Column over Geraint Thomas in De Morgen van 26 juli 2018

De dienaar is de heerser

De kansen van Chris Froome zijn nog maar eens kleiner geworden, maar als hij erin slaagt deze Tour alsnog in het geel Parijs te halen, kan dat niet anders dan met de grootste stunt in dertig jaar. Greg LeMond reed toen in de afsluitende tijdrit van de editie 1989 Laurent Fignon zoek. VRT-cocommentator José De Cauwer draaide aan de knoppen van ADR en zijn collega van de radio, Frank Hoste, reed in het team van LeMond.

Maar, beste trouwe volger van de Tour – bent u nog op post, want in Vlaanderen een kwart minder kijkers, hallo zeg -, er zal meer nodig zijn dan een vreemd stuur om Froome zijn vijfde Tour te laten winnen. Bijvoorbeeld een totale collaps van zijn ploegmaat en gele trui Geraint Thomas, maar wie gelooft daar nog in? Gisteren op die steile klim naar Saint-Lary-Soulan reed hij weer eens weg van zijn vriend ‘Froomey’. Neen, hij zondigde daarmee niet tegen de teamorders en neen, hij ging niet voor eigen kans. Hij moest Primoz Roglic schaduwen en deed dat met verve. Froome kon niet volgen. As simple as that.

Dat alles laat het beste vermoeden voor het tweeluik van vrijdag en zaterdag. Wie morgen in de 200 kilometer lange rit naar Laruns volle bak gaat, zal een dag later geen deuk in een pakje boter trappen in de tijdrit. Overigens, wie verzint zoiets: 200 kilometer op de voorlaatste dag van een lastige Tour en aan het eind van een Pyreneeën-vierdaagse, met een col van tweede en van eerste, plus twee van buiten categorie. En met de aankomst ook nog eens na de moeilijke afdaling van de Aubisque.

Wie verzon overigens die gekke start van gisteren en wat was daar de bedoeling van? Dachten ze nu echt dat één van die klassementsrijders meteen ervanonder zou muizen? Die nieuwelingenafstand van 65 kilometer is anderzijds dan weer de toekomst van het wielrennen als ze ooit eens willen beginnen denken aan verjonging van het kijkerspubliek.

Voor Geraint Thomas is de opdracht simpel: vandaag in de vlakke etappe naar Pau en morgen in de bergen Tom Dumoulin volgen
en een dag later geen twee minuten prijsgeven in de tijdrit van 31 kilometer. Dumoulin is een kraan in het tijdrijden, maar wie denkt dat Thomas niet kan tijdrijden dwaalt. De man is een verbeterde versie van Bradley Wiggins. Zowel Wiggins als Thomas heeft ooit zijn grootste wattages geduwd liggend op het stuur. Het is rechtop rijden dat ze hebben moeten leren.

Dumoulin moet dan weer aanvallen, maar riskeert op een ferme counter van Sky te lopen. Of een dag later de benen niet meer rond te krijgen. Froome moet ook aanvallen, maar: zie hierboven voor Dumoulin en de benen. Froome heeft één voordeel: hij is een vreemde snuiter, die er niet mee zit om uit te halen, dat heeft hij al bewezen in andere edities van de Tour en in de Giro. Dumoulin heeft dan weer één nadeel: hij heeft geen team als Thomas/ Froome en hij is geen vreemde snuiter.

En zo is deze Tour alsnog spannend geworden na die saaie eerste week en die vreemde tweede, waarin een man die gewend was te dienen ineens het geel moest aantrekken. De dienaar werd heel even de heerser en als dit niet was gepland, dan komt het Sky wellicht toch goed uit. Froome bovenaan het podium is pr-matig geen goed idee. Chris Froome zal dat inmiddels ook wel begrijpen en het zou hem sieren als hij morgen de verdediging van ‘G’ op zich zou nemen.

In het allermooiste scenario wint natuurlijk Tom Dumoulin na een demonstratie in de afsluitende tijdrit. De bescheiden en nuchtere Dumoulin verdient een Tour-overwinning voor alle spektakel dat hij heeft geleverd, maar Geraint Thomas verdient die nog meer. Heel stevig in de eerste week, heel sterk in de tweede en heel taai in de derde, daar valt niks op af te dingen.

Als daar maar geen verdachtmakingen van komen. Wie er toch aan zou denken: er is een verschil tussen op kop rijden voor een kopman en die uit de wind zetten, wat Thomas de andere edities moest doen, en zelf per ongeluk kopman worden en uit de wind worden gezet. Bovendien heeft Thomas al in de Dauphiné bewezen dat hij in de vorm van zijn leven zit.

Je kunt Sky die Tour-overwinning ook gunnen ter compensatie voor alle vuilnis die ze naar hun hoofd hebben gekregen. Nogmaals: zowel de affaire-Wiggins (corticoïden) als de affaire-Froome (salbutamol) is bij gebrek aan echt dopingnieuws en bij gebrek aan kennis van de dopingmaterie een opgeblazen bagatel.

Een overwinning van Geraint Thomas zou ook een mooie opgestoken vinger zijn naar die windhaan van een David Lappartient, die toevallig UCI-voorzitter is geworden omdat de UCI nu eenmaal vergeven zit van stoethaspels die niet weten wat ze met
hun zieltogende sport aan moeten. Onkunde kiest onkunde en toen Sky-baas David Brailsford de UCI-voorzitter als een Frans burgemeestertje wegzette, sloeg hij de nagel op de kop.

Froome wordt haast van zijn fiets geduwd, gespuwd en gescholden – meestal in het Frans – en daar mag niks van worden gezegd, aldus monsieur le maire.

 

20180726_De-Morgen_p-19-mail

Column Festina, de waarheid in De Morgen van 26 juli 2018

FESTINA DE WAARHEID

Vandaag twintig jaar geleden zat dokter Eric Rijckaert al meer dan een week in de gevangenis, nadat hij was opgepakt op de eerste rustdag in de Tour de France van 1998, en zou daar honderd dagen blijven zitten. Ik heb Eric Rijckaert leren kennen begin 1999. Hij was toen al erg ziek. Nadat hij in oktober 1998 na ruim drie maanden gevangenis was ontslagen, kon hij meteen naar de operatietafel: longkanker, een diagnose die hij zelf in de cel had gesteld toen hij zijn tbc-rx zag. Zijn ergste vrees kwam uit.

Nadien volgden de uitzaaiingen naar de hersenen en ook dat had hij zelf vastgesteld. Bij een fietstochtje nota bene, toen hij zijn pedalen en zijn voet niet meer op elkaar kreeg afgesteld. Wanneer hij later die avond in de Spaanse les de simpelste vervoeging niet meer kende, wist hij het zeker.

Rond die tijd belde ik aan. Net een half doodvonnis van een uitgezaaide longkanker gekregen, kwam er ook nog eens een journalist hem lastig vallen. Ik praatte mij naar binnen op aangeven van de uitgeverij, waarbij ik net een boek uit had, en die wisten dat hij op iets zat te broeden. Of hij hulp kon gebruiken met zijn boek dat hij wilde schrijven? Ik had ervaring als ghostwriter.

