Interview Thomas Bach en reportage IOC in De Morgen van zaterdag 14 maart 2020

‘We hebben nog geen plan B

Dinsdag trapt België het olympisch jaar 2020 af met 100 jaar Spelen in Antwerpen, zonder sportpaus Thomas Bach die wegblijft door corona. De Morgen ging dan maar zelf op audiëntie. ‘Wel of geen Tokio 2020 door corona, al of niet met Russen door doping? Maak u geen zorgen, dat doe ik ook niet.’

Adembenemend. Klasse. Niet pompeus, maar een en al majestueuze uitstraling. Het Internationaal Olympisch Comité (IOC) heeft zich met zijn nieuwe hoofdzetel aan de boorden van het Meer van Genève definitief in de 21ste eeuw gekatapulteerd. Deze achterstand maakt de wereldvoetbalbond FIFA niet meer goed.

Vorige maandag. Drie Belgen staan bovenaan op de centrale wenteltrap die bestaat uit de vijf olympische ringen en hebben net
de executive boardroom bezocht. Onze Belgische gastheer en gids praat honderduit en kijkt met een mix van geamuseerdheid
en trots hoe we foto’s nemen. Dit gebouw was zijn project. Zijn voormalige baas Jacques Rogge had gezegd: “Oké voor de haalbaarheidsstudie, maar ik ga dit niet meer beslissen. Dat is voor mijn opvolger.” De nieuwe, Thomas Bach, had gelachen: “Hmmm. Toevallig één van de agendapunten van mijn voorzitterschap. Doen.”

Afgelopen maandag was een klassiek dagje Lausanne. Er ging veel mailverkeer aan vooraf, zoals de items voor het interview met The President, de codes voor het internet en de toegang tot de ondergrondse parking. Op plaats 123 stond een rood kegeltje. Aan de muur een blad: Messieurs Vandeweghe et Vandeweyer. Die laatste is de collega van Le Soir met wie de missie ‘terug naar het sport- Vaticaan, bezoek aan het IOC, interview Bach’ was opgezet. Een man van de security – in battle dress en boots – loodste ons door de poortjes.

Het IOC mag dan een beetje op het Pentagon zijn gaan lijken, de balie werd zoals tijdens de jaren onder Rogge bemand door een oude bekende: Annie Inchauspé. Annie was ooit de personal assistant van wijlen Juan Antonio Samaranch en de vrouw bij wie ik niks meer fout kan doen sinds de dag – il y a 25 ans, herinnerde ze zich nog – dat ik tijdens een trip langs de nieuwe Russische republieken die hele zware tas die ze overal met zich meezeulde, van haar overnam. Wat daar dan in zat, vroeg ik in een stoute bui toen we in Minsk in het paleis van Lukasjenko onze intrek hadden genomen. “Prullaria om uit te delen et les haltères du président.”

Samaranch leeft niet meer, jammer, hij had het nieuwe gebouw moeten zien. En vooral dan de state-of-the-artfitnessruimte. Geen sprake meer van overal zijn gewichtjes mee te sleuren, van Lausanne Palace naar kantoor en vliegtuig op, vliegtuig af. Hier had hij elke dag om zeven uur zijn oefeningetjes kunnen doen, zeker weten. Maar Samaranch is niet meer en zijn opvolger Jacques Rogge, die mij bevoorrecht deelgenoot maakte van zijn eigen bestaan als sportpaus, is na zijn maximale termijn van twaalf jaar ook alweer zes jaar vrijwillig in het verborgene getreden.

Dertig jaar geleden was ik hier voor het eerst voor de ontmaagding in de wondere wereld van de olympische bobo’s, een one on one met Juan Antonio Markies de Samaranch. Na de steile opgang van Jacques Rogge – in 1991 het nieuwste en al snel meest prominente Belgische IOC-lid ooit – kwam ik er elk jaar wel een keer. Toen de voormalige chirurg in Moskou in 2001 de hoogste sportinstantie ging leiden, werd dat zelfs een bevoorrechte rol van waarnemer met geregeld een trip samen en jaarlijks één lang bezoek met lunch en interview.

De laatste keer was 2013, voor een finaal afrondend gesprek met de bijna uittredende Rogge. In 2016 stond opnieuw een tripje naar Genève/Lausanne gepland. De EasyJet van 8.30 uur is die dag nooit vertrokken omdat die 22ste maart aanslagplegers de vertrekhal waar ik een half uur eerder was doorgelopen hadden uitgekozen om dood en vernieling te zaaien. De eerste bezorgde ‘alles oké?’ kwam toen vanuit Zwitserland.

