
Prijzengeld
Maandag over een week spelen ze al de kwalificaties en de zondag daarop (24 mei) begint het dan echt: Roland Garros of de Franse open kampioenschappen, het tweede grandslamtoernooi van het jaar. Lange tijd het signaal dat de zomer in aantocht was, minder nu de lente almaar vroeger komt.
Het toernooi kwam deze week onder de aandacht. Een protestbrief, ondertekend door tientallen toppers, liet weten dat spelers de verhoging van het prijzengeld met 9,5 procent tot bijna 62 miljoen euro niet voldoende vonden. Een collega met roots in het wielrennen en een gezonde dosis sarcasme schreef “een beetje weinig in vergelijking met de Tour”. Het totale prijzengeld in de Tour de France varieert tussen de 2,3 en 2,5 miljoen euro, met 500.000 euro voor de winnaar. De winnaar van Roland Garros alleen al krijgt op 7 juniaanstaande een cheque van 2,8 miljoen.
Maar goed, de vergelijking tennis-wielrennen houdt geen steek. Eerst en vooral omdat tennis een wereldsport is en wielrennen een Europese sport met occasionele succesjes voor exoten uit andere windstreken.
Een indirect maar niet minder overtuigend bewijs voor dat onderscheid: het land met de meeste renners in de WorldTour is België met 76, twintig meer dan Italië en Frankrijk. Zeventig van hen zijn Vlamingen. Hoe pijnlijk ook de conclusie, ik denk dat we het erover eens zijn dat een sport die cijfermatig door Vlamingen wordt gedomineerd onmogelijk een wereldsport kan zijn. Wielrennen is dan misschien geen krulbollen op twee wielen, zoals hier ooit stond, een beetje realisme kan geen kwaad.
En toch is dat niet de doorslaggevende reden voor dat enorme verschil in prijzengeld. Een regionale sport kan ook een lucratief economisch model zijn en de beoefenaars ervan schatrijk maken. Denk in dat verband aan American football, een hoofdzakelijk Noord-Amerikaans gebeuren. Niet minder dan dertig NFL-spelers staan in de lijst met honderd best betaalde sporters van 2025. Josh Allen, de quarterback van Buffalo Bills, is de best betaalde NFL’er met een inkomen van 86 miljoen euro.
De lucratiefste sport is basketbal in de NBA, met veertig van de honderd best betaalde sporters op deze planeet.
Geen wielrenners te zien, in de verste verte niet. Met die 8,5 miljoen euro van Tadej Pogacar kom je niet eens in de buurt van de top tweehonderd. Mathieu van der Poel, Jonas Vingegaard en Wout van Aert? Aalmoesjes. Tennissers dan? Twee in de top honderd: Carlos Alcaraz (nu geblesseerd) met 49 miljoen en Jannik Sinner met 43 miljoen. Om de top tien te halen moet je het dubbele verdienen. Tennissers in de top tien, dat was in de tijd van Roger – Roger Federer dus.
Er is minstens nog een reden waarom wielrennen niet aan de financiële enkels raakt van tennis. Sporten die het meest opbrengen voor de eigenaars, de tv-stations en de beoefenaars zijn allemaal stadionsporten, en dat mag je breed interpreteren. Ook golf, met de grootste vaste stadions van alle sporten, valt daaronder.
Sport op een vaste plek, met een herkenbaar model en de beste atleten uit die sport tegen elkaar, dat is het recept voor succes. Het hoeft geen betoog dat wielrennen aan geen enkel criterium beantwoordt. Wielrennen is synoniem voor logistieke chaos, hoge overheadkosten en renners die steeds minder rijden.
Maar nu die tennissers, hebben zij een punt als ze beweren dat ze minstens 20 procent willen van de omzet van Roland Garros? Ter vergelijking: met die 61,7 miljoen euro heeft Roland Garros het laagste prijzengeld van alle grand slams. Na omrekenen zit de Australian Open (dit jaar) op 68,5 miljoen, Wimbledon op 62 miljoen en de US Open op 76,4 miljoen. Die laatste twee bedragen dateren van 2025, misschien komt daar dit jaar nog wat bij. Winnaars zijn het best af in New York, waar 3,61 miljoen voor hen klaarligt.
De omzet van Roland Garros bedraagt dit jaar 400 miljoen euro, wat de spelerseis in de buurt van de 80 miljoen situeert. Dat staven ze met de redenering dat het voetbal de helft tot driekwart van de omzet besteedt aan salarissen. Een manke vergelijking, want voetbalploegen organiseren dertig dagen voetbal in hun stadion en dertig buitenshuis, terwijl een grand slam zestien dagen duurt. Bovendien heeft tennis een meer evenementieel karakter en kan het minder kosten afwentelen op de maatschappij dan voetbal.
Het zou dus correcter zijn om te kijken naar de winst die Roland Garros en de Franse tennisbond maken. In 2024 was dat 33 miljoen euro. Voor een sportbond is dat prima geboerd. De Franse voetbalbond is al blij met een tiende van dat bedrag. Natuurlijk zijn die tennissers inhalig, maar misschien hebben ze een punt.