Column Iedereen trainer in De Morgen van zaterdag 21 december 2019

Iedereen trainer

 

Van de week op de radio: “Philippe Clement heeft de Trofee Raymond Goethals gewonnen. Die bekroont de trainer die het best de waarden van Raymond Goethals benadert.” Of toch in die woorden, ongeveer. Het begrip waarden werd in één zin gebruikt met Goethals en dat volstond om haast in de gracht te rijden.

Zoals ik het verbazingwekkend vond dat wij ooit een jeugdprijs de naam gaven van een veroordeelde dopingzondaar (in het wielrennen) en er nog steeds (ook in het wielrennen) een grote prijs bestaat van een veroordeelde dopingzondaar, is ook de Raymond Goethals-trofee totaal misplaatst.

Over welke waarden hebben we het? Dat hij voetbal zag? Dat hij zelden of nooit aanviel en afwachtte? Daar kun je over discussiëren en van mening verschillen. Maar waar geen discussie over bestaat, is zijn rol bij twee omkoopdossiers: de eerste keer bij Waterschei- Standard in 1982 was hij de initiatiefnemer en de tweede keer bij de wedstrijd Olympique de Marseille tegen Valenciennes was hij de coach die wist van de omkoping. Twee keer ging het om een ‘ontmoedigingspremie’ voor de tegenstander, zodat die niet te fel zou spelen, waarna de eigen ploeg een paar dagen later frisser aan het Europees duel zou kunnen beginnen. Twee keer speelde Goethals een centrale rol en naar die man noemen wij de trofee voor de voetbaltrainer van het jaar. Als het er al niet over is, grenst dit toch aan normvervaging. Typisch voetbal.

Benieuwd welke voetballers van de Golden Generation – die tot nog toe niet verder is geraakt dan brons voor alle duidelijkheid – over tien of twintig jaar die trofee mogen komen ophalen. Misschien is er tegen die tijd een Belgische trainer doodgegaan die echt iets heeft gewonnen en naar wie we een prijs noemen en niet zoals Goethals moest voetballen zoals zijn voorzitter Bernard Tapie hem opdroeg en daar warempel een Europese titel mee won.

Onze Rode Duivels krijgen een verkorte trainerscursus, zo raakte van de week bekend. Althans, die krijgen ze cadeau van de bond en volgens de eerste geruchten is er heel veel interesse. De cursus zal worden ingericht bij de stages van de Rode Duivels in het kader van interlands. Als dat klopt, hebben de trainingen of die lessen niet veel te betekenen, maar dat laatste was al langer bekend. Als je ziet wie ze allemaal heeft gevolgd, van wie je vermoedt dat ze amper hun naam foutloos kunnen spellen, dan weet je het wel. Inschrijven en betalen staat gelijk aan slagen.

Als er sprake is van een verkorte cursus moet er ook een volledige cursus zijn. Wat zouden ze dan wel verkorten voor die internationals? Voor welke vakken zijn die vrijgesteld?

Internationals hoeven niet meer te leren om tegen een bal te stampen, dat is duidelijk. De basis van tactiek zullen ze ook wel onder de knie hebben, en zelfs een groep met de juiste instelling op het veld brengen moeten ze vanuit hun ervaring kunnen. Maar trainen is zoveel meer dan weten hoe er moet worden gevoetbald.

Misschien is het de bedoeling dat onze gouden generatie meteen een elftal sterren of galácticos gaat aansturen, en in dat geval kan een kind de was doen. Toptrainers bij topclubs hebben topassistenten zoveel ze willen. Linietrainers, conditietrainers, hersteltrainers, hulptrainers… Noem het op en ze hebben het in drievoud. Maar zelfs dan heb je skills nodig om de hele fabriek aan te sturen. Nu zal ik misschien wat overdrijven, maar deze generatie is doorgaans zo wereldvreemd dat ze nauwelijks nog met echte mensen in contact komt en op gras een spel speelt dat ze kent van de computer.

Ongetwijfeld weten ze als geen ander hoe het spel moet worden gespeeld en kan worden gespeeld als hun baasjes hun spel tenminste weten op te pikken, maar ook dan hebben we dit seizoen geleerd dat zelfs een slimme voetballer/mens als Vincent Kompany zich daarop kan verkijken.

Alles wat ze beter kunnen dan een modale collega zal hen eerder hinderen dan helpen om een goeie trainer te worden. Het is slim om de oefenstof van Pochettino, Guardiola of van de geniale gek Bielsa te hebben opgeschreven, maar je schiet er geen ene moer mee op. Topvoetballers hebben geen verkorte maar een verlengde cursus nodig.

De eerste eigenschap van een trainer/coach is het inschatten van de capaciteiten van zijn groep en daar een spel mee spelen dat die groep wil en kan spelen. De tweede is daarvoor de gepaste oefenstof ontwikkelen en de derde is spelers beter maken, ook door uitdagende oefenstof. Dat moet je leren, door scha en schande en door onderaan te beginnen. Dat is een leerproces en daar valt niks aan te verkorten.

 

20191221_De-Morgen_p-19

Column Parafernalia in De Morgen van maandag 16 december 2019

Parafernalia

Wat Jeff Hoeyberghs en Anderlecht gemeen hebben, is dat het geweeklaag om hun boodschap inmiddels vele malen belachelijker is dan de boodschap zelf. Verder is er geen vergelijking tussen hen, tenzij dat Anderlecht en Hoeyberghs geen openingen meer vinden waar ze hun ding in kunnen doen. (Ik schrijf het maar op zoals het is gezegd, met excuses.) Of nog: dat ze niet weten wanneer ze moeten zwijgen.

Anderlecht gooide van de week olie op het eigen vuur met een brief waarin de supporters werd uitgelegd dat het misschien dit seizoen niet zal lukken. Communicatief is het bij RSCA een zootje, zoveel is duidelijk. De club heeft David Steegen, die een jaar geleden door Coucke opzij gezet was, maar recent weer op het hoofdspoor gerangeerd werd. Vincent Kompany heeft voor zijn boodschappen en imago zakenpartner Klaas Gaublomme en Marc Coucke werkt voor zijn persoonlijke communicatie met Wim Demeyere.

De brief is een schuldbekentenis, aldus de supporters. Of een knieval, aldus de media. Sowieso niet te vatten, zeggen analisten. Conclusie: Anderlecht onwaardig. Nog maar eens is een barrière gesloopt. Straks eisen de supporters bij elke wedstrijd een brief waarin wordt uitgelegd wie speelt, hoe er zal worden gespeeld, wie zal worden vervangen en waarom, om te eindigen met een oproep aan de fans of ze suggesties hebben voor de ploeg van volgende week.

Die supporters krijgen steeds meer noten op hun zang. Dat heb je natuurlijk als je er een gewoonte van maakt om de fans te gaan groeten. Ooit begon dat bij hoge uitzondering na winst op een erfvijand of na een titel. Gaandeweg werd dat uitgebreid naar alle winstwedstrijden. In België is het de laatste jaren de gewoonte om de fans altijd te gaan groeten: dikke of magere winst, gelijkspel, nipt of zwaar verlies, de spelers zullen zich na afloop naar de harde kern begeven en daar de lofbetuigingen, c.q. beledigingen in ontvangst nemen. Chadli liet zich uitkleden. Wat komt hierna? Voetbalspelers die als dokter Livingstone in de brousse parafernalia meenemen naar de stamhoofden met het doel om hen gunstig te stemmen?

Inmiddels zijn we het proces dat Anderlecht doormaakt uit het oog verloren. Vele malen interessanter in dat verband was het nieuws dat Anderlecht zich in de toekomst zou beroepen op een revolutionair scoutingsysteem, de Current Impact Score.

