Column De kont van ASO in De Morgen van zaterdag 2 mei 2020

De kont van ASO

De Container Cup van Woestijnvis – te zien op Vier en Play Sports – is een mooie afsluiter van de dag. Het gaat nergens om, het is mooi verpakte onzin, sportief is het ook nog eens op het randje van het gekke en zelfs onverantwoorde, maar: het is zo plezant om naar te kijken. Aan het eind van een dag nadat de zoveelste epidemio- of viroloog ons heeft gewaarschuwd dat de apocalyps heel nabij is als we ons de komende maanden niet verplaatsen als schichtige schimmen voorzien van mondmaskers, mag wel eens worden gelachen. Toch?

Bijvoorbeeld om de stommiteiten die presentatoren Wesley Sonck en Pedro Elias uitkramen.

Evengoed om Dirk Van Tichelt die golfen verwarde met een boom omhakken, maar toch 116 meter haalde. Of om Erik Van Looy die zichzelf terug in elkaar zette nadat zijn schouder uit de kom was geraakt bij de monkey bars. Als u niet weet wat monkey bars zijn, kijk gewoon maandagavond als gewichthefster Nina Sterckx en wielrenner Yves Lampaert aan de beurt zijn.

De Container Cup loopt tot eind mei. Veertig sporters komen aan de beurt en tussenin proberen ook wat BV’s zich niet belachelijk te maken, wat niet lukt. Twee van de veertig zijn voetballers, Hans Vanaken en Simon Mignolet komen nog aan de beurt. Hulde voor die twee, maar twee op veertig zegt veel over voetballers. Op 27 mei neemt het laatste duo het tegen elkaar op: Wout van Aert tegen Mathieu van der Poel. Elf wielrenners zullen dan de revu zijn gepasseerd. Dat zegt veel over wielrenners.

Voetbal kreunt onder de coronacrisis, zegt het voetbal. Geloof dat maar niet. Voetbal heeft veel vet op de soep en het hangt er ook nog eens vol laaghangend fruit. Een sector die gemiddeld 211.000 euro betaalt aan meer dan duizend voetbalprofs, heeft wel wat marge. Van alle (ins ons land) populaire sporten is wielrennen wellicht het zwaarst getroffen door de coronacrisis. Sven Nys maakte zich van de week zorgen over het veldrijden, maar hij kan op beide oren slapen. Als er nu één discipline op twee wielen hooguit tijdelijk zal lijden onder de effecten van de coronastop, dan wel de cross. In de eerste plaats omdat het crossverhaal economisch en logistiek klopt.

Misschien dat we een tijdlang niet met tweeduizend vips in een tent pinten zullen staan hijsen. Misschien dat het een tijdelijke terugval voor de crosseconomie zal betekenen. Misschien dat sponsors hun euro nog eens zullen omdraaien voor ze deze winter een spandoek kopen om op te hangen in de bossen van Gavere. Misschien dat een deel van de toeschouwers zal wegblijven, maar er zal worden gecrosst en daar zal naar gekeken worden

2020-21 wordt een moeilijke crosswinter, ga daar maar van uit. Minder publiek, minder sponsors en de twee beste veldrijders ooit – Wout van Aert en Mathieu van der Poel – die zich eerst op het drukke wegprogramma zullen richten en misschien pas in december de eerste crossjes zullen rijden. Eens het leven herneemt – en we mogen ervan uitgaan dat dit ten laatste in de herfst van 2021 is – zal het veldrijden floreren als vanouds.

Veel lastiger wordt het om het wegwielrennen gezond te houden. Veldrijden is een circus in een vaste tent, wegwielrennen is een rondtrekkend acrobatisch gezelschap dat om de zoveel kilometer zijn kunstjes opvoert. Volgens John Lelangue van Lotto-Soudal is er niets mis met het businessmodel. Van een vergissing gesproken: ongeveer alles is mis het businessmodel van de koers. Wie wegwielrennen economisch analyseert, vindt alleen maar manco’s.

Ticketing is haast onbestaande, tv-rechten zijn verwaarloosbaar vergeleken met voetbal en productiekosten voor een live van een wegwedstrijd zijn gruwelijk duur. Sponsoring is het enige waar die sport min of meer op steunt. Bijkomend probleem: de grote economische spelers zijn al jaren niet meer actief in het wielrennen, Ineos uitgezonderd.

Om de zoveel tijd wordt de mantra gelanceerd dat de televisierechten nu wel eens eerlijk zouden moeten worden verdeeld en dat de ploegen ook een deel van de taart verdienen. Dat verdienen ze zeer zeker, alleen moeten ze wel beseffen dat mediarechten in het wielrennen geen taart zijn maar een koekje. Als je een koekje verdeelt, hou je kruimels over. De hele economie van het wielrennen – alle disciplines – is minder waard dan één topclub in het voetbal. Pas als koers en co die realiteit onder ogen zien, kan aan iets nieuws worden gedacht. De coronacrisis en de stilstand die daarop volgde bood kansen, bijvoorbeeld om de almacht van ASO en de Tour de France te breken. Jammer maar helaas, bij de eerste gil vanuit Parijs likten het peloton en de internationale wielerbond UCI toch weer de kont van ASO.

 

20200502_De-Morgen_p-19-mail

 

Column Veiligheidsraadsel in De Morgen van maandag 27 april 2020

Veiligheidsraadsel

Grote consternatie in de sportwereld vrijdag toen na minutieuze ontcijfering van de (desastreus amateuristische) Powerpoint niks te vernemen viel over de georganiseerde sport. In Nederland heet dat vergunningsplichtige sport en dat is een veel duidelijker omschrijving. Daar viel het verdict: tot 1 september geen sportwedstrijden.

De recreatieve sport kreeg min of meer waar ze op had gehoopt: een versoepeling van deels onzinnige maatregelen. Er was nooit een objectieve reden om paardrijden in de natuur, golf, tennis en sommige andere niet-contactsporten te verbieden, mits inachtname van de hygiënische en afstandsconsignes. Dat is nu rechtgezet.

Het argument dat de Belg een arm neemt als je hem een vinger geeft en van burgerzin geen kaas heeft gegeten, is anderzijds ook valabel. Op het kruispunt wonen van de Noord-Europese en Zuid-Europese zeden en gewoonten is nog maar zelden een voordeel gebleken. Ja, onze keuken en dat we wolven van de twee kanten binnen krijgen, maar waarom we zo blij moeten zijn met die wolven gaat er bij mij ook niet makkelijk in. Ik doe mijn best.

Het is opvallend dat de maatregelen in het zuiden van Europa het strengst zijn – je zal als actieve sporter maar in Spanje, Italië of Frankrijk wonen. Deze crisis is misschien een gemiste kans om België een beetje meer in de richting van de Noord-Europese discipline en burgerzin te laten overhellen. Men heeft het niet aangedurfd.

We weten nog steeds niet wanneer voetballen in een stadion zal kunnen. Pieter De Crem was nochtans vakkundig bespeeld door de voetballobby. Al snel werd rondverteld – onder voorbehoud van correctheid – dat iedereen mee was, behalve “één minister die er nog eens moest over nadenken”. Een telefoontje verder luidde het dat “Koen Geens speciaal wilde doen”. Omdat onze federale vicepremier en minister van Justitie speciaal wilde doen werd de Veiligheidsraad ineens een veiligheidsraadsel.

We helpen u het kluwen te ontwarren.

Aan de ene kant heb je het voetbalbestel, dat zegt duidelijkheid te willen. Ze willen de competitie kunnen afsluiten en in de algemene vergadering van de Pro League stemmen over wie kampioen wordt, wie Europees speelt, wie stijgt en daalt en de competitieformule voor volgend seizoen. Verdomd jammer dat de Veiligheidsraad geen oren had naar die verzuchtingen, sakkert het voetbal. Daardoor is er vandaag geen stemming en wacht men de volgende Veiligheidsraad af.

Niet alles is zo simpel als het lijkt. Er is die afgebroken competitie en hoe daarmee om te gaan, maar er is evengoed nog steeds de kwestie van de televisierechtenhouders Telenet-VOO-Proximus. Die hebben laten weten dat ze een deel van de inmiddels betaalde laatste schijf van de rechten terug willen vorderen. Een niet-geleverde dienst moet niet worden betaald, daar kan geen zinnig mens iets tegen inbrengen. In de voetbalbubbel zitten weinig zinnige mensen. Zij vinden dat ze recht hebben op het geld omdat er sprake is van overmacht. Wat overmacht is, wat een terechte terugvordering is en wat schadevergoeding is (dat kan ook), daar gaat een handelsrechter over.

Dat zou de voornaamste reden zijn waarom Koen Geens het nood-KB dat bedrijven (en dus ook clubs) had beschermd tegen schadevergoedingen en terugbetalingen allerhande, dat uitgewerkt en voorzien van punten en komma’s op tafel lag als een hamerstuk, op 28 maart toch nog van tafel heeft gehaald.

Blijkbaar is de lobby van de rechtenhouders, waaronder Proximus dat voor 53,3 procent eigendom is van de Belgische staat, sterker dan die van het voetbal. Geens wilde niet vooral speciaal doen, hij wilde zich in de eerste plaats niet verbranden aan een conflict tussen twee zakenpartijen. De Veiligheidsraad heeft geen standpunt ingenomen om geen van de partijen (in dit geval het voetbal) te bevoordelen.

Waarlijk niets belet de Pro League te stemmen over de afhandeling van de stopgezette competitie. Dat staat volledig los van hoe de Veiligheidsraad denkt over voetbal. Die enkele tegenstemmen zullen niet volstaan om de 80 procent meerderheid te breken. Het voetbal wil zich verschuilen achter een Veiligheidsraad die verordonneert dat niet meer mag worden gevoetbald om het al gekregen en vaak al weer uitgegeven televisiegeld te kunnen houden. Het was een uitzonderlijke bevlieging van luciditeit van de regering om in dat spelletje niet mee te gaan. Overigens, dat het profvoetbal zich via tijdelijke werkloosheid bezondigt aan het uitmelken van het sociaal stelsel terwijl het daar nauwelijks aan bijdraagt, neen, dat heeft ook niet geholpen.

 

20200427_De-Morgen_p-21-mail

Interview Nicolas Lombaerts in De Morgen van zaterdag 25 april 2020

‘Ik ben goed in niks doen’

Marc Coucke liet hem in Pairi Daiza een koala strelen en gaf hem een dik contract bij KVO. De koala ging dood en KVO hing een tijd aan de beademing, maar het is een goedgemutste Nicolas Lombaerts (35) die terugblikt op zijn carrière. ‘Op cruciale momenten moet je geluk hebben.’

