Interview Nys-VDBosch in De Morgen van 11 oktober 2014

“De anderen snappen onze aanpak niet”

Sven Nys en Paul Van Den Bosch over de transcendentie van een groot atleet uit een kleine sport

Dit is het elfde seizoen dat ze onafscheidelijk zijn, de modelatleet en de trainer. Sven Nys en Paul Van Den Bosch zijn twee gelijkgestemde zielen, twee handen op één buik die elkaar groot hebben gemaakt, te groot voor het kleine, fijne veldrijden. “Als alles te herdoen is en ik ben vijftien jaar jonger, ik blijf veldrijder.”

©© Franky Verdickt

Precies omdat ik met Isabelle aan tafel kan zitten en dat rustig kan bespreken, kan ik mijn zinnen verzetten op mijn fiets en trainen zoals voorheen. Als ik in ruzie zou leven, zou ik minder presteren.

Veldrijder Sven Nys

Als trainer ben je wel ongerust. Je ziet dingen veranderen en je weet dat er iets aan de hand is, maar als die beslissing er is, denk je toch meteen: dit wordt niet simpel.

Trainer Paul Van den Bosch

De sportman zag deze zomer zijn huwelijk op de klippen lopen. Misschien toch maar niet meteen over beginnen, is het voornemen van de mens in de verslaggever die op bezoek gaat bij Sven Nys. Tot coach Paul Van Den Bosch zijn ronde doet door de keuken. Hij wrijft over de kraaknette kasten, kookplaat en wasbak en kijkt bedenkelijk.

Paul Van Den Bosch: “Oei Sven, hier is geen vrouw meer in huis zeker?”

Sven Nys: (gespeelde woede) “Dat heeft hier verdorie nog nooit zo proper gelegen.”

Nu jullie er zelf over beginnen: hoe verwerk je een scheiding uitgerekend in een periode dat je moet presteren?
Sven Nys: “Zoals mijn sportcarrière: rationeel en overwogen. Dat heeft één reden: Thibaut, onze zoon is twaalf jaar, komt in zijn puberteit en moet liefde voelen van ons beiden. Ik zou het mijzelf nooit vergeven als wij nu ruzie zouden beginnen maken. We zijn tot de vaststelling gekomen dat het niet meer gaat en dat er redenen genoeg zijn om weer gelukkig proberen te worden alleen, en daar moeten wij nu het beste van maken. Precies omdat ik met Isabelle aan tafel kan zitten en dat rustig kan bespreken, kan ik mijn zinnen verzetten op mijn fiets en trainen zoals voorheen. Als ik in ruzie zou leven, zou ik minder presteren. Ik ben niet in therapie of zo. Het is natuurlijk een groot huis waar ik de helft van de week, als Thibaut er niet is, alleen in zit, maar ik kan van een beetje tijd voor mijzelf ook wel genieten. En ik heb meer werk, nu ik het alleen moet doen. Papierwerk bijvoorbeeld.”

Paul Van Den Bosch: “En als hij het niet meer ziet zitten moet hij maar bellen, dan kom ik met hem onder een dekentje naar tv kijken. Voor alle duidelijkheid: dit is een grapje. Als trainer ben je wel ongerust. Je ziet dingen veranderen en je weet wel dat er iets aan de hand is, maar als die beslissing er is, denk je toch meteen: dit wordt niet simpel. Precies omwille van wat hij zei: Sven kan niet in een negatieve sfeer presteren.”

Sven Nys: “Ik ben vooral blij dat we uit de boekskes kunnen blijven.”

Nochtans zijn jullie beiden redelijk actief op de social media.
Sven Nys: “Maar niks privé, behalve foto’s van Thibaut die koerst.” Paul Van Den Bosch: “Wij gebruiken de sociale media bewust, ja. Wij weten heel goed wat we wanneer er op moeten zetten en we weten ook wanneer we moeten zwijgen. Ik word daar ook op aangesproken. Vorig jaar nog door Richard Groenendaal: ‘Nou, je moet ermee stoppen met al die wattages te posten. Die jongens raken daarvan gefrustreerd want er is er maar één dit dat kan. Ik dacht: bedankt, want dat is wel de bedoeling.”

Sven Nys: “We liegen niet, dat is het leuke. Sommige reacties stellen mij gerust. (lacht) Ze snappen niet waar het om gaat. Ik tweet een wattage dat ik heb geduwd op training en dan reageert Lars van der Haar dat vermogen één ding is, maar dat het gewicht ook een rol speelt. In een cross? Gewicht? In een col van tien kilometer, ja, maar die hebben wij niet in de cross. Het absoluut vermogen is van belang als er een kloof moet worden geslagen.”