Dat ik wist dat hij le docteur X was, die een jaar eerder in L’Equipe Magazine een boekje had opengedaan over het epo- en cortisonegebruik en misbruik in het wielrennen, was een pluspunt. Mijn interview met een collega van hem, die anoniem getuigde (hij wist meteen wie het was) over de gangbare praktijken en hoe dokters daarmee gewrongen zaten, ook dat had hij gelezen. Dat ik nooit in de haag had gezeten om hem en zijn familie te bespieden, maar gewoon had aangebeld, dat vond zijn vrouw dan weer oké.

Een maand verder had ik daar al een keer of acht gezeten, bij dat haardvuur dat veel te hard brandde omdat hij het koud had en met op bijtafstand Arthur de huishond, grommend telkens als ik een centimeter in de richting van zijn baas bewoog. Er was koffie, veel koffie, en we praatten aan één stuk door, alleen onderbroken door zijn zorgzame vrouw die af en toe kwam vragen of alles oké was.

Er kwam een boek van, wat ook de bedoeling was. Het verscheen begin 2000 en hoewel hij wist dat hij nog maar kort te leven had, luisterde hij naar zijn advocaten, die alle passages waarin hij zichzelf van dicht of van ver zou kunnen beschuldigen uit het boek wilden schrappen. Ook over de anderen en over wat echt was gebeurd, hebben nooit de druk gehaald.

Het is twintig jaar geleden, nu mag het wel zeker?

Ik vroeg: “Wat deed Willy Voet met 235 dosissen epo in zijn auto? Dat lijkt op dealen.”

Eric antwoordde: “Dat blijft voor mij het grote mysterie. Volgens de schema’s bij Festina hadden wij vijftig dosissen nodig om het hele team een Tour lang op peil te houden. Onze epo zat netjes klaar in de frigo’s in garageboxen in Lyon. Wij wilden niet naar Ierland en dan terug de grens over met dat spul. En dan rijdt hij met 235 dosissen de Belgisch-Franse grens over. Voor wie of wat? Onze epo kwam uit Spanje of Portugal.

“Hij was de avond voordien infusen bij mij komen halen. Mijn vrouw kan het getuigen. Ik had hem gevraagd of hij producten bij zich had. Neen, had hij gezegd, alleen die baxters. Staan ze hem ook nog eens op te wachten aan de kleinste van alle grensovergangen.”

De magouilleur Voet had gelogen, die avond bij Rijckaert. Hij had gezegd dat hij nog eens bij zijn vriendin was langsgegaan voor een laatste uweetwel, maar Willy Voet was vooral langs het Gentse gepasseerd om een enorme hoeveelheid epo, groeihormoon en testosteron te komen ophalen bij een bevriende apotheker.

Voet was soigneur bij Festina, maar tegelijk dealer, fixer en trafikant voor enkele Franse ploegen en hun sportdirecteurs, die zelf niet makkelijk aan hun epo geraakten. Een aantal van hen is nu nog actief en zet tegenwoordig een erg grote mond op als het om dopinggebruik gaat. Voet was ook de man die achter de rug van zijn teamdokter om, old style, binnen het team zijn handeltje bleef drijven in extra ‘producten’. Dat alles met de bedoeling zijn schamel inkomen van Festina wat bij te spijkeren.

Op 27 januari 2001 zou Eric Rijckaert thuis overlijden, omringd met de beste zorgen. Sinds die zomer van 1998 ging hij door het leven met het voorvoegsel Festina-arts. Voor mij was hij veel meer. Hij leerde mij dat er niet één waarheid bestaat en dat – vrij naar Friedrich Nietzsche – fanatiek geponeerde overtuigingen gevaarlijker waren voor de waarheid dan leugens. Het heeft er mijn leven als journalist niet makkelijker op gemaakt, maar ik ben hem daar eeuwig dankbaar voor.

 

20180723_De-Morgen_p-20-mail

Column over SKY in De Morgen van vrijdag 20 juli 2018

Geen Shakespeare, wel teamwork

‘En telkens als een Sky-renner over de streep komt, weerklinkt boegeroep.” Dat zei Michel Wuyts gisteren op een neutrale toon. Als de Sky’s zijn uitgejouwd, als Chris Froome op 6,5 kilometer een duw kreeg van een man langs de kant, dan mogen de media zich dat aanrekenen.

Zelden is er meer onzin, ondeskundige en suggestieve praat verkocht – niet alleen, maar zeker ook op de VRT – dan over de salbutamolaffaire van Froome. Nooit eerder in zo’n delicate materie is de publieke opinie zo op het verkeerde been gezet. Eind vorig jaar, toen de regels van de salbutamoltesting ineens veranderden, had bij de specialisten van het cyclisme een alarm moeten afgaan. Niet dus. Wielrennen is de sport van bedrog, combine en achterklap en dus wordt steevast gekozen voor de samenzweringstheorie.

Het was trouwens opvallend dat die actie van die ene hooligan, die een zware boete verdient en zelfs een nachtje cel, niet vaker in beeld is gebracht door de regie. Mag niet natuurlijk van Tour-organisator ASO en zodoende kwamen de commentatoren er ook niet op terug. José De Cauwer had het wel gezien. De uitstekende wielercommentator (geen ironie, maar gemeend) Michel Wuyts zei niks. Het zal wel aan mij liggen dat ik dat vreemd vind.

Zoals ik het ook vreemd vind dat er openlijk wordt gesupporterd vóór Geraint Thomas, tegen Chris Froome en eigenlijk ook tegen Team Sky. “Toon toch lef. Rijd toch voor jezelf.” Zelfs De Cauwer, die voor een absolute kopman heeft gereden (Hennie Kuiper) en die weet wat dwingende ploegconsignes zijn, vindt dus dat Thomas halfweg de Tour zijn eigen kans moet gaan. Ook al betekent dat zijn eigen team, misschien zijn kopman en wellicht ook zichzelf opblazen.

Meenden ze dat echt? Dat verlangen naar chaos, naar het onvoorspelbare, valt vanuit het oogpunt van commentaren na die saaie eerste week nog enigszins te begrijpen. Alleen, je mag alles beweren over de etappe van gisteren en de drie Alpen-etappes tout court, maar niet dat die saai waren. Gisteren was een heel knappe koers en het was mooi geweest als Tom Dumoulin die rit op Alpe d’Huez had gewonnen, dan hadden de Nederlanders na dat inlopen van Steven Kruijswijk ook wat gehad op hun berg, die al een tijdje hun berg niet meer is.

‘Koningsdrama’ kopte een krant eergisteren. Hoezo? Omdat Sky met twee man voorin staat? Dat is nog al voorgevallen en dat is lang geen drama. Beter met twee vooraan dan met geen één. Oké, er moet worden gepraat, gediscussieerd, misschien zelfs worden gescholden, maar steeds in het belang van het team. In de Tour van 2012, die Bradley Wiggins won, is Froome ook tot de orde geroepen toen hij even voorop ging rijden. Hij gehoorzaamde.

Dat mevrouw Froome zich daarna op Twitter liet gaan, kun je Froome niet verwijten. Het is mij niet bekend of Thomas getrouwd is, laat staan of zijn vrouw op Twitter zit.

Thomas lijkt mij in deze ploeg een correcte nummer twee. Tot nader order, want misschien wordt hij wel de nummer één. Zoals Froome Bardet schaduwde en heel even zelf wegreed, deed Thomas hetzelfde met Dumoulin. Het was Dumoulin die Thomas terugbracht en in de sprint was die de snelste. Dat is geen Shakespeare, wel teamwork.