Handig als je een voetballer om de hoek hebt wonen. Nog handiger als hij roemloos is gestopt na een toch wel roemruchte carrière en de vraag naar een terugblik niet ongenegen is. Bepaald makkelijk als hij zegt: kom maar naar bij mij thuis op het terras. Journalistiek – of wat daarvoor moet doorgaan – in coronatijden: een paar honderd meter wandelen, de recorderapp aanzetten en je hebt een verhaal.

Nicolas Lombaerts is 35 en gestopt met voetballen. Er zijn er die zeggen dat hij al lang was gestopt, maar dat hij het zelf nog niet wist. Voor die haters haalt hij zijn schouders op. Hoewel de laatste rit niet altijd een pretje was, is Nicolas Lombaerts comfortabel en wel in zijn voetbalterminus gearriveerd.

We zitten in de bossen van het West-Vlaamse Hertsberge op zijn terras, palend aan zijn landhuis in Engelse stijl. Er valt die ochtend geen verkeerd geluid te horen. Geen achterbuur met bladblazer, hakselaar of kettingzaag in de weer. Of hij hem nog heeft gezien, onze Georges (Leekens). Ik alvast al maanden niet meer. “Nu je het zegt, de laatste tijd niet meer. Ik denk dat hij zich verstopt voor het virus.”

We hebben hier een lage mobiscore, 5 op 10, maar wat wonen we hier toch goed, vind je niet?

Nicolas Lombaerts: “Er is hier niks, behalve een bakker, een apotheek en een krantenwinkel, maar verder: fantastisch wonen. Die bossen, zo mooi. Prima om in te wandelen, fietsen of lopen. En wij mogen er nog in.”

Hoe beleef jij die coronastop?

“Gewoon. Mijn leven is niet omgegooid. Het enige waarvoor ik vroeger uit mijn huis kwam, was vier keer trainen ’s avonds en mijn dochter naar school brengen of afhalen. Nu moet dat ook niet meer. Tja, hoe beleef ik het? Dat het nu wat rustiger is, komt van pas. Caroline is uitgerekend voor juli, dan komt ons tweede kindje. Nu ik thuis ben, kan ik meer voor onze dochter zorgen.

“Wij zijn alvast gezond. De beurs wat minder. Gelukkig is het al wat hersteld. Ik klamp mij vast aan de wetenschap dat de beurs anticipeert. Het herstel zal afhangen van hoeveel geld er wordt ingepompt. Dat moet daarna weer ergens vandaan komen en dan zullen ze wel weten bij wie ze terecht moeten zeker? (zucht)

“Bij KV Oostende leveren we 50 procent salaris in. Het was dat of technische werkloosheid; dan is de rekening snel gemaakt. Nog een geluk dat dit aan het einde van mijn carrière gebeurt. Stel je voor dat je net bent begonnen en je hebt een lening lopen.”

Is dit nu het einde van je carrière?

“Ja, althans van mijn voetbalcarrière. Ik ga niet in een lagere afdeling spelen. Ik ben bij het begin van het seizoen naar de beloften teruggezet en ik heb dat laatste seizoen alleen getraind. Met volle inzet, niemand kan daar over klagen en die trainingswedstrijdjes heb ik gespeeld als in een echte wedstrijd, maar op het laatst had ik moeite om mij te motiveren.

“Mijn knie kan het ook niet meer aan. In 2008 ben ik tegen Villarreal tegen de paal gevallen bij een actie en daar is een deel van mijn kruisband half ingescheurd. Had ik mij meteen laten opereren, dan was ik er nu beter aan toe geweest. In een kliniek in Nederland, waar we toen met Zenit Sint-Petersburg op stage waren, dachten ze dat ik het wel zou redden. Iets later ben ik er dan toch doorgegaan en waren ook mijn menisci gescheurd en vervolgens is dan ook het kraakbeen gaan slijten. Ik ben niet meer pijnvrij, zelfs bij fietsen voel ik de knie.”

Wat ga je met je leven doen?

“Dat moet ik nog uitzoeken. Ik ben goed in niks doen, hoorde ik Kevin Janssens ooit zeggen en dat geldt ook voor mij. Als ik iets doe, moet ik het heel graag doen, anders begin ik er niet aan. Ik ben begonnen met de trainerscursus en ik doe mijn best. Ik wil dat diploma echt behalen.”

Inschrijven en betalen, is diploma halen.

“Ik probeer het toch goed te doen. Wat mij het meest is opgevallen? Dat je als trainer zo vaak en minutieus analyseert wat er is gebeurd. Als voetballer blijf je daar niet bij stilstaan. Als ik nu een voetbalwedstrijd bekijk, let ik op andere dingen. De opstelling, de looplijnen. Omgekeerd moet je er ook niet te veel aandacht aan schenken, want goals worden vaak gescoord door fouten van anderen en door geniale onlogische ingevingen van de aanvaller. Had ik nu die cursus vijftien jaar geleden gevolgd, dan zou ik mijn wedstrijden niet anders aanpakken.”

Van welke trainer heb jij het meest opgestoken?

“Van Luciano Spalletti bij Zenit. Hoe die ons trainde om te verdedigen: altijd hameren op oplettendheid, ook bij balbezit, posities aanpassen. Hij had zelfs een speciale assistent voor de verdediging. Dat werd herhaald in zes tegen vier, zeven tegen vijf, zelfs negen tegen zes, waardoor de verdediging onder immense druk kwam te staan. Verdedigen tot in de perfectie, maar het stelde ons in staat om hoog aanvallend te spelen.

“Ik heb Spalletti wel vervloekt tot het punt dat ik met een trillend voetje op de training stond te spelen. Altijd zat hij er bovenop en dan vooral op mij. Hij zei: ‘Jij bent de enige van de verdediging die ik nog kan bijschaven en beter maken.’ Als ik nu een training moet maken, grijp ik wel terug naar die periode. Trainer worden? Die trainingen en dat coachen, dat gaat nog wel, maar drie vierde van het werk bestaat er toch in om die spelers tevreden te houden, en wil ik dat wel?”

Vorig jaar wilde ik met jou play-off 1 analyseren en toen antwoordde je: ‘Ik ben nu in Dubai een biografie van Gorbatsjov aan het lezen en bovendien kijk ik nooit Belgisch voetbal.’ Ik schrok daarvan.

“Ik heb nog steeds geen Telenet of Proximus, maar misschien moet dat er nu wel van komen. Ik had niet het gevoel dat ik iets miste. De trainers analyseren de tegenstander voor hun spelers. Ik wist het belangrijkste: wie waar speelde en wat hij deed. Het laatste jaar heb ik meer gekeken, bijvoorbeeld naar de Champions League. Het bevalt me steeds meer om mijn ex-collega’s van de nationale ploeg te zien spelen in goede wedstrijden.

“Mezelf zien, daar heb ik een hekel aan. Ik zag dan altijd mijn eigen fouten en stak dat in mijn kop. Een vriend uit Rusland heeft wat wedstrijden doorgestuurd van destijds bij Zenit, onder andere de titelwedstrijd van 2007 tegen Saturn Moskou. Ook daar, achteraf bekeken, heb ik dikke chance gehad: we moesten winnen, we maken 1-0 met een lucky goal en een paar minuten voor het einde wordt een bal tegen onze deklat gekopt. Iets later intercepteer ik een bal die bij een vrijstaande aanvaller valt. Gelukkig pakte onze doelman die bal. Voor hetzelfde geld: geen kampioen en heb ik de boter gegeten.”

Je wedstrijden niet willen zien, is dat een manier om je te beschermen?

“Dat was cruciaal voor mijn carrière. In Rusland heb ik ook niks gelezen over de wedstrijd. Hier is dat lastig. Ik lees geen kranten, maar dan zijn er altijd wel in mijn omgeving die mij zeggen: ‘Goh, heb je gelezen wat die over jou heeft geschreven? Dat was niet erg positief.’ Vervelend allemaal.”

In je overigens mooie carrière zitten die vreemde momenten dat er vraagtekens bij jou worden gezet. Zoals op dat EK.

“Ik was geblesseerd, ik revalideerde van een spierscheur, maar ik was op de weg terug. Oefenwedstrijden heb ik niet gespeeld en de eerste ronde zou lastig zijn geweest. Met Vincent Kompany, die meer gekwetst was op de World Cup in 2018 dan ik in 2016, hebben ze wel geduld gehad. Ik ben in Bordeaux naar huis gestuurd omdat ze niet meer in mij geloofden. Of ik dan de oplossing was voor die verloren wedstrijd tegen Wales, toen we door de verdedigers zaten, durf ik ook niet te zeggen.

“Ik heb veel gemist door blessures: de Olympische Spelen, UEFA Cup-finale, Supercupfinale tegen Manchester, allemaal in 2008. Ik ben zeven keer geopereerd aan beide knieën samen. Te beginnen in 2005, met een afgescheurde kruisband bij Gent. Ik leefde er toen minder voor: ik kwam bij de kine met een dikke knie van het uitgaan, maar na vijf maanden speelde ik al terug. Bij Zenit was de andere knie aan de beurt. Ik deed er toen alles aan, leefde voor mijn revalidatie en ben haast een heel jaar out geweest. Ze werden behoorlijk ongeduldig bij Zenit en op een dag heb ik gezegd: ik voetbal weer. Er kwam telkens wel vocht in de knie, maar op den duur had ik dat vocht nodig voor de smering.”

Bij Club willen ze een nieuw geval Lombaerts vermijden. Een jeugdspeler in wie Club niet gelooft, trekt naar Gent en Gent verkoopt die later voor vijf miljoen.

“Een paar van onze generatie mochten overgaan naar de A-kern en kregen een profcontract, maar ik moest van Marc Degryse nog een jaartje wachten bij de beloften. Toen kwam Gent en ik ging studeren in Gent, dus het verhaal klopte. Club is wel nog met een aanbieding gekomen, omdat Antoine Vanhove mijn grootvader nog had gekend, dus meer om sentimentele redenen.

