De Rode Furie, verhaal in De Morgen van 13 juni

Rode furie wil nog één keer vlammen

De Morgen – 13 Jun. 2014

In Baskenland maken ze zich voor het eerst in zes jaar nog eens op voor een feest. Tenminste, als de voorspellingen uitkomen en ‘het oude uitgewoonde Spanje met dat vervelende en inefficiënte tiki-taka’ géén wereldkampioen wordt. Of nog beter: als Spanje de eerste ronde niet overleeft.

Vincent Kompany, ziener en lezer van ingewikkelde boeken over politiek, beschouwde in 2011 enigmatisch: “Wij hebben een fantastische ploeg. België is misschien een verdeeld land, maar wij Rode Duivels kunnen de unificerende factor zijn, net als de nationale ploeg in Spanje dat is.”

Zo eenduidig als Kompany het voorstelt – de nationale ploeg als lijm voor een land – is het misschien niet in Spanje, en dat is het ook nooit geweest. Spanje heeft een uniek palmares sinds 2008, maar het beschikt niet over een nationaal voetbalstadion en het volkslied heeft niet eens woorden. Er is door het voetbal ook niet echt een Spaans nationaal gevoel ontstaan.

Besprongen

De dag van de WK-finale in Zuid-Afrika, de schoppartij tegen Nederland, betoogden in Barcelona één miljoen Catalanen voor onafhankelijkheid. Ze liepen achter hun nationalistische vlaggen aan en schreeuwden leuzen tegen de centrale macht van Madrid.

Het was niet duidelijk of die Catalaanse spelers in Kaapstad hebben geweten wat er in hun thuisstad aan de hand was. Het kon ze op het eerste gezicht niet veel schelen en toen de Catalaan Andrés Iniesta in de 116de minuut het enige doelpunt scoorde, werd hij besprongen door drie Castillianen, vier Catalanen, één Andalusiër en één Bask. Het hadden vier Castillianen kunnen zijn, maar Casillas bleef in zijn doel om te juichen.

Voetbalgek Spanje juichte die avond mee, met uitzondering van Baskenland, waar men ook voetbalgek is maar waar men naar aloude traditie supportert voor elk land dat tégen Spanje speelt. Vóór de Tweede Wereldoorlog bestond de Spaanse ploeg bijna uitsluitend uit Basken en nu komt alleen Xabi Alonso nog in de buurt, dat zal ook wel zijn invloed hebben op het feit dat Baskenland vanavond net als in 2010 oranje kleurt.

Dat is al bij al een toevallige meevaller, want oranje is ook de politieke kleur van de naar onafhankelijkheid smachtende deelregio. Herri Batasuna, de politieke vleugel van de afscheidingsbeweging ETA, smult alvast van de prognoses voor dit WK en heeft vuurwerk besteld om een vroege uitschakeling te vieren.

Bart De Wever kan dus op beide oren slapen: ook al wordt België straks wereldkampioen, het Belgiëgevoel dat de Rode Duivels in gang hebben gezet, zal zich niet politiek vertalen. In Spanje is de regionale vraag naar onafhankelijkheid de laatste zes jaar hand over hand toegenomen, ondanks de unieke successen.

La Roja, ‘de rooie’, zoals de Spaanse nationale ploeg wordt aangeduid, is het beste bewijs dat politiek, economie en sport een verschillende logica volgen. Toch is politieke uitsluiting, vaak hand in hand gaand met economische uitsluiting, funest voor de sportresultaten. Spanje is onder Franco al te lang een paria geweest. De generalissimo verbood in 1960 zelfs zijn nationale ploeg om naar ‘de communisten van Moskou’ te reizen om de European Nations Cup (voorloper van het EK) te voetballen. Gevolg: exit Spanje.

Het is anderzijds ook aangetoond dat een land dat het economisch goed stelt – of dat in een periode van economische groei zit – betere sportprestaties laat optekenen. De toetreding van Spanje tot de Europese Unie in 1986 heeft voor meer economische welvaart gezorgd en kort daarna verbeterden ook de sportresultaten. In álle sporten. Vier jaar geleden was het zelfs gênant en was Spanje heel even het zesde sportland van de wereld. Vandaag staan ze 26ste, maar het jaar is nog niet halfweg.

