De VRT-trojka Raes-Joos-VDBempt in De Morgen van zaterdag 9 juni 2018

‘De halve finale zou al een hele prestatie zijn’

Samen hebben ze veertien WK’s op de teller, al is ‘samen’ rekbaar. In België zien Frank Raes (64), Filip Joos (45) en Peter Vandenbempt (51) elkaar wekelijks, maar in Rusland ontlopen ze elkaar. Tot de laatste week. ‘Het WK wordt er niet minder boeiend op als de Belgen naar huis zijn.’

Jullie zijn samen goed voor veertien World Cups, dat is wel wat. Telkens als commentator?

Filip Joos: “Bij mijn eerste in 2002 volgde ik de Belgen.”
Peter Vandenbempt: “Ik begon in 1998, aan de zijde van Jan Wauters.”
Frank Raes: “Ik ook, maar dan in 1982, ook voor interviews bij de Belgen.”

Commentaar geven is het plezantst?

Vandenbempt: “Ongetwijfeld.”

Raes: “Wij reizen rond. Ik zal in acht van de elf speelsteden geweest zijn. Een maand bij de Belgen zitten, is andere koek.”

Vandenbempt: “De Belgen volgen is journalistiek het interessantst, maar je zit daar wel een maand op elkaars lip en dan ontstaat er nogal wat spanning. Elke dag de spelers, elke dag de trainer, daarbuiten weinig te beleven…”

Joos: “Het blijft interessant, maar toch liever commentaar.”

Vandenbempt: “Op het WK in Brazilië kon je nog naar de training gaan kijken. Ik reed de voorbije week naar Tubeke, bijna elke dag. Waarvoor, vraag je je af, want de training is gesloten.”

Maar jullie kijken uit naar zo’n World Cup, of vergis ik mij?

Vandenbempt: “Zo’n World Cup is voor een journalist hetzelfde als voor een voetballer: daar leef je naar toe. Ik amuseer mij in de Belgische competitie, voor alle duidelijkheid, maar voor mijn arbeidsvreugde is het niet onbelangrijk dat de VRT de rechten van die grote toernooien heeft.”

Raes: “Het is verrassend. Het is anders. Ook de spanning. Je komt voetballers tegen die je in Europa anders nauwelijks ziet en die je aangenaam verrassen.”

Joos: “Het is vooral veel gemoedelijker in en rond de stadions. België-Duitsland is qua sfeer a walk in the park vergeleken bij Club- Anderlecht.”

Raes: “Zelfs in Marseille op het voorbije EK, waar de Russen tegen de Engelsen speelden en ook vochten, vond ik de sfeer al bij al oké. Goed, er waren rellen, maar door de massale reactie van de politie en de uitvergroting door de media hebben die onwaarschijnlijke proporties aangenomen.”

Vandenbempt: “Er zijn daar toch wel een paar flinke meppen uitgedeeld als je die beelden terugziet.”

Raes: “Deze locatie is natuurlijk wat anders dan de voorbije twee WK’s: Brazilië en vooral Zuid-Afrika waren fantastisch. Rusland roept vooroordelen op, maar ik kijk er toch naar uit. Ik laat het op mij afkomen.”

Vandenbempt: “Qatar in 2022 wordt nog iets anders, maar daar zullen we het voordeel van de nabijheid hebben. We zitten in één hotel en elk stadion is maximaal 50 kilometer ver. En airco in de stadions. Dat wordt onwezenlijk.”

Het voetbal is exotischer, maar het spel in de Champions League is toch beter?

Vandenbempt: “Ja, goed, bij een club kun je elke dag van de week trainen gedurende een heel jaar. En de topclubs kopen een ploeg bij elkaar, dus ligt het niveau hoger.”

Raes: “Bij de nationale ploeg kies je de spelers niet. Het is een beetje zoals je familie, die kies je ook niet zelf.”

Joos: “Dat maakt het wel boeiend. Sommige trainers kunnen wel iets neerzetten in korte tijd. Louis van Gaal met Nederland in Brazilië. Antonio Conte heeft dat met Italië ook getoond.”

Liever een WK met dan zonder de Belgen?

Vandenbempt: “Ja, uiteraard, maar zo’n toernooi wordt zeker niet minder boeiend of plezant als de Belgen naar huis zijn. En het is een stuk makkelijker: dan ben je af van die eindeloze analyses en dat opblazen van kleine dingetjes.”

Raes: “Wij hebben de Belgische wedstrijden onder elkaar verdeeld. Ik doe de twee eerste wedstrijden tegen Panama en Tunesië, en Filip doet die tegen Engeland.”

Joos: “En daarna hangt het af van hoe ze verder gaan. Ons reisschema ligt vast en wordt niet meer aangepast.”

Vandenbempt: “Ik doe zes wedstrijden voor de televisie en de drie van de Belgen doe ik voor de radio samen met Eddy Snelders, mijn vaste analist. Dan is het opletten dat ik radio en tv niet verwissel. Op de radio tater je voortdurend. Op televisie moet je vooral zwijgen.”

Raes: “Roger Laboureur, de De Saedeleer van de RTBF, had een papiertje voor zijn neus staan met daarop ‘Tais-toi’.”

De VRT-trojka-mailJoos: “Dat de momenten van stilte de kwaliteit van je commentaar bepalen, vind ik achterhaald. Ik vind dat wij het in België goed doen. In Duitsland zeggen ze alleen wie aan de bal is en in Frankrijk zeggen ze zo mogelijk nog minder. Ik vraag mij soms af of die zich voorbereiden.”

Hoe verloopt zo’n voorbereiding?

Joos: “Simpel, we proberen alles te weten te komen over de ploegen die we becommentariëren. Als ik een wedstrijd van Egypte heb en er krijgt er één rood, wil ik weten of die bijvoorbeeld al tien gele kaarten heeft gehad. Dat zoek je op, dat schrijf je neer.”

Vandenbempt: “De World Cup is een enorme ontdekkingstocht. Ik keek gisteren nog naar Marokko-Slowakije omdat ik een wedstrijd van Marokko doe op het WK. Welnu, dat Marokko is een ongelooflijk interessante ploeg.”

Raes: “Ik kijk vanavond naar Tunesië, omdat ik die wedstrijd tegen de Belgen becommentarieer, maar ik moet nog even uitzoeken waar ik dat kan bekijken.”

Vandenbempt: “Hesgoal.com, daar kun je alles zien. Het valt wel eens weg, maar meestal is het oké.”

Ooit las je een tijdschrift of twee, drie, je had een gids, je las nog wat kranten en je knipte en plakte een dossier samen. Vandaag is er een overkill aan bronnen.

Raes: “Ik heb nog de tijd meegemaakt dat je Onze, France Football, Der Kicker, Guerin Sportivo en Voetbal International moest lezen.” Joos: “Nu moet je de bladen vooral níét meer lezen, want daar staat niks meer in.”

Raes: “Ik heb ze wel nog, maar ik heb geen aparte koffer meer met al die boekjes. Die staan nu allemaal op de iPad. WorldSoccer vind ik wel nog steeds goed.”

Joos: “Ik vind dit de rotste periode. Ik heb 7 wedstrijden in de poules, dus 14 landen maal 23 spelers die ik in kaart moet brengen. En daarnaast nog de ploeg in haar geheel. Je schrikt je dood hoeveel spelers die in hun club geen basisplaats hebben wel in de kern van hun land zitten.”

Vandenbempt: “Lezen is voor later, nu verzamel ik info. De derde doelman, daar hou ik mij niet mee bezig. (lacht) Er is te veel info. Transfermarkt.com is de compleetste site. Het is af qua info, maar voor elke speler moet je drie keer doorklikken.”

Alles wordt genoteerd in een schriftje?

Raes: “In een Atoma-schriftje.”

Joos: “Ik heb je dat aangeraden, want vroeger had jij losse blaadjes.”

Vandenbempt: “Ik doe het anders. Ik heb een A4-blad per ploeg met de spelers. Die maak ik rug aan rug met paperclip aan elkaar vast en dan kan ik die omdraaien. Zo bespaar ik plaats.”

Raes (toont het schriftje): “Het is klein geschreven, maar je weet wat er staat en je leest alles nog eens vooraf. Eigenlijk kijk je er weinig naar. Ja, als er een speler in het veld komt.”

Joos: “Geen slechter commentaar dan iemand die zijn voorbereiding afleest. Dat hoor je zo.”

En cijferstatistieken, hoewel voetbal door de lage score ook een sport van toeval is?

Vandenbempt: “Statistieken zeggen niet alles, maar het kan helpen.”
Raes: “In andere sporten gebruiken ze die al langer. Het is goed dat voetbal ze nu ook heeft, maar ook hier dreigt overkill.”

Joos: “Mee eens dat ze kunnen helpen, maar als Carrasco nul verdedigende duels heeft aangegaan tegen Portugal, ligt dat dan aan hem of aan het feit dat die tegenspeler niet heeft aangevallen of geen ballen kreeg? Je moet de cijfers ook interpreteren, daarom vind ik Dennis Xhaët van PlaySports bij de NBA een topcommentator.”

Jullie hangen af van al of niet goed werkende techniek. Is dat een extra bekommernis, pakweg in Novgorod?

Raes: “Als het niet werkt, zeer zeker. Als je onder je tafel moet kruipen om draden te controleren en dat soort werk, ben je helemaal uit die wedstrijd.”

Joos: “Ik had het laatst ook. Ik moest een tijdje over de telefoon commentaar geven. Mijn zoon Jude luisterde een dag later en vond dat ik een rare stem had. Ik zei: ‘Ik wil het niet horen, doe dat weg.’ Ach, het zal daar wel werken.”

Vandenbempt: “Het is dan wel Rusland, maar niet het Rusland zoals we dat ooit hebben gekend. Er lopen geen kakkerlakken meer in de hotels, het water uit de kraan is helder, er is overal wifi en technisch zijn ze daar ook mee.”

