Column 8 uit Tokio ‘Straatsporten’ in De Morgen van maandag 26 juli 2021

Straatsporten

In 1994 was ik op de Goodwill Games in Sint-Petersburg. Dat onding bestaat gelukkig niet meer. Het was ontsproten aan het brein van Ted Turner toen die nog met Jane Fonda was – onduidelijk of dat er iets mee te maken heeft. Het was een mix tussen een festival, een promostunt en een poging om de vredesduif uit te hangen. West en Oost moesten verbroederen.

Ik daarheen op kosten van de baas, ook al omdat het een ideale plek was om voorverhalen voor de aankomende Olympische Spelen op te halen. Carl Lewis was daar bijvoorbeeld en die kon je dan een dag volgen als je een beetje volhardend was. Ja, jongere collegaatjes, toen kon dat allemaal nog wel.

Ook interessant was een nieuwigheid die twee jaar later op de Olympische Spelen haar debuut zou maken: beachvolleybal. Ook daar moesten we heen natuurlijk. Daar zat ik dan, op een bijeengeharkt strand aan de rand van de Neva. Naast mij zaten David Miller van The Times of London en John Rodda van The Guardian, allebei onder een grote hoed.

“My dear young colleague,” vroeg Miller plots, “what do you really think of this, euh, what we are watching here?” Ik had hem gezegd dat ik een ex- volleyballer was, dus hij wilde mijn mening. Ik aarzelde een beetje, en Rodda nam het over: “What we are seeing here, dear fellow, is fun to watch, but not everything that is fun to watch should be on the Olympics.” En toen zei hij iets over twee vrijende vrouwen in het zand, ook leuk om naar te kijken, maar geen sport. Omdat ik dat nooit uit zijn distinguished mouth had verwacht, is mij dat altijd bij gebleven.

Die anekdote schoot mij dit weekend ineens weer te binnen toen ik op zaterdagavond bij het 3×3 – spreek uit three-ex-three – zat en een dag later bij het skateboarden. Dat basketbal van drie tegen drie is plezant om naar te kijken. Geen dode momenten, geen vleesbomen onder de ring zoals je die weleens in het echte basketbal hebt, een en al intensiteit, jammer dat er geen publiek zat. De wedstrijd die de Belgen wonnen met 20-21 van medaillefavoriet Letland (daarna verloren ze domweg van de Japanners) was super exciting, aldus de openbare omroeper.

Hij had gelijk. Maar, om het met Rodda te zeggen: niet alles wat spannend is of intens of plezant om naar te kijken, of alles tegelijk, hoort op de Spelen thuis. Ter verschoning moet ik er wel bij vertellen dat deze vorm van basketbal zijn plaats heeft als trainingsvorm. Net zoals je van beachvolleybal beter leert bewegen en verdedigen, en je conditie erop vooruitgaat, geldt dat ook voor 3×3 basketbal. En onze Belgen, dat moet je hen toegeven, zijn atleten, hoewel er – godbetert – een notaris tussen zit.

Een vraag die elke nieuwe sport zich moet stellen, is of ze kan putten uit het best mogelijk arsenaal aan talent. In dit geval – weer een parallel met beachvolleybal – is het antwoord neen. Laat Kyrie Irving een beetje oefenen samen met een paar homies uit die kooi aan West 4th Street in Manhattan of laat Giannis Antetokounmpo of LeBron James naar de ring gaan na een screen en je hebt een totaal andere sport.

De skills die vereist zijn voor 3×3 zijn dezelfde als die voor vijf tegen vijf, de tactiek is simpeler: screen na screen, pick and roll na pick and pop, and that’s it. Maar verdedigen en lopen kunnen ze.

Eindoordeel: net als met beachvolleybal blijf ik in dubio. Na gisteren hebben de Belgen twee van de eerste vier wedstrijden gewonnen. Ik ga later nog weleens kijken als ze voor een plek in de halve finales battelen.

En dan dat skateboarden, tja. Wat moet je met een sport die geen sport wil worden genoemd maar een lifestyle? Met sporters die skaters heten en met AirPods Pro hun ding doen? Of met Manny Santiago uit Puerto Rico? De man heeft blauw haar, een ontbrekende voortand, baggy pants, tatoeages van boven tot onder, en ziet er eerder uit alsof je bij hem wapens, crack en coke kunt kopen dan als een sporter. Dat die Japan is binnen geraakt, is een olympisch wonder. Hij knalde tot mijn grote opluchting bij zijn twee runs en zijn vijf tricks telkens tegen het beton en eindigde voorlaatste.

Onze Axel Cruysberghs had na zijn twee runs nog uitzicht op een plaats bij de laatste acht, maar dan moest hij zijn tricks uitzonderlijk goed landen. Neen dus. Uitslag: dertiende, niet slecht voor wie 23ste staat op de wereldranking.

Eindoordeel: skateboarden is spectaculair om te zien, het is ook bijzonder moeilijk om na te doen (niet proberen), maar dit geldt ook voor de meeste tricks die ze in een circus doen en circus is vooralsnog niet olympisch. Wel leuk: de Amerikanen gingen dat winnen en ze kregen een bronsje. Minder leuk: het was een Japanner die won.