Column In Tijden van Corona in De Morgen van zaterdag 14 maart 2020

In tijden van corona

Het ergste wat mij ooit is overkomen dat in de buurt komt van technisch werkloos zijn, zoals nu, is vastzitten op Lanzarote ten tijde van die IJslandse vulkaan met die rare naam. Een dag of vijf extra vakantie, extra trainingen, extra zon. Een olympisch zwembad voor ons alleen, de wegen vrij om te fietsen, restaurants die blij waren ons te zien want de klassieke toerist durfde zijn hotellobby niet meer uit, vijf dagen was al bij al aan de korte kant. De voorjaarsconditie is dat jaar nooit zo goed geweest. De professionele moraal was minder want ik heb toen ook Flat Earth News van Nick Davies uitgelezen.

Dit is anders dan wat vulkaanstof dat moet gaan liggen vooraleer vliegtuigen kunnen vliegen. Dit lijkt op oorlog. Denk ik. Ik zou het niet weten. Ik ben wel ooit op een plek geweest waar oorlog woedde en later ben ik daar teruggegaan toen de oorlog gedaan was. Dat was Sarajevo en een plaatselijke collega zei: “Het eerste wat stopt in tijden van oorlog is sport. Het eerste wat opnieuw begint, dat is ook sport.” Zullen we daar maar op hopen dan?

Er zijn wel nog zekerheden. De olympische vlam is donderdag in brand gestoken op Olympia, dat is op de Peloponnesos. In aanwezigheid van de voorzitter van het Internationaal Olympisch Comité, Thomas Bach, nog wel. Die heb ik maandag nog gezien samen met een Franstalige collega (zie het verhaal in Zeno). Moeilijk is dat niet: ze rijden van Lausanne in een busje naar Genève, wassen hun handen, gaan aan boord van een ontsmette privéjet en landen in Athene of Kalamata en rijden dan in een konvooi naar de plek waar voor het eerst georganiseerd werd gesport. Noblesse oblige.

Na het interview maandag heb ik toch nog de hand uitgestoken met de melding: “Ik ben een Belg, het valt bij ons reuze mee en we hebben nog geen doden.” Hij aarzelde geen moment en er volgde een ferme handdruk. Een goeie kennis die ik op het vliegtuig trof, was al minder happig.

Daarna ging het snel. Woensdag kreeg ik een berichtje dat mijn afspraak voor donderdag met een speler van een bekerfinalist (verhaal voor volgend weekend) niet doorging. Alle externe contacten worden vermeden. Eergisteren dan het mailtje over de benefietrit voor Kom op tegen Kanker waaraan ik zou deelnemen: afgelast. Niet duidelijk of dat te maken had met de schrik die bij deelnemers in de darmen is geslagen om in een pelotonnetje te rijden met in ons midden misschien wel een superverspreider, dan wel met het levensgevaar verbonden aan het eten van stoofvlees met frieten achteraf. Gisteren werd een Nachtwacht opgenomen over de uitwassen van het voetbal: opgenomen, maar nog niet uitgezonden, dat wordt 3 april. Misschien.

Dit zijn interessante tijden voor studenten die nog verlegen zitten om een thesisonderwerp. Afgezien van de voor de hand liggende mediagerelateerde werktitels zoals ‘welke wetenschapper heeft het meest uit zijn nek geluld?’ of ook ‘hoe de verschillende media de risico’s hebben (over/onder)belicht’ denk ik dat er voor sportwetenschappers een hele mooie opportuniteit in zit: een bevraging van de topsporters naar hun trainingsarbeid met als titel ‘trainen in tijden van corona’.

Zwemmers moeten vrezen voor hun trainingen. Als ze besluiten ook de Wezenberg in Antwerpen te sluiten voor de elites, moeten we vrezen voor het Belgisch zwemmen op de Olympische Spelen. Nu het hier zo zwart op wit staat: als ze die niet sluiten ook. Voor de fysiologische (buiten)sporten is er in principe geen probleem. Lopers kunnen hun schoenen aantrekken en zonder een mens tegen te komen zich in het ontluikende lentegroen klaarstomen voor wat dan ook. Idem voor fietsers, zolang ze niet aangestoken zijn of in quarantaine zitten op een kamer zoals die arme renners in Abu Dhabi.

Boeiend is hoe ze deze weken die trainingsarbeid invullen, hoe ze wedstrijdintensiteit simuleren, of ze korte dan wel lange blokken trainen, veel uren traag rijden afwisselend met bijzonder intensieve trainingen. Wie in de buurt van bergen woont, heeft alvast een voordeel. Als ik een wielerteam was, ik liet mijn renners screenen op het virus en ik zorgde voor een virusvrije centrale stageplek. De wielerteams hebben net het omgekeerde gedaan en halen iedereen terug.

Competitie simuleren zonder oefenduels en toch klaar zijn voor als de competitie weer op gang komt, dat is dé uitdaging van teamsporten. Voor een voetbalteam – weer op voorwaarde zonder besmette speler in het midden – is deze coronacrisis na de winter het ideale moment om de conditie bij te spijkeren, de pijntjes te verzorgen en zich op en top klaar te stomen voor de play-offs. Als die tenminste doorgaan. Zo niet voor het nieuwe seizoen.

 

20200314_De-Morgen_p-19-mail