Verhaal Heidi Rakels in De Morgen van 19 april 2015

Altijd een beetje nerd geweest

Ooit reisde ze als judoka de planeet rond om bij de allerbesten te behoren: ze won zelfs een olympische medaille. Vandaag trekt ze als CEO van een softwarebedrijf opnieuw de wereld rond, en weer wil Heidi Rakels de beste zijn. ‘Ik moet over mijn grenzen gaan, en dat is prima.’

Bij het afscheid en vóór het koppel Lafortune-Rakels weer in het werk duikt, komt het onderwerp op ‘humor voor nerds’. Of ik de cartoons van Dilbert ken? Neen, niet echt.

Heidi Rakels: “Dilbert – een nerd dus – zit aan zijn bureau en denkt: ‘Wat een fantastische dag, geen menselijke interactie’. Tot iemand langskomt en zegt: ‘Hoe gaat het ermee vandaag?’ Waarop Dilbert: ‘De dag was goed begonnen’. Grappig, niet?”

Om het ijs te breken, had ik haar een paar uur eerder de foto met haar olympische plak getoond. Goudgele krullen, guitige ogen en een glimlach, zo werd Heidi Rakels ooit het troetelbeertje van het Belgian Olympic Team. Dat was 1992 in Barcelona. Zij was atlete, ik perschef. In die tussenliggende jaren hebben onze wegen elkaar nog wel eens gekruist, maar ook niet meer dan dat.

Tot ze een paar weken geleden in Het journaal verscheen, na ook al een interview op Radio 1. Dat Heidi een half of een heel genie was, dat wisten we, maar nu ook al businesswoman? Hoog tijd om verleden en heden aan elkaar te knopen met een van de meest fascinerende en evengoed mysterieuze atletes die België ooit heeft gekend.

Aan tafel in haar woonkamer in Herent, een pauze nemend in een lange werkdag, lijkt ze vandaag nog sprekend op de foto in het officiële boek van Barcelona ’92.

Haar man, Eric Lafortune, en ik moeten lachen bij haar eerste reactie: “Goh, dat was zeker drie of vier dagen na de kamp. Kijk eens hoe dik ik toen alweer was. En euh… ik ben wel wat ouder geworden, vind je niet?”

Ter duiding, eerst wat judogeschiedenis. Ooit had België een van de sterkste judoteams in de wereld. De aanjager was Jean-Marie Dedecker, later politicus en nu (eigen woorden) bijgezet op het kerkhof van ter ziele gegane politieke partijen. Zijn wil was wet en zijn wil was dat zijn uitermate getalenteerde, maar ietwat luie poulain Ulla Werbrouck de voorkeur kreeg boven haar oudere concurrente Heidi Rakels in de zware categorie tot 72 kilogram, jarenlang de speeltuin van de toen pas afgehaakte Ingrid Berghmans.

De vechtjas in Rakels nam daar eerst geen vrede mee. “Ik had het gevoel dat ik in een wereld kwam waar mij geen plaats werd gegund. Als je ziet hoe Ulla nadien olympisch kampioene werd, was de voorkeur voor haar terecht. Zij was de betere judoka, maar ik wilde ook naar de Spelen.”

Elf kilo in zeven weken

De gymnaste Heidi Rakels was pas met judo begonnen toen ze 17 was. Haar weg naar de top had ze helemaal alleen bewandeld. Nationale trainingen bezocht ze met bus en trein. Judo werd haar passie. Maar omdat een diploma ook handig was voor later, ze haar ouders niet wilde teleurstellen én ze nu eenmaal makkelijk leerde, werd ze en passant ook burgerlijk ingenieur computerwetenschappen.

Tegelijk zocht en vond ze een uitweg voor haar olympische droom. Terwijl we het verhaal reconstrueren, zit haar man mee aan tafel omdat we het straks ook over vandaag en over zijn specialisme zullen hebben. Eric Lafortune kreeg het destijds maar half mee hoe zijn voormalige medestudente het aanpakte, en het hele verhaal heeft ze hem nog nooit verteld, maar het verbaast hem niks. “Heidi kickt op uitdagingen. Nog steeds.”

