Verhaal Van Gaal in De Morgen van 28 juni 2014

Louis van GaalGESTOORD, GEK, GENIAAL VAN GAAL

Gestoorde romanticus wordt geniale realist

 

Wie durft een land dat altijd aanvallend, positief voetbalt, defensief en reactief te laten spelen? Louis van Gaal (62). Wie durft nog vóór het WK het boekje ‘Hoe smeed je wereldkampioenen? uit te brengen? Juist. Wie gaat er morgen uit tegen Mexico? Van Gaal, zei u? Opgepast. Die Van Gaal is zo gek nog niet.

 

HANS VANDEWEGHE

 

Geen vergissing mogelijk: nooit heeft de ster van Louis van Gaal als topcoach hoger gestaan dan op deze World Cup. Zo hebben de clubs het graag, zeker die club waar hij na de Braziliaanse campagne zo snel mogelijk aan de slag gaat, het fel geplaagde Manchester United.

Van Gaal is plots niet langer de predikant van het aanvallende, naïeve voetbal, maar een moderne trainer die alle sportieve middelen gebruikt om te winnen, die een systeem uittekent op maat van de spelers, die desnoods zijn eigen filosofie verloochent.

 

Leest u mee uit zijn geautoriseerde biografie, verschenen in 2009. Het is een prachtig boekwerk in twee delen in een mooie box. In het deel ‘Visie’, meteen in de inleiding, geeft hij les:

”Ik verdenk mijzelf er wel eens van dat ik meer heb met ‘het spel goed spelen’, dan met winnen. Ik wil dat de mensen zeggen: zijn teams speelden goed, dat waren mooie elftallen. Ik behoor tot de mensen die iets willen creëren, iets laten gebeuren. Dat geeft voldoening. Het is heel onredelijk van mij, maar clubs die met defensief spel winnen, daar kan ik maar moeilijk mee omgaan.”

 

Elke idealist wordt met ouder worden een realist, en als het een beetje meegaat geen machiavellist. Maar zó inconsequent als Louis van Gaal zich nu gedraagt, is zelfs in het voetbal zelden vertoond. Dus werd hij daarop aangesproken, na de wedstrijd tegen Chili waarin Nederland slechts 36 procent balbezit had, alleen maar counterde en geregeld een tik uitdeelde. Met groot succes overigens, dus de Mexicanen weten wat ze zondagavond om 18 uur in Fortaleza mogen verwachten.

 

De waarom-vraag

 

De journalist die hem ter verantwoording riep, was een Amerikaan. De man had het over “defensive football by the Dutch team”. Net daarvoor was Van Gaal er door Arjen Robben en de schreeuwerd Jack van Gelder van de NOS op gewezen dat hij een ‘gouden pik’ had, het Noord-Nederlandse equivalent voor de konijnenpoot van Guy Thys. Dat was op het randje. Louis I, Koning van het Voetbalrijk, had vanuit zijn optiek net voetballes gegeven maar werd zo maar voor de ogen van dolgelukkig Nederland weggezet als een gelukzak. Hij grimlachte het weg.

 

En dan was er godbetert nog die Amerikaan, die hem kwam vertellen dat hij defensief speelde. Dus deed Louis van Gaal wat hij al zijn hele leven doet met journalisten die niet echt een vraag stellen – “ik wil een waarom-vraag, geen statement, want dan stelt u zich op mijn niveau en u staat niet op mijn niveau” – en dus stelde hij op zijn beurt een vraag in zijn schabouwelijk Engels. “Wat is dan uw definitie van defensief voetbal?”

 

Waarop de arme man iets antwoordde en de Nederlandse pers gniffelend toekeek hoe hun collega zondigde tegen regel één van het handboek ‘Hoe Overleef je Louis’. Zijn antwoord was niet op het niveau-Van Gaal, dus negeerde Louis de vraag. Later gaf hij wel toelichting. “Het was geen defensief voetbal, maar reactief voetbal.” En als we willen weten waarom dan wel dat reactief voetbal: “Omdat we de spelers niet hebben om iets anders te spelen.”

 

Mourinho

 

Het zal verbazen, maar zelden een interessantere gesprekspartner gehad dan Louis van Gaal. Twee keer heb ik hem geïnterviewd. Een eerste keer in 1998, na zijn triomfantelijke doortocht bij Barcelona. Hij had er de titel en de Copa del Rey gewonnen. En een tweede keer in 2005, bij AZ Alkmaar, samen met collega Van Malderen. Twee interessante gesprekken, misschien omdat het interview twee keer begon met een waarom-vraag en wij hem – ook dát, natuurlijk – gretig aanhoorden. Als de teacher-trainer spreekt, dan luister je.

