Column Olympische oorlog in De Morgen van maandag 27 maart 2023

Olympische oorlog

Oorlog is het sowieso, op de slagvelden in Oekraïne en als gevolg daarvan ook in de bestuurskamers van de sport, maar deze week weten we of het olympische vrede, dan wel voor onbepaalde tijd olympische oorlog is.

Morgen begint het executief van het Internationaal Olympisch Comité. De eerste vier uur zullen veruit de meest interessante zijn. Dan wordt beslist of de ban op Russische en Wit- Russische atleten die vorig jaar al snel effectief werd, een vervolg krijgt. Het schot voor de boeg vorige week van de grootste olympische sportbond, World Athletics (WA), kon alvast tellen.

De Russische atletiekbond werd weliswaar na jaren van dopingschandalen weer opgenomen in de atletiekfamilie, maar voor de internationale atletiekbond blijven (Wit-)Russische uitgesloten van internationale competities. Aangezien de WA bevoegd is voor de deelname van atleten aan de Spelen, kan dat signaal tellen.

Het zet daarmee het IOC met de rug tegen de muur. Dat was in de lente van 2022 heel snel over gegaan tot een totale uitsluiting van de (Wit-)Russische sporters. Verrassend, vonden veel waarnemers, gezien de uitstekende relatie die IOC-voorzitter Thomas Bach met Poetin onderhield. Eind vorig jaar liet Bach al een eerste keer een ballonnetje op over ‘een pad terug’ voor de uitgesloten sporters.

Hoon was zijn deel, maar van zijn collega Infantino van de FIFA te hebben geleerd: het is niet omdat een aantal westerse landen een standpunt innemen tegen of voor iets, dat dit voor de hele wereld moet gelden. Vorige week sprak hij in Duitsland. “Als de politiek kan bepalen wie mag deelnemen aan een sport, dan worden atleten handpoppen van die politiek. De sport kan zo niet langer zijn verenigende rol spelen.”

De achterliggende gedachte voor het ‘pad terug’, desnoods als neutrale atleten, is duidelijk. Bach wil vermijden dat vooral Russische atleten zich niet kunnen kwalificeren voor de Olympische Spelen. Het is duidelijk dat niet alle sporten, niet alle bonden en niet alle landen op dezelfde golflengte zitten, niet in de gewone geopolitiek en dus ook niet in die van de sport.

Hoe ingewikkeld het allemaal wordt, als de sport hopeloos verdeeld geraakt, werd duidelijk bij de aan gang zijnde wereldkampioenschappen van de International Boxing Association. Die bond, die niet langer wordt erkend door het IOC, trekt zich niets aan van de internationale boycot tegen (Wit-)Russische sport. Alle Russen welkom, met vlag en volkslied.

Dat standpunt heeft veel, zo niet alles te maken met de voorzitter Umar Kremlev, een Rus dus. Die lag al voor de oorlog in conflict met het IOC en zijn bond was niet langer welkom als organiserende internationale federatie. Het WK van de IBA – niet toevallig in New Delhi in India, dat de sancties tegen Rusland niet steunt – wordt door veel landen geboycot. Het IOC heeft ook voor Parijs besloten het traject naar de Spelen en de sportieve organisatie op de Spelen voor hun rekening te zullen nemen.

Aldus was er een uitgebreide delegatie Russische boksers bij dat WK en hebben die ook prijzen gehaald. Zaterdag won Anastasiia Demurchian bij de lichte middengewichten. Alles prima, tot haar volkslied werd gespeeld. Dat was niet het Russische volkslied
maar zowaar Pjotr Tsjaikov- ski’s Piano Concerto No. 1. Dat deed de Russen denken aan de Spelen in Tokio waar hun volkslied verboden was en Pjotr steevast bij Russisch goud door de boxen schalde. Owee de onverlaat van een Indiër die zich heeft vergist; een onderzoek tot op het bot is gestart!

Inmiddels heeft Oekraïne ook niet stilgezeten. Het is van plan alle sportcompetities waar (Wit-)Russische atleten mogen aan deelnemen, te boycotten. De internationale schermbond FIE heeft het al vlaggen. Zij aanvaarden terug de Russische en Wit-Russische schermers op hun toernooien die tellen voor olympische kwalificatie. Gevolg: geen Oekraïense schermers. Ter info: al heeft die dan officieel een stap teruggezet na het begin van de oorlog, het armlastige FIE wordt geleid (en vooral gefinancierd) door de Oezbeekse oligarch en Poetin- getrouwe Alisher Oezmanov.

Oekraïne heeft eind vorige week een brief van tien pagina’s lang gestuurd naar het Internationaal Olympisch Comité. Die komt er kort samengevat op neer dat de (Wit-)Russen bannen geen politieke beslissing is, maar een humanitaire.

Het voelt zich gesterkt door een uitspraak van het Arbitragetribunaal voor de Sport (TAS) in verband met de Russische ploegen die uit de Europese voetbalcompetities zijn gegooid. Het TAS besloot dat het recht om aan sportcompetities deel te nemen niet absoluut is en het aan de bonden toekomt de deel- name te regelen. Wordt vervolgd.

Column Exclusie in De Morgen van zaterdag 25 maart 2023

Exclusie

Wakker worden met Voor de dag. Aan de ene kant van de lijn hing een radiomevrouw die van het onderwerp geen kaas had gegeten. Aan de andere kant hing een professor die wel goed thuis was in de materie, maar het achterste van zijn tong niet liet zien.

Hij koos er op een gegeven ogenblik in het gesprek zelfs voor om niet als anti-inclusief over te komen. Ik had er al van gehoord, van de academische wereld die uit zelfbescherming de waarheid uit de weg gaat. Ik heb er begrip voor, want ik ken de wetenschapper in kwestie als een vakman, maar toch is het altijd weer schrikken als de angst om gecanceld te worden de overhand neemt.

Het radiogesprek kwam er naar aanleiding van de beslissing deze week door World Athletics om trans vrouwen te verplichten hun testosteron onder een bovengrens te houden. In de uitzending ging het over het niet toelaten in de vrouwencategorie van wie als man de puberteit heeft doorgemaakt, een onjuist uitgangspunt om te beginnen.

De trans vrouwen in de atletiek (op competitieniveau) moet je gaan zoeken met een vergrootglas. Tot die conclusie kwam ook
World Athletics: er zijn geen trans vrouwen momenteel, maar toch willen we een verbod uitvaardigen. Hou een enquête onder de sportvrouwen van een beetje niveau en de fans van totale inclusie van deze maatregel moet je gaan zoeken in de decipromilles, dat is in de tienduizendsten, achter de komma.

