Verhaal over doelmannen in De Morgen van 21 juni 2014

Waar hij staat, groeit geen gras

De Morgen – 21 Jun. 2014

 

Geïmproviseerde defensies, hobbelige velden, zwabberballen en telkens weer nieuwe reglementen, het lijkt wel of de voetbalwereld een hekel heeft aan de keeper. Op het WK onderscheiden de echte doelmannen zich van de doeljongens, maar hun ster schittert nooit lang.

Eerst een beetje geschiedenis. In den beginne waren er geen doelmannen. Voetbal – of elk gemeenschapsspel waarbij iets werd getrapt of gegooid om het in eender welk doel te deponeren – was dribbelen, voorbijlopen, passen en scoren, met handen en voeten. De origine van voetbal is het vruchtbaarheidsritueel bij onze voorouders en wie een doelpunt verhinderde, was hij die hongersnood bracht en de oogsten vernielde.

Dat zal wel niet de directe reden geweest zijn dat er bij het eerste georganiseerde voetbalspel in Engeland ook helemaal geen ‘goal keeper’ voorzien was, maar de tradities speelden wel een rol. Er was sprake van een fair catch with the hands, maar dat mocht elke speler. Pas in 1871, na duizenden jaren van balspelen, kwam de doelman. Eén persoon die iets mocht wat anderen niet mochten: de bal vangen.

Vanaf dag één waren doelmannen de buitenbeentjes van de ploeg. “Eigenlijk zijn doelmannen vervelend, want ze houden goals tegen”, weet Geert De Vlieger, voetbalanalist en ex-doelman van de Rode Duivels. “Dus heeft men het ons steeds moelijker gemaakt.” Voetbal mag dan een erg conservatieve sport zijn als het om reglementswijzigingen gaat, de doelman wordt geregeld een prerogatief afgenomen. In 1992 besloot men dat hij een terugspeelbal niet meer mocht oprapen, en ook voor dit toernooi is er iets veranderd.

Traceerbare bal

Het leek een minuscuul voordeeltje, maar als het zich voordeed – eens in de zoveel wedstrijden maar – dat een bal net niet of net wel over de doellijn sukkelde, wist eigenlijk alleen de keeper of het een doelpunt was, want hij heeft sensoren in zijn hele lichaam: binnen of niet binnen, vertel een doelman wat.

Dus grabbelde hij naar hartenlust, in de buurt van zijn lijn, maar evengoed ook als de bal er een meter over was. Om dan met de bal in de armen te beweren dat het geen geldig doelpunt was. Al te vaak hadden de scheidsrechter en zijn assistent het niet gezien en gingen ze onbewust af op de reacties van spelers en publiek.

Het niet toegekende doelpunt van Engeland in de wedstrijd tegen Duitsland op het WK in Zuid-Afrika vier jaar geleden geldt als het typevoorbeeld van een geldig doelpunt dat nooit is gevalideerd. Gedaan daarmee op dit WK. Het laatste streepje interpretatie rond doelverdediging, het laatste ‘bedrog’ dat een doelman kon plegen, is hem nu ook ontnomen.

Voortaan vertellen zes Duitse (kan geen toeval zijn) camera’s die volgens perfecte snijlijnen zijn opgesteld, wie, wat en waar over de bal. Die is computergestuurd als het ware, traceerbaar tot in de kleinste uithoek van de goal, en geeft altijd zijn waarheid prijs.

De Hondurese sluitpost Noël Valladares was het eerste slachtoffer. Nooit was het doelpunt van de Fransman Karim Benzema goedgekeurd zonder de Duitse camera’s. In een vorig leven had Valladares gegrabbeld, zijn onschuldigste pokerface opgezet en de bal weer in het spel gebracht. De tegenpartij voor de doelman is niet langer de tegenstander en het scheidsrechterstrio of -kwartet, maar nu ook een computer godbetert. Eén tegen twintig.

Hij houdt van de bal

Tot en met donderdagnacht waren er 66 goals gescoord in 23 wedstrijden, haast één meer per wedstrijd dan op het vorig WK rond deze tijd. Deze Brazuca zwabbert misschien niet zoals de Jabulani, maar hij gaat er wel vaker in. Volgens de Brazilianen heeft het te maken met de heilige voetbalgrond waarop wordt gespeeld, hún grond, Brasil. Hier wordt gescoord, maar hier is de doelman – als hij het goed doet, maar dat gebeurt niet vaak – meteen ook een heilige, um santo.

Zij zijn niet de uitvinders van het spel, maar ze hebben het spel in een bepaalde richting wel geperfectioneerd door techniek, flair en fysieke kracht te koppelen, en hebben van de negentien World Cups waarvan zij er als enig land geen enkele hebben gemist, er al vijf gewonnen. En raad eens: Brazilianen hebben in wezen niks met doelmannen.

Er is wel een mooi Braziliaans sprookje over een schlemielig jongetje dat niet kan voetballen en dus (uiteraard) in de goal belandt, opgeschreven door de bekende Braziliaanse schrijver Jorge Amado. De bal wordt zowaar verliefd op het jongetje en volgt hem overal waar hij gaat, want bij hem voelt zij zich goed en wordt zij gekoesterd. Zij, jawel, want volgens Haroldo Maranhão, auteur van het Voetbalwoordenboek, is de bal vrouwelijk en heeft die 37 synoniemen of koosnaampjes. Ook bij een laatste ultieme strafschop wil de bal in de armen liggen. Daar moet elke doelman van dromen, behalve dan het einde, want het jongetje en de bal trouwen.