“In Gent was ik ook niet zeker dat ik het zou maken. In mijn contract stond wel dat ik niet mocht worden teruggezet naar de B-kern. (aarzelt) Ik had dat er beter bij Oostende ook laten inzetten. Maar goed, bij Gent mocht ik van in het begin meespelen bij een ploeg die het jaar voordien zevende was geëindigd, in de schuldafbouw zat maar toen wel een eerste steen legde voor het nieuwe stadion. Dat was in 2005. ‘Over twee jaar speel je in het nieuwe stadion’, zeiden ze toen. Ik heb er nog in gespeeld, maar in 2015 met Zenit in de Champions League.”

En verloren. Kopbalgoal van Laurent Depoitre die voor zijn man komt, en die man…

“… was ik. Zwijg. Ik heb veel geld verloren in die ene wedstrijd. Wij maakten kans om in de groepsfase zes op zes te halen en dat was nog maar zes ploegen gelukt. De groten natuurlijk, maar ook Spartak Moskou en dat stak Zenit de ogen uit. Ze wilden ook zes op zes. Maar Axel Witsel was geel geschorst en Hulk (de bijnaam van Givanildo Vieira de Souza, HV) was er ook niet bij in de spits. Geen zes op zes, geen premie.”

Jij wilde niet naar Sint-Petersburg, maar naar Berlijn. Daarover doet het verhaal de ronde dat je vader is overgehaald met geld om jou te overhalen.

“Dat is echt onzin. In mijn contract met Gent stond dat een percentage van de transfersom voor ons was. Dat gebeurt wel meer. En dat was het enige. Als de ene club het dubbele biedt van de andere – in transfersom en in salaris – dan is de keuze snel gemaakt, zowel voor de club als voor de speler. Maar het klopt dat ik naar Hertha Berlin wilde. Berlijn als stad trok mij aan, hoewel ik daar nog nooit was geweest.

“Maar toen kwam Sint-Petersburg en zijn we met hun trainer, Dick Advocaat, in hotel Van der Valk in Breda gaan samenzitten. Hij vroeg gewoon om vrijblijvend drie dagen te komen verkennen naar die fantastische stad en club. Dat hebben ze goed gedaan. (lacht) We sliepen in de Kempinski aan de Hermitage en alles was piekfijn in orde. Advocaat had niet gelogen. Daar heb ik dan beslist. Maar goed ook, want een paar jaar later zakte Hertha, wij speelden meteen kampioen en ik werd tot beste nieuwkomer in de Russische competitie verkozen.

“Het doet mij allemaal besluiten dat je ook geluk moet hebben op cruciale momenten. Gent bijvoorbeeld was mijn geluk, maar ook Sint- Petersburg en de trainers die in mij geloofden. Had ik bij het begin van mijn carrière Mircea Lucescu gekregen, mijn laatste trainer bij Zenit die mij nooit wilde opstellen, dan was het misschien helemaal verkeerd gelopen.”

Nog erger: stel dat je in je eerste jaar Marc Coucke hebt als voorzitter bij KV Oostende. Ben je nog kwaad op Coucke?

“Ik wil wel eens wat verduidelijken: ik ben niet naar Oostende gegaan voor het geld. Het wás een mooi contract, maar ik weet welke sommen de ronde doen en die zijn fel overdreven. De waarheid is dat KVO de enige echte optie was toen ik wilde beslissen. Gent wilde niet betalen voor een speler van 32, Club Brugge wilde eerst Björn Engels of Stefano Denswil verkopen. Anderlecht heeft eerst een bod gedaan, maar Zenit wou mij niet verkopen omdat Ezequiel Garay al naar Valencia ging. Oostende heeft doorgezet.

(kijkt plots omhoog) “Kijk, een buizerd. Die hangen hier de hele dag rond. Ik herken ook dat scherpe geluid. Speciale vogels hoor, zeker rond de lente, als ze met jongen zitten. Weet je in het bos dat witte huisje staan? Daar ben ik twee keer aangevallen door een buizerd, met de klauwen open kwam hij boven mijn hoofd scheren. Ik heb mij moeten verstoppen achter een boom, heb een stok gezocht en ben zo verder gelopen.

“Maar goed, Oostende. Wat had jij gedaan? Mijn huis ging net klaar zijn. Mijn dochter kon om de hoek naar school. We zouden dicht bij de familie wonen, mijn twee zussen wonen hier op een paar kilometer. Alles klopte aan het verhaal. En ik heb mij er uiteindelijk ook goed geamuseerd, zelfs het jaar onder Gert Verheyen waarin we nauwelijks presteerden. De sfeer in de groep was goed, we zijn zelfs met de spelers een paar keer uitgegaan. Dat was geleden van bij Gent.”

KVO onder Coucke was een zeepbel, dat had je toch moeten zien?

“Zenit heeft Gazprom en Manchester City een sjeik. Sommige clubs hebben nu eenmaal rijke eigenaars. Ik dacht dat hij KVO voor zijn plezier deed, en daar heb ik mij in vergist. De dag dat ik hoorde dat hij Anderlecht had overgenomen, wist ik dat het einde verhaal was voor Oostende.

“We hadden een dag later een bijeenkomst met de spelers en met Wim Demeyere, die voor Coucke werkte maar ook onze persman was. Coucke is ook gekomen en ik heb hem voor de groep geantwoord: ‘Het is gedaan met KV Oostende.’ De groep schrok en Coucke ook kennelijk, want hij heeft mij een uur later nog teruggebeld vanuit de auto: ‘Alles komt in orde, er verandert niks, ik vind een goede overnemer.’ Ik heb hem geantwoord: ‘Dit komt niet goed als jij weg bent. Dit is een club met aan de ene kant de zee en aan de andere kant Club Brugge. Zonder mecenas lukt dat niet.'”

Hij was geen mecenas.

“Ah neen, achteraf gezien was hij dat niet. Ik heb mij vergist, maar ik heb nog geen spijt van mijn beslissing. Dat Yves Vanderhaeghe mij eerst op de bank hield, neem ik hem niet kwalijk. Ik was niet honderd procent toen ik in Oostende aankwam. Wellicht een sluimerend tandabces. Nadien kwam ik wel weer in de ploeg.

“Gert Verheyen heeft mij ook op de bank gezet. In een driemansdefensie op links moeten staan, waardoor ik soms één tegen één tegen aalvlugge vleugelspelers kwam, hielp natuurlijk ook niet voor mijn gemoed. Dat hij mij een paar keer niet heeft geselecteerd, kon ik dan weer begrijpen. Ik had het uitgehangen en hij had het al veel eerder kunnen doen: ik was gefrustreerd en dat heb ik laten blijken. Maar niet mee mogen naar Eupen uit, daar was ik niet rouwig om.”

Oostende wilde van je salaris af en de opvolger van Coucke, Peter Callant, deed je een voorstel: twee jaar voor de prijs van één.

“Ja, en ik was het daar mee eens, maar toen werd Frank Dierckens voorzitter en was dat voorstel van tafel. Ze wilden van mij af. Dit seizoen heb ik nog de voorbereiding meegemaakt, maar ik voelde de bui al snel hangen. De trainer (Kåre Ingebrigtsen, HV) selecteerde mij niet voor de eerste wedstrijd en waarschuwde mij dat het niet van hem kwam, dat hij geen klagen had over mij, maar dat er nog wat zou volgen.

“Ze wonnen op Anderlecht en in de euforie hebben ze toen beslist om mij te lozen. (zucht) Ik heb een gesprek gehad met Dierckens en Patrick Orlans, die het woord voerde. Ik heb dat gesprek opgenomen. ‘Je loon is geen probleem. Je mentaliteit wel. We willen dat je weggaat.’ Ik denk dat ze zijn geschrokken van mijn reactie: het werd redelijk pittig. Uiteraard kwam er geen aanbieding voor mij. Moest ik dan gewoon stoppen met werken en gaan doppen terwijl ik een contract had? Later wilden ze mij uitbetalen in schijven. Nog goed dat ik dat voorstel niet heb aanvaard. Dus werd het de B-kern, ’s avonds trainen vind ik niet erg.”

Klopt het dat jij ooit met een Bentley bent gaan trainen bij die beloften?

“Neen, wel met een Rolls-Royce. (lacht) Dat was een ongelukkig toeval. Ik had een dagje met die auto mogen rijden – gewoon een testrit, ik ging die echt niet kopen – en de mevrouw die de auto had gebracht, had ik mijn auto gegeven. Normaal ging ik met de clubauto, een Ford, maar die was toen in de garage of zo. Enfin, ik weet het niet meer. Hoe ook, ik ben dus gaan trainen met die Rolls. Ik heb er nog een boete voor te snel rijden aan overgehouden ook.”

Ben je verbaasd over het Anderlecht onder Coucke?

“Neen, niet sinds ik weet hoe het met Oostende is gegaan. Wat mij is overkomen, is niets in vergelijking met wat hij die club heeft aangedaan. Als ik Coucke ergens tegen het lijf zou lopen? Dan zal ik normaal doen. Het verhaal dat hij mij nog van alles verschuldigd is, klopt ook niet. Er was wel eens geopperd dat we na mijn voetbalcarrière misschien samen iets zouden kunnen ondernemen, meer niet. Dat is nu van de baan.”

Pairi Daiza zit er ook niet meer in.

“Dat hebben we wel gehad. Dat had ik gevraagd bij mijn contractonderhandelingen: een vipbezoek aan Pairi Daiza, inclusief het aaien van een koala. Zelda was haar naam. Was, want die koala is gestorven (in 2018 aan buikgriep, HV).”

Wie was de beste en de gekste voetballer met wie je ooit hebt gespeeld?

“Bij de nationale ploeg waren dat Kevin De Bruyne en Eden Hazard natuurlijk. Bij Zenit Andrej Arsjavin. En ook Danny Miguel, een Portugees die ze bij Dinamo hebben weggehaald. Een ongelooflijke dribbelaar die ook in Engeland of Spanje had kunnen spelen maar het naar zijn zin had in Sint-Petersburg.

“Bij de geksten denk je natuurlijk meteen aan Glenn Verbauwhede (ex-doelman van onder meer Club Brugge, HV). Man, man, die heeft mijn jeugd gekleurd. Fernando Ricksen bij Zenit kon er ook wat van. Die deed ongeveer alles wat verboden was: drinken, vrouwen, coke. Hij is betrapt bij een dopingcontrole en dat was zijn einde bij Zenit.