Sommige dingen zijn veranderd, zoals het imposante nieuwe gebouw, maar niet de man die ons rondleidt in zijn project en die ook het gesprek met Thomas Bach heeft geregeld. U heeft zijn naam nog te goed: Christophe De Kepper, de belangrijkste Belg in de sport van wie u vast nog nooit heeft gehoord. Dat komt door zijn tweede voornaam: Discretie.

De Kepper was de kabinetschef van Rogge en toen diens afscheid nabij kwam, werd hij, zoals in de politiek, door zijn baas gepromoveerd naar een minder volatiele baan. De Kepper is sinds 2011 directeur-generaal van het IOC, de hoogste in rang in vaste dienst, zeg maar de CEO. In afwachting van onze audiëntie bij de allergrootste baas worden we bijgepraat. Over corona en de Spelen, over het immer vervelende Canadese IOC-lid Dick Pound die nog steeds niet heeft verwerkt dat hij in 2001 door Rogge werd geklopt in de race om het voorzitterschap, ten slotte ook over de columns van ondergetekende die hem vanuit het thuisland worden doorgestuurd en fel becommentarieerd.

Over het verschil tussen Bach en Rogge zegt Christophe De Kepper: “Rogge is een Belg van wie je verwacht: aha, een bourgondiër. Bach is een Duitser van wie je verwacht: altijd ernstig. Welnu, Bach is meer bourgondiër dan Rogge.”

Hij hangt er geen waardeoordeel aan vast, maar je merkt dat hij, net als Rogge, ook zijn nieuwe baas hoog heeft zitten. Dat staat in schril contrast tot de algemene perceptie die de buitenwereld en vooral de media van de kleine Duitser hebben.

Als het moet, pakt De Kepper ook de kogel. “De kwestie Rusland en de doping en dat we hen niet als land hebben uitgesloten voor de Spelen van Rio en later Pyeongchang? Dat was vooral mijn dossier en mijn advies was: geen totale uitsluiting. De voorzitter is mij daarin gevolgd. Ik wil dat gerust op mij nemen en ik sta daar nog steeds achter.”

De espresso bij het antichambreren in afwachting van het interview wordt verrassend door de IOC-voorzitter zelf gebracht. “Let’s work, u begrijpt dat het een beetje druk is nu.” Een uur later zal woordvoerder Mark Adams de klassieke woorden ‘last question’ spreken.

Beginnen we met de coronacrisis en hoe het IOC daarop reageert met het oog op de Olympische Spelen deze zomer in Tokio?

Thomas Bach (glimlach): “O, die vraag had ik niet verwacht. Corona schept een probleem. Op korte termijn zitten we met de kwalificatietoernooien die her en der op stapel staan. Aanvankelijk volstond het om toernooien te verhuizen, maar nu kunnen ze soms nergens meer gehouden worden door reisbeperkingen. Atleten moeten het land uit kunnen, maar ook nog kunnen terugkeren.

“Ik ben zeer te spreken over de solidariteit van de olympische beweging: sportbonden en olympische comités zoeken samen naar oplossingen om die toernooien te kunnen afwerken. Maar niet alleen dat. Atleten uit getroffen gebieden zijn nu over de hele wereld opgevangen en werken daar hun training af. Niet ideaal, maar toch beter dan in quarantaine zitten.

“We hebben voor een aantal sporten de kwalificatieperiode verlengd en voor een aantal andere sporten zullen we misschien het aantal toegelaten atleten moeten verhogen, maar dan alleen in samenspraak met de organisatoren in Japan. Het gaat niet over een paar duizend atleten extra, eerder een paar honderd.”

Wat is uw grootste zorg?

“Dat zou kunnen zijn dat de Spelen in gevaar komen, maar met wat we vandaag weten en met de maatregelen die internationaal zijn genomen, gaan we ervan uit dat we op 24 juli beginnen met de Olympische Spelen. Tegelijk zijn wij geen onverantwoorde organisatie en hebben we al van eind januari een task force opgezet samen met de organisatie, de Wereldgezondheidsorganisatie en de bonden. Neen, we hebben geen plan B, maar we bestuderen wel verschillende scenario’s.”

Zoals later in 2020 of zelfs in 2022 organiseren, zoals vanuit Japan werd geopperd?

