Column Seks zonder condoom in De Morgen van zaterdag 26 februari 2022

Seks zonder condoom

Sport is sinds gisteren een wapen tegen de oorlog. Wat heet wapen? Eerder een waterpistool. Deze week schreef een journaliste op Twitter dat Rusland sportief in de (olympische) ban moest, net als Zuid-Afrika destijds met de apartheid. “Die boycot was toen ook succesvol.”

O ja? In 1962 werd door de algemene vergadering van de Verenigde Naties verordonneerd dat Zuid-Afrika niet welkom was op de Spelen van 1964. Apartheid is afgeschaft in 1990, bijna dertig jaar na de sportieve ban. Zuid-Afrika keerde pas in 1992 terug op de olympische scene.

Sport heeft met politieke ommekeer weinig of niks te maken, maar dat kan nooit een reden zijn om Rusland sportief niet uit te sluiten. Alstublieft. Zo snel als maar kan, zo hard als maar kan en ook zo lang als maar kan. Tot die gek uit het Kremlin is verdreven. Daarna valt weer te praten. Misschien.

Haal alle kampioenschappen weg uit Rusland. Sluit Russische atleten en teams voor onbepaalde tijd uit van de sport. Verbied sponsoring door Russische bedrijven en verbied sponsoring door westerse bedrijven in Rusland. Schors alle Russen in de besturen van de continentale en wereldsportbonden. En dreig met uitsluiting van landen die zich niet aan die sancties houden en toch internationale contacten aanknopen.

Als de UEFA daardoor in de problemen komt omdat het Gazprom als sponsor heeft, omdat het Sint-Petersburg als speelplaats voor de Champions League-finale heeft/had gekozen, omdat het de Gazprom-baas een zitje heeft gegeven in het hoofdbestuur, omdat Rusland straks tegen Polen (en later misschien tegen de winnaar van Tsjechië-Zweden) moet voor een plaats in de World Cup van Qatar, jammer maar helaas.

Rusland-Polen op 24 maart, die wedstrijd kun je als UEFA of FIFA toch niet laten doorgaan? De drie mogelijke tegenstanders van de Russen hebben al laten weten dat ze er niet aan denken om daar te voetballen. Maar is voetballen tegen de nationale ploeg van een agressor dan wel normaal?

Gisteren kreeg het Internationaal Olympisch Comité terecht het verwijt dat het wel erg laat was met zijn veroordeling van de inval in Oekraïne en Ruslands derde (!) schending van ‘de olympische vrede’ die nog tot 20 maart moest duren. Maar wat dan te denken van de FIFA? Oor-ver-do-vend stil bleef het in Zürich. En de UEFA? Die haalde de Champions League-finale weg uit Sint-Petersburg en gaf ze aan Parijs. En ook: interlands van Rusland en Oekraïne moeten op neutraal terrein worden gespeeld. Neutraal? Neutraal is laf.

De vrijage van het voetbalbestel (bonden en clubs) met twijfelachtige regimes, weze het via hun investerings- of genationaliseerde maatschappijen, is altijd al met argusorgen bekeken. Toen de UEFA na Schalke 04 in 2012 in zee ging met Gazprom voor de Champions League was de verwondering totaal. Gazprom verkoopt niks, tenzij aan regeringen, waarom wilden die op shirts of op boarding staan?

In 2007 catalogeerde het erg kritische Duitse fanzine 11Freunde de Schalke-Gazprom-deal als seks zonder condoom. Verleidelijk, maar minstens even gevaarlijk. Vijftien jaar later hebben ze gelijk gekregen. Gazprom verdwijnt nu van de Duitse velden, net als Aeroflot (sponsor van Manchester United) van de Engelse.

In de hoop dat de horror in Oekraïne snel stopt is het nu al uitkijken naar de eerstvolgende hate game tussen Oekraïne en Rusland. Hun onderlinge voetbalconfrontaties beperken zich tot twee wedstrijden in de voorronde van Euro 2000. De Russen speelden thuis gelijk en in Kiev verloren ze met 2-1. Van animo was toen geen sprake. Vladimir Poetin werd ook pas in 1999 eerste minister.

De sportgeschiedenis kent wel wat hate games met Russen in een hoofdrol. De eerste was de waterpolowedstrijd tussen Hongarije en de USSR op de Olympische Spelen van Melbourne. Die kwam net na de invasie van Boedapest in 1956 door Russische tanks. De volledige hal jouwde de Russen uit en Hongarije won met 4-0. Tegen het einde van de wedstrijd braken gevechten uit tussen de spelers. De helft van de Hongaren vroeg politiek asiel.

De hate games aller hate games waren evenwel de twee wedstrijden op het WK ijshockey van 1969 in Stockholm tussen de CSSR of Tsjechoslowakije en de USSR, die in 1968 Praag was binnengevallen. De Tsjechoslowaken wonnen twee keer, wat in Praag aanleiding gaf tot straatprotesten tegen de Russische bezetter, die daarna extra hard terugsloeg.

Geen sport kan een oorlog stoppen, jammer genoeg, en in deze acute fase moet Oekraïne in de eerste plaats veel sterkte en moed worden toegewenst. Ooit wordt het weer beter. Via de sport je gram halen weegt misschien niet op tegen de ellende en de ravage, maar het is de mooist denkbare van alle revanches.

Column Wintersport(centrum) in De Morgen van maandag 21 februari 2022

Wintersport(centrum)

page1image37826752

De Morgen – 21 Feb. 2022 Pagina 19

HANS VANDEWEGHE sportjournalist @hansvdw

En zo zijn de zestien dagen van heerlijke Winterspelen in een wip voorbij. Opstaan en ontbijten met op de achtergrond gekras van ski’s op de sneeuw of schaatsen op ijs. Waarna de Spelen stopten bij de VRT, maar gelukkig had je nog de NOS, want die gingen de hele dag door.

Er wonnen 29 landen een medaille, België staat op de eenentwintigste plaats. Overigens heeft Rusland, excuseer het Russisch Olympisch Comité, met 32 het beste medailletotaal ooit gerealiseerd. Jammer dat maar zes keer goud werd gewonnen en helemaal dramatisch was het verlies in de ijshockeyfinale, van Finland nog wel. Misschien een ideetje voor Vladimir? Ooit was Finland ook van Rusland.

België heeft de unieke buit – historisch zou wat aanmatigend zijn – van godwelaannogtoe twee medailles voor de op een na grootste winterdelegatie die ons land heeft afgevaardigd. Zonder het goud van Bart Swings op de massastart zou het brons van Hanne Desmet op de shorttrack maar bleekjes uitvallen. De medaille van Desmet wordt deels overschaduwd door Swings en zijn goud, behaald ten koste van haar lief. Sport kan soms wreed zijn, maar zonder vervelend te willen doen, kwam het gouden Swings niet toe die vlag te dragen bij de sluitingsceremonie?

Negentien atleten vaardigde ons land af. Die presteerden niet allemaal naar behoren of naar wat we konden verwachten. Soms was daar brute pech mee gemoeid. Neem nu de vals positieve Kim Meylemans, al die ellende, al die tranen, dat schiet niet op. Haar achttiende plek is absoluut niet relevant voor haar intrinsieke talent. De alpineskiërs bakten er dan weer niets van en hadden nauwelijks excuses: vier DNF’s op vijf starts is beschamend.

Tijdens de Spelen viel wel eens te beluisteren dat België beter minder atleten zou uitsturen. Niet doen. Selecties voor Olympische Spelen wijzen zichzelf uit. Het komt niet de Belgische bonden, niet de overheden en al helemaal niet het Belgisch Olympisch
en Interfederaal Comité toe om te beslissen wie naar de Spelen mag. Daarvoor bestaan internationale quota en wie zo’n plaats bemachtigt, mag de toegang tot het grootste sporttoneel niet worden ontzegd.

Doe je dat wel, dan is dat beroepsverbod. Nationale criteria, strenger dan de internationale, houden geen steek, want als elk land alleen maar kanshebbers zou selecteren, heb je na de top een heel groot gat en vervolgens een handvol toeristen. Zo kwam Nederland (zeventien medailles waarvan acht goud) ook met een zeventienjarige kunstschaatsster naar de Spelen. Die kwam niet aan de enkels van ‘ons Loena’ maar werd wel bejubeld omwille van haar achttiende plaats.

Zelfs de Dienst van Toerisme van de Hoge Venen, een rist buitenlanders met een verdwaalde Belg ingeschreven als de Belgische biatlonploeg, hoorde op de Spelen thuis. Als de internationale bond vindt dat België aan biatlon doet, dus biatleten heeft en die bond heeft gecheckt dat die van ons geen gevaar vormen voor de anderen – er wordt wel geschoten hoor – dan mogen die voor mijn part naar de Spelen.

Oké, het mocht iets meer zijn. Het beste resultaat werd geschoten en gelopen door Lotte Lie, een halve Noorse: 45ste en 64ste. De mannen klasseerden zich telkens weer tussen de exoten, met als uitschieters (wellicht misschieters) enkele plaatsen in de negentig. Geen idee dat zoveel biatleten toegelaten waren op de Spelen.