“Het toppunt was dat hij mij onder zijn vleugels heeft genomen toen ik in Sint-Petersburg belandde. Dick Advocaat had dat gezien en heeft mij gewaarschuwd om mij toch niet te veel in zijn spoor te zetten. Dat had ik zelf ook al snel door. Wel een heel aardige gast, die Ricksen. Vorig jaar is hij overleden aan de zenuwziekte ALS. Toen ik dat hoorde, dacht ik: 43 jaar, dat is jong… Gelukkig had hij geleefd voor drie.”

 

20200425_De-Morgen_p-70_-Lombaerts-int-pdf

Column Des Geisterspiel in De Morgen van zaterdag 25 april 2020

Das Geisterspiel

Livesport kwam deze week opnieuw tot ons en nog wel in de gedaante van basketbal. Met dank aan de FIBA. De basketbalwedstrijd – wedstrijden, want het gaat om de finales in een best of seven-format – komt uit Taiwan en is zonder publiek, om evidente redenen. De competitie heet de Chinese Taipei Super Basketball League Finals.

Eergisteren heb ik de tweede wedstrijd bekeken, via YouTube. Taiwan Beer speelde thuis tegen de Yulon Luxgen Dinos die de eerste wedstrijd hadden gewonnen met 88-83. Kijken is misschien wat overdreven. Ik heb het geprobeerd maar ben snel afgehaakt. Het spektakel speelde zich af in een sportzaal met een parket met allemaal verschillende lijnen. Met een commentator die evenveel van de ploegen kende als ik en ik wist na tien minuten nog steeds in de verste verte niet waar dit over ging. Met mannetjes die verkleed waren als basketbalspelers. Eén zwarte heb ik geteld. Eén! Dat kon geen basketbal zijn.

“Warum doch, quälen Sie sich so?” Dat vroeg ooit een oudere Duitse mevrouw die mij elke dag rond een meertje in Duitsland zag lopen en andere dingen doen die destijds in de buitenlucht als raar werden omschreven, maar die we vandaag als volstrekt normaal beschouwen. Gewoon, ik probeerde mij fysiek voor te bereiden op mijn nieuwe ploeg, kwestie van die eerste trainingen in zaal goed door te komen en mijn basisplaats te verzekeren.

Het zinnetje spookte decennia in mijn achterhoofd, telkens als ik het lastig had, fysiek of geestelijk of hoe ook, zoals nu weer. Waarom kwellen wij ons zo? Dit is hét moment om af te kicken van onze sportverslaving en België is daartoe de ideale afkick-kliniek.

Oké, we zijn masochisten zoals we elke dode meetellen van wie we niet zeker weten waaraan hij/zij is overleden. We weten niet goed welke winkels open en dicht en weer open mogen. We weten niet of afhaalkoffie ook afhaal is. Maar in het voetbal hebben we dat goed gedaan. Wij waren de eersten om te zeggen: hic et nunc stop, Club kampioen en al de rest zien we nog wel.

Andere landen daarentegen… In Nederland wilde een aantal topclubs niet meer, een aantal andere clubs dan weer wel, de KNVB wilde ook nog, maar nu heeft de overheid gewoon zelf de boel op slot gedaan tot 1 september. Zelfs zonder publiek geen sprake van voetbal.

Opgeschort tot nader order, van west naar oost: voetbal in Engeland, Schotland, Portugal, Spanje, Italië, Turkije, Oekraïne. Zouden weer begonnen zijn gisteren, niet dus: Griekenland. Hebben een datum geprikt: Frankrijk (17 juni), Zwitserland (eind mei) en ten slotte Duitsland, dat op 9 mei zou herbeginnen. Met de nadruk op ‘zou’, want er is nogal wat protest.

Persoonlijk ben ik voorstander van het Duitse experiment met een beperkte aanwezigheid in het stadion van een paar honderd man – vrouwen alleen als het moet – en met spelers die zich na afloop niet douchen, die met de bus terug naar huis moeten en die voorafgaand getest worden. Waarbij ik mij dan meteen afvraag: is het de taak van de vierde scheidsrechter om die tests te doen? Eerst de noppen controleren en dan zo’n wattenstaafje in de neus prikken bij iedereen die wil invallen. Snel-snel even met de VAR-Covid- analist overleggen of het oké is en huppekee, voetballen maar.

Alleen al omwille van de heerlijke Duitse woorden wil ik die Bundesliga ohne Publikum wel een kans geven: ein Freudentaumel ist es ein Anschlusstor zu sehen in einem Geisterspiel. Een genot is het om een aansluitingstreffer te zien in een spookspel. Ja toch? Dat er niet wordt geapplaudisseerd, gejoeld en gescholden en dat de goaltune een beetje hol klinkt, dat moeten we er bij een spookwedstrijd voor lief bij nemen.

Alleen, lang niet zeker dat die Geisterspiele ook zullen doorgaan. De fans zijn tegen, de media zijn tegen, de politiek staat ook niet te springen, van de spelers hoor je weinig of niks, de enigen die ervoor uitkomen te willen voetballen zijn de clubbesturen. Dat heeft te maken met geld.

Die Zeit kopte van de week boven een opiniestuk: Tod und Spiele. We citeren: “Meer dan vijfduizend mensen zijn aan Covid-19 gestorven (dat hebben die Duitsers slechter – of beter zo u wilt – gedaan dan wij, of ze kunnen niet tellen), wetenschappers waarschuwen voor een tweede golf infecties, maar Paderborn tegen Düsseldorf moet zo snel mogelijk worden gespeeld.” Zo absurd, besloot de commentator.

Het blijft een rare vorm van koorddansen: een hele maatschappij verplichten afstand te houden, beletten naar een stadion te komen waar een kleine dertig voetballers (als ze wat vaak vervangen) elkaar in nek en bek hijgen en spuwen. Dat valt niet uit te leggen, ook niet met een excelletje van de tv-rechten.

 

20200425_De-Morgen_p-21-mail

Column over zwaarste wielerkalender ooit in De Morgen van maandag 20 april 2020

Zwaarste kalender ooit

We gaan weer voetballen en koersen en volleyballen en tennissen en al het andere wat sport heet, zo ongeveer vanaf september, met en misschien al iets eerder zonder publiek. Niemand die zeker weet of dat allemaal wel zal lukken. Hoop doet leven.

Misschien moeten we overwegen om elk jaar zo’n coronastop in te lassen. We zitten nu aan zo’n 150.000 doden wereldwijd. Een gekend griepvirus, als het een beetje stevig huishoudt, levert minimaal 290.000 tot maximaal 650.000 doden op. Aldus een studie die alleen maar rekening hield met ademhalingsgerelateerde overlijdens ten gevolge van influenza, verschenen in The Lancet in 2017.

Het is geen wedstrijd, maar toch: Covid-19 zal zich flink moeten reppen om die score te overtreffen. Tenzij de hele wereld begint te tellen zoals de Belgen, dan zal het lukken.

Jawel, het virus heeft ons in een heel korte tijdspanne overvallen zonder dat we beschermd waren door een vaccin en de social distancing en hygiënebepalingen hebben hun nut bewezen. Dat is een pre voor Covid-19. Daartegenover staat dat grote delen van de bevolking wel gevaccineerd waren/worden tegen griep. Stel je voor dat we geen griepvaccins hadden, hoeveel doden hadden we dan jaarlijks: één miljoen, twee miljoen? Vreemd toch dat in 2018 – de ergste griepwinter deze eeuw – de economie, de scholen en de sportstadions niet dicht gingen en niemand in zijn kot moest blijven.

Zet gewoon elk jaar tussen eind december en begin mei de economie op pauze, doe de scholen dicht, geef de leiding van het land in handen van experts en stuur de politici samen met de sporters op congé. Die sporters zijn het minst van onze zorgen, want dit jaar gaan we bewijzen dat voetbal een zomersport is en het hele koersseizoen in een maandje of drie kan worden afgehaspeld.

Laatste stond in L’Equipe ‘le calendrier idéal’ voor de nog af te werken Ligue 1. Reprise vanaf 16 juni en fin op 25 juli. Wat geldt voor Frankrijk, geldt voor elke competitie die zichzelf wil afwerken. De ideale kalender, voor wie dan? Voor de televisiezenders die hun advertentieblokken eindelijk aan de straatstenen kwijt kunnen en voor de clubs die zo het televisiegeld nog kunnen recupereren. Niet voor de fans. Zij weten dat het voetbal minimaal tot 1 september zonder hen zal doorgaan en dat is zowat de ergste belediging die je hun kunt aandoen. Niet voor de politie. Zij weten dat ze met meer zullen moeten opdraven om her en der in de steden samenscholingen van supporters te beletten.

Helemaal niet ideaal en zelfs potentieel desastreus is deze volgepropte noodkalender voor de voetballers. Na een lange periode van inactiviteit gauw-gauw de conditie wat oprekken om dan gedurende een maand twaalf wedstrijden te spelen, dat is de snelste weg naar de revalidatietafel (als het meevalt) of de operatietafel (als het tegenzit).

En wat dan met volgend seizoen, dat ook nog eens wordt gevolgd door een EK en de Olympische Spelen voor de U23? In 2020 en 2021 pleegt de sportindustrie een nooit geziene aanslag op de carrière van voetballers. Waar blijft de spelersvakbond om daartegen te protesteren?

Dichter bij huis gaan we drie grote ronden koers rijden van eind augustus tot eind november. Vervolgens proppen we er een WK tussen en als er ergens nog wat vrije weekends worden gevonden, rijden we alle monumenten van Milaan-Sanremo over de Ronde van Vlaanderen tot en met Lombardije. We doen er natuurlijk ook de Strade Bianche bij, want dat is zo’n leuke koers die niemand wil missen.

Patrick Lefevere was erg blij. “Hoe meer koers, hoe liever.” Hij denkt aan de sponsors. Begrijpelijk, maar het wielrennen redeneert hiermee al even kort door de bocht als het voetbal. Deze volgepropte kalender gaat in tegen de belangen en vooral de gezondheid van de wielrenner, die zich verplicht zal voelen om het zwaarste programma ooit te rijden.

Een voetballer die een spierscheur oploopt, of zelfs een voorste kruisband scheurt, heeft een grote kans dat hij daar goed van herstelt. Een wielrenner die in overtraining gaat, riskeert zijn fysiologie en zijn immuunsysteem om zeep te helpen (daarna is hij een free lunch voor Covid en co.) en zijn carrière te hypothekeren. Het zullen sterke renners moeten zijn om de herfst van 2020 te overleven en sterke persoonlijkheden om neen te zeggen tegen de druk van de ploegleiding.