 

In dat laatste interview stelden we de vraag of hij het leuk vond om naar het team van José Mourinho te kijken, zijn voormalige assistent-vertaler bij FC Barcelona. Er kwam een verrassend antwoord op: “Ik had verwacht dat hij zo (defensief) zou voetballen. Om te spelen zoals ik het wil, moet je enorm veel lef hebben, want je loopt veel risico. Wil je dat uitsluiten, dan ga je uit van een goede defensieve organisatie en speel je zoals Chelsea. Zo is hij ook kampioen geworden met Porto. Dat is ieders goed recht.”

Het zaadje voor zijn spel van vandaag – Mourinho-gewijs het initiatief uit handen geven en dodelijk toeslaan – was toen al geplant.

 

Ik hou nu al van je, Bruno

 

Van Gaal is niet in de eerste plaats bekend om zijn palmares en dat is vreemd voor iemand die zeven landstitels en één Champions League won in drie grote voetballanden, met Ajax, FC Barcelona en Bayern.

 

Het publiek kent hem door zijn vreemde optredens en gekke, onaangepaste reacties. De karatetrap bijvoorbeeld, toen Ajax tegen AC Milan speelde en hij de scheidsrechter wilde tonen voor welke overtredingen hij niet had gefloten.

Of zijn vreselijk gênante toespraken bij het behalen van de kampioenstitels met Ajax en München. Die laatste, in ruitjeshemd en lederhosen, op dat drammerige volksmennende toontje, is terug te zien op YouTube en doet verdacht veel denken aan lang vervlogen Beierse tijden.

 

Wat het is, weet niemand, maar het is alvast sterker dan hemzelf. Zijn meest memorabele persconferentie gaf hij naar aanleiding van zijn opstappen bij het Nederlands elftal in 2001, na het missen van de WK-kwalificatie. Het zou een korte mededeling worden, was het plan, maar tot verbijstering van de bondstop, de voorlichter en tot grote vreugde van de journalisten, had Van Gaal een heel exposé voorbereid waarbij iedereen een veeg uit pan kreeg én een quotering. Het publiek kreeg een plus-plus, de media een mini-min.

 

Hij hield een monoloog die hij met de tranen in de ogen volbracht. Zijn stelling was duidelijk: de bezieling die hij voor het Nederlands elftal had, vond hij niet terug bij zijn spelers. De hele reconstructie van die periode is terug te bekijken op de website van de documentaireserie Andere tijden Sport en loont echt de moeite.

 

Bijzonder interessant is hoe Van Gaal reageert op de opmerkingen van zijn toenmalige captain Frank de Boer. Vandaag is die zelf coach van Ajax – kampioen geworden met slecht voetbal, overigens – maar vond toen als speler dat Van Gaal een veel betere coach en trainer was dan Guus Hiddink, maar verweet hem tekort te schieten als manager.

Dat kwam hard aan. “In die korte tijd dat we bij elkaar waren, wilde hij te veel. We trainden twee keer per dag en hij eiste 300 procent.”

 

De opmerking van De Boer dat een bondscoach een bezigheidstherapeut moest zijn, was de dolk in het hart van de perfectionist Van Gaal. “Als dat de norm is, dan zonder mij.”

Het is niet de norm geworden en Van Gaal is terug. Zijn spelersgroep van toen stikte van de volgevreten vedetten die er ook de kantjes afliepen, en daartegen schakelde hij zelfs een veiligheidsexpert in die door middel van lucifertjes tussen nooduitgangen en draadjes aan de kamerdeuren checkte wie ’s nachts ‘de muur deed’.

 

Door het vuur

 

De groep van 2014 telt ook enkele vedetten, maar ze zijn deel van de groep die vooral bestaat uit jonge gretige jongens die hij tien procent beter kan maken, zoals zijn geveugelde stelling luidt.

En voor deze groep ging/gaat Van Gaal door het vuur, zoals men kan zien op de NOS als ze live de training uitzenden. Soms is hij boos, als het niet scherp genoeg is. Dan weer is hij vaderlijk. Vaak lacht hij, meer dan ooit in zijn hele carrière samen, zo lijkt het wel.

 

Hij is de straks 63-jarige vader, streng maar rechtvaardig en vooral zorgzaam, zoals in het kennismakingsgesprek met de jonge verdediger Bruno Martins Indi.

Die sprak beschroomd zijn bondscoach aan: “Ik wil nog veel beter worden en ik ga veel aan u vragen.”

Van Gaal repliceerde: “Dat is mooi, want ik kan je daarbij helpen.”

Waarop Martins Indi: “Echt?”

Van Gaal knikte en sprak: “Ik hou nu al van je, Bruno.”

 

Provocerende pressie

 

Louis van Gaal is een typisch Nederlandse coach, dus een innovator. Steeds is hij op zoek naar de marginale winst die kan worden behaald in andere zaken dan het talent van de speler.

Voorafgaand aan het WK lag de focus in de Nederlandse pers op de verbouwing van het Grand Hotel Huis ter Duin in Noordwijk, het vaste hotel van Oranje.

