljoen euro en iets minder dan de helft. Arnaut Danjuma Groeneveld, ook weg. Hans Vanaken, waarom komt niemand die halen? Hij gaat wel vooruit, hij blijft lopen en met zijn goede voeten weet hij waar zijn ballen moeten komen. Als ze bij Club alles verkopen wat ze in huis hebben, komen ze misschien uit op 40 miljoen. Dat doen ze nooit en dat is slim.

Dan Racing Genk. Alejandro Pozuelo is al weg. Volgen nog Roeslan Malinovski, die is niet meer te houden, let maar op. Sander Berge, over wie twijfels bestaan of hij wel zo goed is: gaat weg. Leandro Trossard, ook weg. Ally Samatta, topspits, wil natuurlijk ook weg, tenzij hij de Champions League als een nog groter podium ziet. Tel uit je winst: om en nabij de 30 en 40 miljoen.

Anderlecht wil er ook veel verkopen, maar niet zeker of dat geld oplevert zonder de jonge goudhaantjes in de etalage. Als ze daar aan 15 miljoen komen, alles bij elkaar opgeteld, mogen ze al dik tevreden zijn.

Gent heeft Jonathan David, Giorgi Tsjakvetadze en Dylan Bronn. Die eerste is nog erg jong en zal misschien blijven. Die tweede is ook nog erg jong en moet eerst herstellen van zijn kruisbandletsel. Een wonder zou het zijn als Gent zonder die twee aan 5 miljoen geraakt. Als ze Bronn wegdoen – hun enige verdediger die kaas heeft gegeten van… verdedigen – dreigt de revolutie.

Antwerp heeft een paar psychopaten in de aanbieding. Of die geld opbrengen, het is maar de vraag. Idem voor Standard en zijn caractériels. De grootste Waalse vis zwemt in Charleroi. Als Victor Osimhen zondag ook nog eens Antwerp in zijn eentje sloopt, kan Mogi Bayat hem namens zijn broertje voor meer dan 20 miljoen in het buitenland slijten.

Alle begrip voor spelers die denken dat het gras groener is aan de andere kant van de heuvel, maar dat ze goed uitkijken. Turkije of Griekenland: niet doen. Engeland wel, daar mag je mislukken en dan kun je altijd een trapje afdalen. Spanje: heerlijk voetballen. Frankrijk: zorg vooral dat je stevig op de benen staat. Duitsland: idem, maar goed kunnen lopen en goede voeten zijn ook een must. Italië: lastig, maar wel goed eten.

Alle begrip voor clubs die spelers verkopen, zeker als die absoluut weg willen. Minder begrip dan weer voor clubs die spelers zelf in de etalage zetten, in de hoop hen met een soms kleine meerwaarde te verkopen, enkel en alleen omdat de verkopende partij daar op de een of andere manier baat bij heeft. Hoe dat precies werkt, of werkte, wordt hopelijk duidelijk in de zaak-Veljkovic.

Dan de trainers. Ivan Leko weg. De achtergronden en of het toeval is dat de romance een verstandshuwelijk werd toevallig nadat hij in de gevangenis was beland, dat komt nog wel boven water. Jess Thorup zou nu toch mogen blijven in Gent. Laszlo Bölöni is onzeker bij Antwerp, maar waar gaat die zijn vlieger nog op behalve op de Bosuil? Michel Preud’homme ís Standard en blijft.

Anderlecht heeft Vincent Kompany, de grootste inkomende transfer ooit in België. Op en/of naast het veld? Afwachten. Nog meer geld

Het is vrijdagmiddag en eindelijk is het lot van Philippe Clement bekend. Hij gaat naar Club Brugge. Onbegrijpelijk, maar niemand verbaasd. Genk zal spelers verliezen, maar dat geldt ook voor Club. Club heeft veel geld, maar Genk heeft nog meer geld. Club heeft de toekomst, maar dat heeft Genk ook met prima jeugd tussen 6 en 19 jaar. Genk speelt zeker Champions League en kan zich navenant versterken. Club moet nog voorbij die vermaledijde laatste kwalificatieronde geraken.

Het zou al te gek zijn om Philippe Clement een judas te noemen zoals in Waasland-Beveren, toen hij twee wintermercato’s geleden een halve ploeg zag vertrekken en zelf dan maar naar Genk trok. Clement schijnt een welopgevoede, gestudeerde en evenwichtige mens van goede wil en blijkbaar ook een goede trainer te zijn. De boutade zegt evenwel: het verschil tussen het is Op en het is Top, is de T van Trainer. Of nog: het ene jaar een tovenaar, het andere een sukkelaar.

Clement was na zeventien maanden een tovenaar. Meer zelfs, hij was God in Genk, maar Genk is niet goed genoeg meer voor God. Genk, de kampioen godbetert, zo openlijk vernederen. Dat toneeltje van de laatste weken zal hem nog zwaar worden aangerekend.

Nog een transfer die ik niet kan bevatten, is die van Marc Degryse en Jan Mulder naar VTM. Ook hier hoop ik dat er argumenten zijn die de pecunia overtreffen. Zo niet: ander en beter en Extra Time forever.

 

DM-COL-Clement