Wat de Vlaamse sport echt nodig heeft in De Morgen van 12 juli 2016

Wat de Vlaamse sport echt nodig heeft

Met de Code Muyters wil de Vlaamse minister van Sport achterkamerpolitiek bij Vlaamse sportbonden aan banden leggen. Bestaan die achterkamers? Is er vriendjespolitiek? Wordt er gesjoemeld? Ja, ja en ja, maar lang niet bij alle bonden. Zal de Code Muyters helpen? Een beetje.

Neem nu de twee grootste sporten van het land, voetbal en wielrennen. Die hebben hun Vlaamse sportbond vrij recent geïnstalleerd als melkkoe voor de Vlaamse subsidies. De echte beslissingen – niet altijd maar soms ook in achterkamers, tegen al of niet onbillijke vergoedingen – worden genomen in de koepelbonden KBVB en KBWB.

Binnen het Vlaams wielrennen zijn rond Wielerbond Vlaanderen meer dan tien vzw’s actief, allemaal baronieën van lokale potentaatjes die de dienst uitmaken in het hoofdbestuur van de Vlaamse bond, er zorg voor dragend dat wat binnen hun vzw gebeurt, onttrokken wordt aan de controle van de subsidiërende overheid.

Incompetente bestuurders

Soms zijn ze bestuurder en tegelijk gesalarieerde in een andere vzw, die zich van de Code Muyters niks moet aantrekken. Corruptie of belangenvermenging bestaat dus, maar die zal door die code niet worden aangepakt. Zoals er ook morgen en overmorgen nog sportbonden worden geduld die gerund worden door één familie.

Goed bestuur is meer dan uitwassen bestrijden. Goed bestuur is het aantrekken van goede bestuurders en daar schieten onze sportbonden collectief in te kort. Enkele bonden niet te na gesproken, lijdt het Vlaams sportbestuurderslandschap aan een acute bloedarmoede en dat gebrekkig beheer weerspiegelt zich onder meer in een manke dienstverlening en in de resultaten of het gebrek daar aan in de topsport.

Een jaarverslag en een beleidsplan op de site? Dat gebeurt al. Minstens 25 procent vrouwen? Lovenswaardig, maar zal dat de competentie verhogen? De directeur op functioneringsgesprek? Die loopt sowieso op eieren en ondergaat nu al de willekeur van zijn soms incompetente bestuurders. Wat de Vlaamse sport nodig heeft, is het hele landschap dat op de schop gaat.

Onder curatele

Schaalvergroting heeft de Vlaamse sport nodig en een sterke controle en aansturing vanuit Sport Vlaanderen in combinatie met politieke moed van de minister om hardleerse sportbonden onder curatele te plaatsen en te beknotten op hun subsidies.

Waar de Vlaamse sport nog meer nood aan heeft, is een nieuwe juridische entiteit op maat van sportbonden in plaats van de huidige vzw, al was het maar om de macht van de raad van bestuur te beperken. Als minister Muyters echt het verschil wil maken, dat hij zich daar hard voor maakt.

Het failliet van Euro 2016 in De Morgen van 12 juli 2016

HET FAILLIET VAN EURO 2016

Voor champagnevoetbal moest je deze zomer niet in Frankrijk zijn. Ook de refs acteerden pover. Het typeert een trend van de laatste EK’s: het landenvoetbal staat mijlenver verwijderd van het hoogstaande clubvoetbal in de Champions League.

Accablés. Dat was de kop op de één van L’Equipe gisteren. De exacte betekenis is gedeprimeerd, down, depressief, moedeloos, terneergeslagen, geteisterd kan ook. Goeie kop, die het ongeveer samenvat. Moedeloos is elke voetballiefhebber, met uitzondering van de Portugezen en Ronaldo. Niet omdat Portugal op een diefje van Frankrijk heeft gewonnen, want die finale was ook maar de emanatie van het hele toernooi, maar wat was dit Euro 2016 een zwak toernooi.

In de finale van zondagavond kwam al het slechtste van de eerste sport van de planeet naar boven: negatieve ingesteldheid, zwakke arbitrage, geen spektakel en uiteindelijk het team dat het minste wilde voetballen dat won. Laten we wel wezen: Portugal verdiende in de eerste negentig minuten niet te winnen. Later in de extra tijd dan weer wel. Portugal had in de reguliere speeltijd één kans in het doelkader tegen zeven voor Frankrijk, dat ook nog eens de paal trof. In de extra tijd had Portugal twee kansen binnen het doelkader plus een vrije trap op de dwarslat tegenover nul voor Frankrijk. Het zal u ook misschien verwonderen, maar Frankrijk had 53 procent balbezit tegenover 47 voor Portugal, dus dat fabeltje van één ploeg die aanviel en een ander die niet aanviel, is pure perceptie.

Frankrijk was de beste of minst slechte ploeg, maar Portugal werd al snel onthoofd door het uitvallen van Cristiano Ronaldo. Je kunt discussiëren over al of niet een kaart bij die fase, hoewel in Duitse media zelfs dunkelrot werd geopperd omdat de fysica wil dat geen enkele knie het houdt bij een dergelijke druk. De analisten van de VRT waren opvallend mild, maar het aanvallen van het geblokkeerd steunbeen op de zwakke schakel, de knie dus, zou altijd een fout moeten zijn.

Het riedeltje dat Payet ‘de tegenstander eens wilde laten voelen dat hij er was’, behoort tot de verwildering van de voetbalzeden en is een verderfelijke vergoelijking van een foute actie. Heel wat aanvallers zouden zijn omhooggewipt als ze de hanenkam van Payet hadden zien komen en waren dan spectaculair onderuitgeschoffeld. In dat geval had Payet geel gekregen. Maar CR7 springen? Nem senhor. IJdelheid is niet altijd de beste raadgever.

Arbitrage ontoereikend

De BBC vond de scheidsrechters op Euro 2016 erg goed. Erg goed betekent ‘op zijn Brits’, maar op dat eiland wordt veel te veel geduld en de Britse norm wijkt fel af van die op het vasteland. Bovendien is die Mark Clattenburg helemaal geen goeie scheidsrechter. Dat bewees hij later ten overvloede in allerlei acties met als toppunt het fluiten van een hands tegen Koscielny, terwijl het de aanvaller was die de bal met de hand had gespeeld. De Fransman hield er een gele kaart aan over en de Portugezen een vrije trap die ook nog eens op de deklat belandde. Stel je voor dat die was binnengegaan.

Als iets duidelijk is geworden op dit EK, dan wel dat de scheidsrechterij volstrekt ontoereikend was, met die bemerking dat de lijnrechters het buitenspel wel prima beoordeelden. Wat bezielde die gekke, mediageile Pierluigi Collina om voor dit EK te verordonneren dat het spel niet te vaak mocht worden onderbroken? Aanslagen, charges en worstelpartijen werden niet bestraft, maar o wee als een speler toevallig zijn hand niet op de juiste plek had en daar een bal tegen kreeg, want dan ging die onherroepelijk op de stip.

Allemaal goed, maar zorg er dan ook voor dat een corner niet ontaardt in waterpolo zonder water. Zorg er dan voor dat professionele foutjes om de aanval af te stoppen zwaarder worden bestraft. Zorg voor meer spektakel en niet in de vorm van meer ellebogen, meer trek- en duwwerk en knietjes waar het niet hoort. Moet het spel vooruitgaan? Geef iedereen die zijn handen, voeten, ellebogen en knieën niet thuishoudt geel. Bij twee keer: rood. Het zal snel voorbij zijn.

Euro 2016 had er heel anders kunnen uitzien met videoarbitrage. Dat ze bij de UEFA die studie maar eens maken. Met een videoref hadden de Rode Duivels al na de wedstrijd tegen Zweden en het onterecht afgekeurd doelpunt van Zlatan Ibrahimovic thuis gezeten en dan had niemand nog kunnen beweren dat de jammerlijke uitschakeling de schuld was van de onervaren defensie.

Het failliet van Euro 2016 is het failliet van het voetbal voor landenteams. Dat staat tactisch, technisch en conditioneel mijlenver verwijderd van de Champions League. Een topteam in de Champions League is zorgvuldig samengesteld uit complementaire voetballers, kundig getraind op tactisch en conditioneel vlak en haalt het beste in de sport naar boven. Landenteams zijn al te vaak joint ventures van de grootste voetbal-nv’tjes van een land, geleid door een bezigheidstherapeut die vooral bekommerd is om de nul houden.

Er waren uitzonderingen, landen waar wel op een aanvallend concept was getraind, maar die landen – Spanje, Kroatië en Duitsland – gingen er voor de finale uit, die laatste twee niet toevallig tegen de finalisten van afgelopen zondag. Italië, ook een land met een plan, schakelde Spanje uit en had dan weer de pech dat ze Duitsland troffen, toen die nog redelijk compleet waren. België behoorde tot de groep landen die het aanvallen overlieten aan de ingeving van de dag en België had dan ook nog het probleem dat er verdedigend geen plan achter stak.

