Column Verdienste over Bashir Abdi in De Morgen van zaterdag 30 oktober 2021

Verdienste

‘Waarom moet het altijd over mistoestanden gaan in jouw stukjes? Sport kan zo mooi zijn.’ Dat kreeg ik laatst te lezen van iemand
die het goed met mij meende en die hoopte dat ik niet in een negatieve spiraal zou terechtkomen. Die negatieve spiraal, daar heb ik geleerd mee om te gaan. Kankeren, zeiken, aanklagen, verwonderen over slechtheid, dus ook boos worden, het hoort bij dit vak. Net als blij zijn, de verwondering over schoonheid, de adoratie voor de bijna perfectie, supporteren en lachen er ook bij hoort. Soms weegt het ene door, dan weer het andere.

Er is deze week iets heel moois gebeurd. Zoals de Trofee voor Sportverdienste die Bashir Abdi te beurt viel. Dat was verwacht, maar toch. “Heel trots om daar tussen Nafi Thiam, Wout van Aert en Nina Derwael te staan”, glunderde de marathonloper. En of. Abdi is de eerste Belg die niet als Belg is geboren die met onze meest archaïsche en elitaire van alle prijzen gaat lopen, in zijn geval is dat laatste erg letterlijk te nemen.

Hij staat daar mooi in een lange rij afstandslopers waaronder Gaston Reiff, Etienne Gailly, Gaston Roelants, Aureel Vandendriessche, Miel Puttemans, Karel Lismont en Vincent Rousseau. (Jawel, Roger Moens, Ivo Van Damme en William Van Dijck hebben die trofee ook gewonnen maar dat zijn geen afstandslopers.)

Het meest verbazingwekkende aan Bashir Abdi is niet dat hij hard kan lopen. Het is haast onmogelijk, maar hij spreekt nog sneller en nog beter en nog mooier dan hij loopt. Dat interview net na de aankomst in Rotterdam vorige week, daar word je instant blij van. Hij heeft zopas twee uur lang tussen 20,5 en 21 per uur gelopen. Onderweg heeft hij nog even afgerekend met vervelende tegenstanders en viel hij veel te snel alleen. Hij wint de wedstrijd in een recordtijd, maar moet dus even uitblazen. Hij gaat liggen op het asfalt, kust de Coolsingel. Dat duurt geen halve minuut. Hij gaat staan. Omhelst nog wat tegenstanders, buigt nog eens doormidden, zucht diep en is klaar voor het interview.

Natuurlijk spatte de blijheid van zijn gezicht, maar zijn antwoorden waren duidelijk en helder geformuleerd. Ja, er zit een accent op zijn Nederlands, maar mag het, ja? De man is pas op zijn dertiende in Gent beland en heeft zich meteen de taal eigen gemaakt. Integreren en Nederlands leren was zijn motto. Een dag later zat hij in De afspraak. Weer duidelijke antwoorden, weer die lach op zijn gezicht. Weer gebruikte hij zinspelingen en uitdrukkingen waar de doorsnee hier geboren voxpopper nooit op zou komen, weer legde hij nuances waar ze moesten liggen. Klare taal, niet eens een Gents accent, ondanks in Gent opgegroeid. Ik ben jaloers.

Oké, die ene trofee hebben we gehad, wat volgt er nog? De Gouden Spike ongetwijfeld, maar dat is een incestprijs, afkomstig uit het eigen sportmilieu. Het Vlaams Sportjuweel is een week voor zijn exploot uitgereikt, maar die ging dan weer terecht naar de nationale hockeyploeg. Die hebben wel goud gewonnen in Tokio. Volgend jaar is het aan hem, of aan judoka Matthias Casse, die dit jaar tussen alle plooien dreigt te vallen.

Sportman van het Jaar dan maar? Dat is dan weer een prijs die je meer dan één keer kunt winnen en de grote kanshebbers zijn Wout van Aert (olympisch zilver), Matthias Casse (olympisch brons) en Bashir Abdi (olympisch brons en Rotterdam gewonnen met een Europees record). Dat wordt een lastige, ook voor de vrouwen, maar daar hebben we het nog wel eens over. Het is appelen met peren vergelijken, zei de ook al welbespraakte (maar wel hier geboren) Wout van Aert toen hij deze week Flandrien van het Jaar werd.

Van Aert ziet op 1 december ook de Kristallen Fiets nog zijn kant uit komen. Hij sprak zich in de marge van de festiviteiten van deze week ook uit over het dilemma wie Sportman van het Jaar moet worden. Misschien is dat verkeerd begrepen, maar het had er alle schijn van dat hij het niet erg zou vinden om een keer van Bashir Abdi te verliezen, nadat hij die trofee vorig jaar al heeft gewonnen. Van Aert loopt zelf met een meer dan behoorlijke snelheid, dus hij weet als geen ander wat het inhoudt om nog een derde sneller te lopen.

Alle namen op de lijst van winnaars (m/v) van de ‘Trofee’ hebben hun spreekwoordelijke verdienste. Zelden had iemand meer verdienste dan Bashir Abdi, zelden zat er zo’n extra dimensie aan de prestatie. Alleen de zwemmer Jan Guilini (21-voudig Belgisch kampioen) steekt er nog bovenuit. Als verzetsstrijder redde hij in 1941 vijf Engelse vliegeniers uit de zee en kreeg daarom de Trofee. In 1944 werd hij opgepakt en terechtgesteld.