Het is nu wachten op de eerste verdachtmakingen aan het adres van Geraint Thomas. Als het om Sky gaat, vertrekken die altijd vanuit dezelfde elkaar bevruchtende bronnen in Zuid-Afrika, Engeland en Frankrijk en ze worden door de niet al te kritische media gewoon overgenomen. Dat pleistertje op die knie, zou dat geen doping zijn? Dat koffietje op de rustdag bij Sky, zit daar niks bijzonders in? Rijden die niet te snel bergop?

Thomas heeft het allemaal al eens meegemaakt in 2015, toen hij samen met Richie Porte de Tour op slot hield voor Froome. Hij werd toen weggezet als het winnaartje van de E3 Prijs dat ineens ook bergop met de besten mee reed. Wie Thomas en dus Sky verdacht vindt na de etappezege van gisteren hoort wel te weten dat deze jongen in zijn tijd als achtervolger al 700 watt kon leveren en niet één keer, maar verschillende keren in vier minuten.

Verdacht? Misschien even verder kijken op zijn palmares. De man is drievoudig wereldkampioen ploegenachtervolging en heeft op hetzelfde nummer twee keer olympisch goud gewonnen. Team pursuit is dé discipline van de grote motoren. Thomas is de nieuwe Wiggins en misschien zelfs een combinatie van Wiggins en Froome. De kijkcijfers voor de Tour waren tot nog toe desastreus, maar de derde week is alvast een aanrader. Spannender wordt het niet. Moge de beste (van Sky) winnen.

 

Geen Shakespeare, teamwork

Verhaal over Sport in Kroatië in De Morgen van zaterdag 14 juli 2018

In Kroatië was/is sport oorlog

Niets beter voor een jonge natie dan een oorlog of sportief succes om het nationaal gevoel op peil te houden. Kroatië had het allemaal, maar de laatste jaren toch minder. Wereldkampioen worden zou de sport uit het slop halen.

Lente 1999. Zomaar een ochtendscène bij het uitchecken in het Zagreb Sheraton. Een bloedmooie Kroatische vrouw huilt tranen
met tuiten. De televisie registreert, de radioman troost, de geschreven pers noteert. Lejla Sebrovic is diep ongelukkig want zopas is besloten dat ze geen Miss Kroatië meer is. De reden? Procedurefouten, luidt de officiële mededeling. De lokale collega’s weten beter: Lejla is fout omdat ze te veel Bosnisch bloed in de aderen heeft stromen. President Franjo Tudjman heeft er zich hoogstpersoonlijk mee bemoeid. De verkiezing is geannuleerd…

Tudjman was overal, die eerste jaren van de republiek die in oorlog was met haar buren. Missverkiezingen konden hem gestolen worden, maar een Bosnische die won, no way. Voetbal was het vehikel voor zijn populariteit. De overwinning op Nederland in de kleine finale van het WK voetbal van 1998 was voor een nieuwe natie van nog geen vijf miljoen mensen en voor Tudjman goud waard. Na prijzen in basketbal, handbal en waterpolo was dit de mooiste: brons op het WK voetbal.

Eerst ging Duitsland voor de bijl. Dat werd gevierd, zonder politieke agenda. Kroatië en Duitsland waren in de Tweede Wereldoorlog de beste vriendjes en de hedendaagse Kroatische vlag (rood en witte blokken) werd het laatst gebruikt door de Kroatische fascisten (vooral tegen het Servische verzet) in de Tweede Wereldoorlog.

Tennisheld Ivanisevic

Duitsland was het eerste Europese land dat ijverde voor Kroatische onafhankelijkheid, in tegenstelling tot Frankrijk, in 1998 de tegenstander in de met 2-1 verloren halve finale. Opnieuw, en nu in een finale, komt Kroatië Frankrijk tegen, in Rusland, twee landen die in de Balkan-oorlogen de kaart van Servië trokken.

Sport is oorlog in de Balkan. Na de zege tegen Duitsland droeg Robert Jarni de zege op aan “al zij die gestorven zijn of geleden hebben in de oorlog”. In 1993 al sprak de Kroatische tennisser Goran Ivanisevic: “Ik strijd voor mijn land en mijn tennisracket is mijn wapen.” Ivanisevic kan in Kroatië niet meer stuk. Hij was de eerste sporter die zich liet aankondigen als “Goran Ivanisevic van Kroatië”, in Sydney in 1991.

De soldaten die in zijn thuishaven Split naar het front vertrokken, scandeerden “Goran, Goran, Goran is een held”. In de jaren die volgden, steunde de Kroatische regering de sportredacties van de grootste kranten met reisbudgetten om in het buitenland de exploten van de Kroatische sporthelden te verslaan, een balsem voor de beproefde Kroatische harten thuis.

Politieke aspiraties uitdragen via sport ontstond in de Balkan onder het juk van de Habsburgers en later de Russische tsaren. Alle sportclubs in Kroatië hadden een etnisch en politiek karakter. Na de Eerste Wereldoorlog probeerde de Joegoslavische regering ze te sluiten. Tevergeefs. Na de Tweede Wereldoorlog, met de communisten aan de macht, werd in Joegoslavië een nieuwe poging ondernomen. Tevergeefs. De teams kregen wel andere namen.

Zagreb kreeg Dinamo en Split kreeg Hajduk. Ze kregen regelmatig bezoek van de geheime politie. Die rapporteerde al van in de jaren 60 aan Belgrado dat het ontstaan van supportersclubs op termijn een staatsvijandige factor kon zijn.

Dat bleek op 13 mei 1990, toen op een voetbalveld de eerste slag werd geleverd in de oorlog tussen Kroatië en Servië. Dinamo Zagreb tegen Rode Ster Belgrado eindigde met het afkondigen van de noodtoestand in de straten van Zagreb. Op het veld zelf was het tot vreselijke vechtpartijen gekomen. Zvonimir Boban was toen 19 en speelde een hoofdrol. Hij wordt tot vandaag nog steeds op handen gedragen omdat hij in zijn eentje de politie aanviel, die de Dinamo-fans onder handen nam.

In 1997 speelden Croatia Zagreb, het vroegere Dinamo, en Partizan Belgrado een heen- en terugwedstrijd in het kader van de UEFA Cup. Er waren geen rellen, omdat er ook geen supporters mochten meereizen. Elke Kroaat wist toen en weet ook vandaag dat het de eerste jaren niet meer goed komt tussen zijn volk en ‘zij’, zoals de Serviërs worden aangeduid. “De eerste tweeduizend jaar is er geen beterschap te verwachten.”

Uitblinkers in ploegsporten

Achtergronden voor dit verhaal komen van Nebosja Popovic, een voormalige handbalgrootheid van Servische origine, getrouwd met een Kroatische, geboren en getogen in Bosnië en professioneel actief in Zagreb en Belgrado. Begin de jaren 90 kwam hij naar Luik en werd daar hoofd van de afdeling orthopedie.

In 2007 vertrok hij naar het befaamde Aspetar-ziekenhuis in Qatar. Hij is na zijn vertrek maar een paar keer teruggekeerd. “De politiek heeft alles verknoeid. We waren een schitterend sportland en wat blijft er over? Veel talent, maar verdeeld over vijf kleine landjes.”