Ter vergoelijking van voorgaande: het is niet simpel om aan het eind van een zwaar seizoen vetbetaalde internationals te overhalen om het beste van zichzelf te geven voor het vaderland. Een toernooi is vaak een uitstalraam om een transfer te verwezenlijken, maar wie al gebeiteld zit bij zijn club tegen een miljoentje per maand zou wel gek moeten zijn om zich de naad uit het lijf te lopen zodat het volgend clubseizoen meteen wordt gecompromitteerd.

Mijn land schoon land

Club en nationale ploeg bijten elkaar. Misschien dat Antoine Griezmann na zeventig wedstrijden te hebben gespeeld in 365 dagen er nog wel zo’n jaartje achteraan kan plakken, maar dit voetbal verkort de carrières. Vreemd dat het voetbalbestel dit niet inziet: meer brutaliteiten toelaten en minder recuperatie, dat moet zich ooit wreken. Een kampioenschap met 24 landen voor een continent dat maar dubbel zoveel landen telt, is ongetwijfeld goed voor de kassa van de UEFA, maar niet voor het voetbal, niet voor de voetbalfan en nog minder voor de voetballer. Het EK voetbal is er na 2004 – met de overwinning van het vermaledijde Griekenland – editie na editie kwalitatief op achteruitgegaan.

Ten slotte bracht Euro 2016 ook het slechtste en het beste naar boven in de voetbalfans. De Belgen? Top. De Ieren. Ook top. Wales idem. De Engelsen? De overtocht verbieden. De Russen? Tegenhouden, met drones desnoods. De Belgische fans waren de enigen die spontaan applaudisseerden nadat het volkslied van de tegenstander was gespeeld. Dat is een erfenis van wijlen onze bondscoach en daar mogen we trots op zijn. Voor het overige dreven de meeste supportersuitingen op de moderne Europese ziekte: nationalisme, mijn land schoon land. We hebben aan dat nieuwe nationalisme wel de Viking Clap over gehouden, wellicht het enige wat we ons bij Euro 2020 nog zullen herinneren.

De Zot in Froome in De Morgen van 11 juli 2016

DE ZOT IN FROOME

De koers werd een beetje ingewikkelder en daar was de onzin. Maar eerst dit: ook de annihilatie van de Belgische hype gezien in die niet eens overdreven lastige bergetappe van zaterdag? Dat is geen verwijt aan de desbetreffende moedige renners, wel een vingerwijzing aan de media: een toevallige gele of bolletjestrui onderweg is een fait divers en geen wereldprestatie.

Zin in nog meer fait divers? Oké, Chris Froome dan maar. Die ging eergisteren net voor de top van de Peyresourde aanvallen en kreeg tien meter van Nairo Quintana die nog even een drinkbus had aangenomen. Dat was dom, want drinken in een afdaling is sowieso geen goed idee en die 16 kilometer bergaf zouden minder dan een kwartier duren. Tenzij Quintana zijn fiets een halve kilo zwaarder wilde hebben om sneller te kunnen dalen.

Het heeft alvast niet geholpen. Die tien meter werden uiteindelijk tweehonderd meter of omgerekend dertien seconden. Froome kwam als eerste over de streep en pakte de gele trui. Het getoeter begon nog tijdens de rit en kreeg een spin na de aankomst. Tegen dat de zon onder was en de voetbalpraatshow ‘Panenka’ begon met het fileren van de koers door Jan Mulder, Franky Vander Elst en Wesley Sonck (wat een absurditeit), was het plots een wetenschappelijke demonstratie geworden: fenomenale Froome, marginal gains taken to the next level, het gebazel kende geen grenzen. Eddy Planckaert – de beste analist voor klassiekers – had een paar mooie oneliners maar liet zich ook meeslepen in de euforie.

Alleen good old José De Cauwer vond het in de live al niks. Hij kon geen weg met zijn verbazing en nam het woord waanzin in de mond. Dat was het ook en hij was niet de enige van wie de mond openviel. Ik had een vlieg willen zijn in de bus van Sky waar Sir David Brailsford de koers volgde. “What the fuck, Chris?”, heeft hij geroepen en hij leek niet blij, vertelde men mij.

What the fuck inderdaad, maar bij Sky zijn ze slim en tegen dat Brailsford de eerste micro onder zijn neus kreeg, had hij een verhaaltje klaar. “We hebben eens wat anders gedaan, om onvoorspelbaar te blijven.” Veel overleg met Chris Froome was er niet geweest want die herleidde zijn gevaarlijke stunt tot een ingeving van het moment. Een dag later waren de violen wel gestemd en heette die nieuwe afdaling de exponent te zijn van de veelbesproken marginal gains: de obsessie om op alle vlakken – techniek, tactiek, fysiologie, voeding, rust en alles wat bij koers komt kijken – enkele procenten vooruitgang te boeken.

Nieuw geheim middel

Servais Knaven mocht de Nederlandstalige media wat op de mouw spelden. Ja, hij had op het nieuwe afdalen getraind. Ja, er waren onderzoeken gebeurd naar de ideale banden. Ja, hij had een 54 gemonteerd in plaats van een 53. Kijk, dat hadden Brailsford en Sky weer mooi geflikt. Van hun eerste schrik bekomen, hadden ze beslist om van die zotheid van Froome een plan te maken. En het peloton trapte erin. Verdorie, Sky had een nieuw geheim middel. Misschien waren ze wel in Zweinstein wezen trainen, wie weet?

Waar had hij op getraind dan? Op aerodynamica. Komaan zeg, wie gelooft dat nu? Geraint Thomas werd gisteren geciteerd in The Sunday Times: “Chris is een echte waaghals; hij gaat sneller naar beneden dan wij allemaal als we eens goed hard willen gaan.” Had hij zich dan ineens de stuurmanskunst eigen gemaakt? We herinneren ons natuurlijk Froome als de Keniaanse belofte die bij de tijdrit op het WK in Salzburg de eerste bocht miste en een official overhoop reed (filmpje op YouTube). En die het later bergaf op gladde bergwegen in de broek deed.

Maar de angsthaas Chris Froome is niet de echte Chris Froome, die in zijn boek ‘The Climb’ vertelt van zijn waaghalzerij op de wegen tussen Karen en Kibera, zijn rijke wijk van Nairobi en de arme wijk waar zijn fietsvrienden woonden. Die vertelt over razende afdalingen op de bovenbuis en dat op Keniaanse wegen vol putten. De realiteit is dat Froome altijd heeft kunnen afdalen en sturen, maar onze perceptie wilde het anders. Froome zette dat eergisteren even recht door meesterafdaler Alejandro Valverde op een paar honderd meter te rijden.

Het onderzoek naar de speciale banden en de druk, wat een onzin was dat niet? De druk en de breedte zouden bestudeerd zijn. Oké, voor bergop of voor bergaf? Zeg niet voor allebei, want dat zijn nonsens. Ten slotte, de 54×11 in plaats van 53×11. Dat betekent 2 procent meer afstand per omwenteling, alleen trapte hij 95 procent van de afdaling niet, dus dat telt ook niet.

Als er echt een plan was om in de bijtrapafdaling het verschil te maken, dan had hij wel een 56 gemonteerd en was hij in de Delgado- houding (neus op het voorwiel) naar beneden gereden. Net iets minder aerodynamisch dan zijn afzichtelijke stijl, maar dan had hij kunnen blijven trappen en per trap had hij 60 centimeter meer afgelegd. Bij Sky lachen ze in hun vuistje. Er was geen plan, het was de zot in Froome die even is opgestaan. Pas toen anderen er een plan van maakten, speelden ze het spel mee en liet iedereen zich bij de neus nemen.

Ook dit zal een fait divers blijken, zoals we gisteren zagen. Nairo Quintana kon volgen en zal misschien ook donderdag kunnen volgen, maar hoe lang? En als hij aanvalt, zal Froome kunnen volgen? Een voorspelling: de Ventoux zal overmorgen een muis baren en het verschil wordt in de tijdritten gemaakt.

Column Ja Maar, Maar Ja in De Morgen van 9 juli 2016

JA MAAR, MAAR JA

 

Gisterenochtend vroeg Radio 1 wat mij was opgevallen de voorbije week. Ik zei: “De prestaties van Greg Van Avermaet en Thomas Van der Plaetsen.” Ik benadrukte: “In de eerste plaats de prestaties die van grote klasse getuigen, maar tegelijk het gebrek aan nuance in de berichtgeving. Een klein land dat weinig resultaten haalt in de sport heeft al snel de neiging om elk succes voor te stellen als een wereldprestatie.” Welwel! Twitter – en dan vooral de bandbreedte voor randdebielen – daverde op zijn grondvesten. Ik was een zure, zwartkijkende, wereldvreemde misantroop en het was een grote stommiteit van De Morgen dat ze mij werk gaven.

