Column over titel van Club in De Morgen van maandag 14 mei 2018

Gerechtigheid

Voetbal is een oneerlijk spel, maar op het einde volgt toch gerechtigheid. Enfin, meestal toch. Club Brugge was al in oktober of zo de gedoodverfde kampioen, maar heeft moeten wachten tot de op één na laatste speeldag in de door blauw-zwart zo vervloekte play-offs om zich te verzekeren van de tweede titel in drie jaar tijd.

De titel is meer dan verdiend, ook al was het doelpunt van het gelijkspel weer eens voorwerp van discussie. Hands of geen hands bij die 1-1? Het wás hands van Ruud Vormer, althans de bal raakte zijn hand. Aangeschoten of niet aangeschoten? Foute vraag. Opnieuw: overtreding of geen overtreding? Excuses aan alle betweters, analisten, journalisten en andere -tisten, maar dat is nu interpretatie van een discutabele fase en dan hebben wij ons neer te leggen bij wat de scheidsrechter ervan vindt. Hij is gaan kijken op advies van de VAR en heeft geoordeeld. Uiteraard vinden de media het tegenovergestelde en dan mag u dat ‘uiteraard’ als ironie klasseren.

Wie tegenpruttelt en zegt dat de arm van Vormer niet dicht tegen zijn lichaam was, heeft gelijk, maar nergens in het reglement staat dat de arm naast het lichaam moet zijn. In het reglement staat: the position of the hand does not necessarily mean that there is an infringement. Vertaald: het is niet omdat de arm los is van het lichaam, dat het fout zou zijn. De scheidsrechter moet ook geen rekening houden of er voordeel uit wordt behaald (in dit geval wel degelijk) maar wel met de vraag of er een beweging wordt gemaakt door hand en arm naar de bal en de afstand van hand en arm tot de bal.

Misschien dat er al fouten zijn gefloten voor een hands als dat van Vormer, maar dat verplicht ref Bram Van Driessche tot niks. Moedig van die jonge ref om daar niet in mee te gaan. Bovendien, you win some, you lose some. Club is ook al eens benadeeld door de videoref, nu is het (misschien) een beetje bevoordeeld. En als Standard correct was beoordeeld voor de VAR, speelde het nu voor de vierde plaats.

Afgezien daarvan is 1-1 gaan spelen op Standard – zogezegd de beste ploeg van het land, maar in wezen een counterploeg met houthakkers achterin en twee snelle, goeie voetballers voorin – een regelrecht kunststuk. Dat geldt evengoed voor die 1-3 van vorige week op Charleroi. Twee keer terugvechten na een 1-0-achterstand, op speeldag 39 en 40 (beker en Europees voetbal niet meegerekend), dat getuigt van een opmerkelijke mentale weerbaarheid.

Het is goed voor de competitie dat Club Brugge niet tot op de laatste speeldag moet vechten om zijn zuurverdiende titel te vieren. Het zal een beetje pikken als die van Gent volgende week de kampioen met een erehaag moeten ontvangen, maar het zou van klasse getuigen als ze daar geen punt van maken.

Oké, toen Laifis in de elfde minuut Standard op voorsprong zette, was dat het sein in de Ghelamco Arena voor de supporters van Gent om ‘al wie nie springt is FCB’ aan te heffen, uiteraard daarin meteen gevolgd door dat hoekje paars-witte fans. Hoewel, paars- wit? Anderlecht trad in het nieuwe uitshirt aan, ongetwijfeld een mooie pyjama, maar aan een oranjeroze voetbalshirt is het altijd even wennen.

Club dan. Een verdiende kampioen? Ja. Een grote kampioen? Neen, en dat zullen ze als het stof is gaan liggen ook zelf wel beamen. Terwijl alle andere troonpretendenten maanden niet thuisgaven, viel op het parcours voor nieuwjaar niks aan te merken, daarna was de competitieleider bij momenten ronduit zwak. Veel sweat, maar ook niet overdreven, en vooral weinig glory. maar toen het er echt ging om spannen na die thuisnederlaag tegen Anderlecht stond Club Brugge wel recht.

Wat vooral goed is aan de titel van Club Brugge, is de manier waarop ze die hebben behaald: rechttoe, rechtaan-voetbal, altijd aanvallen, nooit verstoppen. Wat eveneens goed is aan de titel, zijn de twee cruciale doelpunten van Jelle Vossen, verguisd, gekraakt en soms belachelijk gemaakt door de media. Wat excellent is aan de titel van Club Brugge, is het succes van hun trainer Ivan Leko. Nooit eens hoog van de toren geblazen, nooit agressief, altijd positief. Een gelukzak, net als alle trainers die kampioen spelen, dat zeker, want voor hetzelfde geld lag hij al begin september buiten. Maar wel een klassevent zoals hij reageerde na de thuisnederlaag tegen Anderlecht en dat is een behoorlijke koerswijziging na de haat en nijd van zijn voorganger.

 

 

Gerechtigheid