Column DDR in De Morgen van 31 oktober 2014

DDR

Wat ik de laatste weken heb verslonden, zijn de verhalen van mijn goede collega Jeroen De Preter over het einde van de Berlijnse Muur en – mijn eigen interpretatie – de teloorgang van de DDR, de Deutsche Demokratische Republik.

Ik heb geen heimwee naar dat autoritair systeem, lang niet, maar ik ben opgegroeid met de DDR-atleten als sportkijker, als sporter en later als journalist. De nationale hymne ‘Auferstanden aus Ruinen’ – ‘Uit ruïnen opgebouwd’ – is voor immer in mijn geheugen geëtst. Het was het mooiste volkslied ooit, jammer dat het niet meer bestaat.

Een zwak voor de DDR? Misschien, ook al omdat ze op het WK van 1974 het gehate West- Duitsland klopten en ik dacht dat we van Beckenbauer en co. vanaf waren. Neen dus, ze bleven en haalden de finale die ze wonnen van Nederland.

Hoe zwak was dat zwak? Eén van mijn verste herinneringen gaat terug op Ushi (familie- naam vergeten), spelverdeelster van de DDR- juniores die ik leerde kennen bij een toernooi. De meegereisde begleiterin keek een beetje vreemd, maar liet oogluikend toch contact toe na de wedstrijd. De details zijn niet bijzonder maar zonder die Muur had er meer ingezeten, dat zeker.

Tegen een DDR-selectie (de mannen dan) spelen was altijd een beetje een vreemde gewaarwording: ze kwamen in het veld op sloefkes waar wij onze neus voor optrokken, droegen compleet afgewassen blauwe shirts en witte, veel te wijde shorts. Het leek nergens op, maar voor je het wist was de wedstrijd voorbij en had je verloren.

Ze konden er wat van. Zoals op de Olympische Spelen van Seoel, waar ze voor een landje van 17 miljoen inwoners 102 medailles wonnen, meer dan de Amerikanen met hun toen 250 miljoen inwoners. Wisten wij veel dat het toen gauw voorbij zou zijn.

Rond die tijd leerde ik Volker Kluge kennen, een sportjournalist van Die Junge Welt en
uiteraard SED-lid die de laatste DDR-perschef zou worden op de Spelen van Seoel. Bij een fles rode wijn voorspelde hij al het einde van het systeem, het einde van de DDR. Een jaar later, deze week 25 jaar geleden, gingen de grensovergangen open en konden de Ossies eindelijk inkopen doen bij het symbool van kapitalistisch West-Berlijn. En nu denkt u vast aan het Kaufhof, maar het was de Aldi. Een jaar later toen ik in Berlijn was voor deze krant wandelden ze nog steeds met hun Aldi-zakken voorbij het inmiddels onbemande Checkpoint Charlie.

Nog eens vijf jaar later ging ik bij Manfred Ewald op bezoek, de voormalige topsportdirecteur van de DDR, zeg maar. Een fantastische ontmoeting, met een opmerkelijk man, stervende als banneling maar desondanks zou hij nog worden berecht. De bewijzen waren op zijn zachtst uitgedrukt niet erg sluitend. “Ja, we hadden doping”, zei Ewald, “maar dat had het Westen ook.” En hij haalde foto’s boven van Amerikaanse atleten die zich in Los Angeles inspoten met hormonen. Die had de Stasi hem bezorgd. “Ja we hadden doping, maar we hadden zoveel meer.”

Jammer genoeg is de DDR hetzelfde lot beschoren als Lance Armstrong. Omdat het zoveel makkelijker is in zwart-wit te denken, wordt alle succes herleid tot doping. In de zomer van 2013 kreeg Ewald postuum gelijk: iedereen had doping. De Humboldt-universiteit had wat onderzoek verricht: ook in het Westen was er structurele doping in de jaren zeventig en tachtig. Er was wel één wezenlijk verschil: in het Westen werd niks opgeschreven zoals in de DDR en de landen hielden ook niet op te bestaan, waardoor hun archieven niet op straat lagen.

20141Column DDR

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s