(zucht) “Ach, daar is zo veel om te doen geweest en vervolgens zo veel over gespeculeerd. Of ik verrast was door die uitspraken? Laten we zeggen – hoe moet ik nu diplomatiek blijven? – dat ik ze niet had verwacht. Of het überhaupt kan, uitstel, dat is niet aan bod gekomen. Om eerlijk te zijn, ik heb als hoofd van de juridische commissie zes jaar geleden het contract met het organisatiecomité onderhandeld namens het IOC, maar dat ding is zo dik en ik zou niet weten wat daar precies in staat. We bereiden op het IOC de Spelen voor zoals een atleet: we hebben een doel en daar gaan we voor en alles wat ons zou kunnen afleiden van dat doel, proberen we te vermijden. ‘Als’ en ‘indien’ leiden zelden tot succes.”

Laten we ervan uitgaan dat de Spelen doorgaan. Wat verwachten we van Tokio 2020? De editie 1964 was alvast op technologisch vlak baanbrekend.

“Ik denk dat dit opnieuw een mijlpaal wordt. Niet alleen op technologisch vlak, zoals virtuele realiteit, 8K-televisie en artificiële intelligentie voor de toeschouwers. Dit zijn de Spelen van de vierde industriële revolutie, maar evengoed urbane Spelen. Desondanks zullen ze CO-neutraal zijn. Daarnaast zijn er vijf totaal nieuwe sporten, de grootste hervorming in meer dan vijftig jaar van het olympisch programma. Ten slotte streven we nu naar evenveel vrouwen als mannen. We zullen in Tokio 49 procent vrouwen hebben.”

Het was voordien al zes keer makkelijker voor een vrouw om een medaille te halen dan voor een man. Dat is wel een heel erg positieve discriminatie.

(lacht) “Het is nooit makkelijker om een medaille te halen. Neen, en ook niet minder moeilijk. Die vergelijkingen, daar houd ik niet van. Dan moet je ook sporten vergelijken met veel en met minder deelnemers. We hebben het over de top van de top en daar is een prijs halen altijd zwaar.”

Wat is uw opinie over gender X? Mannen die zeggen dat ze een vrouw of geslacht-neutraal zijn en willen meedoen met de vrouwen?

“Dit stelt ons voor problemen en het gaat niet alleen over transgenders. Een sportorganisatie moet inclusief zijn, maar ook eerlijke competitie kunnen organiseren. Daar moeten de regels op geënt zijn en dat is het probleem: men kan in deze problematiek niet voor iedereen goed doen.

“Neem nu Caster Semenya (Zuid-Afrikaanse hyperandrogene atlete met mannelijke testosteronwaarden, HV). Niet eens als jurist, maar puur vanuit menselijk standpunt heb ik alle begrip voor haar ergernis. Beeld je in dat je in haar plaats bent: de hele wereld is op de hoogte van je meest persoonlijke biologische kenmerken. Dat moet vreselijk zijn.

“Tegelijk is het de taak van haar internationale bond World Athletics dat er een eerlijke competitie wordt georganiseerd en daarom is er nu die regel over de maximale hoeveelheid testosteron aangenomen. Maar nogmaals: als mens bewonder ik haar om haar moed en de manier waarop ze hiermee omgaat.”

Zonder corona zou u naar België zijn gekomen voor de viering van 100 jaar Olympische Spelen in Antwerpen. Een gemiste kans om de eerste Duitser te zijn die iets te maken zou hebben gehad met de Spelen van 1920.

(lacht) “Ik weet dat in Antwerpen, net na de Eerste Wereldoorlog, Duitsers niet welkom waren, maar ik ben niet zo oud dat ik toen had kunnen meedoen. Het belang van 1920 kan niet worden overschat. Volkeren die het voordien niet altijd goed met elkaar konden vinden, samenbrengen om te sporten niet eens twee jaar na die vreselijke oorlog: dat was het unieke van deze Spelen in Antwerpen. In 1920 hing echt de geest van baron Pierre de Coubertin (stichter van de olympische beweging, HV) over de stad: de wil om te reconciliëren, de hunker naar vrede en een betere wereld, die waren heel sterk aanwezig.

“Antwerpen 1920 was ook zeer belangrijk voor de grote rol die België zou gaan spelen in de olympische beweging. Het is geen toeval dat jullie in 1925 met Henri de Baillet-Latour de opvolger van De Coubertin leverden als IOC-voorzitter en dat zeventien jaar lang. Ik heb altijd belangrijke Belgen gekend in de olympische beweging. De grote Raoul Mollet (legerkolonel en voorzitter van het Belgisch Olympisch Comité, HV) heeft bijvoorbeeld een grote indruk op mij gemaakt. Later is Jacques (Rogge, HV) ook nog gekomen, de tweede Belg die het IOC ging leiden, maar ook een discipel van Mollet.”

U bent de opvolger van Rogge. Hoe heeft hij u beïnvloed?