Hoewel ze het advies kreeg door te schuiven naar een hogere categorie, deed ze wat niemand haar ooit had voorgedaan en iedereen haar ontraadde: ze zakte twee gewichtscategorieën. “We waren op stage in Japan waar het altijd zwaar trainen was en ik at de hele dag door om maar kracht te hebben. Uitgerekend daar besloot ik voor de -66 te gaan. Nicole Flagothier (een andere grande dame van het judo uit die tijd; HV), kwam niet bij van het lachen toen ik haar van mijn plannen vertelde. ‘Jij? En je doet niks anders dan snoepen. Impossible.’ Zeven weken later en elf kilo lichter vocht ik in het toernooi van Parijs voor het eerst in de -66 kilogram.”

Een half jaar later beleefde ze in Palau Blaugrana, de sporthal in de schaduw van Camp Nou, haar moment de gloire. Ze was een goede week voor haar kampdag in Barcelona gearriveerd met nog vier kilo te veel. Enkele loopjes met te veel kleren aan, een dieet van magere yoghurt gedurende een paar dagen en niks meer drinken de laatste 24 uur: bij de weging zat ze onder het streefgewicht. “Vier kilo is niet veel als je weet hoe het moet. Ik had geluk, want de weging was om zeven uur ’s ochtends, terwijl ik maar moest vechten om vijf uur die avond. Ik woog zeker weer 69 kilogram met wat ik toen nog heb gedronken en gegeten.”

Een dag na de kansloze afgang in de -72 van haar concurrente Ulla Werbrouck (die zich blesseerde), won zij brons. Langs de mat coachte niet haar nemesis Dedecker, maar de grote Robert Van de Walle, die een dag eerder afscheid had genomen met een zevende plaats.

Zes operaties

Er zijn veel verhalen verteld over de effecten van het strenge dieet op de atleet en op de mens Heidi Rakels. “Dedecker schreef in zijn boek dat veel later verscheen, dat ik nog steeds last had van mijn eetstoornis, terwijl die al lang achter de rug was. Hij wist er eigenlijk niets van, maar dat verschillende keren afvallen je hele systeem ontregelt, heb ik wel gemerkt. Als reactie eet je nadien te veel en word je veel gemakkelijker dik.”

Haar anorexia sportiva heeft ongetwijfeld een rol gespeeld in haar hoge blessurelast. Tussen Barcelona en Atlanta werd ze in tweeënhalf jaar tijd zes keer geopereerd: vier keer aan de schouder en twee keer aan de kruisbanden van haar knieën.

“Voor die schouder ben ik uiteindelijk in Lyon geopereerd, waar later ook Vincent Kompany terechtkwam. Ik heb door die schouder nooit meer onbevangen kunnen judoën zoals in Barcelona. Ik ben wel een categorie hoger gaan vechten, waardoor ik gelukkig weer kon eten wat ik wilde.”

Ze haalde opnieuw de Spelen, die van Sydney, waar ze een unicum was met haar 32 jaar en met haar medische geschiedenis. En weer vocht ze om brons. Ze werd vijfde nadat ze eerder de halve finale van een Chinese had verloren. “Ik wist niks van haar en alle vorige kampen had ze tegen een linkse gevochten, dus ik wist nog niks, want ik was rechts. Uitgerekend die kamp – mijn slechtste ooit – staat op YouTube, ik weet het. Vreselijk, terwijl die in de kwartfinale tegen de bijna onklopbare Italiaanse Emanuela Pierantozzi misschien mijn beste kamp ooit was, maar die staat er natuurlijk niet op.”