Scouting is een moeilijk verhaal in voetbal, omdat het geen sjablonensport is waarin steeds weer dezelfde vooraf doorgesproken wedstrijdacties worden opgezet. Voetbal is daarnaast ook nog eens de laagst scorende sport die de mens heeft uitgevonden en is daarom afhankelijk van toeval. Anderzijds kan je toeval een handje helpen door de dingen juist te doen en niét te laten afhangen
van de inspiratie van het moment. Dieumerci Mbokani wordt altijd als voorbeeld aangehaald: loopt geen meter te veel, is een alibiverdediger als geen andere, maar scoort, altijd weer. Conclusie in het scoutingrapport: prima voor België, maar hoger schiet je er niks mee op, wat ook is gebleken.

Er zijn twee soorten scouting: prestatiescouting en het veel meer gecompliceerde talentscouting, dat naar de potentie op zoek gaat. Prestatiescouting is simpel: je laat een computer los op alle acties en je brengt in kaart hoeveel en waar een speler heeft gelopen, hoe vaak aan welke snelheid, gewonnen duels, doelpunten, schoten op doel en niet te vergeten wat zijn tegenstander inmiddels heeft gepresteerd. Dat is een momentopname en geen hersenchirurgie, voor alle duidelijkheid. Het komt er op aan veel data te hebben van diezelfde speler en van vergelijkbare spelers in eenzelfde systeem. Als je vervolgens weet wat zijn opdrachten waren, en die van de spelers rond hem, pas dan kan je een prestatie min of meer beoordelen.

Het lijkt mij dat het Current Impact System prestatiescouting is. Veel interessanter voor Anderlecht is talentscouting. Dat begint bij de fysieke capaciteiten van een voetballer: de uithouding, de pieksnelheid, de belastbaarheid. Allemaal moeilijk te meten, al helemaal als daar de mentale component bij komt. Het minst moeilijke om in kaart te brengen zijn de voetbalcapaciteiten, dat ziet het oog van de meester. Het allermoeilijkste is dan weer hoeveel rek er nog zit op de technische, tactische en fysieke ontwikkeling.

Ach, Anderlecht maakt het allemaal veel moeilijker dan het is en heeft zich verloren in een communicatie waaruit het geen uitweg meer ziet. Het verhaal, ook naar de supporters, had simpelweg moeten zijn: “Ja, de club gaat door een dal, maar soms moet je een stap terug zetten, om achteraf veel beter te doen. Neen dus, we zullen geen kampioen spelen. Ooit weer wel. Wanneer? Zo snel mogelijk.”

 

20191216_De-Morgen_p-19

Column De Europese flosj in De Morgen van 14 december 2019

De Europese flosj

Vijf Belgische clubs begonnen in augustus aan het Europees avontuur. Vier mochten naar de poulefase en als die Antwerpenaars het zot niet in de kop hadden gekregen, dan waren ze met vijf. Van die vier waren twee bij voorbaat kansloos, niet toevallig kampioen Genk en Club Brugge in de Champions League.

Voor Club was dat een succes, want een tweede Belgische deelnemer die zich via de voorrondes van het kampioenenbal plaatst is een zeldzaamheid. En zie, Club is een van de Belgische teams die doorgaat omdat het netjes derde werd in een aartsmoeilijke groep.

KAA Gent is een andere overwinteraar. Gent won zowaar zijn poule in de Europese tweede klasse, ook bekend als de Europa League. Standard verknoeide naar de traditie van het huis zijn kansen en nam donderdag afscheid van Europa.

Voor het eerst in de formule met 32 teams en met één poulefase komen alle zestien teams in de tweede ronde van de Champions League uit de grote vijf voetballanden. Grootste slachtoffer was het dit seizoen net iets minder wonderbaarlijke Ajax Amsterdam. Net iets minder betekende net iets minder stevig, vooral dan achterin, net iets minder dominant in het midden, net iets minder dodelijk voorin. Braindrain op cruciale posities, dat is de realiteit. Zestien ploegen uit de G5 is geen statistiek en voorlopig geen nieuwe trend. Tot nader order is het toeval.

Nog toeval: Gent als hoogst gerangschikte Belgische club op de Europese coëfficiëntentabel. Dat is een momentopname die rekening houdt met de laatste vijf jaar. Volgend jaar verliezen ze de punten van hun verrassende tweede ronde van de Champions League uit 2015-2016. Zelfs als Gent deze keer doorgaat tot de halve finale van de Europa League zakken ze flink wat plaatsen. En België ook.

Europees voetbal is goed om af en toe een aardige cent bij te verdienen, goed voor het ego van de Napoleonnetjes die onze clubs besturen, maar voorts schiet je er niet mee op. Gent ging een jaar na de achtste finale in de Champions League nog door op het elan en klopte Tottenham in de Europa League, maar heeft met al die miljoenen weinig kunnen aanvangen.

Europese inkomsten zijn voor onze Belgische clubs de flosj op de kermis. Dat ding hangt daar, als je het kunt pakken kun je trots
een rondje draaien, maar evengoed grijp je de volgende keren altijd weer naast. Waar je niet jaar na jaar na jaar kunt op rekenen, laat daar nooit je beleid van afhangen. Eenmalige inkomsten kunnen niet dienen voor recurrente uitgaven, hooguit om structureel te investeren. Dat is een beetje de fout die veel Belgische clubs hebben gemaakt in het verleden. Hun extra Europese miljoenen werden hoofdzakelijk ingezet in het bieden op jonge buitenlandse talenten en niet voor de verbetering van de accommodatie, laat staan de verbetering van het Belgische economisch voetbalmodel in het algemeen.

Club en Genk staan elk een klein stukje van hun Champions League-miljoenen af aan de andere eersteklassers. Omwille van het marktverstorend effect zou die solidariteit in de Belgische context minimaal 50 procent of meer moeten bedragen, iets wat Eddy Wauters van Antwerp begin de jaren 90 al bepleitte. Kansloze missie. Club Brugge is zelfs bezig met een operatie desolidarisering. Zij willen meer geld van de tv-rechten en lonken naar Europa of zelfs naar de Beneliga, die er – read my lips – nooit komt.

Het Brugs argument dat te veel clubs in eerste klasse geleid worden door puissant rijke voorzitters die weigeren structureel te investeren in hun import-exportvoetbalbedrijf is valabel. Een nieuw of verbeterd stadion en jeugdopleiding zijn van geen tel voor de financial fair play, dus wie het goed voorheeft met het voetbal kan gerust zijn gang gaan. Alleen hebben onze clubs en onze politici de (onder meer fiscale en andere) randvoorwaarden gecreëerd waardoor buitenlandse eigenaars alleen interesse betonen in de marktplaats die het Belgisch voetbal is.

Club Brugge gebruikt dat argument als drogreden voor een groter doel. Het wil vanuit de Belgische waaier naar de Europese rijden. Dat heet gezonde ambitie, maar het is hybris in het kwadraat. FCB is dan wel de Belgische nummer één, het blijft een regionaal clubje met een beperkte achterban en vooral met een klein economisch hinterland. Real Madrid was eerlijk tegen het Brugs bestuur: “Wij willen in de toekomst liever niet meer tegen jullie voetballen.”

Aan economische en geografische realiteiten valt niet te verhelpen. Zelfs al verrijst er straks een oosters voetbalpaleis uit de poldergrond aan de Blankenbergse Steenweg, als er ooit een Belgisch team toegelaten wordt tot de Europese elite zal dat misschien in de Europese hoofdstad liggen. Als… misschien…

 

20191214_De-Morgen_p-21-mail

Column Olympische stage in De Morgen van maandag 9 dec 2019

Olympische stage

De kop is eraf. Het Belgisch Olympisch en Interfederaal Comité (BOIC) heeft de voorbije weken verzamelen geblazen voor de klassieke preolympische stage. Een mislukte uitstap naar Sevilla niet te na gesproken – de tapastour eindigde toen net niet in een vechtpartij – was het sinds 1991 gebruikelijk om de hele equipe op Lanzarote uit te nodigen.