Waarvoor wel criteria op hun plaats zijn, is voor de subsidiekranen. Meelopers verdienen niet de ondersteuning van atleten die echt kans maken op een plaats in de top of op een goede dag in de buurt van de medailles komen. Geen flauw benul wat die biatlonploeg heeft gekost, maar overheidsgeld moet daar niet aan worden gespendeerd, ook niet als het overheidsgeld van Franstalig België is. Niet het minst omdat het hoofdzakelijk om buitenlanders gaat die een Belgisch paspoort hebben genomen omdat ze in eigen land niet meer aan de bak komen.

Laat deze succesvolle Spelen het begin zijn van een bescheiden maar ambitieuze topsportcultuur in wintersport. En kies waar je voor gaat. Dat bobsleeën… België heeft meer bobs dan vrouwen en nul mannen om er in te springen. Topsport is niet gebaat bij dat soort hobbyisme. Wat zou kunnen helpen om mee te beginnen, is een topsportcentrum voor ijssport. De gouden medaille van Bart Swings is een mooie aanleiding om een ijshal met een vierhonderdmeterbaan te bouwen. Lange baan, shorttrack, curling, kunstschaatsen, allemaal op één locatie. Het is niet uit te leggen dat al je medailles onder Nederlandse paraplu zijn behaald en dat je beste Belgische mannelijke olympiër aller tijden in eigen land niet terecht kan voor zijn sport.

Verhaal over goud van Bart Swings in De Morgen van maandag 21 februari 2022

Bart Swings is baas, boven alles en iedereen

page1image38215184

De Morgen – 21 Feb. 2022 Pagina 18

Eén cartouche weg en dan een tweede en een derde in achtervolging op de Nederlanders. Waarna hij een vierde keer aan de bak moest en ook een vijfde pijl verschoot. Geen paniek, België. Dit was waarvoor hij had getraind, dit was skeeleren op ijs, dit was zijn moment. Met de streep in zicht was hij niet meer te houden. Goud, zoveel mooier dan dat zilver van vier jaar geleden.

Na zijn drie olympische starts in de afstandsraces, met eerder bescheiden uitslagen, heeft Bart Swings gedaan wat hij had beloofd. Na zilver in Pyeongchang ging hij vol voor het olympisch goud in Peking. Vijftien rondjes lang controleerde hij het hele veld. Nooit was hij uit de eerste drie, twee derde van de gaten reed hij dicht. In de sprint klopte hij twee Koreanen, onder wie de man die hem vier jaar eerder te snel af was.

Nooit eerder heeft een Belgische sporter zo’n meesterschap aan de dag gelegd en dat in een mondiaal veld. Swings hoopte na afloop dat zijn adoptieland Nederland het hem zou vergeven dat hij hun onderdanen had teruggehaald. En of. Op de Nederlandse tv kreeg hij een staande ovatie van het publiek in het omkaderend programma.

Nederlanders weten schaatsprestaties te waarderen en van Swings, wonend in Heerenveen en schaatsend voor het Nederlandse professionele Team IKO, hebben ze al langer een hoge pet op. Voormalig olympisch kampioen Mark Tuitert, die Swings van het skeeleren kent, en zijn collega’s spaarden hun lof niet. “Meesterlijk. Verbluffend vakmanschap. Gedurfd geracet en gewonnen. Als er één verdiende te winnen…”

Het predikaat onbelgisch viel niet, maar was op zijn plaats geweest: nooit eerder heeft een Belg zo overtuigend aangekondigd goud gewonnen. Alle ogen waren gericht op Swings, laatste Belgisch ijzer in het vuur van Peking 2022. Op het brons dat uit de lucht kwam vallen voor shorttrackster Hanne Desmet na, waren de resultaten middelmatig geweest. Soms met terechte excuses, meestal niet. Onder de middelmaat was de algemene conclusie en met die wetenschap in gedachten moest Swings de baan op.

In een interview dat eerder in deze krant verscheen was dit zijn laatste quote: “In Sotsji in 2014 heb ik vooral genoten, maar wist ik na afloop wat ik wilde in Pyeongchang: een medaille. Die heb ik gehaald. In Pyeongchang heb ik mij voorgenomen om nog eens vier jaar alles te geven en beter te doen dan zilver. Dat geeft druk, maar die heb ik nodig. Druk tilt mij naar een hoger niveau.”

Die was nog toegenomen na zijn overtuigende winst op het EK, maar daar werd een wedstrijdverloop geschreven alsof alleen hij mocht winnen. Nooit kwam hij op kop, nooit reed hij zelf een gat dicht, altijd zat hij vooraan uit de wind, tot hij in de laatste halve ronde fris als een hoentje het hele veld oprolde. In Peking zou het andere koek zijn, dat wist hij.

Dat bleek meteen na de eerste ronde. Ontsnapping na ontsnapping probeerde iemand weg te geraken. En het was telkens Swings die het gat dichtreed. “Doe nou eens een keertje niet Swings”, aldus de Nederlandse analisten, in de hoop dat een Nederlander weg zou geraken, maar oprecht bekommerd omdat hij met zijn krachten woekerde. Was een vlieg hem gepasseerd, hij was er nog achteraan gegaan, zo hitsig stond de minzame Leuvenaar.

Tegenstanders uit het skeeleren kennen die twee gezichten. Een heel aardige man die je alles gunt buiten de wedstrijd, een meedogenloze killer als het startschot is gegaan. Laat de massastart nu net skeeleren op ijs zijn, laat hem nu ook de fysiologische capaciteiten hebben die hij van jongs af aan heeft ontwikkeld: rustig rijden, versnellen, inhouden, weer rustig, knallen als het moet en naarmate de wedstrijd vordert de pees erop en aan het eind overhouden voor de sprint.

Hij had zoveel over, deze Bart Swings. De Koreanen dachten allicht dat ze die genereuze Belg die voor hen het hele veld had samengehouden, even konden oprollen. Niet dus. Eén Bart Swings. Twee Jae-Won Chung. Drie Seung-Hoon Lee. Nummer vier werd Joey Mantia, eerder deze week geout als het lief van Hanne Desmet. Ook hem zagen we de hele wedstrijd niet. Allen ondergingen ze de wet van Swings. “Ik voelde mij zo sterk vandaag dat ik niets zou weggeven.”

Skeeleren als geheim

De formule van Swings is dat hij anders traint dan de andere schaatsers. Hij maakt deel uit van een schaatsteam dat gefixeerd is op de afstanden, zeg maar tijdritten, en hij rijdt die ook zelf. In dat team heeft hij schaatstrainers, die aan zijn techniek hebben gewerkt. Zijn fysieke voorbereiding en algemene belasting worden gemonitord door Jelle Spruyt, die hem begeleidt van toen hij als tiener begon met skeeleren.

Spruyt en Swings kennen hun sport als geen ander en weten dat interval – korte inspanningen afgewisseld met rustige recuperatiestukken – het geheim is van een goede massastart op ijs, zoals dat ook het geheim is van skeeleren. Zelfs de veelbesproken sprint in de massastart is niet echt een sprint zoals in het wielrennen, maar een all out intervalinspanning van vijftien seconden.

Zo traint Swings ook op de fiets, waar hij meer uren op slijt dan op het ijs: duurtraining voor de basis uiteraard, maar ook heel veel zogeheten blokken, korte en langere hevige inspanningen afgewisseld met recuperatie.

Met dank aan die training, die hem fysiologisch op het lijf is geschreven, heeft hij het hele veld in Peking gedomineerd. Hij was heel even die renner die in een selecte kopgroep in de laatste vijf kilometer van een topklassieker op alles reageert wat beweegt, er zijn hoofd bijhoudt en het dan onweerstaanbaar zelf afmaakt in de sprint.

Zoals Swings reed, dat heet suprematie. Belgiës beste mannelijke naoorlogse olympiër – goud en zilver – is zowaar een wintersporter en zijn naam is Bart Swings uit Herent bij Leuven, burgerlijk ingenieur van studie, snelschaatser van professie en meester van zijn eigen universum.

Column over Valijeva in De Morgen van zaterdag 19 februari 2022

De val van Valijeva

Of dit niks voor mij zou zijn? Zo stond het vorige week in een mail met een doorgestuurd bericht van het wereldantidopingagentschap WADA. Die zochten voor een kortlopend project een ombudspersoon tussen de atleten en de organisatie. Desgevallend kon een goed woordje voor mij worden gedaan.

Ik heb heel even gedacht om mij te gooien. Met de nadruk op heel even, een seconde of tien. Bij nader inzien: niks voor mij. Ik heb steeds vaker te doen met atleten die aan de schandpaal staan en voor ik het zou beseffen zou ik in conflict komen met mijn ‘organisatie’, nog maar eens.

Doping is wellicht de meest complexe randmaterie in de topsport. Naast de klassieke ‘wie, wat, waar en hoe’-vragen speelt ook nog ‘hoeveel en wanneer’ en ‘wat is de context’. Het moet zwart of wit zijn, vond cocommentator Kevin Van der Perren toen hij het ijsschaatsen van deskundig commentaar voorzag en de zaak rond Kamila Valijeva ter sprake kwam. Neen, doping heeft veel tinten grijs.

Beginnen we met het product, de wat-vraag. Trimetazidine, het klinkt als een middel waar atleten bij bosjes van dood vallen, maar de realiteit is anders. Het kwam pas in 2013 op de lijst van het WADA en dan nog alleen omdat het vooral in Oost-Europese landen populair is als supplement voor sporters.