“Nog voor hij voorzitter werd in 2001 hebben Jacques en ik vaak samengewerkt. Hij in de strijd tegen doping en ik op juridisch vlak. Met hem als voorzitter werd doping een van onze prioriteiten. Zijn idee om de atleet centraal te stellen in de olympische beweging, is ook dat van mij. We zijn beiden atleet geweest en hebben ons in 1980 allebei verzet tegen de boycot van de Spelen door het Westen (België zou deelnemen, West-Duitsland niet, HV), nog iets wat ons bindt.

“We horen elkaar nog af en toe. Meestal per telefoon. Ik heb gevraagd dat hij een rol zou blijven spelen in het beheer van het Olympisch Museum. Om de zoveel tijd bellen we, mailen of treffen we elkaar hier voor een lunch.”

Rogge wilde absoluut de Spelen op 28 sporten houden en 10.500 atleten. U vindt dat er nog wat bij kan. In Tokio hebben we 33 sporten en 11.100 atleten.

“Dat was inderdaad een aspect waarover wij van mening konden verschillen. Vooral over het aantal sporten en medailledisciplines. Ik was het met hem eens over het aantal atleten en in Parijs 2024 zullen we terug aan die 10.500 zitten. Nu in Tokio gaan we naar 11.000 of in die buurt omdat het nu even moet voor de transformatie van het programma. Gelukkig kan Tokio dat aan.

“Wat het aantal sporten betreft: die vijf extra disciplines zijn niet echt een probleem, zolang er geen extra competitieplaatsen moeten worden ingericht – 310 gouden medailles uitreiken of 339 zoals in Tokio, dat maakt geen verschil als je geen nieuwe infrastructuur moet bouwen.”

Er is wat te doen geweest, vooral gevoed vanuit uw thuisland Duitsland, over Regel 40, de commerciële belangen van atleten die tijdens de Spelen worden ingeperkt. Sommige atleten eisen nu een deel van de koek.

“De atleten krijgen nu al een mooi deel van de inkomsten van de Spelen.”

Weten ze dat wel?

“Exactly. Dat is het hele probleem. Dat weten ze niet. Wij herverdelen 90 procent van de inkomsten terug naar de basis. Dat is bekend, dat staat in ons jaarrapport en toch… In vele gevallen is goed nieuws geen nieuws.

“Wat is de situatie? De atleten zijn lid van hun olympische ploeg en wat dat betreft is er geen verschil met een voetballer in de Champions League of in de World Cup. Het team van de voetballer of de atleet krijgt geld en het team kan dat geld verdelen naar de atleet of daar iets anders mee doen. In het geval van olympische sporten, die minder geld genereren dan voetbal, wordt daar vaak iets anders mee gedaan, zoals training financieren, infrastructuur voorzien, jeugd opleiden.

“Het grootste deel van de olympische inkomsten gaat naar de nationale olympische comités, internationale sportbonden en solidariteitsprogramma’s. Uiteraard storten wij ook een aanzienlijk deel (meer dan een kwart, HV) van onze inkomsten (om en nabij de 7,5 miljard euro per vier jaar, HV) naar de organisatie van zomer- en winterspelen, maar dat is normaal.

“Er is natuurlijk wel dat verschil met voetbal: in de olympische sporten gaat minder geld om. Een olympische atleet komt niet uit de hemel gevallen. Als hij of zij klaar is om te presteren, zit daar een heel traject achter. Al die jaren is die atleet mee gesteund geworden in zijn ontwikkeling. Zijn coach, zijn zwembad of sporthal, zijn stages, dat is allemaal betaald uit de olympische pot. Atleten die zeggen dat ze rechtstreeks geld willen verdienen aan de Olympische Spelen, zeggen niks minder dan ‘geef dat nu maar aan mij en ik trek mij van wie na mij komt, niks aan’.”

Is er een gevaar dat het conflict ontspoort?

“Niet direct, op voorwaarde dat we dat beter uitleggen aan de atleten. Het voorbeeld van het voetbal steekt natuurlijk de ogen uit en daarom moeten we wijzen op het verschil tussen een waardengedreven organisatie als het IOC en een door winst gedreven eventorganisator.

“De Olympische Spelen hebben waarden als universaliteit en solidariteit. Vooral de nationale olympische comités en de internationale bonden moeten dat uitleggen. In sommige landen gebeurt dat al en is er ook geen discussie over Rule 40. Neem nu Australië. Daar hebben we een contract met de atleet: dit krijg je en dit moet je doen. En is er geen protest.”

Regel 50 zegt dan weer dat het olympische stadion geen podium mag zijn voor uitingen van niet-sportieve meningen. Dus de zwarte mensenrechtenactivisten Tommie Smith en John Carlos van Mexico 1968 zouden opnieuw worden uitgesloten?