Als je de kranten van gisteren (Van der Plaetsen) en eergisteren (Van Avermaet) erop naslaat, dan moet het haast wel of beide heren hebben een wereldprestatie neergezet. Welnu, sta mij toe daar enkele relativerende nuances bij te plaatsen. ‘Ja maar, maar ja’ als het ware.

De solo van Greg Van Avermaet was zonder meer knap, maar die solo werd geduld door het peloton, dat incalculeerde dat Greg Van Avermaet vandaag zijn gele trui kwijt is en als het niet vandaag is, dan wel morgen. Ook Van Avermaet weet dat als geen ander. Bovendien goed gezien van Sky, want zo moest BMC ook aan de bak in de eerste Pyreneeën-ritten. Afgezien daarvan waren de kilometers die hij zonder De Gendt op pad was en het peloton afhield zonder meer indrukwekkend. Wat hij gisteren verzon, door als gele trui mee in de ontsnapping te gaan, was dan weer geniaal. Ja maar, als zijn naam Nairo Quintana was geweest, was hij wel geen decimeter weggeraakt. Die ‘ja maars’ mis ik te midden van de hoeraverhalen.

Ook om moe van te worden, is dat overdreven gedoe als iemand een etappe wint. De Tour is – laatste keer dat we checkten – een etappekoers waarin het de bedoeling is om als eerste in het algemeen klassement in Parijs aan te komen. Dan krijg je de laatste gele trui omgegord op de Champs-Elysées en die laatste gele trui telt. Niet geel onderweg, niet groen, niet de bollen, niet wit, en al helemaal niet die van de (super)strijdlust die eigenlijk een oorkonde van domheid is: kilometers op kop rijden zonder resultaat. Etappewinst? Ook leuk, maar ja, ook niet de core van deze wedstrijd.

En dan tienkamper Thomas Van der Plaetsen. Wie het móét weten, wéét het: hadden hij of zijn entourage in de herfst van 2014 de telefoon opgenomen en gecommuniceerd, dan was zijn positieve plas op gonadotropine misschien nooit in de krant gekomen. Een journalist die nieuws heeft, hoort dat nieuws te brengen en ook te duiden. Die journalist was ik en de duiding was er.

Er wordt dezer dagen weer getoeterd dat Van der Plaetsen in de media is geslachtofferd als dopingzondaar en dat is een pertinente leugen: deze en andere kranten hebben meteen de link gelegd met teelbalkanker. De godfather van de Belgische atletiek stuurde zelfs een sms’je om te bedanken voor die duiding en nuancering.

Toen Van der Plaetsen en friends een dag later de trip van Deinze naar Antwerpen ondernamen om daar voor een sponsorbord het hele verhaal te doen over hoe schandalig ze waren behandeld, brak mijn klomp. Niemand die de essentie nog ziet. Was Van der Plaetsen niet op doping gecontroleerd en ‘betrapt’, hij had zijn ziekte pas veel later ontdekt, met alle gevolgen die we niet kennen.

Soms ligt de ‘ja maar’ voor het grijpen, in de vorm van resultaten bijvoorbeeld. Ik zocht mij in de kranten van gisteren te pletter naar de uitslag van de tienkamp op de Europese kampioenschappen in Amsterdam. Uiteindelijk bood de site soelaas: 8.218 punten om eerste te worden, dat leek mij nu niet bepaald een wereldprestatie. De omstandigheden – terugkeren van een vroeg ontdekte teelbalkanker en chemo – wettigen enige euforie, zelfs bewondering. Ja maar, ooit heeft er één tweeënhalf jaar na een in de buik en hersenen uitgezaaide teelbalkanker – na chemo én operaties – de Tour de France gewonnen. (Neen, niet over doping beginnen alstublieft, want die hadden ze toen allemaal.)

En nu scoren in Rio, schreef een krant. Ja maar, dat scoren wordt lastig. 8.219 is de vijfde Belgische prestatie ooit, de dertigste van 2015. En in de laatste dertig jaar haal je er geen medaille mee op de Olympische Spelen, geen op wereldkampioenschappen, wel twee keer Europees brons, in olympische jaren als de toppers verstek geven. En nu ineens goud.

Gevecht om/op de Ventoux in De Morgen van 9 juli 2016

Gevecht op/om de Ventoux

Donderdag rijden 200 profs de Mont Ventoux naar boven om ter eerst. In hun spoor een karavaan van auto’s, bussen, dertigtonners en tienduizenden toeristen, onder wie heel veel Belgen. Het circus dat vijf dagen lang de Kale Berg en omstreken bezet, laat twintig vuilniswagens afval achter. Is de grens bereikt en gaat de Ventoux dicht?

Het is fout gegaan in de renaissance. Waarom moest die Italiaanse dichter of all places in Carpentras komen studeren, in Fontaine- de-Vaucluse komen wonen en in Avignon verliefd worden? En wat bezielde Francesco Petrarca om op 26 april 1336 de kale berg van 1.912 meter hoog te beklimmen? Het was het zelfverklaarde begin van het toerisme, het alpinisme zelfs. Later werden twijfels geuit over zijn exploot, maar Petrarca zelf was alvast laaiend. Hij schreef een Italiaanse monnik dat hij samen met zijn broer de berg had bestegen “louter uit begeerte om zijn bijzondere hoogte nader in ogenschouw te nemen”.

De beklimming van een berg was voor Petrarca de metafoor voor de levensweg naar God. Voor de geschiedenis was het de eerste gerapporteerde beklimming van een berg door wat men later toeristen, nog later wielertoeristen en extremer alpinisten zou noemen, een mensensoort die klimt voor de lol.

God is misschien van de partij bij sommige renners van het Tour-peloton, maar lol zal er zeker níét bij zijn op jeudi le quatorze juillet. Goesting om te vlammen bij een select gezelschap, wellicht angst om door het ijs te zakken bij anderen en een doffe blik in de ogen bij de meesten. De Mont Ventoux, de steenpuist van de Provence, doemt op na een rit van 163 kilometer over hete, vlakke wegen, waarna het vanaf het anders zo lieflijke dorp Bédoin nog 21 kilometer is naar de top die je van ver ziet liggen.

Als je de hel van ‘het bos’ binnenrijdt, verdwijnt de Ventoux 10 kilometer uit het zicht, kronkelt het asfalt zich een ongenadige weg naar boven en vlijt Newton zich met duivels plezier op het achterwiel neer. De snelheid daalt schrikbarend, waardoor de steekvliegen gelijke tred kunnen houden om zich te goed te doen aan het zilte rennersvlees.

Hamsteren is de boodschap

De Tour die naar de Mont Ventoux komt en dat is nog maar voor de zestiende keer, met dit jaar de tiende keer een arrivée op de top, is steeds weer aanleiding voor een invasie van naar schatting 300.000 toeristen. Een kwart heeft zelf een racefiets mee en hoopt op genoeg inspiratie en vooral power om de mythische kale berg naar boven te rijden.

De lokale bevolking leeft gedeeltelijk van dat wielertoerisme, maar heeft er ook af en toe schoon genoeg van. Het epicentrum Bédoin heeft enkele campings, kleine hotels en chambres d’hôtes, maar het is vooral een gezellig dorp met veel tweede en zelfs eerste verblijven van Fransen en buitenlanders die de streek hebben uitgekozen om te verpozen of in het geval van de Vlaming Jan, permanent te wonen. Hij beschrijft hoe het er tot en met vrijdag aan toegaat.

“Fietsers, motards, auto’s, campingcars, old-timers, sedert dit jaar duidelijk aangevuld door jeugdige senioren met e-bikes, dat geeft een redelijk gevaarlijke mix op de berg. De brandweermannen vertelden me dat ze aan 350 interventies zitten voor het afgelopen jaar. De sirenes van de ambulance zijn bijna dagelijkse kost.”

Jan zal in totaal vier dagen aan zijn villa gekluisterd zijn. “Hamsteren is de boodschap. Alleen vers brood kan een probleem zijn, want soms zijn de bakkers al om 8 uur uitverkocht.”

Hij is een Belg die al jaren in Bédoin woont, ergens in het begin van de klim, parallel aan het parcours. “Wij zullen wachten tot we de helikopters horen en dan hebben we net genoeg tijd om naar de Route du Ventoux te wandelen om het peloton te zien passeren. Daarna keren we terug en kijken de rest op tv. Dan duurt het nog twee dagen voor iedereen van die berg is en om het vuilnis op te ruimen. Hoe dat te rijmen valt met de Ventoux als biosfeer, is ons steeds weer een raadsel.”