Was TMZ Amerikaans, aldus een dopingexpert, dan had het nooit op de lijst gestaan. Dat het er samen met meldonium (de Sjarapova- case) is op gekomen was dus, volgens die insider, “om de Russen te kloten”. Beste bewijs: het is als zogeheten specified substance al een paar keer geherclassificeerd en staat nu geparkeerd bij de metabole modulatoren. Dat klinkt heftig, maar de schaarse straffen die voor het gebruik zijn uitgesproken, zijn nooit langer dan acht maanden. Straffen zijn overigens het unieke voorrecht van de ‘betrapte’ Oost-Europeanen. Die ene Amerikaanse die ooit TMZ plaste werd vrijgesproken.

Als ombudspersoon had ik geadviseerd om de zaak onder de radar uit te klaren, wat misschien is geprobeerd, maar een naarstige ziel heeft nog voor de zaak juridisch kon worden aangepakt het afwijkende analyseresultaat (wat nog iets anders is dan een positieve dopingplas) kenbaar gemaakt. Waarop het IOC en de internationale schaatsbond in een kramp schoten en de (verkeerde) beslissing namen om de medailleceremonie van het gemengd kunstschaatsen niet te laten doorgaan. Het hek was van de dam en de framing kon beginnen.

Ja, het ging om een Russinnetje, inwoner van een land met een uiterst bedenkelijke reputatie. Evengoed ging het om een product waarvan de meeste dopingbestrijders zich afvragen wat dat op die lijst staat te doen, wetende dat TMZ (haast) niks doet bij gezonde mensen en de meeste TMZ-innames het gevolg zijn van besmette supplementen. Ja, het werkt op het hart en de doorbloeding, maar zo zijn er wel meer producten. Cafeïne bijvoorbeeld of sildenafil (Viagra), geen van beide verboden.

De framing was niet meer tegen te houden. The New York Times kwam met het bericht dat bij Valijeva nog twee middelen zijn aangetroffen die worden gebruikt bij hartproblemen: Hypoxen en L-carnitine. Hoezo, aangetroffen, en dan? Geen van beide is verboden. En controleren ze in Stockholm nu ook al op L-carnitine? Neen dus. Valijeva (of haar begeleiders) hebben, zoals het hoort, op haar dopingformulier die twee producten ingevuld bij de lijst van middelen die ze had ingenomen. Zo schreef The New York Times het ook op, maar onze afschrijfmedia lieten het voorkomen alsof de producten toevallig waren ontdekt in haar urine.

De tafelspringer Travis Tygart van het Amerikaanse antidopingagentschap – een jurist zelden gehinderd door al te veel kennis – was er als de kippen bij om te melden dat de combinatie van de drie middelen kon leiden tot verbeterde prestaties. Welja, dat is wat sommige supplementen beweren te doen, en als je dertig uur per week traint kun je wel wat suppletie gebruiken. (Die extreme belasting op vijftien jaar is fout, maar dat is een andere discussie). Tot nader order zijn L-carnitine (werkzaamheid bewezen, met name in de vetverbranding) en Hypoxen gewoon supplementen. Dat laatste (Russisch) middel heeft een naam die doet denken aan epo, maar is een simpele antioxidant en ik wil de atleten van Peking 2022 niet te eten geven die antioxidanten slikken.

Overigens, het was allesbehalve plezant wat Valijeva eergisteren overkwam, dat vallen en vallen en nog eens vallen en dan die lage punten. Maar géén medaille was nog de beste uitkomst voor haar. Of ze bij die heks van een trainster moet blijven, dat moet ze zelf maar uitmaken. Hoe dan ook, Valijeva overleeft dit wel. Ooit springt en glijdt ze naar de sterren.

Column Historisch in De Morgen van maandag 14 februari 2022

Historisch

Kim Meylemans, altijd goed voor een top zes en dus een outsider die haar zinnen had gezet op een medaille, is maar achttiende geworden in het skeleton. Toen ze na haar vierde run van haar slee kwam, was ze liefst in het ijs en langs een onderaardse gang meteen naar de andere kant van de wereld verdwenen. Beschaamd, beledigd, ontroostbaar, de acute depressie nabij.

Ik sprak met haar in de laatste dagen van 2021 (DM 10/02). Dat was in de universitaire topsporthal in Leuven. Er was een camera, er lag een bandrecorder en tegenover haar stonden drie mensen die ze van haar noch pluimen kende. IJs breken hoefde niet. Op de eerste vraag volgde meteen een hele uitleg, klaar en duidelijk. Gevolgd door een glimlach. Op de tweede vraag ook, de derde idem, en dat ging zo maar door, inclusief de glimlach.

Zelden heb ik iemand tegenover mij gehad die zo open, zo professioneel, zo intelligent en zo interessant over haar/zijn sport kon praten. Het was een masterclass antwoorden. Na een uur was het afgelopen en ik zei iets meligs als “wow, dat ik dit nog mag meemaken na veertig jaar in dit vak, bedankt”.

De pech die Meylemans te beurt is gevallen, zo zei ze zelf, die was te veel voor een mens alleen. Niet te overzien en ook niet voorzien, al had iets meer voorzichtigheid en afzondering in de aanloop naar die Spelen misschien geloond. Dan was ze misschien niet besmet geraakt, wie weet. Wel zeker is dat zij én het BOIC het Playbook niet grondig genoeg hebben gelezen. Alles wat de Chinezen haar hebben aangedaan, was netjes vooraf opgelijst. De emoties die daarmee gepaard gingen, hebben uiteindelijk wellicht die hamstringblessure veroorzaakt. Misschien had dat anders, beter gekund, misschien ook niet, het is al te makkelijk om van 8.000 kilometer ver te oordelen. Laten we hopen dat ze de steun krijgt die ze verdient en nog vier jaar doorgaat.

Die steun is nu wel verzekerd voor het shorttrackproject van Pieter Gysel na de bronzen medaille op de 1.000 meter. Hanne Desmet is de antipode van Kim Meylemans: gereserveerd, introvert, erg op haar hoede. Na de val van de nummer drie en vier wist ze heel goed dat zij als derde over streep kwam en brons had, maar hebt u gezien hoelang het duurde vooraleer er een glimlach verscheen? Wat zal het zijn geweest? Minstens een minuut voor de glimlach en een paar minuten voor de eerste knuffel, maar geen euforie en ook een dag later niet.

Desmet had haar brons liever anders gewonnen, zo steekt zij nu eenmaal in elkaar. Dat wil ze woensdag de wereld laten zien op de 1.500 meter, haar favoriete afstand.

Het was een heel knappe race waarin ze vanuit die vervelende vijfde positie meteen probeerde in te halen maar daarbij zo’n cartouche verschoot en bijna een bocht miste dat ze een paar ronden moest bekomen. Of ze in die allerlaatste ronde nog een move in huis had, dat weet alleen zij, maar daar leek het niet op.

Met alle respect, dit was ook geen Steven Bradbury revisited. Die Australiër kwam in Salt Lake in 2002 toevallig in de halve finale terecht omdat een Canadees werd gediskwalificeerd. In die halve finale reed hij kansloos laatste op meters, maar werd eerste omdat ze voor hem allemaal vielen. Idem in de finale: kansloos laatste op nog meer meters, maar voor hem vielen ze met drie in de laatste bocht en hij pakte goud.

Desmet pakte brons met een gelukje, een verdienste in een sport waarin de eerste vereiste is dat je heelhuids de aankomst haalt. Verdiend ook gezien haar intrinsieke talent, en verdiend gezien de pech die Desmet heeft gekend. Eind vorig jaar in Heerenveen zat ze nog aan de andere kant van de tafel met dichtgeknepen oogjes een beetje ineengedoken, de sporen van een val eerder dat jaar. Te veel licht kon ze niet aan, van te veel geluid en te veel indrukken werd ze snel moe, de hoofdpijn was maanden na die val nog niet weg, als dat maar goed kwam tegen Peking. Het kwam goed, net op tijd.

Haar prestatie is historisch genoemd door de Belgische media, die nooit verlegen zitten om een overdrijving en doorgaans weinig last hebben van historisch besef. Als decennialang ondermaats sportland eindelijk een beetje beginnen te presteren, is niet historisch maar normaal.

Hoe we ons dan verliezen in de euforie was te merken aan de freudiaanse fout op de één van een sportkrant. Daar stond in grote letters: eerste individueel goud ooit voor een Belgische. Het was geen goud, het was brons, mooi brons, zelfs heel mooi brons. Historisch houdt iets in van een eindpunt. Neen, dit brons moet een opstap zijn naar meer en beter.

Column Icelobbygate in De Morgen van zaterdag 12 februari 2022

Icelobbygate

Heerlijk die Winterspelen, om nooit genoeg van te krijgen. Al dat gedoe, al die toestanden, al dat geneuzel over levensbelangrijke, minder levensbelangrijke en totaal onbelangrijke zaken. Het begon nog voor de Spelen met de onthulling dat er kunstsneeuw ligt in de heuvels rond Peking. Alsof dit de eerste Spelen zijn die worden geskied op kunstsneeuw. Alsof er in de Alpen geen kunstsneeuw wordt gespoten.

Het ging door met de ‘mensonwaardige behandeling’ van onze skeletoni Kim Meylemans, die in afzondering moest nadat ze in isolatie had gezeten. Behalve dat er tijdelijk geen plek was in het olympisch dorp voor die afzondering, was er weinig aan de hand, want die afzondering stond wel in het playbook.

