Verhaal over de Adelaars van de Andes (Colombia en wielrennen) in De Morgen van zaterdag 24 aug 2019

Vlaamse passie, genen uit Kenia

Colombia vierde in 1984 de eerste etappewinst in de Tour. Het was even wachten op betere tijden, maar 35 jaar later moeten we niet vreemd opkijken als ook de derde grote ronde van 2019 wordt gewonnen door een adelaar uit de Andes.

2 juni 1984, de Dauphiné Libéré. Francisco ‘zeg maar Pacho’ Rodríguez heeft die dag de rit naar Saint-Julien-en-Genevois gewonnen met een De Gendtiaanse inspanning – van begin tot einde voorop. Met nog twee dagen te gaan leidt de Colombiaanse amateur met meer dan drie minuten voorsprong op de in die tijd onbetwiste capo van het wielerpeloton, Bernard Hinault. Die avond krijgt Pacho bezoek van twee mannen.

“Een heel groot coureur en zijn ploegleider klopten op zijn deur en gingen naar binnen”, aldus een ooggetuige/masseur. “Kun je die arme boerenjongen iets verwijten, overdonderd als hij was?” Een dag later stapt Pacho Rodriguez af. Mysterieuze plotse kniepijn en wellicht veel Franse francs rijker. De paar Colombiaanse journalisten die hun amateurs over de grote plas zijn gevolgd, weten met hun tristesse geen blijf. Met een overwinning in de belangrijkste voorbereidingswedstrijd van de allerbelangrijkste wielerwedstrijd van de planeet hadden ze eindelijk goed nieuws kunnen brengen.

1984 is het begin van de meest gruwelijke periode in de geschiedenis van Colombia met moorden, kidnappingen en executies alom. De drugsbrigades, de rebellengroeperingen, een disfunctionele regering, het kwam allemaal bij elkaar met de moord op Rodrigo
Lara Bonilla. Die kersverse minster van Justitie had in maart van dat jaar samen met de Amerikanen in het Amazonegebied de drugsfabriek Tranquilandia ontmanteld en vernietigd. Pablo Escobar, de rijkste man op aarde, was zijn grootste productie-eenheid kwijt en riposteerde met een rondje 45mm-kogels dat dwars door zijn Mercedes de minister aan flarden schoot. Colombia had dat succesje in de nationale passie best kunnen gebruiken om de miserie wat te verzachten.

Kinderen van het volk

De voorlaatste dag van de Dauphiné stond een rit gepland naar Col de Rousset. Hinault trok al snel in de aanval, reed de eerste vier cols solo, maar kreeg op de laatste een klop van de hamer. Phil Anderson zou de rit winnen. Martín Ramírez, een andere Colombiaan die zestien seconden achter Hinault stond in het algemeen klassement, zag zijn kans schoon toen hij in de mist Hinault inhaalde en hem in de laatste kilometers loste in de eerste sneeuwstorm die hij ooit had gezien. Met nog een dubbele etappe voor de boeg had Ramírez 22 seconden voorsprong op Hinault.

In de ochtendrit in lijn reed Ramírez op het wiel van Hinault. “Hij probeerde mij te doen vallen door plots te remmen en af te wijken en zijn ploegmaats duwden mij alle kanten op. Ze scholden ons uit voor bedriegers en ik wist niet waarom.”

De tijdrit was een klim en een afdaling. Greg LeMond won die en Ramírez werd nooit meer bedreigd. Wat stond het er mooi: 1. Ramírez (Varta, Colombia), 2. Hinault (La Vie Claire, op 0:27), 3. LeMond (Renault-Elf, op 5:07). Hinault kon de nederlaag niet verkroppen en demonstreerde zijn afkeer voor de Colombiaanse invasie door op het podium een cokesnuiver te imiteren. Colombia kon het niet deren. Na de overwinning van Ramírez barstten spontaan volksfeesten los. Ook de officiële instanties probeerden de zeges te recupereren.