Jan is wielerminded en dat kan niet van iedereen in Bédoin worden gezegd. Wielerminded betekent begrip hebben voor fietsers die zich overal tussenwurmen, aandachtig inhalen met de auto en altijd en overal het onverwachte verwachten van de immer zwalpende fietser. Wielerminded betekent als horeca aanvaarden dat ze je restaurant betreden in koersbroek en aangepast zweetafdrijvend shirt inclusief de zoutrandjes, hunkerend naar koolhydraten en water. Hun fiets zouden ze naar binnen durven meenemen, want er worden ook flink veel fietsen gestolen op en rond de Ventoux

Tourorganisator ASO had eerst de shortcut door de wijnvelden willen nemen om alle ellende met rotondes en de haakse bocht bij het uitrijden van de dorpskern te vermijden. De plaatselijke horeca vroeg ASO expliciet om het parcours door de dorpskern te leggen, wat een heikele passage is voor de karavaan en die tweehonderd man die allemaal vooraan willen zitten als de klim begint. In het dorp geldt die dag trouwens een alcoholverbod. Jan: “Het lijkt mij niet dat dit op de helling zal gerespecteerd worden.”

Het wordt zeker niet gerespecteerd en de gekte zal drie dagen aanhouden, op en rond de berg, culminerend in de passage rond vier uur in de namiddag op de Franse nationale feestdag. De eerste toeristen hebben dit weekend hun plaatsje uitgezocht langs de kant van de weg, in het bos, in de bochten, althans de bochten die nog niet zijn opgeëist. Vooral op de Ventoux komt het af en toe tot handgemeen tussen de locals enerzijds, die een week van tevoren de mooie stukjes op het parcours hebben afgezet met linten, en de kampeerders in tenten of mobilhomes anderzijds, die geen boodschap hebben aan territoriale voorafnames.

Bij de laatste doortocht in 2013 moest de gendarmerie een slachtpartij verhinderen. Een schaapherder meende een hoekje van zijn berg te kunnen verkopen aan de meestbiedende. Hij eindigde met twee blauwe ogen in de achterbak van zijn pick-uptruck na een vechtpartij met enkele Duitsers, vluchtte, maar kwam die nacht terug met enkele handlangers, karabijnen en messen, om zich te revancheren. De politie was net op tijd.

De kinderen van Bédoin

Les Belges zijn sowieso al liefhebbers van het leven als God in de Provence. Met de Tour de France in de buurt zijn ze in overtal op en rond de Ventoux en bij uitbreiding in de hele Comtat Venaissin, het lager gelegen gedeelte van het departement Vaucluse (84 op de autokentekens) dat ooit eigendom was van de pausen van Avignon. Op de terrassen van Malaucène, Sault en zeker Bédoin is Vlaams de voertaal en is Noord-Nederlands met afstand de tweede vreemde taal.

Het is niet altijd grote liefde tussen de lokale bevolking en die opdringerige Belgen met hun koersfietsen. In Malaucène werd ooit bij het jaarlijkse Ventourist-event van Sporta een auto van Wielerbond Vlaanderen gesloopt op een openbare parking. Niemand had iets gezien. Datzelfde jaar was er ook een geval van agressie geweest tegenover een fotograaf die modefoto’s wilde maken en heel even de weg afzette. De boer die in alle vroegte passeerde op weg naar zijn kudde, schold hem de huid vol: “Foutez le camp, sales Belges, c’est notre montagne.”

Tja, van wie is die berg? De vraag is actueler dan ooit. De geschiedenis wil dat in 1250, ruim voor Petrarca hem voor de lol beklom, de Mont Ventoux, samen met zijn bronnen, gronden, bossen en weiden, door de seigneur Barral des Baux werd geschonken “aan de inwoners van Bédoin én hun huidige én aanstaande kinderen”. Dus niet aan de gemeente. De berg betekende voor Bédoin relatieve rijkdom, alleen onderbroken door godsdienstoorlogen en pestepidemies. De laatste decennia brachten echte welvaart voor de hele omgeving: twee op de drie inboorlingen leven van de toeristen die ook de lokale producten zoals prima wijn en kazen consumeren.

Het ongebreidelde toerisme en de anarchie die dat soms met zich meebrengt op de berg, en niet te vergeten de druk op de natuur, ligt aan de basis van de felle discussie die sinds 2008 woedt. Of ze van de Mont Ventoux en omstreken geen Parc Naturel Régional moeten maken? Ja, zeggen de streekbewoners die niet al te dicht bij de berg wonen. Geen sprake van zeggen de originele Franse families die rond de berg zijn geboren en getogen. “Ne touche pas à mon Ventoux”, zo staat het op de borden en aanplakbiljetten.

Tol heffen

Het spel wordt hard gespeeld en de achterliggende reden is de jacht. Op de hellingen van de Ventoux stikt het van de everzwijnen en gemzen en in een Parc Naturel wordt de jacht al te veel aan banden gelegd. Maar ook de fietsers zouden wel eens kunnen lijden onder te veel regelneverij die gepaard gaat met zo’n Parc.

Er is een precedent en het is niet bepaald geruststellend voor de fietsers. Ooit was de ook al mythische Puy de Dôme in de Auvergne een fietsparadijs. De laatste twintig jaar mag de Puy niet meer worden beklommen, tenzij een paar dagen per jaar zoals laatst op 19 juni, omdat de druk op het Parc Régional te groot is geworden.

De echte reden is ‘le Panoramique des Dômes’, een toeristisch tandradbaantje dat in 2012 in gebruik werd genomen en sindsdien de lokale kassa’s spijst. Driehonderd man mochten op 19 juni nog eens naar boven per fiets. Stel u voor dat ze de Ventoux afsluiten, tol heffen – of nog erger – en startbewijzen verkopen om per fiets naar de top te mogen rijden…

De zwaarste klim?

De steenpuist kan worden beklommen per racefiets via drie verschillende zijden. Voor mountainbikers zijn er nog twee aparte beklimmingen, een vanuit het noorden en een vanuit het zuiden.

Vanuit Bédoin (de zuidkant) is de meest mythische kant. De klim duurt 21,4 kilometer en stijgt gemiddeld 7,6 procent. Gemiddeld is een gevaarlijk begrip, want de eerste 5 kilometer tot in Saint-Estève stellen niks voor met 3 tot 5 procent. Daarna volgt een 10 kilometer lang zwaar stuk – ‘het bos’ genaamd – zonder verpozing, zonder zicht op de top en met een stijging die varieert tussen 8 en 12 procent. Op tweederde, eens het bos verlaten, begin je aan 6 kilometer tegen 5 tot 7 procent. Voorbij het plateau aan Châlet- Reynard kan de wind in het nadeel spelen en zie je het weerstation en de tv-mast liggen. Voor sommigen is dat een voordeel, voor anderen een groot nadeel. De laatste kilometer is weer steil, met een gemiddelde van 10 procent.

De snelste beklimming ooit staat op naam van de Bask Iban Mayo, die in volle epo-periode in een klimtijdrit tijdens een andere wedstrijd in 55 minuten en 51 seconden boven was.

Nog meer kleppers

In Frankrijk staat de Mont Ventoux gecatalogeerd als nummer 34 in de ranking van zwaarste beklimmingen. Die 33 andere zijn haast allemaal mountainbikebeklimmingen of onbekende steile hellingen over heel slechte wegen. Van de grote bekende cols of bergen staat de Ventoux in Frankrijk op één, met een moeilijkheidsscore van 171.

Ter vergelijking: de ook al mythische Passo dello Stelvio (2.757 meter, 24,3 kilometer, gemiddeld 8 procent) in Italië heeft een score van 191.

Merckx en Froome

Elke min of meer getrainde fietser kan de Ventoux aan. De tweede zwaarste – volgens sommigen even zware – beklimming vertrekt vanuit Malaucène en is ook 21 kilometer lang, met een gemiddelde van 7,6 procent en met een lang aanloopstuk. De derde zijde vertrekt vanuit het oosten, vanaf het stadje Sault. Die is 26 kilometer lang, maar minder steil. In de zestien edities dat de Tour de berg aandeed, kwamen ze dertien keer vanuit het zuiden, twee keer vanaf Malaucène en één keer vanuit Sault.

De grootsten hebben er gewonnen – Charly Gaul in 1958, Raymond Poulidor in 1965 en Eddy Merckx in 1970, die flauwviel over de streep en per ambulance naar beneden moest, wat hem goed uitkwam. Later miste Lance Armstrong zijn afspraak met de geschiedenis door de ritwinst weg te geven aan zijn medevluchter Marco Pantani. In 2013 vergat Chris Froome niet te winnen.

