Column Niet Gaan Wielrennen in De Morgen van maandag 11 mei 2026

Niet gaan wielrennen

Jij háát wielrennen, zo liet een aardige lezer weten na de column van zaterdag (DM 9/5). Dat is een misvatting. Ik probeer kritisch en door een neutrale bril naar wielrennen te kijken en tegelijk de Vlaamsgebonden navelstaarderij van onze sportmedia te doorprikken, dat is het zowat.

Zou het haat-liefde zijn?

Ik heb twaalf fietsen staan voor twee personen: racefietsen, speedpedelecs, mountainbikes, gravelfietsen, e-mountainbikes (voor op reis), een fiets voor naar de bakker, een plooifiets.

Hier wordt gefietst. Mijn dochter en mijn zoon fietsen. Mijn schoonzoon en mijn schoondochter ook. Van mijn drie kleinkinderen zijn er twee die met een racefiets rijden. Die twee gaan met de fiets naar school, de jongste van 11 zelfs met haar racefiets.

Daar mag ik dus niet aan denken, dus denk ik eraan als ik om 5 uurwakker schiet waarna ik niet goed meer kan inslapen: de geneugten maar vooral de gevaren van de fiets. Dan haat ik de fiets en het fietsen en ben ik bang van de fiets.

Voor een absolute en eeuwige beginner heb ik mijn deel gehad. Ooit nekwervel gebroken, daarna sleutelbeen, een paar ribben − been there, done that − zelfs ooit mijn vrouw frontaal zien opgeschept worden door een dronken chauffeur (in fietsland Nederland). Laatst nog een keertje in een groep gereden. Dat voelde goed aan, maar tegelijk verspeel ik de helft van mijn koolhydraten aan schrik voor het achteropkomend verkeer en de zenuwachtige gedachte dat een zwieper van een voorganger mij onderuit zou halen.

Die rit was zaterdag. Vrijdag had ik naar de openingsrit van de Giro gekeken. Heerlijke finale, zo leek het, op een halve autoweg reden ze naar Burgas. Tot… ze naar rechts moesten en de weg steeds smaller werd en elke ploeg met zijn hele en halvezolen vooraan wilde zitten. En toen werd het nog wat smaller en stonden er hekken langs de kant met uitstekende pootjes zowaar en toen ging het mis.

Aantikken, vallen, crashen, schreeuwen en met Dylan Groenewegen en Kaden Groves twee renners uitgeschakeld voor de sprint. Beiden stonden zaterdag aan de start van rit twee met blessures en kneuzingen die een voetballer een maand aan de kant zouden houden.

Rit twee zou beter verlopen, zo was de voorspelling. Op 23 kilometer van de finish ging het fout. Op een glad wegdek schoven er een paar onderuit en knalden tegen, onder en over een vangrail. De ravage trof vooral UAE. Balans: kopman Adam Yates heeft zware schaafwonden, een hersenschudding en zijn oor hing er bijna af. Hij finishte, maar ging gisteren niet van start. Jay Vine heeft een hersenschudding en een breuk in elleboog. Opgave. Marc Soler heeft een breuk in het bekken. Is ook out.

Van Jayco-AlUla reed Andrea Vendrame de etappe uit, maar met drie breuken in de ruggenwervel. Hij is out. Ook de kopman van Bahrain Victorious, Santiago Buitrago, geeft op: schaafwonden, kneuzingen in de nek en − o ja − hersenschudding natuurlijk.

Nog niet zo heel lang geleden ging het over de valpartijen en dat het in 2026 nog wel meeviel. O ja, in Vlaanderen misschien, want Wout van Aert is niet meer gevallen sinds die keer eind 2025 in Mol en Remco Evenepoel heeft alle post- en andere auto’s weten te vermijden. Tim Wellens daarentegen… sleutelbeen over, maar die rijdt en woont niet in België en heeft lak aan zijn pr.

Het seizoen 2026 had deze eerste twee etappes van de Giro niet nodig om qua uitvallers records te breken. Op 4 maart maakte hetiskoers.nlde balans op en kwam tot de vaststelling dat al veertig renners in de lappenmand lagen door valpartijen.

Volgens de wereldwielerbond UCI blijkt uit cijfers van 2024 dat 35 procent van de valpartijen komt door fouten van renners. Dat betekent dat twee derde van de valpartijen niet de schuld is van de renners, maar van het wegdek, het materiaal, het parcours en noem maar op. Richard Plugge van Visma-Lease a Bike beweert zelfs dat 79 procent van de valpartijen niet de schuld zouden zijn van de renners.

De schuldvraag is secundair in deze, want op de keper beschouwd is elke valpartij − tenzij er plots een hond overloopt, een auto in het peloton rijdt of een rots afbreekt − altijd de schuld van de renners en het peloton. Wielrennen zit nu met het dilemma van de formule 1 van de jaren 60 en 70 toen 27 rijders het loodje legden: waar ze rijden, gaan ze te hard en dus te gevaarlijk, in de verkeerskunde heet dat onaangepaste snelheid.

Waar de formule 1 steeds veiliger is geworden, werd het wielrennen steeds onveiliger. Daar moet een antwoord op komen, want zo kan het echt niet verder. Ondertussen blijven de ouders en grootouders hopen: een koersfiets oké, zolang ze maar niet gaan wielrennen.