Column over Stoffel en Honda op demorgen.be van maandag 27 maart 2017

Het moet onze eerste en enige Vlaming in de Formule 1 weer overkomen

Ik ben geheel mee met en heb alle begrip voor Stoffel Vandoorne, want ik heb ook gedoe met de elektronica van mijn auto.

Om de haverklap gaat het oranje lichtje branden van de banden en dan komt op de display ‘bandenspanningsysteem service’. Of zoiets, want ik let er al niet meer op na er zelf mijn compressor te hebben opgezet en verschillende pitstops. Er is niet echt iets aan de hand en als er toch iets aan de hand zou zijn, dan voel ik het niet.

Nu ik mij (een beetje) heb verdiept in de Formule 1, is mij alvast één ding duidelijk: of ik rij met een Formule 1-auto (niet dus), of ze kennen er daar ook niks van. Aan Honda moet ik het alvast ook niet vragen wat met mijn Volvo scheelt, want ze doen daar net hetzelfde als mijn garage: binnenkomen, elektronica resetten en hup weer weg. En als het een tijd goed is gegaan, begint de ellende vanzelf opnieuw. Om gek van te worden.

Het overkwam Stoffel Vandoorne gisterenochtend in zijn eerste race van het nieuwe F1-seizoen, het eerste seizoen dat hij als volwaardig rijder mag afleggen. Hij had een probleem met zijn stuurtje, moest binnenrijden, de pitstop duurde lang door die reset en dan mocht hij weer de baan op. Hij werd dertiende, wat toch al weer vijf plaatsen gewonnen is vergeleken met zijn positie op het startgrid en wat beter is dan zijn ploegmaat Alonso, die de wedstrijd niet kon uitrijden.

Stoffel had deze reactie klaar: “Het positieve is dat we de race hebben kunnen uitrijden.” Nou ja. Begrijpelijke reactie misschien voor een neofiet, maar hoe onbegrijpelijk is die toestand bij McLaren en Honda niet? Ik bedoel: je hebt maanden de tijd om een motor te ontwikkelen, die in te bouwen in een carrosserie, daar allerlei elektronica op te zetten en zeg nu niet dat het hersenchirurgie is, want de meeste van die dingen bestaan of zijn al een keer door anderen voorgetoond.

En dan slaag je er nog niet in om iets in elkaar te steken dat blijft rijden en als het even kan aan een respectabele snelheid.

Wat zei Vandoorne nog, als baken van rust en begrip: “De wedstrijd eindigen hadden wij niet verwacht. Tijdens de wintertests hebben we maximaal elf ronden achter elkaar gereden en nu uitrijden is een eerste stap vooruit.” Gevolgd door specialistentaal: “We hebben de pace nog niet, de package is nog niet goed genoeg en er is nog veel werk aan de winkel.”

Honda, dat in mijn straat nochtans een ijzersterke reputatie heeft inzake grasmachines, is nu de risée van de Formule 1.

Bij uitbreiding geldt dat ook voor Japan. De trots van het land van de rijzende zon slaagt er niet in om een motor te ontwikkelen en sneller te zijn dan ook maar één andere auto in de F1. Dat is wat Fernando Alonso gisteren ten minste zei. “Normaal eindigen wij laatste en voorlaatste.”

Op de pre race press conference enkele dagen geleden zaten enkele rijders samen en kregen de vraag wat er zou kunnen veranderen aan de F1. “V12-motoren,” zei er één. “Maar geen elektrische,” zei een andere. “En geen Honda”, zei Lewis Hamilton ook nog en iedereen gierde het uit. “Just joking”, voegde Hamilton er aan toe.

No, not joking at all.

Dat moet onze eerste en enige Vlaming in de Formule 1 weer overkomen: talent te koop, maar ze hebben een grasmachine onder zijn kont gestoken.

Het zal ons leren, ook deze krant en ondergetekende, om al te enthousiast zonder veel kennis van zaken hele pagina’s vol te pennen over het nieuwe wonderkind van de F1. Wonderkind of niet, Stoffel  is een groot talent en geniet nog steeds het voordeel van de twijfel, maar als je in de F1 geen competitieve auto hebt, ben je veroordeeld tot gerommel in de marge. De F1 is tegelijk technisch de meest eerlijke en sportief de meest oneerlijke sport van de wereld. U zal in deze krant nog wel eens een verhaal lezen over de F1, maar met de Stoffelhype is het nu even goed geweest.