Column 446 watt in De Morgen van zaterdag 4 april 2026

446 watt

Het rondreizende theatergezelschap Remco & Red Bull speelt zondag een extra voorstelling in de Vlaamse Ardennen. De verbazing over de late aankondiging is terecht, maar misschien geldt dat nog meer voor de reacties daarop. Die liepen uiteen van ‘hoera’ over ‘we zullen zien wat dat wordt’ tot en met ‘een schande, zo liegen’.

Die laatste oprisping kwam dan vooral vanuit de hoek van de media, die maar bleven signalen krijgen dat er echt wel iets te gebeuren stond. Om niemand op de lange tenen te trappen, werd het gerucht telkens netjes gecheckt, waarna evenveel keer een nul op het rekest volgde. Dat heeft Red Bull-Bora-Hansgrohe slecht ingeschat: wielrennen is hier een staatszaak en je liegt niet over staatszaken.

Wielrennen is in de eerste plaats een fysiologische afrekening, maar het psychologische aspect is even belangrijk. Evenepoel heeft het verrassingseffect aan zijn kant. Of hij op de Kwaremont alleen wegrijdt, dan wel hulpeloos wordt achtergelaten, dat zien we zondag.

Van psychologie gesproken. Mathieu van der Poel, die in de E3 Classic vorige week wegreed en werd ingehaald maar toch nog won, postte achteraf zijn geleverde vermogen gedurende het anderhalf uur dat hij alleen op pad was: 446 watt. Waarom, vroeg ik aan iemand in de ploeg, want Van der Poel en de ploeg staan erom bekend heel weinig tot geen prestatiegegevens te delen.

De reactie was: omdat hij er trots op is. Trots is menselijk, maar tegelijk een beetje naïef. Het doet denken aan Tim Wellens die vorig jaar tijdens de Tour in de korte rit (95 kilometer) naar La Plagne een hele tijd voor Tadej Pogacar op kop reed en de kopgroep decimeerde. Achteraf postte hij zijn geleverde vermogens: over 20 minuten 484 watt, over 60 minuten 444 watt en 90 minuten 402 watt. “Haters will say it’s fake”, gaf hij zelf mee als commentaar.

Je hoeft echt geen hater te zijn – niemand haat Wellens – om je vragen te stellen bij de juistheid. De kans dat het overschatte en dus ongeloofwaardige data zijn ligt meer voor de hand. Dat geldt ook voor wat de trotse Van der Poel postte.

446 watt gedurende 90 minuten is redelijk ongezien. Nogal wat lieden met kennis van trainingsleer in het wielrennen achten die waarde onwaarschijnlijk en dachten meteen aan een niet-gekalibreerde of manke vermogensmeter.

Rekent u even mee: 446 watt gedurende anderhalf uur, als je dat terugrekent naar de 60 minutenwaarde of wat dan in het jargon de functional treshold power (FTP) heet, kom je uit rond 500 watt.

Dat zou betekenen dat Van der Poel een uur lang 500 watt vermogen zou kunnen leveren. Met zijn gewicht (78 kilogram) komt hij dan uit bij 6,4 watt per kilogram lichaamsgewicht. Daarmee kan hij de Tour winnen, op voorwaarde dat hij dag na dag zou recupereren.

Vergelijken met Pogacar is lastig door het gebrek aan referentiedata. In 2024 zijn evenwel de instellingen van de Wahoo-fietscomputer van de Sloveen gelekt. Daaruit bleek dat zijn FTP-waarde op 415 was ingesteld. Drie mogelijkheden: het is de correcte waarde, of ze is opzettelijk onderschat, of ze is sinds 2024 verbeterd.

Delen we de 415 watt door het gewicht van Pogacar, dan komen we uit bij 6,3 watt per kilogram gedurende een uur. Dat ligt in lijn met wat wetenschapper Ole Kristian Berg in een artikel van november 2025 in het Journal of Science and Cycling publiceerde over zes beklimmingen in de voorbije twee Tours: Pogacar leverde toen gemiddeld 442 watt gedurende 40 minuten.

6,3 is buitenaards. En daar zou Van der Poel nog boven zitten? Een wereldcoureur, die Van der Poel, daar niet van, maar hij moest lossen op de Poggio terwijl Tom Pidcock eraan bleef hangen. Dat Van der Poel met zijn slechtere aerodynamica een hoger vermogen kan leveren dan Pogacar en zeker een hoger maximaal wattage haalt in de sprint is wel geloofwaardig. Maar een 85 watt hogere FTP dan de beste renner ter wereld, daar horen vraagtekens bij.

Gelukkig komt het in het wielrennen niet alleen aan op vermogens. De Ronde van Vlaanderen is geen tijdrit en ook geen Ardennen-klassieker, dat zal Evenepoel wel ondervinden. Vanaf kilometer 100 wordt het wegdek steeds slechter, worden de wegen steeds smaller en de vele collega’s rondom steeds nerveuzer.

Dat vreet energie en wie het best met die hectiek omgaat, de laatste 50 kilometer nog het meest in de tank heeft zitten en klaar kijkt, heeft een goeie kans op winst. In het zichzelf in een kansrijke positie manoeuvreren, zijn grote motor aanzetten als het moet en zelfs de kleinste kans op winst maximaliseren, daarin is Van der Poel beter dan wie ook in het wielerpeloton.