Tenzij, nog een voorstel: omdat de sportindustrie duidelijk voorgaat op de gezondheid van de sporter moeten we in deze bijzondere periode misschien tijdelijk een oogje dichtknijpen voor wat verantwoord medicamenteus gebruik. Pakweg een testosteronkuurtje toelaten?

 

20200418_De-Morgen_p-21-mail-mail

Column over de corona stop and go in De Morgen van zaterdag 18 april 2020

Corona stop and go

 

We gaan weer voetballen en koersen en volleyballen en tennissen en al het andere wat sport heet, zo ongeveer vanaf september, met en misschien al iets eerder zonder publiek. Niemand die zeker weet of dat allemaal wel zal lukken. Hoop doet leven.

Misschien moeten we overwegen om elk jaar zo’n coronastop in te lassen. We zitten nu aan zo’n 150.000 doden wereldwijd. Een gekend griepvirus, als het een beetje stevig huishoudt, levert minimaal 290.000 tot maximaal 650.000 doden op. Aldus een studie die alleen maar rekening hield met ademhalingsgerelateerde overlijdens ten gevolge van influenza, verschenen in The Lancet in 2017.

Het is geen wedstrijd, maar toch: Covid-19 zal zich flink moeten reppen om die score te overtreffen. Tenzij de hele wereld begint te tellen zoals de Belgen, dan zal het lukken.

Jawel, het virus heeft ons in een heel korte tijdspanne overvallen zonder dat we beschermd waren door een vaccin en de social distancing en hygiënebepalingen hebben hun nut bewezen. Dat is een pre voor Covid-19. Daartegenover staat dat grote delen van de bevolking wel gevaccineerd waren/worden tegen griep. Stel je voor dat we geen griepvaccins hadden, hoeveel doden hadden we dan jaarlijks: één miljoen, twee miljoen? Vreemd toch dat in 2018 – de ergste griepwinter deze eeuw – de economie, de scholen en de sportstadions niet dicht gingen en niemand in zijn kot moest blijven.

Zet gewoon elk jaar tussen eind december en begin mei de economie op pauze, doe de scholen dicht, geef de leiding van het land in handen van experts en stuur de politici samen met de sporters op congé. Die sporters zijn het minst van onze zorgen, want dit jaar gaan we bewijzen dat voetbal een zomersport is en het hele koersseizoen in een maandje of drie kan worden afgehaspeld.

Laatste stond in L’Equipe ‘le calendrier idéal’ voor de nog af te werken Ligue 1. Reprise vanaf 16 juni en fin op 25 juli. Wat geldt voor Frankrijk, geldt voor elke competitie die zichzelf wil afwerken. De ideale kalender, voor wie dan? Voor de televisiezenders die hun advertentieblokken eindelijk aan de straatstenen kwijt kunnen en voor de clubs die zo het televisiegeld nog kunnen recupereren. Niet voor de fans. Zij weten dat het voetbal minimaal tot 1 september zonder hen zal doorgaan en dat is zowat de ergste belediging die je hun kunt aandoen. Niet voor de politie. Zij weten dat ze met meer zullen moeten opdraven om her en der in de steden samenscholingen van supporters te beletten.

Helemaal niet ideaal en zelfs potentieel desastreus is deze volgepropte noodkalender voor de voetballers. Na een lange periode van inactiviteit gauw-gauw de conditie wat oprekken om dan gedurende een maand twaalf wedstrijden te spelen, dat is de snelste weg naar de revalidatietafel (als het meevalt) of de operatietafel (als het tegenzit).

En wat dan met volgend seizoen, dat ook nog eens wordt gevolgd door een EK en de Olympische Spelen voor de U23? In 2020 en 2021 pleegt de sportindustrie een nooit geziene aanslag op de carrière van voetballers. Waar blijft de spelersvakbond om daartegen te protesteren?

Dichter bij huis gaan we drie grote ronden koers rijden van eind augustus tot eind november. Vervolgens proppen we er een WK tussen en als er ergens nog wat vrije weekends worden gevonden, rijden we alle monumenten van Milaan-Sanremo over de Ronde van Vlaanderen tot en met Lombardije. We doen er natuurlijk ook de Strade Bianche bij, want dat is zo’n leuke koers die niemand wil missen.

Patrick Lefevere was erg blij. “Hoe meer koers, hoe liever.” Hij denkt aan de sponsors. Begrijpelijk, maar het wielrennen redeneert hiermee al even kort door de bocht als het voetbal. Deze volgepropte kalender gaat in tegen de belangen en vooral de gezondheid van de wielrenner, die zich verplicht zal voelen om het zwaarste programma ooit te rijden.

Een voetballer die een spierscheur oploopt, of zelfs een voorste kruisband scheurt, heeft een grote kans dat hij daar goed van herstelt. Een wielrenner die in overtraining gaat, riskeert zijn fysiologie en zijn immuunsysteem om zeep te helpen (daarna is hij een free lunch voor Covid en co.) en zijn carrière te hypothekeren. Het zullen sterke renners moeten zijn om de herfst van 2020 te overleven en sterke persoonlijkheden om neen te zeggen tegen de druk van de ploegleiding.

Tenzij, nog een voorstel: omdat de sportindustrie duidelijk voorgaat op de gezondheid van de sporter moeten we in deze bijzondere periode misschien tijdelijk een oogje dichtknijpen voor wat verantwoord medicamenteus gebruik. Pakweg een testosteronkuurtje toelaten?

 

20200418_De-Morgen_p-21-mail

Interview Greg Van Avermaet in De Morgen van zaterdag 18 april 2020

‘Alle klassiekers op een rij. Dat zie ik wel zitten’

Het is een kunst, geblesseerd raken in een periode dat je niet mag koersen. Het over- kwam Greg Van Avermaet, zoals altijd te gretig. ‘Ik heb last aan de knie, ik denk door een slechte positie op mijn mountainbike.’ Dus doet hij nu even een weekje niks.

Die heeft vast te veel op Zwift, de indoorcycling-app voor fietstrainers, gezeten, dachten wij al. Indoor fietsen is nu eenmaal blessuregevoeliger dan outdoor.

“Ik ben ook liever buiten met dit weer”, vertelt Greg Van Avermaet via FaceTime. “Deze blessure is een overbelasting van de pees boven de knie. Dat heb ik ook in de winter als ik te veel dingen doe die ik niet gewend ben. In het seizoen met de gewone koersfiets heb ik nooit ergens last van.”

Moet je niet naar de kine?

Greg Van Avermaet: “Neen, dat ga ik niet doen. Ik heb een beetje last van smetvrees en kom liefst met zo weinig mogelijk mensen in contact.”

Jij hebt drie longen, er mogen er gerust twee uitvallen.

“Ik weet het, maar ik ken een paar mensen in de omgeving die het virus kregen en die geen gezondheidsproblemen hadden. Ze waren er toch behoorlijk slecht aan toe. Sowieso zijn wij renners altijd al een beetje beducht voor virussen en bacteriën. Vooral in het voorjaar zijn wij erg vatbaar voor verkoudheden.

“Ik heb af en toe ontsmettingsgel mee naar het startpodium en als Fleur van school komt, weet ze dat ze haar handjes moet wassen. Soms gaat ze zelfs helemaal in bad. Mijn vrouw staat dan ook nog eens in het onderwijs, dus die brengt ook het een en ander mee.”

Train je nog veel?

“Ik leg het nu wat stil, maar ik heb al wel veel getraind, ja. Maar nu ga ik toch een weekje niks doen en dan weer rustig beginnen. We weten dat het toch pas voor deze zomer zal zijn voor we weer kunnen koersen.

“Ik heb er bij de lockdown meteen voor gezorgd dat niemand zag wat ik precies trainde. Niet dat zoiets per se geheim moet blijven, maar meer uit respect voor de collega’s in Frankrijk, Spanje en Italië die helemaal niet buiten mogen trainen. Wat ik overigens raar vind. Het is hier veel dichter bevolkt en bij ons mag het wel. Ik weet zeker dat je in die landen nog meer dan bij ons een hele dag kan trainen zonder iemand tegen te komen.

“Ik zou het er zelf in ieder geval heel moeilijk mee hebben als ik niks meer mocht doen en mijn concurrenten vrolijk verder zouden trainen. De maatregelen zijn voor ons nog leefbaar hier in België. Heel even leek het erop dat wij ook niet buiten zouden mogen fietsen. Dat vond ik minder. Verplicht dan eerst om alleen te gaan fietsen, lopen en wandelen, maar laat ons tenminste buiten komen.

“Als ik met een ploegmaat rijd, dan alleen met Gijs Van Hoecke, en niet met Oliver Naesen of anderen van ons trainingsgroepje De Parelvissers. Het ligt ook niet in mijn aard om daar moeilijk over te doen. We zijn een niet-essentiële sector met veel mensen op korte afstand. Dat ze de koers stilleggen vind ik normaal.”

Heel even, want er is een nieuwe kalender.

“De Tour hebben ze eerst een plaats gegeven en de rest is daar omheen geplaatst. Het BK voorafgaand aan de Tour, het WK erna en dan ook nog de klassiekers. In september zal er ook minder volk langs de kant staan. Voor de renners is het leuk als je langs de weg de toeschouwers ziet staan, maar wielrennen is toch vooral een tv-sport. Meer dan voetbal, dat echt wel publiek nodig heeft voor de beleving. Voor de ploegen en de sponsors is het heel belangrijk dat we nog uitzicht hebben op een deel van het seizoen.”

Hoe zie je zelf het seizoen, mocht het doorgaan zoals nu is hertekend?

“Ik heb altijd gezegd dat deze Tour met al zijn tussenritten voor mij wel mogelijkheden bood, dus dat wordt het eerste doel. Daarna komt het WK. Na de Tour klim ik altijd iets beter en dan kan een sterke Belgische ploeg wel een rol spelen. Vervolgens komt het erop aan die conditie door te trekken naar het einde van het jaar. We gaan onze voorjaarsklassiekers in het najaar rijden, dat is heel apart. Met dan ook nog eens de najaarsklassiekers erbij.”

Dat houdt het gevaar in dat je jezelf de nek afrijdt. Moet je geen keuzes maken?