Wie de stage van 1995 heeft meegemaakt, spreekt nog over de ‘vergaderingen’ in de late, soms nachtelijke uren, overgoten met de nodige wijn en heel af en toe eindigend in agressie of in het verkeerde (atleten)bed. Het belette het Belgische olympisch team niet om een jaar later in Atlanta het beste resultaat ooit neer te zetten, met zes medailles waaronder twee keer goud.

Club La Santa is heel erg oké als trainingsomgeving, maar de Gloria Sports Arena in Belek aan de Turkse Riviera is gewoon top. Het is er iets kouder, maar meer sporten kunnen er terecht in ideale omstandigheden. Zo is België een hockeyland geworden en hockeyen doe je op een goed kunstgrasveld. Dat hebben ze in Belek. Hoe het bedrijf Gloria die Sports Arena van hen onderhoudt en financiert is een groot mysterie, maar zolang het daar draait moet dat de minste van de Belgische zorgen zijn.

Het was de deelnemers aan deze achtste preolympische stage verboden om openlijk alcohol te drinken. Die oekaze, waar meer goede dan slechte argumenten voor zijn, kwam vanuit het BOIC zelf. De olympische cultuuromslag is daarmee compleet. Ik heb de tijd nog meegemaakt dat op het BOIC de stafmeetings een uur werden verlaat en halfweg werden onderbroken door de secretaresse van de secretaris-generaal die de bestellingen voor het aperitief kwam opnemen.

Het BOIC hoopt op tien medailles. Dat is geen echte prognose, meer een soort wishful thinking. Op basis van de resultaten op EK’s en vooral WK’s in olympische disciplines en rekening houdend met de concurrentie van steeds sterker wordende sportlanden – nu komt Japan er nog eens bij – én steeds meer kleine landen die zich specialiseren in een sport waar ze goed in zijn, is een prognose tussen vijf en zeven medailles voor België veel correcter.

Is het BOIC veranderd? Dat vroeg ik aan collega’s die de ooit zo eerbiedwaardige instelling al een tijdje kennen. Niet echt, vonden ze. Wat vind jij van het BOIC en de sfeer op deze stage? Dat vroeg ik dan weer aan collega’s die er voor het eerst bij waren en al heel wat kilometers in de topsport hebben. De kwalificatie varieerde van oubollig, heel erg francofoon, tot ‘is het dat maar?’. Ikzelf vond de sfeer al bij al relax en dus goed om als journalist mee te maken.

Het BOIC wil de motor zijn van de topsport in België, maar is het niet (meer). Het topsportpad werd meer dan twintig jaar geleden verlaten en dat hebben ze nog niet helemaal teruggevonden, zoveel is duidelijk. Gaandeweg zijn ze verveld tot een selectiebureau voor olympische atleten, en toen ook dat wegviel door de strenge internationale limieten en quota werd het een tweejaarlijks logistiek centrum met onlangs een zware focus op marketing.

Het blijft een vervelende vaststelling dat als het BOIC niet zou bestaan, er meer rechtstreekse financiële steun naar de topsport zou gaan. Al te veel sponsoring, geld van de Nationale Loterij en vooral veel energie gaat nog steeds op aan behoeften creëren en organiseren van activiteiten in de rand die met topsport weinig vandoen hebben.

De meerwaarde van het BOIC is klein. Van elke topsporteuro in dit land genereert het BOIC 7,5 cent – ongeveer wat ze van de overheden en de Nationale Loterij krijgen – maar het heeft praatjes voor een hele euro. Zo zette de voorzitter van het BOIC zich op een slide op gelijke hoogte met de ministers van Sport, van een overschatting gesproken.

Gelukkig heeft de nieuwe wind die al een tijd door de Vlaamse topsport waait inmiddels ook het BOIC bereikt. Hulde wie het toekomt: het hockeysucces is dan wel voor het grootste deel betaald met Vlaams geld, de dromers in dat verhaal kwamen uit het BOIC. Misschien, heel misschien is er zelfs een kentering in de maak. Er is een nieuwe sportdirecteur aangetreden met Olav Spahl, een man van staal vergeleken met zijn voorganger Eddy De Smedt, en in het departement topsport is met Bob Maesen zowaar ook een ex- topatleet/olympiër beginnen te werken. De eerste ooit, dat zegt alles.

Na Tokio kiest het BOIC een nieuwe voorzitter in de plaats van Pierre-Olivier Beckers. Wie dat wordt maakt niet uit, als het maar iemand is met een (top)sportverleden die niet direct zit te azen op een adellijke titel en het IOC-lidmaatschap.

 

20191209_De-Morgen_p-19-mail

Verhaal over Rusland en doping in De Morgen van zaterdag 7 dec 2019

‘Schors die Russische handel’

In Rio waren alleen de Russische atleten niet welkom, in Pyeongchang moest het Russisch team een tijdje op de strafbank. Na het zoveelste bedrog buigt het mondiale antidopingagentschap WADA zich maandag over een aanbeveling tot een échte schorsing van Rusland.

In de late namiddag van 22 oktober lichtten meer dan enkele lichtjes op in de controlekamers van de verschillende intelligentiedepartementen van de Russische republiek. Dat de Duitse tv was langsgegaan bij Joeri Ganus, hoofd van Rusada, dát was geen geheim. De SVR, de GU, de FSB, alle afgekorte geheime diensten in Rusland hadden elke stap van die Duitsers op Russisch grondgebied gevolgd. Wat hun mannetje Ganus precies had gezegd en of hij zich de aanbevelingen ter harte had genomen, dat was nog afwachten.

IJdele hoop. Het Rusada heeft een geschiedenis van dissidenten (zie tijdslijn) en Ganus lijkt die traditie in eer te houden. Voor wie in dopingtoestanden is geïnteresseerd: zoek het op via YouTube of op de site van ARD – Ganus intikken volstaat. Al na enkele minuten, zonder dat er expliciet wordt naar gevraagd, geeft de CEO van het Russische antidopingagentschap Rusada toe dat zijn landgenoten bedrog hebben gepleegd.

Vladimir Poetin en zijn sportminister Pavel Kolobkov zullen zich de ogen hebben uitgewreven. Vervolgens zullen hun oren zijn beginnen te tuiten en niet zeker dat ze de hele 21 minuten hebben uitgekeken. Een paar vragen verder wijst Ganus al met een beschuldigende vinger naar de minister van Sport Kolobkov, zesvoudig medaillewinnaar in het schermen en bevriend met de grote baas. “Hij is verantwoordelijk voor deze tragedie. Er moet iemand anders komen.”

Over de rol van zijn president Poetin blijft Ganus op de vlakte. “Ik heb hem nooit gesproken, maar ik zou dat graag eens doen.” Zijn conclusie is wel zonneklaar: “Wij Russen hebben het weer eens verknoeid en als dat niet tot een zware straf leidt, wat dan wel?”

Ruim tweeduizend urinestalen

Verknoeid is licht uitgedrukt. De zoveelste Russische overtreding van de dopingregels komt hierop neer. Na hun rehabilitatie in september van vorig jaar bij het wereldantidopingagentschap WADA – die kreeg veel kritiek maar achteraf bekeken was het een geniale zet – werden de Russen verplicht om mee te werken aan het onderzoek. Ze moesten onder meer tegen 31 december van vorig jaar een authentieke kopie van de analytische data aan het WADA bezorgen en een maand later de meer dan tweeduizend urinestalen die het lab in bewaring had.