In het disfunctionele Colombia kwam rebellengroepering M19 als eerste met een perscommuniqué. “Deze exploten zijn geleverd door kinderen van het gewone Colombiaanse volk.” Waarop de president ook maar met een mededeling kwam en een decreet uitvaardigde: wielrennen zou voortaan een sport zijn met “een speciale betekenis” als promotor van Colombia. Ook dit jaar kwamen Colombiaanse promojongens en meisjes in de perszaal van de Tour-start in Brussel in opdracht van hun ambassade documentatie uitdelen, met de uitdrukkelijke vraag positief te berichten over hun land.

Fietszondag heilig

1984 zou het voorlopig mooiste Colombiaanse wielerjaar ooit worden, toen op 16 juli Luis ‘Lucho’ Herrera de latere Tour-winnaar Laurent Fignon het nakijken gaf op l’Alpe d’Huez en als eerste Colombiaan een Tour-etappe won. Na die Dauphiné waren Rodríguez en Ramírez in sneltempo prof geworden in Europa, maar Lucho Herrera bleef eeuwig trouw aan de staatsbedrijven Café de Colombia en Postobon.

Een jaar na l’Alpe d’Huez zou hij een centje bijverdienen door in combine met de Tour-winnaar Hinault te rijden – Hinault geel en hij de bolletjestrui. In 1987 won Herrera voor eigen rekening de Ronde van Spanje, de eerste grote ronde ooit voor een Colombiaan. Nairo Quintana won 27 jaar later de Giro en in 2016 de Vuelta. Alles verbleekt natuurlijk bij Egan Bernal, die dit jaar als eerst Colombiaan de Tour de France kon winnen. De teller staat nog op vier, maar loopt.

Colombia is het enige ontwikkelingsland dat een rol heeft gespeeld in het internationaal cyclisme. De vergelijking met Kenia en de passie aldaar voor hardlopen houdt steek, maar houdt ook ergens op. Atletiek is in Kenia gebruikt door de Engelse koloniale macht om de bevolking in de scholen discipline bij te brengen. In Colombia waren de Spanjaarden al lang weg toen fietsen in het begin van de 20ste eeuw een populair vervoermiddel werd en ergens halfweg de vorige eeuw een wedstrijdsport.

Op 5 januari 1951 werd in de hoofdstad Bogotá de eerste nationale wedstrijd gereden. Sindsdien is er een druk lokaal wedstrijdprogramma, wel uitsluitend in het westen of centrum van het land, daar waar heuvels en bergen zijn. Fietsen werd snel een nationaal tijdverdrijf, te vergelijken met koersen in Vlaanderen. De wielergekke Colombianen organiseerden in 1959 een triomfantelijke Colombiaanse doortocht van Fausto Coppi en Hugo Koblet en werden nog wielergekker. Rond die tijd begonnen verschillende steden met ciclovías, autoloze zondagen waarop de fiets de stad overneemt.

Zelfs op het toppunt van Escobars macht in en rond Medellín en tijdens de hoogdagen van het Cali-kartel waren de fietszondagen daar heilig. Escobar was trouwens een fan van wielrennen en liet een lokale velodroom bouwen. Zijn oudere broer Roberto was zelf een begenadigd wielrenner. Hij begon later een fietsenzaak die diende als witwasbedrijf voor de drugsinkomsten van broer en co., die ook een wielerploeg sponsorden. Heel wat lokale wielrenners werden handlangers van het kartel, zoals Gonzalo Marín, winnaar van de Baby Giro en later aanslagpleger namens Escobar, of Alfonso Flóres, winnaar van de Ronde van de Toekomst in 1980 en drugstrafikant.

Colombia, cocaína, café, ciclismo of de vier c’s. Wielrennen in Colombia is de passie van Vlaanderen opgeteld met de genen van de Keniase lopers. Wat Kenia en Colombia gemeen hebben, is het landschap (heuvels, bergen, hoogvlaktes) en vooral ijle lucht, met een lagere luchtdruk tot gevolg die ervoor zorgt dat de zuurstof minder makkelijk in de longblaasjes terechtkomt.

