Portret Tom De Sutter in De Morgen van 14 maart 2015 (met goede bijlage)

‘Ik ben niet die brave jongen in de spits’

Zijn vrouw komt zelden kijken, de laatste weken heeft hij geen Champions Leaguematch gezien en op een rustdag ging hij naar Batibouw. Vergis u niet: alles voor zijn sport, maar Tom De Sutter (29) heeft zo zijn eigen logica om te overleven in Circus Voetbal. ‘Bij een slechte wedstrijd stort mijn wereld niet in’, zegt voor de slotmatch van de reguliere competitie tegen Westerlo.

Ik léés kranten, natuurlijk. Ik heb zelfs een abonnement op De Morgen. Ideaal, er staat niet te veel sport in.” Kan tellen als statement in een wereld waarin als receptuur voor het behoud van de geestelijke gezondheid elke letter ofwel wordt uitvergroot, of in het andere geval verdrongen.

Tom De Sutter kan na een jaar zonder prijs weer aanknopen met een goede gewoonte die hij zich als speler van de grote concurrent eigen had gemaakt: kampioen worden. Vier en een half seizoenen speelde hij voor RSC Anderlecht, drie keer werd hij kampioen. “Het hadden ook vier titels kunnen zijn, maar door een stom reglement dat alleen in België geldt, moesten we testwedstrijden spelen tegen Standard.”

Anderlecht verloor die in mei 2009. Tom De Sutter, halfweg dat seizoen overgekomen van Cercle Brugge, speelde twee keer mee. Hij scoorde niet en dat was het begin van een halfslachtige relatie met de achterban van Anderlecht. De perceptie met betrekking tot Tom De Sutter was snel klaar: te oud voor de poppen, te jong voor de liefde of niet goed genoeg voor de Belgische top, in casu Royal Sporting Club uit Anderlecht.

Dat was een déjà vu. De geboren Balegem-naar en speler van Wetteren werd ooit door Club Brugge warm gemaakt om als zestienjarige zijn voetbalopleiding op Jan Breydel af te maken. Vier, vijf keer per week reden ma of pa de 140 kilometer heen en terug naar Olympia om zoonlief in 2005 noodgedwongen voor derdeklasser Torhout te zien kiezen.

“Ik voelde niet echt druk, maar als voetballertje probeer je toch onbewust iets terug te geven. Veel ouders rijden al die kilometers en hoeveel kinderen breken door? Ik brak niet door en ik was niet eens kwaad. Ik had niet het gevoel dat ik klaar was om bij Club door te schuiven naar de A-kern. Dan denk je: derde klasse zal wel mijn niveau zijn en misschien haal ik ooit wel tweede klasse. Na een jaar kwam Roland Rotty van Cercle mij halen. Terug naar eerste, daar had ik echt geen rekening meer mee gehouden, want ik was al begonnen met studeren en had zelfs al een jaar marketing in Gent afgewerkt.”

Erkenning

Zoals leeftijdsgenoot Nicolas Lombaerts, die naar Gent moest verkassen om door te breken en aan rechtenstudies was begonnen, was voor Tom De Sutter die andere concurrent van Club de springplank naar hoger. “Dat jaar bij Torhout heb ik mij ook goed geamuseerd met voetballen en met het studentenleven, maar toen ik die kans kreeg bij Cercle ben ik ervoor gegaan.

Dat is een beetje een constante in mijn carrière. Eerst hoge verwachtingen, dan iets minder en zelfs kritiek, en vervolgens vecht ik terug. Als het moet, als de nood hoog is, kan ik blijkbaar altijd iets meer brengen. De erkenning? Die komt pas veel later, heb ik al geleerd.”

Die erkenning verloopt via de media, ondervond hij tot zijn scha en schande en hij ziet zichzelf niet bepaald als het grootste slachtoffer. Daarvoor heeft hij een goede concullega in gedachten. “De media maken of kraken een speler. Neem nu Olivier Deschacht. We hebben contact, over de clubgrenzen heen, jawel. We hebben weleens samen gefietst, maar ik fiets te snel naar zijn goesting en ik heb weleens getennist en dat kan hij te goed, naar mijn goesting. Ik respecteer vooral de voetbalspeler ‘Olli’. Hij had vorige week vijfhonderd wedstrijden in het eerste van Anderlecht en nu pas beginnen ze hem voor vol te aanzien, terwijl hij er twee jaar geleden ook al vierhonderd had. In Anderlecht!