Dat ging al meteen mis. Aan die eerste voorwaarde werd een maand te laat voldaan en de stalen kwamen pas in april van dit jaar vrij. Terwijl de hardliners in de sport schreeuwden om strenge straffen, togen de analytici van het WADA onder leiding van een Duitse ex- politieman gespecialiseerd in cybercriminaliteit in alle stilte aan het werk.

Hun bevindingen waren niet minder dan hallucinant:

– De data waren niet compleet en niet correct.

– Honderden data tot en met 2015 (zie LIMS-Sobolevski-Migachev in de tijdslijn) waren verdwenen uit de kopie van 2019.

– De kopie bevatte ook ontelbare veranderingen en antidateringen.

– Mailverkeer werd aangepast en veranderd om getuigen te incrimineren.

– Op 23 oktober, na de eerste vragen van het WADA over die fraude, kwamen de Russen met nieuwe data die ze “nog hadden gevonden”; ook die bleken vol te zitten met vervalsingen.

Met de bekentenis van Ganus kunnen we twee kanten uit. Volgens Peter Van Eenoo van het Docolab in Gent is de kans erg groot dat Rusada het licht heeft gezien. “Het nieuwe Rusada laat vaak stalen bij ons analyseren, zoals in andere Europese labs, en de samenwerking is erg transparant. Anderzijds hou ik altijd een slag om de arm.”

Wat als Ganus mee in het Russische complot zit? Die these is op zijn minst even plausibel als dat hij de zoveelste gedegouteerde is in het Rusada. De kans dat de Russen zich weer hebben vergist in het aanstellen van een nieuwe baas in de dopingbestrijding lijkt klein, maar afgezien daarvan hebben ze in alle andere aspecten van de zaak onwaarschijnlijk geblunderd. Het geknoei met de databases is ofwel amateurisme van een kinderlijke naïviteit of ze rekenen op de twijfel die bij enkele sportprominenten zal ontstaan.

Het Russische antwoord is vrij simpel en zaait verwarring: “Ho maar, de database die wij hebben overhandigd is correct; de database die jullie hebben is vervalst door jullie klokkenluider(s).” Die bewering hebben de onderzoekers van het WADA inmiddels kunnen counteren. Uit de achterliggende cyberdata is makkelijk te achterhalen wanneer en hoe de data zijn aangepast en op dat moment waren de drie naar de VS gevluchte Russen niet meer in Moskou.

Deur op een kier

Maandag zal het WADA een beslissing adviseren aan de internationale sportbonden, het Internationaal Olympisch Comité (IOC) op kop. Dat wordt ongetwijfeld ‘schorsen, die Russische handel’. De mondiale atletiekfederatie IAAF zal niet op de stappen terugkeren: het aantal Russische atleten dat volgende zomer in Tokio loopt, springt en werpt zal op twee handen te tellen zijn.

 

Hoe het IOC zal reageren, is minder voorspelbaar. Sportpaus Thomas Bach, die in 2013 mede met de zegen van Poetin opvolger werd van Jacques Rogge, wees onlangs nog op de onschuld van de cleane Russische atleet.

Bach wil wellicht de deur op een kier houden, zoals in Pyeongchang bij de Winterspelen van 2018. De hele kwestie zal draaien rond hoeveel ‘Russia’ te zien zal zijn in Tokio. Uiteindelijk liepen de Russen in Zuid-Korea rond in hun kleuren en met ‘Olympic Athlete from Russia’ op de rug. Alleen hun vlag werd niet uitgehangen en hun volkslied is ook niet gehoord toen de medailles hun kant uitkwamen.

Niet in rood-blauw-wit maar in appelblauwzeegroen en Olympic Athlete op de rug, een beetje zoals de excuusploeg met olympische vluchtelingen, dat zou een mooi compromis zijn voor Tokio.

Historie vol doping

2008

Russische atleten en roeiers worden in de aanloop naar Peking uitgesloten van de Olympische Spelen omwille van fraude met urinestalen.

2010

In de marge van de Winterspelen van Vancouver raakt bekend dat Russische biatleten en langlaufers zich massaal zouden doperen.

Inmiddels is een werknemer van het Russische antidopingagentschap Rusada (Joeri Stepanov, wiens vrouw Julia atlete is) begonnen met lekken naar het wereldantidopingagentschap WADA van info over systematische doping.

2011

De directeur van het Rusada, Grigori Rodtsjenkov, en zijn zus worden door de Russen beschuldigd van fraude bij dopingcontroles
en afpersing van atleten met dopingproblemen. Rodtsjenkov probeert zelfmoord te plegen, belandt in het ziekenhuis maar gaat na genezing vrijuit en wordt weer directeur van het Rusada. “Met de verplichting mee te werken aan het dopingprogramma”, zegt hij zelf.

2012

In december mailt Daria Pisjalnikova (zilver op de Spelen van Londen in het discuswerpen) het WADA over een staatsgestuurd dopingprogramma. Later wordt ze zelf met terugwerkende kracht betrapt en verliest haar medaille.

2014

Op de Winterspelen in het eigen Sotsji wint Rusland 33 medailles, het hoogste aantal ooit, maar later zullen dertien medailles worden afgenomen na bewezen fraude met door de geheime diensten verwisselde stalen. Na een beroep bij het Arbitragetribunaal voor de Sport (TAS) in Lausanne verliest Rusland er uiteindelijk slechts vier.

In december komt het Duitse ARD met een eerste documentaire over het Russische staatsgestuurd dopingprogramma. De Russen ontkennen en zijn dat blijven doen.

2015

Die zomer arriveren twee Russen met vakantie in de Verenigde Staten. Tim Sobolevski en zijn partner Oleg Michagev zijn werknemers van Rusada en zijn de homofobie in hun thuisland en de dopingpraktijken moe. Ze vragen asiel aan. Sobolevski werkt vandaag op het dopinglab in Los Angeles. Zijn vriend was de IT’er van Rusada en heeft kopieën mee van het LIMS, het Lab Information Management System waar alle data van alle atleten en analyses op staan.

In november schorst de internationale atletiekbond IAAF Rusland voor onbepaalde tijd.

Op 10 november neemt Rusada-directeur Rodtsjenkov ontslag. Hij slaagt erin diezelfde week met dank aan zijn permanent internationaal congresvisum te vluchten naar de VS, waar hij sindsdien als klokkenluider in bescherming is genomen en een andere identiteit kreeg.

2016

In februari overlijden twee medewerkers van het Rusada, Vjatsjeslav Sinev en Nikita Kamaev, overwacht. Hun dood veroorzaakt paniek in Rusland en daarbuiten.

Half juli komt het eerste deel van het McLaren-rapport naar buiten. Zonder harde bewijzen, waardoor het Internationaal Olympisch Comité (IOC) Rusland niet kan/mag schorsen. De IAAF laat slechts twee zuivere Russische atleten toe. In december verschijnt deel twee en daaruit blijkt dat tussen 2011 en 2015 minstens duizend Russische gedopeerde sporters vrijuit gingen. De hele Sotsji- machinatie met verwisselde stalen wordt ook uit de doeken gedaan.

2017

Het jaar gaat op aan onderzoeken en verwijten heen en weer tussen Rusland, het WADA en het Westen. Op 5 december schorst het IOC het Russisch Olympisch Comité voor de Winterspelen van 2018, maar laat cleane Russen toe onder de olympische vlag en de omschrijving Olympic Athlete from Russia (OAR).