“Ik zie het wel zitten om al die wedstrijden na elkaar te rijden. Ik denk dat ik dat wel aankan. Kiezen en mikken op wedstrijden is iets voor later. Natuurlijk staat de Ronde van Vlaanderen daar centraal in, maar de combinatie met alle grote klassiekers lijkt mij op het lijf geschreven. De tweede helft van het seizoen ben ik altijd wel oké. Die anderen die zullen meedoen voor de winst, kan ik ook zo opnoemen. Dat zijn de gasten die je elke week op hun fiets mag zetten, die altijd zullen rijden.”

Klopt het dat jij je het lot van je ploeg en van het wielrennen in het algemeen ter harte neemt? En geeft dat geen extra druk?

“Druk niet, wel bezorgdheid om het behoud van de sponsors die er nu zijn en die een hart hebben voor het wielrennen. We kunnen als renners niet zeggen: dit gaat ons niet aan. Onze sponsor heeft een paar honderd schoenenwinkels in de landen ten oosten van ons en die heeft hij moeten sluiten. Als hij personeel ontslaat, vind ik het normaal dat hij ook naar de sponsoring kijkt en dat hij daar ook in snoeit. Wij hebben dus ingeleverd. Ik wil daar geen procent op kleven, maar het is een aanzienlijke hoeveelheid.”

 

De ploeg functioneert nog blijkbaar, want dit interview passeerde langs de persverantwoordelijke.

“Er is wat personeel werkloos en een aantal anderen is aan boord gebleven. Ook de renners blijven aan boord, hoop ik. De volgende datum van afspraak is 1 juli, waarna we weer wedstrijden kunnen rijden, onszelf in beeld rijden. We moeten die twee maanden tot de zomer nog zien te overleven. Onze ploeg was wellicht de eerste die drastisch heeft ingegrepen, maar ik ben er zeker van dat andere ploegen nog zullen volgen.

“Het is een dubbele schok geweest. Eerst die melding toen ik op de Sierra Nevada in training zat dat het voorjaarsseizoen niet zou worden gereden. Dat was een klap. Daarna de melding dat de ploeg in zwaar weer zat. Ik voel mij verantwoordelijk voor deze ploeg. Niet omdat ik renners heb overgehaald of zo – zoveel waren dat er ook niet – maar gewoon omdat het de ploegstructuur is waarvoor ik al jaren rijd. Ik wilde het project van Andy Rihs (de inmiddels overleden Zwitserse eigenaar van BMC, HV) verder laten leven. Uiteindelijk zit er niet veel ‘Rihs’ meer in en is BMC zelfs geen fietsensponsor meer.”

Eens te meer het bewijs dat het verdienmodel van het wielrennen zeer broos is. Geen ticketing, geen merchandising, geen tv-geld want dure productiekosten… begin er maar aan.

“Wij hebben maar één ding voor op voetbal: geen enkele voetbalploeg heet CCC of Deceuninck-QuickStep. Wie kende Deceuninck in België voor ze de ploeg van Patrick Lefevere gingen sponsoren? We verwachten geen bedragen zoals in de Champions League, maar toch denk ik dat we recht hebben op een deel van het televisiegeld. Al was het maar 15 procent, dat dan onder de ploegen zou worden verdeeld.”

De aanleiding voor dit gesprek was je winst in de virtuele Ronde. Voor wat het maar waard was, het blijft een heel vreemde maar tegelijk heel knappe prestatie.

“Je wil weten waarom ik daar voluit ben gegaan? (lacht) Omdat ik altíjd voluit ga, zeker? Dat is de kop waarmee je coureur wordt, soms moet je niet te veel nadenken.

“Het was ook niet dat ik daar op voorhand erg mee bezig was. Ik had wel twee ventilators voorzien, op aanraden van mijn trainer Max Testa die had gezegd dat afkoeling het verschil maakt in de wattages. Een goeie tip, want hoewel het afzien was, voelde ik mij toch redelijk goed.

“Bij het oprijden van de Kruisberg was ik zowaar gelost en reed ik twaalfde of dertiende. Ik dacht: dat gaat niet waar zijn dat ik hier word weggereden. Daarna ben ik teruggekeerd. Ik had wel het parcours die ochtend op voorhand verkend, want de hellingen deden toch onwezenlijk aan. Je rijdt de Paterberg op zonder dat je weet dat je op de Paterberg rijdt, zeg maar, behalve dat het voelt als bergop rijden.

“Het was een zaak van schakelen. Op de Kwaremont moest je op de grote plateau naar boven, maar als je op de Paterberg niet schakelde, blokkeerde dat ding een beetje. Tactiek was dus niet onbelangrijk. Tomas Van den Spiegel (ex-basketbalspeler en nu CEO van wielerorganisator Flanders Classics, HV) had mij gezegd dat je alleen op de klimmekes het verschil kon maken. Daarom heb ik gewacht om weg te rijden.”

Nadien zagen we jouw gemiddelde wattage gedurende die 45 minuten en dat was 434 watt. Jij had veel meer koersen moeten winnen. Kan je daar inkomen?

“Neen, want ik heb veel gewonnen en mooie koersen ook. Als het geen verwijt is, dan neem ik het als een compliment. En ja, misschien heb je wel een punt en had ik iets meer kunnen winnen, als ik anders gekoerst had. Alleen koers ik zoals ik ben en dat is met open vizier. Ik heb daardoor mooie kansen gemist, maar er zijn ook kansen die ik daardoor heb afgedwongen.

“Neem nu die Olympische Spelen in Rio. Dat koppige is deel van mijn karakter, dat blijven rijden in alle omstandigheden op welk parcours dan ook is de aard van het beestje. En toen alles op de juiste plaats viel, daar in Rio, heb ik olympisch goud gewonnen. Dat wil ik met niks ruilen.”

Er was heel wat te doen rond de terugkeer van Mathieu van der Poel op de Kwaremont in de Ronde. Nooit behoefte gehad om te zeggen: ik heb zoiets ook al gedaan?

“Klopt. Ik heb die koers laatst nog teruggezien. Ik rij plat na de Kwaremont en op de Taaienberg ben ik er weer bij en de eerste die daar vervolgens demarreert ben ik. Dat vond ik vrij indrukwekkend van mezelf. Ik heb die retro-edities opnieuw bekeken en zo jezelf terugzien is toch confronterend: ik had krachten te veel en ráp dat ik soms reed. Het was duidelijk dat ik er toen mee smeet.

“Vanaf 2016-’17 ben ik anders beginnen rijden. Minder open koersen en meer rekenen, wat mij betere resultaten heeft opgeleverd. De beste wedstrijden zijn die van man tegen man met gelijke wapens. Wegrijden met allemaal toppers en ze dan pijn doen, dat is de ideale koers voor mij.”

En een sterkere ploeg, had je dan meer gewonnen? BMC was destijds te laat voor Oliver Naesen.

“Dat had mooi geweest. Ik heb nooit veel namen laten vallen, maar ik kende Oliver van op training en zo sterk had ik nog nooit iemand naast mij weten rijden. Dat is de beste waardemeter. Het is niet gelukt, jammer.”

José De Cauwer zei me dat je te veel energie verspeelt. ‘Als je wil weten vanwaar de wind komt, dat is de kant waar Greg rijdt.’

“Ik weet dat hij dat zegt en hij weet dat ik het daar niet mee eens ben. Voor zover ik weet heeft hij nooit met mij in een peloton gereden. Vraag eens aan de andere renners. Ik denk dat ik bij de beteren ben om met een velo te rijden. Alleen vermijd ik graag het grote risico en dat heeft mij ook veel opgebracht. Ga na hoeveel keer ik maar ben gevallen.”

Allan Peiper (zijn ploegmanager bij BMC) zegt dat je niet koppig bent, José De Cauwer zegt van wel. (lacht)

“Ik bén koppig. Ik hou zelfs voet bij stuk als ik óngelijk heb. Ik weet het en dat zal niet veranderen.” Voortschrijdend inzicht is je vreemd?

“Ik zal misschien een beetje van gedacht veranderen, maar niet te veel. Ik zal altijd mijn gelijk willen bewijzen op de manier waarop ik het oorspronkelijk voor ogen had. Ik heb dat soms met tactische besprekingen. Dan spiegelen ze mij een scenario voor waarvan ik denk: neen, ik ga het toch doen zoals ik het zelf voor ogen heb.

“Toen ik geel had in de Tour gaven ze mij ook de raad om in de gruppetto, de bus, de daaropvolgende bergrit af te haspelen. Ik dacht: neen, ik ga mee in de ontsnapping. Zo bleef ik een dag langer in het geel. In 2018 kreeg ik de opdracht om op Richie Porte te wachten, maar ik was vastbesloten om zoals afgesproken de eerste week als kopman mijn eigen Tour te rijden, dus heb ik niet gewacht. De tweede of derde week, geen probleem om mij te laten uitzakken. Uiteindelijk heeft ons dat geholpen, want we droegen wel acht dagen het geel.”

Je bent 35 jaar maar in de koers blijf jij een jonge hond.

“Ik heb eigenlijk al alles meegemaakt, maar als iets op mijn weg komt, ga ik ervoor, al is het zoiets banaals als de virtuele Ronde van Vlaanderen. Hoewel, banaal… Als je ziet wat dat heeft los gemaakt en hoeveel er dat gezien hebben. (640.000 kijkers, HV) Dat kan alleen in Vlaanderen. Wel mooi dat ik daar aan heb kunnen meewerken.

“Ik heb het nog in mij om veel mooie koersen te winnen en de motivatie om te trainen is er ook nog. Ik heb mij altijd goed gesoigneerd en heb de juiste balans gevonden in het leven. Ik leef er honderd procent voor, maar geen driehonderd procent. Er waren momenten, vooral in het begin, dat ik iets te extreem ben geweest en dat was ook niet goed.

“Eens iets met het gezin doen, een keertje iets gaan eten, zelfs met een glas wijn erbij, waarom niet? Dat mag van Stephanie Scheirlynck (zijn persoonlijke voedingsdeskundige, HV), jazeker. Als het goed is voor het hoofd, is het ook goed voor het lichaam, zegt ze. Zolang je traint zoals je moet trainen, kan dat alleen maar helpen om dit vol te houden. Op training ga ik er altijd hard tegenaan. Met Max Testa (ex-Mapei en ex-Motorola, HV) heb ik een trainer die dat evenwicht bewaart en niet te veel afgaat op de cijfertjes.”

Je bent ook laat begonnen met koersen, er zit nog goesting in jou.