Wie vond het oké dat Nainggolan thuisbleef?

Vandenbempt: “Ik kon de redenering van de bondscoach volgen. Zij niet.”

Joos: “Ach, die moet altijd mee en Christian Benteke ook. Ik hoor over jogo bonito, mooi technisch spel, maar we laten onze technisch beste spits wel thuis. Die selectie is niet af.”

Vandenbempt: “Ik ben het eens wat Benteke betreft. Je laat hem een helft spelen en op de persconferentie achteraf zeg je dat hij het fantastisch heeft gedaan en dan neem je hem niet mee. Dat vind ik wreed. Dat wil zeggen dat hij op voorhand had beslist.

“Over Nainggolan heeft Martínez twee jaar geleden al gezegd dat hij hem tactisch moeilijk kon inpassen. Hij is dus nog steeds dezelfde mening toegedaan. Ik ben het er niet mee eens dat de tactiek niet telt bij die beslissing en dat enkel het karakter van Nainggolan de reden zou zijn.”

Nainggolan is multi-inzetbaar en heeft hij de attitude van Kevin De Bruyne…

Vandenbempt: “… dan gaat hij mee, daar ben ik ook zeker van, maar het begint bij de tactiek.”

Joos: “Nainggolan voelt wantrouwen bij de bondsinstanties en omgekeerd, dat kon niet goed aflopen.”

Raes: “Martínez is ingedekt door de bond, nog voor hij naar Rome vloog, maar dan zegt hij dat het nog niet beslist was. Wees toch transparant. Ik vind de bondscoach een beetje wollig. Alles wat hij zegt, komt op hetzelfde neer.”

Vandenbempt: “Of hij rijdt zich vast in zijn communicatie. Of hij antwoordt niet.” Het spel. Hebben wij een ploeg om tikitaka te spelen, neen toch?

Raes: “Helemaal niet. Wij hebben boeiende momenten met mooie versnellingen van De Bruyne, maar te vaak spelen we vanuit stilstand.”

Joos: “Hazard-voetbal noem ik dat. Ik zie hem dolgraag spelen en hij heeft stappen gezet, maar het blijft een probleem om én Hazard én De Bruyne én Dries Mertens te verzoenen.”

Raes: “Al onze spelers spelen beter in hun ploeg dan bij de Rode Duivels.”

Hebben wij nu een betere bondscoach dan de vorige?

Raes: “Ik zie voorlopig niet al te veel verandering. Hoewel het zou kunnen dat hij beter traint dan Marc Wilmots.”

Vandenbempt: “De spelers zijn toch vol lof, al is niet alles altijd even positief. Een beetje meer begeestering en inspiratie van hem uit zou welkom zijn. De trainingen met beelden erbij om te tonen hoe het moet, zijn alvast beter.”

Joos: “Kan zijn, maar ik heb dat nog niet gezien op het veld. We hebben nog niet tegen echt sterke tegenstanders gespeeld, al is dat niet zijn fout. Tegen minder zwakke ploegen hebben we het ook nog steeds niet getoond.”

De loting dan maar? Eerste ronde, altijd gevaarlijk.

Joos: “Misschien, maar dit is wel de beste loting die je je kon wensen, toch? Het kan best dat na de eerste speeldag Romelu Lukaku al topschutter van het toernooi is.”

Raes: “Panama is zwak, daar moet je altijd van winnen. Dat ze zich gekwalificeerd hebben ten koste van de VS, speelt geen rol. Bovendien was het met een spookgoal. Die bal was nooit over de lijn.”

Vandenbempt: “De Panamezen zullen in hun eerste wedstrijd wel extra gemotiveerd zijn. Tunesië is al wat lastiger. Ze komen er snel uit, dus wordt het opletten.”

In de achtste finale gaat het normaal tegen Colombia of Polen.

Raes: “Dat zal alvast lastiger zijn dan tegen de VS in Brazilië en tegen Hongarije twee jaar geleden op het EK.”

Vandenbempt: “Dat waren opendeurdagen. Als je daar toen een relativerende opmerking over durfde te maken, was je een negativist. In de volgende ronde was het daarna wel twee keer einde verhaal.”

Raes: “Ons probleem is dat we zwakke tegenstanders hadden in de voorrondes. Daar leer je niks uit. En tegen een iets sterker land als Griekenland kwamen we er ook niet door.”

Vandenbempt: “Ik vond het raar om het bereiken van een halve finale voor dit WK als normaal te bestempelen. Ik zou dat al een hele prestatie vinden.”

Raes: “We hebben opvallend veel spelers die bij hun ploeg weinig hebben gespeeld.”

Joos: “Als we met de beste tien landen van het moment een toernooi spelen, worden wij zesde.”

Raes: “Het zal lastig worden om Mexico 86 te evenaren, laat staan beter te doen. Dat toernooi had ook kunnen uitdraaien op een nationale ramp, want in de poule liep het voor geen meter. Daarna bloeide dat team open, dus dat zou wel kunnen: dat we tegen Brazilië komen en een superdag hebben en het echt begint te swingen.”

Vandenbempt: “De ambitie moet zijn: laat eens wat zien. Speel niet zoals in Brazilië: je gaat eruit en twee dagen later heeft niemand het nog over België. En niet zoals in Frankrijk, waar je misschien de poulefase niet overleeft als die geldige goal van Ibrahimovic niet wordt afgekeurd.”

Waar ligt het aan dat wij niet doorzetten? Aan de bondscoach, aan onze volksaard of aan de spelers?

Vandenbempt: “Als het nu weer niet lukt, wordt het tijd dat de spelers bij zichzelf te rade gaan. Je kunt de bondscoach niet alle schuld blijven geven.”

Joos: “Wie van deze groep wordt later trainer? Wie is bezig met dat spel? Toen Fellaini naar Everton was getransfereerd, feliciteerde ik hem en zei dat hij wel voor een opdracht had gekozen met Everton dat zeventiende stond. Hij viel uit de lucht. Fellaini, kostprijs 18 miljoen euro, wist niet waar het team waar hij zou gaan voetballen stond in de rangschikking.”

Raes: “Fellaini wist niet eens dat Everton een ploeg uit Liverpool was.”

Vandenbempt: “Ik las vandaag dat België gemiddeld het hoogste aantal caps heeft van de acht landen die tot de favorieten en schaduwfavorieten behoren. Wij zijn van die acht dus de meest ervaren ploeg op het WK, met 45,8 selecties per speler. Frankrijk heeft maar 25 caps per speler.”

Raes: “Dit is voor een deel de ploeg die tien jaar geleden op de Olympische Spelen speelde. Ze worden ook al wat ouder en het wordt tijd dat ze eens een prestatie neerzetten.”

Vandenbempt: “We hadden het daarnet over de landen die er toch in slagen om als ploeg te spelen. Wat mij opvalt, is dat die teams daar altijd een heel intense voorbereiding voor over hadden, met veel trainingen en veel stages. Die van ons moeten om de haverklap naar huis.”

Raes: “De Italianen zaten tijdens het EK een hele maand in een goedkoop hotel in Montpellier.”

Wat is het verschil met pakweg wereldkampioen Duitsland?

Vandenbempt: “Talent. Die hebben met hun kinderen de Confederations Cup gewonnen, dat zegt wel iets.”

Raes: “Wij hebben acht goeie spelers en geen drieëntwintig. Bij ons is er geen concurrentie. Hazard heeft echt geen schrik. Die speelt altijd, want we hebben niemand anders van zijn niveau.”

Vandenbempt: “Maar net zoals voor Martínez geldt ook voor Löw (Joachim, bondscoach van Duitsland, red.) en Deschamps (Didier, Frans bondscoach, red.) dat ze misschien hun weloverwogen redenen hebben voor die selectie. Bondscoaches mogen een keuze maken en Löw heeft toch zijn sporen verdiend. Van de saaiste nationale ploeg een van de meest spannende maken, dat moet je doen.”

Tactisch: drie of vier man achterin?

Raes: “Zonder Vincent Kompany vooral niet met drie achterin.”

Joos: “Ik denk niet dat wij het hele toernooi hetzelfde systeem gaan spelen.”

Vandenbempt: “Tegen Spanje speelden we met vier achterin en liep het niet. Tegen Cyprus is hij dan met drie gaan spelen en liep het, maar wel tegen Cyprus.”

Raes: “Thuis tegen Bosnië is hij ook met vier begonnen, alleen raakte Jordan Lukaku geblesseerd en vielen ze terug op drie. Het is zo gebleven omdat Meunier tegen Gibraltar drie keer scoorde. Die is voor dat systeem geboren.”

Joos: “Maar zo’n Meunier op links heb je dan weer niet.”

Hoe zit het met onze wedstrijdmentaliteit ?

Vandenbempt: “Tja… het valt wel op als je de Duitsers ziet spelen dat er een verschil in beleving is. Maar ook bij Marokko, dat ik van de week bekeek. Daar heb ik Mbark Boussoufa zien rondcrossen en tackelen zoals ik maar weinig Belgen tekeer zie gaan. Die verbetenheid hebben wij niet.”

Raes: “Wij zijn vooral goed tegen zwakke ploegen.”

Joos: “Of als het traag gaat.”

Vandenbempt: “Hoeveel spelers zijn doodziek als ze verliezen met België?”

Raes: “De Bruyne en Courtois zeker. We zijn nog altijd geen ploeg. Er is niet iets dat de spelers aan elkaar laat kleven.”

Vandenbempt: “Onze jongens hebben blijkbaar ook niet het nationaal voetbalgevoel van grote voetballanden. Ik heb dat overigens zelf ook niet, dat zal wel Belgisch zijn, zeker?”

Wie wordt wereldkampioen?

Vandenbempt: “Brazilië maakt een ernstige kans volgens wat ik van hen heb gezien tegen Kroatië. Niet al te veel gecreëerd, maar je komt er zelf ook niet door, en dan heb je Neymar samen met nog enkele zeer goede spelers.”