“Ik feliciteerde Jens Voigt met het werelduurrecord en hij antwoordt: ‘Thanks, you are a legend’. Dat doet goed”

Sven Nys

Jij traint met de SRM-vermogensmeter, toch uitzonderlijk voor een veldrijder.
Sven Nys: “Ja, elke training is met SRM. De wedstrijd is minder zinvol omdat je te veel dode momenten hebt waarbij niks wordt gemeten, maar voor enkele piekwaarden door zware stroken zou het een beeld kunnen geven van wat je op dat moment hebt gepresteerd. We hebben het sporadisch al eens gedaan.”

Paul Van Den Bosch: “Alles wordt geanalyseerd. Ik herinner mij op 9 mei van dit jaar op Mallorca. Hij had toen zes keer tien minuten bergop en de laatste tien minuten voluit draaide hij gemiddeld 468 watt, zijn beste tien minutenwaarde ooit. Sven kan een uur lang heel veel vermogen ontwikkelen.”

Sven Nys: “Ik ben niet zo explosief meer, maar dat zijn de anderen ook niet als er een uur lang veel arbeid moet worden geleverd. Als ik dan nog kan ontploffen, moeten ze lossen. Mijn probleem worden tactische crossen waarin het vaak stil valt, zoals vorig jaar op de Koppenberg. Ik kom dan in de laatste ronde met jonge mannen die nog niet moe zijn en explosiever zijn dan ik. Als die dan gaan, ben ik een gewone.”

Dus ben je dit jaar verplicht de koersen hard te maken.
Sven Nys: “Omdat Niels Albert er nu niet meer is, zal ik vaker op kop moeten rijden. Ik zag het meteen in Las Vegas. Zo’n Van der Haar heeft maar één plan: ik ben de snelste van allemaal, ik ga naar de meet met die gasten. Dus wat doet die: remmen als ik rem, versnellen als ik versnel. Zoals Van der Haar redeneren er veel. Er is geen Stybar, Albert of Boom meer om een paar ronden hard op kop te rijden. Een Kevin Pauwels zou dat misschien durven, maar alleen als hij super is. Niemand neemt de koers in handen en daarom ga ik Niels missen. Maar ik ben er nogal gerust in.”

Jullie stralen inderdaad rust uit, mooi om zien.
Paul Van Den Bosch: “In het begin zag ik ze allemaal als vijanden. Wellens eerst, later Albert. Ik stond er soms bijna agressief bij.  Dat is geëvolueerd want gaandeweg werd het plezant. Het winnen kwam toch, maar het winnen hoefde niet meer elke week.”

Oei, tijd om te stoppen.
Sven Nys: “(lacht)Ik koers nog te graag. Die wetenschappelijke aanpak houdt mij ook gaande. Het boeit mij enorm. Misschien dat de anderen het ook doen, maar ik weet niet of ze het snappen.”

Paul Van Den Bosch: “Ik heb Sven altijd willen behoeden voor het einde, vanaf toen hij 33 was. Dus zei ik hem: Sven, er komt een moment dat het bergaf gaat. Dat komt. Het is te zeggen: het had er al moeten zijn, maar blijkbaar niet bij hem. Als hij niet won, lag dat niet aan hem, maar aan de tegenstand die op dat moment echt te sterk was. Niels Albert won een seizoen wel eens tien opeenvolgende wedstrijden. Kevin Pauwels heeft een sterke periode gehad.”

Sven Nys: “De Sven Nys van het voorbije seizoen was sterker dan die van drie jaar geleden. Lars Boom, Zdenek Stybar…Inzake atletisch vermogen waren dat de zwaarste tegenstanders tegen wie ik ooit heb moeten koersen. Op het WK dit jaar was ik op mijn sterkst. Wellicht hebben Stybar en ik daar de beste wedstrijd ooit gereden.”
Paul Van Den Bosch: “Sven heeft maar één zwakke periode gehad, even rond het WK in het seizoen 2009-2010.”

Sven Nys: “Dat had ook te maken met de druk die ik mijzelf oplegde om punten te verzamelen met het oog op kwalificatie voor de Olympische Spelen. Er waren wereldbekers bij en kampioenschappen in een ander continent en dat doe je dan in de zomer. Later op het jaar heeft zich dat gewroken. Nu hebben we daar een evenwicht in gevonden. Ik heb dit jaar top vijftien gereden en op het EK was ik vijfde. Dan tel je mee, zeker met mijn slechte startpositie.”