“Ik rij gewoon graag met de fiets. Dat zie ik ook bij Mathieu van der Poel. Ik herken zijn attitude tegenover de sport: tegelijk erg professioneel maar ook niet te fanatiek. Net als ik doet hij graag wat hij doet en dat is het belangrijkste om het vol te houden. Ik kan het grootste plezier beleven aan nieuwe paadjes ontdekken met de mountainbike of originele routes uitstippelen langs wegen die ik niet ken. Hoewel, ik denk dat ik hier al elk baantje heb gereden, in alle windrichtingen.

“Trainingsritjes uitstippelen is ook mijn lange leven, zelfs als we op de Sierra zitten. Dan zoek ik de wegen wel uit die langs mooi plekjes passeren: hier een mooi zicht, daar een mooi meertje. Dat mogen ze mij niet afnemen. Na mijn carrière zie ik mij daar ook wel iets mee doen.”

Op fietsvakantie met Greg te Calpe?

(lacht) “Ja, en dan mag jij eens komen meefietsen.”

Je zei in het begin dat je geblesseerd was, maar je gaat na dit gesprek toch fietsen. Pas maar op.

“Met het gezin. Dat zal nog wel lukken. Jawel, met helm, althans de kinderen.”

Jij niet?

“Jij wel dan, op een gewone fiets? Dacht ik al. Raar toch, met de koersfiets kan ik niet vertrekken als ik die helm niet op heb, maar op een gewone fiets voelt dat anders, bijna vreemd aan.”

 

20200418_De-Morgen_p-62_-Alle-klassiekers-op-een-rij-Dat-zie-ik-wel-zitten–all-mail

Column Eén Maandje in De Morgen van dinsdag 14 april 2020

Eén maandje

 

Laatst belde een Nederlandse journalist. Hij wilde weten hoe een Belgische collega zo’n voorjaar zonder wielrennen overleeft. Het was een vrijdagnamiddag en ik zat net in mijn fietshok te oefenen op een fiets. Oefenen als leerling-fietshersteller, een cursus die ik normaal op vrijdagavond volg en die dus al een tijdje stilligt, hoewel de social distancing in ons prima uitgeruste atelier perfect mogelijk zou zijn.

“Wat bent u aan het doen?”, vroeg hij aan het eind. Hij had gehoord dat ik de compressor had aangezet en dacht wellicht aan een espressoapparaat. Ik zei: “Ik heb mijn mountainbike van zomerbanden voorzien. Achterop een Thunder Burt, maar voorop toch een Racing Ralph, kwestie van iets meer grip te hebben op het voorwiel. Ik kan wel overweg met een MTB, maar ik ben Mathieu niet. Die banden ga ik nu op 4 bar zetten, kwestie dat ze goed aanspannen. Als ik ga rijden doe ik 1,5 bar, dat rijdt lekker zacht. En ik heb ook nieuwe antilekmelk door het ventiel gedaan, want ik rijd tubeless.”

Hij werd er zowaar stil van en ik ging verder. “Bij ons zijn er een aantal politici en experts die maar wat graag een algemeen uitgaans- en sportverbod willen opleggen omdat ze zich in de steden niet kunnen gedragen en het af en toe druk wordt op jaag- en andere paden. Er is een soort opbod aan de gang. We hebben nu ook hypochonders die iedereen die buitenkomt een mondmasker willen aanpraten.

“Mijn grootste vrees is dat ik straks met de koersfiets niet meer weg geraak, omdat de politie op de weg controleert. Ik woon in een klein gehucht aan de rand van een bos, met kilometers bospaden en verlaten paardenpaden nu de paarden niet meer mogen rijden – nog zoiets krankzinnigs. Lekker droog omdat het een tijd niet heeft geregend. Als de oekaze ‘niet meer buiten sporten’ wordt afgekondigd, kan ik langs daar met de mountainbike weg. Hoewel het hier de Veluwe niet is, kan ik toch wandelen en fietsen zonder dat ik een mens tegenkom. Geen probleem, social distancing zit mij in de genen. Behalve mijn vrouw zie ik de laatste weken alleen de bakkersvrouw en die staat achter plexiglas.”

Of ik de sport mis, wilde hij nog weten. Daar had ik niet direct een antwoord op. Als ik dit tik zijn we precies een maand ver in de sportieve lockdown. Ik ben op 7 maart voor het laatst naar het voetbal gegaan. Op 9 maart heb ik voor het laatst gevlogen. Ik heb het weekend van 14 maart nog Parijs-Nice bekeken tot ze er daar ook de brui aan gaven. En dan was er niks meer.

Mis ik de sport? Ja, zeker? Maar eerlijk, is dit het grote zwarte gat? Voorlopig niet echt. Ik was aanvankelijk wel bang dat de onderwerpen voor columns zouden opdrogen, maar ik moet dat voetbal van ons dankbaar zijn. Er wordt niet meer gevoetbald, maar aan apenstreken nog steeds geen gebrek. Net als de topsporters vind ik diep vanbinnen dat maandje de stekker eruit en geen gedoe of gejaag anderzijds wel prettig. Als dat ene maandje twee maandjes worden, of drie, zal dat anders zijn.

Wat doet een Vlaamse sportjournalist in de heilige koersweken of wat heeft hij gedaan, nu die stilaan achter de rug zijn? Hetzelfde als anders – werken, sporten en werken – maar dan thuis en niet op Lanzarote, dat er nu eenzaam en verlaten bij ligt. En een krant of zes per dag lezen, waaronder L’Equipe, dat er nu al een maand lang in slaagt om elke dag twintig pagina’s vol te pennen terwijl er geen plek in de wereld meer is waar nog wordt gesport. Ja oké, Wit-Rusland, of zijn ze daar nu eindelijk opgehouden?

Zelfs op paasmaandag was L’Equipe nog steeds veertien pagina’s dik, inclusief weliswaar een spread over de maatregel dat in Parijs niet mag worden gesport tussen tien ’s ochtends en zeven ’s avonds. Nog zo’n onzin. L’Equipe merkte op dat de CRS (de oproerpolitie) wandelaars naar hun reden van bewegen vroeg, maar de verkopers van crack met rust liet. Van prioriteiten gesproken. Om zeven uur werd het aan de kaaien langs de Seine ineens superdruk. Families met kinderen op de fiets, lopers, sneller fietsers, trage fietsers, ze kwamen van alle kanten.

Het verhaal quoot ook de directeur van het Institut de recherche biomédicale et d’épidémiologie du sport: “Sporten in de buitenlucht met een cardiovasculaire belasting is de beste en de enige therapie tegen het coronavirus. Zo verhoog je de immuniteit.” Ik voelde mij gesterkt in het verzet.

 

20200414_De-Morgen_p-21-mail

Verhaal Solidariteit is een vies woord in Belgisch voetbal in De Morgen van zaterdag 11 april 2020

Solidariteit is een vies woord in ons voetbal

Zelden was de boodschap slechter getimed en was de boodschapper slechter geplaatst dan deze week, toen Anderlecht-CEO Karel Van Eetvelt voor een verdeling van Europese gelden pleitte. Hij heeft wel gelijk. Ook het Belgische mediacontract kan eerlijker worden verdeeld.

“Of ik wist of Karel Van Eetvelt misschien van zijn fiets was gevallen. Pal op zijn hoofd.” Aldus een berichtje op Twitter. En wat er scheelde met zijn adviseur-op-afstand Wouter Vandenhaute? Niet bekend. Wat als het gewoon een mislukte poging was om de historische gidsfunctie en het morele overwicht van Royal Sporting Club Anderlecht in het Belgische voetbal te heroveren?

Er is een verschil tussen gelijk hebben en gelijk krijgen. Van Eetvelt heeft gelijk als hij pleit voor een doorgedreven herverdeling van de Europese gelden, groot gelijk zelfs. Maar hij kreeg geen gelijk, behalve dan van de nieuwe Cercle Brugge-voorzitter Vincent Goemaere. Die vond Anderlecht moedig.

Het voorstel van Van Eetvelt was slecht getimed omdat Anderlecht met een gigantische schuldenlast kampt uit het verleden (Vanden Stock-Van Holsbeeck) versterkt door wanbeheer van de nieuwe eigenaar Marc Coucke. Zo leek het alsof een opportunistisch Anderlecht een beetje van de zuur verdiende Brugse centjes naar het eigen hol wilde slepen.

De Brugse mieren van Club verweten Van Eetvelt de Brusselse krekel te zijn die wilde profiteren van hun noeste arbeid. Bij Gent klonk het: “Wij hadden ooit 23 miljoen euro schuld. Wij hebben goed gewerkt. Anderen die schulden hebben gemaakt moeten dat nu ook maar eens doen.”

Daar is geen speld tussen te krijgen, maar het belet niet dat de Europese inkomsten van sommige Belgische clubs behoorlijk marktverstorend werken. Hoe kleiner de voetbaleconomie, des te meer een herverdeling van de Europese miljoenen op zijn plaats is.

Een voorbeeld: Club Brugge verdiende dit seizoen ongeveer 28 miljoen euro met die eerste ronde en die drie gelijke spelen in de UEFA Champions League (UCL). Dat vertegenwoordigt 50 procent extra boven op de recurrente inkomsten. Die 28 miljoen extra is het opgetelde budget van de vier minst grote omzetten van tegenstanders die tegen Club Brugge in de Jupiler Pro League in de wei moeten.

De grote verstoorder

De collega’s van Het Laatste Nieuws rekenden voor wat het voorstel van Van Eetvelt zou betekenen voor de Belgische profclubs als 20 procent wordt herverdeeld van de laatste drie Europese inkomstenjaren. Ze kwamen uit op 25 miljoen euro, te delen door 22 profclubs, dus elk 1,1 miljoen euro. Dat is een lineaire rekenoefening en in de praktijk zal de G5/G6 of G7 – hoe je de grotere clubs ook wilt noemen – naar aloud recept het grootste deel van die koek afromen.

Het voorstel hield ook rekening met de gelden uit de Europa League, maar daar valt veel minder te verdienen. Zo scoorde Gent bijvoorbeeld de laatste drie jaar met maar één keer Europa League een goede 6,6 miljoen euro, terwijl Club bijna op 50 miljoen uitkomt, deze lopende editie niet eens meegerekend. De Champions League is de grote verstoorder. Het was voormalig Antwerp- voorzitter Eddy Wauters die daar als eerste op wees toen Anderlecht in 1994 voor de tweede keer op rij het kampioenenbal haalde.