Raes: “Dat is een heel andere ploeg dan toen ze met 1-7 verloren van Duitsland.” Vandenbempt: “Frankrijk zal ook dicht eindigen.”

Joos: “Frankrijk heb ik gezien tegen Italië – sterk, met zo’n halve onbekende Benjamin Pavard van Stuttgart erin. In Messi en Argentinië geloof ik niet. Messi zal nooit het spel van Jorge Sampaoli willen spelen omdat hij dan moet terugverdedigen. Dat wordt interessant hoe die samen functioneren.”

We kijken niet uit naar IJsland?

Joos: “Natuurlijk wel. IJsland-Argentinië, die twee stijlen, en dan zien hoe die Argentijnen gaan reageren op die verre inworpen en of Otamendi geen elleboogstoot uitdeelt op zo’n rare bal en rood krijgt.”

Raes: “Dat is mijn wedstrijd om commentaar te geven. Lijkt mij wel een interessant treffen. Costa Rica-Schotland in 1990 op het WK in Italië, in Genua, is de beste wedstrijd die ik ooit heb gezien. En het werd maar 1-0.”

Joos: “Naar België-Panama kijk ik niet uit omdat het daar misschien 6-0 wordt.”

Vandenbempt: “Het land feestend en in rep en roer en dan steken wij het waarschuwend vingertje op ‘ja maar, het was maar Panama’. En dan zijn wij de pretbedervers.”

Hoe overleven jullie zo’n toernooi fysiek?

Raes: “Discipline en veel matchen bekijken, niet alleen die waar jij commentaar bij geeft. Gelukkig is er Stievie om onderweg te kijken.”

Joos: “Slapen, zoveel mogelijk. En voetbal kijken ook zoveel mogelijk. Het vervelende is telkens je weg zoeken in een stadion dat je niet kent. Waar haal je je ticket? Waar moet je gaan zitten?”

Vandenbempt: “Die eerste drie weken zijn loodzwaar: lezen, werken, voorbereiden, commentaar geven en reizen van hotel naar hotel, van stad naar stad, van hotspot naar hotspot, elke dag wedstrijden.”

Joos: “Ik probeer geen vuiligheid te eten. Het gebrek aan regelmaat is niet erg.”

Vandenbempt: “Brazilië vond ik makkelijker. Om acht uur was het afgelopen en kon je nog iets eten en gaan slapen. Die laatste week van een WK kun je weer een beetje recupereren, want dan is het niet elke dag voetbal.”

 

De VRT-trojka-mail

Column Bolletjesblues in De Morgen van zaterdag 9 juni 2018

Bolletjesblues

Ongenadig hard sloeg hij van de week toe, mijn jaarlijks weerkerende lente/ zomerdip. Een toevallige blik door het raam van mijn bureau op de zonovergoten tuin, in de verte ontwaarde ik de blauwe vogelnetten. Het besef dat onder die netten frambozen, aalbessen en kiwibesjes heel hard hun best aan het doen zijn om mij te plezieren, hakte er ongenadig hard in.

Als ik het een beetje juist inschat, zullen ze allemaal plukrijp zijn als ik ergens in een bos rond Moskou zit te luisteren naar een Rode Duivel die niks zegt, met rechts van mij slechte koffie en links een collega met een stinkende ochtendadem.

Maar allee, woensdag zijn we ermee weg, met het vliegtuig van de Rode Duivels als ik het allemaal goed heb gelezen en begrepen. Zolang het maar een vliegtuig is en geen bus is het al lang goed. Ik doe niet moeilijk, enfin, toch niet altijd.

Een les bij plotse blues: zoek dingen waar je blij van wordt. Bijvoorbeeld de conversatie tussen Bram Tankink en zijn huishoudhulp. Die hebben ze tijdelijk, nu de vrouw van Tankink van hun vierde is bevallen en Bram zelf voor zijn laatste jaar geen zin heeft in half werk en dus wil gaan trainen. Hij was een beetje verkouden en dat had de huishoudhulp gemerkt. Ze verwonderde zich over zijn onaangepast gedrag. “Verkouden en dan toch met de fiets naar het werk?”, had ze gezegd toen hij van een training was thuisgekomen. En daar hoofdschuddend aan toegevoegd: “Hoe ver is dat werk dan?” Waarop Bram had geantwoord: “Honderddertig kilometer.” De huishoudhulp had het even niet meer. Tankink: een modale wielrenner, een superieur mens.

Die zal ik ook missen, de wielrenners. En de tennissers. En de basketballers van de NBA, maar die zullen klaar zijn tegen dat wij vertrekken. Misschien was het afgelopen nacht zelfs al de laatste wedstrijd. Dat zou mij goed uitkomen, dat LeBron James en de Cleveland Cavaliers met 4-0 op hun donder krijgen van de Golden State Warriors, maar het zal maandagnacht wel 4-1 worden. Ook best, dan zijn we van dat gezeik van jonge collega’s af.

Het is niet omdat Jordan niet in NBA 2K18 zit, dat hij niet tot het collectief geheugen moet behoren. NIE-MAND die ooit met een oranje bal heeft gespeeld, nu speelt, of zal spelen, is beter dan Michael Jordan. Tot de regularisatie van de bionische mens is hij de beste, de grootste en ook nog eens de mooiste. Als LeBron alsnog in zijn eentje vier wedstrijden op rij wint, zijn bril opzet en naar boven kijkt, zal hij misschien de enkels van Jordan kunnen zien. Game seven, als die er ooit komt, zal in Rusland worden geconsumeerd. Niet goed voor de Rode Duivels, want die kijken ook allemaal.

James beter dan Jordan, hoe verzinnen ze het. Een van de wetmatigheden van de sportpers is op zoek gaan naar de overtreffende trap, en overtreft die trap niet helemaal het dan toch zo voorstellen alsof het wel had kunnen zijn. Ik word moe van die onzin.

Neem nu van de week met die ploegentijdrit in het Critérium du Dauphiné. Die is gereden op 6 juni, wat toch inmiddels al twee maanden na 1 april ligt. Ik citeer uit werk van anderen: “Campenaerts en co. rijden geweldige ploegentijdrit dankzij witte bolletjes: het geheim achter de uitslag van Lotto-Soudal.”

Wat was er gebeurd? Ze hadden van hun massageoliesponsor Naqi een speed gel gekregen met daarin bolletjes en die hadden ze op hun blote benen gewreven. Ze probeerden daarmee het golfbaleffect na te bootsen. In golf hebben ze allang uitgevlooid dat beschadigde golfballen verder en in een rechtere baan vliegen, waarna ze golfballen met putjes begonnen te maken. Wielerbenen hebben al veel putjes en met wat bolletjes erop kon het niet anders dan extra hard gaan. En zie, ze werden derde.

Alle begrip dat wielerploegen er alles aan doen om hun sponsor te plezieren en promopraatjes verkopen – de Rode Duivels hebben zelfs Herbalife als sponsor, godbetert – maar daarom moeten de media dat soort onzin nog niet kritiekloos overnemen. Alsof lukraak aangebrachte korreltjes op 10 procent van het frontaal weerstandsoppervlak een verschil zouden uitmaken. Als sportmedia niet altijd serieus worden genomen, hebben ze dat af en toe aan zichzelf te danken.

 

 

Bolletjesblues-mail

Column ‘als Imke Wimke was geweest ….’ in De Morgen van zaterdag 2 juni 2018

Fort Sport (m.)

Goh, dit wordt een lastige. Hij gaat over vrouwen en voetbal. Niet over vrouwenvoetbal, maar over vrouwen en mannenvoetbal. Dat was deze week een issue. Het begon met een foto van de technische staf van de Rode Duivels en ergens verscheen een opmerking in de trant van ‘En waar zijn de vrouwen?’ Dat werd opgepikt door de radio.

“Een voedingsdeskundige kan toch ook een vrouw zijn?”, was een van de vragen. Jaaa, had goed gekund. Ik ken een vrouw die alle diploma’s heeft en die bij een aantal eersteklassers en bij wielrennen gewaardeerd advies geeft. Maar toevallig is het bij de Rode Duivels een man, en het is ook een goede. Andere optie: de logistiek. Er zijn shirtjesopplooiers mee. Mannen, maar dat hadden ook vrouwen kunnen zijn. Stel je voor: veertig stuks in de omkadering, van wie drie vrouwen om de was, de plas en de plooi te doen. Het kot zou te klein zijn geweest.

Vervolgens verscheen een foto van de VRT-equipe die het WK zal coveren. In een krant werd die foto becommentarieerd met ‘Zoek de vrouw in de ploeg voor het WK voetbal’. Waarop een clevere van de VRT die krant uitvlooide en schreef: “Net even gezocht in de krant van vandaag naar sportartikels door vrouwen geschreven. Oeps, niks gevonden.”

Die krant had een open doelkans weggegeven, want van alle media heeft de VRT de meeste vrouwen op zijn sportredactie. Waarvoor hulde. Bovendien kon de VRT net die week uitpakken met een tweede vrouwelijke analist bij het voetbal, Heleen Jaques. Zij speelt bij Anderlecht en was op het EK van 2017 een vaste waarde in de verdediging bij de Red Flames.

Vrouwen in de sportjournalistiek zijn geen evidentie, vrouwen in de voetbalanalyses nog veel minder. Eerst die sportjournalistiek. Sport is de enige sector die voor eeuwig en altijd zal worden gedomineerd door mannen. Omdat mannen alles in de sport beter kunnen dan vrouwen zijn mannen de maat der dingen, de norm. Neem ons alles af, maar blijf van het Fort Sport (m.) af. (grapje)

Dat belet niet dat vrouwen even eloquent kunnen spreken of schrijven als mannen en dus ook over sport als journalist kunnen berichten. Op het WK zal ik straks niet te veel vrouwen tegen het lijf lopen, maar in de perszaal van de Olympische Spelen zijn er sinds Sydney 2000 veel vrouwen onder de internationale kanjers.