Paul Van Den Bosch: “Het mountainbiken is geen gevaar, eerder een troef. Sven moet in een cross een gemiddelde hartslag halen van tegenwoordig 179, vroeger was dat 181. Lager, betekent dat hij niet top was. Nu zien we hem dat gemiddelde ook halen in de mountainbike die 1u40 duurt tegenover een uur in de cross. Hij heeft nu overschot.”

Sven Nys: “In het begin duurden de mountainbikewedstrijden langer dan twee uur en dan ging ik de laatste ronden kapot. Nu is dat nog 1u40 en ik rijd die als een cross. Met als gevolg dat ik er mij in een cross steeds weer over verbaas dat we al klaar zijn. Ik denk vaak: oei, laatste ronde, en ik kan nog een uur doorgaan.”

“Jammer dat Niels Albert is moeten afhaken. Maar hij zal ook snel vergeten zijn. Dat is de harde wet van de sport”

Paul Van den Bosch

Is de carrière van Sven in te delen in een periode voor en na Van Den Bosch?
Paul Van Den Bosch: “Ik kan alleen praten over de periode dat hij met mij traint, dus vanaf het seizoen 2003-2004. Ik vond dat hij te eenzijdig trainde. Krachttraining op rollen had hij bijvoorbeeld nooit gedaan, en hij trainde veel te weinig specifiek in het veld. Toen we samen begonnen werken, was alles bergop en wat meer vermogen vroeg ‘niks voor mij’. Hij is geëvolueerd van iemand die het moest hebben van snelle crossen die aanleunden bij wegwedstrijden naar iemand van hoe zwaarder, hoe liever. Ik ben misschien de enige die zegt dat er niks mis was met zijn mentale ingesteldheid. Hij won jaar na jaar het Belgisch kampioenschap, toch een soort wereldkampioenschap. Op het WK zelf was de tegenstand dikwijls een stuk sterker, stelde ik soms tot mijn verbazing vast.”

Het carrièreverloop van veel van je tegenstanders loopt parallel met de medicinale gebruiken en de strijd daartegen.
Sven Nys: “Ik zag ook wel dat sommigen niet het niveau halen die ze op bepaalde momenten in hun carrière wel hebben behaald terwijl ze op hun sterkst hadden moeten zijn. Ik stel mij daar vragen bij, maar ik koppel daar geen conclusies aan. Ik laat mij daar niet meer door beïnvloeden terwijl ik vroeger wel eens lastige momenten heb gehad na zo’n kampioenschap waar ik was weg gereden, terwijl ik één week later weer makkelijk kon winnen. De laatste jaren is het veranderd. Het wielrennen is schoner geworden, en daarmee samenhangend ongetwijfeld ook het veldrijden, maar ik snap nog steeds niet dat corticosteroïden toegestaan zijn tot een bepaalde grens.”

Paul Van Den Bosch: “Ik wijs niemand met de vinger, maar iedereen weet dat corticoïden schadelijk en carrièreverkortend zijn. Heb ik aanwijzingen? Neen. Als ik zie dat sommigen een aantal weken niks presteren en dan ineens een piek halen en weer weg zakken, dan heb ik wel één vraag: wat kan een coach of renner op training doen van maandag tot zaterdag om op zondag vijftig procent beter te zijn?” Sven Nys: “Daar zal je nooit een antwoord op krijgen.”

Nu komt de moeilijkste vraag voor vandaag: ook de carrière van Sven Vanthourenhout, vriend, collega en trainingsmaat van Sven, vertoont die parallellen.
Sven Nys: “Ik snap die vraag.”

Paul Van Den Bosch: “Maar wij hopen dat hij er dit seizoen terug zal staan. Sven reed vorig seizoen zijn crossen soms aan een lage gemiddelde hartslag van 158. Normaal moet dat bij hem ook om en bij de 180 zijn. Ofwel ben je met zo’n lage hartslag overtraind, of je hebt krachtverlies. We hebben voor dat jarenlang sukkelen een oorzaak gevonden in zijn rug. Daarvoor is hij vorig seizoen apart onder handen genomen. Nu kan hij weer een deftige cross rijden. In Las Vegas reed hij ook een heel goede wedstrijd.”