Kroaten hebben de techniek en Serviërs de tactiek en de discipline, zegt dr. Popovic, die zelf ooit olympisch goud won in het handbal met Joegoslavië. “De wortels van alle sport in de Balkan liggen in Kroatië. In Kroatië hadden ze steeds de beste opleiders van het hele land. De topcoaches kwamen dan vooral uit Belgrado, ook omdat het sportinstituut zich specialiseerde in trainingsleer.”

Dat alle Joegoslavische republieken uitblinken in ploegsporten, heeft verschillende oorzaken. De hang naar avontuur, de fysieke kracht, de cultus van de techniek pasten in het Joegoslavisch schoolsysteem van een halve dag school en een halve dag sport. De

Copyright © 2018 Belga. Alle rechten voorbehouden

clubs speelden daarop in en vanaf 12 jaar werd twee keer per dag getraind. Tot de regeringen in Belgrado en Zagreb vonden dat op de moderne Europese arbeidsmarkt meer scholing nodig was en het halvedagsysteem werd afgeschaft.

Dat was eind vorige eeuw en de prijs die daarvoor werd betaald, is hoog. Kleinere sporten als waterpolo en handbal blijven namens Kroatië nog wel medailles halen, maar grote sporten als basketbal, volleybal en voetbal zakten weg. De Kroatische nationale voetbalelf trapte, op een kwartfinale op het EK 2008 na, deze eeuw nog geen deuk in een pakje boter en vertrok naar dit WK als twintigste op de FIFA-ranking. Toch werd Kroatië aangezien als kleine schaduwfavoriet. Terecht, blijkt nu.

Een overwinning op het gehate Frankrijk in het ook al gehate Rusland – vergeet niet: de Balkan vergeet niet – zal tot een opstoot van nationalistische gevoelens leiden.

De hoofdstad zal nachtenlang feesten. Maar ook in Mostar, een stad in Bosnië-Herzegovina, zullen de Kroaten uit het westen feesten. De Bosniaks uit het oosten van Mostar zullen dekking zoeken. Die herinneren zich nog de zomer van 1998, toen de Kroaten na een overwinning op het WK hun automatische geweren leegschoten op het islamitische deel en een moslimvrouw aan de andere kant van de rivier Neretva onder de kogelregen stierf.

 

20180714_De-Morgen_p-18-19-mail 2

COLUMN TOUR DF: Strafschoppen in de Tour in De Morgen van dinsdag 17 juli 2018

STRAFSCHOPPEN IN DE TOUR

 

Zo, dat WK hebben we gehad. Nu de Tour. Heb ik met een half oog gevolgd, maar het bleek een heel oog te veel voor de eerste week. Van Wimbledon heb ik niks gezien, of bijna niks. Die ene keer dat ik de tv op Eurosport zette, was geheel toevallig toen John Isner nog eens een poging deed om de langste wedstrijd in de tennisgeschiedenis te spelen.

Maar de Tour dus, die eindigt in het weekend dat de Jupiler Pro League begint en goed zes weken vooraleer de Rode Duivels alweer aantreden in hun eerste Nations League-wedstrijd in en tegen IJsland. Ik vat de eerste Tour-week even samen voor u, zodat u vanaf vandaag kunt volgen. Verder vertel ik u ook wat er van de week zal gebeuren.

Hebben gewonnen in die eerste week: Fernando Gaviria namens QuickStep twee keer, Peter Sagan namens Bora-Hansgrohe en hemzelf ook twee keer, Dylan Groenewegen namens Lotto-Jumbo en heel Nederland ook twee keer. Voorts hebben de jongens van BMC de ploegentijdrit gewonnen en waren er nog twee ritten die er echt toe deden, en die werden op de Mûr de Bretagne gewonnen door Daniel Martin en in Roubaix door John Degenkolb.

Greg Van Avermaet had die twee ritten ook aangestreept, maar het werd niks. Hij rijdt wel al een hele tijd rond in de gele trui, maar iedereen weet dat de truien van de eerste week de minste waarde hebben. De gek die haar wil dragen, mag meteen met zijn ploeg op kop rijden.

Die rit zondag was de mooiste en de lelijkste rit van deze editie. Iemand zal toch ooit van bovenaf eens moeten verordonneren dat de Tour de France geen Hunger Games op wielen zijn. Wat is in godsnaam het nut van renners verplicht over kasseien te sturen, terwijl die daar de rest van het jaar bij hun volle verstand wegblijven?

In een normale Parijs-Roubaix doen er tien mee die denken te kunnen winnen en die rijden dan ook vooraan, samen met een aantal ploegmaats, wat de chaos min of meer overzichtelijk maakt. In deze Roubaix reden alle ploegen met hun kopman voor het klassement vooraan en ook nog eens die twintig man met hun ploegmaats, die dachten een kans te maken. Gevolg: chaos in het kwadraat, geen overzicht en valpartijen. Ga op de site van Velon eens kijken naar het filmpje dat ze daar hebben gepost van de rit van zondag.

Alle begrip voor het standpunt dat niet alleen klimmers een kans moeten maken op eindwinst in de Tour, maar regel dat dan met een ander tijdssysteem of met punten, maar niet als een soort bowlingwedstrijd met menselijke kegels.

Tegenover het vele leed en de tranen van zondag stonden tranen van vreugde en opluchting bij John Degenkolb. Omvergereden door de klassieke Britse toerist met veel te grote auto aan een costa, zwaar geblesseerd, geopereerd, in een wak beland en toch na twee jaar uit het dal gekropen, mooier wordt het verhaal niet.

Ondertussen hebben we gisteren de eerste rustdag gehad na een redelijk saaie week. De kijkcijfers van de Tour zijn voorlopig desastreus, in alle landen. Of dat te maken heeft met de worldcup voetbal dan wel een massaal afhaken, of een plotse sterfte in de oudere lagen van de bevolking, zullen we pas volgende week zien. De trend is niet gunstig en de voortekenen zijn nog minder gunstig.

Wielrennen is voor de kijker een soort mindfulness geworden: een vorm van meditatie, waarin men zich op een niet-reactieve manier bewust is van de fysieke en geestelijke sensaties en situaties van het moment. Zo stond het op Wikipedia en zo heb ik het geknipt en geplakt, het leek mij wel passen.

Vanaf vandaag wordt het anders, helemaal anders. Vandaag is de rit die Thomas De Gendt heeft aangestreept. Klein probleem: de rest van het peloton weet ook dat dit de rit is die Thomas De Gendt heeft aangestreept. De Gendt is de enige seriële ontsnapper van heel het peloton die een kans maakt op ritwinst en daarom is hij de favoriete collega voor dat soort waaghalzerijen. Als De Gendt zegevierend over de meet rijdt, is dat nooit eens in Bommerskonte maar op de Ventoux, de Stelvio, et cetera.

De Gendt weet dat het peloton weet dat hij die rit heeft aangestreept. Zijn kandidaat-medevluchters zijn hem al komen vinden gisteren op de rustdag: “Thomas, demain, tomorrow, morgen, mañana, domani?”