Simpson valt

In 1967 zat de klim vanaf Bédoin in een rit van Marseille naar Carpentras. Tour-favoriet Tom Simpson had al veel tijd verloren en begon uitgedroogd aan de lange klim. Enkele kilometers voor de top, in de desolate steenmassa, ging het licht uit. Simpson viel, werd weer op de fiets geholpen, en viel weer. Zijn hart begaf het. Later zou blijken dat hij amfetamines had genomen, zoals de meeste van zijn generatiegenoten, maar het is niet zeker dat dit de doodsoorzaak is.

Op 1,5 kilometer van de streep voltrok zich het drama en daar staat vandaag, in de steenmassa rechts van de weg, een herinneringsmonument ter ere van de onfortuinlijke Britse Gentenaar. Even stoppen en een bedevaart naar de stèle is een goed idee, maar nadien terug de fiets op kan behoorlijk tegenvallen.

Sportzomer: Greg Van Avermaet in De Morgen 7 juli

 ‘Van Avermaet wint de Tour.

Allez, vandaag toch’

Thierry Gouvenou is dus toch geen slimme parcoursbouwer. Twee dagen lang was er niks te beleven, reden ze per fiets maar wat door Frankrijk, de ene keer al iets sneller dan de andere. Er kwam meteen kritiek: de Tour als behangpapier. Ga plassen, de auto wassen, doe je inkopen en kom dan terug voor de laatste kilometers en je hebt niks gemist. De Tour quoi, weet u het nog: een sport voor rusthuizen (en Vlamingen)?

Je kan het ook anders zien. In de wetenschap dat de Tour de France de zwaarste sportwedstrijd ter wereld is, kan je je ook verheugen over een peloton dat in langere etappes een soort windstilte in acht neemt. Die etappe waarin ze soms geen 30 reden en pas tegen een uur of zes binnenkwamen, zal het eindgemiddelde niet ten goede komen, maar daar heeft niemand van die tweehonderd renners een boodschap aan.

Deze Tour is zwaar in de eerste week, nog zwaarder in de tweede week en superzwaar in de derde, en dan hou je best wat reserve over. Dit zijn nu eenmaal andere tijden. Misschien dat er nog een paar meerijden die onderweg een heel klein beetje bloed bijpompen, maar dat zal het dan wel zijn: een heel klein beetje. Waar vroeger 140-150 werd gereden als 120 de limiet was, en later die snelheid terugzakte naar 130, wordt nu nog 120,5 gereden. En dan, zeggen velen, is dat beetje te snel rijden – lees: dat beetje doping – de moeite van de stress niet meer waard.

Gisteren was het dan weer minder saai, althans voor Belgen. Maar Duitsers, Fransen, Nederlanders, Italianen, Spanjaarden en Engelsen achter hun micro’s, hoe hebben die zich niet verveeld in de live? Misschien dat het moment waarop Greg Van Avermaet met enkele krachtige lendenslagen zijn vluchtmaat Thomas De Gendt eraf reed voor wat animo zorgde, maar daarna was het gewoon wachten tot die jongen van BMC over de streep kwam en de gele trui pakte.

Voor de Vlamingen kon de vreugde niet op en Greg Van Avermaet had alvast twee van zijn felste supporters achter de micro van de VRT en heel veel objectiviteit kwam er niet meer aan te pas, maar dat is niet erg. Drie jaar na Jan Bakelants heeft dit geplaagde wielerland weer een geletruidrager en niet ‘stoemelings’ maar door een loodzware etappe van begin tot eind te kleuren en uiteindelijk te domineren.

Voor Van Avermaet zelf is dit een opsteker van formaat. De man zweeft ergens tussen de uitersten ‘zeer overtuigd van het eigen kunnen’ en faalangst. Alle gradaties daartussen zijn hem niet onbekend. Gisteren was hij overtuigd van zijn eigen kunnen, volgende lente zal het misschien wel weer andersom zijn. Afgezien daarvan is Greg Van Avermaet een geschenk uit de hemel voor de planeet koers. Minder charisma dan Peter Sagan, minder praatjes ook, minder prestaties dat zeker, maar wel altijd en overal zijn stinkende best doen om er wat van te maken. Dat verdient lof en die kreeg hij gisteren bij tonnen van zijn vrienden van de VRT.

“Greg Van Avermaet wil absoluut bewijzen dat hij de beste Belgische wielrenner is, maar hij moet vechten tegen Tom Boonen en Philippe Gilbert”, hoorden we zijn eerste supporter José De Cauwer zeggen. “Die anderen hebben alleen hun palmares.”

Hallo, wel een beetje serieus blijven: alleen hun palmares? Tom Boonen heeft zeven grote klassiekers gewonnen en is wereldkampioen geweest. Philippe Gilbert heeft zes grote klassiekers gewonnen en een wereldtitel. Onlangs won hij ook de Belgische titel, voor wat dat waard is.

Speelweek van de Tour

Greg Van Avermaet heeft geen enkele grote klassieker gewonnen en is ook nog nooit wereldkampioen geworden. Zolang Boonen en Gilbert in het peloton blijven en Van Avermaet geen grote koersen wint, zal hij nooit de meeste aandacht krijgen en daar zullen twee Tour-ritten of deze gele trui niks aan veranderen. En om het predikaat beste Belgische renner van het moment te krijgen, moet er nog wat bij.

Michel Wuyts had de mooiste: “Van Avermaet wint de Tour, allez vandaag toch.” Dat somt het ongeveer op. Er is geen enkele reden om die overwinning te degraderen, maar kaderen kan geen kwaad. We zitten nog in de speelweek en dat de Tour nog moet beginnen, zie je aan het klassement van de bergstand: 1. De Gendt, 2. Van Avermaet, 3. Stuyven. Het lijkt een ode aan Lucien Van Impe veertig jaar geleden, maar dat klassement zal er morgen al heel anders uitzien.

Sportzomer: Cavendish-Hinault in De Morgen 7 juli

CAVENDISH: SCHERP, SNEL

MAAR GEEN HINAULT

We moeten met zijn allen erg blij zijn dat Mark Cavendish opnieuw kan winnen in de Tour, zo valt op te maken uit de hoera-berichten in onze kranten. Hij heeft nu 28 overwinningen, evenveel als Bernard Hinault. ‘Opnieuw winnen’ is niet helemaal correct. Cavendish heeft altijd al gewonnen in de Tour, maar het was de laatste jaren wat dunnetjes en vandaar wellicht de opwinding. Wielrennen heeft zo weinig charismatische figuren. Als er één uit de schaduw treedt, wordt het meteen voorgesteld alsof hij uit de doden is opgestaan.

Vorig jaar won Cavendish ook een rit. Twee jaar geleden dan weer niet omdat hij in de eerste rit in Yorkshire als een gek door alles heen wilde sprinten, ten val kwam en moest opgeven. In 2013 won hij ook twee ritten. In 2012 zelfs drie. Van 2013 tot en met vorig jaar reed Cavendish voor Omega Pharma-QuickStep, later Etixx-QuickStep. “Dat was stress, bij Patrick Lefevere”, zei ‘Cav’. Nu heeft hij geen stress meer, en daarom wint hij opnieuw. Maar zoals gezegd is dat geen juiste voorstelling van zaken.

Cavendish was bij Lefevere een volgevreten vedette geworden, moeilijk nog vooruit te branden en al helemaal geen trainingsbeest. Gevolg: de kilo’s vlogen eraan, waardoor een brug in een vlakke etappe al heel wat jus uit zijn benen haalde, hoewel het talent altijd zichtbaar bleef. Dwingende trainers hebben ze niet bij Belgische ploegen waar ongeveer elke Belgische renner een harde werker is, dus wat zouden ze een buitenlandse megaster achter de veren zitten.

Straks naar Rio

En zo vertrok Cavendish na drie jaren in Belgische loondienst ineens naar Afrika, naar MTN-Qhubeka, dat later de naam zou veranderen in Team Dimension Data. En nu heeft Mark Cavendish geen stress meer en klopte hij, tot grote en begrijpelijke ergernis van diens sportieve baas Patrick Lefevere, zijn opvolger Marcel Kittel, die hem in 2013 nog onttroonde als beste sprinter door vier ritten te winnen en hem op de Champs-Elysées te kloppen.

Lefevere foeterde maandag op zijn ploeg.
Wat is er mis gegaan, Patrick?
“Alles wat ze fout konden doen, hebben ze fout gedaan.”
Dat is motivational talk in Zuid-West-Vlaanderen. Het werkte, want gisteren won Kittel wel.

Mark Cavendish trainde zich dit jaar te pletter om de olympische ploeg te halen en eindelijk lukte dat ook. Hij zal zeker het omnium rijden en staat samen met Bradley Wiggins, Owain Doull, Ed Clancy en Steven Burke op de lijst voor de ploegenachtervolging. Misschien dat hij de series rijdt op 11 augustus, maar op 14 augustus staan al twee zware dagen omnium op het programma.