Vrouwelijke analisten over een door mannen gespeelde en gedomineerde sport is dan weer een ander paar mouwen. Analist word je niet omdat de presentator je zo ineens aanspreekt, de betiteling komt met bewezen kwalificaties. Analisten hebben bij ons een opleiding en ervaring als trainer en/of een verleden als voetballer op het hoogste niveau. De beste analisten zijn niet altijd de beste spelers of meest succesvolle trainers geweest, maar minimaal waren ze actief in de hoogste klasse.

Vanuit die vaststelling vertrekt de kritiek op Imke Courtois. Niet dat ze onzin verkoopt op televisie, want daarvoor wordt ze te goed gecoacht en beschermd door haar vaste aangever Karl Vannieuwkerke en beaamt ze meestal wat de anderen aan tafel vinden. Begrijpelijk, want meer durf in haar analyses zou haar duur te staan komen, zo weet ze zelf.

Waar knelt dan het voetbalschoentje? Imke Courtois zit daar niet als journalist (wat ze niet is), niet als trainer met een Pro License- diploma (dat ze niet heeft), niet als kinesist (wat ze wel is en doctoreert), ook niet als de vrouwelijke vrolijke tegenhanger van Rick de Leeuw, maar als analist van een sport – mannenvoetbal – die ze kent van op tv.

Daar knelt het voetbalschoentje een beetje: vrouwenvoetbal en mannenvoetbal zijn twee totaal verschillende sporten. Ik ben tegen vergelijkingen van mannen- en vrouwensport, maar in dezen kan het niet anders: de nationale vrouwenploeg is tweede provinciale bij de mannen waard, zonder enige kans op promotie. Ik schreef het al – dit is een lastige – maar als Imke Wimmeke was geweest en effectief in tweede provinciale had gevoetbald, zou hij in geen honderd jaar in een panel van deskundigen hebben gezeten om over voetbal te praten. Is het dat wat ze bedoelen met positieve discriminatie? Maar goed, we gaan er op vooruit. Imke Courtois was reserve bij die tweedeprovincialer, met Heleen Jaques wordt een tweede analiste binnengehaald die vast in de basis van de Red Flames staat.

Fort Sport (m.)-mail

Column Froome na Giro in De Morgen van maandag 28 mei 2018

Froome is niet bovenmenselijk

Chris Froome heeft de Giro gewonnen en wordt zowat uitgespuwd. Omdat Chris Froome nu al een aantal grote rondes op rij met zijn Sky-brigade de wedstrijd controleert zoals Lance Armstrong dat deed (behalve dan deze Giro)? Omdat Chris Froome op zijn fiets zit zoals mijn postbode met het BMI van …

Chris Froome heeft de Giro gewonnen en wordt zowat uitgespuwd.

Omdat Chris Froome nu al een aantal grote rondes op rij met zijn Sky-brigade de wedstrijd controleert zoals Lance Armstrong dat deed (behalve dan deze Giro)?

Omdat Chris Froome op zijn fiets zit zoals mijn postbode met het BMI van een Somaliër die vier maanden onderweg was zonder een deftig maal?

Omdat Chris Froome die arme Tom Dumoulin zijn tweede Giro-zege op rij afpakt?

Omdat Chris Froome, nadat hij eerst menselijk was verklaard, ineens weer bovenmenselijk presteerde door op tachtig kilometer van de aankomst een solootje op te zetten?

Of omdat Chris Froome bij Sky rijdt en Sky in opspraak is gekomen?

Of misschien omdat Chris Froome in de Ronde van Spanje een urinestaal afleverde waarin een overdreven grote hoeveelheid salbutamol werd gevonden?

Wellicht ook omdat Chris Froome een wielrenner is en deze sport obsessief destructief de eigen kleine miserie uitvergroot tot planetaire bedreigingen.

De eerste drie ‘omdats’ zijn het niet waard om op in te gaan. Oké, het is een lelijke wielrenner en de dominantie van één team is nooit leuk en jawel, de overwinning van zo’n Tom Dumoulin vorig jaar was een gigantische opluchting.

En dan nu waar het echt om gaat.

Was het bovenmenselijk om op tachtig kilometer weg te rijden en te blijven? Ik heb nog geen data zien verschijnen om ons erop te wijzen dat Froome te lang aan te hoge wattages zou hebben gereden. Inmiddels is al uitgebreid aangetoond dat op deze methode behoorlijk wat ruis zit, maar er is een publiek voor.

Volgens ex-Tour-arts en dopingspecialist Jean-Pierre de Mondenard kon Froome die solo vooral bolwerken omdat de rest van het veld in de derde week nog slechts een verzameling halve zolen was. Naast Froome, negen podia in grote rondes waaronder vijf overwinningen, heeft maar één andere deelnemer van deze Giro een grote ronde gewonnen, Tom Dumoulin. Hij was dan ook de op één na beste.

Eén andere, Thibaut Pinot, had ooit een keer op een Tour-podium gestaan, in 2014 toen Froome en Contador na valpartijen de strijd moesten staken. Het was dus een strijd van één man tegen jongens en de mannen zijn altijd op hun best als het wat langer duurt. Chris Froome (33) had gezegd dat hij er in de derde week wilde staan en dat is hem ook gelukt.

Her en der wordt het nu voorgesteld alsof Chris Froome ineens in 2013 vanuit het niets een grote ronde won. Dat is de geschiedenis behoorlijk geweld aandoen. De man was al tweede beste tijdrijder van zijn land na Wiggins in 2010, was in 2011 in de Vuelta en
in 2012 in de Tour beter dan zijn kopman Bradley Wiggins en werd door de wetenschappers van Sky al snel hoger ingeschat dan Wiggins. Zijn geschiedenis van malheuren en ziektes wordt daarbij ook gemakshalve vergeten. Hij was 28 toen hij zijn eerste grote ronde won. Daar is niets abnormaals aan.

Maar hij rijdt bij Sky, een verdacht team. Welnu, wat de zaak-Wiggins betreft: Dat. Is. Geen. Zaak. En dus ook geen doping. Als je ziet wat Wiggins allemaal moest nemen om zijn hooikoorts en ademhalingsproblemen te controleren – verschillende sprays en pillen en wat al niet meer – dan is het volstrekt logisch dat één goede spuit werd verkozen. We spreken over 2012, welteverstaan. Vandaag zou zo’n therapeutische uitzondering al lastiger zijn om te krijgen.

Ik moet ook de eerste wielerarts tegenkomen die mij bevestigt dat Wiggins drie weken lang de Tour heeft gedomineerd op die 40mg triamcinolone. Ik zou meteen ook graag van die wielerarts willen horen of hij deze Giro-overwinning van Froome toeschrijft aan het langdurig gebruik van salbutamol voor zijn inspanningsastma. En hij mag mij desgevallend ook de wondermiddelen aanwijzen die je in de derde week bovenmenselijke krachten geven.

Ik ken het antwoord: die zijn er niet. Niet de artsen en niet de wondermiddelen. Tenzij Froome een Landisje heeft gedaan en met bloedtransfusies heeft gewerkt. In dat geval zullen we het snel genoeg te weten komen. Overigens is door ernstige artsen en fysiologen ook altijd beweerd dat de fenomenale prestatie van Floyd Landis in 2006 (weggereden naar La Toussuire en uit de doden opgestaan een dag later richting Morzine) niet kan worden verklaard door een bloedzakje, maar dat het wel degelijk om een fenomenale prestatie ging.

Wat die salbutamolzaak van Froome betreft, nog dit. Geen enkele studie vindt een effect op de respiratoire prestaties van gezonde mensen als die puffen. Bij supra-therapeutische doses zou er licht anabool effect optreden, maar dan vooral bij krachtsporters. Of dat dan het grote geheim is van Chris Froome, is zeer de vraag.

Sowieso is zijn salbutamolprobleem geen positieve plas die tot een onmiddellijke schorsing kan leiden. En je krijgt er ook geen vier jaar voor, zelfs geen twee jaar. Er is een goede reden waarom het Wereld Antidopingagentschap daartoe heeft beslist, lang voor Froome. De salbutamoltesting gaat uit van grenswaardes en die kunnen nogal verschillen van geval tot geval. Daarom wordt nader onderzoek gevraagd en niet omwille van klassejustitie, zoals weleens wordt uitgelegd.

In dat verband is het interessant te weten dat sinds de zaak-Froome het WADA zijn analyserichtlijnen heeft veranderd. Sinds begin 2018 moeten de labo’s ook ineens de densiteit van de urine rapporteren. Je kan er gif op innemen dat dat een element zal zijn in de verdediging van Froome.

Ongelooflijk/ongeloofwaardig (schrappen wat niet past) was een kop in een krant. Typisch wielrennen. Ik weet het niet, maar het zou mij niet verwonderen als Froome straks vrijuit gaat en in één moeite de Tour wint. Wellicht vindt men dat dan ook ongelooflijk ongeloofwaardig. Het zij zo. Nuance is aan deze sport en haar volgers niet besteed.

 

 

Froome

Column over de 20Km van Brussel in De Morgen van zaterdag 26 mei 2018

Hitte zit tussen de oren

Hoelang een mens zonder drinken kan? Zeven dagen in ideale omstandigheden, rustend, maar dan wel indoor, heeft het Amerikaans leger ooit uitgevlooid. In de woestijn onder de blote hemel heb je zonder zon gemiddeld 23 uur respijt, overdag in de zon 16 uur. Dat alles op voorwaarde dat je niet probeert tegelijk je pr te verbeteren op de halve marathon.

Alle begrip dat niet elke journalist over alle onderwerpen het fijne weet, maar zoals die mevrouw van de 20 kilometer door Brussel deze week werd ondervraagd op Radio 1, dat getuigde van heel weinig kennis en heel veel demagogie. Ja, het zal warm worden dit weekend. En ja, er wordt zondag 20 kilometer gelopen door de straten van Brussel en neen, supergezond is dat niet, maar je moet het ook niet voorstellen alsof die organisatoren hoogstpersoonlijk 40.000 medeburgers door de woestijn sturen met als eindpunt Raqqa, in de goeie ouwe IS-tijd welteverstaan.