“Oui, yes, ja, si,” zal Thomas hebben geantwoord, verder geen gezichtsspier vertrekkend. Het wordt raden naar zijn plannen. Gaat hij al meteen op de Col de Bluffy (what’s in a name?) of wacht hij tot de Col de la Croix Fry? Het lijkt wel voetbal. Thomas De Gendt staat op de penaltystip. Schiet hij links of schiet hij rechts, niemand die het weet. Misschien weet hij het zelf ook niet. Misschien trapt hij zijn strafschop morgen, maar ooit trapt hij (het af), dat staat vast.

 

 

20180717_De-Morgen_p-21-mail

Brons met een gouden randje in De Morgen van 16 juli 2018

BRONS MET EEN GOUDEN RANDJE

(TE LEZEN ALS ONDERDEEL VAN ALLE ARTIKELEN EN COLUMNS OVER RODE DUIVELS, aub)

 

Gisterennamiddag stond de laatste act op het podium op de Grote Markt en toen was het langste zomerfestival definitief voorbij. Nadien volgde nog een onbetekenende encore: een optreden van Frankrijk en Kroatië. Ook voor een prijs, dat wel maar we couldn’t care less.

Een collega die in Moskou rondhing voor de finale app’te over de Rode Duivels en hun huldiging op de Grote Markt. Hij vond het tijdstip respectloos ten aanzien van de finale en vond ook: …gewoon geen huldiging…je bent derde.

Hij heeft een punt. Vier jaar geleden kon ik de houding van de Rode Duivels na hun terugkeer uit Brazilië wel smaken. Verloren in de kwartfinale van Argentinië na een kleurloze wedstrijd waarin ze nooit in hun spel kwamen, zwaaiden ze even naar het niet al te talrijk opgekomen publiek en gingen naar huis. Twee jaar geleden werden ze na de déconfiture in Rijsel tegen Wales net niet met pek en veren ingesmeerd en terug naar hun miljoenenkwartieren verjaagd. Dat was een overdreven negatieve reactie, maar zo zijn wij nu eenmaal.

Een topsportcultuur wordt mee bepaald door de wijze waarop topsportsuccessen worden gepercipieerd door publiek en door media. Wij hebben in dit land de kneuterige gewoonte elke sporter die vanzelf de weg terug naar huis vindt, prijs of geen prijs, op te wachten met een fanfare. Lang van huis zijn vinden wij ook al topsport.

Mag deze derde plaats op het grootste mondiale evenement in de grootste mondiale sport dan niet worden gekoesterd? Er is een verschil tussen koesteren en fêteren. Het rode festival in Brussel gisteren was er over. Het brons van Rusland 2018 is er één met een gouden randje, maar daarom moet je het nog niet vieren als goud.

Zouden de Rode Duivels beseffen dat ze ook politiek zijn gerecupereerd? Zo’n Didier Reynders die na afloop in Sint-Petersburg ineens op het veld stond en mee op de foto ging, dat was de schaamteloosheid voorbij. Wat doet onze minister van Buitenlandse Zaken in een land dat een passagiersvliegtuig met daarin ook Belgen uit de lucht heeft geschoten en dat nog steeds niet heeft toegegeven?

Gisterennamiddag moesten de Rode Duivels ook bij de koning langs. Ook dat was politiek. Filip zal die tricolore opstoot wel gesmaakt hebben en gedacht dat hier Belgisch garen bij te spinnen was. In landen met een echte topsportcultuur is contact met het koningshuis het hoogste. In Nederland geraak je daar met olympisch goud of als je met voetballen tweede wordt, niet derde. In Engeland dachten ze er nog voor de kleine finale niet aan de Queen lastig te vallen en een viering in de straten met een open bus hoefde ook al niet. Een land dat zeventig gouden medailles wint kan een sportprestatie net iets beter inschatten.

Wij Belgen zouden ook een dode mus vieren, als we maar kunnen vieren en er een festivalsausje kunnen over gieten. Deze derde plaats op het WK voetbal is geen dode mus, laat daar geen misverstand over bestaan. Zes wedstrijden op zeven winnen op een worldcup is weinig landen gegeven. Misplaatste euforie hoeft dan ook weer niet. In de eerste drie wedstrijden werd de tegenstander overklast en was geen twijfel mogelijk over de uitslag, in de volgende vier had de tegenstander telkens van België kunnen en soms moeten winnen.

Japan: ontsnapping, het kan niet genoeg worden gezegd. De lelijkheid en toevalligheid van de eerste goal na de 0-2 werd vergeten door de derde goal die in de highlights van deze worldcup komt. Brazilië: ontsnapping bis. Een owngoal, een belegering, een counter die 2-0 oplevert en dan weer een belegering overleefd.

Frankrijk: terechte nederlaag, zonder meer. Niet meer over zeuren, maar van leren. Te veel Belgen bleven onder hun niveau. Engeland: een vreemde wedstrijd waarin België twaalf keer op doel schoot en Engeland vijftien, waarvan respectievelijk vier en vijf ballen tussen de palen belandden. Engeland domineerde ook de corners (5-3) en het balbezit (57-43). Maar België won toch en Engeland verloor.

Een al te simplistische voorstelling van zaken is deze: in Rusland 2018 had België het geluk dat het miste in Brazilië 2014 en Frankrijk 2016. Met geluk in de sport is het als in het leven: het komt niet zomaar, je moet je er voor open stellen, investeren. In het voetbal betekent dat aanvallen. België viel veel en graag aan en had het geen corner afgedwongen tegen Brazilië, en was Kompany niet komen aandringen aan de eerste paal, dan had die geen owngoal opgeleverd.

Het grootste gewin van deze worldcup is niet die derde plaats, maar het besef dat een klein land ook groot kan zijn in topsport als de sterren gunstig staan. Grote landen zullen altijd een schaalvoordeel hebben, maar kleine landen kunnen met een goeie generatie en een juiste instelling elke grootmacht aan. België en Kroatië toonden dat dit toernooi.

Wat deze minitriomf voor onze Belgische topsportcultuur betekent is niet duidelijk. In andere sporten was al een kentering waar te nemen: prestaties van Belgische topsporters zitten over het algemeen in de lift. Heel vaak lag een goede opleiding aan de basis van die successen. Wat dat betreft loopt voetbal achter op andere sporten: de meeste Belgische internationals kregen hun postformatie in het buitenland en komen niet uit één of ander geniaal Belgisch voetbalsysteem. Dit succes was het gevolg van een toevalmodel. Daar verandering in brengen, is de opdracht voor de komende jaren.

 

20180716_De-Morgen_p-16-mail

Voor BEL-ENG om derde plaats: Aan jullie de keuze… in De Morgen van 14 juli 2018

Aan jullie de keuze: een goed of toch een historisch WK

Excelleren was hun doel en ze hebben woord gehouden. Vandaag om de derde plaats tegen Engeland moeten de Rode Duivels tonen dat ze ballen hebben en een voetbalhart dat op de juiste plaats zit. Derde is dan zo goed als eerste.

Sporten waarin apart om brons wordt gestreden, kennen het fenomeen: de derde is altijd blijer dan de tweede. Wie brons pakt, heeft zijn laatste kamp (meestal gaat het om gevechtssporten) gewonnen; wie zilver pakt, heeft goud verloren.