”De keeper houdt het meest van de bal. Al de anderen schoppen erop”, is nog zo’n Braziliaans gezegde, maar doelman blijft toch de minst glamoureuze positie en in Brazilië – net als in Afrika – word je geen doelman uit vrije wil. Terwijl elke andere speler wel een plukje gras voelt onder zijn voeten, is het jouw lot als kneusje van het team om daar te staan waar geen gras groeit (opnieuw dixit de Brazilianen).

Maar goed, de reglementen zijn wat ze zijn en dus heeft ook Brazilië een doelman. Slechts één doelman van de laatste tien die meer dan twintig caps hebben voor La Seleçao heeft een bijnaam gekregen. Bijnamen zijn koosnamen en niemand heeft de doelman, want daar komt alleen ellende van, punt uit. Dida, die in 1995 debuteerde, was de enige.

Ongeluksbrenger

In Brazilië kan een doelman een heilige zijn, maar ook hij die hongersnood brengt, of verdriet in dit geval. Het trieste lot van Barbosa is wellicht gekend. Hij is de doelman van de nationale ploeg die in de finale van 1950 tegen buurland Uruguay een houdbare bal binnen liet waardoor Brazilië de World Cup niet won (in tegenstelling tot wat wordt aangenomen, was het geen finalewedstrijd en had Brazilië genoeg aan een gelijkspel, maar het verloor).

Het begrip Maracanazo, de oplawaai van Maracanã, was een feit. Moacir Barbosa Nascimento leefde tot in 2000 en verklaarde meermaals dat levenslang in Brazilië gelijk staat met dertig jaar, maar niet in zijn geval. De bondsvoorzitter verbood hem ooit om co-commentator te zijn bij een van de wedstrijden van de Seleçao. Sinds die vervloekte dag in 1950 bracht Barbosa ongeluk en daarom werd hij ooit verwijderd van een training van de nationale ploeg.

Meer dan in de Champions League, lopen doelmannen op het WK in het oog, daar kan zo’n Jean-Marie Pfaff van meespreken. En Michel Preud’homme nog meer, want die kreeg in 1994 ondanks uitschakeling in de achtste finale zelfs de Golden Glove, de prijs voor beste doelman van de wereld. Het waren andere tijden, waarin types als Preud’homme en later Casillas – atleten maar niet te groot – nog hun streng konden trekken. Wim De Coninck: “De doelman van de 21ste eeuw zit een stuk boven de 1m90.”

Maar nu voor echt. Dit WK, wat hebben we gezien met betrekking tot doelmannen? We zagen enkele knappe reddingen van onder meer ‘Memo’ Ochoa van Mexico, en op YouTube zie je wel meer van zijn stunts. De beste redding ooit blijft evenwel die van Gordon Banks op de World Cup in 1970 op een kopbal van Pele, ook op YouTube te bekijken.

Lijnrecht tegenover Ochoa staan twee mannen met een reputatie en met dezelfde voornaam: de Spanjaard Iker Casillas en de Rus Igor Akinfejev. Beiden zijn voorbij hun prime, zoals dat heet. Malser maakt alleen biefstukken beter; keepers worden minder, ze gaan twijfelen, springen niet meer zo hoog, vangen minder ballen, stompen ze fout weg en wat al niet meer. Slotsom: ze ‘pakken’ geen onmogelijke ballen meer. Het is onzeker of Akinfejev nadat hij een bal door zijn handen liet glippen tegen Zuid-Korea morgen ook tegen België tussen de palen staat.

Het lot van doelman op dit WK kan nog het best uitgelegd worden aan de hand van een voorbeeld dat ons nauw aan het hart ligt: Thibaut Courtois. Volgens analist en ex-doelman (ook bij de Rode Duivels) Wim De Coninck kan het niet anders dan dat hij zich minder op zijn gemak voelt. “Als Thibaut een van de beste doelmannen van de wereld is, komt dat mede omdat hij achter een van de beste, misschien wel dé best georganiseerde verdediging ter wereld speelt. Sowieso zijn de Rode Duivels voor hem minder goed georganiseerd.”

Afhankelijk van defensie

Dat was al merkbaar bij de verdedigende fout van Jan Vertonghen – een centrale verdediger die op links moet spelen – tegen Algerije, met een strafschop als gevolg.

”Het klopt,” aldus Geert De Vlieger, “dat verdedigingen van nationale ploegen doorgaans minder goed op elkaar zijn afgestemd dan die van grote clubteams. De tijd ontbreekt en de automatismen dus ook. Maar anderzijds staat Courtois bij België met allemaal klassespelers voor zijn neus. Ik heb ook bij de nationale ploeg met verschillende centrale duo’s gespeeld en dat leverde geen problemen op.

”Wat Matt Ryan betreft, daar zie ik wel een verschil. Die heeft bij Club een heel jaar met een stabiele, jonge verdediging gespeeld en wist zich daar deel van. Hij had een schitterend seizoen en nu bij Australië kreeg hij er al zes binnen, waarvan er een paar houdbaar waren. Zijn Australische verdediging is beduidend minder dan die van Club.

”Laten we mild eindigen met – noblesse oblige voor deze krant – een groot schrijver. Albert Camus bleef, ook nadat hij de Nobelprijs had gewonnen in 1957, een diehard fan van Racing Club de Paris. Op een dag beging de doelman een fatale fout, maar het was Camus die zijn verdediging op zich nam. Camus wist waar hij over sprak, want hij was als jongeling een begenadigd doelman. “In het doel staan is zoals in een oerwoud staan met allemaal roofdieren die je belagen. Het is maar als je au milieu des bois staat, dat je weet hoe moeilijk het is.”

HANS VANDEWEGHE

Copyright © 2014 De Persgroep Publishing. All rights reserved

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s