Column ‘Afrika’ in De Morgen van 26 juni 2014

AFRIKA

Het Nigeria van Stephen Keshi en Daniël Amokachi, twee oude bekenden, heeft zich gisterenavond gekwalificeerd voor de tweede ronde. Dat team stond niet echt geboekt als talentrijk. Dat was wel het geval voor Ghana, dat zijn kwalificatiekansen reduceerde tot een waterkans in een rampzalige wedstrijd tegen de VS. Als je dansend en zingend het stadion binnenkomt en na een halve minuut al een goal om de oren krijgt, moet je niet verbaasd opkijken dat er een oorzakelijk verband wordt gezocht.

Als Afrikaanse ploegen het weeral eens niet te best doen op dit WK dan heeft dat veel oorzaken, maar niet omdat er te weinig Afrikaanse kwalificatieplaatsen zijn.

De feiten: tot dit WK waren er 34 Afrikaanse deelnames. Drie keer werd een kwartfinale bereikt en vier keer een eerste ronde overleefd.

Tot 1978 had Afrika maar één deelnemer en kwamen alle Afrikaanse landen uit het noorden, met uitzondering van Zaïre dat in 1974 in drie wedstrijden veertien goals om de oren te kreeg.

Van 1982 tot 1990, toen het aantal deelnemende landen naar 24 werd uitgebreid, kreeg Afrika twee deelnemers. Er werd behoorlijk gepresteerd: zes deelnames, met één kwartfinale en één tweede ronde. In 1994 mochten drie Afrikaanse ploegen meedoen en vanaf 1998 zelfs vijf. De prestaties verbeterden niet. In vijf WK’s werd twee keer een kwartfinale bereikt en drie keer een tweede ronde.

Afrika kreeg steeds meer teams, maar bakte er steeds minder van.

In de FIFA ranking heeft Afrika slechts vijf teams binnen de eerste vijftig, tegenover dertig uit Europa en twaalf uit Midden- en Zuid-Amerika. Aan de prestaties afgemeten, zijn er te veel Afrikaanse teams in Brazilië.

Tweede zogezegde oorzaak van het onderpresteren van Afrikaanse landen, graag aangeklaagd vanuit Afrika, is de talent drain, waarbij men Kompany en andere gekleurde Europeanen aanwijst. Dat gaat maar op voor een kleine minderheid, want de meeste van die donkere talenten zijn kinderen van de migratie. Ze zijn niet op transport gezet, maar hier geboren en hun nationaliteit is nooit veranderd. Als één continent moet klagen over talent drain en opportunistische paspoorthoppers dan wel Zuid-Amerika.

De grote manco’s van het voetbal in sub-Sahara Afrika zijn de gebrekkige infrastructuur en de verkeerde focus in de opleiding, als die al bestaat. De veldjes in donker Afrika zijn niet veel slechter dan in Zuid-Amerika, maar de omgeving is niet van die aard om talent naar boven te halen. Het hele proces van nature and nurture – aangeboren en aangeleerd – is beperkt tot aangeboren.

Het Afrikaanse voetbalspel is van bij de jeugd een overlevingsstrijd, gericht op kracht, niet op finesse en tactiek. Wie het hardste kan lopen, trappen en koppen, komt het verst. De geraffineerde Afrikaanse voetballer bestaat, maar hij breekt nooit door.

Er zijn uitzonderingen: de Ivoriaanse voetbalschool van Jean-Marc Guillou heeft talenten opgeleid die kunnen lopen, trappen en koppen, maar ook dribbelen en het voetbalspel spelen. De Ivoriaanse nationale ploeg teert nog steeds op SK Beveren.

Toch is en blijft de ‘Académie’ van Guillou een puur neokoloniaal model gericht op de creatie van meerwaarde door Europeanen op Afrikaanse ruwe grondstoffen, met doorverkoop als ultiem oogmerk. Slechts één land heeft in Afrika belangeloos opgeleid om de opleiding en om het beter maken van de Afrikaanse trainers: Nederland in Burkina Faso. Ik hoor er niks meer van.

HANS VANDEWEGHE ■

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s