België kan derde worden als het vandaag Engeland klopt. Dat is de louter sportieve vertaling van de wedstrijd die vandaag om 16 uur Belgische tijd in Sint-Petersburg wordt gespeeld, maar er staat veel meer op het spel. De Rode Duivels anno 2018 kunnen hun populariteit in België en wereldwijd nog opkrikken door er een laatste keer vol voor te gaan.

Bij winst heeft de sportnatie België een zomer om nooit meer te vergeten. Jammer voor al die olympiërs die zo hun stinkende best doen, maar geen enkel goud op de Olympische Spelen heeft de impact of het prestige van een derde plaats op het WK voetbal. Alleen winst in de Tour de France door een Belg is van dezelfde orde.

Aan de Rode Duivels de keuze: wordt dit een goed WK, een erg goed WK zelfs, of ga je voor historisch goed? Willen jullie ons en de wereld nog één keer verbazen met dat positief, voluntaristisch voetbal waar de liefhebbers van o jogo bonito Belga zo massaal zijn voor gevallen?

Engeland is geen mooie tegenstander, maar wel een die wellicht het beste zal losmaken in de Rode Duivels. De helft speelt in Engeland en wil zich tonen, of heeft er gespeeld en is er niet helemaal voor vol aanzien en die willen zich zeker bewijzen. Komt daarbij dat Engeland en hun bondscoach Gareth Southgate van die derde wedstrijd in Sotsji een farce hebben gemaakt.

Eerst zeggen dat je vol voor groepswinst gaat en dan geen poot meer uitsteken als je een goaltje tegen hebt gekregen omdat zo Brazilië en Frankrijk worden vermeden, kan het hypocrieter? Niet onbelangrijk: als België nog eens kan excelleren met Eden Hazard en/of Kevin De Bruyne, Romelu Lukaku er een paar kan inprikken en Thibaut Courtois de nul kan houden, dan is de kans groot dat een of meer van die spelers een individuele trofee mee naar huis nemen. Staat altijd mooi op de schoorsteenmantel en het cv.

Bagatel

Ten slotte is er nog een bagatel waar de spelers wellicht niet van wakker liggen, hoewel ze daar na de daling van het pond als loontrekkenden in Engeland wel mee worden geconfronteerd: de brexit. Geef die arrogante Engelsen die denken dat ze het zonder de Europese Unie kunnen, gewoon een pak rammel. Toon de EU-onderhandelaars hoe het moet en stuur hen met lege handen terug naar hun island of splendid isolation.

Kevin De Bruyne was de eerste om de knop om te draaien na de jammerlijk verloren wedstrijd tegen de Fransen: “We willen derde worden.” Bij die wil om er nog iets van te maken, kan je je iets voorstellen, Kevin De Bruyne zijnde. Zijn halve finale was niet om over naar huis te schrijven. De spelerskeuzes, veldbezettingen en consignes wettigen niet de zeventien balverliezen van De Bruyne. Ook niet de 68 procent gelukte acties, het laagste percentage van alle Belgen op het veld. En al helemaal niet dat hij nul ballen recupereerde op een hele wedstrijd. KDB kende een offday tegen Frankrijk, dat speelde zoals de meeste ploegen tegen Manchester City spelen.

Misschien geeft hij die offday ooit wel eens toe. Kan iedereen gebeuren en het zou België sieren als ze met dit verlies tegen Frankrijk zouden omgaan zoals hun bondscoach: het was nipt, één standaardsituatie verschil en we hebben ons niks te verwijten. Herspeel die halve finale en misschien komt België dan wel op voorsprong, moeten de Fransen komen en kan België counteren.

Zege niet gestolen

Omgekeerd moeten de Belgen de Fransen ook niks verwijten en vooral niet beginnen zeuren over die scheidsrechter. Tegen Brazilië werd een strafschop tegen Kompany niet gefloten. De speelstijl van Frankrijk was bekend: de zaak gesloten houden, wetende dat er altijd een kansje komt. Gestolen hebben ze die overwinning ook niet. De statistieken zijn duidelijk: wie 60 of meer procent aan de bal is en daarvan negen keer op doel schiet met vier ballen tussen de palen, riskeert altijd te verliezen van een tegenstander die uit 40 procent en dus minder balbezit achttien keer op doel kan schieten waarvan vijf keer tussen de palen.

Frankrijk werkte niet eens efficiënt, maar normaal af. België niet. Dat is het verhaal van die wedstrijd en niet ‘het laffe Frankrijk tegen het positieve België’. Stop daarmee, dit Belgisch elftal is te goed om de Calimero uit te hangen.

Column Gecondoleerd in De Morgen van 12 juli 2018

GECONDOLEERD

 

Dat kreeg ik net na de wedstrijd in een berichtje en gisteren ook nog een paar keer. Zonder leedvermaak. Gemeend. Zo doen Nederlanders dat en zo zouden wij dat niet doen als het omgekeerd was (zeg ik er maar even bij). Het hele WK, zolang de Belgen een kans maakten op de wereldtitel en ik in Rusland was, zat ik elke avond in Langs de lijn en omstreken, een onvolprezen (sport)actualiteitenprogramma op de Nederlandse Radio 1. Ik kwam na halfelf en was meestal de afsluiter van het programma.

De intro van het blokje ‘Onze Belg bij de Belgen’ was een compilatie van stemmen van Filip Joos, Peter Vandenbempt en Frank Raes bij acties van de Rode Duivels, met daarover een streepje ‘België’ van Het Goede Doel.

U kent het wel:
“Ik stond zelfs in dubio.
Maar ik nam geen enkel risico.
Ik heb getwijfeld over België, België, België…”

Leuke intro, telkens ik hem hoorde via de inbel-app op de iPhone kreeg ik er zin in en toen was het aan mij. Standaard begonnen we met iets leuks – zoals geen bier in het Jupiler-persdorp, of die vreselijke nachtvluchten, of mijn schandalig dure hotelkamer met spiegel boven het bed – om het dan over sport te hebben en over de kansen van die fantastische Rode Duivels. Dat laatste meenden ze.

Gecondoleerd meenden ze ook. Ik was steeds weer gegeneerd en maakte mij er vanaf met de dooddoener “ik heb niet meegespeeld”. Hoe voel je je, was gisteren de eerste vraag. Nul spot, Nederlanders weten als geen ander wat het is als klein land om te hopen op iets en er uiteindelijk naast te grijpen.

Hoe voelde ik mij? Hoe ik mij nu voel? Ik heb last van sinusitis door die stomme airco, maar dat doet er niet toe. Het is lastig. Je bent journalist en hoewel het een misvatting is dat een journalist objectief moet zijn, wil je toch in de eerste plaats observeren, noteren, complimenteren zodra het kan, afserveren als het echt niet anders kan.

Ik ben in de worldcup gestapt met een portie tegenzin, zal ik eerlijk bekennen. Het vooruitzicht om minimaal twee en een halve week met voetbaljournalisten op hotel te zitten en dag in, dag uit over die Rode Duivels te moeten berichten met hun open opwarmingen en hun klotewedstrijden (excuses daarvoor) tegen Panama en Tunesië, was allesbehalve aanlokkelijk.

Het was wachten op de wedstrijd tegen Engeland, maar toen bleek ook die een sof en daarna kwam Japan, ook al niks om wild van te worden. Ja, ik héb getwijfeld over België, maar de wedstrijd tegen Brazilië was het keerpunt. Ook al was geluk een bepalende factor in die wedstrijd, in voetbal moet je zelf nog altijd investeren om van geluk te profiteren.