2018

Hoewel twee cleane Russen worden betrapt op de Winterspelen, laat het IOC Rusland opnieuw toe in de olympische familie. Ondertussen gaat de hertesting van oude stalen van 2008 en 2012 onverminderd door en maken de Russen een kwart uit van de retroactief geschorsten.

In september besluit ook het WADA de schorsing van Rusland op te heffen, met als voorwaarde dat de database van het Rusada voor eind dat jaar in hun bezit is. Het IAAF houdt de ban in stand.

2019

De gevraagde documenten worden overhandigd, maar na de deadline. Uit analyse blijkt dat die massaal zijn vervalst. Maandag beslist het WADA, met nieuwe voorzitter Witold Banka, meer dan waarschijnlijk om het Rusada en Rusland op non-actief te zetten.

 

 

 

20191207_De-Morgen_p-18-19-mail

Column Tijdritdilemma in De Morgen van zaterdag 7 dec 2019

Het tijdritdilemma

Het blijft een van de grote mysteries van de Belgisch topsport: ondanks een bijna totale desinteresse de laatste drie decennia is tijdrijden ineens een Belgisch specialisme geworden. Ineens was daar Yves Lampaert, daarna kwam Victor Campenaerts. Nog iets later probeerde Remco Evenepoel hoe het voelde om een uurtje plat te liggen en dat voelde goed. Campenaerts verbeterde in april in Mexico het werelduurrecord, Evenepoel won zilver op het WK in Harrogate. Tussen Mexico en Harrogate won Wout van Aert de tijdrit in de Dauphiné en aansluitend werd hij ook Belgisch kampioen, waarbij hij Lampaert, Evenepoel en Campenaerts klopte.

Resultaat van dat wonderbaarlijke 2019: niet alleen heeft België twee quotaplaatsen voor de olympische tijdrit en vijf kandidaten, maar in tegenstelling tot vorige Olympische Spelen toen het smeken was om een wegwielrenner te vinden die ook de tijdrit wilde rijden, hebben ze nu alle vijf goesting. Het grootste verschil: ze kunnen alle vijf prijs rijden. De vijfde is overigens Thomas De Gendt, die zichzelf een hele tijdrijder vindt en hij heeft nog gelijk ook.

Eén wielrenner is al zeker van zijn nominatieve quotaplaats en dat is Remco Evenepoel, die op het wereld- kampioenschap alleen in Rohan Dennis zijn meerdere moest erkennen. Normaal had Victor Campenaerts zich ook geplaatst voor Tokio 2020. Daarvoor moest hij gewoon bij de eerste acht eindigen op het WK, maar dat lukte niet. Campenaerts kwam ten val en werd elfde. Was hij op zijn fiets blijven zitten, dan hield deze column hier op.

Het was die woensdag in de mixed zone in Harrogate meteen duidelijk dat dit een heel vervelend scenario was, want wie moest nu de tweede tijdrijder op het WK worden? Een superspecialist of toch maar een wegrenner die later in de week ook goed uit de voeten zou kunnen op het erg selectieve parcours? Dat vraagstuk is vandaag nog steeds hangende en voorlopig is er geen oplossing en dus ook geen tweede naam.

Aldus tekent zich een dilemma af voor de wielerbond: kan die het zich veroorloven om werelduurrecordhouder Victor Campenaerts thuis te houden? En zo ja, ten voordele van wie? In een normaal sportland en in een andere sport zou men kiezen voor de combinatie beste atleet/beste voorbereiding, dus Campenaerts. Alleen zijn wij geen normaal sportland en is wielrennen een beetje een aparte sport waarin andere dan sportieve belangen spelen en de logica van de topsport soms ver zoek is.

De wielerbond moet zijn prioriteiten bepalen. Wat is belangrijker: één, misschien twee medailles halen in het tijdrijden? Of voluit gaan voor Remco Evenepoel in de wegrit? Een combinatie van beide nummers met Evenepoel twee keer als speerpunt? Voor wie niet mee is met de hele toestand van quota- en andere plaatsen: België heeft zeven plaatsen (twee voor de tijdrit en vijf voor de wegrit) maar eigenlijk zijn dat er vijf want dat is het maximaal aantal wegrenners dat een land naar de Spelen mag afvaardigen. Twee tijdrijders moeten ook de wegrit rijden of omgekeerd.

Zoals de kaarten nu liggen, gaat het voor de tweede startplaats in de tijdrit tussen Campenaerts en Van Aert. De eerste heeft bewezen dat hij kan pieken als hij 100 procent naar een evenement toeleeft. De tweede heeft bewezen dat hij een hele grote motor heeft, als hij tenminste snel weer zijn oude niveau haalt.

Van de week stonden ze samen in de krant. Ook dat is wielrennen: keiharde concurrenten en toch beschaafd samen een interview geven. Campenaerts wil die tweede plek, Van Aert ook. Campenaerts had die plaats kunnen eisen op basis van zijn status maar deed dat niet. Van Aert excuseerde zich dan weer bijna voor zijn olympische droom. Was een van beiden nog in dienst bij een ploeg gesponsord door de Nationale Loterij, dan had de wielerbond de knoop al lang doorgehakt, maar zowel Van Aert (het Nederlandse Jumbo-Visma) als Campenaerts (het Japanse NTT, vroeger Team Dimension Data) rijdt in het buitenland.

De logica bestaat erin dat Campenaerts voorlopig het tweede olympisch ticket krijgt, zich volle bak mag voorbereiden op de Olympische Spelen (dat wil zijn ploeg ook) en op een vastgesteld tijdstip vormbehoud toont. Geen enkele andere renner zal zo minutieus kunnen en willen focussen voor dat ene uur olympisch zo hard mogelijk rijden als Campenaerts. Haalt hij tegen juni geen niveau, dan wordt het plan B. Of dat Van Aert moet zijn, zal nog moeten blijken. De Gendt idem.

Toch even deze slotbemerking: renners die zichzelf de nek afrijden in de Tour en de Spelen snel-snel meepakken, die tijd hebben we hopelijk achter ons. Olympische Spelen zijn belangrijker dan een rit in Tour.

 

20191207_De-Morgen_p-19-mail

Column Toernooiploeg van maandag 2 dec 2019

Toernooiploeg

Eén keer ging Peter Vandenbempt zaterdag in de fout bij het becommentariëren van de meest vreemde loting in de geschiedenis. Nou ja fout, het was meer een korte aarzeling in de volgorde van de wedstrijden van de Belgen op het aanstaande Europees kampioenschap voetbal.

Soms leek het erop dat Peter nog voor Gullit, Casillas en alle andere sterren hun balletje hadden open gekregen – vooral Gullit had wat last – wist wat er uit het balletje zou komen, in welke groep het desbetreffende land moest worden ingedeeld en wanneer dat land ook nog eens tegen de andere landen uit de groep moest voetballen. Hij had duidelijk gestudeerd op de lotingsprocedure.

Ik heb inmiddels begrepen: een hele week lang. Geen mens behalve de secretaris-generaal ad interim van de UEFA die wellicht beter wist hoe die loting moest gaan, zou gaan en uiteindelijk ook ging, behalve Peter Vandenbempt (en ongetwijfeld met hem nog enkele andere commentatoren, maar die heb ik niet gehoord). Van de week kwam het nieuws dat de helft van de Vlamingen geen werkbaar werk heeft. Een loting uitvlooien die geen loting is, moet hoog staan in de lijst met onwerkbaar werk.

Wij wisten al dat er niet in Brussel zou worden gevoetbald en dat zout zullen we tot en met 12 juli nog honderden keren met veel plezier in de wonde strooien. Wij wisten ook al dat de Rode Duivels in Sint-Petersburg tegen de Russen moesten, in Kopenhagen tegen de Denen, maar wat we nog niet wisten: wat is het derde land tegen wie ook in Sint-Petersburg wordt gevoetbald? Dat kon – ik snap het nog steeds niet – alleen maar Wales of Finland zijn.