Hij is kilo’s kwijt, knarsetanden ze bij Etixx-QuickStep. Ja, dat willen we best geloven, maar nu ook niet overdrijven. De omstandigheden waren ‘The Manx Missile’ wel erg gunstig gezind. Een eerste rit kan hij altijd en overal winnen, zeker in een pure vlakke sprint. De tweede rit haakte hij af op de laatste hellingen. De derde rit was een lange maar trage waarin hij geen krachten verspeelde en waarin zijn concurrenten fouten maakten.

Jawel, hij heeft Hinault geëvenaard. In aantal gewonnen etappes althans, want daarvan hebben ze er elk 28. Nu gaat hij achter Eddy Merckx aan, die er 34 heeft. Soms worden de overwinningen van Merckx en Hinault afgedaan als makkies: er zaten veel tijdritten bij. Je moet op een fiets hebben gezeten om te weten dat een tijdrit rijden en winnen nog wel andere koek is dan een sprintetappe. Het zijn twee verschillende koersen, maar in de hiërarchie staat een tijdrit mijlenver boven een sprintetappe.

Mark Cavendish kan Bernard Hinault nooit evenaren of eventueel voorbijsteken. Hinault reed in de tijd dat een etappe winnen in de Tour nog niet de waarde van een villa had, dat sympathieke en ongevaarlijke vluchters niks in de weg werd gelegd. En Eddy Merckx mag dan al iets meer kannibaal zijn geweest, ook hij gaf soms wel eens een rit weg.

Als Mark Cavendish straks aan het eind van zijn carrière naar boven kijkt en zijn bril opzet, zal hij hopelijk in de verte de enkels van Hinault en Merckx zien. Deze heren hebben respectievelijk 28 en 34 ritten gewonnen, maar ook elk vijf keer de gele trui tot in Parijs gedragen. Eén eindoverwinning is oneindig veel meer waard dan honderd keer in een zetel naar de streep te worden gepiloteerd om daarna 50 meter op kop te komen en met doodsverachting op die streep af te stormen.

Sportzomer: De Overgang – 5 juli 2016 in De Morgen

20160705_De-Morgen_p-27-mail

DE OVERGANG

Even rewind naar vrijdagnacht. Tegen de gewoonte in was ik na het drama tegen Wales blijven hangen op de persconferentie, waar Marc Wilmots nogal laat verscheen. Het is hem vergeven, ook als hij nooit meer was verschenen. Dat had het voor iedereen makkelijker gemaakt. Daarna moest de verzamelde pers het persvliegtuig op naar Bordeaux, 800 kilometer vliegen om daar de koffers te maken, de auto in te stappen en spoorslags 800 kilometer richting België te rijden. De spelers vlogen ook eerst naar Bordeaux en kort daarna naar Brussel, om daar zaterdagochtend als dieven in de nacht te verdwijnen.

Ik reed die vrijdagnacht gewoon naar huis, nog geen 75 kilometer ver. Met voorspellende gaven had dat niks te maken. De volgende wedstrijd zou vijf dagen later in Lyon zijn en ik had het gehad met Le Haillan, waar alles top in orde was, behalve het toilet met dat houtzaagsel – nog een werkpuntje naast de bondscoach, voetbalbond! Le Haillan, dat was ook te veel nietszeggende persconferenties van spelers die liever niet zouden spreken en te veel voetbaljournalisten op een kluitje bij elkaar. Na drie weken leek het daar op zo’n inteelteiland waar al na enkele generaties de eerste misvormingen optreden, met dat verschil dat die misvormingen bij sommige voetbaljournalisten… Ach neen, laat maar.

De autotrip naar huis in het holst van de nacht verliep voorspoedig, behalve dat de gps een heel lange file meldde aan de grensovergang bij Rekkem. Om die te vermijden, zijn er binnenwegen. De trip van de overgang kreeg in die nacht van 1 op 2 juli een wel erg symbolische betekenis toen voor de grootlichten van de auto ineens het naambordje van het gehucht Le Dronckaert opdoemde. Een hele film speelde zich af.

1998 was het jaar dat ik voor het eerst over wielrennen zou schrijven, door die doping-Tour. 1998 was het jaar dat Festina-soigneur Willy Voet werd tegengehouden bij datzelfde Le Dronckaert. Hij was verklikt door een ontslagen collega en in zijn auto zat genoeg doping voor drie ploegen. Niet voor zijn eigen ploeg, want dat spul zat in Lyon in een garage in grote ijskasten, maar voor andere Franse ploegen en voor minimaal één sportdirecteur die vandaag nog grote sier maakt in het Tour-peloton. Hij weet dat ik het weet en hij is als de dood dat dit wordt opgerakeld.

Een gemeenschappelijke kennis vroeg laatst langs zijn neus weg of het klopte dat ik aan een reconstructie werkte, te verschijnen twintig jaar na datum. “Nu heeft hij mij op ideeën gebracht”, antwoordde ik. Er zijn geen plannen, neen. Als ik straks in de
Tour verschijn en weer verdwijn, zal ik zijn ogen voelen branden van achter de gefumeerde glazen van zijn bus met die rare kleurencombinatie. Zo, dan weet u nog niet over wie ik het heb, en dat houden we zo.

Het lijkt wel of de Rode Duivels het erom hebben gedaan, kwestie van de wielerliefhebbers te plezieren: zich laten uitschakelen daags voor de Tour van start gaat, zodat het voetbal naadloos kan overgaan in het wielrennen. Die halve finales van dat Euro 2016 – Portugal-Wales godbetert – zijn onze zaken niet meer en die finale volgende zondag nemen we er nog wel bij, na de koers.

Euro 2016 was absolute topsport, ook de Rode Duivels, jawel. Topsport is de Tour de France nog meer en precies over een maand worden de Olympische Spelen geopend en ook dat is (niet altijd, maar vaak) topsport. Drie keer topsport, drie totaal verschillende milieus.

Neem nu de journalisten. In het wielrennen spreken de twee grote Vlaamse sportkranten tegen elkaar of zeggen minimaal beleefd goeiedag. In het voetbal totaal niet. I kid you not: journalisten van de ene grote sportkrant lopen die van de andere straal voorbij. Ik ken ze allemaal en ik zeg tegen bijna iedereen goeiedag. Op de Olympische Spelen in Rio zullen we dat probleem niet hebben; haast alle geaccrediteerde Vlaamse krantenjournalisten hebben een verleden bij De Morgen, dus dat zal wel loslopen.

Inmiddels is de Tour drie dagen ver en die Karl Vannieuwkerke zit nog steeds voetbalpraatshows vol te lullen. Hoe verzinnen ze het bij die VRT? Er was een rit gisteren, maar geen Vive le vélo, wel Panenka. Mijn overgang is compleet verstoord.

 

 

Waarom Wij Wilmots Weg Willen in De Morgen van 4 juli 2016

Waarom Wij Wilmots Weg Willen

“Weak Wilmots gives Wales plenty of hope.”

“I think Marc Wilmots has been the main reason why Belgium have yet to fulfil their massive potential. I have felt for some time that Belgium are a really good manager short of being the best team in the world…”

Kort samengevat: Wilmots is het probleem, hij is de reden dat België niet het beste landenteam in de wereld is. Het is copy-paste uit een artikel in The Times, geschreven door een Welshman. De auteur is Craig Bellamy, analist voor die krant en Sky Sports en voormalig aanvaller van de Welshe nationale ploeg. Bellamy was een slimme voetballer, een mannetje dat tussen de lijnen liep, zoals dat vandaag heet. Het is wat makkelijk, nietwaar, dat messen slijpen met zo’n 3-1 in de bak? Maar opgelet: boven het artikel staat een datum, July 1 2016. 1 juli was afgelopen vrijdag, de analyse van Bellamy verscheen dus de dag van de wedstrijd en ze bevestigt wat iedereen weet die ook maar iets van voetbal kent: Wilmots Kan Het Níét.

Hiërarchie is heilig

Kan Wilmots niks? Niet veel alvast dat een bondscoach móét kunnen. Zelfs zijn geroemde peoplemanagement is een sof en bestaat hoofdzakelijk uit het in de watten leggen van alle spelers, hen niet te veel lastigvallen met lange analyses en het op een piëdestal zetten van enkele absolute toppers, Vincent Kompany en Eden Hazard op kop. Kompany stond overigens in diezelfde The Times van afgelopen vrijdag en hij zei: “Wilmots heeft een visie over hoe de dingen moeten gebeuren en ik denk dat je die visie hebt teruggezien in de voorbije drie wedstrijden.”