De demagogie school in de vraag waarom ze die wedstrijd niet naar 6 uur ’s ochtends zouden vervroegen. Dat was een suggestie van cardioloog Pedro Brugada. Die heeft natuurlijk gelijk dat lopen in de hitte gevaren kan opleveren. Er heeft weleens iemand last gekregen van hartritmestoornissen, maar je moet al heel wat fout doen om in een inspanning van maximaal 2,5 uur (wie langer nodig heeft, gaat beter wandelen) zo uitgedroogd te geraken dat je hartritmestoornissen krijgt. Hij had ook gelijk dat de lopers zich maximaal moesten beschermen tegen de hitte, bijvoorbeeld door een pet op te zetten.

Daarover had het moeten gaan op de radio: hoe bescherm je je? Wrijf je in met zonnecrème, maar met welke factor en wat is het beste merk voor transpirerende sporters? Welk shirt draag je? En van levensbelang: niet hoeveel, maar wat en hoe drink je? Als iets moet worden afgeraden, dan wel te véél water drinken bij inspanningen.

Hyponatriëmie heet dat fenomeen en in tegenstelling tot dehydratatie, is dat echt levensbedreigend: in de Amerikaanse marathons zijn meer mensen gestorven van te veel te drinken, dan van te weinig. Te veel drinken zorgt voor een te lage concentratie elektrolyten, waaronder natrium, waardoor (even kort door de bocht) de spieren niet juist meer samentrekken. En laat nu zo’n heel belangrijke spier de hartspier zijn en de cirkel is rond, je krijgt… hartritmestoornissen. Misschien.

Recent wetenschappelijk onderzoek heeft overigens uitgewezen dat 2 procent gewichtsverlies geen verminderde prestaties als gevolg heeft, dus een beetje te veel vocht verliezen op een inspanning van goed twee uur kan geen kwaad.

Een ander verhaal is natuurlijk de hitteslag, maar ook daar valt goed nieuws te melden. De vergelijking met de 10 Miles in Antwerpen, waar wel driehonderd mensen verzorging nodig hadden, slaat nergens op. Starten om 14.30 uur bij heet weer is waanzin, dus dat zouden ze daar beter veranderen als dat hete weer ineens op het dak komt vallen.

De 20 kilometer start om 10 uur. Eind mei is het dan nog redelijk koel en de zon staat nog niet op zijn hoogst, dus schaduw genoeg, ook onderweg op dat parcours, en het lichaam zal geleidelijk kunnen wennen aan de temperatuur. Wat niet zal beletten dat in die laatste oplopende kilometers richting Jubelpark wel wat zwijmelaars de weg kwijt raken, dat er veel blaren zijn door al het water op
de weg en de douches waar ze onderdoor zullen lopen. En jawel, dat er een hartdode, of meer dan één, te betreuren zal zijn, zoals wel vaker. Dat is dan meestal iemand die vroeg of laat door dezelfde panne de geest had gegeven, maar is er iets mooier dan sterven tijdens het sporten?

Voorts kan ik nog melden dat eveneens omstandig onderzoek heeft uitgewezen dat als je een groep laat testen bij 30 graden en vervolgens de temperatuur gelijk houdt, maar meldt dat het nu maar 25 graden is, de prestaties verbeteren. Hitte, wat je ervan voelt en hoe je ermee omgaat, zit ook tussen de oren.

En als u dat niet gelooft: vooraf 1 gram paracetamol en geregeld kleine slokjes isotone sportdrank heeft bij mij altijd wonderen gedaan, maar niet doorvertellen.

Disclaimer bij het lezen van dat soort rampverhalen: het blijft veel gezonder om aan sport te doen, ook als het een beetje warm is, dan niet aan sport te doen.

HANS VANDEWEGHE

20km van brussel-mail

 

Column over Coucke en RSCA in De Morgen van 24 mei 2018

De republiek Coucke

Wat er anders is aan het Royal Sporting Club Anderlecht onder Marc Coucke? Stel de vraag anders: wat verandert niét aan het Royal Sporting Club Anderlecht onder Marc Coucke? De plek waar gespeeld wordt, het stadion, maar dat zal dra een andere naam krijgen. Aan het spel verandert ook weinig. Het zal met elf tegen elf zijn en om de 45 minuten zullen ze van kant wisselen en wie de meest goals maakt, wint.

Afgezien van die details is Anderlecht onder Coucke een totaal andere club, met een compleet nieuwe structuur, met andere stuurlui aan het roer, en vooral met een andere commerciële en sportieve aanpak. Coucke doet zijn reputatie van gamechanger alle eer aan. Hij heeft het spel al altijd anders en sneller dan de anderen gespeeld, maar dit is meer dan een verandering, dit is de Brabantse omwenteling revisited en deze keer zal ze lukken. Het keizerrijk Vanden Stock wordt de republiek Coucke. Alleen al de stijl waarin werd gecommuniceerd. Coucke in het Nederlands met Gentse tongval, maar ook bepaald sterk in het Frans, ongeschoren voor zijn State of the Union, ze zouden hem voor de grap in een split screen moeten tonen met zijn voorganger monsieur Roger. Dit is de snelste tektonische verschuiving ooit.

De voorzietaire is nu gewoon Marc voor de vrienden en voor alle anderen. Samen met de ook al Nederlandstalige Jo Van Biesbroeck, de financieel directeur die de verkoop in goede banen leidde, gaf hij tekst en uitleg bij de plannen. Bottomline: ze gaan besparen en toch investeren en het zal ze nog lukken ook want bij Anderlecht zat meer vet op de soep dan er soep onder het vet zat.

Coucke blijft een meester-verleider met wie je altijd en overal een slag om de hand moet houden, maar zijn belofte van transparantie, van meer beleving, van meer return voor de partners en voor de fans, klonk alvast niet hol. De plannen zijn niet min en om een aantal van de directe verwezenlijkingen kan ook worden gelachen, Couckiaans als ze zijn: zo zal GaultMillau punten geven aan de verschillende restaurants en traiteurs in het stadion. Elke wedstrijd. Voor de Saint-Guidon, ooit een sterrenboîte, werd Christophe Hardiquest van Bon Bon aangetrokken. Couckes huiskok Wout Bru, die hij uit het moeras trok, zal ook langskomen als hij hem kan missen in Durbuy.

En het voetbal? Er worden ongeveer tien spelers aangetrokken. Dat een club meer is dan de optelsom van de veertig wedstrijdresultaten bewijst een andere voormalige marktleider. Meer zelfs, sportieve resultaten moeten los worden gezien van de commerciële. Man United wint al vijf jaar geen titel meer in Engeland, speelt onder Mourinho abominabel voetbal maar blijft de club met de grootste omzet (en mooie winstcijfers) omdat de business klopt. Het commerciële verhaal van Anderlecht was dus de hoofdbrok op de State of the Union van Marc Coucke.

Zoals een éminence très grise van het huis gisteren uit de doeken deed, zijn er vijf periodes te onderscheiden in de uitbouw van dit kroonjuweel van het Belgisch voetbal.

Het begon met de periode Theo Verbeeck, gevolgd na de oorlog door de periode Roossens-Steppé, met daarna de dominantie in België en de Europese doorbraak met de tandem Constant Vanden Stock-Michel Verschueren.

Anderlecht 4.0 was het Anderlecht van Roger Vanden Stock en Herman Van Holsbeeck. Ondanks de tien titels was dit de periode waarin ze niet alleen hun marktleiderschap in het Belgisch voetbal kwijt speelden, maar zelfs het voorbestaan van het instituut Anderlecht regelrecht gevaar liep.

Met de twee-eenheid Coucke-Devroe treedt de vijfde dynastie aan. Er werden al enkele spelers aangetrokken, onder wie Kenny Saief. Bij KAA Gent zijn ze door het dolle heen. Voor een speler die de Gentse trainer niet kon gebruiken, zal Anderlecht enkele miljoenen neertellen. Zoals vanouds is het Anderlecht dat de Belgische transfermarkt weer in gang heeft gezet.

Gedaan met 20 miljoen euro uitgeven aan makelaars en hun acolieten. Coucke-Devroe hebben genoeg business gedaan met Anderlecht om niet te weten waar een deel van dat geld bleef plakken. Het brutale ontslag van de ooit zo bejubelde maar steeds vaker verguisde manager Herman Van Holsbeeck is daar een rechtstreeks gevolg van. Ook op dat vlak is de breuk met het verleden compleet.

De republiek Coucke

Sport in het jaar 1968 in De Morgen van 23 mei 2018

Het jaar van de vuist

Met twee zwarte vuisten van olympische medaillewinnaars in de ijle Mexicaanse lucht kwam in 1968 een eind aan een opmerkelijk sportjaar. Dat jaar gaven atleten even hun idealen voorrang op hun portemonnee.

Het sportjaar 1968 begon in 1967. In de herfst van dat jaar werd het Olympic Project for Human Rights (OPHR) opgericht door zwarte studenten-sporters die zich hadden verenigd rond de militante zwarte socioloog en zelf ex-sporter Harry Edwards. Het doel van OPHR was de boycot van de olympische ploeg voor Mexico tenzij aan een aantal voorwaarden werd voldaan. De zwarte bokser Muhammed Ali (hij was als dienstweigeraar voor de Vietnam-troepen zijn wereldtitel kwijt geraakt en kreeg vijf jaar gevangenis) moest eerherstel krijgen.

Verder wilde OPHR dat de blanke voorzitter Avery Brundage van het Internationaal Olympisch Comité zou opstappen. Ze wilden ook meer zwarte assistent-coaches (let op het prefix assistent, voor zwarte coaches was het toen nog te vroeg). Ten slotte wilden ze Zuid- Afrika en Rhodesië (het latere Zimbabwe) geweerd zien van de Spelen. Alleen die laatste eis werd ingewilligd, mede onder druk van de VN. Toen er niks bewoog rond Ali, kozen de Amerikaanse topatleten eieren voor hun geld en sloten aan bij de olympische ploeg. Een onder hen, de bekende basketbalspeler Lew Alcindor, die vanaf 1971 als Kareem Abdul-Jabbar en islamiet door het leven zou gaan, verkoos niet naar Mexico af te reizen.