En toen begon de sport. Een van de eerste mooie story’s was die Canadese winnaar op de slopestyle, Max Parrot. Donderdag verscheen op een site een kop, niet geheel subtiel in elkaar geflanst… Smet op olympisch goud van kankeroverlever Max Parrot? “Als we het gezien hadden, zou hij een andere score gekregen hebben…”

Dan heb je lymfeklierkanker overleefd, dan heb je twaalf chemo’s doorstaan, dan sta je op de Spelen, dan pak je goud, gaat ineens je hele community aan jou twijfelen. En waarom? Omdat een dubbele knee grab te hoog is gewaardeerd. Gedoe.

Of nog, die Kamila Valijeva, kunstschaatster. Kunstspringster is een juistere omschrijving gezien ze de helft van de tijd van haar küren in de lucht hangt. Loena Hendrickx, die een beetje verderop in de krant in Zeno staat, twijfelt aan de Russinnen. Zo jong, zo hoog springen en zo veel keer draaien, tot vier keer. Ik zei haar dat er geen pilletje bestond om vier keer om je as te kunnen draaien, dat het mij eerder een verhaal van detectie, selectie en training leek.

Maar zie, in de urine van Kamila is wellicht een middel gevonden dat op de dopinglijst staat. Vorige zin is niet hetzelfde als: ze heeft zich gedopeerd en is betrapt. Zelfs niet als het om een Russin(netje) gaat. Gedoe. Mysterie. Wat is hier aan de hand? Hoe komen we hier uit? Mag Kamila dinsdag meedoen? En wint ze?

Maar niks van wat hierboven staat en al het andere dat zich in Peking afspeelt, kan tippen aan Icegate. Het was Nils van der Poel die de kat de bel aan bond. Eerst even deze toelichting. Nils is geen familie van Mathieu, meer zelfs, hij is niet eens een landgenoot van Mathieu. Dat heb je met schaatsen: zelfs als de Nederlanders op hun favoriete afstand van de 10.000 meter slaag krijgen van buitenlanders, dan hebben die nog een Nederlandse naam. Ted-Jan Bloemen won in 2018 en hij is Canadees. Nils van der Poel won al de vijf kilometer en was gisteren ook de beste op de tien kilometer, hij is een Zweed.

Die Van der Poel had na zijn eerste goud een verhaal gelezen op schaatsen.nl waarin werd uitgelegd hoe de Nederlandse equipe iemand in Peking had om op wetenschappelijke wijze het ijs te beoordelen. En werd daar fijntjes bij vermeld: en om te gaan lobbyen ten faveure van de Nederlandse schaatsers bij de ijsmeester.

Daar zit een redenering achter. Nederlanders, zo moet u weten, beschikken doorgaans over een zeer gave techniek en willen hard ijs. Nils van der Poel, vinden de Nederlanders, tart veel (Nederlandse) schaatswetten en doet maar wat op dat ijs. Is hij dan gebaat bij zacht, zogeheten werkijs? Het maakt hem weinig uit: hij schaatste een olympisch en een wereldrecord.

De olympische ijsmeester is geen Nederlander, maar een Canadees, met als thuisbasis de wereldwijd geroemde ijshal in Calgary. In Canada hebben ze haast van nature nog net iets meer met ijs dan in Nederland. Van der Poel noemde die bemoeienis van de Nederlanders corruptie en een groter schandaal dan doping. Dat laatste zou ik nog zo niet weten en als ik daar in Peking was geweest, dan had ik Van der Poel Wittgenstein aangeraden. Slecht vertaald: waarover men niet kan spreken (niks afweet), moet men zwijgen. De realiteit wil dat er vanaf de jaren negentig tot begin deze eeuw haast geen gouden medailles gewonnen zijn in het schaatsen zonder dat er epo in het spel was.

Maar goed, het spel zat op de wagen en donderdag en gisteren ging het er de hele tijd over. Nils van de Poel wilde provoceren, was de conclusie aan de Jaap Edenbaan in Amsterdam, waar de Nederlandse omkadering wordt ingeblikt. De Zweed met Nederlandse opa – vandaar die naam – nam alvast niks terug. Hij had zijn dubbel goud binnen en die Nederlanders die altijd iets te zeggen hebben over zijn rare techniek en die denken dat ze het schaatsen hebben uitgevonden, kunnen zijn rug op. Bovendien heeft hij al laten uitschijnen dat hij die ene keer schitteren op de Spelen wel genoeg vindt, dat hij eigenlijk voortaan liever gaat ultralopen.

Interview Loena Hendrickx in De Morgen vn zaterdag 12 februari 2022

‘Wat die Russen kunnen, dat snap ik niet’

De sprongkracht van sommige tegenstanders maakt een olympische plak bijna onhaalbaar, maar voor artisticiteit en choreografie kan iedereen in de leer bij Loena Hendrickx (22). ‘Op het EK in Tallinn was mijn bagage zoek. Ik heb dan maar op sokken getraind.’

Op het afgelopen Europees Kampioenschap in januari in Tallinn werd Loena Hendrickx niet geheel onverwacht vierde. Niet geheel onverwacht, omdat ze op het WK van vorig jaar al als vijfde eindigde en in eerdere topcompetities net naast of net op het podium had gestaan.

In Estland bevestigde ‘ons Loena’ uit Arendonk haar talent met brio. Na de korte kür — verplichte sprongen, pirouettes en passencombinaties die samen maximaal 2 minuten en 40 seconden duren — stond ze zelfs even tweede, achter de ongenaakbare, amper 15-jarige Russin Kamila Valijeva. Twee dagen later, en na de lange kür, waren alle drie de Russinnen haar voorbij. Mits een foutloze oefening had ze misschien brons kunnen halen, want de Russen vielen vaker dan hen lief was.

Maar Loena Hendrickx viel ook. Niettemin glunderde ze. “Ben ik beter dan ooit? Misschien wel, ik vóél mij alvast beter dan ooit. Ik ben sterker en heb minder last van blessures. En ik ben maar een heel klein beetje zenuwachtig geworden toen in Tallinn mijn bagage zoek bleek. Ik heb dan maar op sokken getraind en een dag later was de koffer daar dan toch.”

En dat terwijl je aanvankelijk twijfels had bij je nieuwe küren.

“Veranderen om te veranderen is niet wat ik wil. Veranderen om te verbeteren, dan ben ik onmiddellijk mee. Mijn twijfels hebben niet zo lang geduurd. Mijn broer (Jorik, haar coach) en de choreograaf hebben mij kunnen overtuigen. De korte kür met die vaste verplichte elementen verschilt niet zo veel. Het was vooral de lange kür die mij wat zorgen baarde. Die was compleet uit mijn comfortzone, met bewegingen die ik helemaal niet gewend was.

“Het aanleren verliep ook totaal anders dan ik gewoon was. Normaal neem je zo’n oefening in één keer helemaal op en probeer je die meteen integraal zo goed mogelijk uit te voeren.

“Maar voor mijn nieuwe oefening moest ik echt eerst werken op alle nieuwe onderdelen en de details in de bewegingen krijgen, voor ik aan het totaalplaatje kon beginnen. Eigenlijk was het beginnen van nul.

“De mensen rond mij hadden er echter vertrouwen in en ik heb vertrouwen in hen, dus bleef ik er voor gaan. Het is een heel andere stijl dan ik gewend was, met die oriëntaalse muziek. De twijfels verdwenen helemaal toen ik vanaf het begin erg goede reacties kreeg, ook van de jury. Dat geeft moed om ermee door te gaan.”

Kon of wilde je nog iets veranderen tussen het EK en de Spelen?

“Neen, niks essentieels. Een kür heb je voor het hele seizoen en dat loopt van de herfst tot de lente. Ik train constant op allerlei sprongcombinaties, maar de kans is klein dat ik in de komende olympische wedstrijd iets anders zal proberen. Ik ben al zo blij dat ik dit aankan en dat mijn lichaam het uithoudt. Ik hoop dit seizoen vol te maken zonder nieuwe blessures en dan deze zomer hard te werken op een drievoudige axel (de moeilijkste triple, HV).

“Een quad (viervoudige sprong, HV) is voor mij en mijn lichaam niet weggelegd, daar ben ik mij van bewust. Mijn moeilijkste sprong is voorlopig de drievoudige Rittberger. En ook die heb ik in competitie nog niet zo vaak gedaan. Voor het EK heb ik hem er zelfs uitgehaald omdat ik mij niet zeker genoeg voelde. Op de Spelen wel? We zullen zien. Alleen als ik top ben.”

Je hebt je deel wel gehad met blessures.

(zucht) “Op een gegeven moment dacht ik: als dit niet stopt… Het begon in 2019; toen ben ik een jaar lang van de ene in de andere blessure gevallen. Ik heb mijn lichaam veel rust gegeven en corona heeft mij daarbij geholpen. Toen ik weer mocht beginnen, in 2020, was daar de lockdown. Enerzijds een tegenvaller omdat ik weer wilde schaatsen, maar het gaf mij wel de kans om in die vier maanden nog sterker te worden.”

“Corona is een van de oorzaken dat ik in seizoen 2021-2022 beter ben dan ooit. Het is nu niet dat ik niks meer voel, hoor. Tijdens of na een training roep ik nog weleens ‘ai’, maar de pijn tijdens het schaatsen is uit te houden. En met wat rust gaat hij ook weer weg. Er is een tijd geweest dat ik altijd pijn had, of ik nu op schaatsen stond of niet.”