Een maatregel voor een probleem dat niet bestaat, het mag vreemd klinken, maar dat is het niet. Ten eerste is de trans vrouw al in minstens vier andere sporten zichtbaar aanwezig: wielrennen, rugby, gewichtheffen en zwemmen. De trans gewichthefster was zelfs in Tokio op de Spelen en de trans zwemster wil in Parijs 2024 deelnemen.

Ten tweede is de uitsluitende maatregel geen uitsluitende maatregel, want trans vrouwen mogen wel degelijk deelnemen als ze kunnen bewijzen dat hun testosteronniveau twee jaar lang lager is dan 2,5 nanomol per liter urine. Ten derde en ten slotte geldt de uitsluiting die geen uitsluiting is voorlopig voor twaalf maanden. In die tijd zal de wereldatletiekbond de zaak verder bestuderen.

Zoals voorzitter Sebastian Coe besloot: “We zullen onze positie herzien als zich nieuwe bewijzen aandienen dat inclusie gerechtvaardigd is, maar voorlopig houden we het bij de integriteit van de vrouwencategorie.” Het staat hier op papier: misschien dat die inclusie (die de sportende vrouw niet vraagt, wel integendeel) er ooit komt, maar dan alvast niet op nieuwe wetenschappelijke gronden.

Tenzij de mens in sneltempo muteert, zijn de data duidelijk: wie de puberteit als man heeft doorgemaakt, heeft een onmiskenbaar voordeel op wie als vrouw is geboren. Dat voordeel verdwijnt gedeeltelijk met de hormonenbehandeling, maar gaat nooit volledig weg. Of zoals evolutionair bioloog Richard Dawkins onlangs zei: “Biologisch bekeken zijn er twee geslachten. And that’s all there is to it.”

Het zwemmen heeft een andere bepaling dan de atletiek. Zij verbieden trans vrouwen die na hun twaalfde aan de transitie zijn begonnen. Dat mag verwarrend klinken, maar dat is het niet. Het Internationaal Olympisch Comité koos ervoor om de verschillende sporten de kans te geven een policy uit te dokteren in functie van de fysieke eisen van die sport.

In golf is het verschil een stuk minder, door de verschillende afslagposities, en in schieten is het mannelijke voordeel miniem tot onbestaand, in zoverre dat ooit een vrouw beter was dan mannen en goud won op de Spelen in 1992. Dat was in een gemengde categorie, waarna de schietbond besloot mannen en vrouwen apart te laten schieten.

Dat er verschillen waren per sport, dat vond de mevrouw van de radio een beetje vreemd. Waarop de professor begon over de fysieke voordelen die in de ene sport meer uitgesproken waren dan in de andere. Bijvoorbeeld meer in gewichtheffen en – ik citeer – minder in voetbal.

Het klopt dat de krachtverschillen tussen mannen en vrouwen minder uitgesproken zijn in het onderlichaam en dus minder in uithouding en snelheid dan in kracht komend uit het bovenlichaam. Alleen gaat het nog altijd over minstens 10 procent en zelfs 30 procent bij een trap op een bal.

Het belangrijkste argument om een strikt binaire opdeling te handhaven op basis van geboortegeslacht werd nog maar eens vergeten. Voetballen tegen trans vrouwen (en verliezen) is voor een vrouw even frustrerend, maar ook veel gevaarlijker dan verliezen van een trans vrouw in gewichtheffen. En dan hebben we het nog niet over vechtsporten.

Column Rascoureur (over MVDP) in De Morgen van maandag 20 maart 2023

Rascoureur

Neen, het kon beter met die conditie. Die Tirreno van 2023, pff. Meestrijden vooraan? Van het moment dat het bergop ging lieten de benen het afweten. Hij had zelfs een aantal ritten moeite om gewoon het peloton te volgen, stel je voor.

Samengevat: wat de kansen van Mathieu van der Poel betrof: de voortekenen waren niet bepaald gunstig. Lossen op korte hellingen, het peloton niet kunnen volgen, wat was me dat allemaal. Dat waren we van de kampioen niet gewend. Maar, hij voelde zich wel steeds beter worden. Komt daarbij, een gelukje vond hij zelf, Milaan-Sanremo was nu net dat ene monument waar je niet echt top moet zijn om te winnen, dus ja, hij had een kans.

Zodoende pronostikeerden de sportkranten toch een goeie eindklassering voor Van der Poel. In Het Nieuwsblad kreeg hij vier sterren, samen met Wout van Aert. Vijf sterren, dat was voor Tadej Pogacar. In L’Equipe stond Milaan-Sanremo pas op pagina 28 van de zaterdagkrant: Pogacar en Van Aert vijf sterren, niemand vier en Van der Poel kreeg er drie, waarvan één als de kleinzoon van Raymond Poulidor.

Het Laatste Nieuws zette hem op de één van de sportpagina’s bij de grote vier en had prognoses uit het peloton. Wil u weten wie de tiercé had? Niemand, ook niet in désordre. Geen van de acht bevraagde renners had Van der Poel als winnaar.

Victor Campenaerts had als enige geen enkele renner van het hele podium. Die schat dus niet alleen zijn eigen kansen af en toe verkeerd in. Jasper Philipsen en Laurens De Plus kwamen het dichtst in de buurt. De ene had Pogacar, Van der Poel en Van Aert. De andere had Filippo Ganna (als enige, proficiat De Plus), Pogacar en Van Aert.

Neen, veel vertrouwen in Van der Poel was er niet. Die rug zou weer opspelen, zo deed de ronde, en in het algemeen kon het ook beter met dat Alpecin-Deceuninck natuurlijk. Nog maar twee keer gewonnen, twee keer Philipsen na een lead-out van Mathieu, geen reden om een grote mond op te zetten.

En toen kwam de Cipressa, de op één na laatste klim. Je zag Van der Poel ergens in het pak zitten. Je zag ook Soren Kragh Andersen, Jasper Philipsen en nog Gianni Vermeersch. Alpecin-Deceuninck gaf bergop zelfs even mee van jetje en net voor de afdaling zou beginnen, kwam Van der Poel op kop om de hele afdaling niet uit de eerste drie te verdwijnen. Overmoed of overschot, het was een van beide. Het leek zowaar op overschot zoals Van der Poel en Kragh Andersen bij het beneden komen van de Cipressa nog steeds het peloton aanvoerden, babbelend over hoe (goed) de benen voelden, hoorden we na afloop.