En nog had ze niet genoeg. Ze wilde ook Athene 2004 halen. Arme Heidi kan niks anders, luidde toen het verhaal, het zal duren tot ze haar op de tatami bij elkaar moeten vegen. “Ik had in 2000 gewerkt als zelfstandig programmeur, maar toen ik een BLOSO-contract kreeg als topsporter, was ik toch liever judoka. Ik ben uiteindelijk pas gestopt omdat ik niet meer won en mijn olympische selectie miste. Ik heb echt nergens spijt van en zou het zo opnieuw doen, ook het vermageren.”

Resultaatgericht

Heidi Rakels was 36 jaar, en had twaalf jaar eerder een diploma in de computerwetenschappen gehaald, als bij toeval. Programmeren, daar snapte ze in het eerste jaar burgerlijk ingenieur aanvankelijk niks van, dus ging ze dat vak zo hard studeren dat ze er supergoed in werd. Het werd haar specialisme.

“Ik denk dat de professoren graag hadden hoe ik programmeerde, want ik deed precies hoe zij het wilden. Anderen zoals Eric waren als student al aan het programmeren en deden het vaak op hun manier.

“Tijdens het jaar studeerde ik niet veel, maar in de blok en de examens van zeven tot middernacht. Ik deelde het aantal pagina’s door het aantal uur en mijn enige ontspanning op een dag was een brood gaan kopen. Ik kan heel geconcentreerd werken.”

Na veertien jaar als judoprof bleek er zo veel te zijn veranderd in de programmeertalen dat ze opnieuw moest gaan blokken. Ze koos voor Java, een slimme zet. Maar nu bleek haar temperament niet te sporen met de vereisten van de klassieke werkplek. Heidi Rakels miste de structuur en vooral het tempo van de topsport: resultaatgerichtheid stond niet langer centraal. Loondienst stond gelijk met uren kloppen. Niks voor haar, concludeerde ze.

“Een korte opdracht, zes weken of zo, met een duidelijke oplevertermijn, dat had ik nodig. Ik leverde altijd op tijd op. Ik ben zo ooit voor zes weken begonnen bij Belgacom en uiteindelijk ben ik er met verschillende opdrachten drie jaar gebleven.”

Bij nog een andere werkgever was ze een collega-student van weleer tegen het lijf gelopen. Eric Lafortune, zoon van zevenvoudig olympisch karabijnschutter François Lafortune, kende haar nog maar al te goed. “Tijdens mijn studies zag ik Heidi meer in de krant dan in de les, maar ineens waren we collega’s.” Heidi vertrok bij die werkgever, werd zelfstandige, leerde tussendoor ook nog voor tuinarchitect, en privé werden ze een stel.

Wat doet een programmeur in zijn vrije tijd? Ook programmeren, maar dan voor de lol. Eric Lafortune was enige tijd daarvoor begonnen met het zogeheten open source-programma ProGuard, dat al snel zou worden opgenomen in de software developer kit voor apps op het Google Android-platform. “Kleiner en sneller maken van de app en bescherming tegen hackers, daar draaide het om. Drieënhalf jaar geleden ben ik dan begonnen aan een commerciële versie, DexGuard, die nog veel beter beschermt tegen hackers. Twee weken nadat het op internet stond, werd die al gekocht door een IJslandse bank.”

Rollercoaster

Lafortune en Rakels – inmiddels hebben ze de NV GuardSquare opgericht – begonnen aan een rollercoasterverhaal waarin ze af en toe de pedalen dreigden te verliezen. Een Amerikaans bedrijf bestookte hen met patentendreigingen en er volgden vijandige overnamepogingen.

Heidi: “Slapeloze nachten heeft ons dat opgeleverd. Wisten wij veel. Patenten geschonden? Misschien hadden ze wel gelijk. Neen, ze hadden geen gelijk. We stuurden twee brieven terug en we hoorden niks meer.”

Eric: “En de overnamebiedingen waren nooit ernstig. Ze waren veel te laag. Hoeveel? We hebben de raad gekregen niet over geld te communiceren. Nu hebben we hulp, omdat Heidi die is gaan zoeken. Ze heeft doorgezet, is gaan netwerken, terwijl ik daar niet te veel in geloofde.”