 

Daar had hij de kamers zo laten inrichten dat ze gesprekken tussen de spelers over voetbal bevorderden. In de realiteit ging het erom dat de spelers allemaal op één en niet langer op twee etages lagen. Er kwam ook supersnel internet. Voor de spelletjes, FIFA-games voorop, uiteraard.

 

Van Gaal is ook de man van de extreme videoanalyse, van het A4-tje voor elke speler met details over zijn tegenstander, maar ook van de Google Glass en de Oculus Rift-bril. Die laatste komt uit de gaming-industrie en stelt hem en anderen in staat de voetbalwedstrijd te herbekijken vanuit de ogen van de (mede)speler.

 

Spelers verdienen een individuele benadering, vindt Van Gaal. Braintyping is hem bekend, maar hij houdt het bij drie soorten spelers: blauwe intellectuele, groene emotionele en rode creatieve spelers. Afhankelijk van zijn typologie krijgt de speler een feedback op maat. Daarin neemt hij zelfs de reactie van de media mee. “Zij verstoren het waarachtige beeld, dus moet je daar rekening mee houden.”

 

Hij is niet beledigd om de domheid van journalisten maar bezorgd, geeft hij zelf fijntjes aan in zijn meest recente biografie.

Door dat alles heen loopt één rode draad: toeval uitsluiten. En er is één doel: wereldkampioen worden, als het even kan. Hoewel niemand in Nederland in die missie geloofde, publiceerden Jeroen Visscher en Jurgen Frumeau, twee lesgevers aan de KNVB-opleiding ‘Coaches Betaald Voetbal’, net voor het WK een boekje: Louis van Gaal, Hoe smeed je wereldkampioenen? De titel en de cover met een highfivende Louis van Gaal spreken boekdelen: dit is Van Gaal gebrainpicked.

 

Het enige manco van het revelerende boekje is dat het nog uitgaat van een 1-4-3-3-systeem en niet van het 1-5-3-2-systeem waarmee hij de meeste van zijn wedstrijden heeft gespeeld en erg succesvol was. (Van Gaal wil als enige trainer in de wereld de doelman altijd mee in de opstelling vernoemen, vandaar die 1).

Zijn denkomslag kwam kort voor het WK, maar wellicht broedde hij er al een hele tijd op.

 

Provocerende pressie is zijn nieuw vinding, en dat moet ons min of meer bekend voorkomen van Chelsea en Real Madrid. Samengevat: de tegenstander mag aanvallen, wij vangen die goed georganiseerd op. Van het moment dat de tegenstander met genoeg mensen op onze helft is, jagen we op de bal om die snel af te pakken en heel snel de ruimte te benutten die op hun helft ligt. Bekijk de cruciale goals van Nederland nog maar eens, en dan ziet u, wat hij daarmee bedoelt.

 

Jodenhoer

 

Als u nu denkt, na het lezen van al het voorgaande: voor deze nare rare Van Gaal supporter ik nooit, bedenk dan dat Louis zijn deel van de miserie al heeft gehad, dat niemand hem ooit heeft gespaard en dat er ver van de voetbalstress achter de norse trainer een charmante kwetsbare man schuilt.

 

Die twee werden één in de lente van 1995, tijdens de kwartfinale om de KNVB-beker tussen Ajax en Feyenoord. Een jaar eerder had Louis van Gaal zijn vrouw Fernanda verloren na een lange strijd tegen kanker. Vanaf de bezoekende tribunes rolden in de wedstrijd door merg en been gaande gezangen.

 


”Van Gaal, waar is je kankerwijf?


Louis die wou haar niet bestralen;


’t scheelde hem geen moer;


toen kreeg ze kanker;


en nu is ze dood die jodenhoer.”



 

Wat deed Louis van Gaal?

Hij – “ik ben een zittende coach” – kwam voor de verandering uit zijn dugout. Hij stond op, moegetergd, wandelde traag naar de rand van het veld en keek vol ongeloof om zich heen, in het niets. Het voorwerp van agressie had zich getoond, dus werd het gezang vanaf de tribunes hysterisch geschreeuw, maar Louis liet het over zich heen gaan.

 

Op de persconferentie achteraf zei hij alleen: “Dit was niet tegen mij bedoeld, maar tegen Ajax.” Daar hadden de Feyenoorders niet van terug, en de gezangen stopten. Twee maanden later won Ajax de Champions League. Louis van Gaal werd op slag een wereldcoach en tegelijk onweerstaanbaar kijk- en luistermateriaal.

 

Bronnen: Louis van Gaal. Biografie en visie (2009, Publish Unlimited); Louis van Gaal. Hoe smeed je wereldkampioenen? (2014, De Kring); Louis van Gaal. De biografie (2014, Thomas Rap); Sport International, De Morgen, De Correspondent.

Copyright © 2014 De Persgroep Publishing. All rights reserved

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s