Column ‘Nummer één’ in De Morgen van 4 juli 2014

NUMMER ÉÉN

Gisterenavond in Hotel M – altijd leuk bij Marcel Van Thilt, dan moet/kun je zelf niet te veel zeggen – en morgen willen ze mij voor de BBC. Jaaaa: de BieBieCie! Thuis van op het terras het orakel uithangen, is niet slecht voor de marktwaarde. De laatste keer dat ik op de BBC was – ook de enige keer trouwens – was bij de verkiezing van Jacques Rogge in 2001, en toen hebben ze nog 500 pond op mijn rekening gestort om vijf minuten vol te praten. Nu stond er niks in de mail over een vergoeding, maar de BBC doen we natuurlijk ook gratis en voor niks, alleen hoeven zij dat niet te weten.

Het zou goed zijn als we ons vandaag concentreerden op de wedstrijden van onze tegenstanders in de finale van volgende week zondag. Van de vier die vanavond in actie komen, kunnen we er tegen middernacht al twee weggooien. Wat is zo’n WK toch makkelijk voorspelbaar. De Tour, die morgen ook begint, is dat al heel wat minder.

Ik gok toch op Brazilië, hoewel Colombia het betere spel heeft laten zien. Ik denk dat het hoog tijd wordt voor zo’n onwaarschijnlijke Zuid-Amerikaanse schoppartij. In Brazilië is vorig jaar rond deze tijd een ref onthoofd nadat hij zelf een speler had doodgestoken.

Dat hoeft nu ook weer niet, maar bijvoorbeeld wat bloed aan de paal en op de schenen, de scheidsrechter belaagd, vijf spelers rood en de winnaar zo gedecimeerd in de halve finale dat of Frankrijk of Duitsland er een makkie aan hebben.

Tussen die twee laatste kan ik niet kiezen. Ik hou van de Fransen, maar ze zijn soms wel (te) beenhard en sinds 2006 heb ik ook bewondering voor de Duitsers, hoe die ineens zijn gaan voetballen terwijl ze vroeger in onze perceptie alleen maar liepen.

Ten slotte moeten we ook morgen de wedstrijd van na ons in de gaten houden. Een half oog volstaat. We zullen verplicht moeten feesten, maar het is aangewezen dat enkele leden van de staf hun hoofd bij de zaak houden en een dvd’tje maken van de wedstrijd Costa Rica-Nederland, zodat we straks weten wat we niet moeten doen om Bryan Ruiz, de Goddelijke indiaan van Gent, in de halve finale te stoppen. Wat we wel moeten doen, dat regelen we aanstaande woensdag op het veld.

De man die mij destijds als sportmedewerker heeft aangeworven bij Vooruit heeft mij een brief geschreven. Om mijn enthousiasme te temperen wellicht.

Ik citeer: “Hallo? Zijn wij, de Belgen, plots een topper in het wereldvoetbal? Omdat we ocharme en godbetert de Amerikanen hebben geklopt? Zijn wij, de Belgen, nu bevrijd van de angst om te verliezen en kiezen we vanaf nu voor de aanval? Dat zou mooi zijn, maar zo werkt dat dus niet in het voetbal. En al zeker niet als je in aanmerking neemt tot wat we in staat waren (sic) in de groepsfase. Drie draken van defensief voetbal en met wat geluk door. Simpel …”

Zijn wij Belgen plots een topper in het wereldvoetbal? Die vraag stel ik mij ook. Gisteren zag ik in de krant een scenario waarbij ‘Belgium’ zaterdag nummer één zou kunnen staan op de FIFA-ranking. Wij móeten winnen, Colombia en Duitsland mogen níet winnen. In dat geval zijn wij nummer één van de wereld. Belgium, on top of the world. In de sport is dat precies veertig jaar geleden, van de tijd van Eddy Merckx.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s