“Types als Deschacht en bij ons Timmy Simons halen seizoen na seizoen hetzelfde hoge niveau maar krijgen soms niet de waardering die een frivole voetballer na één goed seizoen krijgt. Zij moeten elk jaar opnieuw overtuigen en die aanvaller kan een hele carrière teren op twee opvallende goals die iedereen zich herinnert.”

Dat noemt men tegen de eigen winkel spreken, want de spits Tom De Sutter leeft zelf van die momenten. Met name bij Anderlecht wisselde hij de goede momenten af met mindere en verloor vaker dan hem lief was het vertrouwen van de coach. Ariël Jacobs was niet zijn favoriete sportieve baas, geeft hij toe. “Als je naast de ploeg viel, zag hij je niet meer staan. Dodelijk is dat voor een speler. John van den Brom was ook streng voor mij, maar hij was er voor iedereen.”

Hoe Tom De Sutter nuchter over zijn carrière vertelt, lijkt hij op de eerder vermelde Olivier Deschacht. Ook hij heeft na al die jaren een soort rustige vastheid gekregen waar geen tegenslag of dip tegenop kan. “Er zijn gelijkenissen. In zijn plaats kochten ze verdedigers, maar uiteindelijk staat hij daar nog. Voor mijn plaats kopen ze altijd spitsen, maar ik speel ook nog altijd. Er zijn jaren geweest dat ik mij daar zenuwachtig in maakte, maar ik heb er nooit echt mijn slaap voor gelaten. Ik weet wat ik kan. Ik ben een goede targetspits, niet te snel, maar balvast. Dat ik bij Anderlecht af en toe naar de bank verhuisde, kan ik niemand verwijten, ook mijzelf niet. Eerst had ik te maken met de jonge opkomende Romelu Lukaku en vervolgens haalden ze Dieumerci Mbokani. Die waren beter dan ik en dan heb je daar vrede mee.”

Padelclub

Revanchegevoelens tegenover Anderlecht zijn hem vreemd. Ten slotte lieten ze hem in de zomer van 2013 gaan naar een andere topclub, toen hij bij FCB als vervanger van Carlos Bacca werd ingehaald. Het leek een beetje thuiskomen. Nu bij Club Brugge krijgt hij te maken met een atletischere versie van hemzelf: Obbi Oulare.

“Waarom zou ik schrik hebben van Obbi? Als ze beter zijn, zijn ze beter. Wat mij wel ooit heeft gestoord, is dat etiket van de brave jongen in de spits. Daardoor belandde ik op het tweede plan, want die andere – die niet beter was dan ik – had wel een moeilijk karakter en van die waren ze dan bang. Ik ben op Anderlecht ook wel eens uitgefloten toen het niet draaide. Neen, uitfluiten is niet wat ik zou doen met mensen, maar ik heb het leren aanvaarden. Zoals ik ook de fora op de sociale media heb leren aanvaarden. Het is te zeggen: ik weet dat ze bestaan, maar sinds de beloften kijk ik nooit meer wat erop staat.

“Rudy Heylen, onze mental coach bij Club, heeft mij geleerd mij te concentreren op de essentie. Ik haal veel uit onze gesprekken en ik kan ook wat kwijt, want er is geheimhouding tussen hem en de spelers. Hij heeft mij ook gezegd dat ik best iets meer smeerlap, iets meer opportunist mag zijn. Herkende je dat? Dat moet ik Rudy melden. (lacht) Ach, ik ben geen 22 jaar meer en bij een slechte wedstrijd stort mijn wereld niet meer meteen in. Ik denk nu: volgende week schop ik er misschien wel vier in.”

De voorbije wedstrijden schopte hij er twee heel belangrijke in. Heel opportunistisch, maar ook daar wordt hij niet euforisch van. Ze kunnen hem niet meer afpakken wat hij al heeft, is een goede samenvatting van de levensfilosofie van de voetballer Tom De Sutter, inmiddels begiftigd met een palmares met daarop drie titels, weze het bij de vijand. Alleen tegenover Timmy Simons, die er ook twee heeft met Club en nog eens drie met PSV Eindhoven, moet hij het afleggen. Na De Sutter en Simons houdt het op bij Club met de spelers die weten wat er nodig is om kampioen te spelen.