Toen dacht je nog: ach, als Pogi en Wout er straks een lap op geven, staat de rest boven op de Poggio niet op de foto. Pogi gaf er een lap op, maar het was een lapje. Wout kon eerst niet volgen, dan weer wel, Mathieu in zijn wiel. Met nog tweehonderd meter te gaan passeerde Van der Poel Pogacar langs een gaatje binnendoor, waar alleen hij door kan. Hup, twee kroontjes zwaarder, recht op de pedalen en een klein gaatje zowaar.

Het kleine gaatje was beneden een iets minder klein gaatje, het werd nooit een echt groot gat. Hij reed de afdaling niet op het scherp van de snede, maar de interval-inspanningen (bij elke bocht remmen en daarna optrekken, een cross van drie kilometer bergaf) waren hem op het lijf geschreven.

Met nog een kilometer te gaan verscheen een grimlach boven op de grimas van plusminus 450 watt. Vijfhonderd meter: Van der Poel balt de vuist en schreeuwt het uit. Honderd meter: als vleugels van een albatros gaan de armen wijd open, die gelukzalige lach op het gelaat.

Tweeënzestig jaar nadat zijn grootvader zijn enige monument had gewonnen, won Mathieu van der Poel een monument dat zijn vader nooit won en hij heeft er nu drie, één meer dan Adrie. Veel belangrijker: in één klap zijn hij en zijn team gerust. Het voorjaar 2023 kan nu al niet meer kapot.

Van der Poel bewees zaterdag dat hij een rascoureur is, meer dan Pogacar, veel meer dan Van Aert en al die anderen. Van der Poel kan scoren uit een halve kans, kan een wedstrijd naar zijn hand zetten, ook al is hij niet in topvorm, een winner als geen ander.

Het zou kunnen dat Van Aert een grotere motor heeft en gedisciplineerder werkt. En hij kan dingen op de fiets die Van der Poel niet kan, zoals langer hard (naar boven) rijden en dat dag na dag na dag. Maar Van der Poel is de beste coureur.

De stand in de WK’s veldrijden is 5-3, in de monumenten 3-1. Telkens in het voordeel van Van der Poel. Dat kan na dit voorjaar weer anders zijn, dat is het plezante aan het hedendaagse wielrennen. Elke maand is een ander de beste van de wereld.

Column Keuzes maken in De Morgen van zaterdag 18 maart 2023

Keuzes maken

De Belgische/Vlaamse shorttrackwereld is bang. De samenwerking met de Nederlandse ploeg in Heerenveen loopt op zijn einde. Alleen de positivo’s in dat wereldje denken dat er nog een vervolg aan de vruchtbare coëxistentie kan worden gebreid. De anderen, onder wie de twee toppers, weten hoe laat het is. Thialf zal voor de Belgen nooit meer zijn wat het geweest is. Er is iets gebroken en dat is niet het ijs.

De mededeling dat de Nederlandse omkadering – vooral de coaching – niet inzetbaar was bij de wereldkampioenschappen in Zuid- Korea kwam net voor dat WK van vorig weekend. Dat is rijkelijk laat. Er is geen goed moment om zoiets te horen te krijgen, maar er zijn minder slechte en heel slechte momenten. Net voor het WK was heel slecht.

Hanne Desmet weet haar vierde plek op het WK aan het gebrek aan coaching, en wat dat mentaal met haar had gedaan. Dat is haar goed recht, maar die vierde plek op de 1.500 meter is haar niveau. Op het vorige WK, in 2021 in Dordrecht, eindigde Hanne Desmet tweede. Alleen deden toen de Japanners, de Zuid-Koreanen en de Chinezen niet mee en stuurden de Noord-Amerikanen niet hun sterkste shorttrackers. Een jaar later, met alle landen op hun sterkst, won Desmet wel de bronzen medaille op de Olympische Spelen.

Om daaruit te concluderen dat ze altijd podium zou moeten halen op sterk bezette mondiale toernooien is zelfs voor shorttrack wat kort door de bocht. Hanne Desmet hing in Peking met een halve ronde te gaan op de vijfde plek aan een lange rekker, tot de Amerikaanse Kirsten Santos en de Italiaanse Adriana Fontana met elkaar in botsing kwamen en vielen. Desmet werd derde, zonder die val had ze nooit een medaille.

Haar broer Stijn liet het in Seoel minder aan zijn hart komen. Hij behaalde ondanks de coachsoap wel zilver, en verbeterde daarmee zijn prestatie op een mondiaal toernooi.

België heeft geprofiteerd van het Nederlandse schaatsmodel. En omgekeerd. Dat heet symbiose. In de Nederlandse perceptie is die blijkbaar geëvolueerd naar parasitisme. Nederland haalde zeer zeker profijt uit de aanwezigheid van sterke Belgische trainingspartners, maar bij de afrekening bleek dat België meer uit de relatie haalde dan Nederland.

Tussen het voor België zo succesvolle EK (ten koste van Nederlandse medailles) en het WK heeft iemand in Nederland aan
de alarmbel getrokken. Was het de Nederlandse bondscoach zelf, Niels Kerstholt, die onder vuur ligt? Of was het de KNSB, de schaatsbond? Heeft de high-performancemanager van het NOC*NSF (Nederlandse sportkoepel) erop gewezen dat op dit WK echt wel resultaten werden verwacht in ruil voor de genereuze steun? Voortaan was het Holland first. Dat de Nederlandse atleten uit de lucht vielen en te doen hadden met hun arme Belgische trainingspartners: geloof dat maar niet.

Straks komt bondscoach Jeroen Otter terug uit een sabbatical en wordt het duidelijk. Hij is de architect van de Nederbelgische samenwerking. Otter was bondscoach in België toen ze in Nederland niks moesten weten van dat gekke kortebaangedoe. Later gingen ze daar overstag, lokten Otter terug naar Nederland en hij haalde zijn ex-atleet Pieter Gysel en de Belgische talenten die inmiddels in Hasselt tot wasdom waren gekomen naar Heerenveen.

Een ideaal sportmodel is gestoeld op detectie, selectie, protectie, training en infrastructuur. Bij kwalitatieve training hoort tegenstand, en daarvoor moesten de Belgen dienen. Vandaag stellen de Nederlanders vast dat ze genoeg Nederlandse kwaliteit op de korte baan in Thialf hebben rijden. Meer zelfs, dat de baan en de staf te klein zijn om alle Nederlanders en Belgen samen te trainen.