Burgeroorlog

1968 was een scharnierjaar in de sport, maar er was een politiek en maatschappelijk kader. In Europa werd 1968 gekenmerkt
door de studentenopstanden van mei en massale stakingen. In de VS meer nog door raciale onrust en beginnend protest tegen de Amerikaanse politiek in Vietnam. Amerikaanse historici labelen 1968 als hét jaar waarin de Verenigde Staten in eigen land met een nieuwe burgeroorlog flirtten, honderd jaar na die eerste, maar ook internationaal rommelde het behoorlijk. Het begon in januari met – toen al – een conflict met Noord-Korea dat de USS Pueblo in de zee tussen Japan en Korea onderschepte en de bemanning elf maanden gevangen hield.

Zeven dagen later lanceerde Noord-Vietnam het Tet-offensief tegen de VS-troepen en Zuid-Vietnam, het begin van de Amerikaanse ellende in Azië. Vooral zwarte sporters hadden in navolging van de opgepakte Muhammed Ali hun onvrede geuit over die oorlog en het groot aantal doden onder de brothers. Toen op 4 april dominee Martin Luther King werd vermoord, was het hek van de dam. De zwarte sporter werd steeds militanter. Nog eens een maand later werd presidentskandidaat Robert Kennedy, de man die had geprobeerd zwart en blank Amerika in de rouw te verenigen, zelf neergeschoten.

Het goede nieuws in datzelfde jaar ging verloren. Zoals de eerste interraciale kus op de Amerikaanse televisie toen captain Kirk de zwarte luitenant Uhura aan boord van de Enterprise zoende. Kirk sprak: “Waar ik vandaan kom, zijn grootte, vorm of kleur van geen belang.” Lulkoek, zeker in de sport.

Bozer, kwader, lelijker

Het was een en al kleur toen op 16 oktober tijdens de medailleceremonie van de 200 meter de zwarte Amerikaanse atleten Tommie Smith (goud) en John Carlos (brons) hun Black Power-groet brachten. Tegen alle afspraken in overigens, want de Amerikaanse atleten hadden moeten beloven niet aan politiek te doen. Terwijl veel andere zwarte atleten hun triomfen beleefden zonder te demonstreren, wilden Smith en Carlos een voorbeeld stellen.

Op die Spelen, in de ijle lucht en op de eerste synthetische baan, werden in de atletiek grenzen verlegd als nooit tevoren. Jim Hines (100 meter in 9.95), Lee Evans (400 meter in 43.86) en Bob Beamon (8m90 in verspringen) zetten records neer die respectievelijk vijftien, twintig en drieëntwintig jaar zouden standhouden.

Maar het was een podiumceremonie, die van de 200 meter gewonnen door Tommie Smith in 19.83, ook een wereldrecord, die de wereld met verstomming zou slaan. Olympisch kampioen Smith en Carlos, die derde werd, hadden hun plan om te demonstreren tijdens de podiumceremonie helemaal in gedachten, maar Carlos had zijn zwarte handschoenen, symbool van de Black Power, vergeten. De blanke zilveren medaillewinnaar Peter Norman stelde voor dat ze elk één handschoen moesten aantrekken. De Australiër zei “I will stand with you” en droeg uit solidariteit ook de witte button van het Olympic Project for Human Rights.

Verder droegen de twee Amerikanen zwarte sokken (symbool van de zwarte armoede), lieten hun trainingsjek open (symbool van de working class), met een zwarte sjaal (black pride) en lieten hun hoofd hangen met rond hun nek een soort strop in kralen. Dat laatste was een verwijzing naar de lynchpartijen die toen in het zuiden van de VS bon ton waren.

In de VS werd met afschuw gereageerd op zoveel ‘ondankbaarheid’ en de twee werden nog de avond zelf gesommeerd hun medailles af te geven en het dorp te verlaten. Time Magazine schreef dat het olympisch motto ‘sneller, hoger, sterker’ was herschreven in ‘bozer, kwader, lelijker’. Ook in Europa, dat het wel had gehad na een jaar van oproer en demonstraties, werd de act als goedkope politieke recuperatie weggezet.

Smith en Carlos werden pas veel later helden. Peter Norman nooit. Hij werd uit revanche in 1972 niet naar München gestuurd hoewel hij zich als vijfde van de wereldranglijst had gekwalificeerd. Na die 16de oktober 1968 bleven de drie vrienden voor het leven en toen Norman in 2006 stierf, vlogen Tommie Smith en John Carlos naar Melbourne om zijn kist te dragen.

In 2000 op de Olympische Spelen in Sydney was Peter Norman eregast, niet van de Australiërs, maar van de Amerikanen. Pas in 2012 zou het Australisch parlement Norman prijzen voor zijn daad van toen en een jaar later maakte ook de website van het

Copyright © 2018 Belga. Alle rechten voorbehouden

Internationaal Olympisch Comité voor het eerst gewag van de moed die de drie atleten die dag hadden getoond. 20.06, de tijd waarmee Norman in Mexico zilver haalde, is vijftig jaar na datum nog steeds het Australisch record.

Bezette voetbalbond

Aan de andere kant van de oceaan volgde de Europeaan het trieste lot van Muhammed Ali nog wel op de voet, maar wat er verder in de VS in 1968 gebeurde onder de studenten-sporters drong niet helemaal door.

“De Europese studenten van 1968 hadden niks met sport en nog minder met Amerika”, getuigde de Duits-Franse studentenleider Daniel Cohn-Bendit onlangs aan L’Equipe Magazine. “Competitiesport werd in onze kringen beschouwd als identiek aan religie, een soort opium voor het volk. Competitie was niet te verenigen met het egalitarisme dat wij voorstonden. Ik had daar minder last van: ik wilde weten hoe mijn team Eintracht Frankfurt had gespeeld.”

Toch profiteerde een stroming binnen het Franse voetbal van de studentenopstand om ook hun eigen agenda door te drukken. Dagenlang bezette een delegatie voetballers in de woelige meimaand samen met de redactie van Le Miroir du Football de zetel van de Franse voetbalbond aan de Avenue d’Iéna. Ze wilden een beter salaris, maar vooral wilden ze af van de levenslange contracten die hen als een soort moderne slaven aan één club bonden. Een jaar later moest een einddatum op het contract staan.

Vreemd genoeg hadden ze nog een andere eis: het Franse voetbal moest avontuurlijker, minder verdedigend. Georges Boulogne, de technisch directeur, moest maar eens worden ontslagen want hij stond voor un foot beton, ultra-verdedigend. Het waren nota bene de journalisten van Le Miroir du Football, een blad ontstaan in een communistische uitgeverij, die deze kar trokken. Het werd geen revolutie, wel een evolutie met een kiem gezaaid in 1968 maar uitmondend in 1976 in de aanstelling van de offensieve Michel Hidalgo als bondscoach. Mede met dank aan mei 1968 sloeg Frankrijk definitief de weg in van het aantrekkelijk voetbal en de op techniek gebaseerde vorming van jonge talenten zoals we dat vandaag kennen.

Een andere erfenis van 1968 is ‘Bella Ciao’, het voormalige partisanenlied dat door de Netflix-serie La Casa de Papel aan een derde leven toe is. Die protestsong van de linkse studenten is na 1968 het strijdlied geworden van enkele Zuid-Europese ultrasides.

Roland-Garros, le bordel

Inmiddels voltrok zich niet ver van de Franse voetbalbond wel een andere revolutie, maar dan van het sportkapitalisme. Aan de Porte d’Auteuil, waar het grandslamtoernooi van Roland Garros van start ging te midden van de zwaarste onlusten, moesten de spelers zich tussen brandende auto’s een weg naar de terreinen banen. C’était le bordel.

Dé revolutie dat jaar in het tennis was het begin van de zogeheten Open Era, wat betekent dat ook profs voortaan aan de grandslamtoernooien mochten deelnemen. Op donderdag van de eerste toernooiweek werden de tenniswedstrijden onderbroken voor de beruchte speech van generaal Charles de Gaulle, die studenten en stakers geen duimbreed toegaf, regering en parlement ontbond en nieuwe verkiezingen uitschreef. In de tennistribunes werden de replieken van Cohn-Bendit uitgebreid besproken.

Beneden op het gravel ging het om het grote geld. Een jaar eerder had Tony Roche als amateur 137 euro aan cadeaubonen gewonnen bij een sportwinkelketen. De Australische prof Ken Rosewall, die op de laatste zondag de finale won van Rod Laver, kreeg de toen astronomische som van 2.290 euro. Toen hij het vliegtuig naar huis nam, was in de straten van Parijs het stof grotendeels gaan liggen.

Eind juni zou De Gaulle een klinkende overwinning behalen in de verkiezingen. De speeltijd was voorbij en inmiddels was het ook in België rustiger geworden. In de maand waarin de taalstrijd in Leuven in alle hevigheid woedde en de regering de overheveling van de Franstalige universiteit naar Louvain-la-Neuve bekrachtigde, won de ultieme tweetalige Belg zijn eerste grote ronde. De jonge Eddy Merckx domineerde het hele veld in de Giro en schreef zijn eerste van elf grote rondes op zijn naam.

Heilige bloedobsessie

1968 was in meerdere opzichten het jaar waarin de sport zijn onschuld verloor. De Olympische Spelen van Mexico City was de eerste editie waarbij de sinds 1949 de facto gescheiden landen Oost- en West-Duitsland met aparte teams zouden deelnemen. De DDR begon aan een ambitieus prestatieprogramma, voor de eer van ‘Deutschland, einig Vaterland’. Het staatsamateurisme naar USSR- model kreeg een hele nieuwe dimensie met doorgedreven wetenschappelijke ondersteuning.