Als geen visie ook een visie is – maar daar moeten filosofen zich over buigen – dan hebben we die inderdaad teruggezien. Kompany’s opmerking is gratuit, c.q. hypocriet en ze kan worden geklasseerd bij wat Eden Hazard na de wedstrijd zei: “De spelers staan nog allemaal achter de coach.” Het zijn terugbetalingen voor vier jaar van laisser-faire, laisser-aller, laisser-passer, waarbij de sterren van het elftal met rust gelaten werden en de workload werd bepaald door de spelers.

Neen, dan liever een Thibaut Courtois die zowel na Italië als na Wales zijn hamer bovenhaalde en op dezelfde nagel klopte: tactisch zat het fout. Na Wales was het zelfs een voorhamer en ik begrijp Jan Mulder op dat grasveld voor de VRT niet, als die vindt dat Courtois vóór de wedstrijd die opmerking moet maken en hij Courtois daarom net niet laf noemt. Of ik begrijp hem wel: de achtbare Mulder, die ik hoog heb zitten inzake recalcitrantie en met wie ik zijn liefde voor mooi voetbal en meer strafschoppen en rode kaarten deel, weet niet meer hoe een hedendaags team functioneert.

De hiërarchie is er heilig, de samenhorigheid doorbreek je niet, je maakt vooral geen stennis vóór een wedstrijd en je ondergaat wat de baas zegt want de baas heeft gelijk, ook al heeft hij geen gelijk. Courtois is ‘maar’ een doelman, net 24 geworden en al top drie in de wereld na Neuer en Buffon, maar slechts een doelman en met een doelman bespreek je hoeveel en vooral welke spelers aan welke paal moeten staan en voorts, vindt Wilmots, moet een keeper ballen tegenhouden en zich niet bemoeien.

Het lijkt mij ook niet dat Wilmots hem ooit heeft ingeschakeld in een tactische training – Wilmots en tactische trainingen zijn sowieso al water en vuur – waarin hij de uitvoetballende laatste man is die onder hoge druk het spel op gang brengt zoals Manuel Neuer dat moet doen onder Löw. Of dat Wilmots hem heeft gevraagd hoe de buffer voor de verdediging kan kantelen en knijpen of wat dan ook.

Fysieke slag

Maar het zat echt niet alleen tactisch fout. Zowel tegen Italië als tegen Wales werden de Belgen overlopen door een energieke 3-5-2, een veldbezetting waarbij veel en hard wordt gelopen en waarbij de slag uiteindelijk ook op fysiek vlak wordt beslist. Fysiek waren
de Belgen niet top. We zullen nooit de uitdraaien van de hartslagmeters krijgen, maar ik zou die workload op die trainingen van de voorbije maand wel eens willen zien. Wellicht is – weeral om de spelers te plezieren – niet al te hard gewerkt in die eerste weken en dan is het lastig om dat nadien weer op te pikken en gaat bij de snelle opeenvolging van wedstrijden de kaars uit. De blessure van Hazard na Hongarije kan evengoed vermoeidheid zijn geweest waarvan hij maar niet recupereerde.

Een van de kritische opmerkingen over het Belgische elftal is het gebrekkig druk zetten bij balverlies. Af en toe sprintte er wel eens één naar een tegenstander, maar dat was geen constante en het was vooral geen gezamenlijke inspanning, waardoor Wales verbazend makkelijk op de Belgische helft terechtkwam via hooguit twee driehoekjes. Romelu Lukaku leek bijvoorbeeld niet fit, hoe hij na een lange sprint tegen Hongarije minutenlang stond uit te hijgen. Niet fit betekent niet scherp en dat was hij ook niet.

Eden Hazard evenmin. Als die mee verdedigde, duurde het een eeuwigheid voor hij weer voorin te vinden was. Duitsland gezien tegen Italië, zaterdag? Oké, dat is Duitsland, die hebben altijd al kunnen lopen, maar de Duitsers kunnen tegenwoordig ook voetballen en ze hebben Italië weliswaar niet op de knieën gekregen, maar de fysieke slag hebben ze met brio gewonnen.

Laten we het nog eens samenvatten, abstractie makend van subjectieve argumenten als zijn zelfvoldaanheid, zijn aplomb, zijn tunnelvisie en de begrijpelijke staat van ontkenning waarin hij nu verkeert. Waarom wij Wilmots weg willen:

# In balbezit zijn er geen patronen om een verdedigend blok te ontwrichten.

# Bij balverlies is er geen teamtactiek om gezamenlijk druk te zetten.

# Er is geen draaiboek met lasten en lusten per positie in het elftal en met de verschillende veldbezettingen.

 

# Er is geen evenwicht in het team tegen een tegenstander die tactisch goed is georganiseerd en de bijsturing door de coach is ondoeltreffend.

 

# Er is sinds de worldcup in twee jaar geen vooruitgang gemaakt met stuk voor stuk betere en oudere spelers.

# Het team speelt niet beter op een toernooi met een voorbereiding dan voor een ad hoc interland.

# Zijn zelf samengestelde technische staf bestaat uit meelopers en hij heeft nagelaten om er een tactisch analist bij te nemen.

# Hij heeft zichzelf niet bijgeschoold.

# De trainingen zijn saai, en zelden tactisch.

# Fysiek is de ploeg niet in staat om met de toplanden te strijden.

# Al het voorgaande wordt gedeeld door media, analisten in binnen- en buitenland en door enkele spelers die lijntjes hebben lopen naar de buitenwereld en die al op de worldcup hun twijfels hebben geuit.

# Door al het voorgaande groeit nu een twee- spalt in het team en die begint verdacht veel over de linguistieke breuklijn te lopen.

Marc Wilmots verdedigt zich. Terecht. Alleen houdt zijn enig argument geen steek. De verwijzingen naar zijn palmares – Belgium’s most winningest coach! – zullen ongetwijfeld in het Midden-Oosten of Afrika de ogen uitsteken en daar kan hij dan ook makkelijk naartoe. Hier te lande en in Europa weet iedereen dat je deze generatie goede voetballers – de beste ooit, wat men ook beweert – en dat programma – twee tegenstanders uit de top twintig en twee keer kansloos verloren – een geschenk uit de hemel was. Zet een aap in de dug-out en hij doet misschien even goed.

Hebben de spelers schuld aan dit debacle? Een beetje wel, met de nadruk op een beetje. Als de ploegbaas er een zootje van maakt op de werkvloer, dan gaan de werklui vrijuit, zo simpel is dat in sport. Als een bewezen autoriteit in het trainersvak ook niet verder zou komen met deze groep, dan pas kun je stellen dat onze gouden generatie van bladgoud is, niet eerder.

Profiel nieuwe coach

Hoe het nu verder moet? Tja, als je ziet dat ene Bart Verhaeghe nu vanuit zijn bijbaan als ondervoorzitter van de voetbalbond de chef wordt van het technisch departement, dan is dat niet iets om onmiddellijk vrolijk van te worden. Verhaeghe meent dat de nationale ploeg geen doel op zich is, hooguit een marketingtool die geld moet opbrengen maar vooral geen eigen commerciële activiteiten mag ontwikkelen die zijn club concurrentie zouden aandoen.

Een sterke, dus een dure bondscoach aanstellen, zal evenmin een prioriteit zijn voor de voetbalbond die door de profclubs verplicht wordt te besparen. Dat staat diametraal tegenover de realiteit: Wilmots is onhoudbaar geworden na dit toernooi. Geef de brave man zijn C4, laat hem tot rust komen in zijn gezin, onderhandel over zijn vertrekpremie (een halvering van dat miljoen is haalbaar), en ga op zoek naar een autoriteit.

Het profiel is duidelijk: een tactisch onderlegde coach, van wie alle spelers kunnen bijleren en bij wie niemand er de kantjes mag aflopen. Waarom niet nog eens een buitenlander proberen? De hele wereld benijdt ons deze generatie en er zijn er vast wel die Belgium de snelste weg naar coachingroem vinden.

De dunne, de kleine en de oude: de Tour 2016 in De Morgen van 2 juli

De dunne, de kleine en de oude

Het kan een spannende Ronde van Frankrijk worden, maar dan moet heel Europa of de hele Spaanssprekende wereld samenspannen tegen de Britse machine van Sky. Want anders rijdt Vroom-Froome simpelweg naar zijn derde overwinning. Voor hetzelfde geld zit na het eerste Pyreneeën-weekend nog evenveel spanning in deze Tour als lucht in een lekke band.

Voor het eerst staan de drie beste groterondewinnaars van de laatste vijf jaar samen aan de start van de Ronde van Frankrijk, de zwaarste wielerwedstrijd, de zwaarste sportwedstrijd tout court. Aan de start een dunne favoriet, een oudere uitdager en een klein klimmertje. Chris Froome, Alberto Contador en Nairo Quintana beloven ons bergop en in de tijdritten te zullen vermaken met een spervuur aan aanvallen, tactische zetten, sluwe combines of gewoon met watts op overschot.