Als nationale selecties over de grenzen samenwerken, gaat het meestal om ontwikkelingshulp waarbij één partij duidelijk achterophinkt en leert van de andere. Wat Nederland en België hadden in het shorttrack was uniek en kon niet blijven duren. België – Vlaanderen, zeg maar – moet niet zeuren: je kan niet eeuwig meesurfen op de goodwill van anderen.

Hoog tijd om zelf wat op te zetten. Al jaren spreekt men in Vlaanderen van een ijshal en een omkadering die zowel voor shorttrack, kunstschaatsen en lange baanschaatsen zou moeten dienen. Deze week werd in Ternat de grootste paardenpiste van Europa geopend. Een privé-initiatief, want ‘paardensport’ is in de eerste plaats paardenhandel.

Schaatsers kan je niet verkopen, en toch zou je als overheid in een schaatscentrum kunnen investeren. Weet evenwel: het kost een cent en meer dan één, zelfs het schaatswalhalla Thialf is economisch niet leefbaar. Maar als je de mond vol hebt over hoe je een topsportregio wil zijn en de lat altijd hoger legt, horen daar keuzes en investeringen bij.

Column Adidas in De Morgen van maandag 13 maart 2023

Adidas

Een aantal fenomenen gaat volledig aan mij voorbij. Niet dat ik er niet had over gelezen, maar ik lees zo veel. Ik troost mij met de gedachte dat het te maken heeft met ontkenning, de beste reflex ter zelfbescherming die de mens zich eigen kan maken.

Zo had ik bijvoorbeeld al eens gehoord over Kanye West, vooral toen hij vond dat hij presidentskandidaat moest zijn. Dan gaat een mens wat googelen en komt al snel uit bij zijn bezigheid, rappen. Dat geraakt al niet voorbij de eerste filter. Een rapper – het zal geheel aan mij liggen, dus vergeef mij – dat is in mijn waardenpalet iemand die niet kan zingen en uit arren moede dan maar snel spreekt in de hoop dat iemand dat interessant vindt.

Er is een markt voor snelle sprekers, maar ik ken geen enkel nummer van Kanye West. Ik ken ook geen enkel nieuwtje over die man. Zo dacht ik dat Kanye West de man was van Beyoncé, maar dat blijkt volgens de zoekmachine ene Jay Z. Ook een rapper, hoe verzinnen ze het?

Bon, om een lang verhaal kort te maken, in de weekendkranten stond een nieuwtje over Kanye West dat ik eindelijk kon relateren aan mijn interessesfeer, zijnde de geopolitiek en mondiale business van de sport. Die rappende lapzwans had zowaar destijds een contract gesloten met het sportmerk Adidas om sneakers in zijn naam uit te brengen en zowel Adidas als West waren daar serieus beter van geworden.

Ik kende die schoenen. Yeezy heten die dingen. Of heetten, want hoewel ze nu tijdelijk hot zijn, zijn de Yeezy’s verleden tijd. Maar goed ook, want afgezien van enkele modellen waarmee je met wat goede wil en de nodige voorzichtigheid zou kunnen sporten, zijn het afzichtelijke dystopische dingen. Adidas wil ervanaf. En wil van Kanye West af.

Dat de zwarte West eerder al de slavernij had weggezet met ‘vierhonderd jaar slavernij, dat moet een keuze (van de zwarten) geweest zijn’ dat was nog gepasseerd. Zoals ook zijn krankzinnige kandidatuur voor het presidentschap en later zijn steun aan Donald Trump. Ook zijn opmerking dat het recht op abortus voor hem mocht worden afgeschaft, werd hem niet ten kwade geduid in Herzogenaurach. Voor zeven procent van je omzet knijp je al eens een oogje dicht.

Toen West het begon te hebben over de Joodse maffia gingen de eerste alarmbellen af. De emmer liep over toen hij te gast was bij de provocateur/gek Alex Jones (waar godbetert ook die rare Gentse prof Mattias Desmet al eens aanschoof). West was er samen met white supremacist Nick Fuentes, en begon over “stop met het ‘dissen’ van de nazi’s” en hield vervolgens een lofrede op Adolf Hitler.

Dat was zover over de rode lijn dat die in de achteruitkijkspiegel van Adidas niet eens meer zichtbaar was. Als er iets is wat ze daar niet kunnen hebben, dan wel de associatie met het naziverleden. Niemand die het zich nog herinnert – goede marketing heet dat – maar het verleden van dat bedrijf is zo nazi als wat, met de broers Adolf en Rudolf Dassler (in ’49 zou de ene Adidas en de andere Puma beginnen) die zich in 1933 haasten om aan te sluiten bij de NSDAP. De Gebrüder Dassler Schuhfabrik zou vanaf 1944 tijdelijk geen schoenen meer maar wapens produceren voor de tanende Duitse oorlogsmachine.

Resultaat van de West-exit? Adidas in de shit. Zeven procent van de omzet in rook opgegaan. En dat bovenop de gedaalde omzet in Rusland en in China. Conclusie: wel besteed. Adidas heeft de fout gemaakt die Reebok (inmiddels deel van Adidas) halfweg de jaren tachtig ook heeft gemaakt: te veel inzetten op mode, te weinig op authenticiteit. Niet dat de schoenen van Adidas minderwaardig zijn aan die van Nike, maar Nike pakte het toch anders aan.

De focus lag daar van in het begin op het beste sportmerk ooit worden. Nike werd nummer één wereldwijd begin de jaren tachtig, maar werd ingehaald door Reebok dat surfte op de golven van de fitness- rage. Er was geen geluk mee gemoeid toen Nike Michael Jordan tekende in 1984. Jordan wilde een deal met Adidas, maar die vonden hem ‘te klein’, zowel in lengte als in kaliber. Noem het gerust de marketingblunder van de twintigste eeuw en die met Kanye West voorlopig van de 21ste.

Nike (omzet 50 miljard dollar) is vandaag groter dan Adidas en Puma samen. Het is de enige marktleider die het zich ook kan permitteren om rebel te zijn. Hoe ze de Black Lives Matter-activist Colin Kaepernick aan zich bonden en hem een contract gaven, dat was gedurfd. En geslaagd.

Ik ben een Nike-adept en ik heb niets van Adidas in mijn kast met sportkleren liggen. Op die ene muts van de winterspelen in Sotsji na. Rood, met in grote witte letters: Russia. Niet te dragen. Wel een collector’s item.

