Column Eurostadion in De Morgen van 21 jan 2017

Eurostadion

Parking C van de Heizel, wie wist dat vóór een paar jaar liggen? Al wie geen geprivilegieerde parkeerkaart had voor Batibouw, het Autosalon, een interland van de Rode Duivels of de Van Damme Memorial. Die kon daar zijn auto kwijt en dan het eind lopen naar de Heizel-paleizen of het Koning Boudewijnstadion. Doorgaans werd Parking C niet gebruikt en bleef een desolate vlakte, dicht bij de stad Brussel, dicht bij het openbaar vervoer, een ongebruikte ruimte waar projectontwikkelaars natte dromen van kregen.

Vandaag heeft iedereen een mening over Parking C want daar zou het Eurostadion moeten komen. Met de nadruk op zou en moeten, want inmiddels zijn zoveel krachten aan het werk dat het project gevaar loopt. Een grote ontwikkeling heeft in dit land van ruimtelijke wanordening altijd een beetje (veel) tegenstand maar de aanhouder wint meestal wel. In dit dossier ligt dat enigszins anders. Het Eurostadion heeft een duidelijke deadline: officieel de zomer van 2019, maar begin 2020 is ook al lang goed. Halfweg 2020 worden onder meer in ons land een aantal wedstrijden van het Europees kampioenschap voetbal gespeeld en als de UEFA ziet dat de werken vorderen, zullen ze Brussel met rust laten. In het andere geval moeten we die wedstrijden teruggeven en zetten we België te kakken, maar dat kan er ook nog wel bij.

Wat zijn de feiten? We zitten met een slecht gelegen Heizelstadion dat in 2000 werd opgekalefaterd, maar ook niet meer dan dat. We zitten met de uitstraling van Brussel, de Europese hoofdstad kan een Europese tempel gebruiken. We hebben een flinke eersteklasser in het Brusselse, die een nieuw stadion nodig heeft. Er is de stad Brussel, met de reputatie van het rioolputje van Europa, onbestuurbaar door de opdeling in negentien gemeenten en met de rijke buitengemeenten argwanend toekijkend, want de ontwikkeling zou nota bene op hun grondgebied komen. En er is Uplace, die andere ontwikkeling iets verderop in Machelen op de oude Renault-site.

Nu wil het toeval dat Uplace als grote ontwikkeling ook veel tegenstand krijgt, vanuit Brussel en vanuit de buitengemeenten, tot zelfs vanuit de centrumsteden die dertig kilometer verder liggen. Uplace zou een shoppingmall worden waar je niet noodzakelijk hoeft te shoppen, maar shopping beleeft. Ik geloof het wel. Als het er ooit komt, zal ik vast eens gaan kijken zoals ik onlangs ook Docks Bruxsel aan de Van Praetbrug heb bezocht (en er snel ben weggelopen). Ondertussen lijkt niemand Uplace te willen en nog voor de ene horde is genomen, wordt al een andere hindernis opgetrokken.

Frustrerend, maar die tactiek werkt in de twee richtingen, want Uplace zet evengoed horden voor het Eurostadion en om meer dan één reden: omdat het een Brussels project is en omdat Bart Verhaeghe de baas van Uplace is. Die is tevens ondervoorzitter van de voetbalbond en voorzitter van Club Brugge en wil liever geen groot prestigieus stadion in het Brusselse. Het is inzake ontwikkeling een concurrent van zijn eigen Uplace, van zijn eigen Club Brugge dat nog geen nieuw stadion heeft en van het voetbalstadion dat hij wil bouwen in Brugge. Daar wil hij ook af en toe de nationale ploeg ontvangen, alleen al om dat gigantisch bouwsel in het veredelde dorp Brugge, dat dan twee voetbalstadions zal tellen, een beetje economisch verantwoord te houden.

En zo staat iedereen in dit dossier met de hakken in het zand, worden allerlei combines gesmeed en worden de media voor de verschillende karren gespannen. Van mij mag Uplace er komen, net als die grootheidswaanzin in Brugge en doe dat Eurostadion ook maar. Het geëmmer over het verkeer dat zich zal vastrijden, moet maar eens ophouden. De realiteit is dat wij het enige land zijn dat bestemmingsverkeer en doorgaand verkeer mengt op de dramatisch slecht ingerichte Brusselse ring (ook in Antwerpen overigens). Vervolgens hopen we dit te kunnen afhandelen op twee keer drie rijvakjes met om de haverklap een oprit. De Brusselse ring is ook zonder die twee nieuwe ontwikkelingen gedoemd om altijd een flessenhals te blijven.

De opdracht is simpel: iedereen in Brussel op één lijn krijgen, het protest wegnemen bij de buurgemeenten, de ring ontdubbelen en herinrichten, die twee ontwikkelingen bouwen en Anderlecht over de streep trekken. Dat alles tegen de winter van 2019-2020 en zonder al te veel publiek geld.

A la bonne heure.