Prognose voor Tokio 2020 in De Morgen van zaterdag 9 november 2019

Prognose voor Tokio: vijf à zeven medailles

(tekst vergeleken bij pdf onderin gecorrigeerd na twee extra medailles in taekwondo op EK begin november)

Belgische atleten wonnen in 2019 minder ‘olympische’ medailles dan in 2018, maar de stijging van de topsportindex bewijst dat we er als land (lees: Vlaanderen) op vooruitgaan. Te veel toppers voor te weinig geld, wordt dat het probleem?

Negentien medailles op wereld- of Europese kampioenschappen hebben Belgische atleten in 2019 behaald en dat in competities die over minder dan een jaar ook in Tokio op het olympisch programma staan. Dat is (net als in 1995) het beste resultaat ooit in een preolympisch jaar, maar toch leveren we tien van die medailles in vergeleken met een jaar eerder.

Twee kanttekeningen daarbij: in 2018 werden veel meer mondiale en continentale kampioenschappen georganiseerd en de Belgen wisten toen abnormaal goed te scoren; meer dan de helft van de 54 topachtplaatsen van 2018 resulteerden in podia. Dit jaar leverden 65 topachtplaatsen ‘maar’ negentien medailles op. Dat kan wijzen op een verhoogde concurrentie met de Spelen in zicht.

Alleen in 1995 werd evengoed gescoord in een jaar voorafgaand aan de Olympische Spelen. Toen werden negentien medailles gewonnen, met evenwel veel ,onder EK’s, WK’s en minder olympische events –  en ging de ploeg een jaar later door op het elan met zes medailles in Atlanta. Het sportlandschap is inmiddels sterk gewijzigd en sommige van onze atleten leggen andere prioriteiten, weet Paul Rowe, algemeen directeur van Sport Vlaanderen en tot voor kort de verantwoordelijke voor topsport in de Vlaamse sportadministratie.

“Ik maak mij geen zorgen om dat lager aantal medailles. Daar waar in het verleden een EK of WK vaak een doel op zich was om kwalificatie voor de Spelen af te dwingen, hebben we nu meer atleten die sneller zeker zijn van hun olympisch ticket, alleen al door hun internationale status of ranking. Sommigen van hen maken het EK en WK ondergeschikt aan hun groter doel, de Olympische Spelen. Een extreem voorbeeld is zeilster Emma Plasschaert, die het WK zeilen minder belangrijk achtte dan het olympisch testevent in Tokio, van waaruit ze met een heel goed gevoel is teruggekeerd.”

Zes certitudes

Het aantal mag dan zijn gedaald, de kwaliteit is gebleven. Zes van de negentien medailles (bijna evenveel als in 2018) zijn behaald op wereldkampioenschappen. Van vier keer mondiaal goud zijn we teruggevallen op één, gymnaste Nina Derwael. Zij behoort samen met Nafi Thiam (zevenkamp), Matthias Casse (judo), Emma Plasschaert (zeilen), de nationale hockeyploeg en een tijdrijder/wielrenner tot de ‘certitudes’ voor een podium.

Als een land daarvan de helft in medailles concretiseert, mag het zich in de handen wrijven. De prognose vijf tot zeven medailles voor Tokio houdt rekening met toevalstreffers en overtreffers die zich elke vier jaar manifesteren. Ooit is in een overmoedige bui het target van tien medailles gesteld. Hoewel dat nog het streven moet zijn voor de bevolking en het bnp van België wordt dat haast onmogelijk.

Tom Coeckelberghs, in een vorig leven high performance manager bij het Belgisch Olympisch en Interfederaal Comité en sedert dit jaar afdelingshoofd topsport bij Sport Vlaanderen, houdt een slag om de arm. “Het zal van details afhangen of alle favorieten ook effectief dat podium halen. Er is wel sprake van een veranderde mentaliteit: het doel is een medaille. Ik was vorig jaar bij het WK hockey en toen onze ploeg na een zinderende prestatie Duitsland had geklopt waren ze daar blij om, maar niet uitzinnig blij. Neen, de focus was het behalen van de wereldtitel en dat is hen ook gelukt.

“Die mentaliteitswijziging beogen we ook bij andere sporten. Het is onze taak om structureel die lat te leggen bij de medailleambitie en dat proces te ondersteunen. De bonden hebben dat opgepikt.”

Uitstervend ras

Onlangs is ook een nieuwe minister aangetreden. Voor een extern verzelfstandigd agentschap als Sport Vlaanderen is het dan altijd weer op eieren lopen omdat nieuwe excellenties graag de rekbaarheid van het adjectief verzelfstandigd uitproberen. Sport is zo’n ambtsbevoegdheid waarmee een minister graag uitpakt en van Ben Weyts (N-VA) wordt verwacht dat hij meer in de picture zal willen lopen dan zijn voorganger Philippe Muyters. Tot nog toe hoor je geen klachten.

Paul Rowe: “We hebben al een paar vergaderingen gehad met de minister en die zijn heel goed verlopen. Er is ons vanaf 2020 zelfs recurrent 2 miljoen euro meer beloofd voor de topsport, waardoor we nu in Vlaanderen ongeveer 25 miljoen ter beschikking hebben.”

Topsport en sport in het algemeen blijven beschamend ondergefinancierd vergeleken bij cultuur. De subsidiëring volgt ook niet langer de trend van meer en betere topsporters en het fel verbeterde topsportklimaat. Ooit kreeg Sport Vlaanderen zijn quotum topsporters met een tewerkstellingscontract niet vol. Vandaag is het drummen voor een plaatsje.

Tom Coeckelberghs: “We hebben nu veertig atleten met een tewerkstellingscontract en 24 topsportstudenten. Atleten die niet presteren zullen iets sneller ter discussie staan, daar waar in het verleden al eens wat respijt werd gegeven.”

Hoewel de nationale ploegen het steeds beter doen, is er hoegenaamd geen sprake van één lijn in de Belgische topsportpolitiek. De lat ligt in Franstalig België een stuk lager dan in Vlaanderen en dat leidt eerder tot frustratie aan Vlaamse kant dan tot resultaten bij de Franstaligen. Uit de topsportindex, die rekening houdt met medailles en topachtplaatsen, blijkt dat de stijging sinds Rio 2016 (bijna een verdubbeling) volledig voor rekening is van Vlaanderen. Ook de nationale ploegen stellen het goed en die drijven vooral op Vlaamse middelen. De individuele Franstalige topatleet lijkt stilaan een uitstervend ras. In 2019 was Nafi Thiam de enige Waalse die één van de zeventien Belgische medailles won. Brusselaar Si Ketbi deed er daar in extremis een bronsde bij op het EK begin november.

Prognose voor Tokio-2019