“Daar ga ik niet over speculeren, maar de atletencommissie heeft heel duidelijk gesteld dat een vorm van protest in het stadion een gebrek aan respect is voor de andere atleten en ook ingaat tegen de verbindende kracht van de Spelen. Er zijn genoeg momenten, ook op de Spelen, om een punt te maken. Ik denk maar aan persconferenties.”

Een ander conflict dat in de verte als een wolk boven het olympisme hangt, is de Russische kwestie na de opeenvolgende dopingbeschuldigingen en de vier jaar schorsing door het Wereldantidopingagentschap.

“Dat is een makkelijke: dat dossier is in handen van het Arbitragetribunaal voor de Sport (TAS) hier in Lausanne, want de Russen zijn tegen hun schorsing in beroep gegaan. Afwachten wat die beslissen.”

Ik noem een paar namen: Lamine Diack, voorzitter atletiek in de gevangenis, Sepp Blatter, voorzitter FIFA en afgezet, Ahmad al- Sabah, IOC-lid en geroyeerd, Tamas Ayan, geschorst als voorzitter van de gewichtheffersbond. De bobo’s liggen onder vuur.

“Misschien moeten we eerst eens nagaan wanneer de feiten zich hebben voorgedaan die deze mensen ten laste worden gelegd. U laat het toch niet uitschijnen alsof dat te maken heeft met mijn voorzitterschap? ”

Neen, dat is eerder een kwestie van toevallige timing, maar hun problemen zijn wel begonnen na uw aantreden in 2013 als voorzitter, dus kreeg u ermee te maken.

“Ik ben blij dat u dat zo stelt. We hebben ondergaan wat er in het verleden is misgegaan en we hebben nieuwe regels opgesteld. Met de Olympic Agenda 2020 hebben we een pagina omgedraaid. Ons systeem van corporate governance zowel op het niveau van het IOC als op dat van de sportbonden is veranderd.”

U bent in 1991 samen met Rogge lid geworden van het IOC. U moet toch hebben gezien dat het niet allemaal koosjer verliep?

“U zei daarnet dat ik niet verantwoordelijk was, zegt u nu iets anders? (lacht) De namen die u noemt, zaten in hun sportbonden en wat binnen die bonden allemaal gebeurde, was een interne aangelegenheid waar ik en mijn collega’s in het IOC geen zicht op hadden.

“Toen we vernamen wat Lamine Diack had gedaan in die dopingzaken (Russen werden niet positief verklaard als ze de atletiekvoorzitter betaalden, HV), ben ik erg geschrokken.”

Wat doen we in Tokio met Iran dat zijn atleten belet tegen Israëlische atleten uit te komen?

“Zoals we nu hebben gedaan, simpel: elke discriminatie om welke reden ook, is verboden. De Iraanse judoka die niet tegen een Israëli mocht vechten op het voorbije WK, heeft onderdak gekregen in Mongolië en die hebben we de toestemming gegeven om meteen voor Mongolië uit te komen in Tokio.

“Die zaak zit ook nog voor het Arbitragetribunaal voor de Sport (TAS) omdat Iran dwars ligt, dus daarvan moeten we nog het resultaat afwachten. Het is in dit geval een beetje zoals met de Russen. Men vraagt nu om de hele Iraanse ploeg uit te sluiten, maar daar ben ik tegen. We moeten zoeken naar de gepaste sanctie zonder dat atleten die geen schuld treft sportief in gevaar komen.”

Kan u ook eens uitleggen wat de Duitse pers tegen u heeft? Zoals u wordt aangepakt, dat is nogal wat. Wij waren milder met Rogge, hoor.

(zucht) “Ik weet niet hoe dat komt. Voor een aantal onder de Duitse journalisten – niet allemaal, gelukkig – heb ik de laatste vijftien, twintig jaar geen enkele correcte beslissing genomen. Dat is natuurlijk belachelijk en daarom zal ik mij pas zorgen maken als ze ooit vinden dat ik iets góéd heb gedaan.

“Ze doen maar. De tijd dat ik daar mee zat, is gelukkig voorbij.”

U heeft nu al 20 miljard dollar vast door sponsoring en tv-gelden voor de komende jaren. Dat is een mooie basis voor een herverkiezing in 2021.

“De beslissing – of ik voor nog eens vier jaar ga – zal ik tegen het einde van dit jaar moeten nemen, zes maanden voor de verkiezingen.”

 

20200314_De-Morgen_p-38_-We-hebben-nog-geen-plan-B–all-mail