“Ik weet het ook niet. Ik denk niet dat we nu iets anders moeten doen, maar gewoon moeten vertrouwen op ons spel. We spelen goed, ondanks dat dipje, maar daar komen we wel uit. Ik vertrouw vooral op onze conditie. Je ziet dat alle ploegen tegen ons meekunnen tot de zeventigste minuut, maar die laatste twintig minuten kunnen wij het verschil maken.

“Het wordt ons een beetje aangepraat alsof wij heel erg gespannen zijn met het oog op de titelstrijd. Daar is niks van aan. De coach gaat tekeer, dat wel, maar alleen tijdens de wedstrijd. In de loop van de week is hij best in voor een grap en is het echt wel losser. Ik heb met Michel Preud’ homme wel de beste trainer ooit in mijn loopbaan, zowel fysiek, tactisch als mentaal. Ik herinner mij de eerste keer dat we hem zagen: er kwam iemand binnen in die kleedkamer.”

Als hij niet zou voetballen, zou hij ondernemen. Zijn vader is ondernemer – “marmeren trappen en zo, tekenen en plaatsen, met zeven man in dienst” – en zijn moeder is, nu alle kinderen het huis uit zijn, als opgeleide verpleegster terug in de ouderenzorg gestapt. “Daar heb ik respect voor. Na vijfentwintig jaar weer in de verpleging gaan, uit vrije wil. Ik wil later ook werken, maar ik kan de kat uit de boom kijken omdat ik goed heb verdiend, en dat is een ongelooflijke luxe waar ik mij van bewust ben. Inmiddels ben ik begonnen aan iets waar ik heel veel zin in heb.”

In het voorjaar verrijst in het recreatiegebied De Gulden Kamer in Sint-Kruis-Brugge een padelclub, een investering van Tom De Sutter en twee vrienden. Padel is tennis voor wie niet kan tennissen en niet wil lopen, in een glazen kooi waardoor ook het ballen rapen minder moeite kost. Hij ziet die laagdrempeligheid juist als een troef. “Je moet geen vier jaar les volgen zoals in tennis om het gevoel te krijgen dat je plezier krijgt in het spel. Van de eerste keer dat ik het in Spanje speelde, was ik verkocht.”

700.000 euro bedraagt de investering in de club die geheel zelfstandig zal worden gerund door De Sutter en vrienden. “Zo’n club oprichten en beheren, ondernemen in de sport, dat is echt de nacarrière waar ik van droom. Als je met de koersfiets passeert en je hebt dorst, ben je ook welkom. In ons businessplan is een goed draaiend clubhouse een essentieel onderdeel.”

Met die padelclub en nog wel wat andere leuke besognes buiten het voetbal in gedachten, zo vertrekt de ondernemer/voetballer Tom De Sutter morgen naar zijn werk dat erin bestaat om morgenmiddag het bescheiden Westerlo partij te geven. Hij zal zijn vrouw en dochter een afscheidszoen geven en zijn auto glimlachend van het naburige Varsenare over de Gistelsesteenweg naar Sint-Andries sturen.

Zijn vrouw zal hij pas na de wedstrijd terug treffen. Thuis. “Als ik iets speciaals heb gedaan, heeft ze het al via sms vernomen en dan heeft ze al gekeken. Ze is tegen Moeskroen nog eens in het stadion geweest, voor het eerst in anderhalf jaar. Ze houdt niet zo van voetbal en dat vind ik fantastisch. We kijken thuis ook weinig. Laatst heb ik wel Anderlecht gezien in de competitie, maar dit jaar keek ik nog niet naar de Champions League. Ik weet dat ik kan leren van het kijken naar andere spitsen, maar dat doe ik dan op YouTube.

“Als ik thuiskom na een wedstrijd en het was niet te best, gaat het twee minuten over de wedstrijd en vervolgens zitten we weer in de realiteit van ons gezin. Zoals onze bouw. De grond hebben we, hier in de buurt van het stadion, prima gelegen als Club verhuist. Het plan is getekend en nu zijn we alles aan het uitzoeken. Vorige week op mijn vrije dag zijn we naar Batibouw geweest. Ik hoor van alles over domotica, daar wil ik mij dan in verdiepen. Boys and toys, jawel, ideaal om niet te veel aan voetbal te denken. Huisje-tuintje- kindje? Daar is niks mis mee en ik kom er graag voor uit dat mijn privéleven met mijn gezin het allerbelangrijkste is.”

De Sutter

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s