Toen in 1967 ook nog eens werd aangekondigd dat het West-Duitse München de Spelen van 1972 zou inrichten, was de missie duidelijk, aldus Manfred Ewald, de laatste Oost-Duitse sportchef. “We wilden absoluut bij onze buren de beste zijn en raad eens? Wir waren die besten!”

In Mexico zou de DDR 25 medailles winnen, eentje minder dan de buren. In München vier jaar later draaide het programma op volle toeren en werden 66 medailles, waarvan twintig gouden, behaald, tegenover veertig en dertien goud voor West-Duitsland.

‘Medische ondersteuning’, zeg maar doping, was een hoeksteen, zoals ook in het Westen, maar dan wetenschappelijker en staatsgecontroleerd, wars van zelfbediening. De DDR had in 1966 het anabolicum Oral-Turinabol (OT in het jargon) op de markt gebracht en hoewel bedoeld voor de verzwakte kameraad-patiënt werd dat middel ook gebruikt in een goed gedocumenteerd dopingprogramma in de sport.

Sport werd in 1968 voor het eerst een wapen in de geopolitiek van de machtsblokken. De DDR probeerde een voorsprong te nemen, richtte door heel het land jeugdsportscholen in en zette een sportwetenschappelijk instituut op poten in Leipzig. “Olympische Spelen in Mexico,” aldus de wetenschappers, “stellen ons voor grote uitdagingen door de lagere luchtdruk op 2.200 meter hoogte.”

Er is even veel zuurstof op hoogte, maar door de lagere luchtdruk vindt die moeilijk de weg naar de longen. Nadat ze in Mexico locaties hadden gezocht om op hoogte te trainen maar niks gepast vonden, besloot de Deutsche Turn- und Sportbund – het DDR-

sportministerie – om in de buurt van Berlijn een serie lage drukkamers te bouwen om daar te trainen. De heilige bloedobsessie, gericht op de zuurstoftransporterende capaciteit van het bloed, begon in 1968 en is vijftig jaar later nog aan de gang.

La masacre de Tlatelolco

Hoe bloederig 1968 wel was, werd ook in Mexico bewezen. De slachtpartij, bekend als de La masacre de Tlatelolco, op betogende studenten en arbeiders op de Plaza de las Tres Culturas, tien dagen voor het begin van de Spelen in Mexico City, was niet van die aard om de olympische festiviteiten te verstoren.

Op 2 oktober schoot de politie en de nationale garde met scherp op de betogers, ook vanuit helikopters, en doodde naar schatting tussen de 300 en 400 burgers. Alleen John Rodda van The Guardian was aanwezig om een ooggetuigenverslag door te sturen. Het ging verloren in de chaos van het moment. Onlangs is uit FBI-archieven gebleken dat de presidentiële wacht zelf op de politie had geschoten om die te provoceren.

Sportjournalisten schreven toen nog alleen over sport en Mexico 1968 waren de eerst gehypte Spelen, mede omdat de Amerikaanse televisie alle middelen inzette en de rest van de wereld daarvan profiteerde. Het waren ook de eerste Spelen waarin Afrikanen hun fysiologisch voordeel konden uitspelen.

Mexico lag op dezelfde hoogte als het loopepicentrum Eldoret en zo wonnen de Kenianen ineens van nergens uit negen medailles, waarvan drie keer goud. Topper was Kip Keino, die de 1.500 meter won nadat hij de laatste twee kilometer uit de atletenbus was gesprongen die in een file zat en naar het stadion jogde. Daar arriveerde hij net op tijd, trok zijn loopkledij aan, verscheen aan de start en liep meteen weg van de rest. Hij brak in één moeite het wereldrecord.

1968 is de sportgeschiedenis ingegaan als een record- en een scharnierjaar. Niet alleen werd de sport een middel in de geopolitieke strijd tussen de machtsblokken, atleten keerden zich dat jaar voor het eerst als individu tegen het systeem en gebruikten het podium van de sport om hun idealen na te streven.

Voordien waren het altijd staten of machtsblokken geweest die hadden opgeroepen tot verzet of boycot en atleten moesten die oekazes volgen. 1968 was anders, maar het heeft nooit een volksbeweging van sporters op gang gebracht. Atleten, ook de zwarte Amerikanen, kozen nadien vaker voor het geld dan voor het engagement.

Het zou zelfs tot 2016 duren voor zwarte atleten zich weer eens roerden en openlijk hun steun betuigden aan de Black Lives Matter- beweging door te knielen tijdens het volkslied. Initiatiefnemer Colin Kaepernick is sindsdien werkloos als quarterback in het American football. Andere grote zwarte atleten als LeBron James zijn op die kar gesprongen, maar de kans op nog eens een breed gedragen protestbeweging is in de superindividualistische topsport van de 21ste eeuw zo goed als nihil.

 

 

Het jaar van de vuist

Column over de Cojones van Martínez in De Morgen van 22 mei 2018

De ‘cojones’ van Martínez

Het is misschien aan u voorbijgegaan – als u onder een steen zat of zopas uit een coma bent ontwaakt – maar Radja Nainggolan mag niet mee naar de worldcup in Rusland. Normaal had de bondscoach dit nieuws op een persconferentie toegelicht en dat deed hij alsnog, maar toen was het al lang geen nieuws meer. De fanclub van Radja was sprakeloos nadat ze hadden gehoord van de speler zelf dat hij er niet bij zou zijn. En toen hebben ze het zondagavond maar op Facebook gezet: ze waren sprakeloos.

Hoe de fanclub dat had gehoord? Welnu, de bondscoach had beloofd om de twijfelgevallen zelf in te lichten. Hoe dat is gegaan, dat gesprek, daar hebben we het raden naar. Misschien heeft Radja gezegd: “Oké, bedankt dat je mij hebt ingelicht en dat ik het niet via de radio moest vernemen. Much appreciated, coach.” Of hij heeft gezegd wat hij dacht: “Dit betekent oorlog, klootzakje. Ik bel nu naar mijn broer.”

In nogal wat media zal vandaag een klaagdicht gecombineerd met een lofdicht verschijnen: 1. schande dat Radja er niet bij is,
2. en wel hierom.

Laten we het eens anders bekijken. Ten eerste: die Roberto Martínez heeft echt wel ballen, cojones in het Spaans, collons in het Catalaans. Hij mag de taal kiezen, maar hij heeft ze en het zijn grote. Vorige week nog maar zijn contract verlengd en deze week gewoon publiekslieveling nummer één gedumpt. Faut le faire.

Ten tweede: ooit was deze rubriek ook fan van Nainggolan, met de nadruk op ooit. Met name toen hij onder Wilmots na de worldcup 2014 (die hij ook miste) de Rode Duivels de grinta bezorgde die in Brazilië ontbrak. In juni 2016 zou hij het kwalificerend doelpunt scoren tijdens het EK en daardoor de Zweden uittellen. Dat herinneren we ons nog allemaal, net als misschien de 1-0 tegen Wales in Lille. Daarna werd het 1-3 voor de anderen en in die deconfiture ging Radja de Ninja mee kopje onder.

Na Wilmots kwam Martínez en ging het systeem op de schop. Drie verdedigers in plaats van vier, twee of drie aanvallers, vijf of vier middenvelders, het maakte niet uit: voor Radja Nainggolan was alleen nog plaats in de zone waar Hazard, De Bruyne, Mertens en nog wel enkele andere betere voetballers lopen, vond Martínez.

Hij zag hem niet als defensieve middenvelder, en hij kreeg daarin gelijk tijdens de recente halve finale van AS Roma tegen Liverpool. Nainggolan scoorde weliswaar twee keer als het kalf al verdronken was. Hij had dat kalf verdronken, want hij ging al in de negende minuut in de fout en bood Liverpool de 0-1 op een presenteerblaadje. Niet balvast genoeg, stond op het scoutingrapport.

Media, analisten, de vox populi, ze begrijpen er niks van, ook al omdat een beetje controverse mooi meegenomen is. Die lieve Radja, die alle media aan huis heeft ontboden, mag niet mee, hoe erg! Wie gaan we nu moeten bellen voor info uit het spelershotel? Onze beste balafpakker thuis laten, wie verzint zoiets? Hebben we weer een bondscoach die er niks van kent!

Let maar op: voor alles wat straks fout kan gaan in Rusland, zal Nainggolan de oplossing zijn. Courtois die mistast, Radja had dat gecorrigeerd. Fellaini die fout kopt, Radja had dat beter gekund. Hazard die zich verslikt, hadden we Radja maar gehad. Geen goals gemaakt, Radja had hem erin gevlamd, zeker weten.

Misschien is Radja Nainggolan op intrinsieke kwaliteiten niet weg te denken uit een selectie. Bijvoorbeeld voor een interland. Maar dit is een worldcup en dan stellen zich andere vragen. Zoals: kan Radja Nainggolan de discipline aan de dag leggen om vijf weken te leven en werken als een voetballende pater? Als een voetballende pater die weet dat hij invaller is? En dat zonder zijn gelijk te willen halen bij de bevriende pers? Martínez denkt van niet en dat recht heeft hij.

Nainggolan is – ik citeer nu even – a potential liability. Vrij vertaald: een potentieel nadeel, een blok aan het been, een gevaarlijk element in een groep die vijf weken lang voor elkaar door het vuur moet en waarbinnen kleine ergernissen snel grote ergernissen worden en slapende vulkanen snel vuur spuwen.

De mate waarin teamweefsel op de proef wordt gesteld neemt toe met de duur van de opdracht. Het is al te makkelijk om de bondscoach er op aan te spreken dat het zijn taak is om ervoor te zorgen dat de vulkaan Nainggolan géén vuur spuwt. Zo werkt het niet. Vulkanen doen hun goesting.