Jullie zijn gymnasten op ijs, en dat betekent: heel veel belasting op heel jonge leeftijd.

“Zeg dat wel. Vandaar dat je deze sport na je dertigste niet meer kunt doen. Ik ben 22 en zit al over de gemiddelde leeftijd. Ik behoor echt tot de ouderen, zeker als je de Russinnen meetelt.”

Wat doe je nu anders om gezond te blijven?

“Vroeger zou ik alle uren op het ijs hebben doorgebracht en vooral hebben geschaatst, maar dat doe ik niet meer. Ik schat dat ik tegenwoordig meer naast dan op het ijs train. Dat gaat dan om krachttraining, lichaamsstabiliteit, blessurepreventie… alles wat helpt om sterker te worden. Ik heb met Jorik natuurlijk ook een trainer die mij erg goed kent. En mijn broer heeft zelf zijn deel gehad toen hij nog op hoog niveau schaatste; hij weet wat er nodig is om een completere atleet te worden. Bovendien ziet hij als eerste wanneer ik pijn krijg, en dan past hij meteen de training aan.

“Jorik is de ideale trainer. Ik heb iemand nodig die de baas speelt over mij. (lacht) Oké, laat ik het anders zeggen, want dat klinkt misschien wat raar: ik heb iemand nodig die mij zegt dat ik naar de kinesist moet, of naar de dokter en wat ik moet doen op training om gezond te blijven. Laatst had ik last aan mijn rug en zei hij: ‘We gaan een MRI laten nemen.’ Ik volg hem daar dan in.

“Wat er op die scan te zien was? Wat dacht je? Veel sleet, meer dan normaal bij iemand van mijn leeftijd. Ik heb al eens een stressfractuur op de wervels gehad en af en toe een stressreactie. Dat moet ik heel goed in de gaten houden.”

Het 25 jaar geleden verschenen boek Little Girls in Pretty Boxes gaat over fysieke overbevraging in de gymnastiek- en kunstschaatswereld. In de gymnastiek leerde men daar niet van. Hoe zit dat bij jullie?

“Ik heb wel gevolgd hoe het er in de gymnastiek aan toe is gegaan. Maar er is een verschil tussen kunstschaatsen en gymnastiek in België en er is nog een groter verschil tussen wat wij doen in België en wat er gedaan wordt in de grote landen die uit veel talent kunnen kiezen. Mijn broer en ik zijn ermee begonnen uit een soort eigen drive. Er was nooit een omkadering die ons snel heeft opgepikt en ons dwong dingen te doen die we niet wilden doen. We konden ook onze eigen begeleiding kiezen. Het nadeel was dat we die ook zelf moesten betalen, allee, mijn ouders dan.

“Ik kan mij inbeelden dat het systeem veel dwingender is in landen waar ze al in de lagere school talenten spotten. Maar hoe het daar nu aan toegaat, ik zou het niet weten. Als ik op de livestream naar het Russisch kampioenschap kijk, zie ik alleen dat ze daar ontzettend veel talent hebben. Ik mag blij zijn dat er maar drie Russinnen mogen deelnemen aan grote kampioenschappen. Tegen die drie maak ik sowieso geen kans. Niet normaal wat ze daar al op jonge leeftijd kunnen.”

Niet normaal, zeg je, maar er bestaat geen pilletje of spuitje dat een 15-jarige in staat stelt om een viervoudige sprong uit te voeren. Waar hebben ze hun voorsprong dan aan te danken? (Afgelopen donderdag bleek dat er een onderzoek gaande is naar een eventuele positieve dopingtest van Kamila Valijeva in december 2021. Het zou gaan om een middel dat de uithouding en doorbloeding zou bevorderen, red.).

“Ik zie alleen wat ik zie. Met wat ik nu kan, maakte ik acht jaar geleden kans op een olympische medaille, misschien zelfs nog in Pyeongchang vier jaar geleden. Nu ben ik kansloos. Zelfs al vallen ze een paar keer, ze zitten zo ver boven mijn niveau dat ik er altijd achter eindig, ook al rijd ik foutloos.

“Ik ben echt niet de enige die het bizar vindt, dat een 13-jarig Russisch meisje met die hele dunne beentjes van haar al een viervoudige sprong kon. Zo explosief, en zo klein en fijn, ik snap het niet. Het is toch opvallend dat zij de enige schaatssters zijn die die sprongen standaard aankunnen.

“In 2002 heeft een Japanse als eerste een quad gesprongen. Daarna duurde het tot 2018. Japanners, Chinezen, Amerikanen, die doen geen viervoudige sprongen. Alleen die piepjonge Russinnen kunnen ze aan. Niet één, niet twee, maar tegenwoordig zie je tot drie en vier van die quads in één routine, onwaarschijnlijk.”

Is de jurering niet meer aandacht gaan schenken aan het artistieke en minder aan de acrobatie?

“Het is van alles wat. België heeft het kunstschaatsen ontdekt door Kevin Van der Perren, een formidabele springer, maar hij was minder goed op artisticiteit, zoals pirouettes en al het andere tussen de sprongen. Toch haalde hij hoge scores, omdat uitblinken in één aspect destijds werd aanvaard. Vandaag zou hij het lastiger hebben om in de top te eindigen. Je moet alle aspecten beheersen.

“De jurering ligt minder onder vuur dan twintig jaar geleden. Ik heb eens een documentaire gezien over hoe een jurylid een bepaald land bevoordeelde, waardoor schaatsers van haar eigen land ook mooie punten kregen (het Salt Lake City-juryschandaal in het ijsdansen uit 2002, HV). Dat kan nu niet meer. Extreem hoge of lage scores worden geschrapt.

“Die juryleden kennen elkaar ook erg goed. Ik weet niet wat daar nog speelt en of die grote landen een voordeel hebben. Hoewel ik laatst toch grote ogen trok toen ik hoorde dat een Russisch jurylid al haar collega-juryleden had uitgenodigd op een verjaardagsfeestje. Dat vond ik raar. Ik denk dat de grote landen nog steeds een streepje voor hebben. Al hebben wij Belgen met Françoise de Rappard in Peking ook een gerenommeerd jurylid.

“Ik heb een goeie band met de juryleden. Maar om nu te zeggen dat ik de chouchou ben van de jury, dat nu ook weer niet. Ik denk dat ze appreciëren wat ik in deze sport doe, hoe ik mijn oefening opbouw en wat ik erin steek. Ik probeer het zo mooi en gracieus mogelijk te brengen.”

Je geeft blijk van een opmerkelijk mentaal evenwicht in een mentaal erg zware sport. Je bent als kind door zwaar weer gegaan. Heeft dat je gesterkt?

“Ik ben in de lagere school gepest, ja. Niet dat ze mij pijn deden of zo, of lastigvielen, ze negeerden mij gewoon. Ik werd buitengesloten omdat ik zogezegd voordelen genoot en anders wilde zijn. Dat had rechtstreeks te maken met het schaatsen. Ik trainde veel, kwam soms niet naar de les, naar verjaardagsfeestjes gaan zat er vaak niet in omdat ik altijd wel een competitie had of moest trainen.

“Zelf gaven we ook geen feestjes. Al het geld ging naar het schaatsen en mijn ouders hadden het toen niet erg breed. Die hebben zich voor ons het vuur uit de sloffen gelopen. Mijn broer en ik schaatsten, maar we hebben nog twee andere broers die ook aandacht verdienden.

“Toch heeft dat alles mij nooit tegengehouden. Ik ben altijd verliefd geweest op deze sport en wist wat ik wilde bereiken. Het werd pas echt vervelend toen ik veranderde van school en naar het middelbaar ging. Bijna een heel schooljaar ging het goed, tot het opnieuw begon, door meisjes die bevriend waren met die pesters van de lagere school. Weer dat geroddel over ‘ze is er nooit’ en ‘ze mag meer’…”

Je bent dan naar Nederland gegaan.

“Toen we vrij hadden op een of andere pedagogische studiedag zijn Jorik en ik gaan trainen in Nederland. Ik zei toen zonder echte bijbedoelingen dat ik dat elke dag wel zou willen. Jorik heeft dat onthouden en is gaan zoeken naar een topsportschool in België, tot bleek dat er een was in Eindhoven. Wij wonen in Arendonk, dus dat is bijna om de hoek.

“Op slag veranderde alles. Als ik twee weken op trainingskamp was geweest en terugkwam op school, dan werd daar niet over geroddeld, maar werd ik juist met open armen ontvangen door de medeleerlingen en door de leraars. Daar is alles veranderd voor mij en kon ik zijn wie ik wilde zijn.”

Je connecteert goed met het publiek. De ‘Belgische Katarina Witt’ bijna, maar die ken jij niet. Schande. (lacht)

“Neen. Ik beloof dat ik haar zal googelen.”

Witt won goud in Sarajevo ’84 en Calgary ’88. En ze bracht in 1994 in Lillehammer een fenomenaal eerbetoon aan het belegerde Sarajevo.

“Ik zoek het op, beloofd!

“Mijn connectie met het publiek ligt trouwens niet zo voor de hand, want ik ben eigenlijk best verlegen. Dat merk je nu niet omdat ik over iets praat waar ik verstand van heb. Maar vraag mij iets waar ik niks van weet, of niks van denk te weten, en ik ben bang om fouten te maken.

