Column ‘Oranjezoet’ van 30 juni 2014 in De Morgen

Oranjezoet

Nederland heeft veel fantastische elftallen gehad, en mijn favoriet is nog altijd dat van 1974, het team dat met een fractie van het geluk dat Oranje later wel te beurt viel wel twee keer op rij wereldkampioen had kunnen worden, zo goed waren ze.

1974 jawel, eerder nog dan de Europese kampioen van 1988, of de ook al sublieme elftallen van de wereldbekers van 1994 en 1998. In 1974 toonde Nederland de wereld hoe er ook gevoetbald kon worden zonder libero, met opkomende vleugelbacks en centrale verdedigers, en met Cruijff en Rensenbrink natuurlijk. Het grote Barcelona en het haast nog grotere Spanje zijn spin-offs van dat Nederland van 1974.

Over de selectie van 2010 die er in de finale op was ingesteld om minimaal twee, en als het even kon drie Spanjaarden doormidden te schoppen, heb ik geen goed woord over. In mijn herinneringen was de ploeg van 1978 ook een redelijk harde ploeg met uiteraard één geniale voetballer, Robbie Rensenbrink, die negen minuten voor tijd de onsterfelijkheid op een centimeter na miste.

Maar wat te denken van de editie 2014? Ik weet het niet. Ik ben radeloos. Ik ken niet genoeg van het spel voetbal om dit te beoordelen. Is dit geluk in het kwadraat? Is dit genialiteit? Is dit het talent van enkelingen? Of is het een combinatie van al het voorgaande. Het leek even Oranjebitter te worden, maar het werd Oranjezoet.

Ik heb dit team vervloekt tot in den treure omdat het niet voetbalde, omdat de verdedigers geen bal over dertig meter goed konden leggen, omdat Sneijder zelfs geen bal over twintig meter goed kon leggen. Maar nu weet ik het niet meer.

Ook de diehard Hollandfans moeten niet flauw doen. De 5-1 tegen Spanje is er met medeplichtigheid van de slappe Spanjaarden gekomen en de 3-2 tegen Australië was dan weer puur geluk. Pas bij de 2-0 tegen Chili ging het dagen dat het Oranje in de uitgave 2014 wel heel veel toeval wist uit te sluiten en ook nooit panikeerde.

Wie in voetbal het toeval in zijn voordeel kan draaien, is half gewonnen. Nederland was tegen Chili Belgischer dan wij ooit zijn geweest: eerst alles uit de wedstrijd halen, tot de neutrale toeschouwer zich verveelt en de tegenstander denkt dat hij kan winnen, maar vervolgens keihard toeslaan.

Er is één verschil. Wij hadden of eensuperdefensieve coach als Raymond Goethals, of een goedige opa als Guy Thys. Wat Louis van Gaal op dit toernooi heeft laten zien, is zelden vertoond. Beginnen met een 5-3-2, dan eventjes 4-3-3, vervolgens 3-4-3. Een aanvaller als Kuyt als verdediger opstellen en gaandeweg als vleugelaanvaller uitspelen …

Hier moet ik de oude Mulder (de jonge zit op de NOS en is iets minder kritisch dan zijn pa) tegenspreken. Wie ben ik, maar ik doe het toch: misschien zat de durf en de genialiteit niet in het Nederlands voetbalspel, maar in de tactiek en het gemak waarmee de ploeg zich verschillende spelsystemen eigen maakte.

En toch moet je bij dat soort bedenkingen altijd een Mulderse slag om de arm houden. Arjen Robben is in bloedvorm, en met Arjen Robben in gewone vorm haalt Nederland wellicht niet eens de tweede ronde. Zo simpel is voetbal, dat spel waarbij alles wordt uitgetekend op een tactisch bord, maar dat uiteindelijk toch wordt beslist door de flitsen van enkele bovennormaal begaafden.

HANS VANDEWEGHE ■

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s