Heidi: “Ik wist dat ik naar buiten moest komen en hulp zoeken. Bleek dat er veel ondersteuning is voor start-ups als de onze. Wij wisten daar niks van. Ten slotte heb ik mijn extraverte kant aangesproken en ben ik naar enkele beurzen gegaan. Netwerken, ik, jawel. Een beetje tegen mijn natuur, maar het moest.”

Eric: “Heidi kwam toen Jurgen Ingels tegen, de oprichter van de betaalsoftware Clear2Pay, dat hij vorig jaar heeft verkocht voor 375 miljoen euro. Jurgen investeert nu in ons bedrijf, maar hij helpt ook echt mee aan de uitbouw.”

Heidi: “Eric zegt altijd: waar ik niet verder zie dan bits en af en toe een byte, heeft Jurgen visie. Dat is wat overdreven, maar ik wist meteen dat hij ons kon helpen. Hij had alles meegemaakt wat wij meemaakten. Ik kon maar twee minuten met hem praten, maar ik kreeg hem mee in mijn verhaal. Ik moet geen geld, zei ik, ik moet uw goeie raad. Maar we hadden wel geld nodig, want organisch groeien bestaat niet in deze business: het moet snel gaan.”

Hun product DexGuard heeft voorlopig weinig concurrenten. Als Heidi Rakels een app tegenkomt die een gelijkwaardige software zou kunnen gebruiken, gaat ze onder de motorkap kijken en stelt steeds weer vast dat er niks gelijkaardigs onder zit. “Over drie jaar moet elke bank-app zichzelf hebben beveiligd tegen hackers en wij hebben echt het beste product, want wij hebben een voorsprong van tien jaar, de tijd dat Eric hier al mee bezig is.”

Eric: “Er zijn Chinese en Russische concurrenten die iets in dezelfde zin hebben ontwikkeld, maar westerse banken zullen daar niet snel mee in zee gaan en dat is een beetje ons geluk.”

Windsurfen op Tenerife

De rolverdeling binnen het management is duidelijk. Eric zorgt voor het product, Heidi runt de business. Ze hebben al verschillende programmeurs in dienst. “Ik programmeerde vroeger ook en al vind ik van mezelf dat ik er iets van kan, als ik het aan Eric gaf, begon hij er zo aan te schaven dat ik nauwelijks nog iets herkende van wat ik had geschreven.”

Eric: “Ik ontken niet dat er iets obsessiefs zit aan het achter de computer kruipen en die te laten doen wat jij wil, maar het valt wel mee met ons. Wij gaan bijvoorbeeld ook graag windsurfen.”

Ook daar is de uitdaging niet ver: ze windsurfen niet zo maar op een vlak meertje, maar aan El Medano, een van de windsurf-hotspots op Tenerife.

Heidi: “Ik denk van mezelf dat ik geen nerd ben, al ben ik dat misschien wel altijd een beetje geweest. Maar nerds zijn leuke mensen met een ongelooflijk gevoel voor bizarre humor. Het is wel een totaal andere humor dan die van het judo.”

En zo werd voormalig judoka Heidi Rakels een paar maanden geleden CEO van een veelbelovende start-up die zijn intrek neemt in het Innovatie- en Incubatiecentrum in Heverlee. De introverte topatlete van weleer die af en toe geplaagd werd door faalangst, reist wat af en gaat in alle werelddelen op zoek naar resellers voor hun product. Ondertussen werft ze ook in België aan.

Eric: “We werken allebei hard, maar ik sta te kijken van de energie die Heidi erin stopt. Het gaat nu wel heel snel vooruit.”

Heidi: “Ik pak dit op dezelfde manier aan als een olympische voorbereiding, met alle voldoening als het lukt en met alle ergernis als het tegenzit. Ik heb er vrede mee dat ik blijkbaar zo over mijn grenzen moet gaan dat er nu weinig tijd is voor genieten. Genieten kan toch pas als je eerst hard hebt gewerkt.”

Heidi Rakels

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s