Recessie kan een oorzaak zijn van sportieve regressie, maar die logica is aan Spanje niet besteed. Uitgerekend in het jaar dat de crisis hard toesloeg in Europa en Spanje buiten proportie trof, tekende het Spaanse elftal voor de eerste grote titel: ze werden Europees kampioen in 2008.

Op het toppunt van de crisis, met werkloosheidspercentages van respectievelijk 20 en 25 procent in 2010 en 2012, won Spanje ook nog eens de wereldtitel (een primeur) en daar bovenop werden ze voor de tweede keer op rij Europees kampioen. Het zou kunnen dat hun recente terugval in de globale ranking van sportlanden een uitgesteld effect is van de aanhoudende crisis.

Zwaar weer

Het Spaanse team is zelden gerecupereerd door de politiek, maar op 1 juni 2012 probeerde eerste minister Mariano Rajoy toch voorzichtig: “Wij Spanjaarden verlangen naar wat geluk in deze complexe en zware tijden.”

Bondscoach Vicente del Bosque, zoon van een linkse vakbondsman, riposteerde onmiddellijk: “We zijn de druk gewend, we zullen onze titel verdedigen, we zijn ook wereldkampioen, maar ook als we dit toernooi winnen, zal dat de problemen in ons land niet oplossen. Spanje werd voor de tweede keer op rij Europees kampioen, maar neen, de problemen waren niet opgelost.

Del Bosque is nog steeds de bondscoach en de algemene verwachting is dat Spanje dit toernooi in zwaar weer terechtkomt. Al is de wedstrijd van vanavond tegen WK-finalist Nederland wel meteen een goeie wake-up call, de Spanjaarden zijn notoire slow starters op kampioenschappen. Op het WK 2010 verloren ze de eerste wedstrijd van Zwitserland zelfs met 0-1. Op het EK in 2012 speelden ze in de eerste confrontatie tegen Italië met 1-1 gelijk. Daarna kwamen ze de Italianen nog eens tegen in de finale, hadden het verrassend aanvallende voetbal van de Azurri geanalyseerd en wonnen met een vernederende 4-0.

Overperformers

La Roja’s track record is nog altijd opmerkelijk: sinds de eeuwwisseling winnen ze zeven van de tien wedstrijden en daar is sinds de Europese titel van 2012 weinig aan veranderd. Opmerkelijk veel van hun verlieswedstrijden lopen ze op in amicale ontmoetingen. Maar als het om de prijzen gaat, worden de Spanjaarden ineens overperformers.

Het tiki-taka van FC Barcelona mag dan tegen zijn beperkingen zijn gebotst en de norm zou nu het countervoetbal van Atlético en Real zijn, maar Spanje onder Del Bosque speelt gewoon een mix van Barcelona en Real: aanvallen als het kan, maar niet te gek doen. Bij 1-0 moet het niet zo nodig snel 2-0 worden.

Groep B met Nederland en Chili als toplanden belooft geen makkelijke klus te worden. Vervolgens wordt er gekruist tegen de eerste twee van groep A: Brazilië, Kroatië, Mexico of Kameroen. Ook niet makkelijk, maar wat is makkelijk op een World Cup? Hoe ook, als Spanje voor de tweede keer op rij wereldkampioen wordt, zou dat een unicum zijn.

En zullen ze heel wat schoon volk op hun weg zijn tegengekomen. Schoner volk dan in 2010, toen ze langs Zwitserland (verloren), Honduras en Chili moesten. Later kwamen Portugal, Paraguay, Duitsland en Nederland op hun weg. Vier keer werd het 1-0, en dat voor het hoogst pressende team ter wereld. Een tiki-taka 2.0 lijkt aangewezen om door te stoten.

HANS VANDEWEGHE

Copyright © 2014 De Persgroep Publishing. All rights reserved

De Rode Furie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s