Natuurlijk zijn er ook coaches die daar mee om kunnen, die garen spinnen bij het prikkelen en tegen elkaar opzetten van spelers. Niet Martínez. Je zou hem dus kunnen verwijten dat hij geen conflictcoach is. Dat wisten we en dat is een keuze die we lang geleden hebben gemaakt en onlangs opnieuw. Afspraak op 18, 23, 28 juni en 2 of 3 juli.

Tot dan, mond houden en kijken.

Martínez-cojones

Column over contract Martínez in De Morgen van zaterdag 19 mei 2018

Viva Roberto

 

Roberto Martínez (44) blijft tot 2020, het EK. Bijna stond hier “het EK, onder meer in eigen land”, maar zoals bekend gaat dat niet door. Desalniettemin: Viva Roberto!

Ik ken Roberto Martínez een beetje. Met de nadruk op een beetje. Ik vind Martínez een hele aardige man en dat komt hierdoor. Iets langer dan jaar geleden vroeg ik een interview met hem aan en dat werd prompt gehonoreerd. We gingen lunchen in het hotel van het trainingscentrum in Tubeke, waar ze in de mooie brasserie een excellente wokschotel serveerden.

Hij had een uurtje, maar bleef anderhalf uur lang zitten en we hadden het over voetbal, het leven in België, zijn taak als bondscoach, enfin, de voorspelbare dingen waarover je met een voetbaltrainer praat. Jammer genoeg was dat gedoe met de Catalanen nog niet aan de gang, want hij is een Catalaan en het was best interessant geweest om hem daarover aan het woord te laten.

Ik heb het stille vermoeden, ook al omwille van zijn erg Spaans klinkende naam, dat hij geen separatist is, maar dat heb ik toen
niet gevraagd. En later ook niet, want ik ben hem nog een paar keer tegen het lijf gelopen. Meer zelfs, we hebben een vijftal competitiewedstrijden naast elkaar gevolgd. In een stadion waar ik als privépersoon twee zitjes heb, zit hij soms een zeteltje verder.

Zo kwam het dat hij anderhalve maand na dat interview rechts van hem keek in mijn richting en ik zag hem denken: “Die man heb ik al eens gezien, maar waar?” In die sectie zitten weleens meer bondslui, dus dacht hij vast dat ik een bobo was. Hij knikte beleefd, ik glimlachte terug.

Hij lachte en stak zijn duim op. Ik zag hem denken: “Oké, ik ken hem. Maar van waar en wie is dat?” Hij keek nog eens. En nog eens. Toen ben ik bij hem gegaan en heb hem gezegd dat ik die journalist was van De Morgen, de Belgische versie van The Guardian, zoals ik onze krant altijd voorstel met enige zin voor overdrijving misschien, maar als iemand een andere suggestie heeft, hoor ik die graag.

“Of course.” Nu wist hij het weer. “That was a nice talk and a nice lunch we had.” Zou kunnen. Het eten was erg goed en ik vond hem aardig, herinnerde ik mij, maar toen ik het gesprek had uitgeschreven, stelde ik mij de vraag: “Wat heeft hij nu gezegd?” Niet veel, zo bleek. Ik las ergens dat Roberto Martínez achterdochtig zou zijn tegenover de Belgische pers. Daar heb ik niks van gemerkt. Wel dat hij veel praat en niks zegt.

Trainer geworden in Spanje en later in de Premier League gewerkt, zal hij wel een gezonde argwaan koesteren tegen de pers, maar achterdocht, neen niet echt. Hij stelde zelfs voor om mijn kreten, mijn gevloek en zijn reacties gewoon in dat stadion te houden. “What happens here, is private.” Zit ik toch maar mooi in een complotje met dé bondscoach.

De vox populi zou voor 57 procent tegen een verlenging van Martínez zijn. Onzin. De relevantie van internetpolls is nul komma nul omdat reacties op dat soort vragen eerder uit de extreem negatieve hoek komen.

Oké, de meningen zijn verdeeld, over of het goed is dat hij al heeft bijgetekend tot 2020. Sommigen denken dat de bond na een slecht WK afscheid zal moeten nemen van hem en dat zou een aardige cent kosten. Anderen denken dat hij de beste keus is. Er kwam een vreemd argument om de hoek loeren: met een bondscoach die heeft bijgetekend, zullen spelers zich minder kunnen permitteren om de kantjes eraf te lopen.

Daar geloof ik nu eens helemaal niks van. Of Martínez nog tien jaar dan wel tien weken blijft, zal geen enkele invloed hebben op
het functioneren van de groep. Volgens Marc Degryse wel, want dan zouden kleine probleempjes kunnen worden opgeblazen. Ik snap Degryse, maar in zijn tijd waren de internationals eenmanszaakjes met hun eigen kleine probleempjes, zoals ruzie maken over kleurenwiezen om geld.

Tegenwoordig zijn het kleine nv’tjes, soms multinationals, die een tijdelijke joint venture aangaan om samen een buitenlandse opdracht tot een goed einde te brengen. Het enige wat een bondscoach moet doen, is functioneren als een coördinatiecentrum en ervoor zorgen dat het licht voor iedereen schijnt, en voor de ene al wat meer dan voor de andere.

Viva Roberto

 

Column over titel van Club in De Morgen van maandag 14 mei 2018

Gerechtigheid

Voetbal is een oneerlijk spel, maar op het einde volgt toch gerechtigheid. Enfin, meestal toch. Club Brugge was al in oktober of zo de gedoodverfde kampioen, maar heeft moeten wachten tot de op één na laatste speeldag in de door blauw-zwart zo vervloekte play-offs om zich te verzekeren van de tweede titel in drie jaar tijd.

De titel is meer dan verdiend, ook al was het doelpunt van het gelijkspel weer eens voorwerp van discussie. Hands of geen hands bij die 1-1? Het wás hands van Ruud Vormer, althans de bal raakte zijn hand. Aangeschoten of niet aangeschoten? Foute vraag. Opnieuw: overtreding of geen overtreding? Excuses aan alle betweters, analisten, journalisten en andere -tisten, maar dat is nu interpretatie van een discutabele fase en dan hebben wij ons neer te leggen bij wat de scheidsrechter ervan vindt. Hij is gaan kijken op advies van de VAR en heeft geoordeeld. Uiteraard vinden de media het tegenovergestelde en dan mag u dat ‘uiteraard’ als ironie klasseren.

Wie tegenpruttelt en zegt dat de arm van Vormer niet dicht tegen zijn lichaam was, heeft gelijk, maar nergens in het reglement staat dat de arm naast het lichaam moet zijn. In het reglement staat: the position of the hand does not necessarily mean that there is an infringement. Vertaald: het is niet omdat de arm los is van het lichaam, dat het fout zou zijn. De scheidsrechter moet ook geen rekening houden of er voordeel uit wordt behaald (in dit geval wel degelijk) maar wel met de vraag of er een beweging wordt gemaakt door hand en arm naar de bal en de afstand van hand en arm tot de bal.

Misschien dat er al fouten zijn gefloten voor een hands als dat van Vormer, maar dat verplicht ref Bram Van Driessche tot niks. Moedig van die jonge ref om daar niet in mee te gaan. Bovendien, you win some, you lose some. Club is ook al eens benadeeld door de videoref, nu is het (misschien) een beetje bevoordeeld. En als Standard correct was beoordeeld voor de VAR, speelde het nu voor de vierde plaats.

Afgezien daarvan is 1-1 gaan spelen op Standard – zogezegd de beste ploeg van het land, maar in wezen een counterploeg met houthakkers achterin en twee snelle, goeie voetballers voorin – een regelrecht kunststuk. Dat geldt evengoed voor die 1-3 van vorige week op Charleroi. Twee keer terugvechten na een 1-0-achterstand, op speeldag 39 en 40 (beker en Europees voetbal niet meegerekend), dat getuigt van een opmerkelijke mentale weerbaarheid.

Het is goed voor de competitie dat Club Brugge niet tot op de laatste speeldag moet vechten om zijn zuurverdiende titel te vieren. Het zal een beetje pikken als die van Gent volgende week de kampioen met een erehaag moeten ontvangen, maar het zou van klasse getuigen als ze daar geen punt van maken.

Oké, toen Laifis in de elfde minuut Standard op voorsprong zette, was dat het sein in de Ghelamco Arena voor de supporters van Gent om ‘al wie nie springt is FCB’ aan te heffen, uiteraard daarin meteen gevolgd door dat hoekje paars-witte fans. Hoewel, paars- wit? Anderlecht trad in het nieuwe uitshirt aan, ongetwijfeld een mooie pyjama, maar aan een oranjeroze voetbalshirt is het altijd even wennen.

Club dan. Een verdiende kampioen? Ja. Een grote kampioen? Neen, en dat zullen ze als het stof is gaan liggen ook zelf wel beamen. Terwijl alle andere troonpretendenten maanden niet thuisgaven, viel op het parcours voor nieuwjaar niks aan te merken, daarna was de competitieleider bij momenten ronduit zwak. Veel sweat, maar ook niet overdreven, en vooral weinig glory. maar toen het er echt ging om spannen na die thuisnederlaag tegen Anderlecht stond Club Brugge wel recht.

Wat vooral goed is aan de titel van Club Brugge, is de manier waarop ze die hebben behaald: rechttoe, rechtaan-voetbal, altijd aanvallen, nooit verstoppen. Wat eveneens goed is aan de titel, zijn de twee cruciale doelpunten van Jelle Vossen, verguisd, gekraakt en soms belachelijk gemaakt door de media. Wat excellent is aan de titel van Club Brugge, is het succes van hun trainer Ivan Leko. Nooit eens hoog van de toren geblazen, nooit agressief, altijd positief. Een gelukzak, net als alle trainers die kampioen spelen, dat zeker, want voor hetzelfde geld lag hij al begin september buiten. Maar wel een klassevent zoals hij reageerde na de thuisnederlaag tegen Anderlecht en dat is een behoorlijke koerswijziging na de haat en nijd van zijn voorganger.

 

 

Gerechtigheid