Column Hyperkapitalisme in De Morgen van zaterdag 11 maart 2023

Hyperkapitalisme

Succes in sport is maakbaar. De mate waarin een sport meer een fysiologische dan een technische of tactische afrekening is, vergroot de maakbaarheid van succes. In lopen, de meest eenvoudige sport, liggen bij de juiste fysiologische kenmerken de successen sneller voor het rapen dan in pakweg tennis.

In individuele sport is succes dan weer makkelijker maakbaar dan in teamsport, de meest complexe vorm van competitiesport. Nog een factor die bepaalt hoe snel je succes kunt hebben in een sport is traditie: in een ‘oude’ sport is het moeilijker om door te stoten naar de top dan in een ‘nieuwe’. Als een oude sport dan ook nog eens commercieel uitgepuurd is – denk aan basketbal in de VS – ben je haast kansloos.

Tenzij je alles goed doet. Tenzij je juist selecteert, juist opleidt, juist begeleidt, juist coacht… Eens je dat allemaal op een rijtje hebt en mits het nodige geluk dat er altijd bijhoort in sport is succes wel maakbaar.

Maakbaar is evenwel niet hetzelfde als te koop, een veelgemaakte denkfout in het hyperkapitalistische voetbal. Daarom moet het hart van elke rechtgeaarde sportliefhebber afgelopen woensdag rond de klok van elven een vreugdesprongetje hebben gemaakt toen het duidelijk werd dat Bayern München de vloer had aangeveegd met PSG.

Bayern is een vereniging die in Duitsland onder de 50+1-regel valt. Die bepaalt dat de vereniging achter de club één stem meer moet hebben in de algemene vergadering dan welke andere partij(en) ook. Bij Bayern hebben de leden (de geregistreerde vrijwillige vereniging FC Bayern München eV) 75 procent in handen. Het overige kwart is netjes verdeeld over Audi, Adidas en Allianz.

De 50+1 is een schitterend model, en dat niemand komt zeggen dat het de groei van een club remt of ingaat tegen een gezonde bedrijfsvoering. Bayern speelde tien keer op rij kampioen, won deze eeuw drie Champions Leagues en maakt al 27 jaar onafgebroken winst. Geen enkele voetbalclub in de Europese top kan zo’n compleet rapport voorleggen.

PSG is in 2011 gekocht door de staat Qatar, middels het investeringsvehikel Qatar Sports Investments. Overigens was die aankoop het gevolg van de toewijzing enkele maanden eerder van de World Cup van 2022 aan Qatar. 100 miljoen euro legden ze toen op tafel voor het compleet vermolmde PSG.

In de vier daaropvolgende jaren werden ze telkens uit de Champions League geknikkerd in de kwartfinale. Dat vonden de Qatarese eigenaars beneden hun stand en dus kochten ze in 2017 Neymar en in 2018 Kylian Mbappé, opgeteld 400 miljoen euro, de twee duurste transfers ooit. Edoch, succes is niet te koop want er volgden drie opeenvolgende exits in de achtste finale.

In de zomer van 2020 haalden ze wel de door corona verlate Champions League-finale en verloren van de ploeg die hen eerder deze week ook al klopte, Bayern. 1-0, doelpunt Kingsley Coman.

Van de elf van Bayern die toen mochten vieren, stonden er nu nog zeven op het veld en dan nemen we de geblesseerde Manuel Neuer gemakshalve even mee. Van het PSG van 23 augustus 2020 waren woensdag nog drie namen aan de slag: Mbappé, Neymar (ook geblesseerd) en Marquinhos. Die verloren finale van 2020 werd gevolgd door een halve finale in de lente van 2021.

Dat volstond niet voor Nasser Al-Khelaïfi en zijn baas sjeik Tamim al-Thani. Een maand later haalden ze ook Lionel Messi naar Parijs. Resultaat: zowel in 2021-’22 als dit seizoen gingen ze eruit in de achtste finale. Er bestaan culturen die geduld koesteren als tactiek, de Chinezen bijvoorbeeld. Hoe dat zit met Arabieren is niet duidelijk, maar eerder gedrag lijkt er niet op te wijzen dat ze lang willen wachten als ze hun zinnen op iets hebben gezet.

De vraag is nu wat de reactie zal zijn van de grote bazen in Doha. Die andere sjeik van iets verderop in de Perzische Golf, Mansour bin Zayed Al Nahyan uit Abu Dhabi, is met zijn Manchester City nog steeds in de running voor de Europese hoofdgraal. Mansour is de broer van Mohamed, de president van de Verenigde Arabische Emiraten. In de eeuwige strijd Qatar-VAE staan de Emiraten op voordeel en de grootmacht Saudi-Arabië komt er ook aan met Newcastle, dat ze vorig jaar hebben gekocht.

Als ik van de Qatarezen was, zette ik PSG te koop en ging ik voor Manchester United. Beide clubs in Qatarese handen, dat kan
niet. Wat er ook wordt geregeld en hoe ook juridisch ingedekt, het grote geld in Qatar is onlosmakelijk met elkaar verbonden. De Glazers willen voor hun initiële inleg van net geen miljard euro een flinke return: 6,8 miljard wordt gezegd. Qatar en Ineos-baas Jim Ratcliffe zouden al tot 4,5 miljard willen gaan. Dat is een honderdste van de totale waarde van de hele Qatar Investment Authority, een peulschil.

Column Het geval-Club Brugge in De Morgen van maandag 6 maart 2023

Het geval-Club Brugge

Interessante case. Achtentwintig wedstrijden ver in een reguliere competitie van 34 voelt Club Brugge de hete adem van Standard, Gent en Westerlo in de nek voor de cruciale vierde plek in play-off 1.

Nadat het een week eerder redelijk overtuigend naaste concurrent AA Gent had opzijgezet, kreeg het afgelopen vrijdag een oplawaai van KV Oostende, een vogel voor de kat in 1A. 3-0 nog wel. Club had bijna 70 procent balbezit, maar schoot amper drie keer tussen de palen, de helft van KVO. Nog een statistiek: Oostende won 10 duels meer en tackelde 23 keer tegen 10 voor Club. Die maakten dan wel weer vier overtredingen meer.

De titel is gaan vliegen. Twintig punten achterstand op Genk; zelfs al wordt die gehalveerd tot tien, dat is met achttien punten te verdienen onbegonnen werk. Europees daarentegen heeft Club een van zijn beste seizoenen achter de rug. Na jaren van amechtig presteren in de poulefase stootte het deze keer overtuigend door tot de achtste finales van de Champions League.