Het werd Finland. Behalve dat het niét Wales werd, gaf dat geen aanleiding tot vreugdeuitingen. Meteen werd gewezen op het feit dat we nooit winnen van Finland, dat Finland ook nog eens niet ver van Sint-Petersburg ligt en dat de Finnen wellicht massaal de oversteek zullen maken voor de wedstrijd tegen de Belgen. Een beetje zoals de IJslanders op het EK van 2016.

Dat is misschien iets te simpel geredeneerd: u moet weten dat de Finnen schrik hebben van de Russen (hun kolonisator tot honderd jaar geleden) en met de grote beer-buur eigenlijk het liefst helemaal niets te maken hebben. Het grensgebied – water, heide, bossen en veel muggen – is een soort niemandsland met aan beide zijden van de grens te veel militaire activiteit.

Wales, dat was pas een drama geweest. Die zijn amper met een goede drie miljoen waaronder drie voetballers die naam waardig, maar ze klopten België wel in de kwartfinale op die memorabele avond in Villeneuve d’Asq op 70 kilometer van mijn huis-tuin-terras waardoor ik anderhalf uur na de wedstrijd met een gin tonic naar de sterren in mijn tuin zat te kijken.

Wales was een toernooiploeg, onverzettelijk tegen elke tegenstander, en zo hebben de Rode Duivels hun tegenstanders niet graag. Intrinsiek behoren de Belgen tot de beste landen van Europa, samen met – dat vergeten we soms – Spanje, Frankrijk, Duitsland, Italië en Engeland. Wellicht is dit het sterkst bezette Europees Kampioenschap voetbal ooit. Het zal er op aan komen om deze goedweer- ploeg op het juiste moment, in de juiste vorm en vooral met de ingesteldheid van een toernooiploeg in het veld te krijgen.

Niet vergeten dat België in Rusland op het WK door het oog van de dunst mogelijke naald is gekropen, vooral dan tegen Japan. Iedereen heeft de mond vol van die fenomenale countergoal, excuus omschakelingsdoelpunt, Courtois-De Bruyne-Meunier-Lukaku- Chadli. Terecht, maar als Kawashima geen vliegenvanger maar een echte doelman was geweest, valt die kopbal van Jan Vertonghen nooit binnen en is België na de achtste finale naar huis.

Het geluk viel toen letterlijk uit de lucht. In normale toernooien moet je geluk afdwingen en dat vergt een heel andere ingesteldheid dan in een competitie. Laat alle nationale ploegen met een uit- en een thuiswedstrijd tegen elkaar spelen, geen twijfel mogelijk: België wint of eindigt heel hoog. Een eindtoernooi met rechtstreekse uitschakeling is een totaal ander verhaal: meer een mindgame dan tactiek, techniek of wat dan ook.

De Rode Duivels hebben vooralsnog niet de onverzettelijkheid van een toernooiploeg die slim en berekend maar te allen prijze voor
de winst gaat. Die in elke wedstrijd twee spelers ziet opstaan die dingen doen waarvan niemand vermoedde dat ze dat in zich hadden. Rusland met 7-1 geklopt in de kwalificaties? Wil niets zeggen. Denemarken zonder veel talent? Telt niet. Eerste op de FIFA-ranking? Wil niets zeggen. Straks op 13 juni in Sint-Petersburg tegen Rusland beginnen we zoals alle andere landen op nul. Het talent is er. Aan de bondscoach om hen onverzettelijkheid aan te praten.

 

20191202_De-Morgen_p-19-2-mail

Column Hillsborough in De Morgen van zaterdag 30 november 2019

Hillsborough

Ik ben drie keer moeten verschijnen voor de Raad voor de Journalistiek. Die bestaat nog niet zo lang als ik al bezig ben, dus het kan daaraan liggen dat het bij drie is gebleven.

De eerste keer omdat ik in een overduidelijke zaak van mensenhandel met Nigeriaanse voetballers door Roeselare een rechter uit Kortrijk, die de feiten niet bewezen achtte, een oen had genoemd. Die kon dat niet verdragen en stapte naar de Raad voor de Journalistiek. Hij kreeg geen gelijk, natuurlijk niet, maar ik was wel een halve dag kwijt.

De tweede keer was in 2014 toen ik in een persiflage voorafgaand aan het WK had gelachen met de Afrikaanse voetballanden omdat die altijd roepen voor een worldcup dat ze gaan winnen, maar er niets van terecht brengen. Dat is toe te wijzen aan veel oorzaken, waarvan er geen te maken hebben met het feit van donker te zijn, wel met een gebrek aan prestatiecultuur. Het stond daar een beetje anders, scherper, maar goed: meer nurture dan nature.

Een donkere halve Braziliaanse Belg die muziek speelt – uitgestuurd door KifKif – voelde zich aangesproken. Hij pleitte betrokken partij te zijn (anders mag je geen klacht indienen) en vond het nodig mij van racisme te betichten. Ik heb mijn zegje gedaan, en passant even de vooringenomen Afrikaanse juriste van Unia op haar plaats moeten zetten omdat ze onzin verkondigde en heb de zaak gewonnen. Weer een halve dag kwijt. Bon, wat ik aan zaak twee overhield, was een aversie voor KifKif, Unia en de Raad voor de Journalistiek.

Toen moest zaak drie nog komen en daarvoor moet ik eerst even terug naar 15 april 1989, toen ik van onze hoofdredacteur Paul Goossens de opdracht kreeg om naar Sheffield te reizen en daar verslag uit te brengen van een stadionramp. Wat ik deed en ik arriveerde op zondag, een dag na de ramp, in de sporthal naast Hillsborough Stadium waar alle lijken lagen. Ik liep daar tussen de bodybags samen met Margaret Thatcher, toen de premier van het Verenigd Koninkrijk.

Ik ben uiteindelijk naar Liverpool gereden en ben daar een week gebleven. Uit de getuigenissen van de Liverpool-fans die ik de dagen daarna sprak, was het duidelijk dat dit een drama was in de ergste zin van het woord. Omdat een heel stel fans – een aantal dronken en zonder ticket zoals toen de gewoonte was – bang was de wedstrijd te missen en begon te duwen tegen de ordediensten, de suppoosten en de hekkens, werden die door de politie opengezet. De fans zijn vervolgens allemaal het vak aan Leppings Lane binnengestormd, maar dat vak zat al vol. Uit de getuigenissen bleek dat de Liverpool-fans eigenlijk hun collega’s hadden verpletterd.

In 2016 verscheen ineens het bericht bij ons dat de dienstdoende commissaris uit die tijd, ene David Duckenfield, en bij uitbreiding het hele politiekorps verantwoordelijk was voor de dood van de 96 Liverpool-fans. Geen woord over de schuld van supporters die absoluut een vak in wilden dat al overvol was. Dat vond ik vreemd en ik schreef er een column over.

Waarop een Belg die af en toe naar Liverpool gaat kijken – heerlijke ploeg, heerlijke sfeer, dus hij heeft groot gelijk – klacht indiende tegen mij bij de Raad voor de Journalistiek.

Mijn inschatting was dat ze die zouden klasseren wegens niet ter zake doende. Maar neen, ik werd gesommeerd te verschijnen. Dat heb ik aan mijn laars gelapt met de melding dat ik zelden met lezers in discussie ga en al helemaal niet met voetbalsupporters. Iemand van onze bazen is in mijn plaats gegaan, waarvoor dank, heeft hetzelfde riedeltje als altijd afgehaspeld: een column is een mening
en iedereen is vrij een mening te hebben zolang die niet blablabla… Raad eens? Ik heb ook die zaak gewonnen. Gevolg: er mag gebeuren wat er wil, maar ik ga nooit meer naar de Raad voor de Journalistiek.

