Verhaal over CIRC-rapport in De Morgen van 9 maart 2015

WAARSCHUWING: WAT U LEEST, PAST MISSCHIEN NIET IN DE HEERSENDE HIJGSFEER ROND DOPING

‘UCI had meer kunnen doen’

De oude internationale wielerbond UCI was te zeer begaan met het imago van de wielersport en de gezondheid van de renners en heeft te weinig gedaan om dopeurs te betrappen. Samengevat in één zin is dit het rapport van de Cycling Independent Reform Commission, dat De Morgen kon inkijken een dag voor het openbaar gemaakt wordt.

2,75 miljoen euro heeft de Cycling Independent Reform Commission (CIRC) gekost en daarvoor heeft ze een rapport afgescheiden van 227 pagina’s, inclusief bijlagen. De berg heeft misschien geen muis gebaard, maar veel scheelt het niet. De verwachte dopingbommen en de ongemakkelijke bevindingen waarop door de zittende UCI-voorzitter Brian Cookson eerder werd gezinspeeld, vallen nogal mee.

Ze staan in elk geval niet in het rapport of het zou het retroactief toelaten van een attest voor het corticosteroïdengebruik van Lance Armstrong moeten zijn. Of misschien is het de vaststelling dat eind vorige eeuw het hele peloton aan de epo zat? Of dat er vandaag nog microdoses epo worden gespoten, maar wel buiten de ploeg om.

Voor een enkeling zal dat opzien baren, maar het rapport had ook als ondergeschikte missie om schuldigen aan te wijzen en die hebben ze gevonden. Als bij toeval wordt afgerekend met Cooksons voorgangers Pat McQuaid (2005-2013) en Hein Verbruggen (1991-2005). Zij lagen dwars bij zijn verkiezing in 2013 en krijgen nu het hele dopingprobleem op hun boterham, maar ook hier weer wordt in het rapport tegelijk koud en warm geblazen. Enerzijds konden Verbruggen en McQuaid veel meer hebben gedaan om het dopingprobleem aan te pakken, maar anderzijds wil het rapport expliciet níét gezegd hebben dat de voorzitters opzettelijk hebben laten betijen. Neen, de leiding van de UCI wilde het probleem beheersbaar houden en wilde liever geen renners betrappen en dat had ze niet moeten doen.

Samengevat: er was geen corruptie aan de top van het wielrennen, maar was de sport beter beheerd en was doping bestreden zoals het moest, dan had het probleem zo geen vlucht genomen.

De executive summary van het rapport komt tot de volgende conclusies.

Niet-bevestigde beschuldigingen van corruptie

De sommen geld die Lance Armstrong aan de UCI doneerde, kunnen niet worden gelinkt aan het verdoezelen van een positieve test in 2001, om de eenvoudige reden dat er in 2001 geen sprake was van een positieve test, zij het wel van verdacht hoge epowaarden.

De aantijging dat Armstrong geld heeft betaald om in 2005 een rapport (het Vrijmanrapport, zie verder) te helpen schrijven, kan niet worden hard gemaakt.

Niet toepassen van de eigen regels

De commissie heeft tot twee keer toe (Laurent Brochard in 1997 en Lance Armstrong in 2001) bewijzen gevonden van achteraf ingediende attesten die het gebruik van een medicament moesten wettigen. Dat werd toegestaan door de toenmalige hoofdgeneesheer van de UCI, de Nederlander Lon Schattenberg. Die wordt verweten dat hij als arts te veel inzat met de gezondheid van de renners, en het opsporen van frauderende sporters als een bijkomstigheid zag.

Een ander verwijt geldt McQuaid, die in 2009 toestond dat Lance Armstrong dertien dagen te vroeg in competitie mocht komen in Australië waarna die toevallig ook zijn deelname aankondigde in de Ronde van Ierland, waarin McQuaid belangen zou hebben gehad.

Voorkeursbehandeling voor Lance Armstrong

De UCI zag Lance Armstrong als de perfecte locomotief om na de doping-Tour van 1998 het imago van de sport op te smukken en de Amerikaanse markt te betreden. De UCI liet na om hem ondanks vermoedens van doping doelgericht te testen om hem te betrappen op dopinggebruik.

Toen Armstrong er in 2005 door L’Equipe van werd beschuldigd in 1999 positieve epostalen te hebben afgeleverd (resultaten van een juridisch waardeloze hertesting lekten uit), koos de UCI de zijde van Armstrong en liet een rapport schrijven door de Nederlandse advocaat Vrijman waarbij die de puur juridische kant van de zaak benaderde en Armstrong vrijpleitte.

(On)deugdelijk bestuur van de internationale wielerbond

De UCI werd door de eerste voorzitter (Hein Verbruggen) geleid op een autocratische manier, zoals nog wel meer bonden, stipuleert het rapport. De UCI was pas opgericht en groeide zeer snel. Er was een manifest gebrek aan transparantie, ook bij de kandidaatstelling van de tweede voorzitter Pat McQuaid bij zijn herverkiezing in 2013.

Het is vrij duidelijk dat dit de hoofdbrok vormt van het rapport: zó slecht waren de vorige twee voorzitters; zo goed doet de zittende voorzitter het nu.

De aanpak van de doping

Ook hier koud en warm. Enerzijds wordt de UCI geprezen om het snel invoeren van nieuwe testmethoden en bijvoorbeeld de voorlopersrol in het bloedpaspoort en wordt expliciet vermeld dat de CIRC niet suggereert dat de dopingpraktijken gebeurden met medeweten van of toegestaan door de UCI-leiding.

Anderzijds had de UCI niet zo bekommerd moeten zijn om het cleane imago van de sport en de gezondheid van de renner (sic). In plaats van het peloton te waarschuwen als er vooruitgang was geboekt in de testing, had ze op jacht moeten gaan.

Het rapport eindigt met een opmerkelijke conclusie: “De eerlijkheid gebiedt ons er op te wijzen dat de UCI meer deed dan andere sportbonden in de strijd tegen doping.”

CIRC1

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s