Blauw-zwart is met afstand de rijkste club van het land en met de helft van de titels de meest succesvolle van de laatste tien jaar. Tegelijk werkte het aan de uitbouw van de club, shopte het voor de spelerskern niet langer in de soldenbakken van Zeeman maar durfde het al eens een echte supermarkt binnen te stappen. Bewondering alom en wat klopten ze zich fier op de borst, het Belgische Bayern.

Na drie titels op rij deed Club in het tussenseizoen alles goed wat in een normale sector in een normaal bedrijf een garantie op succes zou zijn. Om de werkvloer aan te sturen stelde het een jonge sportieve CEO aan die was doorgegroeid in het huis en haalde het enkele nieuwe afdelingshoofden in de betere zaak. Club begon aan het seizoen met de meest talentrijke spelerskern in het Belgische voetbal van deze eeuw.

Club deed alles goed, op papier althans. De jonge CEO bleek dan toch niet zo goed in het aansturen en werd in december al vervangen door een even jonge andere CEO uit een ander land. Jammer, maar helaas. De bedrijfsresultaten waren zo mogelijk nog slechter en ook die buitenlandse CEO staat nu met één been buiten.

Wat is er aan de hand in Brugge/Westkapelle? Je zou spontaan denken aan de wet op de remmende voorsprong, een drievoudig kampioen die zich wentelt in de verworven glorie en niet de stimulans vindt om zich opnieuw uit te vinden. Juist dat kun je Club niet verwijten. Het bracht nieuw bloed, zowel in de staf als in de spelerskern. En toch…

Was Carl Hoefkens een slechte keuze? Wellicht hebben ze zich verkeken op de reactie en de dynamiek (of het gebrek eraan) van een spelersgroep die de nieuwe sportieve baas nog kende als de onderbaas die met hen meedolde op het oefenveld.

Is er slecht aangekocht? Niet echt, maar de nieuwkomers waren haast allemaal spelers met een rugzakje en zagen Club Brugge als een springplank om terug te keren naar het niveau vanwaar ze tijdelijk waren afgedaald. Hun eigen agenda primeerde op die van de club/de ploeg. Anderzijds, 16 miljoen euro voor Roman Jaremtsjoek? In Gent trokken ze grote ogen. Zij hadden hem kunnen verkopen voor 20 miljoen aan Benfica, klopt. Wie het reilen en zeilen in het Gentse huishouden een beetje kende, wist dat Jaremtsjoek het nergens zou redden als hij niet de onbetwiste spits was, bij voorkeur zoals in Gent omkaderd met een psycholoog. Hij verzoop in de concurrentiële omgeving van Lissabon en nu zelfs in Brugge.

Wat maakt nu dat die ploeg de ene wedstrijd de pannen van het dak speelt en de volgende partij als een stel natte dweilen over het veld loopt? Dan kom je al snel uit bij de dragende figuren in het veld. Tot vorig seizoen was dat ene Ruud Vormer, een grote muil en een etterbak volgens de tegenstanders (en misschien ook voor enkele ploegmaats), maar wel de startmotor en aandrijfas van zijn ploeg. De laatste seizoenen was het minder, maar hij bleef de aanjager die bepaalde in welke modus er werd gespeeld en, misschien nog belangrijker, hoe er werd getraind.

Van de bijzonder getalenteerde metronoom Hans Vanaken mag je niet vragen dat hij de intensiteit in het veld regelt. Vanaken is de olie in de motor, niet de benzine. Van Casper Nielsen had je dat kunnen verwachten, maar hij is toch vooral een draver, en dan niet de jockey maar het paard.

‘No sweat, no glory’ is geen lukraak gekozen leuze. Het was het DNA van Club Brugge en dat is nu tijdelijk weg. De dag dat Vormer minder belangrijk werd voor Club verdween de onverzettelijkheid en werden de prestaties minder. Ze hebben veel, zo niet alles goed gedaan bij Club, maar Vormer niet vervangen door een gelijkaardig type, dat was een foutje.

Column Hyperkapitalisme in De Morgen van zaterdag 11 maart 2023

Hyperkapitalisme

Succes in sport is maakbaar. De mate waarin een sport meer een fysiologische dan een technische of tactische afrekening is, vergroot de maakbaarheid van succes. In lopen, de meest eenvoudige sport, liggen bij de juiste fysiologische kenmerken de successen sneller voor het rapen dan in pakweg tennis.

In individuele sport is succes dan weer makkelijker maakbaar dan in teamsport, de meest complexe vorm van competitiesport. Nog een factor die bepaalt hoe snel je succes kunt hebben in een sport is traditie: in een ‘oude’ sport is het moeilijker om door te stoten naar de top dan in een ‘nieuwe’. Als een oude sport dan ook nog eens commercieel uitgepuurd is – denk aan basketbal in de VS – ben je haast kansloos.

Tenzij je alles goed doet. Tenzij je juist selecteert, juist opleidt, juist begeleidt, juist coacht… Eens je dat allemaal op een rijtje hebt en mits het nodige geluk dat er altijd bijhoort in sport is succes wel maakbaar.

Maakbaar is evenwel niet hetzelfde als te koop, een veelgemaakte denkfout in het hyperkapitalistische voetbal. Daarom moet het hart van elke rechtgeaarde sportliefhebber afgelopen woensdag rond de klok van elven een vreugdesprongetje hebben gemaakt toen het duidelijk werd dat Bayern München de vloer had aangeveegd met PSG.

Bayern is een vereniging die in Duitsland onder de 50+1-regel valt. Die bepaalt dat de vereniging achter de club één stem meer moet hebben in de algemene vergadering dan welke andere partij(en) ook. Bij Bayern hebben de leden (de geregistreerde vrijwillige vereniging FC Bayern München eV) 75 procent in handen. Het overige kwart is netjes verdeeld over Audi, Adidas en Allianz.

De 50+1 is een schitterend model, en dat niemand komt zeggen dat het de groei van een club remt of ingaat tegen een gezonde bedrijfsvoering. Bayern speelde tien keer op rij kampioen, won deze eeuw drie Champions Leagues en maakt al 27 jaar onafgebroken winst. Geen enkele voetbalclub in de Europese top kan zo’n compleet rapport voorleggen.

PSG is in 2011 gekocht door de staat Qatar, middels het investeringsvehikel Qatar Sports Investments. Overigens was die aankoop het gevolg van de toewijzing enkele maanden eerder van de World Cup van 2022 aan Qatar. 100 miljoen euro legden ze toen op tafel voor het compleet vermolmde PSG.