 

Combineer dat met een geaccidenteerd parcours als ideale trainingsomgeving en een bijna darwiniaans milieu om te presteren en je hebt een recept voor succes. Als een Colombiaan over drie weken ook de Vuelta a España wint – dé Vuelta is voor Colombianen de Vuelta a Colombia – is het succes compleet. Oké, Giro-winnaar Richard Carapaz die namens Movistar geacht werd op te treden, maar forfait moet geven na een val in een criterium in Nederland, is een Ecuadoraan. Zij het wel een die ook in de Andes is geboren en dan nog op amper 500 meter van de Colombiaanse grens.

De meeste Colombiaanse wielrenners zijn afkomstig van de departementen Antioquia en vooral Boyacá. Dat laatste departement en vooral zijn inwoners zien zichzelf als koppig, hardwerkend en onverzettelijk, de flandriens van de Andes. In Boyacá begon in 1819 de succesvolle ontvoogdingsstrijd tegen Spanje. Misschien dat ze hun onverzettelijkheid aan de geschiedenis te danken hebben, maar wellicht nog meer aan de geografie.

Op de occasionele Ecuadoraan en Argentijn na, die laatsten vaak laaglanders, komen de meeste Zuid-Amerikaanse topwielrenners uit de Colombiaanse Andes. De Andes is 7.000 kilometer lang en dus genoeg wielrenners te vinden. Alleen, Peruvianen rijden wel met de fiets, maar de hoogvlaktes en de cols zijn daar te hoog. Alles boven de 3.000 meter is te lastig om te presteren.

Col van 80 kilometer

Halfweg tussen Bogotá en Medellín ligt Mariquita. Daar begint de langste en zwaarste klim van Colombia, de Alto de Letras, 80 kilometer voor een stijging van 400 meter naar 3.600. Op papier een bescheiden 4 procent gemiddeld, maar doorgaans meer dan 6 procent en met het zwaarste stuk boven de 3.000 meter. Ideaal voor welke training dan ook. De Ontembare Zipa, Efraín Forero Triviño, de eerste winnaar van de Ronde van Colombia in 1951, trainde vaak in die bergketens, of Martín Emilio Rodríguez alias Cochise en tijdgenoot van Eddy Merckx. Zij en al hun volgelingen ontwikkelden hun uithouding op de lange klimmen in de steeds ijlere lucht tegen identieke fenotypes, die van de ideale klimmers.

De nieuwste generatie wielrenners combineert de genen en de passie met de wetenschap. Fernando Gaviria komt bijvoorbeeld uit de baanwerking. Egan Bernal is dan weer het prototype: klimmer, tijdrijder en handige chauffeur, maar lo mejor está por venir. Iván Sosa bijvoorbeeld, ook al bij Team Ineos in dienst.

Het beste moet nog komen, dat is niet gelogen. Dat geldt voor veel in Colombia en ook voor de sport. Nu het land beter functioneert dan ooit, zijn de resultaten verbeterd. Tussen 1980 en 2000 won Colombia vier olympische medailles. Op de laatste twee Spelen van Londen en Rio won het land telkens acht medailles, met als hoogtepunt 2016 toen drie keer goud werd gewonnen en wielrennen twee medailles mee naar huis nam.

De Colombiaanse waterval die het peloton zal overspoelen, zal die uit de jaren 80 overtreffen. In het huidige profpeloton rijden achttien Colombianen. Elf van hen zijn present in Torrevieja, waar de Vuelta vandaag van start gaat. Hoofdrolspelers en enkele kanshebbers onder de Colombianen in deze Vuelta zijn Nairo Quintana (Movistar en enige ex-winnaar aan de start), Esteban Chaves (Mitchelton- Scott), Rigoberto Urán, Daniel Martínez en Sergio Higuita (Education First) en Miguel Angel López (Astana en vorig jaar derde).

 

20190824_De-Morgen_p-18-19-mail