Daarna kreeg ik nog telefoon van de plaatselijke krant Liverpool Echo die mij net niet vilde voor zoveel onbegrip. Ik herhaalde mijn stelling: beschaafde mensen gaan niet ergens naar binnen waar geen plaats meer is en beginnen vooral niet te duwen met honderden tegelijk. “Zijn onze voetbalsupporters dan niet beschaafd?”, vroeg de journaliste. Ik zei: “Meestal niet en die van jullie zelden, remember The Heysel 1985.” Toen kreeg ze een beroerte.

Van de week is politiecommissaris David Duckenfield vrijgesproken. Justice is done. Het is te hopen dat Liverpool dertig jaar na de laatste titel de Premier League wint, dat zou ook gerechtigheid zijn. En misschien de wonden wat helen.

 

 

20191130_De-Morgen_p-19-mail

 

 

Portret Zlatan Ibrahimovic

Zlatan Ibrahimovic

Hij kocht zich deze week in bij een Zweedse voetbalclub, waarop fans van zijn moederclub in Malmö zijn standbeeld in de fik staken. Ibra laat niemand onbewogen, ook buiten Zweden niet.

 

Een snelcursus Ibrahimovic.

Hoeveel keer heeft hij de Champions League gewonnen?

Nul keer.

Hoeveel prijzen behaald met Zweden?

Nul prijzen.

Hoeveel keer kampioen gespeeld?

Elf keer, waarvan acht op een rij in vijf verschillende landen. (Eigenlijk dertien, maar twee titels werden Juventus afgenomen omwille van omkoping.)

Individuele internationale prijzen? Geen van betekenis.
Iconische doelpunten?
Emmers.

Ibra voor beginners ten slotte: zoek op YouTube op Iconic Ibrahimovic Solo Goal. Het bewonderende commentaar van Frank Snoeks krijgt u er gratis bij. De geschiedenis wil dat hij in die actie vier tegenstanders passeert, maar eigenlijk gaat het ‘maar’ om drie man, omdat de eerste verdediger die hij uitkapt kan terugkeren en weer wordt uitgekapt, nu in twee keer, waarna hij de bal voorbij de doelman en nog een verdediger in doel trapt. Daarom zijn het er eigenlijk vijf, maar drie volstaat.

Het was zijn laatste goal voor Ajax, de 5-1 tegen NAC Breda. Een week later was Ibrahimovic van Juventus. Opvallend in dat filmpje
is dat de regisseur tijdens de viering van de Ajax-spelers die bovenop Ibra liggen, even switcht naar de geblesseerde Rafael van
der Vaart die in een skybox uiterlijk onbewogen het vertoon gadeslaat. Enkele dagen eerder had Zlatan, zoals het bij Ajax op zijn
shirt stond, in een interland tussen Zweden en Nederland zijn Ajax-middenvelder Van der Vaart met een trap op de enkel naar de ziekenboeg gestuurd. Pas veel later zouden de twee vrede sluiten, voor zover vrede überhaupt mogelijk is met de immer getroebleerde Zweed.

Jammer maar helaas

Het oorspronkelijke gerucht luidde dat Ibra op zijn 38ste na twee jaar in de Amerikaanse soccer league zou terugkeren naar Zweden als voetballer. De Zweden zagen hem alweer in het geel-blauwe shirt opdraven als international. Jammer, maar helaas. Van de week raakte bekend dat hij zich had ingekocht bij Hammarby IF, een club die voor net niet de helft in handen is van Anschutz Entertainment Group, ’s werelds grootste sportbedrijf met belangen in verschillende sporten en clubs, waaronder ook Los Angeles Galaxy voor wie hij twee seizoenen lang uitkwam.

Zlatan werkt aan zijn nacarrière, zoveel is duidelijk. Of en waar hij nog zal voetballen volgend seizoen, is nog niet bekend. De fans van de ploeg van zijn stad Malmö, waar hij in de migrantenwijk Rosengård opgroeide, hebben alvast zijn in 2016 ingehuldigde standbeeld in brand gestoken omdat hij zich heeft ingekocht in het elitaire Stockholm. Erg zal hij dat niet vinden. Hij heeft het 2m60 hoge ding altijd een beetje beneden zijn waardigheid geacht. Iets in de grootteorde en grandeur van de David van Michelangelo had beter bij zijn status gepast.

Hij heeft er nog wel een huis, maar Malmö en het getto Rosengård waar negen op de tien migranten uit de voormalige Joegoslavische republiek of recenter de oorlogsgebieden in het Midden-Oosten komen, heeft hij achter zich gelaten. Hij groeide er samen met zijn moeder en later zijn vader op in penibele omstandigheden en belandde net niet in de criminaliteit, zoals veel van zijn jeugdvrienden. Aan veel erger dan kattenkwaad en het serieel stelen van fietsen heeft hij zich niet bezondigd, met dank aan de sport. Al ging hij met het stelen van de fiets van de assistent-coach van Malmö FF, een vergissing, bijna over het randje.

Zijn talent voor sport heeft hem van de zelfkant gered. Eerst taekwondo, dat hem op zijn zeventiende promoveerde tot zwarte gordel. Die sport zette hem niet alleen streetwise op voorsprong, maar kwam ook goed van pas in het voetbal, waar hij zijn eerder aangeleerde lenigheid en ruimtelijke perceptie maximaal benutte. Geen voetballer die zo mooi ballen uit de lucht kon halen of scoren op onmogelijke passes. Net nadat hij zijn zwarte gordel had omgegord, vroeg Arsenal of hij kon komen testen. Hij weigerde: “Zlatan doet geen audities.” Bij zijn Zweedse bestuur rolden de ogen uit de kassen en ze waren maar wat blij toen Ajax enkele jaren later doorzette en hem kwam halen. “If you fuck with me, I fuck you twice”, had sportief manager Leo Beenhakker hem gezegd. Haha, dát was taal die hij begreep, en hij ging naar Ajax.

Copyright © 2019 Belga. Alle rechten voorbehouden

Niemand zal bestrijden dat hij soms een genie op noppen is, maar Zlatan Ibrahimovic is ook de beste speler die nooit een internationale prijs won of de speler met de grootste mond die nooit een internationale prijs won. Of dat toeval is? De jury is eeuwigdurend in beraad.

Hoog patsergehalte

Zijn biografie heet Ik, Zlatan. Van een hoog patsergehalte gesproken. Dat geldt ook voor zijn quotes. Een van zijn meest beklijvende luidt: “Meestal wordt gezegd dat je geen legende kan worden voordat je dood bent. Dat geldt niet voor mij. Ik ben een levende legende.” Toen een journalist hem vroeg wat de strijd tussen Portugal en Zweden zou kunnen beslissen, antwoordde Hij: “Dat weet alleen god.” Waarop de journalist dacht gevat te zijn: “Dat wordt lastig om het aan hem te vragen.” Maar Zlatan, zo snel als kijken: “Nee hoor, je zit tegenover hem.”

Dat is grappig bedoeld en een beetje arrogant, maar toch gewoon grappig. Zoals die keer toen een andere journalist vroeg wat hij zijn nieuwe vriendin voor haar verjaardag had gegeven. “Niks. Ze heeft Zlatan al.” Minder grappig was toen hij moest vertrekken bij FC Barcelona van coach Guardiola, waarna die alles begonnen te winnen wat er maar te winnen viel. Hij wilde zich niet schikken in het meesterschap van het opdondertje dat luisterde naar de naam Leo Messi. Guardiola heeft altijd gewezen op de onverenigbaarheid van tactische discipline en Zlatan Ibrahimovic, die op het veld wilde lopen waar hij dacht dat hij op dat moment moest lopen. Zlatan: “Guardiola heeft een Ferrari gekocht (doelend op zichzelf, voor alle duidelijkheid, HV), maar rijdt ermee als in een Fiatje.”