In de vier daaropvolgende jaren werden ze telkens uit de Champions League geknikkerd in de kwartfinale. Dat vonden de Qatarese eigenaars beneden hun stand en dus kochten ze in 2017 Neymar en in 2018 Kylian Mbappé, opgeteld 400 miljoen euro, de twee duurste transfers ooit. Edoch, succes is niet te koop want er volgden drie opeenvolgende exits in de achtste finale.

In de zomer van 2020 haalden ze wel de door corona verlate Champions League-finale en verloren van de ploeg die hen eerder deze week ook al klopte, Bayern. 1-0, doelpunt Kingsley Coman.

Van de elf van Bayern die toen mochten vieren, stonden er nu nog zeven op het veld en dan nemen we de geblesseerde Manuel Neuer gemakshalve even mee. Van het PSG van 23 augustus 2020 waren woensdag nog drie namen aan de slag: Mbappé, Neymar (ook geblesseerd) en Marquinhos. Die verloren finale van 2020 werd gevolgd door een halve finale in de lente van 2021.

Dat volstond niet voor Nasser Al-Khelaïfi en zijn baas sjeik Tamim al-Thani. Een maand later haalden ze ook Lionel Messi naar Parijs. Resultaat: zowel in 2021-’22 als dit seizoen gingen ze eruit in de achtste finale. Er bestaan culturen die geduld koesteren als tactiek, de Chinezen bijvoorbeeld. Hoe dat zit met Arabieren is niet duidelijk, maar eerder gedrag lijkt er niet op te wijzen dat ze lang willen wachten als ze hun zinnen op iets hebben gezet.

De vraag is nu wat de reactie zal zijn van de grote bazen in Doha. Die andere sjeik van iets verderop in de Perzische Golf, Mansour bin Zayed Al Nahyan uit Abu Dhabi, is met zijn Manchester City nog steeds in de running voor de Europese hoofdgraal. Mansour is de broer van Mohamed, de president van de Verenigde Arabische Emiraten. In de eeuwige strijd Qatar-VAE staan de Emiraten op voordeel en de grootmacht Saudi-Arabië komt er ook aan met Newcastle, dat ze vorig jaar hebben gekocht.

Als ik van de Qatarezen was, zette ik PSG te koop en ging ik voor Manchester United. Beide clubs in Qatarese handen, dat kan
niet. Wat er ook wordt geregeld en hoe ook juridisch ingedekt, het grote geld in Qatar is onlosmakelijk met elkaar verbonden. De Glazers willen voor hun initiële inleg van net geen miljard euro een flinke return: 6,8 miljard wordt gezegd. Qatar en Ineos-baas Jim Ratcliffe zouden al tot 4,5 miljard willen gaan. Dat is een honderdste van de totale waarde van de hele Qatar Investment Authority, een peulschil.

Column Het geval ‘Club Brugge’ in De Morgen van 6 maart 2023

Het geval ‘Club Brugge’

Interessante case. Achtentwintig wedstrijden ver in een reguliere competitie van 34 voelt Club Brugge de hete adem van Standard, Gent en Westerlo in de nek voor de cruciale vierde plek in play-off 1.

Nadat het een week eerder redelijk overtuigend naaste concurrent AA Gent had opzijgezet, kreeg het afgelopen vrijdag een oplawaai van KV Oostende, een vogel voor de kat in 1A. 3-0 nog wel. Club had bijna 70 procent balbezit, maar schoot amper drie keer tussen de palen, de helft van KVO. Nog een statistiek: Oostende won 10 duels meer en tackelde 23 keer tegen 10 voor Club. Die maakten dan wel weer vier overtredingen meer.

De titel is gaan vliegen. Twintig punten achterstand op Genk; zelfs al wordt die gehalveerd tot tien, dat is met achttien punten te verdienen onbegonnen werk. Europees daarentegen heeft Club een van zijn beste seizoenen achter de rug. Na jaren van amechtig presteren in de poulefase stootte het deze keer overtuigend door tot de achtste finales van de Champions League.

Blauw-zwart is met afstand de rijkste club van het land en met de helft van de titels de meest succesvolle van de laatste tien jaar. Tegelijk werkte het aan de uitbouw van de club, shopte het voor de spelerskern niet langer in de soldenbakken van Zeeman maar durfde het al eens een echte supermarkt binnen te stappen. Bewondering alom en wat klopten ze zich fier op de borst, het Belgische Bayern.

Na drie titels op rij deed Club in het tussenseizoen alles goed wat in een normale sector in een normaal bedrijf een garantie op succes zou zijn. Om de werkvloer aan te sturen stelde het een jonge sportieve CEO aan die was doorgegroeid in het huis en haalde het enkele nieuwe afdelingshoofden in de betere zaak. Club begon aan het seizoen met de meest talentrijke spelerskern in het Belgische voetbal van deze eeuw.

Club deed alles goed, op papier althans. De jonge CEO bleek dan toch niet zo goed in het aansturen en werd in december al vervangen door een even jonge andere CEO uit een ander land. Jammer, maar helaas. De bedrijfsresultaten waren zo mogelijk nog slechter en ook die buitenlandse CEO staat nu met één been buiten.

Wat is er aan de hand in Brugge/Westkapelle? Je zou spontaan denken aan de wet op de remmende voorsprong, een drievoudig kampioen die zich wentelt in de verworven glorie en niet de stimulans vindt om zich opnieuw uit te vinden. Juist dat kun je Club niet verwijten. Het bracht nieuw bloed, zowel in de staf als in de spelerskern. En toch…

Was Carl Hoefkens een slechte keuze? Wellicht hebben ze zich verkeken op de reactie en de dynamiek (of het gebrek eraan) van een spelersgroep die de nieuwe sportieve baas nog kende als de onderbaas die met hen meedolde op het oefenveld.

Is er slecht aangekocht? Niet echt, maar de nieuwkomers waren haast allemaal spelers met een rugzakje en zagen Club Brugge als een springplank om terug te keren naar het niveau vanwaar ze tijdelijk waren afgedaald. Hun eigen agenda primeerde op die van de club/de ploeg. Anderzijds, 16 miljoen euro voor Roman Jaremtsjoek? In Gent trokken ze grote ogen. Zij hadden hem kunnen verkopen voor 20 miljoen aan Benfica, klopt. Wie het reilen en zeilen in het Gentse huishouden een beetje kende, wist dat Jaremtsjoek het nergens zou redden als hij niet de onbetwiste spits was, bij voorkeur zoals in Gent omkaderd met een psycholoog. Hij verzoop in de concurrentiële omgeving van Lissabon en nu zelfs in Brugge.