“Maar op het ijs zal ik niet snel dichtklappen. Daar word ik iemand anders. Die piste is mijn comfortzone.” Korte kür, dinsdag 15 februari, 11 uur Vrije kür, donderdag 17 februari, 11 uur

Over de zaak Valijeva in De Morgen van vrijdag 11 feb 2022 (deels achterhaald)

Zeg niet te vlug: het is weer een Rus

1 Wat zou Kamila Valijeva hebben genomen?

Trimetazidine of TMZ, een middel dat in Europa en meer nog in Oost-Europa vaak wordt gebruikt tegen angina pectoris of hartbeklemming. Daar zal zij op haar leeftijd en haar conditie geen last van hebben en als ze het daadwerkelijk heeft genomen, was het te doen om de positieve effecten op de bloedcirculatie. Trimetazidine zou de uithouding bevorderen. Met de nadruk op zou. Er zijn ook studies die aantonen dat het bij gezonde mensen niks doet. In de praktijk levert de bestraffing ook nooit vier jaar op.

2 Waarom is er een maand na het EK geen duidelijkheid over deze zaak?

Misschien omdat het labo zelf traag was met rapporteren. Misschien omdat het labo zelf twijfelt aan wat ze hebben gevonden. Misschien omdat de bond heeft getalmd uit schrik voor dure processen en de hele affaire al door advocaten is geclaimd. Het is nog niet bekend waar en wanneer Valijeva positief testte. Zeker is dat haar naam nooit echt openbaar zal worden gemaakt, tenzij de Russen dat zelf doen. Atleten jonger dan zestien genieten speciale bescherming in het kader van de dopingwetgeving.

3 Wat weten we over TMZ in de sport?

Niet veel. Het is bijvoorbeeld niet goedgekeurd voor gebruik in de Verenigde Staten en vooral een middel dat in Oost-Europese landen wordt gebruikt en daar onterecht wordt afgedaan als een soort voedingssupplement. Het werd door het Wereld Antidopingagentschap WADA in 2014 op de lijst met verboden middelen gezet. De Chinese zwemmer Sun Yang kreeg er ooit drie maanden schorsing voor en de Russische bobsleester Nadezhda Sergejeva werd erop betrapt in PyeongChang in 2018; zij kreeg een schorsing van amper acht maanden en is in Peking weer aanwezig. De Amerikaanse zwemster Madelyn Cox kreeg eerst twee jaar en in beroep zes maanden toen ze kon bewijzen dat de TMZ bij haar van een besmette vitamine kwam.

4 Wat zijn de uitwegen voor Valijeva en de Russen?

Vooral de Russen moeten hopen op een gunstige uitkomst want zij staan onder curatele en mogen tot 2023 niet als land op de olympische competities aantreden. Eerste mogelijkheid: de aanwezigheid van TMZ kan erg miniem zijn geweest, wat kan wijzen op een vervuild supplement. Tweede uitweg: TMZ kan ook worden gevonden als afbraakproduct van Lomerizine, een middel tegen migraine dat is toegestaan. Op 21 december 2020 stuurde het WADA daarvoor een technical letter waarbij werd verordonneerd om bij het vinden van TMZ ook te checken of Lomerizine wordt gedetecteerd. Derde en minder gunstig scenario: Kamila Valijeva heeft het middel gekregen en geslikt zonder zelf te beseffen dat ze iets fout deed. In dat geval wordt ze licht gestraft en zal ook het team rond haar worden onderzocht.

5 Hoe moet het nu verder?

De complexiteit van deze affaire zit hem in de timing. Wellicht is de test afgenomen onder auspiciën van de International Skating Union (ISU) en behoort dit niet tot de pre-olympisch dopingprotocol, wat het dus een ISU-zaak maakt. Of er komt snel klaarheid en dan weten we of Kamila Valijeva aanstaande dinsdag en woensdag schaatst en al of niet de topfavoriete is voor olympisch goud. Of er komt geen duidelijkheid, omdat de zaak te complex en te juridisch is geworden en de competitie gaat door onder voorbehoud.

Inmiddels zijn de medailles van het nieuwe event kunstschaatsen voor teams wel nog niet uitgereikt. Doordat die uitreiking was uitgesteld, is de affaire aan het licht gekomen. Die competitie werd, onder meer met de bijdrage van Valijeva gewonnen door het Russisch Olympisch Comité. Het is ook onzeker of de medailles van het kunstschaatsen bij de vrouwen worden uitgereikt. Verwacht wordt dat de Russen alles uit de kast zullen halen om hun ster en de reputatie van het sportland Rusland te vrijwaren van een nieuw schandaal.

Column Winterspelen in De Morgen van maandag 7 februari 2022

Winterspelen

Ik citeer even uit eerder werk: voetbal is McDonald’s, de Olympische Spelen zijn de betere wereldkeuken.

Ja toch? Van Azerbeidzjan tot Zimbabwe weet je wat je van een Big Mac mag verwachten, in de olympische wereldkeuken ontdek je steeds weer iets nieuws. Winterspelen zijn een exotische foodmarket, een mix van de medina van Fez en de yatai (eetkraampjes) op het eiland Nakasu in Fukuoka. (Ja, een sportjournalist komt wel eens ergens.)

Eergisteren was het veldrijden op tv, of frieten gebakken in oud frietvet om in culinaire metaforen te blijven. De Parkcross in Maldegem houdt in dat een mooi park verkloot wordt om een stel C-coureurs (te) veel geld te laten verdienen. Een achterafcross, dus te zien op VTM, en daar zit nu Michel Wuyts. Hij had niet Paul Herygers maar Niels Albert aan zijn zijde. Ze deden hun best om er topsport van te maken. Dat was het niet.

Veldrijden zonder Mathieu, Wout of Tom is de frituur net voor sluitingsuur: niet alleen hebben ze niet meer wat je wil, maar je krijgt ook iets binnen waarvan je niet zeker bent dat het eten is. Een sausje van Pauwels won en een ander sausje van Pauwels werd tweede. Overigens ben ik nog altijd door het dolle dat Pauwels Sauzen niét op de wereldkampioenentrui staat. De wereldkampioen had in Maldegem zijn mooie regenboogtrui kunnen showen, maar dat mocht niet van zijn bazen. Cross is nooit meer een bijnummer geweest dan anno 2022.

Op NPO 1 zonden ze rond die tijd gelukkig de Winterspelen uit. Correctie: op NPO 1 gaat het de hele dag door – van 2u in de ochtend tot laat in de avond – over Peking 2022. Gisterenochtend was het de 5.000m in het langebaanschaatsen. De Nederlanders wonnen niet, Bart Swings werd zevende. Dat is na vierde in Sotsji en zesde in Pyeongchang zijn minste resultaat op die afstand op de drie Spelen, en toch is er geen reden tot paniek.

Ik leerde van de deskundige Nederlandse analisten dat het laaglandijs in Peking zacht is en dat het een beetje anders breekt, wat het dus zwaar ijs maakt. Nu wil het toeval dat zwaar ijs iets is wat Swings geen goed doet op de afstanden, maar wat hij wel op prijs stelt op de massastart en zijn concurrenten niet.

Voor ik aan dit stukje begon, heb ik slopestyle bij de vrouwen gekeken. Het ging daar om de medailles. Wij hadden Evy Poppe op dat nummer en zij werd veertiende. Dat had iets beter gekund om alle kritiek rond haar selectie te laten verstommen. Poppe heeft nog de Big Air om op te (in de taal van de sport) shinen.

Slopestyle en ondergetekende, dat is dubbel. Toen ik nog voor andere krant werkte, heb ik ooit een column geschreven en de vraag gesteld: ga je slopestylen omdat je op je hoofd bent gevallen, of is het andersom? Dat was satire en ik was vergeten dat satire geen bekend en dus geen aanvaard concept is bij de millennials en jonger.

De slopestylers waren er het hart van in en bij wijze van wiedergutmachung ben ik een keertje helemaal naar de gletsjer aan het eind van het Stubaital gereden om hen daar op training aan het werk te zien. Ik was nog niets wijzer over dat hele slopestyle, maar mijn interesse was wel gewekt. Slopestyle is dat ene exotische gerechtje op die food market waar je eerst niet durfde aan beginnen, maar dat bij nader inzien blijkt te smaken.

Gisterenochtend was het de finale bij de vrouwen en dat werd al meteen een eerste topmomentje in Peking 2022. Zoi Sadowski- Synnott uit Nieuw-Zeeland behaalde goud, het eerste goud ooit voor een Kiwi. Zoi was al dubbel wereldkampioene en heeft ook de meest recente X-Games gewonnen. De X-Games dat zijn een soort Olympische Spelen voor alles wat in de buurt komt van waaghalzerij voor verwende adolescenten.

Die Zoi dus had na de kwalificaties al de beste run laten optekenen, en na run één in de finale stond ze daar nog steeds. Maar toen sprong de Amerikaanse Julia Marino over haar in de tweede run. In run drie moest het dan gaan gebeuren en ze deed het: twee keer een double cork 1080 (drie maal om twee verschillende assen draaien) en een gigantische finalesprong leverde een recordscore van 92.88 op.