Het is Ferrari, beter bekend als God en nog beter als Zlatan Ibrahimovic, te doen om de erkenning van zijn immense talent, en wie daar niet in meegaat, heeft het verkorven. Ooit was er die onschuldige poll van de Zweedse krant Dagens Nyheter. Ze wilden weten wie de grootste Zweedse sportpersoonlijkheid aller tijden was.

Op 1 stond tennislegende Björn Borg. Daar zou ook de rest van de wereld hem hebben gezet, dus veel discussie behoeft dat
niet. Zlatan stond op 2. De man die geen enkele internationale prijs had gewonnen, ging tafeltennisser Jan-Ove Waldner (dubbel wereldkampioen en olympisch goud in 1992), golfspeelster Anika Sörenstam (acht keer nummer één van de wereld) en skiër Ingemar Stenmark (twee keer olympisch goud en drie keer wereldkampioen) vooraf. Toen de krant hem trots contacteerde, reageerde hij erg bits. “Tweede worden is zo goed als laatste eindigen. Ik had op nummer één tot nummer vijf moeten staan.”

Zijn omloopsnelheid als speler zegt alles over wie hij is en hoe hij zich gedraagt: een onwaarschijnlijke einzelgänger die geniale fratsen kan uithalen die af en toe leiden tot onwaarschijnlijke doelpunten, maar zelden tot prijzen. Ibrahimovic scoorde voor zes verschillende ploegen in de Champions League, maar kwam nooit in de buurt van de beker met de grote oren.

Als international speelde hij op twee WK’s, maar kwam nooit in het stuk voor. De laatste twee gingen zelfs helemaal aan God voorbij, wat hem volgende ontboezeming ontlokte: “Een WK zonder mij is het niet waard om naar te kijken.” Op het EK van 2016 scoorde hij met een wereldgoal tegen België, die onterecht werd afgekeurd. Dat had de uitschakeling betekend voor de Rode Duivels, die later door Wales werden vernederd, maar de bal viel – het lot van het onbegrepen genie Zlatan – verkeerd. Zijn internationale carrière zat erop.

 

20191130_De-Morgen_p-36-37-mail

Column over R. Antwerp FC in De Morgen van 25 november 2019

Haten/bewonderen

Van de week had de profliga een ongewild maar interessant experiment: binnen de vier dagen een dubbele confrontatie tussen twee dezelfde ploegen, elk een keer uit en thuis. Die twee menen allebei dat ze aanspraak kunnen maken op de titel tweede beste ploeg van het land. De beste ploeg van het land is Club Brugge en daar valt geen speld meer tussen te krijgen tot ze in mei hun zoveelste titel ophalen.

Donderdag werd Antwerp-Gent verdiend 3-2 voor FC Antwerp en Gent-Antwerp gisteren eindigde op 1-1. Niet onverdiend uit het oogpunt van Antwerp, dat gelijkspel, omdat Gent in de tweede helft maar mondjesmaat wilde aanvallen en in de tweede helft van de tweede helft gewoon achterin bleef, hopend op een uitbraak. Verdiend zou dan weer te veel eer zijn omdat Antwerp er ondanks dat Gents achteruit kruipen aanvallend maar weinig van bakte.

De statistieken van beide wedstrijden zijn interessant. Gent had in elke wedstrijd het meeste balbezit: 55 procent tegenover 45. In Antwerpen donderdagavond schoot Gent veertien keer op doel en Antwerp dertien keer. Antwerp schoot daarvan zes keer on target, wat tussen de palen betekent, Gent had er vijf on target. Gent kreeg ook vijf gele kaarten, Antwerp maar vier.

Antwerp schoot gisteren een keer meer op doel dan Gent: twaalf tegen elf, waarvan elk twee keer tussen de palen. Over de twee wedstrijden genomen maakte Antwerp de helft meer overtredingen: 38 tegen 26. Opvallend: Antwerp beging meer overtredingen in de thuiswedstrijd (twintig) dan in de uitwedstrijd (achttien). Gent ook overigens: elf in Antwerpen en vijftien thuis. In Gent gisteren kreeg Antwerp zes gele kaarten uit twintig fouten en Gent maar één uit vijftien, maar dat had minstens twee keer geel kunnen zijn.

Antwerp is economisch een aanwinst voor eerste klasse – we kunnen gerust van een G6 spreken – maar sportief en voetballend blijft het gemengde gevoelens oproepen. Voor Antwerp zijn alle middelen goed om te winnen. De eerste twee seizoenen in eerste klasse stelde het zich in op de tegenstander, belette die in het spel te komen en hoopte zelf op een goaltje. Dit jaar kreeg het voetballend vermogen een upgrade. Antwerp kan verdomd aardig voetballen. Zoals ze oplossingen vinden van achteren uit om de bal voorin te krijgen, met veel lopende mensen op het middenveld, vlotte verticale combinaties, en alles wat daarbij hoort, soms knap. Het voetbal van The Great Old is niet langer hopeloos, de mentaliteit daarentegen…

Als de wedstrijd van gisteren in Europa was gespeeld, was Antwerp met zeven geëindigd. Dat eindeloze gemekker bij elke tegen hen gefloten overtreding, bij elke zogezegde aanslag op de eigen benen, die schwalbes van Refaelov en Mbokani (heerlijke voetballers, maar al even goede acteurs), dat naar de scheidsrechter vliegen, die woedende gebaren, dat uitschelden van de assistenten en de vierde ref. Eigenlijk moet Laszlo Bölöni gewoon elke wedstrijd naar de tribune en verdienen standaard drie of vier van zijn spelers rood.

Dat dit niet gebeurt, ligt geheel aan de scheidsrechter. Nicolas Laforge was donderdag een thuisfluiter maar een gelukkige, omdat hij met zijn gemakzucht hoegenaamd de wedstrijd niet heeft beïnvloed. Gent werd soms benadeeld, zoals bij het eerste tegendoelpunt, maar kon echt geen aanspraak maken op een gelijkspel en die 3-2 was zelfs al erg gevleid.

Nog slechter was de prestatie gisteren van Lawrence Visser. Ritchie De Laet had rood moeten krijgen toen hij Laurent Depoitre neertrok op weg naar Sinan Bolat. Dino Arslanagic had een tweede keer geel kunnen en moeten krijgen. Bölöni had naar de tribune gemoeten. Dat vierde ref Wim Smet die aanbeveling nooit uitsprak, is een raadsel. Het arbitrale kwartet was de weg kwijt en heeft zich een hele wedstrijd laten uitschelden. Met de wilde armbewegingen van Visser, die gisteren voor de tigste keer aangaf dat het voorbij moest zijn met zeuren, kan Filip Joos een hele Keek op de Week vullen.

Ook Antwerp is een raadsel. Jelle Van Damme is weg, maar de agressie is nog steeds die van een Servische militie onderweg in Bosnië (een kwarteeuw of zo geleden). Van trainer Bölöni zegt men dat hij geen gezag zou hebben, dat de kleedkamer baas is. Gisteren was er alweer een minirel met Kevin Mirallas. Het lijkt daar een zootje bij rood-wit, maar als ze tussen de gekalkte lijnen stappen is het één voor allen, allen voor één en moet alles en iedereen die in de weg staat eraan geloven. Het is voetbal met twee gezichten: om te haten en te bewonderen.

 

20191125_De-Morgen_p-19-2-mail