Wat maakt nu dat die ploeg de ene wedstrijd de pannen van het dak speelt en de volgende partij als een stel natte dweilen over het veld loopt? Dan kom je al snel uit bij de dragende figuren in het veld. Tot vorig seizoen was dat ene Ruud Vormer, een grote muil en een etterbak volgens de tegenstanders (en misschien ook voor enkele ploegmaats), maar wel de startmotor en aandrijfas van zijn ploeg. De laatste seizoenen was het minder, maar hij bleef de aanjager die bepaalde in welke modus er werd gespeeld en, misschien nog belangrijker, hoe er werd getraind.

Van de bijzonder getalenteerde metronoom Hans Vanaken mag je niet vragen dat hij de intensiteit in het veld regelt. Vanaken is de olie in de motor, niet de benzine. Van Casper Nielsen had je dat kunnen verwachten, maar hij is toch vooral een draver, en dan niet de jockey maar het paard.

‘No sweat, no glory’ is geen lukraak gekozen leuze. Het was het DNA van Club Brugge en dat is nu tijdelijk weg. De dag dat Vormer minder belangrijk werd voor Club verdween de onverzettelijkheid en werden de prestaties minder. Ze hebben veel, zo niet alles goed gedaan bij Club, maar Vormer niet vervangen door een gelijkaardig type, dat was een foutje.

Column Geloofwaardigheid in De Morgen van zaterdag 4 maart 2023

Geloofwaardigheid

Misschien dat het in Albanië ook elke speeldag van jedattum is. Of op Cyprus. Wie weet op de Faeröer, of hebben ze dat daar niet? In welk ander land dan België krijgt de video assistant referee (VAR) het inhoudelijk zo te verduren, weet iemand dat?

Een gokje: hoewel videoassistentie om te komen tot een eerlijk wedstrijdverloop hier te lande redelijk algemeen is aanvaard, gaat
het nergens zo vaak over de beslissingen. Dat is een groot probleem en dat hebben de VAR en de verantwoordelijken voor de VAR geheel en alleen aan zichzelf te danken. Een stel refs, neem hun assistenten er maar bij, en uiteraard de videorefs hebben in één week de uitkomst van twee wedstrijden zwaar beïnvloed en in het verlengde daarvan een fantastisch hulpmiddel vak(on)kundig de nek omgewrongen.

De arbitrale fout in Club Brugge-AA Gent is van één kant minder problematisch dan die in KV Mechelen-Zulte Waregem. Had de nijdigaard in Tajon Buchanan een beetje zijn hormonen onder controle, dan had geen haan gekraaid naar de Brugse winst. Die elleboogstoot had Club alvast niet nodig, maar dat doet er hier niet toe.

Was er niet de vreemde context van die blunder van videoref Kevin Van Damme, dan is de misser van vorig jaar ten nadele van Gent een grovere dwaling. Toen kon een buitenspeldoelpunt van Cercle niet worden afgekeurd omdat de camera nog niet was bemand. Gent miste daardoor play-off 1 op een haar na. Twee keer genaaid worden door de VAR in hetzelfde stadion – zo al niet de favoriete plek voor Gentenaars – is meer dan pijnlijk. Het geeft alvast voeding aan samenzweringstheorieën.

Zulte Waregem mag zich nog meer dan Gent bekocht voelen omdat eerst een grove fout van een Mechelaar niet werd bestraft, waarna een ongeveer gelijkaardig grove fout van een Essevee’er eerst geel en na tussenkomst van de VAR zelfs rood opleverde. De misser in Mechelen (die uitzonderlijk geen schorsing voor gevolg had) van afgelopen dinsdag kan worden verklaard vanuit de paniekstemming ten gevolge van wat zich zondagnamiddag in Brugge had afgespeeld.

In Waregem zijn ze erg boos. In Gent zijn ze furieus. Eerst deze vraag: waarom heeft veldscheidsrechter Erik Lambrechts die elleboog niet gezien? Trapte hij op zijn adem, was zijn gezichtsveld belemmerd? Kan allemaal. Wilde hij die niet zien omdat hij vond dat Gift Orban een paar minuten eerder te theatraal en zonder aanwijsbare reden was gaan liggen? Dan had hij hem geel moeten geven voor matennaaierij, die er geen bleek te zijn. Hoewel zijn lip bloedde en een verongelijkte Orban die showde aan de ref kreeg ook Buchanan geen geel.

Tweede vraag: heeft Lambrechts de VAR gevraagd die fase te checken? Was er contact? Dat is niet duidelijk. Vandaar de vraag van KAA Gent om de communicatie tussen de ref op het veld en de VAR te openbaren.

Dat colloque singulier mag weleens worden doorbroken en in navolging van het hockey moet het publiek kunnen meeluisteren. Alleen, daar zo midden in het seizoen mee beginnen, dat gaat niet gebeuren. Toch niet in een van de meest conservatieve sporten op deze planeet, waarvan de regels worden gemanaged door de IFAB, een van de meest conservatieve clubjes binnen dat voetbal. Ook niet vergeten: in hockey luistert het hele stadion, in voetbal joelt en fluit de helft ervan.

De VAR dan. Daar zitten drie mannen: één voor de techniek, een videoref (Kevin Van Damme) en een assistent. Derde vraag: heeft de VAR die beelden teruggekeken? Zo neen, waarom niet, terwijl er een duidelijk incident was? Zo ja, waarom is de ref niet naar de zijlijn geroepen?

Vonden ze het geen clear error van Lambrechts? Of wilden ze met zijn allen nieuwkomer (en af en toe aansteller) Orban een lesje leren? Hoe ook, de beslissing van de VAR was een clear error boven op een clear error.

Waardoor is die lethargie bij de VAR te verklaren? Gent stelt: onkunde of onwil. Het kan allebei zijn. Een beetje psycholoog die de context kent zal denken aan verdringing door vooringenomenheid in combinatie met een vleugje cognitieve dissonantie. Lambrechts die te snel denkt: fuck Orban met zijn vallende ziekte. De videoref met een hart voor Club die een zucht slaakt: oef, dat heb ik dan ook niet moeten/willen zien.

Inmiddels wordt die videoref uit Roeselare geout als Club-supporter en genodigde bij minstens één Brugse Champions League- wedstrijd. Als dat allemaal klopt van die gratis tickets is zijn geloofwaardigheid, zijn hoogste goed als arbiter (rechter naar billijkheid en goeddunken volgens de Romeinen) naar de filistijnen. En bij uitbreiding ook de geloofwaardigheid van de hele Belgische scheidsrechterij.