Column over Tarzan in de jungle van de sportjournalistiek (over de pers en het voetbal) in De Morgen van maandag 22 oktober 2018

Tarzan in de jungle van de sportjournalistiek

 

Stephan Keygnaert van Het Laatste Nieuws staat op non-actief. Hij is de chef voetbal die u af en toe ook op deze pagina’s terugvindt onder de initialen SK. Ik verbaas u hopelijk niet met de mededeling dat een groot deel van de sportberichtgeving wordt overgenomen van onze zusterkrant Het Laatste Nieuws. Ik ben de laatste die daar moet over klagen, want toen ik nog chef sport was bij deze krant heb ik dat synergieproces in gang gezet, samen met een andere baas die ook alweer is verdwenen.

Dat is een beetje inherent aan de media: bazen komen en verdwijnen, cheffen komen en verdwijnen, rubriekleiders voetbal en wielrennen komen en verdwijnen. Hoofdredacteurs, nóg erger, is zelfs een knelpuntberoep geworden. Sportjournalisten niet, die zijn als onkruid en helemaal nu Round Up niet meer mag: wij zijn nooit echt weg, wij komen altijd terug, SK ook.

Ik ken er maar één die voor het leven is gebannen terwijl hij verdomd goed kon schrijven. Jammer genoeg verzonk dat in het niets bij zijn uitvinderscapaciteiten. Hij fabriceerde bewijsmateriaal om toch maar gelijk te krijgen en dat zadelde onze zusterkrant op met de grootste schadevergoeding die ooit in het Belgische perswezen is betaald. Die fabricage gebeurde met de hulp van zijn bazen, wil ik daar toch even bij vermelden.

Ik zat ooit twee jaar op de sportredactie van een populaire krant als een opiniemaker/meerwaardeschrijver voor hun zusterkrant
die een kwaliteitskrant was. Dat was Het Nieuwsblad-De Standaard. Toen ik daar arriveerde, vond ik die nieuwsjournalistiek minderwaardig. Tegen de tijd dat ik daar wegging, had ik een grenzeloos respect voor de continue evenwichtsoefeningen van mijn collega’s, stuk voor stuk aardige gasten die heel hard werkten, in veel moeilijkere omstandigheden dan ik en die verdomd goed hun stiel beheersten.

Probeer maar eens alle nieuws eerst te hebben – voor wat dat nieuws waard is, maar dat is een andere discussie – en tegelijk aan journalistiek te doen volgens het boekje: kritisch, onafhankelijk, en al het andere dat ze doceren in de bachelor- en masteropleidingen ‘journalistiek’. Sportjournalistiek is een lastige in deze regio, waarin in elk medium twee machtsblokken tegenover elkaar staan en de sportberichtgeving een marketingtool is.

Wie in een populaire krant op de sportredactie terechtkomt, verwezenlijkt zijn of haar droom, maar wordt ook meteen van zijn wolk gehaald: We Missen Geen Nieuws, niet over onze ploeg die we volgen, niet over de sport die we coveren, nooit missen we nieuws. Of we krijgen ’s ochtends tussen zeven en acht telefoon van de chef sport met de vraag: hoe komt het dat wij dat niet hebben?

Jawel, ook op de politieke redactie gaan die telefoons en verwijten heen en weer, maar er is een wezenlijk verschil. Een politicus steekt zijn/haar broek af om in een krant te staan, een voetballer niet. Die kiest zijn medium uit, die kiest uit wie hij vertrouwt en aan wie hij zijn boodschap meegeeft.

Hetzelfde voor de clubleiders, die je zou kunnen vergelijken met de partijvoorzitters: ook zij hebben geen behoefte aan communicatie tenzij het hen goed uitkomt. Partijvoorzitters daarentegen willen altijd en overal in de krant. Overigens, wat u niet weet: alle interviews in het voetbal worden van naald tot draad nagelezen en desgevallend aangepast door de club/speler, ook al is het een juiste weergave van het gesprek dat op band staat.

Er is nog een groot verschil: de kennis van het lezerspubliek is nergens groter dan op de sportbladzijden. Vertel geen onzin over het middenveld van Anderlecht of je krijgt emmers kritiek via gewone en sociale media. Schrijf dat windmolens alle kerncentrales kunnen vervangen en je krijgt applaus, behalve van die drie die de energieproblematiek echt kennen en je terecht voor gek verklaren.

Voetbaljournalistiek staat dichter bij de jungle dan bij een Scandinavisch geordende maatschappij. Zwaarbewapend in de jungle worden afgezet met de opdracht ‘niks missen’, ga er maar eens aanstaan. Wanneer moet je de machete gebruiken, wanneer niet? Wanneer schieten, wanneer niet? Wanneer onderhandelen, wanneer niet?

Sommige collega’s zijn te ver gegaan in hun obsessie om Tarzan te zijn. Ze werkten ook mij soms op de zenuwen met hun eeuwige lijntjes richting trainers, spelers en makelaars. Ik wil hen niet vrijpleiten, niet begraven en ik vraag ook niet om begrip. Ik probeer alleen uit te leggen hoe die wereld functioneert.

Ik ken de journalisten die hun bevriende trainers en spelers altijd en overal prijzen, en nieuws in ruil krijgen. Die statistieken hebben vervalst opdat de speler bij contractonderhandelingen een poot meer zou hebben om op te staan. Die voor een bevriend clubmanager een verjaardagsfeestje organiseerden, in de gebouwen van het eigen medium nog wel, in aanwezigheid van twee van de meest kritische journalisten die over sport schrijven/spreken. Dat was allemaal normvervaging, soms in het kwadraat, maar dat heb ik de betrokkenen ook meteen gezegd.

Tja, die makelaars. Die zijn nu collectief de kop van Jut, halve moordenaars die met pek en veren moeten worden verjaagd uit de sport, inclusief de journalisten die er een te nauw contact mee onderhielden. De laatsten die daarover moeten klagen zijn de voetbalclubs, want zij hebben de jungle mee in stand gehouden.

Clubleiders nemen hun telefoon niet meer op voor journalisten, telefoonnummers van spelers worden niet meer doorgegeven, trainingen zijn gesloten, persmomenten worden tot het minimum beperkt. De clubs hebben de journalisten in de armen gedreven van

de makelaars, de enige bron de laatste jaren om nieuws te vergaren. Geen wonder dat die konden manipuleren. Geen wonder dat op vraag van die ene makelaar die in de bak zit een onnozelheid als de klassering van assists al eens werd vervalst.

 

20181022_De-Morgen_p-24