Column ‘Nooit meer bang’ in De Morgen van 3 juli 2014

NOOIT MEER BANG

We hebben met de Rode Duivels – de generatie van de vaders van de huidige Duivels – ooit een Europese finale gespeeld. Dat was in 1980 en dat deden we met slecht, negatief en schopperig voetbal. De andere ploegen schopten soms ook, maar wij schopten méér. Drie wedstrijden na elkaar moest de beste speler van de tegenstander door ons toedoen het veld geblesseerd verlaten.

Zes jaar later speelden we de kleine finale van het WK, nadat we in de halve finale van Argentinië hadden verloren. Kansloos. 2-0, twee keer Diego Armando Maradona. Die ploeg wordt nog steeds bejubeld, maar wie de wedstrijden toen heeft gezien en er met zijn volle verstand bij was, weet maar al te goed dat we niet het best voetballende land waren. Zelfs verre van, we hadden in de groepsfase vooral ongelooflijk veel geluk dat we als beste derde door mochten. Vervolgens klopten we met enige meeval in de achtste finale de grote USSR en in de kwartfinale Spanje.

De kwartfinale van aanstaande zaterdag is een nieuwe mijlpaal in de geschiedenis van het vaderlandse voetbal. Een plaats bij de laatste acht in een toernooi met 32 ploegen is op papier minder waard dan een plaats bij de laatste vier met 24, maar het verschil wordt gecompenseerd door die dertig jaar waarin het voetbal de enige echt mondiale sport is geworden – maar vooral door het spel.

Eindelijk zijn we een voetballand. Eindelijk spelen we het spel voetbal waarvoor het is uitgevonden. (Al is dat laatste misschien niet helemaal juist want de eerste interland ooit (in 1871) eindigde op 0-0.) Eindelijk willen we gewoon meer doelpunten scoren dan we er binnen krijgen. Eindelijk zijn we niet meer laf. Eindelijk vallen we aan.

Was die ene wedstrijd van eergisteren, toen heel België – baby’s en hoogbejaarden uitgezonderd – voor de tv of voor een groot scherm zat of stond, dan zó bepalend? Toch wel, omdat er werd gewonnen van een vreselijk goed sportland dat misschien geen voetbaltraditie heeft, maar waarvan we in dezelfde omstandigheden in het verleden altijd op een lullige manier zouden hebben verloren. 2-1 is een doodgewone kleine uitslag, maar met een lading die niet mag worden onderschat.

Dit is een opluchting voor iedereen die in dat team geloofde sinds 15 augustus 2012, toen Nederland met 4-2 werd geklopt in hun eerste wedstrijd onder Louis van Gaal. Het is ook een opluchting voor iedereen die in Beijing in 2008 in die hete zwoele zomer van de Olympische Spelen een topteam zag ontkiemen.

Dit is het bewijs dat ook Belgen kunnen voetballen. Johan Cruijff bezwoer mij in 1986 dat wij defensief voetbal speelden omdat we in de historie zo vaak onder de voet zijn gelopen. Nederland speelde dan weer offensief omdat zij wereldveroveraars waren geweest. Als in de eerste drie wedstrijden onze bange volksaard ons nog parten speelde, dan hebben we dinsdag in Salvador de Bahia tegen de Verenigde Staten dat juk afgeworpen. Laten we nu nooit meer bang zijn.

Bij al dat gejubel hoort een levensgrote ‘maar’. Het is niet omdat we goed voetbal spelen en een even grote kans maken om wereldkampioen te worden als die andere zeven landen, dat België nu een groot sportland is. We starten zaterdag in de Tour met een diepterecord aan Belgische deelnemers. Slechts één renner vertrekt met (beperkte) ambities. De resultaten in de andere olympische sporten zijn slechter dan ooit. De Rode Duivels 2014 zijn een momentopname, niet meer dan dat. Nu genieten is de boodschap.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s