Sven Nys: “Sven was een halve wegrenner bij Quickstep waar hij de spurt moest aantrekken voor Tom Boonen. Sven stond twee keer op het podium van het BK, ging mee naar de Ronde van Zwitserland. Hij is beginnen vermageren tot op een punt dat hij bijna een anorexiapatiënt was. Op Mallorca hebben we ooit vijf uur getraind en at ik mijzelf daarna te pletter. Hij at haast niks en woog nog maar 63 kilo. Nu weegt hij er 71. Het heeft lang geduurd voor hij weer durfde te eten. Daarnaast heeft hij een zware operatie gehad in zijn buik. Vervolgens een polsbreuk. Het één na het ander. En tegelijk hinkend op die andere gedachte: ik moet goed zijn op het BK op de weg want ik heb daar twee keer podium gehaald. Sven kon altijd goed met mij mee op training, maar als ik de gas open draaide, wat een crosser nodig heeft, blokkeerde het bij hem.”

Paul Van Den Bosch: “Dat Sven Vanthourenhout nog steeds bij ons is, heeft juist te maken met al die redenen. Anders was het over.”
Sven Nys: “Sven is misschien professioneler dan ik. We horen elkaar elke dag en ik train graag met hem.”

Heb je hem of anderen ooit ondervraagd over het verleden?
Sven Nys: “Neen. Als er ooit iets is gebeurd, wil ik het niet weten. Dat is iets wat iedereen voor zichzelf moet uitmaken. Ik heb dat ook gedaan en ik profiteer daar nu aan het einde van mijn carrière nog van: ik lever prestaties die ik nooit had verwacht.”

Paul Van Den Bosch: “Naar het verleden kijken, heeft geen nut, evenmin als je druk maken over factoren waar je geen vat op hebt. Ze zullen je kloppen omdat ze beter zijn, of omdat ze misschien iets hebben gedaan dat niet mag. Ik heb altijd aan Sven de raad gegeven om af te rekenen met de concurrent zoals hij die dag is, zonder daarover verdere vragen te stellen of veronderstellingen te maken.”

Sven Nys: “Dat is wel een mentale stap die ik heb gezet. Paul zei altijd: kijk eens wat je allemaal hebt gewonnen, ongeacht het feit dat je tegenstrever super was of misschien ‘iets’ zou hebben gedaan.  Hetzelfde in Las Vegas: we reizen naar de andere kant van de wereld en ze willen mij diskwalificeren omdat ik drank heb aangenomen toen het niet meer mocht. Ik dacht: dan is het maar zo. Maar ik ben toch gaan praten met die jury. Ik zei: ik respecteer uw beslissing en ik zal er niks bij inschieten, maar denk eens aan die organisatoren en de fans hier of zij dat plezant vinden dat een niet-sportieve regel beslist over winst en verlies. En ze hebben mij een boete van duizend Zwitserse frank gegeven, waar dan ook weer kritiek op kwam natuurlijk.”

Stel dat je vijftien jaar jonger bent en het wielrennen is zelfreinigend zoals vandaag, zou je dan wel een wegcarrière overwegen?
Sven Nys: “In 2002 reed ik tot de laatste beslissende fase mee in Parijs-Roubaix, maar neen, ik zou vandaag nog niet naar de weg uitwijken. Ik schep voldoening in hoe de cross is geëvolueerd mede door mij: het professionalisme, de financiën, de media-aandacht, de crossfiets, het VIP-gebeuren en sponsoring. Ik heb daaraan mee geholpen. Vervolgens ben ik in een andere discipline naar de Olympische Spelen gegaan. Neen, ik zou ook niet eerder zijn gaan mountainbiken. Was alles te herdoen, ik deed precies hetzelfde.”

Om het beleefd te stellen: het veldrijden loopt niet over van het talent, jij buiten beschouwing gelaten.
Paul Van Den Bosch: “Zijn talent is te vergelijken – in tests dan – met de betere wegrenners, dan bedoel ik ruim bij de top twintig procent. Op de test in Energy Lab waarbij we elke vijf minuten het vermogen opvoeren, heeft Sven dit jaar de 460 watt vijf minuten lang uitgereden. Ooit is hij één keer half weg de 500 geraakt. Er zijn heel wat wegrenners die deze vermogens niet halen.”