Het positivisme waarmee die elf gasten in hun rode shirtjes op dat veld kwamen, het je-m’en-foutisme, de techniciteit en het leuke wervelende spel dat daar het gevolg van was, lieten niemand onberoerd. Als de wereld je bewondert, is het een beetje lastig, zeg maar dom, om jezelf niet te bewonderen.

Er is nog iets anders aan deze worldcup wat mij gaandeweg erg is gaan bevallen: de afwezigheid van haat en nijd. Helemaal anders dan op het EK van 2016, toen de Russen de Engelsen in de prak sloegen in Marseille.

Ik zat na de wedstrijd in Kazan in het holst van de nacht in een tjokvolle vertrekhal, zeg maar halletje, van de luchthaven, waar
drie vluchten te laat waren en in de chaos niemand nog wist wanneer welke vlucht vertrok. Er zaten heel veel Belgen en nog meer Brazilianen. Naast mij zat een Amerikaans koppel met Braziliaanse roots. Ze feliciteerden mij. Ik zei: “Ik heb niet meegespeeld, maar toch bedankt.” En ook: “I feel sorry for you.” Was nergens voor nodig, vonden ze, de Belgen hadden het goed gedaan.

Voetbal is op het allerhoogste niveau de sport van het geld geworden en heeft de Amerikaanse sporten ver achter zich gelaten. Van de week is meer dan 100 miljoen euro voor een dertiger uitgegeven. Ook al is het Cristiano Ronaldo, wie verzint zoiets?

Dat is clubvoetbal, maar de voorbije maand ging het om interlandvoetbal. De premie die ze straks meenemen naar huis voor hun hopelijk derde plaats vertegenwoordigt voor de best betaalde Rode Duivels een weeksalarisje. Vincent Kompany heeft al aangegeven dat wat hij met de nationale ploeg verdient aan goede doelen geeft. Mooi zo. We zijn hier Liberia niet, waar ze een voetballer president maken, maar als jongens zoals Eden Hazard en Kevin De Bruyne en de anderen een stukje maatschappelijke rol zouden willen opnemen, dan is dat meer dan welkom.

Ik ben inmiddels thuis, waar een grote vlag aan mijn gevel hangt. Dat is een primeur, maar met mijn uitdrukkelijke instemming blijft ze hangen tot zaterdag.

20180712_De-Morgen_p-14-mail

Na FRA-BEL: derde plaats, ook mooi in De Morgen van 11 juli 2018

Derde plaats is ook mooi

De slag om Sint-Petersburg is verloren en van een heroïsche nederlaag was geen sprake. Na een gevleide 1-0 in het begin van de tweede helft lieten de jonge Fransen de Rode Duivels nooit meer in hun spel komen en speelden het uit als een ervaren ploeg.

De Rode Duivels vlogen afgelopen nacht terug naar Moskou, maar overmorgen gaat het alweer richting Sint-Petersburg voor de wedstrijd om de derde plaats tegen de verliezer van Kroatië-Engeland vanavond. De derde plaats zou een bekroning zijn voor een fantastisch toernooi. De slappe wedstrijd van gisterenavond doet daar geen afbreuk aan.

Frankrijk is een land dat vaker niet dan wel functioneert, maar de nationale ploeg editie 2018 is daar een uitzondering op. Les Bleus denderden tot de burenclash van gisteren als een geprogrammeerde machine door de worldcup. Na de zuinige overwinning op België zijn zij de grote favoriet zondag voor de finale in het olympisch stadion Loezjniki.

Ze scoorden in de vijftigste minuut met een kopbal van Samuel Umtiti van FC Barcelona op een moment dat België de meest aanvallende en aandringende ploeg was, zonder evenwel het doelgevaar van de eerste helft te kopiëren. Op een corner was Marouane Fellaini net iets te laat om de instormende Umtiti af te stoppen. Wat België daarna nog op de mat legde, leek in niks op de wedstrijd tegen Brazilië. Waren ze vermoeid, stonden ze slecht, waren de Fransen beter, wie zal het zeggen. België heeft een halve finale gehaald met het mooiste voetbal van deze worldcup. Hulde daarvoor.

Koningin van Malibu Beach

Filip en Mathilde, koning en koningin der Belgen waren er, net als Emmanuel Macron, president van de Franse republiek, en niet te vergeten de koningin van Malibu Beach, Pamela Anderson, naar het schijnt het lief van de Franse verdediger Adil Rami.

Prominenten, vips en het volk, ze zijn op hun honger gebleven en dat is deels te wijten aan de Fransen, die hun cynische spelletje speelden dat ze al het hele WK etaleren. Verdedigen is tot kunst verheven in het postmoderne voetbal maar het is eveneens een verdienste dat ze de positiewissels van de Belgen makkelijk konden opvangen.

De Belgische elf van gisteren verschilden in drie spelers van die van de eerste wedstrijd tegen Panama. Thomas Meunier moest geel geschorst toekijken, en dat bleek echt een aderlating, en Dries Mertens was al eerder tegen Japan vervangen door Marouane Fellaini. Hij zou later in de wedstrijd worden ingebracht toen het kalf dreigde te verdrinken.

Het leek een verrassing, Moussa Dembélé in de ploeg halen en niet Yannick Carrasco. Dembélé is minder snel dan Carrasco op de eerste meters, maar balvaster en kan vooral beter oorlog maken op het middenveld. Daar zou hij ook gaan spelen, links. Op rechts, de plek van Thomas Meunier, speelde Nacer Chadli.

Ook hij was daar met verdedigende consignes gezet, in zoverre dat bij balverlies de Belgen met vier man achterin stonden. Zowel Dembélé als Chadli beleefde niet hun gelukkigste avond, maar dat gold eigenlijk ook voor Kevin De Bruyne, Eden Hazard en nog veel meer voor de compleet onzichtbare Romelu Lukaku.

De Fransen hadden het goed bekeken. Die speelden in hun stevige en compacte 4-2-3-1 die bij balverlies soms een 4-5-1 wordt. Frankrijk had dit toernooi nog niet al te veel laten zien en dat deden ze ook tegen België niet, hoewel ze in hun rangen een wereldvoetballer als Mbappé hebben. Spektakel is het minste van Didier Deschamps zijn zorgen. De zaak gesloten houden en een goaltje meepikken, is zijn bekommernis.

Van een beleg geen sprake

Het beleg van Leningrad, nu Sint-Petersburg, duurde negenhonderd dagen. Dat was in de Tweede Wereldoorlog en toen deden de Duitsers wel nog mee. Van een beleg gisterenavond in Sint-Petersburg was nauwelijks sprake. Het duurde één keer vijf minuten van Belgische kant en vanwege de Fransen was er van een beleg nooit sprake. Die prikten af en toe als in een guerrilla met hun snelle jongens. Als ze eruit konden komen, ging het als een speer naar Antoine Griezmann en Kylian Mbappé. Dat gebeurde twee keer in het eerste kwartier.