De taferelen na haar landing zorgden voor emotionele verwarring. Nog voor Zoi goed en wel haar board kon uitdoen – en omhoog houden, goed voor de sponsor – en nog voor het verdict van de jury was verschenen, werd ze al besprongen door haar naaste concurrentes en het podium rolde oprecht blij door de sneeuw. “Ja”, zei de Nederlandse commentator, “in het slopestyle gunnen ze elkaar wat.” Een deel van mij vloekte “softies, hoe wil je ooit de beste worden zonder de ander te haten?” Een ander, steeds groter deel, kreeg de tranen in de ogen van zoveel oprechte goedheid en sportiviteit.

Interview Bart Swings in De Morgen van zaterdag 5 februari 2022

‘Het móét goed zijn. Dit zijn de Spelen’

Primeur voor onze sportgeschiedenis: een Belg is favoriet voor een gouden plak op de Winterspelen. Schaatser Bart Swings, onlangs nog Europees kampioen op de massastart en winnaar van olympisch zilver in 2018, heeft na jaren zoeken de juiste flow weer te pakken.

Geen topsporter die de hardwerkende Vlaming meer waar biedt voor zijn belastinggeld. Als alles meezit, krijg je de komende zestien dagen bij de ontbijttelevisie vijf keer ‘Swings in Peking’ voor de prijs van één, te beginnen met de 5.000 meter op zondag, de 1.500 op dinsdag en dan nog de 10.000 op vrijdag 11 februari. Een dag later wordt hij 31, maar zijn verjaardag is meteen het begin van de ultieme voorbereiding op de massastart.

De laatste zaterdagochtend van de Spelen, op 19 februari, schaatst hij op zijn persoonlijk koningsnummer eerst de halve finales en aansluitend bij leven en welzijn anderhalf uur later de finale. In het Zuid-Koreaanse Pyeongchang vier jaar geleden pakte hij de tweede plaats en het bijbehorend zilver. Opvallend was het beeld toen hij over de finish kwam na de Koreaan: de opluchting om het zilver won het amper van de ontgoocheling om het gemiste goud.

Bart Swings: “Eerst denk je: eindelijk, een medaille. Maar dan dringt het tot je door: dit was een gemiste kans. Ik kwam aan het eind terug op de Koreaan en dat was mij nog nooit gelukt. Het voelde een beetje als in Sotsji vier jaar eerder, toen ik eerst blij was met een vierde plaats en op de luchthaven dacht: verdorie, dit was net niet, nu gaan we vier jaar hard werken.”

Je hebt nu acht jaar hard gewerkt. Is dit je beste schaatswinter ooit?

“Ik heb wel al andere goede jaren gehad, maar schaatstechnisch heb ik het goed voor elkaar en fysiek loopt het ook goed, wat te merken is aan mijn tijden. Ik heb mijn Belgisch record op de 5 kilometer verbeterd. Dus ja, het loopt wel. Maar beter zo: dit is een olympisch jaar, dus het moet goed zijn. Met dank aan schaatshal Thialf in Heerenveen, waar ik nu twee jaar woon. Het is een omgeving die ideaal is om te trainen en waar ik tot rust kom. In het verleden deed ik heel veel trainingskampen en keerde dan na een paar weken terug naar huis.

“Let wel, dat is ook leuk: weer je vrienden en familie zien, maar het was dubbel. Ik wilde tegelijk ook op het ijs staan om aan mijn techniek te werken en dat is lastig in Leuven. Het was soms frustrerend.

“Neen, ik word niet herkend in de supermarkt. Het stikt in Heerenveen van de schaatsers, en de Nederlandse schaatslegendes doen hier ook hun inkopen in de Jumbo. Ik heb een flat waar mijn vriendin vaak is. In de eerste lockdown was ze hier permanent, maar nu moet ze af en toe terug naar het werk. Ze is burgerlijk ingenieur, zoals ik, maar ik in elektrotechnieken en zij in bouwkunde. Energiezuinigheid en duurzaamheid van gebouwen berekenen is haar werk – een sector met toekomst.”

Je was een tijdje alleen op pad en trainde ook een jaar met de Noren, maar nu zit je bij Team IKO, een van de professionele Nederlandse schaatsteams.

“En dat is het tweede element wat mij heel erg heeft geholpen om naar mijn beste vorm toe te groeien. In het verleden wist ik soms niet met wie ik op het ijs zou staan om te trainen. Schaatsen is een eenzame sport, maar voor een training op het ijs zijn vaste partners toch aangewezen. Nu, om eerlijk te zijn: de beste langeafstandsschaatser van het moment is een Zweed met een Nederlandse naam en Nederlandse grootouders – Nils van der Poel – en die staat altijd helemaal alleen op het ijs. Zo kan het dus ook, maar niet in de Nederlandse cultuur, waar ze met veel goede schaatsers zijn.”

IKO kennen wij van het veldrijden, waarmee de onzin ‘schaatsen is het Nederlandse veldrijden’ nog maar eens bevestigd kan worden.

“IKO-Crelan, precies. Van Sanne Cant. En ik dacht dat IKO ook nog ergens op het shirt van Alpecin-Fenix en dus ook op dat van Mathieu van der Poel staat. Wij zijn de kleinste van de vier professionele A-ploegen. We hebben ook maar twee atleten op de Spelen straks, ikzelf en Marten Liiv, een Est. De Nederlanders in ons team, Jorien ter Mors, Esmee Visser, Letitia de Jong en Jan Blokhuijsen – drie van de vier zijn olympisch kampioen – hebben zich niet kunnen plaatsen. Ik was hier niet toen de Nederlanders hun olympisch kwalificatietoernooi reden, maar een dag later wel. De stemming op training was erg bedrukt.

“Ik denk niet dat het team in gevaar is door die tegenvaller. De sponsor heeft al aangegeven dat hij tot de volgende Spelen wil doorgaan, maar ons probleem is de aanvoer van talent. Elke jonge schaatser wil naar Jumbo-Visma of Team Reggeborgh, terwijl ik vind dat wij het bij ons qua begeleiding echt prima voor elkaar hebben en dat er bij IKO ook groeimogelijkheden zijn voor talent.”

Een van je eerdere trainers zei ooit: Bart moet nog meer vlieguren maken.

(denkt na) “Ik denk dat ik nu minder schaats dan toen. Dat was Rutger Tijssen, niet? Hij heeft veel aan mijn schaatstechniek gewerkt, maar dat is niet gelukt. De switch was te groot, waardoor ik het op een gegeven ogenblik kwijt was. Vroeger gebeurde het weleens dat ik twee keer per dag op het ijs stond of elke dag gedurende veertien dagen. Nu schaats ik vier keer per week, anderhalf uur. Ik ben niet krachtiger geworden, dat is perceptie. Ik ben efficiënter geworden in mijn techniek.”

Zes uur schaatsen, dat lijkt op voetbal…

“…maar we trainen wel twee keer per dag. Bovendien maken we veel meer uren op de fiets dan op het ijs én doen daarnaast aan krachttraining. Deze ochtend heb ik bijvoorbeeld drie uur buiten gefietst. Jawel, buiten. Als het niet regent of vriest, verkies ik buiten trainen boven de rollen indoor. We doen alle soorten training. Vandaag was het ‘duur’: drie uur tegen 200 à 250 watt.

“De meeste trainingen zijn rond of vaak boven het omslagpunt (ofwel de anaerobe drempel, de zone waarin het lichaam meer lactaat aanmaakt dan het kan verwerken, waardoor het een inspanning minder lang kan volhouden, HV). Bij schaatsen zitten wij er altijd boven. Onze trainingen lijken wel op die bij wielrennen, dat klopt, maar het is veel minder duurtraining. Lactaattolerantie, zo heet dat in het jargon, daar streven wij naar. Onze langste wedstrijd duurt maximaal dertien minuten. Tenminste, dat hopen we toch. (lacht)

“Schaatsen is techniek. Alles wat je doet op schaatsen moet op kwaliteit gericht zijn, vandaar dat we maar zes uur op het ijs staan. Schaatsen tegen 25 per uur, dat slaat nergens op voor ons. Die beweging, die moeten wij trainen tegen 50 per uur. Die techniek moet optimaal blijven, ook met compleet vermoeide benen.”

Is je transformatie van skeeleraar naar schaatser nu compleet?

“Ik blijf een schaatser die uit het skeeleren komt en daar is niks mis mee. Ik ben in het skeeleren gerold omdat mijn ouders mij op mijn achtste skeelers cadeau deden voor sinterklaas. Ik ben nooit de beste geweest in de jeugd, stap voor stap is dat moeten groeien. Tot ik naar een wereldkampioenschap mocht en meteen won.

“Toen al keek ik ’s winters naar het schaatsen en daar zag ik bijvoorbeeld een tegenstander uit het skeeleren zoals Koen Verweij vijfde worden op het Nederlands kampioenschap allround. Ik was beter in het skeeleren dan hij. Een jaar later stond ik ook op het ijs. Dat liep meteen als een trein: in Salt Lake City verbeterde ik het Belgisch record. Ik ging naar het WK en na twee jaar won ik mijn eerste medaille op een World Cup. Op de Spelen in Sotsji werd ik vierde en vijfde en daarna liep het ineens minder.”

Dat viel op. Was je de juiste weg kwijt?