Dit is een bijzondere Tour, die doet denken aan die van 1998. Toen ging die van start in Ierland om de concurrentie met het aan de gang zijnde wereldkampioenschap voetbal uit de weg te gaan. Het liep slecht af voor die Tour: niet alleen werd het halve peloton uit de race gezet of stapte het zelf op na de ontmaskering van soigneur Willy Voet, maar de Franse nationale elf schopte het tot de finale van de worldcup en won die ook. De Tour verdween naar de gerechtelijke pagina’s en stelde sportief niets voor.

Ook zonder dopingschandaal behoort een herhaling van dat scenario tot de mogelijkheden, maar dan moet Frankrijk midden volgende week toch eerst voetballend voorbij Italië of Duitsland. Als Les Bleus de finale spelen in het Stade de France op 10 juli, zal de eerste week van de Tour in een soort achterkamertje worden beleefd. Het is niet anders: het circus van de fiets kan niet meer concurreren met Koning Voetbal.

Spektakel

Eerst de wedstrijd zelf. De parcoursbouwer heeft gezien dat Chris Froome in een traditionele Tour de France met vlakke tijdritten en aankomsten bergop na lange slopende etappes nauwelijks te kloppen is. Een wedstrijd waarin de pure fysiologie het haalt op de kunst van het koersen, en de waarden van de vermogensmeters de einduitslag voorspellen, daar houden de organisatoren niet van. In het bijzonder niet als de winnaar geen Fransman is.

En dus is het parcours een beetje anders dan andere jaren. Er zijn niet al te veel tijdritkilometers (37 en 17 km) en de tijdritten met veel bergop zijn niet ongunstig voor de Colombiaanse berggeit Quintana. Net als de vier ritten met een aankomst op een col of een top, waaronder in de twaalfde etappe op de Quatorze Juillet de mythische Mont Ventoux, en dan hebben we vier dagen eerder de zware klim naar Arcalis gehad in Andorra. De bergritten zijn in de derde week in de Alpen ook compacter, waardoor de aanvaller is bevoordeeld. Vier potentiële aankomsten boven op een helling eindigen daar niet, maar worden gevolgd door een laatste afdaling, de ene keer al langer dan de andere. Een voorspelling: in die afdalingen worden straks ongeziene risico’s genomen om tijdverlies goed te maken en gezien het voorspelde kwakkelweer… de rest kunt u zelf invullen. De Tour begint steeds meer op de Giro te lijken; als het maar spektakel oplevert.

Dat spektakel, circus kan ook, wordt meteen al verwacht in de eerste etappes in het winderige en als nat aangekondigde Normandië, waar stuurmanskunst en koersinzicht cruciaal zullen zijn en waarin veel, heel veel, zal worden gevallen. Wat dat betreft lijkt deze Tour in zijn aanloop een beetje op die van 2014. Toen vielen drie smaakmakers in de eerste helft van de wedstrijd weg: Mark Cavendish, Chris Froome en Alberto Contador haalden Parijs niet, deels ook door eigen schuld.

Vincenzo Nibali bleef overeind en won. Hij is er na zijn overwinning in de Giro van dit jaar opnieuw bij. Net zo gek als Alberto Contador vorig jaar. Hij won toen de Giro zonder één rit te winnen en trok in één ruk door naar de Tour, waar hij zich leegreed en vijfde werd. Die fout maakt hij dit jaar niet meer, maar of die herwonnen frisheid zal volstaan, is hoogst twijfelachtig. ‘Alberta’ – zo noemt zijn baas Oleg Tinkov hem – lijkt over zijn top.

Een kaars die uitgaat

Sky heeft de sterkste formatie, een falanx exclusief gericht op de ondersteuning van kopman Chris Froome. Bij Movistar rijden ze voor Nairo Quintana, maar wil Alejandro Valverde ook een prijsje pakken en in de bende van Tinkoff heeft Peter Sagan ook ambities. Hij is in de bergetappes van geen nut voor Contador.

Alleen als Movistar en Tinkoff de handen in elkaar slaan voor een Spaanssprekende entente tussen Quintana en Contador, dan zou Sky het wel eens heel lastig kunnen krijgen om de wedstrijd te controleren. Maar dan nog zal deze Tour uiteindelijk worden beslist op een helling in een strijd van man tegen man, van watts tegen nog meer watts en minder kilo’s tegen nog minder kilo’s.

Alberto Contador begon het jaar goed met een overwinning in de Ronde van het Baskenland, maar in de Dauphiné moest hij Chris Froome lossen op de lange hellingen. Froome won die Dauphiné nadat hij eerder al de Herald Sun Tour op zijn naam had geschreven. Nairo Quintana ten slotte won de Ronde van Catalonië en de Ronde van Romandië.

Dan is er nog BMC, waar Greg Van Avermaet graag een ritje zou winnen en Richie Porte voor de eindoverwinning gaat. Hij lijkt geen winnaar, omdat hij altijd wel een jour sans heeft, maar kon wel Froome bijhouden in de laatste Dauphiné. Afwachten dus. Dat soort gasten maakt deze Tour zo bijzonder. Zij zullen de bommetjes gooien op plaatsen waar de favorieten dat liever niet hebben. Dat geldt ook voor Thibaut Pinot en Romain Bardet, maar met de Fransen in de koers is het zoals met de Engelsen in het voetbal: veelbelovend, maar al te vaak gepatenteerde losers als het licht helemaal uitgaat.

Bij Chris Froome gaat het licht ook uit, maar dan als een kaars. Vorig jaar leek hij even te kraken in de voorlaatste rit naar l’Alpe d’Huez, maar niemand die beter weet wat er in zijn energiedepots in de spieren nog aan brandstof verscholen zit en hoe die aan te vullen. Dus overleefde Froome die rit. Dit jaar is er een identieke voorlaatste etappe naar Morzine. Alleen moet ultiem nog worden afgedaald van de Col de Joux Plane en daarvan zegt Lucien Van Impe in een Tour-bijlage dat het een levensgevaarlijke afdaling is. Spektakel vóór alles.

Vrijdag 8 juli wordt een cruciale dag. Dan duikt het peloton Les Hautes-Pyrénées binnen en ligt de streep op 7 kilometer na de top van de Col d’Aspin. Zeven dagen lang is aan hoge snelheden gereden over heuvels en door dalen en daar doemt dan ineens na 150 kilometer de Aspin op, allesbehalve een lopertje. Wel een kolfje naar de hand van de troepen van Froome, die ongetwijfeld die bruuske overgang hebben getraind. Was hij Armstrong en zijn ploeg US Postal geweest – en dat zijn ze allebei een beetje – dan reden ze daar al de tegenstand uit de wielen en probeerden ze het verschil te maken, zoals vorig jaar naar La Pierre Saint-Martin. Alleen lag toen de aankomst op de top en volgt er nu nog een korte afdaling. Een Tour voor waaghalzen, zowel in de aanval bergop als in de afdaling daarna, dat wordt het.

De Britse vijand

Een onbekende factor is de brexit en de houding van het publiek tegenover het Team Sky. De mooi gestileerde zwart-blauw-witte outfit werkte vorig jaar al danig op de zenuwen van de Fransen, dat zal nu niet minder zijn. Maar nu dreigen ze ook te worden overgoten met bier en/of urine of minimaal te worden beschimpt door alle Europeanen. Vergis u niet, op de flanken van de hellingen gebeuren buiten het zicht van de camera’s en de jury soms rare dingen.

Een terugkerend item wordt alvast het Franse ongeloof met betrekking tot alle prestaties die de Franse renners overvleugelen. Dat wordt dit jaar extra in hand gewerkt door de verschijning van het boek Le Cycliste Masqué, dat op deze pagina’s nog aan bod zal komen. In dat boek verhaalt een anonieme wielrenner – wellicht meer dan één – samen met de onvermijdelijke Antoine Vayer (een trainer bij Festina in 1998 en nu columnist bij Le Monde) over het deels geheime leven van het peloton. Al meteen in de inleiding wordt brandhout gemaakt van het Britse systeem door Tour-winnaar Bradley Wiggins van onmogelijke prestaties te beschuldigen. De toon is daarmee alvast gezet.

Aangezien Chris Froome nog steeds op zijn fiets zit als onze postbode toen die nog met een fiets kwam en hij er op het eerste gezicht niet gezonder is op geworden en evenmin gespierder, mag u zich aan een niets ontziende campagne van halve en hele insinuaties en beschuldigingen verwachten. Waarom ook niet: zonder al die zwartmakerij zou de koers niet half zo plezant zijn.