De Belgen zaten van de eerste minuut even vast als in het begin van het toernooi tegen Panama, maar op het kwartier kreeg Eden Hazard een verloren bal en schoot op doel terwijl minstens twee van zijn ploegmaats beter geplaatst stonden. In totaal kreeg België toch drie levensgrote kansen in die eerste helft. Raphaël Varane kopte er een weg en een andere – van zijn verdediger bij Tottenham Toby Alderweireld – werd door Hugo Lloris mooi gestopt.

Aan het einde van de eerste helft volgde nog een klassieke misser van Umtiti, maar Romelu Lukaku schrok zich een hoedje. Daartegenover zetten de Fransen twee schoten op doel, waarvan de tweede via een doorgelopen en alleen gelaten Benjamin Pavard prachtig werd gered door Thibaut Courtois.

Een 0-1 voor België had de wedstrijd opengebroken, maar het waren de Fransen die eerste scoorden, kort na de rust. Na het doelpunt van Umtiti zwom België vijf minuten lang en dan greep Martínez in: Dries Mertens kwam de schutterende Dembélé vervangen en vatte post op zijn rechterflank. Eden Hazard moest zich diep laten terugvallen om aan de bal te komen en had ook nog eens de pech dat de Uruguayaanse ref Andres Cunha een fout op hem net voor de zestien niet gaf. De inbreng van Yannick Carrasco in plaats van Fellaini bracht geen zoden meer aan de dijk.

 

20180711_De-Morgen_p-2-3-mail

Voor BEL-FRA: De match van hun leven (deel 2 van 3) in De Morgen van dinsdag 10 juli 2018

De match van hun leven (deel 2 van 3)

First we take Brazil, then we take France. En daarna zien we wel. Rode Duivels, de voetbalminnende wereldburger zonder ploeg op dit WK heeft jullie geadopteerd. Pak Frankrijk zoals Brazilië: met het hart én met het hoofd.

Brave Little Belgium is Brave Belgium geworden, het kleinste grote voetballand ter wereld. In de achtste finale op een schier onoverbrugbare achterstand tegen Japan, maar de situatie rechtgezet door een ultieme wervelwind die nu al als mooiste doelpunt van het WK kan worden gekozen. Daarna in de kwartfinale het grote Brazilië recht in de ogen gekeken, zonder schrik of schroom, en geklopt.

Dat dwingt bewondering af. Minnaars van het frivole voetbal hebben België geadopteerd als hun team en staan vanavond achter Hazard, De Bruyne, Lukaku en al die anderen; niet achter Lloris, Griezmann, Mbappé of die snuiter Pogba, de maat van Lukaku.

Oké, kan iemand nu de wierook weghalen? Laten we de feiten bekijken. Tegen Japan redelijk miraculeus ontsnapt met de langste kopbal in WK-geschiedenis, die achter een blinde doelman in een hoekje viel waar hij in geen duizend jaar nog zal vallen. Je hebt geluk nodig om te winnen en geluk dwing je af.

Dat was meer dan ooit het geval bij Brazilië-België. De statistiek die het best correleert met winst of verlies, is het aantal schoten op doel. Het team dat het vaakst op doel schiet, wint in 63 procent van de wedstrijden. Het team dat het vaakst tussen de palen op doel schiet, de zogeheten shots on target, wint 72 procent van de wedstrijden.

Zeven keer van de tien had Brazilië moeten winnen met zijn 26 schoten, waarvan 9 in het kader, tegenover de 8 doelpogingen van de Rode Duivels met 3 tussen de palen, waarvan 2 raak. Het werd 1-2. Brazilië-België was na Japan, puur cijfermatig bekeken, een tweede grote ontsnapping.

Voor de obligate persconferentie in het prachtige Krestovski-stadion op het gelijknamige eiland, gelegen voor de mooiste stad van Rusland, hadden de Fransen gisteren hun doelman Hugo Lloris afgevaardigd. Die speelt normaal bij Tottenham met Jan Vertonghen en Toby Alderweireld voor zijn neus. Eden Hazard kent hij dan weer als tegenstander, maar nog van de tijd dat hij in Frankrijk bij Lyon speelde en zich weleens moest omdraaien na een bevlieging van Hazard.

Zoals wel vaker werd de persconferentie aangegrepen om de lof te zingen van de tegenstander. Lloris: “België is de meest complete ploeg van het toernooi en beheerst alle aspecten goed. We zullen goed moeten spelen.”

Bondscoach Didier Deschamps was iets pinniger toen hij een deel van het succes van de Rode Duivels ook toeschreef aan Marc Wilmots, een persoonlijke kennis die hij hiermee een hart onder de riem wilde steken. Of was het om Roberto Martínez op zijn zenuwen te werken?

De bondscoach der Belgen gaf niet thuis, die moet ook nog eens worden bewierookt om zijn sociale intelligentie. “Natuurlijk hebben wij verder gebouwd op het immense werk dat Wilmots heeft verricht.” Immens gebruikte hij ook, zoals voorafgaande aan elke wedstrijd in het zinnetje “We have immense respect for…”.

Deze keer was het France en dat is maar goed ook, want Frankrijk is een veel uitgekookter team dan Brazilië. Die hadden Neymar, maar kregen hem niet vrij. Frankrijk heeft de razendsnelle Kylian Mbappé, die tegen Uruguay omschakelde tegen 37 kilometer puur, op noppen, op gras.

Fenomenale Hazard

Kevin De Bruyne nam de Belgische honneurs waar. Die schijnt geen last te hebben van stress voorafgaand aan een wedstrijd. Dat moet hetzelfde zijn bij een persconferentie. Hij lachte zelfs twee keer, toch iets wat je hem niet vaak ziet doen. Over Mbappé, over wie hij ooit zei dat hij hem niet kende, zei hij dit. “Ik kijk niet zo vaak voetbal, maar ik heb hem leren kennen. Hij is een ster geworden. Voor de komende vijftien jaar is hij een van de besten van de wereld.” En alle Fransen verguld.

Hazard en De Bruyne konden het best met elkaar vinden in de moeilijkste wedstrijd van het toernooi en ze speelden nog zo dicht bij elkaar. Een derde van de ballen die De Bruyne inspeelde, waren op Hazard. Dat waren er twaalf en zes gingen naar Romelu Lukaku. Hij had dus geen ongelijk toen hij stelde dat de vooruitgeschoven positie zijn verticaliteit en directheid bevordert.

Meer nog dan de versatiliteit van België – negen verschillende spelers die scoren, dat is behoorlijk indrukwekkend – vrezen de Fransen één man: Eden Hazard. Tegen Brazilië lukte hij al zijn dribbels en zorgde keer op keer voor gevaar. Dat vond Hazard wel oké, gewoon eens tonen wie de betere is van de twee, Neymar of hij.

Nu is het tegen Frankrijk, zijn adoptieland waar hij als kind voor supporterde omdat hij niks had met het voetbal van Wilmots en co.. Ook dat is een motivatie waarvoor hij niet terugdeinst. Jammer dat die andere Fransman, Thomas Meunier, er niet bij is door twee gele kaarten. Een aderlating, menen voetbalkenners.

De verwachting is dat Martínez Nacer Chadli op de plaats van Meunier posteert en dat Yannick Carrasco terug in de ploeg komt. In verdediging zou er met vier worden gespeeld, om dan snel om te schakelen. Verwacht sowieso een veel tactischer wedstrijd dan tegen Brazilië.

 

20180710_De-Morgen_p-13