Column Any Given Sunday in De Morgen van zaterdag 29 april 2023

Any Given Sunday

Of voor Club Brugge de voetbaljaargang 2022-’23 historisch wordt, moet nog blijken. Dat 2022-’23 voor KAA Gent nu al historisch is, zelfs met nog zes wedstrijden op de rol, staat vast. Zelden een grotere deconfiture, afgang, ineenstorting gezien als die van de Gantoise thuis tegen het al gedegradeerde, half failliete, ruziemakende KV Oostende.

Een week eerder tegen een herboren KV Mechelen geen kans weggegeven, de wedstrijd gedomineerd en zichzelf in een meer dan kansrijke positie gemaneuvreerd. Om zeven dagen later met toegeknepen billen en slappe knieën op het veld te komen voor de ultieme opdracht: winnen van het zootje van de zee. En dan zo te verliezen.

Europees voetbal een lastige taak, de kern niet op niveau, management en bestuur denkend aan een exit, en uitgerekend nu moet Gent sexy zijn voor eventuele investeerders die voor de deur staan. Of al binnen zitten, als de geruchten kloppen. De timing voor de Gentse wanprestatie van de eeuw kon nauwelijks slechter.

Het probleem van Gent tegen Oostende was tweeledig. Starten met Vadis Odjidja, die na zijn blessure niet meer vooruit te branden was, is een vergissing van formaat. Het team gaat dan voetballen in de Vadis-modus: elegant, niet te energiek, af en toe een hoogstandje. Oooh, zucht het publiek dan, en Vadis die glimt, maar ondertussen wordt het gevecht om het middenveld tegen een bewonderenswaardig Oostende verloren.

Dat mag Hein Vanhaezebrouck zich aanrekenen, maar de echte fout is natuurlijk gemaakt de dag dat Gent meende Odjidja een fel verbeterd contract te moeten aanbieden en hem kapitein te maken. Die dag sloegen ze een doodlopende straat in en zondag hebben ze zich vastgereden.

Van een trainer-coach in het voetbal verwacht je dat hij als trainer de juiste belasting plant, de tactiek voorbereidt en de oefeningen uitdoktert. In een eindfase is daar almaar minder nood aan. De spelers weten dan wel hoe het moet en hooguit toon je nog eens wat beelden en oefen je op standaardsituaties achter- en voorin.

Als het om winnen gaat, om een resultaat over de streep trekken, komt de coach op de voorgrond. Van hem verwacht je dat hij op de juiste knoppen drukt, weet welke speler wat nodig heeft, de gepaste motiverende volzinnen op het juiste moment debiteert en zodoende de elf spelers als een team met de juiste intensiteit in het veld stuurt. Sommige trainers zijn meer trainer dan coach en sommige coaches zijn meer coach dan trainer, maar een beetje van allebei kan geen kwaad. Sommige trainers willen gewoonweg geen coach zijn.

Soms helpt het om gewoon op YouTube ‘Al Pacino football speech’ te zoeken. Downloaden die handel, opschrijven wat hij zegt, vertalen en haal er de beste zinnen uit. Een goeie laatste speech hoeft geen 4:30 te duren zoals die van Tony D’Amato, maar de juiste zinnen op het juiste moment doen wonderen.

Rik De Mil, hoe zou die zijn? De trainer van het jaar, nu al. Hoe hij weer leven heeft gekregen in Club Brugge, dat verdient een prijs. Wat heeft De Mil gezegd in de laatste minuten voor de wedstrijd tegen Eupen, dat wil ik weten. Oké, de man heeft zijn looks mee om voor trainer te spelen – stijlvol, lang, knap gezicht, sportief lijf, rustige babbel in keurig Nederlands, geen haantje van het grote gelijk – én hij woont in Oostkamp, maar er moet meer zijn.

Ergens onder die verpakking moet een verdomd goede coach schuilen. Zijn carrièreverloop zit daar voor veel tussen. Begonnen als doelman in Oostkamp en Veldegem, later trainer in Oostkamp, vandaar naar de jeugd van Club Brugge, vervolgens de topjeugd bij Club NXT onder zijn hoede, om zo assistent te worden en bij het vertrek van de hoofdcoach een ziek team in geen tijd te reanimeren.

De Mil was leerkracht, dat helpt altijd. Neen, geen lichamelijke opvoeding maar toegepaste economie zowaar. Dus haast zeker ook een analytische geest. En een doelman toen hij nog voetbalde, dus een man van het bredere plaatje. Hij is van nature niet van my way or the highway, eerder van de bochtige provinciale weg. Van zo’n cv druipt de bescheidenheid af en daar is niks mis mee. Laat mij maar weer assistent worden, zei hij deze week nog. Dat is hem gegund, maar beseft De Mil wel dat hij voor minstens tien, vijftien jaar goed zit als hoofdcoach?

Hij is in de nieuwe generatie beloftevolle coaches (idem voor Jonas De Roeck) het totale pakket. Een trainer-coach die heeft bewezen de knoppen van zijn spelers te kunnen vinden en er op het juiste moment op te drukken, heeft de toekomst voor zich en vindt altijd een club. Laat Club Brugge winnen in Genk morgen, any given Sunday, en we krijgen de spannendste competitie in jaren.