“Je wilt beter worden en die laatste stap zetten. Het werd een zoektocht om te komen waar ik nu sta. Ik zal nooit die consistente performer worden zoals de schaatsers die al van jongs af aan zijn begonnen, maar ik heb mij wel verbeterd tot een niveau waarop ik kan meedoen voor de prijzen. Ik ben nu vierde geworden op het EK op de 5.000 meter in een tijd waarmee Sven Kramer (Nederlandse schaatslegende die naar zijn vijfde Spelen gaat, HV) ooit wereldkampioen is geworden. Dat zegt ook veel over het niveau van het schaatsen dat in de breedte enorm is toegenomen.

“Het materiaal heeft ook een hele weg afgelegd. Viking is hét schaatsmerk en die zijn na de vorige Olympische Spelen met nieuwe ijzers gekomen, zowel voor de lange afstand als voor de sprint. Ik schat dat haast alle toppers daar nu op rijden. Ikzelf heb twee soorten ijzers: één voor als ik alleen in de baan sta in de gewone wedstrijden en één voor de massastart. Die laatste hebben net iets meer kromming, wat handig is om in de ultieme bochten harder te kunnen gaan voor de eindsprint.”

Wie traint jou nu?

“De drie van Team IKO – Erwin en Martin ten Hove en Erik Bouwman – voor het schaatsen. En Jelle Spruyt voor de algemene coördinatie en het fysieke deel. Hij houdt vooral de belasting in het oog. Ik heb nood aan een hoog volume training en soms wil dat er wel eens bij inschieten. Jelle stuurt dan bij.”

Wat verwacht je van de omstandigheden in Peking? De shorttrackers waren alvast erg te spreken over het ijs.

“Ik zit meer met die coronamaatregelen in mijn maag dan met het ijs. Het nieuwste PlayBook met al onze regels die we moeten volgen heb ik nog niet bekeken, maar ik weet ongeveer wel wat er zal mogen: niks. De enige Chinezen die wij te zien krijgen, zullen in een soort ruimtepak zitten. Al goed dat er publiek is. Ik hou wel van een beetje sfeer. Tijdens de wedstrijd maakt het mij niet uit, maar voor- en achteraf mag het wel. Dat lege Thialf tijdens het EK… onwezenlijk.

“Van mij mag het ijs er zwaar bij liggen, zowel voor de 1.500 meter als voor de massastart. De topsnelheid ligt dan net iets lager. De Amerikaan Joey Mantia en de Zuid-Koreaan Lee Seung-hoon hebben intrinsiek een hogere sprintsnelheid dan ik, maar niet als het een erg zware wedstrijd is.”

Heb je gepraat met de Nederlanders om de wedstrijd samen zwaar te maken?

“Jorrit Bergsma moet sowieso alleen finishen om te winnen. Als hij het zwaar maakt, is dat in mijn voordeel. Maar voor we aan de finale en de medailles zijn op die massastart, moeten er wel eerst nog halve finales gereden worden. Heel af en toe spookt het in zo’n halve finale en worden er toppers uitgeschakeld. Gelukkig is het systeem wat veranderd sinds de vorige Spelen. Toen was je in de halve finale met winst in een tussensprint al verzekerd van je finaleplaats. Dat is nu niet meer. Ook in de finale zijn voor een sprint punten te winnen, maar die zullen nooit bepalen wie waar op het podium staat, gelukkig maar.”

Is de massastart een nummer voor handige schaatsers, zoals jij er een bent met je skeelerverleden?

“Skeeleren is ook altijd rijden in peloton. Olympisch schaatsen was dat nooit. Tot de massastart olympisch werd, had je alleen marathonwedstrijden die in peloton gereden werden. Van de 500 tot de 10.000 meter schaats je tegen één tegenstander waar je alleen bij de baanwissel als je elkaar kruist voordeel of last kunt hebben van de ander. Verder zijn het eigenlijk tijdritten.

“De massastart is een heel korte wedstrijd in een peloton met zestien schaatsers die zestien rondjes van 400 meter of goed zes kilometer rijden en proberen eerst aan te komen. Dat vereist handigheid, het is ook een andere fysiologische inspanning, meer interval. Je moet reageren op ontsnappingen, je moet inhouden, versnellen, sprinten onderweg en proberen te recupereren om aan het eind nog wat over te houden.”

Is het een mentaal spel, zo voor de start?

“Ja en nee, maar wel het omgekeerde van wat jij bedoelt. Voor de massastart is iedereen poeslief tegen elkaar. Het is alsof iedereen probeert de eigen gunfactor zo groot mogelijk te krijgen. Wat dat betreft is het een beetje wielrennen. Als je de eikel uithangt in een wielerpeloton, gunt niemand je de overwinning en wie niet mag winnen, zal meestal ook niet winnen.”

Wat is de aangewezen tactiek voor jou?

“Slim rijden, niet te veel energie verspillen, meegaan met de juiste ontsnapping en genoeg overhouden om aan het eind nog te kunnen sprinten. Ik heb geen ploegmaat, dus niemand rijdt het gat voor mij dicht. Zelf ontsnappen? Dat zeggen er wel meer, maar dan zit je in een finale als die van de Ronde van Vlaanderen en je bent met zes weg met nog drie kilometer te gaan. “Als je dan gaat, moet het bingo zijn, anders ben je gezien. Ik mik toch liever op een goede positionering in de laatste vijf ronden en van daaruit zo snel mogelijk die laatste bochten doorkomen.”

Toen jij overtuigend Europees kampioen werd, ging het er op de Nederlandse tv een hele tijd over dat er een rondje te weinig was gereden.

(lacht) “Grappig dat alleen de thuisrijder (Bergsma, red.) blijkbaar niet wist dat we in de laatste ronde zaten. Hij had de bel niet gehoord. Ik ook niet, maar meestal hoor je de bel toch niet in Thialf. Iedereen wist dat het de laatste ronde was en we hebben echt wel zestien ronden gereden.”

Nederland is het een beetje kwijt. In 2014 in Sotsji wonnen ze 23 van de 36 medailles. In PyeongChang nog steeds 16 van de 42. Dat lijkt nu niet te gaan lukken. Wat is er aan de hand?

“Ik weet niet of er iets aan de hand is en of het meer de verbreding van de top en een mondialisering is. Vier jaar geleden wonnen elf verschillende landen medailles. Daar is Azië bij, met grote landen als China en Japan, naast uiteraard Europa en Rusland en ten slotte Noord-Amerika. Schaatsen is klein, maar erg internationaal, al helemaal op die massastart.

“Nederland maakt zich wat zorgen omdat de resultaten in de World Cups tegenvielen, maar zij mikken in olympische jaren vooral op hun eigen kwalificatietoernooi en wat ik daar heb gezien, doet toch vermoeden dat ze er in Peking echt wel zullen staan.”

En wij in België hebben niks gedaan met jouw successen. We spreken nu al acht jaar over een lange baan en die is er nog steeds niet.

“Neen, klopt, en zonder zullen we het altijd lastig hebben. Wat ook niet heeft geholpen, is corona. Persoonlijk had ik daar geen last van, misschien was die lockdown voor mij soms een voordeel. Voor het project dat onze schaatsbond had opgezet met een heel team in een poging om nog iemand naast mij op de massastart te krijgen, was dat virus nefast. Er kon niet meer worden gereisd, er waren haast geen wedstrijden. We hadden op het laatste WK voor de epidemie een jongen als eerste reserve. Had hij die de stap kunnen zetten, dan waren er twee Belgen op de massastart. Dat had voor mij een verschil kunnen maken.”

Dan zou je denken: Swings, hou je een beetje in daar in Peking, en rij nu niet alle afstanden waarvoor je bent gekwalificeerd.

“Tuurlijk rij ik die allemaal. Waarom ook niet? We beginnen met de 5.000, altijd een goeie graadmeter voor mij. Twee dagen later de 1.500, ideaal om mijn snelheid nog eens te testen en een week voor de massastart heb ik nog een een zware 10.000 waarvan ik perfect kan recupereren. Ik heb dat in Pyeongchang ook zo gedaan en dat beviel mij uitermate.

“Stel je voor dat ik alleen de massastart zou rijden, dan zit ik drie weken te kniezen op hoe ik het op dat ene nummer voor elkaar moet krijgen. Bovendien kan ik op die andere nummers ook uit de voeten. Ik ben al vierde, vijfde en zesde geworden, van de 1.500 tot de 10.000. Op een goeie dag rij ik voor de medailles. Ik zal trouwens meestal in de laatste twee ritten moeten starten. Dat betekent dat ik met de mannen van het podium en misschien zelfs de winnaar op het ijs kom. De opdracht is dan simpel: volgen.”

De Duitse schaatster Claudia Pechstein wordt een dag na de Spelen 50 en ze gaat voor de achtste keer. Je hebt nog vier Olympische Spelen te goed.

“Vier Spelen? Dat niet meer. Vier jaren extra, dat misschien wel. Dat is afhankelijk van wat er op mijn pad komt, maar als ik de motivatie nog heb en ik ben gezond, waarom zou ik er dan Milaan in 2026 niet bijnemen? De arbeidsmarkt, dat zie ik daarna wel hoe ik daar in terechtkom.

“In Sotsji in 2014 heb ik vooral genoten, maar wist ik na afloop wat ik wilde in Pyeongchang: een medaille. Die heb ik gehaald. In Pyeongchang heb ik mij voorgenomen om nog eens vier jaar alles te geven en beter te doen dan het zilver. Dat geeft druk, jawel, maar die heb ik nodig. Druk tilt mij naar een hoger niveau.”