Overigens hebben de Brusselaars het meest geprofiteerd: uit hun twaalf deelnames sinds de start van de Champions League in 1992 puurden ze 110 miljoen euro. Club deed slechts zeven keer mee en haalde daar (deze afgebroken editie meegerekend) 96,6 miljoen uit. Genk is derde met 42,6 miljoen in drie edities en Gent pakte 28 miljoen met één deelname.

Tot en met de editie 2014-2015 was Anderlecht heer en meester in Europa met elf UCL-deelnames tegenover vier voor Club. Dat het daar juist géén voordeel uit haalde, is geen bewijs van het tegendeel. Het is enkel en alleen te wijten aan wanbeleid dat paars-wit in die vette jaren geen voorsprong heeft opgebouwd.

Overigens is die Champions League toch vooral de grote verstoorder tussen landen onderling. Dat komt door de market pool die bij de verdeling rekening houdt met de waarde van de lokale televisiemarkt. Na de eerste acht edities van de UCL, die puur prijzengeld uitkeerden, was er geen verschil tussen wat de Franse en Nederlandse clubs hadden verdiend. Met de invoering van de market pool in 1999 rakelde Frankrijk in de twintig daaropvolgende jaren drie keer meer euro’s binnen dan Nederland. Onlangs is het belang van de market pool afgebouwd en werd ook een verdeelsleutel op basis van historische prestaties gehanteerd. Nog een mechanisme dat de ongelijkheid bevorderde of minimaal bevestigde.

In het Europese sporteconomisch systeem zijn herverdeling en solidariteit, internationaal of nationaal, vieze woorden. Als men bij KAA Gent beweert dat goed is gewerkt om de schulden te delgen, dan klopt dat 100 procent. Maar de randvoorwaarden waren minstens even belangrijk. Had Gent die schulden (23 miljoen euro) twintig kilometer verder naar het oosten gemaakt, in pakweg Lokeren, de club had nooit de 21ste eeuw gehaald. KAA Gent kon aan schuldafbouw doen omdat het in een grote markt speelde en omdat het in de laatste rechte lijn een grote stad achter zich kreeg.

Omdat er geen zestien steden als Gent zijn en ook geen twaalf – welke competitie men ook wil voor 1A – zal men in België moeten voetballen in minder grote steden/markten. Dat vereist solidariteit in combinatie met centraal beheer en stringente financiële regels. Een club uit San Antonio, het Virton van de VS, die vijf titels won in de laatste twintig jaar is alleen mogelijk in een Amerikaans model dat herverdeling ziet als een economische hefboom om van de competitie een florerend businessmodel te maken.

 

Bij ons zal Virton geen licentie krijgen voor profvoetbal omdat het te veel schulden maakt. In een centraal beheerd model als het Amerikaanse zou Virton die schulden nooit kunnen en mogen maken. Grote clubs willen niet solidair zijn met kleine clubs die financiële avonturen aangaan, maar dit is het verhaal van de kip of het ei: onder in de klassering zijn financiële avonturen soms het gevolg van dat gebrek aan solidariteit.

Jawel, de Europees spelende teams Club Brugge, Gent en Charleroi leveren samen 1,8 miljoen euro (1,4 miljoen voor Champions League-deelnemer Club) van hun nationale tv-rechten in omdat ze volgend seizoen verzekerd zijn van Europese inkomsten. Dat is 2 procent van de totale te herverdelen pot en dus een doekje voor het bloeden.

Contract met Eleven

De verdeling van de nationale televisierechten blijft de grote onrechtvaardigheid van het Belgische voetbal. In alle Europese voetballanden is de solidariteit toegenomen bij de herverdeling van tv-gelden. In de Premier League verdient de zakkende club die als twintigste eindigt nog 60 procent van de kampioen. Bij elke verhoging van de tv-gelden gaat meer naar de kleine dan naar de grote clubs. In Spanje is de verhouding tussen de meest en minst bedeelde club gezakt van 12/1 naar 3,5/1.

In België is deze eeuw een tegenovergestelde beweging in gang gezet onder druk van de topclubs, die vreesden in Europa te worden weggespeeld. Elke verhoging van de tv-gelden gaat eerst naar de grote clubs. Van de 20 miljoen euro extra die het contract met Eleven oplevert – laten we dat hopen – wordt 15 miljoen voorbehouden voor de G5. De resterende 5 miljoen wordt verdeeld over de andere profclubs.

25,28 procent van die 15 miljoen, dus 3,8 miljoen, gaat naar de sportieve nummer één van het moment, Club Brugge. Anderlecht krijgt 22,99 procent terwijl KAA Gent over de laatste vijf jaar de tweede club van het land is. Daarom was manager Michel Louwagie ook zo verrast door het voorstel van Van Eetvelt. “Wij hebben onze tweede plaats afgestaan aan Anderlecht en mijnheer Coucke, uit respect voor het instituut Anderlecht. Dat scheelt ons 645.000 euro. Genk liet Standard de vierde plaats.”

KAA Gent en Standard krijgen elk 18,68 procent en Genk 14,37 procent van die 15 miljoen bonus. Resultaat: tien jaar geleden kreeg de minst bedeelde club nog meer dan een kwart van de nummer één, Anderlecht. Dat was toen al geen vetpot en volgend jaar wordt dat nog maar 18 procent.

 

20200411_De-Morgen_p-18-mail

Column Harde reset in De Morgen van zaterdag 11 april 2020

Harde reset

 

Misschien moet de raad der wijzen die zich momenteel buigt over de afhandeling van de huidige, opgeschorte competitie en die van volgend jaar en daarna een break nemen. Gewoon even de stekker eruit en pakweg over een goeie maand opnieuw vergaderen. Om dan te tellen hoeveel ploegen nog overblijven van die 24 zelfverklaarde profclubs en een competitie met een aantrekkelijke formule in elkaar te boksen.

Zeven profclubs kregen geen licentie van de bevoegde commissie: de verwachte probleemgevallen KV Oostende, Lokeren, Lommel, Roeselare en Virton, maar deze keer ook Moeskroen (ein-de-lijk) en Standard de Liège (surprise van de chef). Behalve dat de pleidooien via video werden gehouden, houdt geen enkel dossier verband met de coronacrisis, voor alle duidelijkheid, maar gaat alle ellende terug op fouten uit het verleden.

De meeste van die clubs zullen – als ze tegen dan nog niet failliet zijn verklaard door toedoen van een schuldeiser – hun geweigerde licentie alsnog proberen te verkrijgen voor het Belgisch Arbitragetribunaal voor de Sport (BAS) in een soort beroepsprocedure. Ze zullen tegen dan rekeningen hebben vereffend die al lang vereffend moesten zijn en attesten hebben opgevraagd die ze al lang in hun bezit moesten hebben. Ook zullen ze eventuele bijkomende verklaringen hebben afgelegd die de rechters van het BAS over de streep moeten trekken, maar waarvan je je afvraagt: waarom hebben ze dat niet eerder gezegd?

Arbitrage is een vreemde procedure. Elke partij duidt een arbiter aan en die twee arbiters kiezen nog een derde, de voorzitter van het arbitragecollege. Na de pleidooien maken de arbiters hun oordeel bekend: of het is 3-0 of 0-3, of 2-1 of 1-2, nooit gelijkspel. Altijd krijgt één partij gelijk. Tegen 10 mei moet alles achter de rug zijn.

Artikel 27 van de statuten van het BAS zegt: “De arbitrale uitspraak is definitief en wordt in laatste aanleg gedaan. De partijen verbinden zich ertoe de uitspraak onverwijld ten uitvoering te brengen.” Met dat laatste wil het nog weleens mis gaan. Er is altijd wel een rechtbank en een burgerrechter te vinden die denkt dat hij het beter weet dan de specialisten van de sport en zo’n zaak graag alsnog vonnist, soms gekoppeld aan dwangsommen.

In deze voorlopige constellatie verliest Wallonië de helft van zijn vier profclubs in 1A en blijven er nog twee over: Charleroi en Eupen, dat dan nog Duitstalig is. Dat kan aanleiding geven tot een communautarisering van het dossier, waarbij civiele rechters dit voor een Vlaams complot aanzien en zich geroepen voelen het taalevenwicht te herstellen.

Met name in het dossier-Moeskroen dreigt het grof juridisch geschut te worden bovengehaald. Behalve een wankele financiële basis, op zich niet onoverkomelijk, viel de licentiecommissie over het mede-eigenaarschap van de makelaars Pini Zahavi en Marc Rautenberg.

Dat is al een item sinds de CEO van de Profliga, Pierre François, in september 2016 mailde aan Vadim Vasiljev, vicevoorzitter van AS Monaco, op dat moment op zoek naar een Belgische satellietclub. Hij schreef: “Ik kan u alleen maar aanraden om die gesprekken (over Moeskroen) direct met P.Z. te voeren in plaats van met tussenpersonen.”

P.Z. is niemand anders dan Pini Zahavi. Uiteindelijk zou AS Monaco bij Cercle terechtkomen en zou François nog maar eens een schandaal overleven. In het vonnis van de licentiecommissie wordt naar mails verwezen waaruit zou blijken dat makelaars eigenaar zijn van Moeskroen. Niet zeker of dat de bewuste mails zijn die in 2018 met het dossier van Football Leaks boven water kwamen.

Standard dat naar tweede amateur moet, mét aftrek van drie punten nog wel, hoe erg kan een belediging zijn? Uit alles blijkt nu dat deze fiere club met een achterban die alleen in die van Club Brugge een gelijke vindt onwaarschijnlijk slecht is geleid. Hoofdverantwoordelijke is voorzitter Bruno Venanzi, een goeie medeverantwoordelijkheid voor dat debacle ligt bij Michel Preud’homme, trainer maar ook technisch directeur en ondervoorzitter. Geen mens die zich kan indenken dat Standard volgend seizoen níét in 1A speelt, maar dan toch met minder praatjes. Dit was geen tik op vingers maar een volle vuist in het aangezicht.

Standard leefde boven zijn stand, maar dat geldt inmiddels voor het hele Belgische voetbal. De oplossing is simpel en vergt vijf minuten politieke en sportieve moed. Het is tijd voor een harde reset: begin volgend jaar een competitie met twaalf profploegen en breid die later eventueel uit naar veertien, maar alleen als een stevige economische basis aanwezig is. Meer profvoetbal kan dit land niet aan.

 

20200411_De-Morgen_p-19-mail