Sven Nys: “Waarom had ik naar de weg moeten gegaan? Ik had daar niet kunnen verdienen wat ik nu verdien. Ik vraag mij ook soms af waarom Lars Boom en Zdenek Stybar zijn gegaan. Voor de internationale erkenning van het wegwielrennen? Sorry, maar ik moet ook niet klagen over internationale erkenning, precies door mijn prestaties in de kleine veldrijden…”

Paul Van Den Bosch: “…en door te presteren in de mountainbike…”

Sven Nys: “…dan kan ik daar geen slecht gevoel bij hebben. Jens Voigt breekt het werelduurrecord. Ik feliciteer hem met een tweet en wat is zijn antwoord? Thanks, you are a legend. Dat doet goed hoor. Hermida, Absalon, Schurter , de groten van het mountainbike weten heel goed wat ik in de cross heb gepresteerd.”

Paul Van Den Bosch: “Renners als Sieberg, Bakelants en Greipel schatten ook hoog in wat jij hebt gepresteerd in het veld. Matteo Trentin, geen sukkelaar op de weg, zegt in een interview dat het zijn droom was om veldrijder te worden, maar hij werd van het kastje naar de muur gereden in België en dus koos hij maar voor de weg. Sven is inderdaad een uitzondering. Hij heeft als atleet de kleinheid van zijn sport overstegen.”

Jij hebt het eeuwige leven niet. Is bloedarmoede niet de grootste bedreiging voor het veldrijden?
Sven Nys: “Het komt elke week op tv. Elke week heb ik een andere tegenstander. Elke week verandert het weer. Zal het zo blijven? Het risico bestaat dat het achteruit gaat en daarom zal ik wellicht in die sport blijven. Ik zou aan de generatie na mij willen vragen om niet te veel aan korte termijn denken te doen. Zo van: ik ben hier en nu goed, waarom zou ik eens naar Amerika gaan rijden als het ook hier goed verdienen is. De atleet moet zelf in zijn sport investeren en dat doe je niet door rond de eigen kerktoren te blijven. Als ik stop, zou de sport kunnen kelderen. Misschien kunnen Wout Van Aert en Mathieu van der Poel dit jaar al volop meedoen. Van Mathieu ben ik het haast zeker. Als die gasten doorbreken gaan ze de generatie tussen hen en mij  – Tom Meeusen, Kevin Pauwels, Klaas Vantornout, Dieter en Sven Vanthourenhout – van de kaart vegen. Het is te hopen dat Mathieu nog een paar jaar crosst want ik zie hem ook snel naar de weg gaan.”

Niemand spreekt nog over Niels Albert.
Paul Van Den Bosch: “Ik vind het heel jammer dat hij is moeten afhaken. Maar hij  zal ook snel vergeten zijn. Dat is de harde wet van de sport.  Deed hij zijn sport nog wel graag? Ik heb de indruk dat hij er het laatste jaar dikwijls erg ongelukkig bij liep.”

Sven Nys: “Ik had ook de indruk dat hij niet altijd gelukkig was met de manier waarop hij zijn sport beleefde. Hopelijk haalt hij nu positieve energie uit het coachen van de renners van zijn ploeg, zoals Wout Van Aert. Dat is pas een zware job. (lacht)”

Paul Van Den Bosch: “Daar moet je niet mee lachen. Maar dat Niels vroeger zou stoppen dan Sven, is ons wel eens voorspeld. Wel erg jammer dat het om gezondheidsredenen is moeten gebeuren. We kenden hem in de wedstrijd ook door en door, hé Sven? Op de duur was het bijna een spel. Niels trok en trok en als half koers naderde en Sven was er nog bij, wisten we dat hij het niet zou halen.”

Ligt er al een functie voor jou klaar?
Sven Nys: “Ik heb hier mijn project op de Balenberg, waar we aan een centrum bouwen dat alle off road disciplines combineert, onder andere met een technisch moeilijke drop met rotsen voor de mountainbikers. Op grote kampioenschappen zien we soms parcours waar we nauwelijks af durven omdat we die techniciteit niet kunnen trainen bij ons. Verder hoop ik op een functie in de opleiding. Geef mij maar iets dicht bij huis. Bondscoach? Ik heb vooral de indruk dat dit logistieke functies zijn. Ik ken bondcoaches die hele dagen auto’s moeten wisselen. Co-commentator op televisie doe ik ook graag, maar dan ben ik weer de perfectionist: ik ga daar niet onvoorbereid zitten Als ik het doe, wil ik mijn huiswerk maken en wil ik alles weten over het peloton. En dan de mensen iets vertellen wat ze nog niet weten, daar zou ik het voor doen.”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s