Column over sporters en verkiezingen VS in De Morgen van maandag 2 nov 2020

De Verdeelde Staten

Megan Rapinoe, de beste speelster van de World Cup 2019 en winnares van de Ballon d’Or, zweeft enkele dagen voor de presidentsverkiezingen in haar land tussen angst en hoop. Dat had ik vier jaar geleden al. Na vele, lange omzwervingen in de VS had ik een duidelijk beeld van wie daar allemaal in dat rare land wonen en dat zadelde mij op met het ongemakkelijk voorgevoel dat Donald Trump een goeie kans had om te winnen. Die vrees kwam uit.

Een sportreporter komt soms op plaatsen waar niet iedereen komt. Neem New York. Madison Square Garden, natuurlijk, maar ook in de South Bronx of Lower East Side of de buurt rond Meadowlands Stadium in New Jersey, begin de jaren negentig bleef je daar beter weg.

In Chicago dronk ik ’s middags hondsdure cappuccino op Magnificent Mile en ging om middernacht op de South Side in een achterafzaaltje van een gemeenschapscentrum naar de Midnight Basketbal League kijken, een competitie voor criminelen die via basketbal probeerden op het rechte pad te blijven. Of die ene keer op de West Side dat ik de school van Kevin Garnett had bezocht voor een wedstrijd en dat mijn auto niet meer startte en de straten zich opmaakten voor de traditionele friday night fight tussen twee drugsbendes. Ik kreeg een jumpstart van de lerares automechanica, gelukkig maar.

Voor Lance Armstrong was ik ooit een week op het blauwe eiland Austin in het rode Texas, maar ben daar bij een tocht op de racefiets op het platteland door een redneck van de openbare weg gereden. “You don’t pay tax, you fuckin’ liberal, get off our road.” Op Maui, Hawaï, nodigde een heel aardig en hoogopgeleid koppel mij aan hun tafel uit, stonden erop alles te betalen, waarna ik er achter kwam dat ze mij voor hun streng evangelische geloof wilden winnen.

In Miami sliep en flaneerde ik op South Beach, maar ik hing rond op Calle Ocho, bij de overwegend blanke Cubanen. Of San Antonio, waar ik de slums van latino’s wilde zien. In Arizona heb ik pick-up games gespeeld met Navajo’s die voor het leven een salaris kregen van de staat ter compensatie voor het creperen van hun voorouders, arbeiders in de open uraniummijnen. Werken, nooit van gehoord, maar de pick and roll beheersten ze als geen ander.

In Atlanta ben ik op Summerhill, palend aan het olympisch stadion, gaan ‘wandelen’ voor de repo Het andere Atlanta. Die wijk, de eerste in het zuiden van de VS waar vrije slaven zich mochten vestigen, had toen gemiddeld drie schietpartijen per dag en twee doden.

Wat een land van uitersten, de VS: de ene keer zit je op een bus in San Francisco en spreekt de vertaler van Het verdriet van België je aan want hij meende Nederlands te horen, de andere keer rij je door de akkers rond India-no-place achter Rik Smits aan, de Nederlander van de Indiana Pacers. Hij nam mij mee naar zijn favoriete diner, een achterafplek mét confederatievlag en zonder creditcards, waar zijn vrienden/bikers kwamen eten en drinken. De latere Trump-stemmers, zeg maar.

Bottomline: de Verenigde Staten van Amerika zijn al van lang vóór Trump de Verdeelde Staten. Toch heb ik er deze keer een goed oog in. Als Trump verliest – een blowout is wenselijk – zal dat in niet geringe mate te danken zijn aan de Amerikaanse sportwereld, of althans een deel ervan.

Wat Colin Kaepernick in gang heeft gezet in de NFL en wat LeBron James in de NBA, de vrouwen van de WNBA, Megan Rapinoe en collega’s in het vrouwenvoetbal hebben versterkt, dat gaat nooit meer weg. De Black Lives Matter-beweging mag zichzelf dan af en toe voorbijhollen, ze heeft alvast de Amerikaanse maatschappij veranderd net zoals de gebeurtenissen van ruim een halve eeuw geleden.

De Ali-top van Cleveland, op 9 juni 1967, toen de allergrootste sporters zoals basketbalspelers Bill Russell en Lew Alcindor (later Kareem Abdul-Jabbar) en American footballspeler Jim Brown hun steun kwamen betuigen aan dienstweigeraar Muhammad Ali, was een eerste kentering. Een jaar later werd de Republikein Richard Nixon weliswaar verkozen op het thema veiligheid, maar dat was in een ander Amerika.

Nadat LeBron James zich in 2018 voor het eerst uitsprak over Trump, maande Laura Ingraham van Fox News hem aan: “Shut up and dribble.” James antwoordde: “Ik moet haar bedanken voor dat moment, haar woorden zijn blijven hangen bij zij die nu beseffen dat ze iets meer kunnen zijn.”

Sinds de Nike-clip van september 2018 met de werkloze activist Kaepernick – doe mij een lol en bekijk hem op YouTube – weten geëngageerde sporters dat zelfs de marktleider onbevreesd achter hen staat. Dit zijn niet enkele boze zwarte oproerkraaiers, dit is a good fight, in de woorden van de deze zomer overleden MLK-medestander John Lewis.